Boekennieuws: ‘En we noemen hem’ door Marjolein van Heemstra

heemstra-marjolein-vanColumniste, schrijfster en theatermaakster Marjolein barones van Heemstra verwerkte al eerder elementen en personen uit haar familiegeschiedenis in theatervoorstellingen en boeken, en ook in haar nieuwste roman ‘En we noemen hem’ speelt haar familiegeschiedenis een grote rol.

De hoofdpersoon is zwanger en zit voor een dilemma. Moet zij haar toekomstige zoon vernoemen naar “bommenneef” of niet? Deze neef heeft op Sinterklaasavond 1946 een bomaanslag gepleegd, waarbij drie doden zijn gevallen. Later kreeg zij zijn zegelring, die was nagelaten onder de voorwaarde, dat een zoon naar hem zou worden vernoemd. Zij duikt in de geschiedenis en ervaart, dat het aureool van “verzetsheld” voor bommenneef in geen enkel opzicht klopt en met haar groeiende zoon in haar buik, groeit ook het besef dat familieoverleveringen niet altijd kloppen.

Link naar meer informatie en bestelmogelijkheid: https://dasmag.nl/shop/marjolijn-van-heemstra-en-we-noemen-hem

In 2016 verwerkte Marjolein van Heemstra het verhaal al in een theatervoorstelling, waarover zij in het filmpje hieronder geïnterviewd wordt.


Link naar de website van Marjolein van Heemstra: www.marjolijnvanheemstra.nl.

Tentoonstelling ‘Arm en Rijk/Rijk en Arm’: Haags Historisch Museum

Afb. 1. De poster van de tentoonstelling in het Haags Historisch Museum, die de twee verschillende werelden fraai illustreert.
Afb. 1. De poster van de tentoonstelling in het Haags Historisch Museum, die de twee verschillende werelden fraai illustreert.

T/m 3 september is in het Haags Historisch Museum een tentoonstelling te zien over hoe rijk en arm in Den Haag leefde. Stadspaleizen,  buitenplaatsen en krotwoningen komen op deze tentoonstelling voorbij, naast thema’s als stadsontwikkeling, huisvesting, dagelijks leven en vrijetijdsbesteding. De nadruk ligt op de 19e eeuw, maar er lopen ook lijntjes naar het heden en voorgaande eeuwen.

Eén van de schilderijen die te zien is, is het familieportret Quarles, dat het Haags Historisch Museum kort geleden op een veiling in Parijs kocht. Dit groepsportret van de familie Quarles is geschilderd door de schilder Gerard Hoet en op het portret staat mr. Pieter Quarles (1677-1744) afgebeeld met zijn echtgenote Cornelia Splinter van Loenersloot (1677-1750), hun twee zoons en een bediende. Op de achtergrond is de buitenplaats Vrijburg te zien, die nabij Voorburg lag.

Afb. 2. Het familieportret Quarles-Splinter van Loenersloot door Gerard Hoet. Foto met dank aan het Haags Historisch Museum.
Afb. 2. Het familieportret Quarles-Splinter van Loenersloot door Gerard Hoet. Foto met dank aan het Haags Historisch Museum.

De familie Quarles gaat terug tot begin 16e eeuw in Norfolk in het Verenigd Koninkrijk. In de 17e eeuw kwam een telg als koopman naar Nederland en zijn nakomelingen waren zeer succesvol en sloten goede huwelijken. Mr. Pieter Quarles was advocaat voor het Hof van Holland, advocaat-fiscaal over de vloogd en pensionaris van Gorinchem. Hij huwde in 1716 Cornelia Splinter van Loenersloot, die uit een Utrechtse adellijke familie stamde, en samen kregen zij twee zoons. Van hun zoon mr. Willem des H.R. Rijksbaron Quarles de Quarles (1717-1781) stammen de baronnen Quarles de Quarles af en van hun zoon mr. Lodewijk Quarles (1719-1781) de jonkheren Quarles van Ufford. De tak Quarles de Quarles woont grotendeels buiten Nederland in Australië.

Link naar meer informatie over deze tentoonstelling: www.haagshistorischmuseum.nl/tentoonstelling/arm-en-rijk-rijk-en-arm.

Tweede druk ‘Haagse en Leidse buitenplaatsen. Over landelijke genoegens van adel en burgerij’

haagse-en-leidse-buitenplaatsen-2
Afb. De voorkant van het boek.

Buitenplaatsen spreken tot de verbeelding en zij roepen herinneringen op aan een rijk verleden. In het verstedelijkt landschap van Nederland liggen deze historische, kasteelachtige huizen vaak als groene eilandjes tussen hoog opgaand geboomte verscholen, omringd door tuinen en bijgebouwen als koetshuizen en oranjeriën.

De buitenplaatscultuur kende in Nederland in de 17e en 18e eeuw een periode van grote bloei en ooit moeten er duizenden grote en ook kleine buitenplaatsen geweest zijn, maar anno 2017 zijn er nog maar 552 officieel erkende buitenplaatsen over, waarvan er 56 in Zuid-Holland gelegen zijn.

René W.Chr. Dessing, directeur van de Stichting Kastelen, historische Buitenplaatsen en Landgoederen (www.skbl.nl), was in 2012 de initiator en organisator van het Themajaar van de historische buitenplaatsen en schreef meerdere publicaties over dit thema. Van zijn hand verscheen dit naslagwerk ‘Haagse en Leidse buitenplaatsen. Over landelijke genoegens van adel in burgerij’, dat inmiddels uitverkocht is en waarvan nu de tweede druk verschenen is. In de vlot en helder geschreven inleiding wordt het ontstaan van buitenplaatsen in historisch perspectief geplaatst en krijgt de lezer informatie over de eigenaren, de locatie en de soorten buitenplaatsen.

Hierna worden 38 buitenplaatsen besproken, waarbij er informatie over heden en verleden gegeven wordt en vele smakelijke anekdotes verteld worden. Bij ieder huis staat ook informatie onder het kopje Zien en Doen over activiteiten op de buitenplaatsen zelf, maar ook in de omgeving. Daarnaast zijn er groene kaderteksten die aanvullende informatie geven over begrippen als heerlijkheden en ridderschappen, maar ook over onderwerpen als de (tuin)architectenfamilie Zocher en wandelen en fietsen.

Met dit boek is René Dessing er opnieuw in geslaagd een zeer aantrekkelijk boek te schrijven, waarmee hij voor een groot publiek dit belangrijke erfgoed toegankelijk maakt. De lezer thuis kan genieten van de verhalen en de vele fraaie illustraties en voor degene die de buitenplaatsen wil bezoeken, zijn er bruikbare tips, die vele leuke uitstapjes mogelijk maken. Goed dat er nu een tweede druk is verschenen!

Link naar meer informatie en bestelmogelijkheid: www.kantoorverschoor.nl/portfolio/haagse-en-leidse-buitenplaatsen/.

Binnen kijken op huis Oldengaerde

Afb. Catherine van Royen aan het woord over huis Oldengaerde. Screenshot met dank aan RTV Drenthe.
Afb. Catherine van Royen aan het woord over huis Oldengaerde. Screenshot met dank aan RTV Drenthe.

Voor RTV Drenthe vertelde Catherine van Royen, nakomelinge van de vroegere eigenaren, over het huis Oldengaerde, dat in 2013 door haar familie aan Het Drentse Landschap is geschonken. In 1808 kocht haar voorvader jonkheer Aalt Willem van Holthe tot Oldengaerde en Rhebrugge (1780-1854) de havezate Oldengaerde voor 20.000,- gulden. Nadien vererfde het op zijn kleinzoon Aalt Willem Westra van Holthe, die uit een patriciaatsfamilie stamde en die naar de wens van zijn grootvader de naam Van Holthe aan zijn familienaam Westra toevoegde.

De laatste vier eigenaressen waren de vier dochters van Ida Elisabeth Catharina Willinge née Westra van Holthe. Zij besloten gevieren om in december 2013 het huis met 15 ha. grond met in totaal zeven rijksmonumenten te schenken aan Het Drentse Landschap, omdat zij hierin “… een betrouwbare en kundige partner zagen…”, die in staat is “… de ziel en het karakter van het bijzondere erfgoed te bewaren.” Het Drentse Landschap noemde Oldengaerde destijds ‘een hemels geschenk’ en vonden het ‘fenomenaal dat er nog zulke mensen zijn’, omdat het huis ongelooflijk belangrijk is voor de Drentse geschiedenis.

Hieronder volgt de reportage door RTV Drenthe.


Het Drentse Landschap is nu gestart met een traject van meerdere jaren om het huis met de bijbehorende gebouwen en de tuin te renoveren.

Opening Hof van Heeckeren – zonder Van Heeckerens

Afb. 1. De cour van de Hof van Heeckeren aan de Kuipersraat in Zutphen met linksboven, nog net zichtbaar, de spits van de Walburgiskerk. Er zijn in Nederland maar weinig stadspaleizen met een vergelijkbare grote cour.
Afb. 1. De ‘cour’ van het Hof van Heeckeren aan de Kuipersraat in Zutphen met linksboven, nog net zichtbaar, de spits van de Walburgiskerk. Er zijn in Nederland maar weinig stadspaleizen met een vergelijkbare grote ‘cour’.
Afb. 2. Walraven van Heeckeren (overl. 1645). Hij kocht in 1617 de Hof van Heeckeren en gaf het zijn naam. Het portret is in het bezit van zijn nakomelingen.
Afb. 2. Walraven van Heeckeren (overl. 1645). Hij kocht in 1617 het Hof van Heeckeren en gaf het zijn naam. Het portret is in het bezit van zijn nakomelingen.

In Zutphen werd gisteren na een jarenlange restauratie het Hof van Heeckeren heropend, waarin de Zutphense musea zijn ondergebracht met een compleet vernieuwde presentatie. Vanwege de aanwezigheid van de vele genodigden vond de officiële opening in de Walburgiskerk plaats, maar wie er ook waren, de nakomelingen van de familie die het Hof van Heeckeren eeuwenlang bewoonden en het zijn naam gaven ontbraken: de baronnen Van Heeckeren.

Afb. 3. Walraven van Heeckeren (1643-1701), Landdrost en ambassadeur, bouwheer van de schelpenkoepel. Portret coll. Twickel.
Afb. 3. Walraven van Heeckeren (1643-1701), Landdrost en ambassadeur, bouwheer van de schelpenkoepel. Portret coll. kasteel Twickel.

Zutphen kent nog drie Hoven die herinneren aan de tot 1795 voortdurende prominente positie, die de adel in Oost-Nederland en ook in Zutphen innam: het Hof van Bronckhorst, het Hof van Flodorf en het Hof van Heeckeren. De twee eerstgenoemde families zijn al eeuwenlang uitgestorven, maar de Van Heeckerens bloeien voort in verschillende takken.

Geen enkele andere adellijke familie heeft zoveel voor de geschiedenis van Zutphen betekend als het geslacht Van Heeckeren. Door hun uitgekiende huwelijkspolitiek en de strategische aankoop van havezaten, wisten de Van Heeckerens eeuwenlang in de stad en de graafschap te domineren en kreeg het geslacht haast dynastieke allure. Tussen 1626 en 1795 waren, met enkele korte onderbrekingen, zes Van Heeckerens Landdrost van de Graafschap Zutphen, van wie de meesten op het Hof van Heeckeren resideerden.

Afb. 4. Ludolph Anne Frederik Hendrik baron van Heeckeren van Waliën (1817-1889), stadsarchivaris van Zutphen en oprichter van de voorloper van het Stedelijk Museum. Foto part. coll.
Afb. 4. Ludolph Anne Frederik Hendrik baron van Heeckeren van Waliën (1817-1889), stadsarchivaris van Zutphen en oprichter van de voorloper van het Stedelijk Museum. Foto part. coll.

Hier ontvingen zij in hun vorstelijk ingerichte stadspaleis zowel Stadhouder Willem IV als V. Er waren vele rijk gemeubileerde vertrekken, die met ‘Tapijten behangsels’, behangen waren. Er was ‘de Geboiseerde Eetkamer’, waar bij grote gelegenheden het zilveren servies op tafel stond, en ‘Het Cabinet van Antiquiteiten, Rariteiten, Schilderijen, Teekeningen en Prenten’.

Eén van de bewoners was onder meer ambassadeur in Zweden en hij was in 1697 de bouwheer van de nog steeds bestaande schelpenkoepel in de tuin. Andere bewoners waren officier en sneuvelden in dienst van de Republiek tegen de vijand.

Het huidige museum heeft zelfs zijn ontstaan aan een Van Heeckeren te danken: gemeentearchivaris Ludolph Anne Frederik Hendrik baron van Heeckeren van Waliën (1817-1889) was in 1877 de oprichter van de Oudheidkamer, waaruit het Stedelijk Museum is voortgekomen.

Uiteindelijk werd het Hof van Heeckeren verkocht en kreeg het in de loop der jaren verschillende bestemmingen, waarbij veel van het oorspronkelijke interieur verloren ging. Met de inrichting tot museum heeft het nu weer een waardige bestemming gekregen, maar wat zou het passend zijn geweest als bv. in een Van Heeckeren zaal iets van deze voor Zutphen eeuwenlang belangrijkste familie getoond zou worden, of wanneer Van Heeckerens in ieder geval bij de opening uitgenodigd waren geweest. Nu waren het alleen Everhard van Heeckeren (1613-1680) en echtgenote Maria Torck (1622-1690), 17e-eeuwse bewoners van het Hof van Heeckeren, die verstild vanuit hun marmeren portretmedaillons op hun praalgraf in de Walburgiskerk op de aanwezigen neerkeken.

Afb. 5. Zicht op de achtergevel van de Hof van Heeckeren door de schelpenkoepel uit 1697.
Afb. 5. Zicht op de achtergevel van het Hof van Heeckeren door de schelpenkoepel uit 1697.

Meer weten over het museum en bezoekmogelijkheden? Zie http://www.museazutphen.nl/

AiN zoekt donateurs: wordt donateur en ontvang het digitale magazine.
De Stichting Adel in Nederland heeft als doel het digitaal aanbieden van informatie over adel in Nederland in de ruimste zin. Voor € 17,50 per jaar kunt u donateur worden, ontvangt u zes keer per jaar het digitale magazine en steunt u ons in onze werkzaamheden. AiN heeft de cultuele ANBI-status en daardoor kunt u als donateur bij de opgave voor de inkomstenbelasting giftenaftrek krijgen. Meer weten en opgeven als donateur? Stuur dan een mail naar nieuwsbrief@adelinnederland.nl.

Veilingnieuws: het theeservies van de schilderende freules Van Rappard bij het Venduehuis in Den Haag

Afb. Goudgerand & fijntjes beschilderd: het huwelijkscadeau van de freules Van Rappard. Foto met dan aan het Venduehuis
Afb. 1. Goudgerand & fijntjes beschilderd: het huwelijkscadeau van de freules Van Rappard. Foto met dank aan het Venduehuis
Afb. 2. Gesigneerd door Maria en Minette in 1839.
Afb. 2. Gesigneerd door Maria en Minette in 1839.

Van 16 t/m 19 mei vindt er een grote veiling plaats bij het Venduehuis der Notarissen in Den Haag, waar meerdere kavels een adellijke herkomst hebben.

Kavel 2514 betreft een porseleinen theeservies dat ter gelegenheid van een huwelijkjubileum door de freules Maria en Minette van Rappard fijnzinnig beschilderd werd met fraaie landschapjes. Het bijzondere is, dat het theeservies te dateren is, dankzij de ondertekening op de onderzijde door de beide dames: ‘Door Maria en Minette van Rappard 16 april 1839’.

De richtprijs is 2000-3000 euro en het servies is op 13, 14 en 15 mei nog te zien op de kijkdagen en wordt op 19 mei geveild.

Link naar de website van het Venduehuis met de online catalogus: www.venduehuis.com.

18 mei: etiquettediner op kasteel Sypesteyn met Jan Jaap van Weering

Afb. Jan Jaap van Weering. Foto met dank aan www.sypesteyn.nl.
Afb. Jan Jaap van Weering. Foto met dank aan www.sypesteyn.nl.

Op donderdag 18 mei wordt er op kasteel Sypesteyn een diner gegeven, waarbij etiquette en protocol expert Jan Jaap van Weering, bekend van verschillende televisieprogramma’s, de aanwezigen voorgaat in de wereld van de omgangsvormen.

In een zaal van het kasteel, omringd door familieportretten van de jonkheren Van Sypesteyn en antiek meubilair, is er een bijzondere en leerzame avond te verwachten.

Door deelname levert u bovendien een bijdrage aan het herstel van de stenen poort op Sypesteyn, die momenteel gestut wordt om omvallen te voorkomen.

Locatie : Lage Zaal Kasteel-Museum Sypesteyn
Aanvangstijd : 18.00 uur
Duur : to circa 21.30 uur
Prijs: € 100,00 per persoon
Dresscode: Tenue de ville

Afb. Kasteel Sypesteyn in Loosdrecht.
Afb. Kasteel Sypesteyn in Loosdrecht.

Meer weten? Kijk op www.sypesteyn.nl/agenda/jaaroverzicht/evenementen/177-etiquette-diner-2017-05-18.

‘Edzard komt naar Verhildersum’: succesvolle crowdfunding actie landgoed Verhildersum

Afb. Edzard Jacob Tjarda van Starkenborgh (1657-1716), door Martinus van Grevenbroeck. Foto met dank aan www.sothebys.com.
Afb. 1. Edzard Jacob Tjarda van Starkenborgh (1657-1716), door Martinus van Grevenbroeck. Foto met dank aan www.sothebys.com.

Dankzij een snelle publieksactie van Verhildersum en met de steun van onder meer de Vereeniging Rembrandt keert het portret van Edzard Jacob Tjarda van Starkenborgh (1657-1716) door Martinus van Grevenbroeck terug naar deze borg, waar het tot in de jaren vijftig hing.

Edzard staat prominent afgebeeld op een ander portret op Verhildersum, het grote familieportret, dat met de afmetingen 3,91 x 2,82 m. tot de grootste familieportretten in Nederland gerekend kan worden. De ouders van Edzard, Allard Tjarda van Starkenborgh en Gratia Susanna Clant, lieten zich hierop met hun tien levende kinderen afbeelden. Hun reeds overleden kindertjes zweven als engeltjes in de lucht en houden de familiewapens Tjarda van Starkenborgh-Clant vast. Het portret bleef eeuwenlang in het bezit van de Tjarda van Starkenborghs tot het aan Verhildersum geschonken werd.

De adellijke familie Tjarda van Starkenborgh Stachouwer heeft in de loop der eeuwen vele bestuurders en notabelen voortgebracht. De laatste mannelijke telg was jonkheer mr.dr. Alidius Warmoldus Tjarda van Starkenborgh Stachouwer (1888-1978), die in de jaren 1936-1945 gouverneur-generaal van Ned.-Indië was.

Afb. 2. Groninger glorie: het echtpaar Tjarda van Starkenborgh-Clant in vol ornaat. Portret door Martinus van Grevenbroeck. Foto met dank aan landgoed Verhildersum.
Afb. 2. Groninger glorie: het echtpaar Tjarda van Starkenborgh-Clant in vol ornaat. Edzard Jacob staat als oudste zoon en erfgenaam prominent bijna in het midden afgebeeld. Portret door Martinus van Grevenbroeck. Foto met dank aan landgoed Verhildersum.

Link naar het bijzondere (restauratie)verhaal bij het grote familiegroepsportret: https://www.deverhalenvangroningen.nl/alle-verhalen/het-grote-familieportret-tjarda-van-starkenborgh

Tentoonstelling: ‘Prinses Armgard. Bewoonster van Warmelo van 1952 tot 1971’

Afb. 1. Prinses Armgard met haar hondjes en karakteristieke sigarettenpijpje.
Afb. 1. Prinses Armgard met haar hondjes en karakteristieke sigarettenpijpje.

T/m 1 oktober is op kasteel Warmelo in Diepenheim deze tentoonstelling te zien over de moeder van Prins Bernhard, die in de jaren 1952-1971 op dit kasteel woonde. Zij werd geboren in 1883 als Armgard Kunigunde Alharda Agnes Oda von Cramm en was de dochter van Aschwin Thedel Adalbert Freiherr (baron) von Sierstorpff-Cramm (1846-1909) en Sophia Bernardina Luise Friederika Hedwig Freiin (barones) von Sierstorpff-Driburg (1848-1900).

Na haar eerste huwelijk met Bodo Julius Ulrich Georg Rudolf Graf (graaf) von Oeynhausen (1881-1909), met wie zij drie jaar gehuwd was en van wie zij scheidde, hertrouwde zij in 1909 Bernhard Kasimir Friedrich Gustav Heinrich Wilhelm Eduard Prinz (prins) zur Lippe (1872-1934). Zijn familie regeerde over het Vorstendom Lippe en haar familie werd niet als ‘ebenbürtig’ beschouwd en dit met haar status als gescheiden vrouw zorgde er voor dat zij geen prinses werd, maar de titel gravin Von Biesterfeld kreeg. Pas in 1916 kregen zij en haar twee zoons de titel Prinz/Prinzessin Zur Lippe-Biesterfeld en werd het huwelijk dynastiek goedgekeurd.

In 1952 kocht Prins Bernhard voor zijn moeder kasteel Warmelo en hier woonde zij jarenlang met haar huisgenoot Alexis Pantchoulidzew (1888-1968), een gevluchte kolonel uit het Russische Keizerlijke leger. Naast de paardensport kregen ook de tuinen hier veel aandacht en in 1963 won zij zelfs hiervoor een prijs. Kolonel Pantchoulidzew overleed in 1968 en werd in Diepenheim begraven, waar zijn graf nog steeds te vinden is. Prinses Armgard overleed in 1971 zevenentachtig jaar oud op kasteel Warmelo en werd in Duitsland bijgezet naast haar echtgenoot.

Afb. Kasteel Warmelo. Foto met dank aan www.kasteelwarmelo.nl.
Afb. 2. Kasteel Warmelo. Foto met dank aan www.kasteelwarmelo.nl.

De tentoonstelling over haar jaren op Warmelo is t/m 1 oktober te zien. Voor meer informatie zie: www.kasteelwarmelo.nl/armgard.html.

Noot voor de lezer (19 mei): van een bezoekster van deze tentoonstelling hoorden wij dat de tentoonstelling klein van omvang is. Vergeet daarom niet ook een bezoek te brengen aan de wonderschone tuinen, die mede uit de tijd van Prinses Armgard dateren.

Familieportret Van Leyden: status & bescheidenheid

Afb. Familieportret Van Leyden door Willem van Mieris in de collectie van het Rijksmuseum in Amsterdam.
Afb. Familieportret Van Leyden door Willem van Mieris in de collectie van het Rijksmuseum in Amsterdam.

Op dit familieportret door Willem van Mieris in 1728 uit de collectie van Het Rijksmuseum in Amsterdam staan mr. Diederik des H.R. Rijksgraaf van Leyden (1695-1764) en echtgenote Sophia Dina de Rovere (1699-1738) met hun drie zoons Pieter Cornelis (1717-1788), Jan (1721-1782) en Adriaan Pompejus (1727-1729) afgebeeld. Het echtpaar kreeg in totaal dertien kinderen, waarvan er acht op zeer jonge leeftijd stierven.

Rond de familie Van Leyden hing een zweem van adellijke afstamming van de burggraven van Leiden en om hun status te benadrukken, grossierde zij in de 18e eeuw in het bezit van heerlijkheden. Zo was de afgebeelde Diederik heer van Vlaardingen, Vlaardingenambacht, Babberspolder, De Nieuwe Goote, West-Barendregt, Hardinxveld, Carnisse, Roxenisse, Aerdijckswal of Onwaard, Oud- en Nieuw Craijerspolder, Oostvoorne, Rugge, Groot- en Klein-Oosterland, Rockanje, St. Annapolder en Schapengors, Craijenesse en Jacob Dammasbacht. Tegelijkertijd was er enige bescheidenheid en werd de in 1548 verleende titel van H.R. Rijksbaron nooit gebruikt en pas toen zij in 1732 de titel van H.R. Rijksgraaf kreeg, ging men in plaats daarvan de titel van baron voeren.

In 1814 werd een kleinzoon opgenomen in de Nederlandse adel, maar met zijn kinderloos overlijden in 1821 stierf de familie in mannelijke lijn uit.