Wereldoorlog I 1918-2018 & Nederlandse adel

Vandaag op 11 november wordt herdacht dat 100 jaar geleden de Eerste Wereldoorlog eindigde, toen de wapenstilstand werd gesloten. Het was een oorlog met 8-10 miljoen doden op de slagvelden, ruim 2 miljoen burgerslachtoffers en nog meer miljoenen die stierven door de gevolgen van ziektes door schaarste en gebrek. Ook al bleven wij als Nederland neutraal, toch ondervonden wij ook hier de gevolgen door schaarste aan goederen en eten, talrijke vluchtelingen (meer dan een miljoen Belgen zocht hier hun toevlucht), slachtoffers op zee en door Nederlanders die meevochten in vreemde krijgsdienst.

De Nederlandse adel had (en heeft) een internationaal karakter en dit zorgde voor huwelijksbanden met en zelfs vestiging in andere landen, die actief betrokken waren bij oorlog. Hierdoor nam een aantal Nederlandse edelen ook actief deel aan de strijd. Sommige adellijke families kwamen in een spagaat terecht, want deze hadden zich gesplitst in verschillende takken, die aan beide zijdes meevochten. Hieronder een aantal voorbeelden.

Afb. 1. William Frederick Charles Henry graaf Aldenburg Bentinck (1880-1958) in het uniform van Garde du Corps in Pruisische dienst in 1904 door Armin Horovitz. Coll. kasteel Middachten/www.rkd.nl.

Bentinck
De familie Van Aldenburg Bentinck kent een Engelse en een Nederlandse tak. Een Engelse neef, Henry Duncan Count (graaf) Bentinck (1881-1916), was majoor bij de Coldstream Guards en vocht mee in de beruchte Slag aan de Somme, waarbij meer dan een miljoen soldaten sneuvelden. Hij overleed vijfendertig jaar oud aan zijn verwondingen. Twee Nederlandse neven van hem vochten mee aan Duitse zijde: William Frederick Charles Henry graaf Aldenburg Bentinck (1880-1958) eerst als luitenant-kolonel en later als ritmeester bij het Kurasierregiment van de Garde du Corps en Frederik George Unico Willem graaf Bentinck (1888-1942) als luitenant bij hetzelfde regiment. Hierbij moet overigens opgemerkt worden dat beide broers de Duitse en Engelse nationaliteit bezaten en pas in 1920 als Nederlander werden genaturaliseerd en in de Nederlandse adel werden ingelijfd.

Clifford Kocq van Breugel
Jonkheer Willem Hendrik Clifford Kocq van Breugel (1856-1933) werd geboren in Hellevoetsluis, maar zijn vader werd in 1875 als ‘Clifford Kocq von Breugel’ opgenomen in de Pruisische adel. Willem Hendrik vocht mee aan Duitse zijde, bereikte de rang van generaal-majoor en werd commandant van de cavalerie brigade in Darmstadt. Hij ontving vele Duitse Orden als: het Pruissisch IJzeren Kruis, de Preussischer Roter Adlerorden 2. Klasse mit Eichenlaub, Preussischer Roter Adlerorden 3. Klasse mit Schleife en de Preussische Kronen-Orde 3. Klasse.

Afb. 2. René Felix Willem graaf van Bylandt (1879-1931). Foto met dank aan ‘Iconografie van het Geslacht van Limburg Stirum’ door C.J. graaf van Limburg Stirum..

Van Bylandt
De familie Van Bylandt heeft een Nederlandse en een Duitse tak. Van de Nederlandse tak vocht aan Duitse zijde mee: René Felix Willem graaf van Bylandt (1879-1931). Hij was eerst luitenant-kolonel bij het 1e Rheinische Huzaren Regiment nr. 7 en later ritmeester bij het 2e Huzaren Regiment. Bij zijn overlijden – hij stierf door een auto-ongeval – schreef men (in het juninummer 2017 van het magazine van AiN staat zijn levensverhaal): “Zijn zware tijd kwam met de ineenstorting van het Duitsche rijk dat hem tot een tweede vaderland geworden was, waardoor hem vele illussies benomen werden.”

De Casembroot
Jonkheer Franz Rudolf de Casembroot (1883-1962). Zijn vader werd in 1903 genaturaliseerd als Pruis. Franz Rudolf vocht mee aan Duitse zijde en was eerst luitenant en adjudant bij het Schlesische Feld-Artillerie Regiment nr. 6 en werd uiteindelijk kolonel bij de artillerie.

Afb. 3. Jonkheer Jacob August Cornelis Hartsen (1891-1916). Foto met dank aan Groenegraf.nl.

Hartsen
Jonkheer Jacob August Cornelis Hartsen (1891-1916) werd geboren in Baarn, maar werd in 1911 ingelijfd in de adel van het Koninkrijk Saksen. Hij trad als 1e luitenant bij de cavalerie in Saksische dienst en sneuvelde op 15 juli 1916 bij een luchtgevecht bij Mons en Chaussée (Somme) in Frankrijk. Hij was de laatste mannelijke nakomeling van zijn tak en stamhouder van zijn familie (link naar een verhaal over hem online https://groenegraf.blogspot.com/2012/06/een-baarnse-jonkheer-sterft-aan-het.html )

Van Limburg Stirum
Deze familie kent een Nederlandse, Belgische en Duitse tak en leden vochten aan Belgische en Duitse zijde. Toen een graaf uit de Belgische tak krijgsgevangen werd genomen, werd hij geïnterneerd op Eberspark, het landgoed van de Duitse tak, en bracht daar in comfortabele omstandigheden zijn krijgsgevangenschap door. Twee leden van de Nederlandse tak vochten mee aan Duitse zijde: Jules Menno Frederik graaf van Limburg Stirum (1877-1954) als ritmeester in Pruisische dienst en zijn broer François Theodor graaf van Limburg Stirum (1879-1952) ook als ritmeester bij het 2e Grossherzogliche Hessische Leibdragoner Regiment nr. 24.

De Marchant et d’Ansembourg
De familie kent een Nederlandse, Luxemburgse en Belgische tak. Uit de twee laatsgenoemde takken vochten leden mee aan geallieerde zijde, terwijl uit de Nederlandse tak Maximilianus Victor Eugène Hubertus Josef Maria graaf de Marchant et d’Ansembourg (1894-1975) zich op achttienjarige leeftijd tot Pruisisch staatsburger liet naturaliseren en aan Duitse zijde meevocht, waar hij de rang van res.-1e luitenant artillerie bereikte.

Nahuys
Jonkheer Johan Leonard Nahuys (1870-1928) was in de jaren 1901-1906 burgemeester van Limmen. Kort voor de Eerste Wereldoorlog werd hij genaturaliseerd tot Duits Staatsburger en vocht vervolgens als res.-kapitein in Duitse dienst in de oorlog mee.

Rendorp
Jonkheer Piet Joachim Roger Rendorp (1877-1957) trad als officier in Pruisische dienst en vocht aan Duitse zijde mee als ritmeester bij het 2e Hannoveraanse Uhlanen Regiment nr. 14.

Afb. 4. Jonkheer Carel Jan Julius Storm van ´s-Gravesande (1865-1927) en zijn zusje jonkvrouwe Johanna Bertha Storm van ‘s Gravesande (1870-1956). Foto part. coll.

Storm van ’s Gravesande
Jonkheer Albertus Wilhelmus Storm van ’s Gravesande (1873-1915). Zijn vader werd nog geboren in Zutphen, maar vestigde zich in Duitsland en huwde een Duitse vrouw. Albertus Wilhelmus was eerst kapitein bij het 1e Westfälische Infanterie Regiment nr. 13 en werd majoor bij de infanterie in Pruisische dienst. Hij sneuvelde op 24 oktober 1915 bij Dvinks (Rusland) tijdens gevechtshandelingen tegen de Russen.

Jonkheer Carel Jan Julius Storm van ´s-Gravesande (1865-1927). Via zijn moeders familie was hij verwant aan de Duitse hoogadel. Hij had een onrustige natuur, zat op verschillende kostscholen, maakte reizen naar onder meer Ned.-Indië en trad in Duitse dienst. Onder welke rang hij meevocht, is niet bekend, maar wel bleef in de familie nog lang het IJzeren Kruis bewaard, waarmee hij onderscheiden werd.

Teixeira de Mattos
Jonkheer Marie Johan Teixeira de Mattos (1896-1990) vocht aan Duitse zijde mee als luitenant in het Huzarenregiment Königin Wilhelmina der Niederlanden.

Afb. 5. Maurice Arthur baron van Tuyll van Serooskerken (1888-1915).

Van Tuyll van Serooskerken
Maurice Arthur baron van Tuyll van Serooskerken (1888-1915) had een grootvader, die een Engelse echtgenote huwde. Ook zijn vader trouwde een Engels vrouw en werd luitenant bij de Royal Gloucestershire Hussars. Nadat de vader van Maurice op jonge leeftijd was overleden, sloot zijn moeder een schitterend huwelijk met de 9th Duke of Beaufort en werd zij hertogin. Maurice werd in 1908 2e luitenant en nadien ritmeester, om uiteindelijk kapitein bij de 10th (Prince of Wales’s Own) Royal Hussars te worden. Hij sneuvelde op 13 mei 1915 in Ieper, West-Vlaanderen, waar nog heden zijn graf te vinden is.

De Weichs de Wenne
Joseph Maria Hubertus Franciscus Johannes baron de Weichs de Wenne (1888-1965) werd geboren in Duitsland uit een van oorsprong Duitse familie, maar zijn overgrootvader werd in 1816 opgenomen in de Nederlandse adel en hiermee kreeg deze tak van het geslacht de Nederlandse nationaliteit. Hij vocht als res.-luitenant veldartillerie in Pruisische dienst mee in de Eerste Wereldoorlog, maar toen de oorlog afgelopen was, keerde hij terug naar Nederland en werd burgemeester van Wanssum (1923-1953) en van Meerlo (1937-1953), en kamerheer i.b.d. van Koningin Wilhelmina en Koningin Juliana.

Afb. 6. Op de foto zittend in het midden: Her Grace The Duchess of Beaufort née Louisa Emily Harford (1864-1945) en douairière Charles Frederic baron van Tuyll van Serooskerken. Tijdens de Eerste Wereldoorlog zou zij als oorlogsvrijwilligster dienst doen en gewonden verzorgen. Van links naar rechts haar kinderen François Charles Owen (‘Frankie’) baron van Tuyll van Serooskerken (1885-1952), Lady Blanche Linnie Somerset (1897-1968), Lord Henry Hugh Arthur Fitzroy Somerset, Marquess of Worcester (1900-1984), Maurice Arthur baron van Tuyll van Serooskerken (1888-1915), die in Ieper sneuvelde, en Lady Diana Maud Nina Somerset (1898-1935). Foto met dank aan www.badmintonvillage.com

De zaak Delphine Boël (3), door jonkheer mr. Dolph Boddaert

Afb. Het wapen Boël. Afbeelding met dank aan Mimich – Eigen werk, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=9102615.

Het laatste artikel over de zaak Boël in Adel in Nederland dateert van 20 mei 2017 (zie: https://www.adelinnederland.nl/zaak-delphine-boel-2-jonkheer-mr-dolph-boddaert/). In dat artikel moest worden bericht, dat de vorderingen van Delphine Boël tot ontkenning van het vaderschap van haar wettige vader Jacques Boël en de vaststelling van het vaderschap van koning Albert II waren afgewezen door de rechtbank in Brussel.

Delphine is van deze uitspraak in beroep gegaan bij het Gerechtshof in Brussel en met succes. In een uitvoerig gemotiveerde uitspraak van 25 oktober 2018 heeft het Hof beslist, dat Jacques Boël niet meer de wettige vader is van Delphine. Bovendien heeft het Hof beslist, dat koning Albert II DNA zal moeten afstaan, ten einde vast te stellen of hij inderdaad de natuurlijk vader is van Delphine.

De procedure bestond uit twee onderdelen.

In de eerste procedure had Delphine gevorderd, dat de wettelijke band met Jacques Boël zou worden verbroken. Jacques Boël had zelf ingestemd met deze vordering van Delphine. Hij had zich vrijwillig onderworpen aan een DNA – test, die aangaf, dat hij niet de verwekker van Delphine is geweest. Maar koning Albert II was in deze procedure als procespartij tussengekomen en had betoogd, dat het bezit van de wettige staat en de integratie in een familiestructuur aan toewijzing van de vordering in de weg zou staan. De Rechtbank was met deze redenatie meegegaan.

Het Gerechtshof heeft nu beslist, dat koning Albert helemaal niet bevoegd was om in deze procedure tussen te komen. Een procedure tot ontkenning van wettigheid kan alleen worden gevoerd door het kind zelf, door de moeder, door de wettige vader of door een man die beweert de natuurlijke vader te zijn. Maar een man, die juist beweert, dat hij niet de natuurlijke vader is, heeft met deze procedure niets te maken, aldus het Hof. Verder achtte het Hof het in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en met het Mensenrechtenverdrag om de wettelijke status in overeenstemming te brengen met de biologische werkelijkheid.

De tweede procedure strekte tot vaststelling van het vaderschap van koning Albert II. Deze kon alleen slagen, wanneer de wettelijke band tussen Delphine en Jacques Boël zou zijn verbroken. Nu hierover een beslissing is gevallen, rest nog slechts de vraag of koning Albert II inderdaad de verwekker van Delphine is geweest. En het Hof heeft nu beslist, dat koning Albert DNA materiaal zal moeten afstaan aan een daartoe aangewezen deskundige. Koning Albert II heeft drie maanden de tijd om van de uitspraak in cassatie te gaan.

Bergen 6 november 2018

 

Adel in Nederland: verleden tijd of onsterfelijk?

Inge van Breda studeert journalistiek aan Hogeschool Utrecht en interviewde Pieter van Beyma (ex-jonkheer), jonkheer Christiaan van Nispen tot Sevenaer en John Töpfer, directeur AiN, over de Nederlandse adel en zijn toekomst.

Ex-jonkheer Pieter van Beyma besloot eind jaren ’70 dat hij uit de adel wilde stappen, tot groot ongenoegen van de Nederlandse Hoge Raad van de Adel. Een jaar of zeven en heel wat doorzettingsvermogen verder raakte hij eindelijk zijn predikaat van jonkheer kwijt. Door deze keuze is hij de enige nog levende ex-jonkheer die vrijwillig de adel uit is gestapt. Volgens hem is het einde van de adel in zicht, maar jonkheer Christiaan van Nispen tot Sevenaer en John Töpfer, directeur van de Stichting Adel in Nederland, kan de adel nog eeuwenlang bestaan.

Afb. 1. Jonkheer Christiaan van Nispen tot Sevenaer.

De Nederlandse adel heeft officieel geen enkele functie meer in de maatschappij. Bij de grondwetswijziging in 1848 zijn de voorrechten van de adel afgeschaft. Dit betekent volgens jonkheer Christiaan van Nispen tot Sevenaer (56) echter niet dat de adel helemaal niks meer voorstelt. “Ik denk dat de adel een voorbeeldfunctie heeft. Er wordt nog steeds naar je gekeken. We hebben ook van huis uit altijd meegekregen dat je er niet alleen voor jezelf bent, maar ook voor een ander.” Ook ex-jonkheer Pieter van Beyma (75) kan dat beamen: “Er worden hogere eisen aan je gesteld. Aan je gedrag, aan je manifestatie naar buiten toe: je moet je fatsoenlijk gedragen en weten wie je bent, van adel dus.”

Van adel zijn en de vooroordelen die daarbij komen kijken, daar wilde Pieter van Beyma vanaf. “De titel verwijderde mij van de mensen waarmee ik werkte. Mensen gingen mij op een hoger niveau zetten, waar ik niet om had gevraagd”, legt hij uit. “Het hebben van de titel jonkheer heeft mij nooit iets gedaan. Wacht, dat klopt niet helemaal. Als je ontdekt dat je een titel hebt, geeft het je wel het gevoel dat je iets aparts hebt. Dat je bijzonder bent, want niet iedereen heeft het. Al gaandeweg mijn volwassenwording ben ik er gewoon achter gekomen dat het flauwekul is. Je hoeft je niet bijzonder te voelen omdat je een paar lettertjes voor je naam hebt staan.” Na deze bewustwording begon van Beyma zich te ergeren aan die lettertjes voor zijn naam. Deze ergernis ging zo ver dat hij besloot uit de adel te gaan stappen.

Het proces van uit de adel stappen ging niet zonder slag of stoot. Het heeft uiteindelijk zo’n zeven jaar geduurd tot Van Beyma officieel niet meer tot de adel hoorde. Het was eerst zoeken naar de ingangen waar hij heen zou moeten om zijn doel te bereiken. “De Hoge Raad van de Adel zat in eerste instantie helemaal niet in mijn vizier, maar die gingen er natuurlijk ook wat van vinden. Natuurlijk waren zij tegen, ze waren bang dat andere edelen mij gingen volgen.”

Tijdens het proces is Van Beyma één keer bij toenmalig Minister van Binnenlandse Zaken Koos Rietkerk uitgenodigd, in de hoop dat de Minister mee zou gaan in de argumentatie van Van Beyma en akkoord zou gaan met de inlevering van zijn titel. Maar dat was niet het geval. “Rietkerk kon op een gegeven moment geen tegenargumenten meer vinden en liet de zaak op zijn beloop. Toen ben ik naar de ombudsman gegaan.” De ombudsman is toen achter het standpunt van Van Beyma gaan staan. “Hij zei: die man heeft een verzoek bij de overheid ingediend, en die overheid reageert helemaal niet meer. Dat is obstructie van de burger. En dat mag niet”, legt de ex-jonkheer uit.

Na jarenlang doorzetten is het Van Beyma dus gelukt uit de adel te stappen. Maar deze overwinning heeft er echter niet voor gezorgd dat deze titel overal voor de naam van Van Beyma verdwenen is, wat het grote doel van deze missie was. “De enige plek waar het mij is gelukt die titel weg te halen, is op mijn rijbewijs. Verder staat het overal nog.” Hoe dat kan? Van Beyma vermoedt dat het vanuit de regering niet helemaal is doorgezet. “Ze willen niet dat er nog meer mensen met dit proces aan de gang gaan, dus als je maar gewoon ontkent of het gewoon maar ergens in de goot laat liggen, dan denk je “die man die gaat een keer dood en dan zijn we er weer van af.”’

Afb. 2. Het familiewapen Van Beyma.

Pieter van Beyma heeft er bewust voor gezorgd dat alleen hij de adel zou verlaten, hij wilde zijn familie daar verder niet in meenemen. “Zij vonden het eigenlijk onzinnig dat ik er zo mee zat. Je gebruikt dan toch gewoon die titel niet? Dat is eigenlijk wat zij allemaal doen. En de een wordt er af en toe wel mee geconfronteerd, de ander niet. Een van mijn broers gebruikt het bewust, hij vindt het mooi dat dat nog kan. De anderen niet, die zijn er kennelijk tevreden mee. Ik vind dat een wat laf standpunt. Als je er niet meer in gelooft, dan doe je het weg. Klaar.”

Bij jonkheer Christiaan van Nispen tot Sevenaer heeft het predikaat van jonkheer nooit in de weg gestaan. “Ik voel vooral nieuwsgierigheid. Toen ik ging studeren, woonde ik boven een kroeg in Eindhoven. Daar kwam de post binnen en op een gegeven moment vraagt de man achter de bar van de kroeg: “Wat is dat nou? Zijde gij van adel?” Ik zei ja. “Oh, moet ik nou baron tegen u zeggen?” Meer dan dat is het niet. Het is gewoon pure nieuwsgierigheid.” Wel komt er een bepaald verwachtingspatroon bij kijken, legt hij uit. Men verwacht integriteit, beschaafdheid, weten “hoe het heurt”, waar de adel ook wel aan probeert te voldoen.

Volgens de jonkheer heeft de adel tegenwoordig geen grote functie meer en voegt de adel zich steeds meer tussen “de mens”. “Vroeger was dat wel anders. Ik ging ooit een keer met een overgrootmoeder naar een bruiloft toe. Dat was een redelijk populaire bruiloft en daar stond een rij van twee uur om bij het bruidspaar te komen en zij liep daar zo voorbij. Ik dacht dat we moesten wachten. “Ja maar dat is voor de mens, dat is niet voor mij”, zei ze. Dat was een product van haar tijd. In haar tijd ging dat zo. Dat kan nu niet meer.”

Volgens Van Nispen heeft de opvatting “adel is niet meer van deze tijd” te maken met een denkbeeld dat men heeft dat aansluit op hoe de adel in vroegere tijden was en zoals je het in de geschiedenisboeken hebt geleerd. De adel woont op kastelen, ver verheven boven het volk. “En dan hebben ze volkomen gelijk, dat beeld is niet meer van deze tijd. Alleen als je nu ziet hoe de adel zich aangepast heeft of meegegaan is in de maatschappelijke veranderingen die er zijn, het zit gewoon als een solide cement door de samenleving heen.”

Afb. 3. John Töpfer, directeur Stichting Adel in Nederland. Foto met hartelijke dank aan Freddy Schinkel.

De Nederlandse adel bestaat uit zo’n 11.000 leden. Dat aantal blijft al een hele tijd stabiel, ondanks dat er families uitsterven. Er zijn namelijk ook families waarin heel veel kinderen worden geboren, waardoor het aantal edelen niet daalt, volgens directeur van Stichting Adel in Nederland John Töpfer. Mede door deze stabiliteit in het aantal edelen ziet Töpfer de adel voorlopig nog niet uitsterven. “Net zoals de Nederlandse bevolking niet zal uitsterven, zal dit ook niet met de Nederlandse adel gebeuren. Ook zie ik in de afgelopen decennia bij de oudere en ook bij de jongere generaties van de Nederlandse adel een hernieuwde interesse in de familiegeschiedenis.”

Töpfer legt uit dat edelen vaak een groot verantwoordelijkheidsgevoel hebben tegenover de medemens. Veel leden van de Nederlandse adel zijn zeer maatschappelijk betrokken. Ze zijn actief bij goede doelen en zetten zich in voor mensen die hun hulp kunnen gebruiken. Dit is ook te zien bij zowel Van Nispen tot Sevenaer als bij Van Beyma. Van Beyma heeft een aantal jaar in Afrika gewoond om daar met zijn landbouwkennis jonge Afrikaanse boeren op te leiden, waarna zij zelf verder konden werken. Van Nispen zet zich in voor de Orde van Malta en is daarvoor al meerdere keren naar Lourdes afgereisd om ouderen en gehandicapten te helpen.

“Ik denk dat adel een voorbeeld kan zijn”, geeft Töpfer aan. “Hoe je een schakel bent in een keten en verantwoordelijkheid hebt voor de komende generaties, daarbij geïnspireerd door je voorgeschiedenis. Het is aan de jongere generaties hoe zij dit willen gaan invullen en hoe zichtbaar zij hierbij willen zijn.”

Volgens Töpfer en Van Nispen ziet de toekomst van de Nederlandse adel er dus prima uit, zolang het maar blijft meegroeien met de rest van de maatschappij. Op die manier kan de adel nog eeuwen doorgaan, in elk geval zolang de monarchie nog bestaat. En zelfs zonder monarchie kan de adel nog blijven bestaan, zoals in Duitsland het geval is. In tegenstelling tot deze mening ziet ex-jonkheer Van Beyma het liefst een toekomst zonder adel voor zich. “Ik vecht voor het afschaffen van die titel, die vind ik volstrekt uit de tijd en onnodig. Behoren tot de adel geeft een soort fake idee dat je beter bent. Dat kan niet. Laat gewoon zien wie je bent en doe dat aan de hand van wat je presteert en hoe je in het leven staat. Daar is een titel niet bij nodig.”

Op stand aan de wand: baron en barones Van der Capellen

Afb. Baron en barones Van der Capellen op hun portretten door J. Linge uit 1912. Foto’s met dank aan het Notarishuis Arnhem/www.notarishuis-arnhem.nl.

Begin deze week werden bij het Notarishuis in Arnhem deze portretten van baron en barones Van der Capellen-Van Walchren geveild. Het betreft Reinier Hendrik Otto baron van der Capellen (1854-1937), die generaal-majoor en lid van de Hoge Raad van Adel was, en zijn echtgenote Johanna Diederika van Walchren (1868-1952). Zij stamde uit een patriciaatsfamilie en was de dochter van een Rotterdamse reder en koopman.

In de afgelopen jaren doken er op verschillende veilingen portretten op uit de eens grote verzameling van de familie Van der Capellen, die een vrij compleet beeld bood van deze familie door de eeuwen heen. Sommige vonden een nieuw onderdak in de Musea Zutphen, de stad waar de familie eeuwenlang een zeer belangrijk rol speelde, andere kwamen in een stichting terecht en sommige kregen een onbekend onderdak. AiN is benieuwd te horen welke bestemming deze twee portretten hebben gekregen!

In één van de komende magazines van AiN, die donateurs vier keer per jaar per mail toegestuurd krijgen, komt een artikel te staan met daarin een reconstructie van wat eens eeuwenlang bijeenkwam.

Huis de Schaffelaar in Barneveld: het mooiste kasteel in neo-Tudorstijl in Nederland.

Afb. Huis de Schaffelaar in Barneveld, een nieuw kasteel uit 1852 met torens, tinnen en transen.

In 1852 huwde Jasper Hendrik baron van Zuylen van Nievelt (1808-1877), heer van de Schaffelaar (1828-1877) Jeanne Cornélie barones van Tuyll van Serooskerken (1822-1890) en in datzelfde jaar werd de eerste steen gelegd voor een groot nieuw huis in de toen uiterst modieuze Engelseneo-Tudorstijl. Wie het nu ziet, krijgt een beetje ‘Downton Abbey gevoel’.

Door het overlijden van hun enige zoon, Coenraad Jan baron van Zuylen van Nievelt, in 1865 op elfjarige leeftijd werd hun dochter Johanna Magdalena Cornelia barones van Zuylen van Nievelt (1856-1934) de volgende vrouwe van de Schaffelaar (1877-1934). Haar echtgenoot, Anne Willem Jacob Joost baron van Nagell (1851-1936), was voorbestemd om zijn vader als oudste zoon op het huis Ampsen op te volgen, maar door het huwelijk met deze erfdochter vestigde hij zich op de Schaffelaar en was gedurende tweeënveertig jaar burgemeester van Barneveld. Tegenover het kasteel herinnert een borstbeeld aan zijn jaren als burgervader.

In 1934 werd hun oudste dochter, Johanna Cornelia barones van Nagell (1881-1935), de volgende vrouwe van de Schaffelaar (1934-1935), maar zij overleed het jaar erna helaas aan een ongeneeslijke ziekte en de Schaffelaar vererfde op haar neef Egbert Joost baron van Nagell (1923-1944), die de nieuwe heer van de Schaffelaar (1935-1944) werd. In datzelfde jaar verliet de familie het kasteel. Egbert Joost sneuvelde als vliegenier voor het vaderland en zijn zusje Jeanne Linnie Alice barones van Nagell (1918-2007) werd de laatste vrouwe van de Schaffelaar (1944-1968).

Zij huwde in 1939 jonkheer Willem François Clifford Kocq van Breugel (1914-2015), maar bewoonde het huis nimmer; de kosten van onderhoud en de successierechten, die drie keer in tien jaar tijd betaald moesten worden, maakten dit niet mogelijk. Even ging nog het gerucht dat Prinses Margriet en echtgenoot mr. Pieter van Vollenhoven het zouden gaan bewonen en zelfs was er even sprake van dat het misschien gesloopt zou worden.

In 1967 verkocht mevrouw Van Breugel echter het 90 ha. grote landgoed aan het Geldersch Landschap en het kasteel werd voor het symbolische bedrag van 1 gulden verkocht aan de gemeente Barneveld. Nadien volgde er een veiling van een deel van de inboedel en antieke meubelen, kristal, porselein, luchters, kristallen kronen, klokken, Perzische tapijten, enz. wisselden van eigenaar. De laatste vrouwe van de Schaffelaar heeft naar verluidt nimmer meer voet in Barneveld gezet, maar keerde pas in 2007 terug, toen zij herenigd werd met haar voorouders in het familiegraf.

Boekennieuws: National Trust. Hollandse meesters uit Britse landhuizen

Afb. De voorzijde van het boek, met een doorkijkje naar de Green Closet in Ham House, ingericht door Richard Murray, 1st Earl of Dysart.

De National Trust beheert in Engeland, Wales en Noord-Ierland naast landschappen zo’n 200 historische landhuizen met daarin één van de grootste schilderijenverzamelingen in het Verenigd Koninkrijk. Het Mauritshuis in Den Haag heeft nu de primeur dat zij voor het eerst een selectie van de mooiste en meest bijzondere Nederlandse schilderijen uit 12 verschillende Britse landhuizen kan laten zien, met namen als Rembrandt, Cuyp, Hobbema en Van de Velde.

Bij Waanders Uitgevers Zwolle verscheen het begeleidende boek, waarin het verhaal bij deze schilderijen, hun verzamelaars en de huizen waar ze hangen verteld wordt. Sinds de 17e eeuw waren Nederlandse schilderijen in trek bij rijke en adellijke Britten en deze werden verzameld om in hun huizen mee te pronken.

In het boek wordt er bij ieder landhuis kort iets over de geschiedenis van het huis en zijn bewoners verteld. Daarnaast wordt ook informatie gegeven over hoe en wanneer het huis en de schilderijen bezit werden van de National Trust. Deze Liefddadigheidstrust werd in 1895 opgericht en ontving sindsdien vele schenkingen, maar koopt ook zelf tot op de dag van vandaag schilderijen terug, om deze te herenigen met de huizen waar zij eens hingen. Bij ieder schilderij wordt uitgebreid verteld over het schilderij zelf, de schilder en de bezitsgeschiedenis.

Wat het boek voor AiN volgers extra aantrekkelijk maakt, zijn de adellijke familieverhalen in combinatie met een staalkaart van Britse adellijke landhuizen. Ook dit keer is het boek, geheel in de Waanders traditie, fraai vormgegeven en rijk geïllustreerd.

Link naar meer informatie en bestelmogelijkheid https://www.waandersdekunst.nl/hollandse-meesters-uit-national-trust-houses.html

Blog over uniek glas met namen Friese adel

Afb. Het glas, met in de bovenrand de gegraveerde namen van Friese edelen. Screenshot met dank aan Tussen Kunst en Kitsch.

In het programma Tussen Kunst en Kitsch werd op woensdag 26 september een zeer bijzonder glas gepresenteerd uit het einde van de 16e eeuw. Het glas werd in Antwerpen gemaakt en is een ‘hensbeker’, die aan leden van een gezelschap werd doorgegeven, waarbij het glas in één keer leeggedronken moest worden.

Wat het glas extra bijzonder maakt, zijn de namen van Friese edelen die erin gegraveerd zijn, waaronder enkele dames, zoals Cammingha, Botnia, Heerma, Walta, Dekema, Juckema, Burmania en Grovestins. Het glas werd door deskundige Kitty Laméris getaxeerd op 85.000 euro.

André A. Buwalda deed onderzoek naar de namen op het glas en ontrafelde de familiebanden. Lees zijn blog op https://buwalda.blogspot.com/2018/11/een-friese-hensbeker-uit-1599.html?m=1&fbclid=IwAR3wT48h_MRCWS79bDoXtzquWc98hi649-gzqTilWA62Y6tSpyZFYNdcins

Link naar de uitzending online https://www.uitzendinggemist.net/aflevering/449059/Tussen_Kunst_En_Kitsch.html

 

Adel & de Quote 500 van 2018

Afb. 1. De voorkant van de Quote 500 2018, waarvan Sander graaf Schimmelpenninck de hoofdredacteur is.

Ieder jaar publiceert het blad Quote een top 500 van rijkste personen en families in Nederland. Op de speciale jubileum top 1000 lijst van 2016 figureerden vier adellijke familienamen: Van Rappard, Van der Does, Van Wassenaer en Van Rechteren Limpurg. Vorig jaar was er weer de traditionele top 500 met nu drie adellijke familienamen: Van Rappard, Van der Does en Zu Solms-Sonnenwalde. Dit drietal is nu dit jaar uitgebreid met H.K.H. Mabel prinses van Oranje-Nassau, gravin van Oranje-Nassau van Amsberg. AiN bekeek de Quote 500 en de Quote familie 50 en ontdekte veel meer adellijke links.

QUOTE 500 2018:

Nr. 1. Charlene Lucille de Carvalho née Heineken (overgrootmoeder: een jonkvrouwe Tindal).

Nr. 7 (vorig jaar op 8). John Arthur Fentener van Vlissingen (gehuwd met een Gravin De Pourtalès, in de familie adellijke huwelijken met een Graaf von Cassis-Faraone, een jonkheer Van de Wall Repelaer, een jonkvrouwe Van Beresteyn, een jonkheer Reuchlin, een Graaf Von Trapp en een Von Meyenfeldt).

Afb. 2 Marie Heineken née jonkvrouwe Tindal (1849-1932). Foto part. coll.

Nr. 39 (vorig jaar op 237). Jonkheer Pieter Willem van der Does. Pieter van der Does is sinds drie jaar geleden nieuw op de Quote 500 lijst. Hij is mede-oprichter en president & CEO van Adyen. Adyen is een Nederlands softwarebedrijf dat gespecialiseerd is in het tegengaan van fraude in het betalingsverkeer. Wereldwijd zijn er tien kantoren, werken er 340 mensen en behaalde het in het afgelopen jaar een omzet van 150 miljoen euro. In december 2014 werd er 200 miljoen euro nieuw investeringskapitaal binnengehaald om de internationale groei van het bedrijf te kunnen versnellen. Door deze investeringen werd Adyen toen gewaardeerd op 1,2 miljard euro. Door nieuwe investeringen vorig jaar was Adyen toen volgens schattingen 2,3 miljard euro waard.

Nr. 43 (vorig jaar op 36). Alicia Westheim née Fentener van Vlissingen (adellijke links: zie nr. 7).

Nr. 44 (vorig jaar op 37). Tannetta Dow née Fentener van Vlissingen (adellijke links: zie nr. 7).

Nr. 56 (vorig jaar op 50). Mr. Louis Rudolph (‘Rolly’) Jules ridder van Rappard (grootmoeder: een barones Van Hardenbroek van Lockhorst, hofdame van Prinses Juliana).

Nr. 62 (vorig jaar op 53). Eijk Herman Alexander de Mol van Otterloo (uit een patriciaatsfamilie, grootmoeder: een jonkvrouwe Röell, verder in de familie adellijke huwelijken met een jonkvrouwe Stoop, een jonkvrouwe De Savornin Lohman en twee jonkvrouwen Feith).

Nr. 63 (vorig jaar op 57). Frederik Harald Fentener van Vlissingen (grootmoeder: een jonkvrouwe De Graeff, grootmoeders van echtgenote: een barones Van Tuyll van Serooskerken en een jonkvrouwe Snouck Hurgronje, voor verdere adellijke huwelijken in de familie zie nr. 7).

Nr. 69 (vorig jaar op 60). Anne Marianne (‘Annemiek’) Fentener van Vlissingen (grootmoeder: een jonkvrouwe De Graeff, zie verder nr. 7).

Nr. 70 (vorig jaar op 61). Francisca (‘Cisca’) Elizabeth Fentener van Vlissingen (grootmoeder: een jonkvrouwe De Graeff, zie verder nr. 7).

Nr. 71 (vorig jaar op 62). Martha (‘Marthe’) Frederike Fock née Fentener van Vlissingen (grootmoeder: een jonkvrouwe De Graeff, zie verder nr. 7).

Nr. 112 (vorig jaar op 92). Brigitte Jacqueline Nathalie Belin née Fentener van Vlissingen (moeder: een Gravin De Pourtalès, zie verder nr. 7).

Nr. 113 (vorig jaar op 96). Robert-Jan Michel Fentener van Vlissingen (moeder: een Gravin De Pourtalès, zie verder nr. 7).

Nr. 114 (vorig jaar op 98). Nicole Sophie Honegger née Fentener van Vlissingen (moeder: een Gravin De Pourtalès, zie verder nr. 7).

Afb. 3. H.K.H. Mabel Martine prinses van Oranje-Nassau, gravin van Oranje-Nassau van Amsberg. © RVD – Jeroen van der Meyde/www.koninklijkhuis.nl.

Nr. 149 (dit jaar nieuw binnengekomen). H.K.H. Mabel Martine prinses van Oranje-Nassau, gravin van Oranje-Nassau van Amsberg née Wisse Smit. Prinses Mabel bezit een aandelenpakket in Adyen (zie nr. 39).

Nr. 349 (vorig jaar op 302). Klaus Jorgen de Clercq Zubli (uit een patriciaatsfamilie, in de familie huwelijken met een baron Van Heeckeren van Brandsenburg, een jonkvrouwe van den Berch van Heemstede, een jonkheer Quarles van Ufford, een jonkvrouwe Van Nispen tot Sevenaer).

Nr. 446 (vorig jaar op 411). Alfred Otto Friedrich Graaf zu Solms-Sonnenwalde (uit een Duitse adellijke familie, met een Nederlandse gravin Bentinck als moeder).

QUOTE familie 50 2018:

nr. 1. Brenninkmeijer (huwelijken met o.a. een prinses De Bourbon de Parme).

nr. 4. Dreesmann (huwelijken met een jonkheer Testa en een baron Van Hövell tot Westerflier)

nr. 9 (vorig jaar op 10). Van Oranje-Nassau

nr. 16 (vorig jaar op 15). Van Beuningen (een patriciaatsfamilie met huwelijken met een baron Kraijenhoff, een baron Van Dedem, een jonkheer Graswinckel, een jonkheer Van Eysinga en een jonkvrouwe Van Suchtelen).

Op deze lijst stond vorig op nr. 50. De familie Del Prado (partner van een barones De Vos van Steenwijk), maar deze is nu dit jaar van deze lijst verdwenen.

Benieuwd naar de hele lijst en de miljoenen? Quote ligt nu in de winkel en kost € 20,-.

Noot van de redactie: aanvullingen en opmerkingen zijn welkom via info@adelinnederland.nl

De Stichting Adel in Nederland (AiN) heeft als doel het digitaal aanbieden van informatie over adel in Nederland in de ruimste zin: actualiteiten in de media, genealogisch nieuws, historische informatie, anekdotes en informatie over boeken, tentoonstellingen, lezingen, excursies, symposia en veilingen. Wilt u ons steunen in onze werkzaamheden? Voor 17,50 euro per jaar wordt u donateur en krijgt u vier keer per jaar ons digitale magazine boordevol informatie en verhalen. Daarnaast ontvangt u korting op en voorrang bij door AiN georganiseerde excursies. Mail voor meer informatie naar nieuwsbrief@adelinnederland.nl

Als u nu donateur wordt, ontvangt u de drie eerder dit jaar verschenen magazines meteen in uw mailbox! Het vierde en laatste magazine van dit jaar ontvangt u in december. Hieronder ziet u het in maart, juni en september verschenen magazine.

Veilingnieuws: het echtpaar Van Lamsweerde-Van Dorth

Afb. Het echtpaar Van Lamsweerde-Van Dorth: stamouders van alle baronnen en baronessen Van Lamsweerde in en buiten Nederland. Foto’s met dank aan het Notarishuis Arnhem/www.notarishuis-arnhem.nl.

In de najaarsveiling van het Notarishuis Arnhem worden twee portretten van een echtpaar geveild, waarvan de namen in de catalogus niet genoemd worden. Dankzij de opgeschilderde familiewapens blijkt het hier om baron en barones Van Lamsweerde-Van Dorth te gaan, de stamouders van alle nu tot de Nederlandse adel behorende baronnen en baronessen Van Lamsweerde.

Gerardus Wilhelmus Josephus baron van Lamsweerde werd geboren in 1758 op huis Eerbeek in Brummen. De familie gaat terug tot begin 16e eeuw, toen de stamvader genoemd werd, die als secretaris in dienst was van de bisschop van Utrecht. Zijn nakomelingen bleven rooms-katholiek, waardoor bestuurlijke functies niet mogelijk waren, maar als jagermeester en houtvester van het markiezaat van Bergen op Zoom en later als officieren behoorden de Van Lamsweerdes tot de aanzienlijke rooms-katholieke families. Ook door huwelijken waren zij hiermee verbonden. Gerardus werd in 1795 burgemeester van Zutphen en een lange bestuurlijke carrière volgde. In 1813 werd hij door Keizer Napoleon verheven tot Baron de ‘Empire en in 1814 volgde zijn benoeming in de Ridderschap van Gelderland. Aanvankelijk kreeg hij de titel baron bij recht van eerstgeboorte, maar in 1817 werd deze erkend voor al zijn nakomelingen.

In 1789 trad hij in het huwelijk met Maria Cornelia van Dorth, die in 1760 geboren werd op het huis Bussloo in Voorst. Zij stamde uit een oudadellijk Gelders geslacht, dat ook de moederkerk trouw bleef. Hierdoor konden haar voorouders niet langer in de Ridderschap verschreven worden. Het echtpaar kreeg tien kinderen en hun nakomelingen leven voort in Nederland, Duitsland, België, Brazilië, Zwitserland, Schotland, Italië, Frankrijk en de Verenigde Staten.

De portretten meten 61,5 x 54,5 en 61 x 52, zijn geschilderd op paneel en 1 lijst ontbreekt. De richtprijs is 400-600 euro.

Link naar de website van het Notarishuis Arnhem: http://www.notarishuis-arnhem.nl

Herfst op Nieuwe Rande

Afb. 1. Het huis Nieuwe Rande ligt in een landschapspark dat door de bekende landschapsarchitect J.D. Zocher jr. werd aangelegd in opdracht van de oud-gouverneur-generaal Duymaer van Twist.

Het huis Nieuwe Rande in Diepenveen bij Deventer heeft als meest bekende eigenaar en bewoner ongetwijfeld mr. Albertus Jacobus Duymaer van Twist (1809-1887), telg uit een patriciaatsfamilie, die in de jaren 1851-1856 gouverneur-generaal van Ned.-Indië zou worden. Hij huwde in 1837 de officiersdochter Maria Joanna Beck (1812-1895). Het huwelijk zou kinderloos blijven, maar in 1856 nam het echtpaar de zorg op zich van Anna Margaretha Frederika barones van Heerdt (1849-1935), die nog maar zes jaar oud haar moeder, zusje en broertje had verloren. Zes jaar later werd Duymaer van Twist door de vader van het meisje, Jacob Carel Frederik baron van Heerdt (1817-1880), officieel tot voogd worden benoemd en naar verluidt was de kleine freule het zonnetje in hun leven.

Afb. 2. De vijver voor het huis heeft door de droge zomer een zeer lage waterstand.

Na het overlijden van mevrouw Duymaer van Twist werden huis en landgoed Nieuwe Rande in 1896 voor 160.000 gulden verkocht aan Guillaume Jean Théodore baron Stratenus (1858-1939), die gehuwd was met Emmerika Catharina Sebilla van Wickevoort Crommelin (1859-1939). Het landgoed had toen een omvang van 130 hectare en drie boerderijen maakten deel uit van het bezit.

Afb. 3. Mooie doorkijkjes in het omringende landschapspark van de bekende landschapsarchitect J.D. Zocher jr., die ook het Vondelpark in Amsterdam ontwierp.

Het echtpaar kreeg een dochter en twee zoons, waarvan de oudste na het overlijden van zijn ouders op Nieuwe Rande zou blijven wonen. Deze Eduard Antoine baron Stratenus (1885-1979) deed een in zijn kringen ongewoon huwelijk door in 1963 te trouwen met zijn huishoudster Hillegonda Vis (1916-1996). Na zijn overlijden werd het landgoed in 1979 verkocht, maar de douairière bleef eigenaresse van het huis en woonde daar tot aan haar overlijden. Het huis werd daarna herenigd met het landgoed en beide zijn nu in het bezit van Stichting IJssellandschap.

Voor meer informatie over Stichting IJssellandschap en Nieuwe Rande zie https://www.ijssellandschap.nl/landgoederen/keizersrande/nieuw-rande/

Voor meer informatie over Hotel Gaia en eten & drinken op huis Nieuwe Rande zie http://www.hotelgaia.nl/