Tentoonstelling ‘Toen gewoon, achteraf bijzonder’ t/m 30 november op de Fraeylemaborg

Fraeylemaborg 4
Afb. 1. Voorkant van het boek ‘Toen gewoon, achteraf bijzonder’ door drs. Henny van Harten-Boers

Vorig jaar verscheen het geweldige boek ‘Toen gewoon, achteraf bijzonder’ door conservator drs. Henny van Harten-Boers, waarin d.m.v. interviews met familieden, personeel, pachters en omwonenden de geschiedenis van de Fraeylemaborg en zijn bewoners werd opgetekend. Het geweldige boek (dat echt een aanrader is!) geeft vanuit verschillende perspectieven kijk op het leven van de patriciaatsfamilie Thomassen à Thuessink van der Hoop van Slochteren en het dagelijkse reilen en zeilen op een buitenplaats in al zijn facetten en is rijk geïllustreerd.

Fraeylemaborg 1Fraeylemaborg 2
Afb. 2 en 3. Speelgoed en een foto op de tentoonstelling ‘Toen gewoon, achteraf bijzonder’, foto’s met dank aan www.facebook.com/fraeylemaborg

Ter gelegenheid van dit boek is in het koetshuis nu een tentoonstelling te zien, waarop foto’s, filmfragmenten en voorwerpen het verhaal vertellen van de laatste bewoners op deze fraaie borg. Daarnaast is het het huis zelf natuurlijk ook een aanrader om te bezoeken!

Link naar meer informatie over de tentoonstelling: www.fraeylemaborg.nl/toen_gewoon.html

Link naar bestelmogelijkheid van het boek ‘Toen gewoon, achteraf bijzonder’: www.fraeylemaborg.nl/winkel/webwinkel.html

Tentoonstelling ‘Upstairs Downstairs’ op kasteel Duivenvoorde

Duivenvoorde, Upstairs Downstairs, compilatie
Afb. 1. De families Steengracht en Schimmelpenninck van der Oye in 1890 in het park van Duivenvoorde

Vanaf vandaag t/m 29 oktober is op kasteel Duivenvoorde een tentoonstelling te zien, die het verhaal vertelt van de bewoners van het kasteel en het personeel. De tentoonstelling maakt deel uit van de bestaande historische interieurs en laat zien hoe het leven op het kasteel in al zijn facetten verliep: van het leven op stand met familie en gasten, tot het koken en wassen. Duivenvoorde is sinds 1226 nooit verkocht, maar altijd vererfd via de adellijke geslachten Van Wassenaer, Torck, Van Neukirchen genaamd Nyvenheim, Steengracht en Schimmelpenninck van der Oye, tot het in een stichting werd ondergebracht.

Duivenvoorde, kasteel
Afb. 2. Kasteel Duivenvoorde, foto met dank aan de facebookpagina van Duivenvoorde: www.facebook.com/duivenvoorde

Link naar meer informatie over deze tentoonstelling: www.kasteelduivenvoorde.nl/kasteel/museum/tentoonstellingen/upstairs-downstairs/

Overleden: dr. A.J. van Meurs

Meurs, Ted van
Afb. 1. Dr. Alfred Johan van Meurs, foto door Phil Nijhuis in ‘Arts en Auto’ juli/augustus 2015

Dr. Alfred Johan (‘Ted’) van Meurs, geboren Medan (Nederlands-Indië) 1 augustus 1922, overleden Voorburg 13 februari 2016, Officier in de Orde van Oranje-Nassau, met de zwaarden, drager van het Kruis van Verdienste, het Oorlogsherinneringskruis en het Verzetsherdenkingskruis, echtgenoot van Anna Jacoba van Meurs née jonkvrouwe Storm van ’s Gravesande, weduwnaar van Ida Betty Gerssen.

In Memoriam
Alfred Johan van Meurs werd geboren op 1 augustus 1922 in Medan in het toenmalige Nederlands-Indië als zoon van Johannes Cornelis van Meurs en Cécile Marthe Argoud, die beiden stamden uit in Ned.-Indië gevestigde families. Hij groeide de eerste jaren op in Medan en hier was zijn vader werkzaam als agent van de Ned.-Indische Escompto Maatschappij en bestuurslid van de Handelsvereniging Medan. In 1925 vertrok het gezin naar Nederland en vestigde zich in Rotterdam, waar zijn vader werkzaam werd op het kantoor aldaar van de Ned.-Indische Escompto Maatschappij. Het gezin ging aan de Mathenesserlaan 450a wonen en hier werden vervolgens op 15 februari 1927 zijn zusje Cécile Marthe en op 20 november 1928 zijn broertje Ferdinand Jan geboren, maar zijn broertje overleed helaas enkele maanden na de geboorte op 12 januari 1929. In 1934 reisde het gezin terug naar Ned.-Indië en ging in Batavia wonen, waar zijn vader werd benoemd tot procuratiehouder en chef wisselzaken bij de voornoemde maatschappij.

In september 1940 ging hij geneeskunde studeren in Leiden, maar toen de universiteit daar werd gesloten na het protest tegen het ontslag van de Joodse hoogleraren, zette hij zijn studie illegaal in Amsterdam voort en behaalde daar in 1943 zijn kandidaats, ook al werd dit niet officieel erkend. Samen met vele andere studenten werd hij in 1943 na de aanslag op generaal Seyffardt opgepakt en kwam in Kamp Amersfoort terecht, maar hij wist bij een overplaatsing naar de gevangenis in Scheveningen te ontsnappen en dook onder. In 1944, na de landing van de Geallieerden in Normandië, werd hij opnieuw opgepakt, maar wist uiteindelijk in Duitsland aangekomen opnieuw te ontsnappen en kwam via Zwitserland als Engelandvaarder in het Verenigd Koninkrijk terecht. Nadat hij als vaandrig in het KNIL benoemd was, vertrok hij naar Suriname om daar zijn opleiding te voltooien en behaalde daar zijn ‘vademecum voor geneesheer in de tropen’ – een diploma dat niet in Nederland geldig was.

Na Suriname volgde opnieuw een verblijf in Ned.-Indië, waar de onafhankelijkheidsoorlog juist begon. Hier was hij eerst bataljonsarts en later arts in het militair hospitaal in Batavia. Hier maakte hij van dichtbij het grote leed ten gevolge van de strijd mee en hierover zei hij later: “We hebben het niet goed gedaan met Indië. Nederland had veel eerder moeten meewerken aan de onafhankelijkheid. Er waren genoeg capabele mensen die het gezag hadden kunnen overnemen.” In 1950 vloog hij terug naar Nederland en leerde onderweg de stewardess Ida Betty Gerssen kennen en zij huwden kort daarop, want hij vertrok als vrijwilliger naar Korea en “Als ik zou sneuvelen, zou zij tenminste een uitkering krijgen.” De omstandigheden waaronder de Nederlandse militairen werden uitgezonden waren slecht en ook na terugkomst was de ontvangst koud. Toch was hij hierover niet verbitterd, maar bouwde hij energiek aan een nieuw bestaan, eerst als bedrijfsarts bij de Nederlandse Spoorwegen en daarna bijna vijftig jaar als huisarts in ’s-Gravenhage.

Storm van s Gravesande, wapen
Afb. 2. Het familiewapen Storm van ’s Gravesande

Na het overlijden van zijn echtgenote in 1995, met wie hij twee zoons en twee dochters kreeg, hertrouwde hij in 2003 met jonkvrouwe Anna Jacoba Storm van ’s Gravesande. Haar familie zou later over hem zeggen: “Hij kwam op latere leeftijd in onze familie en bleek een aanwinst!” Zij stamde uit een oud regentengeslacht dat uit ’s-Gravenzande afkomstig was en dat eeuwenlang bestuurders in Delft en later in ’s-Hertogenbosch voortbracht. In 1842 werd een voorvader in de Nederlandse adel verheven met het predicaat van jonkheer.

Vanwege zijn vele verdiensten behaagde het H.M. om hem te benoemen tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau, met de zwaarden. Daarnaast werd hij onderscheiden met: het Kruis van Verdienste, het Oorlogsherinneringskruis, het Verzetsherdenkingskruis, het Ereteken voor Orde en Vrede, met de gespen “1947”, “1948” en “1949”, het Kruis voor Recht en Vrijheid met de gesp “Korea 1950”, het Onderscheidingsteken voor Langdurige Dienst als Officier, 35 jaar, de United Nations Service Medal, met de gesp “Korea”, de Order of Military Merit Wharang with Silver Star, van de Republiek Zuid-Korea en de Korean War Service Medal, van de Republiek Zuid-Korea.

Op 13 februari 2016 kwam hij in Voorburg te overlijden: “Verdrietig, maar ook dankbaar, geven wij kennis van het overlijden van mijn allerliefste man, onze lieve papa en coole opa Ted van Meurs”. Dr. Alfred Johan van Meurs werd drieënnegentig jaar en wordt diep betreurd door zijn echtgenote, zoons, dochters, schoondochter, schoonzoons, klein- en achterkleinkinderen en verdere familieleden. De herdenkingsbijeenkomst vond plaats op 18 februari in de Kloosterkerk op het Lange Voorhout in ’s-Gravenhage en aansluitend vond de begrafenis plaats op de Gemeentelijke Begraafplaats aan de Kerkhoflaan.

Bericht en foto mede met dank aan een lezenswaardig interview in ‘Arts en Auto’ van juli/augustus 2015 door Wout de Bruijne met foto’s door Phil Nijhuis: www.vox-voks.nl/files/Ted-van-Meurs.pdf

Een deftig gezelschap in 1923

Heemstede 1923
Afb. Met dank aan de Beeldbank van het Noord-Hollands Archief

Onlangs ging de Beeldbank van het Noord-Hollands Archief online, waarin meer dan 260.000 afbeeldingen zijn te vinden van kastelen, buitenplaatsen, landgoederen, kaarten, plattegronden en foto’s van personen, waaronder ook vele adellijke namen. Op de afbeelding een damesgezelschap, dat op 15 september 1923 in Heemstede ter gelegenheid van het Zilveren Regeringsjubileum van Koningin Wilhelmina in historische kledij het bezoek van Koningin Henrietta Maria van Groot-Brittannië in 1642 aan Adriaan Pauw, heer van Heemstede uitbeeldde.

Volgens het bijschrift betreft het de dames: mejuffrouw M. Aberson, freule Van Riemsdijk, mevrouw Teding van Berkhout-van Lennep, mevrouw Quarles van Ufford-Dolleman, freule A. Teding van Berkhout en freule Teixeira de Mattos. Gezien de vrolijke gezichten moet het die dag een dolle boel zijn geweest daar in Heemstede.

Link naar deze beeldbank met zoekmogelijkheid: http://noord-hollandsarchief.nl/beelden/beeldbank/?mode=gallery&view=horizontal&sort=random%7B1460562594195%7D%20asc

Nieuwe uitgave Magazine kasteel Keukenhof

Keukenhof, compilatie

In 2003 overleed Jan Carel Elias graaf van Lynden en werd de ‘Stichting Kasteel Keukenhof’ eigenaar van kasteel Keukenhof, de inboedel en de landerijen. Sindsdien voert de stichting een buitengewoon actief beleid om het bezit in optimale staat te brengen en te houden. Ook wordt er geprobeerd informatie over de collectie en de geschiedenis voor een breed publiek toegankelijk te maken door het uitgeven van een jaarboek en een magazine. Voor € 17,50 per jaar wordt u vriend van kasteel Keukenhof, steunt u de instandhouding van dit bijzondere erfgoed en krijgt u dit magazine toegestuurd. Meer informatie hierover: www.vriendenvankasteelkeukenhof.nl/vrienden/vriend-worden.

Niet alleen het kasteel en de tentoonstelling zijn overigens een bezoek meer dan waard, maar ook het prachtige park met beeldentuin is een aanrader! Voor meer bezoekersinformatie: www.kasteelkeukenhof.nl.

Lezing over Groninger grafkelders met boekpresentatie

Grafkelders in Groningen 9Grafkelders in Groningen 10Grafkelders in Groningen 2
Afb. 1 t/m 3. De voorkant van het boekje, de heer Peter Breukink, directeur Stichting Oude Groninger Kerken en petit fours met daarop de afbeelding van een grafkelder

Op vrijdag 8 april jl. was er in de Remonstrantse Kerk in Groningen een lezing over een onderdeel van het veelal adellijk funerair erfgoed in kerken dat velen fascineert: grafkelders. In zijn welkomstwoord vertelde de heer Peter Breukink, directeur van de Stichting Oude Groninger Kerken (SOGK), dat er een steeds terugkerend verzoek is om in grafkelders te mogen kijken en toen de grafkelder in de kerk van Midwolde werd opengesteld, stonden er lange rijen wachtenden tot buiten voor de kerk.

Grafkelders in Groningen 3
Afb. 4. De heer Harry Brouwer, auteur van ‘Een grote hoop verrot holt en dog weijnig beenderen. Grafkelders in het Groningerland’

De heer Harry Brouwer, schrijver van ‘Een grote hoop verrot holt en dog weijnig beenderen. Grafkelders in het Groningerland’, vertelde in zijn inleiding over zijn eigen fascinatie voor dit fenomeen, die begonnen was toen hij als 13-jarige de mummies in Wieuwerd bezocht. Sindsdien heeft hij in heel Europa vele grafkelders bezocht. De bekendste in Groningen is volgens hem die in Midwolde. Over deze kerk met zijn rouwborden, herenbank, grafkelder en grafmonument zei hij: “Midwolde is het Delft van Groningen.” Op de Dag van de Groninger Geschiedenis kwam hij in gesprek over de reeks, die de SOGK heeft uitgegeven en zei dat hierin een deeltje miste. Dit was het begin van het boekje dat op deze avond gepresenteerd werd en waarover hij vertelde dat hierbij de opdracht was, dat dit voor de gemiddelde leek geschikt moest zijn en dat het ook luguber moest zijn.

Kletterende regen
Om te laten zien hoe grafkelders ook nu nog blijven fascineren, citeerde hij uit krantenberichten, die steeds uitvoerig berichtten over de vondst van grafkelders met gepast taalgebruik. Zo schreef in 1985 de Leekster Courant over een bezoek aan een grafkelder, waarbij de weersomstandigheden passend waren, want ‘de regen kletterde met honderden druppels naar beneden’ en beneden werden ze in de grafkelder ‘bijkans de stuipen op het lijf gejaagd’ door ‘bizarre vondsten’. Het woord ‘luguber’ werd niet vermeden en stond wel tien keer in dit bericht.

Grafkelders in Groningen 4
Afb. 5. De heer Harry Brouwer overhandigt het eerste exemplaar aan de heer Redmer Alma

Grafkelders als onderdeel van het interieurlandschap in kerken
Hierna werd het eerste exemplaar aan de heer Redmer Alma, historicus en auteur over adelsgeschiedenis, heraldiek en geschiedenis, overhandigd, die het eigenlijk vreemd vond dat er vrijwel niets over grafkelders is gepubliceerd, want ‘bijna iedere kerk wil er wel één hebben’ en grafkelders spreken velen tot de verbeelding. Hij noemde grafkelders ‘een deel van het interieurlandschap van een kerk’. Grafkelders boden, samen met rouwborden, herenbanken en monumenten, de mogelijkheid voor representatie.

Twee mysteries over grafkelders
Hierbij sprak hij over twee mysteries: de uiterlijke verschijningsvorm van grafkelders is veelal eenvoudig en beperkt zich tot een jaartal, een naam of een wapen op de steen. Het tweede mysterie is de ouderdom, waarbij hij zich afvroeg of er eigenlijk wel 15e eeuwse grafkelders zijn. Hij vond dat er nog veel onderzoek noodzakelijk was op dit gebied, zoals in Farmsum, waar vele belangrijke historische zerken zijn teruggevonden, maar het koor nog niet onderzocht is. Hier moet zich onder een buitengewoon fraai gedetailleerde en gesigneerde grafsteen van een telg van het adellijke geslacht Ripperda nog een grafkelder bevinden, die het waard is om onderzocht te worden.

Grafkelders in Groningen 6Grafkelders in Groningen 7
Afb. 6 en 7. De heer Harry Brouwer tijdens zijn lezing

Grafkelder als adellijk statussymbool
Na deze boekpresentatie vond de lezing plaats door de heer Harry Brouwer, die liet zien dat de fascinatie voor de dood zich ook in het heden voortzet. Hierbij noemde hij als voorbeeld hedendaagse kunstenaars als Damian Hirst met zijn met diamanten ingelegde schedel en Gunther von Hagen met zijn anatomische preparaten. Grafkelders noemde hij ‘het statussymbool van de adel’. In combinatie met de herenbanken, rouwborden, glas-in-lood-ramen en wapens op orgels kon de adel zich hiermee onderscheiden. Een adellijke grafkelder bevond zich meestal op het koor, dat hij ‘het toneel in een kerk’ noemde en na de Reformatie was hier ruim de mogelijkheid voor en “De ruimte voor de Heer werd veranderd voor de heer.”

De pruik van Georg Wilhelm
Hierna ging hij dieper in op de traditie van het begraven in kerken met de bijkomende problemen, zoals begin 19e eeuw in Bruinisse, waar een geopende grafkelder leidde tot een plaag van vliegen en kakkerlakken, waardoor de kerkdienst geen doorgang kon vinden. Na een aantal bekende grafkelders te hebben laten zien, vertelde hij uitgebreid over bekende voorbeelden hiervan in Groningen. Uit de reeds eerder genoemde grafkelder van de baronnen en graven Von Inn- und Kniphausen kon hij een plukje van de pruik van de in 1709 overleden Georg Wilhelm des H.R. Rijksgraaf von Inn- und Kniphausen laten zien, dat van berenhaar uit de Andes gemaakt zou zijn. De foto van de grafkelder in de Donatuskerk in Leermens liet tot slot zien hoe deze tot op heden zeer functioneel gebruikt werd: als aardappelopslag voor de koster, die er ook witlof kweekte.

grafkelder
Afb. 8. De grafkelder van de baronnen en graven Von Inn- und Kniphausen in Midwolde

Geínteresseerd in ‘Een grote hoop verrot holt en dog weijnig beenderen. Grafkelders in het Groningerland’ door Harry Brouwer, dat als deel 18 in de reeks Groninger Kerkhoven is verschenen en waarin grafkelders in 16 kerken worden besproken? Kijk dan op de website van de Stichting Oude Groninger Kerken: www.groningerkerken.nl.

Geboren: Van Asch van Wijck

Asch van Wijck, wapen

Jonkvrouwe Anahi Victoria Patricia Alix van Asch van Wijck, geboren ’s-Gravenhage 31 maart 2016, dochter van jonkheer Lodewijk Henrick Karel Cornelis van Asch van Wijck en Nicole van Asch van Wijck née Doeswijk.

Crowdfunding: de statieberline van de jonkheren Van Loon

Museum Van Loon, galaberline
Afb. De Statieberline in volle glorie met koetsier en palfrenier in groot tenue

In 1910 werd deze koets door de familie Van Loon besteld om bij bijzondere gelegenheden te gebruiken. De koets is in de kleuren geel en zwart gelakt: de heraldische kleuren in het familiewapen Van Loon. Het rijtuig dreigt echt door zijn wielen heen te zakken en de lak bladdert af en daarom is er onlangs een crowdfunding actie gestart om het te kunnen restaureren, waarbij deelname al vanaf € 10,- zeer welkom is. De teller staat nu op € 5860,-. Doet u ook mee om dit bijzondere rijtuig weer in oude glans te laten stralen en het zo terug te laten keren in het koetshuis van Museum Van Loon? Kijk dan op: www.voordekunst.nl/projecten/4404-breng-het-rijtuig-naar-het-koetshuis

Laatste voorstelling ‘Liedvermaak’ van Jacquelien de Savornin Lohman

Savornin Lohman, Liedvermaak, Jacquelien de (1)
Afb. 1. Zwierig gooit Jacquelien de Savornin Lohman haar been op de vleugel

Gistermiddag was in Nijmegen deze laatste voorstelling van prof. jonkvrouwe mr. dr. Jacquelien de Savornin Lohman, die bij aanvang meteen haar adellijke afkomst relativeert, want ze is maar een jonkvrouwe en als het nu nog barones was geweest… Ze is 82 jaar, maar vertelt en zingt vol energie en gooit ineens soepel haar been omhoog op de vleugel. In het programma gaat het over haar eigen leven en beschouwt zij met humor de wereld van vroeger en nu. In haar zelfgeschreven liedjes, die begeleid worden door haar vaste pianist Bram Commijs, klinkt nostalgie door, zoals in ‘Ouderlijk huis’:

Wat glas, wat cement en stenen
’t Zit in m’n lijf, zit in m’n genen
Wat stenen, cement en glas
’t Zit in m’n lijf, ’t is wat ik was.

Savornin Lohman, Liedvermaak, Jacquelien de (2)Savornin Lohman, Liedvermaak, Jacquelien de (3)
Afb. 2 en 3. Jacquelien de Savornin Lohman met haar vaste pianist Bram Commijs

Jacquelien de Savornin Lohman is oud-lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, oud-hoogleraar orthopedagogiek en begon op haar zeventigste als cabaretière. Ook al was dit haar laatste voorstelling van ‘Liedvermaak’, zij stopt nog niet, maar gaat nu verder met cabaret-op-maat, waarvoor zij te boeken is via haar website www.jdesavorninlohman.nl.

Link naar een fragment van één van haar liedjes op het Youtubekanaal van AiN: www.youtube.com/watch?v=cJyAUxBREXU