Week van de begraafplaats: rondleiding op Oud Eik en Duinen door AiN

Rondleiding door AiN op Oud Eik en Duinen: bij het graf Van der Duyn van Maasdam.
Rondleiding door AiN op Oud Eik en Duinen: bij het graf Van der Duyn van Maasdam, foto met dank aan Herlina Polenewen.
Afb. 1. De vlag met het logo van de Week van de Begraafplaats - in de afgelopen week bij vele gastvrije begraafplaatsen te zien geweest.
Afb. 1. De vlag met het logo van de Week van de Begraafplaats – in de afgelopen week bij vele gastvrije begraafplaatsen te zien geweest.

Op zaterdag 4 juni verzorgde AiN een rondleiding langs adellijke funeraire cultuur op begraafplaats Oud Eik en Duinen in ’s-Gravenhage. Na een bijzonder gastvrije ontvangst door mevrouw Herlina Polenewen namens de directie van de begraafplaats met koffie, thee en koek en een korte introductie door de heer John Töpfer namens de Stichting Adel in Nederland, werden drieëndertig zeer geïnteresseerde en enthousiaste deelnemers hier rondgeleid langs adellijke grafmonumenten met vele anekdotes.

Afb. 2. Gastvrije ontvangst namens de directie van Oud Eik en Duinen.
Afb. 2. Gastvrije ontvangst namens de directie van Oud Eik en Duinen.

De wandeling voerde langs de graven van telgen uit adellijke geslachten als Van Pallandt, Van Sypesteyn, Huyssen van Kattendijke, Van Knobelsdorff, Lopes Suasso, Schimmelpenninck van der Oye, Van Heeckeren van Waliën, Bentinck van Schoonheten, Van Alderwerelt Houtuijn, Van der Duyn van Maasdam, Zur Lippe-Biesterfeld en Van Rechteren Limpurg.

De Stichting Adel in Nederland dankt hierbij de deelnemers heel hartelijk voor hun deelname en interesse en de directie van de begraafplaats Oud Eik en Duinen voor de verleende medewerking en gastvrije ontvangst.

Hieronder een uitgebreide fotoreportage. Door met de muis op de foto’s te gaan staan, worden de bijschriften zichtbaar. Ook kunt u alle foto’s uitvergroten door ze aan te klikken. De foto’s zijn, tenzij anders vermeld, met hartelijke dank aan de heer Hans Hampsink.

 

Geboren: Wiechert

Afb. Familiewapen Six.
Afb. Familiewapen Six.

Geboren Valérie Maria Martha Wiechert, geboren Amsterdam 25 mei 2016, dochter van George Wiechert en Sophie Candida Wiechert née jonkvrouwe Six.

 

Boekennieuws: ‘Huis te Vogelenzang en de familie Barnaart’

Afb. Huis te Vogelenzang en de familie Barnaart door Martin Bunnik.
Afb. Huis te Vogelenzang en de familie Barnaart door Martin Bunnik.

Martin Bunnik deed jarenlang uitgebreid onderzoek naar de geschiedenis van het huis te Vogelenzang en dan met name sinds de aankoop in 1807 door de familie Barnaart, die in 1817 in de Nederlandse adel verheven werd met het predicaat van jonkheer en die het ook nog steeds bewoont.

De vele en gevarieerde informatie is thematisch geordend en onderwerpen als de familie Barnaart, het parkbos, de monumenten op het landgoed, de jacht, boerderijen op het landgoed, enz. komen aan de orde. In het boek staan vele afbeeldingen en anekdotes en met name in het hoofdstuk over de jonkheren Barnaart geven deze kleurrijke anekdotes een mooi beeld van een verdwenen wereld en vertellen zij over de problemen bij de instandhouding van dit bezit.

Het boek is in eigen beheer uitgegeven, kost 25 euro (excl. verzendingskosten) en kan alleen besteld worden via boekhuistevogelenzang@ziggo.nl.

Binnen kijken in huis Barnaart

Afb. 1. Huis Barnaart aan de Nieuwe Gracht nr. 7 in Haarlem.
Afb. 1. Huis Barnaart aan de Nieuwe Gracht nr. 7 in Haarlem.

Jonkheer Willem Philip Barnaart, heer van Bergen, Zandvoort en Vogelenzang (1781-1851) liet in de jaren 1804-1807 in Haarlem voor 397.000 gulden een indrukwekkend grachtenpaleis bouwen door de destijds toonaangevende Amsterdamse stadsarchitect Abraham van der Hart. Het huis heeft een zeer verfijnd interieur met onder meer een voor die tijd uiterst modieuze zaal in Etrurische stijl, met daarnaast een Marmerzaal en een Gouden Zaal met wandbespanningen, imitatiemarmer en schilderingen uit de klassieke oudheid. Het interieur wordt beschouwd als behorende tot het best bewaarde interieur uit de Franse Tijd. Vereniging Hendrick de Keyser is thans eigenaar van het pand en heeft het zorgvuldig gerestaureerd. Op zaterdag 28 mei jl. was het huis opengesteld en AiN ging voor u kijken. Overigens zoekt men voor de restauratie van de laatste onderdelen, de bovendeurstukken, nog donateurs, zie: www.voordekunst.nl/projecten/4531-red-de-bovendeurstukken-van-barnaart.

Afb. 2. De Etrurische Kamer in Huis Barnaart.
Afb. 2. De Etrurische Kamer in Huis Barnaart.
Afb. De Gouden Zaal in Huis Barnaart.
Afb. 3. De Gouden Zaal in Huis Barnaart.
Afb. 4. De Gouden Zaal in Huis Barnaart.
Afb. 3. De Gouden Zaal in Huis Barnaart.
Afb. Doorkijkje vanuit de Erkerzaal met imitatiemarmer van gepolijst stucwerk naar de Gouden Zaal.
Afb. 5. Doorkijkje vanuit de Marmerzaal met imitatiemarmer van gepolijst stucwerk naar de Gouden Zaal.
Afb. Jonkheer Willem Philip Barnaart (1806-1848) rn echtgenote Helena Christina Georgetta Barnaart née Bekkers (1812-1869). Hij was een zoon van de bouwheer en beide portretten hangen in de dagelijkse eetkamer.
Afb. 6. Jonkheer Willem Philip Barnaart (1806-1848) en echtgenote Helena Christina Georgetta Barnaart née Bekkers (1812-1869). Hij was een zoon van de bouwheer en beide portretten hangen in de dagelijkse eetkamer.
Afb. 7. De dagelijkse eetkamer met Italiaanse marmeren schoorsteenmantel van de firma Franzi.
Afb. De achterzijde van Huis Barnaart.
Afb. 8. De achterzijde van Huis Barnaart.

 

Jaarverslag 2015 Hoge Raad van Adel

Afb. Voorkant van het jaarverslag 2015 van de Hoge Raad van Adel.
Afb. 1. Voorkant van het jaarverslag 2015 van de Hoge Raad van Adel.

Deze week werd het jaarverslag op de website van de Hoge Raad van Adel gepubliceerd. In het afgelopen jaar is de Raad van samenstelling veranderd door de komst van de nieuwe voorzitter jonkheer mr. J.P. de Savornin Lohman en de nieuwe secretaris mr. M.R.M.M. Scheidius. Beiden participeren dit jaar in een werkgroep die de voortzetting van het Nederland’s Adelsboek in een état-présentreeks zal gaan bekijken.

Naast adviezen voor wapens voor gemeenten, emblemen voor de Krijgsmacht en gemeentevlaggen heeft de Raad zes keer advies uitgebracht op het gebied van adelszaken. De meest opvallende hierbij is ‘de zoon van een edelman die tot dat moment de achternaam van zijn moeder voerde’ en ‘die kort nadat hij de leeftijd van 18 jaar had bereikt een verzoek tot geslachtsnaamswijziging (heeft) ingediend’. Zijn verzoek was om zijn achternaam te wijzigen ‘voorafgegaan door de adellijke titel en predikaat’ van zijn vader. De formulering van titel samen met predikaat maakt het duidelijk dat het hier om een prins De Bourbon de Parme gaat met het predikaat van Zijne Koninklijke Hoogheid.

Afb. 2. Het familiewapen Van Beijma thoe Kingma, foto met dank aan het Centraal Bureau voor Genealogie.
Afb. 2. Het familiewapen Van Beijma thoe Kingma, foto met dank aan het Centraal Bureau voor Genealogie.

De Raad gaf in 2015 een positief advies voor de benoeming van jonkheer C.L. van Beijma thoe Kingma tot ridder van de Ridderlijke Duitsche Orde, Balije van Utrecht.

Er waren in het afgelopen jaar verschillende schenkingen, waaronder een vroeg 19e eeuws manuscript door de toenmalige voorzitter drs. C.O.A. baron Schimmelpenninck van der Oije en een psalmboek en bijbels uit de familie van de jonkheren Tjarda van Starkenborgh door de heer R.D. van Haersma Buma.

Een belangrijke aankoop was een manuscript van de heraldicus M.L. van Hangest baron d’Yvoij die bekend werd met zijn aantekeningen van wapenafbeeldingen in kerken op monumenten, rouwborden en kerkramen. In het aangekochte manuscript staan genealogieën en wapenafbeeldingen van zesendertig Utrechtse geslachten. De aankoop werd mede mogelijk gemaakt door de Ridderschappen van Utrecht en Gelderland en het Fonds A.H. Martens van Sevenhoven.

Link naar het hele jaarverslag online: www.hogeraadvanadel.nl/userfiles/file/HRvA_Jaarverslag_2015.pdf.

Week van de Begraafplaats 28 mei t/m 5 juni (3): de buitenechtelijke zoon van baron Van der Duyn

Afb. 1. Het marmeren graf Van der Duyn van Maasdam.
Afb. 1. Het imposante marmeren graf Van der Duyn van Maasdam.

Op zaterdag 4 juni geeft AiN een gratis rondleiding op begraafplaats Oud Eik en Duinen. Voor meer informatie en opgave voor deelname zie: www.adelinnederland.nl/week-begraafplaats-rondleiding-ain-adel-op-oud-eik-en-duinen-op-4-juni-3/). Eén van de te bezichtigen graven tijdens deze rondleiding is het graf van de buitenechtelijke zoon van mr. François Maximiliaan baron van der Duyn, heer van Maasdam (1807-1889).

In 1874 kreeg de ongehuwde Jeanne Carolina Bruyer, winkelierster in manufacturen in ’s-Gravenhage, een zoontje dat de namen Charles Marinus Bruyer kreeg. Twaalf jaar later bleek wie zijn vader was, toen deze hem erkende als zijn natuurlijke zoon: mr. François Maximiliaan baron van der Duyn, heer van Maasdam (1807-1889).

Afb. 2. mr. François Maximiliaan baron van der Duyn, heer van Maasdam (1807-1889), op zijn portret als Landcommandeur van de Ridderlijke Duitsche Orde van Utrecht, foto met dank aan www.rdo.nl.
Afb. 2. mr. François Maximiliaan baron van der Duyn, heer van Maasdam (1807-1889), op zijn portret als Landcommandeur van de Ridderlijke Duitsche Orde van Utrecht, foto met dank aan www.rdo.nl.

Baron Van der Duyn was de jongste zoon van één van de drie leden van het Driemanschap, dat in 1813 aan de wieg stond van ons Koninkrijk: mr. Adam François Jules Armand graaf van der Duyn van Maasdam. Hij maakte zelf carrière als lid van de gemeenteraad (1851-1885), wethouder (1863-1885) en loco-burgemeester (1882) van ’s-Gravenhage. Daarnaast bracht hij het tot Landcommandeur van de Ridderlijke Duitsche Orde van Utrecht en in dit succesverhaal paste natuurlijk geen verbintenis met een eenvoudige winkelierster.

Afb. 3: De tekst op het graf Van der Duyn van Maasdam.
Afb. 3: De tekst op het graf Van der Duyn van Maasdam.

De erkenning van zijn zoon bracht mee dat deze wel de naam Van der Duyn kreeg, maar niet de titel van baron, omdat hij niet staande het huwelijk geboren was (sinds de nieuwe Wet op de adeldom van 1994 is huwelijk geen voorwaarde meer voor vererving van titel of predicaat). Wel kreeg zijn zoon in 1889 de helft van zijn erfenis en hiervan kocht hij in 1896 voor 1500 gulden de heerlijkheidstitel van Maasdam en vanaf dat moment mocht hij zich ‘heer van Maasdam’ noemen. Veel stelde de heerlijkheidsrechten niet voor, want het leverde alleen wat inkomsten aan water- en visrechten op.

Een veel blijvender monument van status en adellijke pretentie was het wit marmeren grafmonument dat hij voor zijn moeder, zijn echtgenote en zichzelf op de begraafplaats Oud Eik en Duinen in ‘s-Gravenhage liet oprichten en dat nog heden getuigt van zijn onvrede over zijn miskende adellijke afkomst. Zijn moeder werd hierop postuum geadeld onder de naam ‘Vrouwe Jeanne Caroline Bruyère’ en niemand die het leest, verwacht dat hier de ongehuwde moeder Jeanne Carolina Bruyer, winkelierster in manufacturen, achter schuilgaat.

Week van de Begraafplaats: rondleiding door AiN over ‘Adel op Oud Eik en Duinen’ op 4 juni

Adel op Oud Eik en Duinen, 2016
Van zaterdag 26 mei t/m zondag 5 juni is dit jaar de Week van de Begraafplaats en in het hele land is er in deze week extra aandacht voor de bijzondere betekenis van dit funeraire erfgoed (zie: www.weekvandebegraafplaats.nl). Ter gelegenheid hiervan organiseert de Stichting Adel in Nederland in samenwerking met begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag op zaterdag 4 juni een gratis rondleiding langs adellijke grafmonumenten met vele anekdotes. Er zijn nog enkele plekken voor deelname beschikbaar, dus reageer snel.

Deze begraafplaats kan gerust het Père-Lachaise van de Nederlandse adel genoemd worden door de vele adellijke grafmonumenten die men hier aantreft, die zich veelal kenmerken door hun soberheid, formaat, familiewapens en het gebruik van grafkelders. Heel 19e eeuws adellijk Den Haag aan het Hof, in het bestuur, leger en vloot is hier terug te vinden. Tijdens deze rondleiding ziet u niet alleen bijzondere grafmonumenten, die mooie voorbeelden zijn van adellijke representatie, maar hoort u ook de bijbehorende persoonlijke verhalen van freules, jonkheren en baronessen, zoals over een jonge graaf die in een duel stierf, een 19e eeuwse adellijke burgemeester die vanwege openbaar dronkenschap ontslagen werd en een gouvernante die met de kasteelheer huwde.

Programma
13.30-13.45 uur: ontvangst met koffie en thee
13.45-14.00 uur: korte introductie op de geschiedenis van de begraafplaats
14.00-15.15 uur: rondleiding langs adellijke grafmonumenten met anekdotes

Opgeven kan via info@adelinnederland.nl. U ontvangt een bevestiging van deelname per mail. Er zijn geen kosten aan verbonden.

Link naar de webpagina van begraafplaats Oud Eik en Duinen: www.monuta.nl/vestiging/begraafplaats-oudeikenduinen/agenda/week-begraafplaats-rondleiding#.VzHvNupf05t

Overleden: jonkheer M.C. van Geen

Afb. 1. Het familiewapen Van Geen.
Afb. 1. Het familiewapen Van Geen.

Jonkheer Mathieu Constant van Geen, geboren Waardenburg 16 juni 1926, overleden Nijmegen 4 april 2016, weduwnaar van Carla Alfrieda Arda van Geen née van Hoogstraten, Ridder Johanniter Orde in Nederland.

In Memoriam
Jonkheer Mathieu Constant van Geen werd geboren op 16 juni 1926 te Waardenburg. Zijn vader, jonkheer Matthieu Lambert van Geen, was een telg uit een geslacht dat teruggaat tot in de 17e eeuw in het Belgische Gent. Voorvader Josephus Jacobus baron van Geen (1775-1846) had een glanzende carrière als militair en werd uiteindelijk generaal tit. Hij werd in 1831 in de Nederlandse adel verheven met de titel van baron bij eerstgeboorte, terwijl de overige nakomelingen het predicaat jonkheer/jonkvrouwe kregen. Zijn moeder, jonkvrouwe Constantia Jacoba van Holthe van Echten, stamde uit een Veluws geslacht van bestuurders, dat teruggaat tot in 1404. Door het huwelijk met de erfdochter uit het geslacht Van Echten werd deze naam toegevoegd. In 1816 werd een voorvader benoemd in de Ridderschap van Drenthe en sindsdien maakt de familie deel uit van de Nederlandse adel met het predicaat van jonkheer.

Afb. 2. Jonkheer Mathieu Lambert van Geen (1883-1970), foto met dank aan het gemeentearchief Putten op www.putten.nl.
Afb. 2. Jonkheer Mathieu Lambert van Geen (1883-1970), foto met dank aan het gemeentearchief Putten op www.putten.nl.

Hij was de jongste in het gezin met twee oudere zusjes en broertjes en groeide het eerste jaar op in Waardenburg, waarvan zijn vader burgemeester was, tot het gezin in 1927 na de benoeming van zijn vader tot burgemeester van Putten hierheen verhuisde. Hier werd vijf jaar later nog een zusje geboren. Het gezin woonde in Putten op huize Bijstijn. Zijn jeugdjaren werden overschaduwd door de oorlog: zijn vader werd in 1941 ontslagen door de bezettende macht en werd gevangen genomen. Na in het concentratiekamp Neuengamme te hebben gezeten, volgde een dodenmars van Hamburg naar Gardelegen. Onderweg ontsnapte hij met enkele lotgenoten en ontliep zo een vreselijke dood, want de anderen gevangenen werden in een schuur opgesloten, die daarna in brand werd gestoken.

De Amerikaanse commandant die dit bij de bevrijding hoorde, beval de verwoesting van de stad, maar burgemeester Van Geen overtuigde hem dit niet te doen: “Alleen Duitse officieren branden als vergelding steden en dorpen af en vermoorden hun tegenstanders. Zo doen Nederlandse en Amerikaanse officieren niet.” Hiermee verwees hij naar de dramatische gebeurtenissen die in Putten in oktober 1944 als vergelding hadden plaatsgevonden. In Gardelegen herinnert als dank tot op de dag van vandaag een foto met zijn naam in de kerk aan hem.

Afb. 3. Het oorlogsgraf in Putten van jonkheer Hendrik Gerard van Geen (
Afb. 3. Het oorlogsgraf in Putten van jonkheer Hendrik Gerard van Geen (1921-1945).

Bijna het hele gezin raakte bij het verzet betrokken, zijn zusjes als koeriersters en zo zat Mathieu Constant bij de verzetsgroep ‘De Stootgroep’, maar helaas werd één van zijn broers, jonkheer Hendrik Gerard van Geen, door de SD opgepakt en op 2 maart 1945 gefusilleerd. Zijn vader keerde verzwakt terug uit Duitsland en werd in zijn ambt hersteld. Vanwege zijn gezondheidstoestand werd het burgemeestersambt eerst voor hem waargenomen. In 1948 trad hij terug na 21 jaar burgemeester van Putten te zijn geweest. In de laatste gemeenteraadszitting waarin hij afscheid nam, was een groot aantal burgemeesters uit de omliggende gemeenten aanwezig om hem op deze wijze te eren. Ook de receptie na afloop werd zeer druk bezocht.

Afb. 4. Huize Bijstijn in Putten, woonhuis van het burgemeestersgezin Van Geen, foto part. coll.
Afb. 4. Huize Bijstijn in Putten, woonhuis van het burgemeestersgezin Van Geen, ansichtkaart part. coll.

Mathieu Constant werd, na zijn opleiding voltooid te hebben, werkzaam als gemachtigde van Consultants Inc. in Amsterdam. In 1955 huwde hij Carla Alfrieda Arda van Hoogstraten. Zij stamde uit een familie in het blauwe boekje van het Nederland’s Patriciaat, dat door huwelijken met Nederlandse adel verbonden was. Haar vader was dominee en haar moeder een jonkvrouwe Von Steiger. Na hun huwelijk woonden zij eerst op Huize Bijstein in Putten. Nadat hij werkzaam was geworden voor Werkspoor N.V. woonden zij in Johannesburg in Zuid-Afrika. Hier werden, nadat zij al eerder een dochter hadden gekregen, hun twee zoons geboren. Na terugkeer in Nederland gingen zij in Bilthoven wonen en werd hij werkzaam voor Werkspoor N.V. in Utrecht tot hij directeur werd bij Grintverkoopkantoor B.V. en zij naar Nijmegen verhuisden. Hier bleven zij ook na zijn pensionering wonen en het was ook in Nijmegen dat zijn echtgenote in 2000 kwam te overlijden.

Op 4 april 2016 kwam hijzelf in Nijmegen te overlijden: “Verdrietig, maar dankbaar voor alles wat hij voor ons is, geven wij U kennis van het overlijden van onze allerliefste pappie, schoonvader en grootvader Jonkheer Mathieu Constant van Geen Ridder Johanniter Orde in Nederland.” Jonkheer Van Geen werd negenentachtig jaar en wordt diep betreurd door zijn dochter, zoons, schoondochters, vijf kleinkinderen en verdere familieleden. De crematie vond in besloten kring plaats.

Annonce van het overlijden met dank aan Netty op www.nobiliana.de.

Week van de Begraafplaats 28 mei t/m 5 juni (2): de verdronken freule Bouwens van Horssen en haar vriendinnetje

Afb. 1. De dorpskerk van Horssen met aan de voet van de toren de drie enige overgebleven zerken op het kerkhof.
Afb. 1. De dorpskerk van Horssen met aan de voet van de toren de enige drie overgebleven zerken op het kerkhof.

Op het kerkhofje bij de dorpskerk van Horssen is niet veel van het funeraire verleden bewaard gebleven. Slechts drie zerken doorstonden de tand des tijds en de rest is verdwenen. Eén zerk is van het echtpaar Viëtor-Meijer. Hij was gepensioneerd kapitein en kwam uit een patriciaatsfamilie. De twee andere betreffen leden van de adellijke familie Bouwens van Horssen. Het meeste fraaie van deze twee is het graf van vader en dochter Bouwens van Horssen met het in steen uitgehouwen alliantiewapen Bouwens van Horssen-Gerbade, dat bovendien door een hekwerk omsloten is. De tweede zerk is bijna niet meer leesbaar en over de twee verdronken meisjes die hier begraven liggen, gaat dit verhaal.

In 1747 kwam het geslacht Bouwens door erfenis in het bezit van de heerlijkheid Horssen en ging zich vervolgens Bouwens van Horssen noemen. De eerste Bouwens uit de stamreeks kwam uit Maastricht en in latere generaties vestigde de familie zich in Amsterdam, waar zij als kooplieden in ijzer en later ook in geschut tot grote welstand kwamen en tot de regentenklasse gingen behoren. Van hun toenmalige welvaart en status getuigen nog steeds de bewaard gebleven 17e-eeuwse familieportretten door de schilder Ferdinand Bol.

Het vermogen en het bezit van Horssen droegen bij aan het aristocratiseringsproces van de familie en de nakomelingen werden uiteindelijk niet langer koopman, maar officier of burgemeester. Ook de huwelijken droegen hieraan bij en zo was er een huwelijk met een baron Du Tour en een Sirtema van Grovestins. In 1831 werd de status van de familie bevestigd door de verheffing in de Nederlandse adel van jonkheer Pieter Bouwens, heer van Horssen (1775-1843).

Afb. 2. Het graf van jonkheer Pieter Bouwens van Horssen (1775-1843) en van zijn oudste dochter freule Agatha Bouwens van Horssen (1812-1843), met het alliantiewapen Bouwens van Horssen-Gerbade.
Afb. 2. Het graf van jonkheer Pieter Bouwens van Horssen (1775-1843) en van zijn oudste dochter freule Agatha Bouwens van Horssen (1812-1843), met aan het hoofdeinde het alliantiewapen Bouwens van Horssen-Gerbade (let op de leeuwenstaart die zich koket tussen de wapenschilden heen slingert).

Jonkheer Pieter Bouwens van Horssen was lid van de Provinciale Staten van Gelderland en burgemeester en secretaris van Horssen. In 1810 huwde hij Maria Jacoba Gerbade (1784-1852), die een dochter was van een schepen en raad van ’s-Hertogenbosch. Er werden vijf kinderen op het kasteel Horssen geboren: drie zoons en twee dochters. De jongste in het gezin was freule Margaretha en in de lente van 1830 kwam zij samen met haar vriendinnetje Rebekka Henriëtte Thesingh, afkomstig uit het naburige Druten, op tragische wijze om: beide meisje verdronken. Op 3 april verscheen er in de Opregte Haarlemsche Courant de volgende annonce voor de beide meisjes:

Op den 28sten Maart 1830, overleed te Horssen, door een zeer treffend ongeluk, MARGARETHA, jongste Dochter van den Heer PIETER BOUWENS van HORSSEN, Heer en Burgemeester der Heerlijkheid Horssen, en Vrouwe MARIA JACOBA GERBADE, in den ouderdom van 10 jaren en 8 maanden; – en REBEKKA HENRIëTTE THESINGH, oudste Dogter van den Heer Mr. EGBERT THESINGH, Controleur van ’s Rijks Belastingen te Druten, en wijlen Vrouwe HENRIëTTE PETRONILLE van der UPWICH, in den ouderdom van 9 jaren en 2 maanden.

Afb. 3. De vrijwel niet meer leesbare zerk van de verdronken freule Margaretha en haar vriendinnetje Rebekka met een reconstructie van de tekst (de vetgedrukte letters zijn nog enigszins leesbaar).
Afb. 3. De vrijwel niet meer leesbare zerk van de verdronken freule Margaretha en haar vriendinnetje Rebekka Henriëtte met een reconstructie van de tekst hierop, waarbij de vetgedrukte letters de nog enigszins leesbare zijn.

In 1900 stierf de familie Bouwens van Horssen uit. De familieportretten vererfden buiten de familie tot ze in 1957 aan de stichting Geldersche Kasteelen werden geschonken. Wat in Horssen aan de familie herinnert, is het huis Horssen, hun wapen op de herenbank in de kerk en twee graven op het kerkhof, waaronder een nauwelijks meer leesbare van een verdronken tienjarige freule en haar vriendinnetje van negen jaar.