Wienerball 2016: verslag van AiN van het debutantenbal in de rijke Weense traditie

Wiener Ball, compilatie

Zaterdagavond 6 februari vond in het Grand Hotel Huis ter Duin in Noordwijk het 48e Wiener Ball plaats, dat ook nu weer weer bijzonder geslaagd genoemd mag worden. Dit jaar waren er vele buitenlandse gasten van naam, waaronder Oostenrijkse Aartshertogen uit de Keizerlijke familie Habsburg-Lotharingen en Z.H. Eduard Prins von Anhalt.

De avond werd geopend door het Jungdamen- en Jungherrenkomitee, waarin dit jaar veel namen uit het rode boekje waren terug te vinden: jonkvrouwe Alting von Geusau, jonkvrouwe Filz von Reiterdank, barones Van Heemstra, jonkvrouwe Laman Trip, twee gravinnen Van Rechteren Limpurg, barones Van Voorst tot Voorst, jonkheer Alting von Geusau en baron de Vos van Steenwijk.

Ook het blauwe boekje van het Nederland’s Patriciaat was onder de debutanten goed vertegenwoordigd met vooraanstaande namen als Bergsma, Cohen, Van Gelder, Koning, Van der Lugt, Ter Pelkwijk, Povel, Kaars Sijpesteijn, Visser, Rouppe van der Voort.

Na de zeer geslaagde openingsdans, die onder leiding van de Weense dansmeester Heinz Heidenreich was ingestudeerd, was er een openingstoespraak, waarin Dénes graaf Festetics de Tolna gememoreerd werd, die vorig jaar overleden is en die zo vele jaren een belangrijke rol gespeeld heeft bij het Wiener Ball.

Daarna was het: “Alles Walzer! Iedereen walsen!” en kon er door iedereen gewalst worden op de klanken van het Ensemble Johann Strauss. Hierna verspreidden de balgasten zich over de verschillende zalen en AiN zag en sprak velen: Z.H. Michael Hertog zu Mecklenburg was vergezeld van Clemens van Steijn, die uitgebreid spraken over het volgende grote bal op zaterdag 19 maart: het Tulpenbal (www.tulipsball.com). Max graaf van Rechteren Limpurg, wiens tweelingdochters debuteerden, vertelde over de familiestichting, die een geweldige adellijke portrettenverzamelingen beheert en die een fraaie website heeft: www.stichtingvrl.nl.

In een zeer geanimeerd gesprek met de heer Thomas Friis-Konst, van Deense adel, ging het over zijn familiegeschiedenis en het grote liefdadigheidsevenement dat hij later dit jaar in het Louwman Museum in ’s-Gravenhage organiseert. Wanneer hij in Nederland is, is hij de buurman van Hugo graaf van Zuylen van Nijevelt, die ook op het bal was. Jonkheer Pieter de Savornin Lohman, voorzitter van de Hoge Raad van Adel, ging – vriendelijk als altijd – op de foto met de heer Ralph Kröner, de consul van Oostenrijk en stelde AiN vervolgens voor aan de heer Bert Wassenaar, stalmeester van Z.M. de Koning.

Bernt baron van Voorst tot Voorst, voorzitter van de Nederlandse Adelsvereniging, en echtgenote Ilona barones van Voorst tot Voorst née jonkvrouwe van Nispen tot Sevenaer, keken trots naar hun debuterende dochter op de dansvloer, voordat zij deze zelf betraden. Ilona van Voorst is met haar aanstekelijke enthousiasme de drijvende kracht achter het bekende Koningsspel en AiN kan het niet nalaten om de webpagina hier even te noemen: www.koningsspel.nl.

Mr. Ellen Versélewel de Witt Hamer née Zwaan was de pagina van AiN even kwijt geweest door de nieuwe accountnaam www.facebook.com/adelinnederland, maar had deze gelukkig teruggevonden en was verheugd te horen dat er nu ook een website is van AiN: www.adelinnederland.nl. Samen met haar echtgenoot jonkheer Tom Versélewel de Witt Hamer ging zij voor AiN op de foto met Floor barones van Dedem en echtgenoot mr. Sander Daniëls.

Ook uit de adellijke geslachten Van der Feltz, Van Rappard, Van Rijckevorsel en Van Hogendorp waren telgen aanwezig. Claudia barones van Harinxma thoe Slooten, die één van de leden van de organiserende Stichting Oostenrijkse Cultuur in Nederland is, keek aan het einde van de avond terug op een zeer geslaagde avond.

Nadat het bal geëindigd was, ging de afterparty op de dansvloer in de nachtclub nog tot in de late uren door.

Filmpjes Wiener Ball 6 februari 2016

Wiener ball w

Op zaterdag 6 februari 2016 was het 48e Wiener Ball in Grand Hotel Huis ter Duin in Noordwijk. AiN was aanwezig en maakte deze filmpjes.

De binnenkomst van de debutanten. Link naar het filmpje op het Youtube kanaal van AiN: https://www.youtube.com/watch?v=Bz1bf3eu7sE

Openingsdans debutanten: de 64 debutanten voerden hier een openingsdans uit, die onder leiding van de Weense dansmeester Heinz Heidenreich ingestudeerd was. Link naar het filmpje op het Youtube kanaal van AiN: https://www.youtube.com/watch?v=4qxb1bUPhac

Openingswals en “Alles Walzer!”. De 64 debutanten openden het bal met de wals en na het “Alles Walzer” van de Weense dansmeester Heinz Heidenreich was de dansvloer voor iedereen. Link naar het filmpje op het Youtube kanaal van AiN: https://www.youtube.com/watch?v=IzbKREl0tfo

 

Veilingnieuws

a34

De studietekeningen van H.W.E. Schimmelpenninck: op 9 februari wordt er bij het Veilinghuis Onder de Boompjes een kavel geveild met zes studietekeningen van H.W.E. Schimmelpenninck. Volgens de catalogus betreft dit jonkvrouwe Henriette Wilhelmine Elisabeth van der Wyck (1888-1945). De moeder van de freule was een gravin Schimmelpenninck en mogelijkerwijs koos zij als dochter de familienaam van haar moeder als kunstenaarsnaam.

Link naar de veilingpagina: www.onderdeboompjes.nl

Overleden M.C. Sickinghe née van Eeghen

a33

Marguerite Cornélie Sickinghe née van Eeghen, douairière jonkheer mr. Feyo Onno Joost Sickinghe, Ridder in de Orde van Oranje-Nassau, geboren Amsterdam 12 november 1928, overleden Blaricum 8 januari 2016 – mater familias en grande dame, die het als haar taak en opdracht zag om er in haar leven voor anderen te zijn.

In Memoriam
Marguerite Cornélie van Eeghen werd geboren op 12 november 1928 te Amsterdam. Aanvankelijk had zij alleen de voornaam Marguerite, maar in 1933, toen zij zij vier jaar oud was, werd de naam Cornélie toegevoegd, als vernoeming naar haar grootmoeder Cornelia Suzanna Johanna Wilhelmina Boreel née jonkvrouwe Prins. Haar vader, Henri Louis van Eeghen, was een telg uit een geslacht dat is terug te vinden in het blauwe boekje van het Nederland’s Patriciaat en dat teruggaat tot in de 16e eeuw in Vlaanderen. In 1662 vestigde een voorvader zich als koopman in Amsterdam en stichtte hier een handelshuis dat nog steeds bestaat en tot de oudste nog bestaande in Nederland gerekend mag worden. Haar moeder, jonkvrouwe Catharina Margaretha Boreel, stamde uit een geslacht dat zijn oorsprong in Italië vond en zich begin 15e eeuw in Vlaanderen vestigde. In de 16e eeuw kwam de familie naar Nederland en kwam tot groot aanzien in Amsterdam. In 1645 ontving een voorvader van Koning Charles I het erfelijke niet-adellijke predicaat van Baronet met de aanspreektitel ‘Sir’ en in 1821 volgde een verheffing in de Nederlandse adel met het predicaat van jonkheer. Onder haar voorouders in de vrouwelijke lijn zijn vele namen van bekende Amsterdamse regentengeslachten te vinden, zoals Dedel, Trip, Munter en Van Loon, maar ook de bekende staatsman mr. Rutger Jan Schimmelpenninck – ook wel de eerste president van Nederland genoemd – was een voorvader van haar.

Zij groeide de eerste jaren op in Amsterdam aan de Honthorststraat nr. 22 op de hoek van het Museumplein in een groot herenhuis, dat in historiserende neo-classicistische stijl gebouwd was. Zij was het vijfde kind in het gezin met vier oudere broers en deze vormden haar. “Door hen werd zij behandeld als een broer. Niet piepen als je verliest, knokken voor je plek, winnen”, zei haar jongste zoon hierover. Enkele jaren na haar werd er nog een zusje geboren, waarmee zij zich nauw verbonden voelde, ook al verschilden zij zeer van elkaar. Later woonde het gezin op het Huis Noordhout op het familielandgoed van de Van Eeghens in Driebergen, dat sinds het midden van de 19e eeuw in familiebezit was. Haar vader was firmant in het familiebedrijf Van Eeghen & Co en was daarnaast onder meer lid van de Bankraad, president-commissaris van de Stoomvaart-Mij. Nederland en commissaris bij vele andere bedrijven. In haar jeugdjaren maakten niet alleen de gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog grote indruk, maar ook het afbranden van hun huis en het verlies van vrijwel alles.

Na haar middelbare schoolopleiding voltooid te hebben, behaalde zij in 1950 het diploma HBO maatschappelijk werk CICSA Academie voor Sociale Beroepen. Voordien ging zij samen met Majoor Bosshardt van het Leger des Heils op stap over de grachten: “De mens werd wederom gebrand op haar netvlies”, aldus haar jongste zoon. Twee jaar later op 6 september huwde zij in Driebergen jonkheer mr. Feyo Onno Joost Sickinghe. Hij was een telg uit een oud-adellijk Groninger geslacht van bestuurders, waarvan de stamvader Lubbert Sickinghe in 1354 als burgemeester van Groningen genoemd werd. In 1814 werd een voorvader benoemd in de Ridderschap van Groningen en sindsdien voerden hij en zijn nakomelingen het predicaat van jonkheer/jonkvrouwe. Na hun huwelijk vestigden zij zich in Driebergen en hier werden twee dochters en een zoon geboren. Vervolgens woonden zij in Hengelo, waar nog een zoon werd geboren. Uiteindelijk gingen zij in Naarden wonen op het door hen zo geliefde huis ‘t Haspel. Hier werden zij door grote tegenslag getroffen, toen in 1996 de bliksem insloeg en het huis afbrandde en vele persoonlijke, maar ook historische familiebezittingen verloren gingen. Haar echtgenoot had rechten gestudeerd in Utrecht en was aanvankelijk advocaat en procureur, maar in de jaren die volgden, had hij een indrukwekkende carrière in het bedrijfsleven en werd uiteindelijk voorzitter van de raad van bestuur van de Ver. Machinefabrieken Stork en commissaris bij vele bedrijven en instellingen. De maatschappelijke carrière van haar was niet minder indrukwekkend en hier volgt een opsomming:

1965-1969: ouderling Hervormde gemeente Hengelo 1965-1969: bestuurslid Verpleegtehuis Dr. P.C. Borsstichting, Hengelo

1954-1970: Young Woman Christian Association, YMCA, Utrecht

1954: bestuurslid Jonge Vrouwen Gilde

1956: bestuurslid Christen Jonge Vrouwen Federatie

1958: penningmeester: Christen Jonge Vrouwen Federatie

1970: voorzitter lustrumcommissie Christen Jonge Vrouwen Federatie

1969-1982: ouderling Hervormde gemeente Naarden

1969-1997: bestuurslid Stichting Patiëntenzorg Nederlands Kanker-Instituut, sinds 1987 voorzitter en sinds 1998 erelid

1970-1978: Scholengemeenschap Willem de Zwijger College te Bussum, bestuurslid, president van het curatorium

1971-1979: vice-voorzitter Raad van Kerken Naarden-Bussum

1978-1984: raadslid gemeente Naarden

1980-1985: bestuurslid namens de Hervormde Stichting voor Algemeen Maatschappelijk Werk bij de Federatie Maatschappelijke Dienstverlening in het Gooi en de Noordelijke Vechtstreek

1983-1996: voorzitter College van Notabelen Hervormde Gemeente Naarden

1984-1997: sinds 1984 lid en sinds 1990 voorzitter Raad van Toezicht Ziekenhuis “Gooi-Noord”, Blaricum, sinds 1985 voorzitter van de bouwcommissie van de bouw van een nieuw ziekenhuis, sinds 1987 lid van de stuurgroep Medisch Kleuter Dagverblijf Gooi en Vechtstreek i.o. en sinds 1990 voorzitter van de Raad van Toezicht

1985-1992: voorzitter Stichting Kinderoncologische Kampen

1987: voorzitter Stichting Gasthuis Nederlands Kanker-instituut, Amsterdam

1990-1999: lid van de Adviescommissie van de staatssecretaris van Justitie voor Vreemdelingenzaken

1990: voorzitter Stichting Het Najjar Fonds

1994-1999: voorzitter Stichting Muziekfestival Naarden.

Daarnaast bleef zij als aandeelhoudster nauw betrokken bij de familieonderneming Van Eeghen & Co. Na het overlijden van haar broers was zij de oudste van haar generatie en hoedster van de drieëneenhalve eeuw oude familiewaarden, die zij omschreef als: eigenzinnig, hardwerkend en sociaal. Hierbij liet zij zich leiden door wat haar vader altijd zei: “Je moet niet dénken, maar nádenken.” Met haar charme en overredingskracht zette zij zich onvermoeibaar in voor velen en zelfs bij diners konden haar tafelheren rekenen op een vraag voor een bijdrage voor een project, waarvan zij vond dat deze absoluut noodzakelijk was. En of het nu geld was, een voedingspomp voor een patiënt of een permanente bungalow voor enkele dagen gratis vakantie voor kankerpatiënten en hun familie bij Centerparcs, zij stapte op mensen af en regelde het. Een krantenartikel kopte daarom ooit eens: ‘Naast Sickinghe zitten kost geld.’

Haar betrokkenheid bij ‘haar’ Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis was groot. Als kind kwam zij hier al met haar moeder mee en waste kopjes af en uiteindelijk werd zij voorzitter van de Stichting Patiëntenzorg, waarvan de voorloper door haar moeder was opgericht, maar ook toen zij daarmee stopte, bleef zij nog lang als vrijwilliger met een karretje als rijdende winkel bij de patiënten langs gaan. Niet altijd was dat even makkelijk, want het leed van kankerpatiënten trok zij zich aan: “… ik moet na al die jaren nog steeds ademhalen voor ik een kamer in ga (…). Je wilt niets laten merken, om die persoon niet te kwetsen, maar je gaat er niet zomaar aan voorbij.” Zij kende iedereen: van de receptiemedewerker tot de bestuurskamer en zij droeg in grote mate bij aan de sfeer en waarden die het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis uniek maken: betrokken, warm en veilig.

Sommigen vergeleken haar wel met Margaret Thatcher: kordaat, doortastend, helder in wat zij wilde, overzicht houdend met oog voor het individu. Net als Thatcher had zij altijd een handtas bij zich, die als symbool van non-verbale onverzettelijkheid ingezet kon worden en zoals iemand eens zei: “Met een elegante zwaai werd de handtas stevig op tafel gezet. We konden naar huis.”

Vanwege haar vele verdiensten behaagde het H.M. de Koningin om haar in 1991 tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau te benoemen.

Op 8 juni 2006 kwam haar echtgenoot, die zij op handen droeg, te overlijden en het gemis was groot, maar zij hervatte haar leven met grote moed. Op 8 januari 2016 kwam zij zelf in Blaricum te overlijden na een periode van kwetsbaarheid en afhankelijkheid en na een val. Voordien nam zij via de telefoon afscheid van al haar kleinkinderen en daarna van haar kinderen, die haar omringden: “Intens dankbaar voor alles wat zij heeft betekend en aan ons heeft meegegeven, in een voltooid leven waar de ander op de eerste plaats stond, hebben wij op unieke wijze afscheid genomen van onze energieke en lieve Mammie, Moeder, Omi en Moena Marguerite Cornélie Sickinghe-van Eeghen, weduwe van Jonkheer Feijo Onno Joost Sickinghe, Ridder in de Orde van Oranje-Nassau”. Zij werd zevenentachtig jaar en wordt diep betreurd door haar dochters, zoons, schoonzoons, schoondochters, dertien kleinkinderen en verdere familieleden.

De dienst van herdenking en dankzegging werd gehouden op zaterdag 16 januari in de Grote Kerk van Naarden-Vesting, een kerk die een grote rol speelde in haar leven en dat van haar gezin. Hier spraken velen vol warme woorden over haar vele verdiensten, waaronder haar trotse kleinkinderen, die het als hun taak zien op hun beurt haar waarden door te geven. Net als bij de afscheidsdienst van haar echtgenoot werd ‘Wat de toekomst brenge moge’ gezongen, omdat zij deze oude betekenisvolle woorden zo mooi vond en aan het einde van de dienst weerklonk het ‘A Toi la Gloire’. De teraardebestelling vond in besloten kring plaats in het familiegraf op begraafplaats Oostergaarde in Harderwijk, waar zij herenigd werd met haar echtgenoot.

Gebruikte bron o.a. voor afbeelding en informatie: Jhr.mr. F.O.J. Sickinghe, Liefde en leed gedurende zeven eeuwen in Groningen en de Ommelanden en daarbuiten. Het Groninger geslacht Sickinghe (Naarden, 1999).

De kleine gravin Van Rechteren

a31

Cesse (Comtesse – red.) Elisabeth de Rechteren Limpourg Rechteren ob (obiit = overleden in het Latijn – red.) 25 jan 1875 15 j’ vermeldt het in die tijd in adellijke kringen gebruikelijke Franstalige bijschift. In het rode boekje van de Nederlandse adel staat zij als Elisabeth Wilhelmina gravin van Rechteren Limpurg. Zij werd geboren op 23 maart 1860 op kasteel Rechteren in Dalfsen als dochter van Jacob Hendrik graaf van Rechteren Linpurg, heer van Rechteren en Verborg (1831-1878) en Jacqueline Henriette Anne Elisabeth gravin van Rechteren Limpurg née gravin van Rechteren (1837-1901).

Op deze foto zal zij vijf of zes jaar zijn geweest en zij kijkt enigszins gelaten de fotograaf aan. Keurig opgedirkt zit zij stijfjes op een stoel, waarbij zij vanwege de toenmalige fototechniek ook bewegingsloos moest zitten. Het kleine gravinnetje werd niet oud, want twee maanden voor zij vijftien jaar zou worden, kwam zij te overlijden: “Den 25 Januari overleed te ’s Hage onze eenigste dochte ELISABETH WILHELMINE , in den ouderdom van bijna 15 jaren, J.H. Graaf VAN RECHTEREN LIMPURG. J.H.A.E. Gravin VAN RECHTEREN LIMPURG geb. Gravin VAN RECHTEREN APPELTERN. Volstrekt eenige kennisgeving.”

In plaats van op de afgelegen begraafplaats in het dorp Dalfsen wilden haar diepbedroefde ouders hun dochter dichtbij hun kasteel hebben en in het park werd een grafkelder gebouwd, waarboven een heuvel werd opgeworpen. Hierop verheft zich een obelisk als symbool van standvastigheid en deugd met daarop meerdere funeraire symbolen. Zoals een gevleugelde zandloper, die symbool staat voor de tijd die vervliegt en het kortstondige leven, en een vlinder als symbool voor de onsterfelijke ziel. De kleine gravin is inmiddels vergeten, maar wat bleef is deze foto van haar en een obelisk met rijke funeraire symboliek.

 

Veilingnieuws: miniatuurportret, gouden horloge, geboortebeker en servies van de jonkheren en baronnen Röell

a30

Op zondag 7 februari worden bij het Veilinghuis Peerdeman in Utrecht vier kavels geveild die uit de adellijke familie Röell afkomstig zijn. Het betreft de volgende items:

een miniatuurportret van mr. Willem Frederik baron Röell (1768-1835) (aquarel op ivoor, geschilderd door Jan Hendrick Neuman, richtprijs 300-500 euro). Hij werd in 1817 ingelijfd in de Nederlandse adel en in 1817 werd hem de titel van baron verleend. Hij was onder meer in de jaren 1814-1817 minister van Buitenlandse Zaken en werd daarna Minister van Staat. Hij was gehuwd met Sara Johanna Hop

een gouden horloge van jonkheer Herman Hendrik Röell (1866-1884) (Vacheron & Constantin Geneve, richtprijs 700-900 euro): “Heden overleed onze geliefde oudste Zoon, HERMAN HENDRIK in den ouderdom van 18 jaren. [jonkheer] W.Röell, J.I. Röell, geb. [jonkvrouwe] Dedel. Amsterdam, 21 juni 1884. Eenige kennisgeving.”

een zilveren geboortebeker van Willem baron Röell (1897-1971) (met gegraveerd monogram WF, richtprijs 40-60 euro). Hij was eerst advocaat en procureur en werd uiteindelijk rechter-plv. van de arrondissementsrechtbank te Utrecht. Hij was gehuwd met Anna Clara Electa Walburga barones van Harinxma thoe Slooten

een 70-delig Chinees porselein serviesgedeelte ( richtprijs 2500-3500 euro)

Link naar de webpagina: www.veilinghuispeerdeman.nl

Nieuwe Kasteel d’Ursel Magazine gratis online

a27

Het verhaal van Charles Joseph hertog d’Ursel (1777-1860): de Nederlandse adel kent op dit moment geen leden met de titel van hertog, maar onder Koning Willem I werden er drie hertogen (De Beaufort-Spontin, De Looz-Corswarem en D’Ursel) in de Nederlandse adel opgenomen, waarvan de nakomelingen formeel nog steeds tot de Nederlandse adel behoren, ook al kozen zij in 1830 voor de Belgische nationaliteit en gingen zij daardoor deel uitmaken van de Belgische adel.

Eén van deze drie was Charles Joseph hertog d’Ursul. Hij werd eerste grootmeester van Koningin Wilhelmina, de echtgenote van Koning Willem I. In 1830 stond hij bekend als zeer orangistisch en zijn huis in Brussel werd door het opstandige volk geplunderd. Hij zocht zijn toevlucht in zijn zomerverblijf kasteel d’Ursel in Hingene en schreef: “Ik heb een grote weerzin om opnieuw voet in Brussel te zetten en ik ben niet meer in het huis geweest sinds ik er verjaagd ben door een bende plunderaars.”Uiteindelijk koos hij in 1830 voor de Belgische nationaliteit en zijn nakomelingen leven nog steeds voort in de Belgische adel. In 1973 werd het kasteel verkocht door de 8e hertog. Sinds 1994 is het kasteel in het bezit van de provincie, die het restaureerde en er sindsdien vele activiteiten organiseert. In 2009 keerde een belangrijk deel van de oorspronkelijk inrichting terug dankzij een bruikleen van de 10e hertog: duizenden boeken, portretten, meubelen en siervoorwerpen. Op de foto: het kasteel d’Ursel en Charles Joseph hertog d’Ursel (1777-1860) met zijn echtgenote Luisa Vittoria Maria Giuseppina Francesca hertogin d’Ursel née Ferrero-Fieschi, Principessa di Masserano (1779-1847)

Een bezoek aan het kasteel is zonder meer een aanrader!

Link naar het magazine online met daarin het hele verhaal van de hertog d’Ursel: http://www.kasteeldursel.be/content/dam/kasteeldursel/def%20KdUmagazine%2045_b.pdf

Link naar de website van kasteel d’Ursel: www.kasteeldursel.be