Alexander van der Bellen: van Nederlandse afkomst met Russische adeldom

Afb. Alexander van der Bellen. de nieuwe Oostenrijkse president.
Afb. Alexander van der Bellen, de nieuwe Oostenrijkse president.

De Oostenrijkse econoom en politicus Alexander (‘Sascha’) van der Bellen (1944) won vandaag de Oostenrijkse presidentsverkiezingen. Hij stamt af van een Nederlandse glazenier die zich omstreeks 1763 in Rusland vestigde. Hier werd aan zijn nakomelingen Russische adeldom verleend en sedertdien schreven zij hun naam als Von der Bellen.

De grootvader van Alexander van der Bellen was voor de Oktober Revolutie een liberale politicus en gouvernementshoofd van Pskov, maar moest door de revolutie vluchten en kwam met zijn zoons in Estland terecht, waar zij hun naam weer in Van der Bellen veranderden. Nadat de ouders van Alexander in 1940 opnieuw moesten vluchten voor het oprukkende Russische leger, kwam de familie uiteindelijk in Oostenrijk terecht.

Overleden: jhr. S.W.H. Sandberg

Afb. 1. Het familiewapen Sandberg.
Afb. 1. Het familiewapen Sandberg.

Jonkheer Steven Willem Harm Sandberg, geboren Haarlem 25 augustus 1940, overleden Aerdenhout 18 maart 2016, echtgenoot van Marianne Elisabeth Sandberg née Storm.

In Memoriam
Jonkheer Steven Willem Harm Sandberg werd geboren op 25 augustus 1940 te Haarlem. Zijn vader, jonkheer Bodo Sandberg, was een telg uit een geslacht waarvan de stamvader in 1631 als gegoed te Elburg vermeld werd en dat nadien generaties lang als schepenen en burgemeesters in het bestuur van deze stad zat. In de 18e eeuw ging de familie tot de bestuurlijke elite van Overijssel behoren en passend bij deze status was de aankoop van de havezate ’t Laer in Ommen in 1788. Deze bleef familiebezit tot in 1901, toen deze verkocht werd en de opbrengst ten goede kwam aan de Sandberg Stichting. Deze familiestichting werd in 1888 opgericht om familieleden te ondersteunen. In 1842 werd een voorvader, die onder meer lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal was, in de Nederlandse adel verheven met het predicaat van jonkheer. Zijn moeder, Catherine Elisabeth Brugsma, was de dochter van een gezagvoeder bij de Koninklijke Pakketvaart-Mij. Haar broer genoot jarenlang bekendheid onder de naam ‘W.L. Brugsma’ als hoofdredacteur van de Haagsche Post en later als presentator en commentator van de actualiteitenrubriek Achter het Nieuws en presentator van het discussieprogramma Het Capitool.

Afb. 2. Jonkheer Bodo Sandberg, Engelandvaarder, foto met dank aan http://bodosandberg.webs.com/.
Afb. 2. Jonkheer Bodo Sandberg, Engelandvaarder, foto met dank aan http://bodosandberg.webs.com/.

Zijn ouders waren in 1939 gehuwd en zijn vader was officier bij de Militaire Luchtvaart en was gestationeerd op de luchtmachtbasis in Bergen. Toen in 1940 de Tweede Wereldoorlog uitbrak, was zijn moeder zes maanden van hem in blijde verwachting. Voordat zijn vader op missie ging, nam hij afscheid met de wetenschap dat dit een afscheid voorgoed zou kunnen zijn en sprak hij de woorden: “Het ergste is dat ik nooit zal weten of het een jongen of een meisje is…” Na de capitulatie dook zijn vader al snel onder en slaagde er, na een eerste mislukte poging en een verblijf in een gevangenkamp, in om te ontsnappen en om uiteindelijk in 1942 als Engelandvaarder Londen te bereiken. Hij ging vervolgens naar de Verenigde Staten voor een vervolgopleiding als oorlogspiloot en daarna naar Australië om tegen de Japanse bezetter in Nederlands Nieuw Guinea te vechten. Vanwege zijn inzet ontving hij later het Verzetskruis en het Kruis van Verdienste.

Zijn moeder werd thuis actief bij de ondergrondse en hielp bij de distributie van vervalste voedselbonnen. In de Hongerwinter liep zijn moeder door ondervoeding een gevaarlijke infectie op en raakte tijdelijk gedeeltelijk verlamd. Het was daarom dat hij met zijn grootmoeder naar de voedseldroppingen keek en hierover zei hij later: “Ik herinner me de ochtend duidelijk dat mijn grootmoeder, luisterend naar de radio, hoorde dat in het komende half uur de zakken vol meel zouden gaan vallen aan de overkant van het kanaal waar we woonden. Opgewonden pakte ze me op en samen liepen we naar de rand van het kanaal. Ik kan ze nog steeds zien komen, de geallieerde bommenwerpers, die inderdaad zeer laag en zeer traag vlogen en dan ineens begonnen ze de zakken in de velden aan de overkant te laten vallen. Golf na golf kwam naar beneden. Toen ik naar mijn grootmoeder keek, zag ik dat haar ogen nat waren van het huilen (in stilte). Ze omhelsde me en zei: “Nu zullen we overleven en de oorlog zal snel voorbij zijn.” De zakken werden door de Nederlandse autoriteiten verzameld en het meel werd correct en eerlijk verdeeld onder de hongerige bevolking. Ik herinner me tot op de dag van vandaag hoe het brood, gebakken thuis van deze bloem, proefde. Geweldig! Een week later werden de lege zakken ter beschikking van de mensen gesteld. Velen maakten kleding van hen. Mijn grootmoeder hield een tas intact om dit unieke moment in haar en onze levens te herinneren. Ik zal het koesteren voor zo lang als ik leef.” Drie jaar nadat zijn vader zijn zoon en echtgenote had moeten verlaten, keerde hij terug naar huis, maar zijn zoon, die inmiddels vijf jaar was, herkende zijn eigen vader niet meer. Hun relatie zou er altijd door getekend blijven.

In 1955 werd zijn vader luchtmachtattaché op de Nederlandse ambassade in Oslo en verhuisde het gezin, dat inmiddels met een broertje was uitgebreid, hierheen. Na terugkeer in Nederland werd zijn vader commandant van de luchtmachtbasis Ypenburg bij ’s-Gravenhage. Inmiddels had hij zelf zijn opleiding voltooid en was aan zijn carrière begonnen. In 1965 huwde hij in Kingston op Jamaica Marianne Elisabeth Storm. Zij was de dochter van een procuratie-houder bij de Holland-Afrika Lijn in Amsterdam en haar moeder stamde uit de patriaatsfamilie Besier. Na hun huwelijk woonden zij eerst in Villa Tangerine in Kingston en later in Cali in Columbia en was hij werkzaam als manager bij de Curaçaosche Handelmij. N.V. Daarnaast was hij in deze jaren waarnemend consul.

Afb. 3. Jonkheer Steven Willem Harm Sandberg, foto uit De Telegraaf van 14 augustus 1990.

Na terugkeer in Nederland vestigden zij zich in Aerdenhout en werd hij eerst algemeen directeur bij de Curaçaosche Handelmij. Nederland B.V. en in 1989 directeur van de Nationale Borg-Maatschappij te Amsterdam, een bedrijf dat gespecialiseerd was in het stellen van borgtochten en garanties, het sluiten van fraude- en berovingsverzekeringen en het herverzekeren van risico’s op dezelfde gebieden. Hier leverde hij jarenlang een belangrijke bijdrage aan de continuïteit en ontwikkeling van het bedrijf. Ook hield hij zich actief bezig met de internationale belangenbehartiging van deze bedrijfstak. Een jaar na zijn aantreden nam het verzekeringsconcern Nationale Nederlanden de aandelen over en in een interview zei hij hierover: “Met dezelfde onafhankelijkheid , maar vanuit de achtergrond de ondersteuning te hebben van een groot concern, denken wij beter de groeimogelijkheden die er zijn te kunnen benutten.” Voor hem stond het persoonlijk contact voorop en ook na zijn pensionering bleef hij een grote belangstelling voor iedereen hier behouden. Hij wordt hier daarom herinnert als een warm mens.

Bekendheid verwierf hij door de oprichting van de Ferrari Club Nederland, die hij in 1983 oprichtte samen met Hans Hugenholtz en Nico Koel, vanuit hun passie voor dit merk en hiervan was hij jarenlang bestuurslid. Doel was om alle Ferrari liefhebbers bijeen te brengen en om evenementen te organiseren om zo samen van dit magische merk te genieten. Ook Z.K.H. Prins Bernhard werd al snel clublid. Hij zette zich als Executive Editor ook in voor het Gli Amici della Ferrari 3, waarin vele bijdragen van hem stonden. Zo schreef hij in 1983: “Als je, na exact twintig jaar ineens weer op de streep staat voor de start van een heuse en internationele race, dan gaat er werkelijk van alles door je heen. Van een kant ben je als veertiger van binnen een heel ander mens geworden (van buiten trouwens ook); want die totaal opwinding van toen is er niet meer, je blijft nuchter, je evenwichtigheid en het instinct tot zelfbehoud zorgen daarvoor. Maar toch …, toch is er net als toen die kick van: we doen hoé bescheiden ook, echt méé!”

Op 18 maart 2016 kwam hij in Aerdenhout te overlijden: “Mijn allerliefste man en levenslange grote steun is na een vol, kleurrijk leven en dynamisch leven overleden.” Boven de annonce stond een citaat van zijn oom W.L. Brugsma: “Een mooie toekomst achter ons.” Jonkheer Steven Willem Harm Sandberg werd vijfenzeventig jaar en wordt diep betreurd door zijn echtgenote en verdere familieleden. Het afscheid vond op verzoek van de overledene in besloten kring plaats.

Foto’s en informatie mede met dank aan http://bodosandberg.webs.com/

 

Veilingnieuws: schilderij door jonkheer mr. Johan Anthonie de Jonge (1864-1927)

Afb. 'Pootje baden aan zee' door jonkheer mr. Johan Anthonie de Jonge (1864-1927), foto met dank aan www.venduehuis.com.
Afb. ‘Pootje baden aan zee’ door jonkheer mr. Johan Anthonie de Jonge (1864-1927), foto met dank aan www.venduehuis.com.

Op 25 mei vindt er bij het Venduehuis in ’s-Gravenhage een veiling plaats, waar dit schilderij van de hand van jonkheer Johan Anthonie de Jonge wordt geveild. Hij studeerde rechten in Leiden, maar daarnaast studeerde hij aan de Haagse Academie voor Beeldende Kunsten. Het familieboek zegt verder over hem: “Hij was slechts korte tijd als advocaat werkzaam en wijdde zich al snel aan zijn grote passie: schilderen” en “Hij was een even begaafd als bescheiden man, allerminst ambitieus en zijn werk beschouwde hij meer als zijn hobby. Mede hierdoor is zijn werk relatief onbekend gebleven.” Volgens de catalogus is het schilderij in het bezit geweest van zijn nichtje jonkvrouwe Maria Adriana (‘Mieke’) de Jonge (1908-1993), een dochter van de bekende gouverneur-generaal van Ned.-Indië jonkheer mr. Bonifacius Cornelis de Jonge. Zij maakte in de jaren 1915-1920 als één van de drie freules deel uit van het speciale schoolklasje voor Prinses Juliana.

Het schilderij meet 26×21 cm en heeft een richtprijs van 3000-5000 euro. Foto met dank aan www.venduehuis.com.

Veilingnieuws: portret van mr. Joan Jacob van Vrijberghe (1710-1755) – van Joan naar Johnnie

Afb. 1. mr. Joan Jacob van Vrijberghe (1710-1755), door J. Vollevens, foto met dank aan www.venduehuis.com.
Afb. 1. mr. Joan Jacob van Vrijberghe (1710-1755), door J. Vollevens, foto met dank aan www.venduehuis.com.

Op 25 mei vindt er bij het Venduehuis in ’s-Gravenhage een veiling plaats, waar dit portret door Johannes Vollevens geveild wordt. De geportretteerde was schepen, raad, secretaris en burgemeester van Tholen en werd later hofmeester der Staten-Generaal. Hij stamde uit een bekend Zeeuws regentengeslacht, waarvan in 1842 een telg verheven werd in de Nederlandse adel. Het geslacht stierf in 1908 uit, maar in 1748 huwde een De Coningh uit Rotterdam met een meisje Van Vrijberghe en hun nakomelingen gingen de dubbele naam Van Vrijberghe de Coningh voeren. Deze familie is terug te vinden in het blauwe boekje van het Nederland’s Patriciaat.

Afb. 2. Coen van Vrijberghe de Coningh in zijn rol als Johnnie in Flodder, foto met dank aan http://alchetron.com/Coen-van-Vrijberghe-de-Coningh-751856-W.
Afb. 2. Coen van Vrijberghe de Coningh in zijn rol als Johnnie in Flodder, foto met dank aan http://alchetron.com/Coen-van-Vrijberghe-de-Coningh-751856-W.

Een bekende telg was de acteur, zanger, componist, muziekproducent en presentator Coen ( Coenraad Lodewijk Dirk) van Vrijberghe de Coningh (1950-1997), die bij het grote publiek vooral bekendheid genoot door zijn rol in de jaren 1993-1997 als Johnnie Flodder in de televisieserie Flodder.

Het portret is een ovaal, meet 78,5×65 cm en heeft een richtprijs van 1500-2000 euro. Foto met dank aan www.venduehuis.nl.

 

 

Veilingnieuws: schilderij door jonkheer Robert Archibald Antonius Jean Graafland (1875-1940)

Afb. ‘Le cygne méchant’ door jonkheer Rob Graafland, foto met dank aan www.venduehuis.com.
Afb. ‘Le cygne méchant’ door jonkheer Rob Graafland, foto met dank aan www.venduehuis.com.

Op 25 mei vindt er bij het Venduehuis in ’s-Gravenhage een veiling plaats, waar dit schilderij van de hand van jonkheer Rob Graafland wordt geveild. Volgens de website www.robgraafland.nl wilden zijn ouders hem als architect laten opleiden, maar zelf voelde hij zich meer tot de schilderkunst aangetrokken. Zelf zei hij hierover eens: “Als ik met mijn werk heb bijgedragen tot vermeerdering van het geluk der mensen en als ik – voorzover een kunstenaar een apostolische roeping heeft, al is het dan wat mij betreft nog zo weinig – iets heb kunnen openbaren van de schoonheid en reinheid van de Goddelijke Schepping, dan is mijn werk niet voor niets geweest.”

Het schilderij is getiteld ‘Le cygne méchant’, meet 166×94,5 cm en heeft een richtprijs van 20.000-25.000 euro.

Foto met dank aan www.venduehuis.com.

Geboren: Van Boetzelaer van Oosterhout

Afb. Het familiewapen Van Boetzelaer.
Afb. Het familiewapen Van Boetzelaer.

Floris Christiaan Tjalling baron van Boetzelaer van Oosterhout, geboren Amsterdam 15 mei 2016, zoon van Carel Nicholas baron van Boetzelaer van Oosterhout en Florentine Anne Georgine barones van Boetzelaer van Oosterhout née Tiemstra.

In gesprek met jonkheer dr. A. Jacob Six over zijn boek ‘De genen van de kunstverzamelaar’

Six, Jacob
Afb. 1. Jonkheer dr. A. Jacob Six voor de vitrinekast met in zijn handen een mes uit 1594 met een bijzonder verhaal.

Op 4 juni verschijnt het boek ‘De genen van de kunstverzamelaar. 500 jaar verzamelen.’, waarin de cardioloog jonkheer dr. A. Jacob Six vijftig verzamelingen uit zijn familie beschrijft. AiN sprak hem op zijn huis Sterrenburg over de totstandkoming van het boek en over het verzamelen in de familie Six, die zich hiermee echt onderscheidt van andere adellijke families.

Wie in de database van het Rijksmuseum op de naam Six zoekt, komt deze daar vaker tegen dan andere familienamen en de schenking door jonkvrouwe C.I. Six van 1589 items op kostuumgebied uit haar familie is één van de grootste op dit gebied. Tot de belangrijkste verzamelaars in de familie Six kan het echtpaar Six-Van Winter gerekend worden. “Die hadden een onmetelijk fortuin tot hun beschikking. Zij hebben heel veel schilderijen gekocht, maar dat niet als enige. Ze hebben ook verzamelingen Middeleeuwse handschriften, meubilair, steengoed etc. aangelegd. Mijn oudtante zei: ze kochten alles wat los en vast zat.”

Afb. 2. Jan Six (1618-1700) door Rembrandt van Rijn in 1654, coll. Six, Amsterdam
Afb. 2. Jan Six (1618-1700) door Rembrandt van Rijn in 1654, coll. Six, Amsterdam.

Opgroeien in de familie Six betekende opgroeien met kunst, zoals de verzameling die te zien is in het familiehuis aan de Amstel in Amsterdam: “Mijn grootvader woonde er en dan zaten we er gewoon thee te drinken tussen de Rembrandts. Er werd mondjesmaat wel wat verteld. We hebben daar ongeveer tweehonderd portretten en er was altijd wel een oom die aan zijn neefjes wilde uitleggen wie is wie, maar daar werd niet bij verteld wie de schilder is.”

Het bekendste schilderij in deze verzameling is Jan Six door Rembrandt: “Die Jan Six van Rembrandt is wel zo’n enorm eclatant portret, daar kun je echt niet omheen, die trekt alle aandacht. Dat hebben we allemaal wel echt zo gevoeld vroeger, maar wat leuker was natuurlijk, dat we bij al die schilderijen een attribuut hebben. Dan heb je een portret van een vrouw uit een voorbije eeuw en daar hebben we die kanten manchetten bij liggen.”

Als kind verzamelde hij autootjes en die heeft hij nog steeds. Hij noemt zichzelf geen fanatieke verzamelaar, maar is altijd op zoek naar familiestukken die met Six of Van Aerssen (Van Aerssen Beijeren van Voshol – red.) te maken hebben. Over één van zijn meest bijzondere aankopen vertelt hij: “Mijn moeder is een Van Aerssen; die familie had een fraaie collectie, mooie topschilders erbij. Die verzameling is na de oorlog door een broer van mijn grootvader verpatst. Toen was alles, alles zoek. Een aantal jaren geleden kwam een losse Honthorst boven drijven, die heb ik proberen te kopen, maar de onderhandelingen gingen niet goed, dus dat is mislukt, wég Honthorst. En toen kwam er ineens een stel Godfried Schalckens, die heb ik gekocht. Prachtige, prachtige schilderijen, werkelijk subliem.” Zij zijn nu tijdelijk geëxposeerd in het Dordrechts Museum.

Afb. 3 en 4. Cornelis van Aerssen (1646-1728) en Maria Pauw (1653-1733) door Godfried Schalcken, de portretten zijn t/m 26 juni te bewonderen in het Dordrechts Museum op de tentoonstelling ‘Schalcken, kunstenaar van het verleiden’
Afb. 3 en 4. Cornelis van Aerssen (1646-1728) en Maria Pauw (1653-1733) door Godfried Schalcken, de portretten zijn t/m 26 juni te bewonderen in het Dordrechts Museum op de tentoonstelling ‘Schalcken, kunstenaar van het verleiden’.

Op de vraag wat nu een favoriet voorwerp in zijn verzameling is, valt eerst een lange stilte, want hij vindt dit een moeilijke vraag. Hij neemt mij vervolgens mee naar een 18e eeuwse vitrinekast: “Daar ligt allerlei ouwe meuk, van alles door elkaar, zoals dat hoort in zo’n vitrine.” Hij laat een mes uit 1594 zien met houtsnijwerk en vertelt liefdevol welke tafereeltjes uit het verhaal over de Verloren Zoon er in uitgesneden zijn: “Hier wordt hij uit het bordeel geknuppeld” en “… hier komt hij uiteindelijk toch bij zijn vader terecht en wordt weer in de armen gesloten en hier zit hij aan het familiediner.” Hij kreeg het toen grootvader Six overleed. “Destijds heb ik echt lopen te mopperen, om het maar eens vriendelijk te zeggen, toen was ik nog maar zo’n jochie en wat moest ik nou met zo’n lelijk ding? Uiteindelijk heb ik er wel veel plezier in.” Hij vermoedt dat het een mes is geweest voor ceremonieel gebruik op de bestuurstafel in Amsterdam.

Het boek is hij begonnen als een inventaris van zijn spullen, zodat zijn neefjes en nichtjes zouden weten wat het is en waar het vandaan komt. Het werd uiteindelijk een overzicht van de vele collecties in de familie, waarvan een aantal nog steeds familiebezit is en andere zich in belangrijke musea bevinden. Ieder hoofdstuk gaat over een collectie, waarbij de collectioneur ook als persoon tot leven komt. Hierbij heeft hij de verhalen en anekdotes opgeschreven die hij in het verleden gehoord heeft. Het boek is hierdoor veel meer geworden dan een kunsthistorische beschrijving: “Die verzamelingen, dat is uiteindelijk het vehikel om het familieverhaal te vertellen.”

Afb. 5 en 6. Huis Sterrenburg: “Wij Sixen hebben wat met manen en sterren. Onze wapenspreuk luidt STELLA DUCE - de ster geleidt ons. Toen Sterrenburg te koop kwam, was voor mij het besluit snel genomen.”
Afb. 5 en 6. Huis Sterrenburg: “Wij Sixen hebben wat met manen en sterren. Onze wapenspreuk luidt STELLA DUCE – de ster geleidt ons. Toen Sterrenburg te koop kwam, was voor mij het besluit snel genomen.”

En of de verzamelaarstraditie zich in de familie voortzet? “Wel een beetje, maar vooral gewoon zorg voor wat er al is. Dat is wel de hoofdzaak. Er zijn nogal veel mensen die zich daarom bekommeren, maar er zijn er ook nog wel bij die af en toe kopen of verkopen.” Toen in het recente verleden de inboedel van Jagtlust geveild werd, is uiteindelijk zeker driekwart door de familie zelf teruggekocht en daarop is hij duidelijk trots. Toch zullen uiteindelijk ook spullen misschien een keer verkocht worden door familieleden die er niets mee hebben en daarover zegt hij relativerend: “Als een familieportret verkwanseld wordt, betekent het nog niet dat het in de shredder gaat. Het komt altijd wel weer bij iemand terecht, die een reden heeft om het te kopen.”

Gelukkig zijn de bedreigingen uit het recente verleden voor het familiebezit voorbij: “Er is echt een tijd geweest dat het niet mocht. Ik heb dat heel duidelijk meegemaakt in de jaren zestig en zeventig. Er werd  gezegd: ‘Daar kun je maar beter niet over praten, want anders komt Joop den Uyl en die pakt ons alles af.’ Graag letterlijk citeren zo. Zo was het, je moest het verbergen. Degenen die nog wat kapitaal hadden, pakten hun biezen en gingen in Zwitserland wonen. Allemaal angst voor Joop den Uyl. Letterlijk zo. Uiteindelijk is het allemaal nog niet zo slecht afgelopen.”

Tot slot zegt hij over wat het voor hem betekent om een Six te zijn: “Een soort verplichting om netjes te documenteren. Daar gaat het om. Alleen maar spullen bewaren, daar schiet je natuurlijk niks mee op. Je moet spullen bewaren met een briefje erbij: dit is zus of dit is zo.”  En dat heeft jonkheer dr. A. Jacob Six nu zeker gedaan met het schrijven van dit boek, waarmee tradities niet alleen opgeschreven zijn, maar ook zeker voortgezet zullen gaan worden door toekomstige generaties.

‘De genen van de kunstverzamelaar. 500 jaar verzamelen.’ door Jacob Six verschijnt op 4 juni en wordt uitgegeven door Uitgeverij Waanders & de Kunst.

Afb. 7. ‘De genen van de kunstverzamelaar. 500 jaar verzamelen.’ door Jacob Six verschijnt op 4 juni en wordt uitgegeven door Uitgeverij Waanders & de Kunst
Afb. 7. ‘De genen van de kunstverzamelaar. 500 jaar verzamelen.’ door Jacob Six verschijnt op 4 juni en wordt uitgegeven door Uitgeverij Waanders & de Kunst.

 

 

Week van de Begraafplaats: rondleiding door AiN over ‘Adel op Oud Eik en Duinen’ op 4 juni

Adel op Oud Eik en Duinen, 2016
Afb. Oud Eik en Duinen in ‘s-Gravenhage: het Père-Lachaise van de Nederlandse adel

Van zaterdag 26 mei t/m zondag 5 juni is dit jaar de Week van de Begraafplaats. Ter gelegenheid hiervan organiseert de Stichting Adel in Nederland in samenwerking met begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag op zaterdag 4 juni een rondleiding langs adellijke grafmonumenten met vele anekdotes.

Deze begraafplaats kan gerust het Père-Lachaise van de Nederlandse adel genoemd worden door de vele adellijke grafmonumenten die men hier aantreft, die zich veelal kenmerken door hun soberheid, formaat, familiewapens en het gebruik van grafkelders. Heel 19e eeuws adellijk Den Haag aan het Hof, in het bestuur, leger en vloot is hier terug te vinden.

Tijdens deze rondleiding ziet u niet alleen bijzondere grafmonumenten, die mooie voorbeelden zijn van adellijke representatie, maar hoort u ook de bijbehorende persoonlijke verhalen van freules, jonkheren en baronessen, zoals over een jonge graaf die in een duel stierf en een 19e eeuwse adellijke burgemeester die vanwege openbaar dronkenschap ontslagen werd.

Programma
13.30-13.45 uur: ontvangst met koffie en thee
13.45-14.00 uur: korte introductie op de geschiedenis van de begraafplaats
14.00-15.15 uur: rondleiding langs adellijke grafmonumenten met anekdotes

Opgeven kan via info@adelinnederland.nl. U ontvangt een bevestiging van deelname per mail. Er zijn geen kosten aan verbonden.

Link naar de webpagina van begraafplaats Oud Eik en Duinen: www.monuta.nl/vestiging/begraafplaats-oudeikenduinen/agenda/week-begraafplaats-rondleiding#.VzHvNupf05t

Eventing Maarsbergen: 20 en 21 mei

Maarsbergen
Afb. 1. Kasteel Maarsbergen, foto met dank aan http://coaching-hippique.nl

Op landgoed Maarsbergen vindt ook dit jaar weer een hippische wedstrijd plaats voor ruim 300 ruiters uit binnen- en buitenland, die bestaat uit drie onderdelen: een dressuurproef, een springparcours en een cross. De cross is voor de toeschouwer het meest spectaculaire onderdeel. Het parcours is, afhankelijk van de klasse, tussen de 2 en 3 kilometer lang. Hierin zijn tussen de 20 en 30 natuurlijke hindernissen opgenomen die door paard en ruiter moeten worden overwonnen. Op zaterdag 21 mei is er om 17.00 uur een speciaal optreden van het Korps Rijdende Artillerie, ook bekend als de Gele Rijders, die een bijzondere demonstratie geven.

Maarsbergen (2)
Afb. 2 Eventing Maarsbergen, foto met dank aan www.eventingmaarsbergen.nl

Landgoed Maarsbergen werd in 1882 gekocht door jonkheer mr. Karel Antonie Godin de Beaufort en zijn nakomelingen wonen er nog. Het is ruim 400 hectare groot en naast 80 hectare landbouwgrond is er ruim 320 hectare bos, die tot de oudste bossen van de Utrechtse Heuvelrug gerekend worden. Zijn kleinzoon is de bekende autocoureur jonkheer Karel Pieter Antonie Jan Hubertus Godin de Beaufort (1934-1964), die in 1964 tragisch verongelukte, toen hij trainde voor de Grand Prix in Duitsland.

Link naar meer informatie over Eventing Maarsbergen: www.eventingmaarsbergen.nl.

Link naar de website van landgoed Maarsbergen: www.landgoedmaarsbergen.nl.

Tentoonstelling: Schilderachtig Nijenburg, door jonkvrouwe Aleide van Foreest t/m 19 juni

Nijenburg
Afb. 1. Huis Nijenburg, foto met dank aan www.mapio.net

Jonkvrouwe Aleide van Foreest (1916-2001) woonde vele jaren op huis Nijenburg in Heiloo. Het was een oud familiebezit uit de 16e eeuw en kwam via de familie Van Egmond van de Nijenburg in 1742 in het bezit van het geslacht Van Foreest, dat het tot in 2007 bewoonde. Het is nu eigendom van de vereniging Hendrick de Keyser, die het zorgvuldig gerestaureerd heeft.

Ook na haar huwelijk met ir. Theo Gerard Tomson (1916-1977) woonde Aleide van Foreest nog op het huis en legde het huis en landgoed op tekeningen en schilderslinnen vast. Haar kleine oeuvre is nu op het huis te bezichtigen. Link naar meer informatie over bezoektijden: http://www.hendrickdekeyser.nl/nieuws/195/tentoonstelling__

Foreest, compilatie
Afb. 2 en 3. Twee schilderijen van huis en landgoed Nijenburg door Aleide Tomson née jonkvrouwe van Foreest

Benieuwd naar de binnenkant van Nijenburg zoals dat er uitzag tot in het jaar 2007 toen het door het Elisabeth Snethlage née jonkvrouwe van Foreest (1920-2007) en haar echtgenoot Rudolf Snethlage (1920-2006), telg uit een patriciaatsfamilie, bewoond werd? Zie: http://nijenburgvanbinnen.nl/ en bekijk de film die een rondleiding geeft door het interieur.