Moord & Brand: freule Van Plettenberg op het boevenpad

Afb. 1. Diderica Frederica des H.R. Rijksbarones van Plettenberg (1796-1869), foto coll. Historisch Museum Ede.

Op dinsdag 16 augustus 1796 werd te Zwolle geboren Diderica Frederica des H.R. Rijksbarones van Plettenberg. Twee dagen later werd zij gedoopt en als doopgetuige trad haar tante Eleonora van Voërst op. Haar vader, Alexander Leonard des H.R. Rijksbaron van Plettenberg, was een nakomeling uit een familie die teruggaat tot omstreeks 1540 en in 1661 werd een voorvader door Keizer Leopold I in de adel verheven als Baron des Heiligen Roomsen Rijks en op basis van dit adelsdiploma werd haar broer met zijn nakomelingen in 1814 in de Nederlandse adel opgenomen. Haar moeder, Antonia Coenradina Wilhelmina van Voërst, was een telg uit een oud-adellijk Overijssels geslacht dat teruggaat tot in 1406 en haar oudst bekende voorvader was in dat jaar mede-stichter van het klooster in Sibculo.

Zij groeide als jongste in een gezin met vijf kinderen op in Zwolle, nadat de familie vanwege vaders carrière als officier infanterie onder meer in Leeuwarden en Maastricht woonachtig was geweest. In 1800, zij was toen nog maar vier jaar oud, overleed haar vader en haar moeder bleef achter met vijf minderjarige kinderen. In de jaren erna werd het gezin steeds kleiner door de huwelijken die de kinderen sloten. Allen deden goede huwelijken en hadden een comfortabel bestaan: zo huwden twee zusjes met officieren, een ander huwde een burgemeester en haar broer maakte carrière als ontvanger der registratie.  Alleen Diderica Frederica bleef ongehuwd en mogelijk speelde haar fysieke kwaliteiten mee, want in latere jaren werd zij omschreven als “…zeer lang van gestalte en zwaar van stem.”

In 1839 overleed haar moeder en waarschijnlijk om financiële redenen ging zij uiteindelijk in het dorpje Ede wonen, waar de kosten van levensonderhoud veel lager zullen zijn geweest.  Hier bewoonde zij vanaf 1862 in alle rust samen met een gezelschapsjuffrouw het huis ‘Paaschberg’, tot in het jaar 1866 Ede werd opgeschrikt door een grote diefstal: bij Mevr. G. van Sijssen te Ede werden in de nacht van zondag 25 maart op maandag 26 maart juwelen en effecten met een waarde van f  40.000,- gestolen – anno 2017 een waarde van ruim € 400.000,-!

Afb. 2. De ouders van freule Van Plettenberg: Alexander Leonard des H.R. Rijksbaron van Plettenberg (1753-1800) en Antonia Coenradina Wilhelmina Assueria van Voërst tot Alerdinck (1760-1839) met hun dochter Louise Antoinette, coll. Legermuseum.
Afb. 2. De ouders van freule Van Plettenberg: Alexander Leonard des H.R. Rijksbaron van Plettenberg (1753-1800) en Antonia Coenradina Wilhelmina Assueria van Voërst tot Alerdinck (1760-1839) met hun dochter Louise Antoinette, coll. Legermuseum.

Enkele maanden later beleende freule Van Plettenberg ineens effecten ter waarde van f25.000,- bij een makelaar in Rotterdam en haar gezelschapsjuffrouw vertrok in juni naar Parijs “… en toen zij van daar terugkwam, had zij niet weinig mede te deelen omtrent het genoegen daar gesmaakt en het vele daar gezien, terwijl zij een schat van kleedjes en de laatste modes had medegebragt…”

Afb. 3. De gezelschapsjuffrouw en partner in crime Catharina Gesina Louise Pronk, foto coll. Historisch Museum Ede.
Afb. 3. De gezelschapsjuffrouw en partner in crime Catharina Gesina Louise Pronk, foto coll. Historisch Museum Ede.

Enige tijd later ging freule Van Plettenberg logeren in Rotterdam en overmoedig geworden door haar succes besloot zij een coupon van een Oostenrijkse lening als betalingsmiddel te gebruiken, maar zette daar eerst eigenhandig twee nullen achter het bedrag dat hier op stond. Hierdoor wekte zij argwaan en er werden kritische vragen gesteld door de politie. Haar gezelschapsjuffrouw reisde daarop snel terug naar Ede, pakte de koffers, nam mee wat ze mee kon nemen en haalde de freule in Rotterdam op. Samen vertrokken zij per stoomboot naar Antwerpen en reisden vervolgens door naar Londen.

Niet lang daarna verscheen in het Algemeen Politieblad een signalement van de zeventigjarige freule en haar gezelschapsjuffrouw en “Tegen deze 2 personen is door de arrond. –regtbank te Arnhem verleend regtsingang met bevel van gevangenneming, ter zake van diefstal en valschheid in geschrifte.”

Volgens krantenberichten uit die tijd was de freule op haar beurt zelf ook slachtoffer van diefstal en maakte haar gezelschapsjuffrouw zich uit de voeten met wat er van de buit restte en vertrok zij naar Amerika, de freule “… in zeer kommervolle omstandigheden te Londen op een dakkamertje…” achterlatende.

Van Diderica Frederica des H.R. Rijksbarones van Plettenberg horen we in de krant nog één keer, wanneer zij vanuit Londen aan haar schuldeisers laat weten “… dat zij zoodra mogelijk hunne pretentiën voldoen zal.” Wat er van haar verder is geworden is niet bekend en zelfs haar precieze overlijdensdatum is onbekend, wel dat zij in het 2e kwartaal van 1869 in het Pancras district van Londen op drieënzeventigjarige leeftijd overleed.