Het verhaal bij het portret van de Countess of Roxburghe née The Hon. Jean Drummond, in het bezit van His Grace The Duke of Roxburghe op Floors Castle

Roxburghe, 1st Countess of
Afb. 1. ‘Jean 2nd Wife of 1st Earl of Roxburghe’, afbeelding van haar portret op Floors Castle met vriendelijke toestemming van His Grace The Duke of Roxburghe, (overname van deze foto is niet zonder toestemming toegestaan).

Afgelopen week werd één van de belangrijkste maritieme vondsten uit de afgelopen jaren gepresenteerd: een jurk en vele andere bijzondere gebruiks- en siervoorwerpen uit de 17e eeuw, die door de Duikclub Texel zijn opgedoken. De kwaliteit van de jurk deed vermoeden dat het hier om een jurk uit adellijk bezit ging. Inmiddels hebben dr. Helmer Helmers (Universiteit van Amsterdam) en dr. Nadine Akkerman (Universiteit Leiden) een uitgebreid onderzoek gedaan en zij concluderen dat het gaat om een jurk uit het bezit van de Countess of Roxburghe. Vandaag staat hierover een artikel in De Volkskrant.

Jurk, historiek.net
Afb. 2. De gevonden jurk uit de Waddenzee, foto met dank aan www.historiek.net.

Ook AiN ging op onderzoek uit naar wie deze gravin was en kreeg dankzij bemiddeling van Mrs. Beverley Rutherford, Director of Operations op Floors Castle, toestemming van Sir Guy David Innes-Ker 10th Duke of Roxburghe om het hierboven afgebeelde portret van zijn voorouder uit zijn verzameling te publiceren.

Afb. 3. Een korte film over Floors Castle van de Hertogen van Roxburghe

De Gravin werd geboren omstreeks 1585 als dochter van Patrick 3rd Lord Drummond en Lady Elizabeth Lindsay of the Earls of Crawford. Via deze Graven van Crawford was zij een rechtstreekse nakomelinge van Robert II Stewart Koning van Schotland, de eerste Koning uit het Huis Stuart, en behoorde zij tot de hoogste Schotse adel. In 1614 huwde zij Robert Ker 1st Lord Roxburghe, die twee jaar later de hogere titel van Earl of Roxburghe kreeg.

Haar echtgenoot was een kleurrijke persoon en een vooraanstaand politicus. Zijn levensverhaal leest zich als een verhaal van Shakespeare en speelt zich af tegen de achtergrond van Schotse clans, die om aanzien en koninklijke gunsten streden. In zijn jonge jaren doodde hij in 1590 in het nachtelijke duister William Kerr, uit een rivaliserende tak, waardoor hij moest vluchten en zijn bezittingen werden door de Kroon in beslag genomen. Door zijn excuus aan te bieden en een grote som geld te betalen, wist hij het tij te keren en bouwde daarna een vooraanstaande positie op, waarbij hem vele Koninklijke gunsten, eerbewijzen en ook veel land ten deel zouden vallen.

Het huwelijksfeest op Somerset House werd opgeluisterd door de aanwezigheid van Koning James I en echtgenote Koningin Anne en hun aanwezigheid kwam voort uit de nauwe banden van de gravin met het Hof, want zo was zij reeds voor haar huwelijk als Mistress of the Robes aan het Hof verbonden. Het feest werd groots gevierd om tegelijk ook de voltooiing van de verbouwing van dit paleis te vieren en na het huwelijksdiner werd er voor deze gelegenheid op de binnenplaats een stuk opgevoerd, met een speciaal voor de bruid geschreven sonnet. Vele gasten van naam waren aanwezig, waaronder de Hertogen van Lennox en van Saksen, de Graaf van Essex en de ambassadeurs van Frankrijk, Venetië en Savoye. Naar verluidt schatte de Koningin de kosten voor de huwelijksfestiviteiten alleen al op £ 3000,-.

In 1617 viel zij echter in ongenade bij de Koningin en moest zij het Hof verlaten, toen deze er achter kwam dat de echtgenoot van de Gravin probeerde Lord Chamberlain te worden, zonder de Koningin daarin vooraf te kennen. In 1631 was zij echter weer in de gratie en werd zij benoemd tot gouvernante van Prinses Mary en later ook van Prins Henry en Prinses Elizabeth.

Dyck, Willem en Mary, Anthony van
Afb. 4. Willem II en zijn bruid Mary Stuart op het portret uit 1641 door Anthony van Dyck in de collectie van het Rijksmuseum in Amsterdam.

In 1642 begeleidde zij Prinses Mary naar ’s-Gravenhage, nadat deze het jaar er voor in het huwelijk was getreden met de latere Stadhouder Willem II, de oudste zoon van Stadhouder Frederik Hendrik. Zij werd echter al snel vervangen door Lady Stanhope en keerde terug naar Londen, waar zij gouvernante van Prins Henry en Prinses Elizabeth bleef. Het jaar daarop, op 7 oktober 1643, overleed zij.

The Earl en Countess of Roxburghe kregen samen een zoon, Lord Harry Ker, maar hij overleed voor hij zijn vader in de titel Earl of Roxburghe kon opvolgen. Deze zoon had echter drie dochters. De oudste dochter Lady Jean Kerr huwde haar neef William Drummond en de zoon uit dit huwelijk volgde op als 2nd Earl of Roxburghe, maar deze tak stierf in 1805 uit met de 8th Earl, die tegelijk 4th Duke of Roxburghe was. De jongste dochter Lady Margaret Ker huwde Sir James Innes 3rd Baronet en hun achterkleinzoon volgde op als 5th Duke of Roxburghe, waarvan de huidige 10th Duke een rechtstreekse nakomeling is. Hij bewoont Floors Castle, het grootste bewoonde kasteel van Schotland.

Link naar een uitgebreid artikel over deze maritieme vondst met meerdere foto’s:  http://historiek.net/adellijke-garderobe-uit-gouden-eeuw-gevonden-waddenzee/58340/#.VxNsoDZf0if

Noot voor de lezer: uiteindelijk bleek dat de jurk niet van genoemde Countess of Roxburghe kon zijn. Meer hierover valt via deze link te lezen: www.volkskrant.nl/wetenschap/japon-uit-17de-eeuws-scheepswrak-toch-niet-van-engelse-hofdame~a4436920/

Overleden: C.E. Fentener van Vlissingen née jonkvrouwe van Beresteijn

Beresteyn, wapen
Afb. 1. Het familiewapen Van Beresteyn

Overleden
Catharina Elisabeth Fentener van Vlissingen née jonkvrouwe van Beresteijn, geboren Nijmegen 15 juli 1928, overleden ’s-Gravenhage 23 februari 2016, weduwe van Ernst Paul Fentener van Vlissingen.

In Memoriam
Jonkvrouwe Catharina Elisabeth (‘Tineke’) van Beresteijn werd geboren op 15 juli 1928 te Nijmegen. Haar vader, jonkheer dr. Hugo Willem Johan van Beresteijn, stamde uit een geslacht van kooplieden en bestuurders, dat zich in de 17e eeuw door koop op kasteel Maurick vestigde en in 1825 werd een voorvader in de Nederlandse adel verheven met het predicaat van jonkheer. Haar moeder, Geertruida Johanna Metzlar, stamde uit een patriciaatsfamilie in het blauwe boekje en haar vader was arts.

Zij groeide met een oudere broer op aan de Javastraat nr. 96 in Nijmegen, waar haar vader, die chemicus was, eerst adjunct-directeur was en in 1939 benoemd werd tot directeur van de keuringsdienst voor waren. Daarnaast was hij intellectueel leider van de Vrijzinnig Christelijke Jeugdgemeenschap en secretaris van de afdeling Nijmegen van het toneel verbond. In 1941 overleed haar vader na ‘een kortstondige ziekte’ en ‘een moedig gedragen lijden’ op tweeënvijftigjarige leeftijd – zij was toen dertien jaar. Na de moeilijke oorlogsjaren in Nijmegen voltooide zij haar opleiding en werd zij stewardess bij de KLM.

Fentener van Vlissingen-Van Beresteyn
Afb. 2. Huwelijksannonce in het Algemeen Handelsblad, 9 januari 1954

Op 9 januari 1954 trad zij in Nijmegen in het huwelijk met Ernst (‘Erry’) Paul Fentener van Vlissingen. Hierover werd in de krant bericht met als kop VLIEGENDE GASTVROUW in de WOLKEN: “De fraaie Schepenhal van het onlangs gerestaureerde Nijmeegse raadhuis vormde Zaterdagmorgen de passende achtergrond voor het huwelijk van jonkvrouwe C.E. van Beresteyn uit Nijmegen en de heer E.P. Fentener van Vlissingen uit Aarle-Rixtel. De bruid, in wit satijn, was ruim drie jaar werkzaam als stewardess bij de KLM. Voortaan echter zullen haar voortreffelijke zorgen als vliegende gastvrouw uitsluitend bestemd zijn voor haar echtgenoot, die verbonden is aan de N.V. Van Vlissingens Katoenfabrieken te Helmond.”

Fentener van Vlissingen-Van Beresteyn, huwelijksfoto
Afb. 3. Het bruidspaar in De Telegraaf van 11 januari 1954.

Haar echtgenoot stamde uit de Helmondse tak van een familie van ondernemers uit Utrecht, die in het blauwe boekje van het Nederland’s Patriciaat is terug te vinden. De dubbele achternaam ontstond na het huwelijk van een voorvader Van Vlissingen in 1791 met een meisje Fentener. Haar echtgenoot was werkzaam in het in 1843 opgerichte familiebedrijf N.V. P.F. van Vlissingen & Co’s Katoenfabrieken in Helmond, terwijl zij in Aarle-Rixtel gingen wonen op het huis De Hoeve. Samen kregen zij drie dochters. In de jaren die volgden, werd haar echtgenoot onderdirecteur van het voornoemde bedrijf, dat vanaf 1965 Vlisco B.V. ging heten.

Na het overlijden van haar echtgenoot in 2007 bracht zij haar laatste levensfase door in het woonzorgcentrum Oostduin in ’s-Gravenhage. Op 23 februari 2016 kwam zij hier te overlijden: “In liefde omringd hebben wij verdrietig afscheid genomen van Catharina Elisabeth Fentener van Vlissingen – van Beresteijn”. Catharina Elisabeth Fentener van Vlissingen née jonkvrouwe van Beresteijn werd zevenentachtig jaar en wordt diep betreurd door haar dochters, schoonzoon, kleinkinderen, achterkleinkind, broer, schoonzusje en verdere familieleden. De afscheidsplechtigheid vond plaats op dinsdag 1 maart in het crematorium Ockenburgh in ’s-Gravenhage.

Tentoonstelling ‘Toen gewoon, achteraf bijzonder’ t/m 30 november op de Fraeylemaborg

Fraeylemaborg 4
Afb. 1. Voorkant van het boek ‘Toen gewoon, achteraf bijzonder’ door drs. Henny van Harten-Boers

Vorig jaar verscheen het geweldige boek ‘Toen gewoon, achteraf bijzonder’ door conservator drs. Henny van Harten-Boers, waarin d.m.v. interviews met familieden, personeel, pachters en omwonenden de geschiedenis van de Fraeylemaborg en zijn bewoners werd opgetekend. Het geweldige boek (dat echt een aanrader is!) geeft vanuit verschillende perspectieven kijk op het leven van de patriciaatsfamilie Thomassen à Thuessink van der Hoop van Slochteren en het dagelijkse reilen en zeilen op een buitenplaats in al zijn facetten en is rijk geïllustreerd.

Fraeylemaborg 1Fraeylemaborg 2
Afb. 2 en 3. Speelgoed en een foto op de tentoonstelling ‘Toen gewoon, achteraf bijzonder’, foto’s met dank aan www.facebook.com/fraeylemaborg

Ter gelegenheid van dit boek is in het koetshuis nu een tentoonstelling te zien, waarop foto’s, filmfragmenten en voorwerpen het verhaal vertellen van de laatste bewoners op deze fraaie borg. Daarnaast is het het huis zelf natuurlijk ook een aanrader om te bezoeken!

Link naar meer informatie over de tentoonstelling: www.fraeylemaborg.nl/toen_gewoon.html

Link naar bestelmogelijkheid van het boek ‘Toen gewoon, achteraf bijzonder’: www.fraeylemaborg.nl/winkel/webwinkel.html

Tentoonstelling ‘Upstairs Downstairs’ op kasteel Duivenvoorde

Duivenvoorde, Upstairs Downstairs, compilatie
Afb. 1. De families Steengracht en Schimmelpenninck van der Oye in 1890 in het park van Duivenvoorde

Vanaf vandaag t/m 29 oktober is op kasteel Duivenvoorde een tentoonstelling te zien, die het verhaal vertelt van de bewoners van het kasteel en het personeel. De tentoonstelling maakt deel uit van de bestaande historische interieurs en laat zien hoe het leven op het kasteel in al zijn facetten verliep: van het leven op stand met familie en gasten, tot het koken en wassen. Duivenvoorde is sinds 1226 nooit verkocht, maar altijd vererfd via de adellijke geslachten Van Wassenaer, Torck, Van Neukirchen genaamd Nyvenheim, Steengracht en Schimmelpenninck van der Oye, tot het in een stichting werd ondergebracht.

Duivenvoorde, kasteel
Afb. 2. Kasteel Duivenvoorde, foto met dank aan de facebookpagina van Duivenvoorde: www.facebook.com/duivenvoorde

Link naar meer informatie over deze tentoonstelling: www.kasteelduivenvoorde.nl/kasteel/museum/tentoonstellingen/upstairs-downstairs/

Overleden: dr. A.J. van Meurs

Meurs, Ted van
Afb. 1. Dr. Alfred Johan van Meurs, foto door Phil Nijhuis in ‘Arts en Auto’ juli/augustus 2015

Dr. Alfred Johan (‘Ted’) van Meurs, geboren Medan (Nederlands-Indië) 1 augustus 1922, overleden Voorburg 13 februari 2016, Officier in de Orde van Oranje-Nassau, met de zwaarden, drager van het Kruis van Verdienste, het Oorlogsherinneringskruis en het Verzetsherdenkingskruis, echtgenoot van Anna Jacoba van Meurs née jonkvrouwe Storm van ’s Gravesande, weduwnaar van Ida Betty Gerssen.

In Memoriam
Alfred Johan van Meurs werd geboren op 1 augustus 1922 in Medan in het toenmalige Nederlands-Indië als zoon van Johannes Cornelis van Meurs en Cécile Marthe Argoud, die beiden stamden uit in Ned.-Indië gevestigde families. Hij groeide de eerste jaren op in Medan en hier was zijn vader werkzaam als agent van de Ned.-Indische Escompto Maatschappij en bestuurslid van de Handelsvereniging Medan. In 1925 vertrok het gezin naar Nederland en vestigde zich in Rotterdam, waar zijn vader werkzaam werd op het kantoor aldaar van de Ned.-Indische Escompto Maatschappij. Het gezin ging aan de Mathenesserlaan 450a wonen en hier werden vervolgens op 15 februari 1927 zijn zusje Cécile Marthe en op 20 november 1928 zijn broertje Ferdinand Jan geboren, maar zijn broertje overleed helaas enkele maanden na de geboorte op 12 januari 1929. In 1934 reisde het gezin terug naar Ned.-Indië en ging in Batavia wonen, waar zijn vader werd benoemd tot procuratiehouder en chef wisselzaken bij de voornoemde maatschappij.

In september 1940 ging hij geneeskunde studeren in Leiden, maar toen de universiteit daar werd gesloten na het protest tegen het ontslag van de Joodse hoogleraren, zette hij zijn studie illegaal in Amsterdam voort en behaalde daar in 1943 zijn kandidaats, ook al werd dit niet officieel erkend. Samen met vele andere studenten werd hij in 1943 na de aanslag op generaal Seyffardt opgepakt en kwam in Kamp Amersfoort terecht, maar hij wist bij een overplaatsing naar de gevangenis in Scheveningen te ontsnappen en dook onder. In 1944, na de landing van de Geallieerden in Normandië, werd hij opnieuw opgepakt, maar wist uiteindelijk in Duitsland aangekomen opnieuw te ontsnappen en kwam via Zwitserland als Engelandvaarder in het Verenigd Koninkrijk terecht. Nadat hij als vaandrig in het KNIL benoemd was, vertrok hij naar Suriname om daar zijn opleiding te voltooien en behaalde daar zijn ‘vademecum voor geneesheer in de tropen’ – een diploma dat niet in Nederland geldig was.

Na Suriname volgde opnieuw een verblijf in Ned.-Indië, waar de onafhankelijkheidsoorlog juist begon. Hier was hij eerst bataljonsarts en later arts in het militair hospitaal in Batavia. Hier maakte hij van dichtbij het grote leed ten gevolge van de strijd mee en hierover zei hij later: “We hebben het niet goed gedaan met Indië. Nederland had veel eerder moeten meewerken aan de onafhankelijkheid. Er waren genoeg capabele mensen die het gezag hadden kunnen overnemen.” In 1950 vloog hij terug naar Nederland en leerde onderweg de stewardess Ida Betty Gerssen kennen en zij huwden kort daarop, want hij vertrok als vrijwilliger naar Korea en “Als ik zou sneuvelen, zou zij tenminste een uitkering krijgen.” De omstandigheden waaronder de Nederlandse militairen werden uitgezonden waren slecht en ook na terugkomst was de ontvangst koud. Toch was hij hierover niet verbitterd, maar bouwde hij energiek aan een nieuw bestaan, eerst als bedrijfsarts bij de Nederlandse Spoorwegen en daarna bijna vijftig jaar als huisarts in ’s-Gravenhage.

Storm van s Gravesande, wapen
Afb. 2. Het familiewapen Storm van ‘s Gravesande

Na het overlijden van zijn echtgenote in 1995, met wie hij twee zoons en twee dochters kreeg, hertrouwde hij in 2003 met jonkvrouwe Anna Jacoba Storm van ’s Gravesande. Haar familie zou later over hem zeggen: “Hij kwam op latere leeftijd in onze familie en bleek een aanwinst!” Zij stamde uit een oud regentengeslacht dat uit ’s-Gravenzande afkomstig was en dat eeuwenlang bestuurders in Delft en later in ’s-Hertogenbosch voortbracht. In 1842 werd een voorvader in de Nederlandse adel verheven met het predicaat van jonkheer.

Vanwege zijn vele verdiensten behaagde het H.M. om hem te benoemen tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau, met de zwaarden. Daarnaast werd hij onderscheiden met: het Kruis van Verdienste, het Oorlogsherinneringskruis, het Verzetsherdenkingskruis, het Ereteken voor Orde en Vrede, met de gespen “1947”, “1948” en “1949”, het Kruis voor Recht en Vrijheid met de gesp “Korea 1950”, het Onderscheidingsteken voor Langdurige Dienst als Officier, 35 jaar, de United Nations Service Medal, met de gesp “Korea”, de Order of Military Merit Wharang with Silver Star, van de Republiek Zuid-Korea en de Korean War Service Medal, van de Republiek Zuid-Korea.

Op 13 februari 2016 kwam hij in Voorburg te overlijden: “Verdrietig, maar ook dankbaar, geven wij kennis van het overlijden van mijn allerliefste man, onze lieve papa en coole opa Ted van Meurs”. Dr. Alfred Johan van Meurs werd drieënnegentig jaar en wordt diep betreurd door zijn echtgenote, zoons, dochters, schoondochter, schoonzoons, klein- en achterkleinkinderen en verdere familieleden. De herdenkingsbijeenkomst vond plaats op 18 februari in de Kloosterkerk op het Lange Voorhout in ’s-Gravenhage en aansluitend vond de begrafenis plaats op de Gemeentelijke Begraafplaats aan de Kerkhoflaan.

Bericht en foto mede met dank aan een lezenswaardig interview in ‘Arts en Auto’ van juli/augustus 2015 door Wout de Bruijne met foto’s door Phil Nijhuis: www.vox-voks.nl/files/Ted-van-Meurs.pdf

Een deftig gezelschap in 1923

Heemstede 1923
Afb. Met dank aan de Beeldbank van het Noord-Hollands Archief

Onlangs ging de Beeldbank van het Noord-Hollands Archief online, waarin meer dan 260.000 afbeeldingen zijn te vinden van kastelen, buitenplaatsen, landgoederen, kaarten, plattegronden en foto’s van personen, waaronder ook vele adellijke namen. Op de afbeelding een damesgezelschap, dat op 15 september 1923 in Heemstede ter gelegenheid van het Zilveren Regeringsjubileum van Koningin Wilhelmina in historische kledij het bezoek van Koningin Henrietta Maria van Groot-Brittannië in 1642 aan Adriaan Pauw, heer van Heemstede uitbeeldde.

Volgens het bijschrift betreft het de dames: mejuffrouw M. Aberson, freule Van Riemsdijk, mevrouw Teding van Berkhout-van Lennep, mevrouw Quarles van Ufford-Dolleman, freule A. Teding van Berkhout en freule Teixeira de Mattos. Gezien de vrolijke gezichten moet het die dag een dolle boel zijn geweest daar in Heemstede.

Link naar deze beeldbank met zoekmogelijkheid: http://noord-hollandsarchief.nl/beelden/beeldbank/?mode=gallery&view=horizontal&sort=random%7B1460562594195%7D%20asc

Nieuwe uitgave Magazine kasteel Keukenhof

Keukenhof, compilatie

In 2003 overleed Jan Carel Elias graaf van Lynden en werd de ‘Stichting Kasteel Keukenhof’ eigenaar van kasteel Keukenhof, de inboedel en de landerijen. Sindsdien voert de stichting een buitengewoon actief beleid om het bezit in optimale staat te brengen en te houden. Ook wordt er geprobeerd informatie over de collectie en de geschiedenis voor een breed publiek toegankelijk te maken door het uitgeven van een jaarboek en een magazine. Voor € 17,50 per jaar wordt u vriend van kasteel Keukenhof, steunt u de instandhouding van dit bijzondere erfgoed en krijgt u dit magazine toegestuurd. Meer informatie hierover: www.vriendenvankasteelkeukenhof.nl/vrienden/vriend-worden.

Niet alleen het kasteel en de tentoonstelling zijn overigens een bezoek meer dan waard, maar ook het prachtige park met beeldentuin is een aanrader! Voor meer bezoekersinformatie: www.kasteelkeukenhof.nl.

Lezing over Groninger grafkelders met boekpresentatie

Grafkelders in Groningen 9Grafkelders in Groningen 10Grafkelders in Groningen 2
Afb. 1 t/m 3. De voorkant van het boekje, de heer Peter Breukink, directeur Stichting Oude Groninger Kerken en petit fours met daarop de afbeelding van een grafkelder

Op vrijdag 8 april jl. was er in de Remonstrantse Kerk in Groningen een lezing over een onderdeel van het veelal adellijk funerair erfgoed in kerken dat velen fascineert: grafkelders. In zijn welkomstwoord vertelde de heer Peter Breukink, directeur van de Stichting Oude Groninger Kerken (SOGK), dat er een steeds terugkerend verzoek is om in grafkelders te mogen kijken en toen de grafkelder in de kerk van Midwolde werd opengesteld, stonden er lange rijen wachtenden tot buiten voor de kerk.

Grafkelders in Groningen 3
Afb. 4. De heer Harry Brouwer, auteur van ‘Een grote hoop verrot holt en dog weijnig beenderen. Grafkelders in het Groningerland’

De heer Harry Brouwer, schrijver van ‘Een grote hoop verrot holt en dog weijnig beenderen. Grafkelders in het Groningerland’, vertelde in zijn inleiding over zijn eigen fascinatie voor dit fenomeen, die begonnen was toen hij als 13-jarige de mummies in Wieuwerd bezocht. Sindsdien heeft hij in heel Europa vele grafkelders bezocht. De bekendste in Groningen is volgens hem die in Midwolde. Over deze kerk met zijn rouwborden, herenbank, grafkelder en grafmonument zei hij: “Midwolde is het Delft van Groningen.” Op de Dag van de Groninger Geschiedenis kwam hij in gesprek over de reeks, die de SOGK heeft uitgegeven en zei dat hierin een deeltje miste. Dit was het begin van het boekje dat op deze avond gepresenteerd werd en waarover hij vertelde dat hierbij de opdracht was, dat dit voor de gemiddelde leek geschikt moest zijn en dat het ook luguber moest zijn.

Kletterende regen
Om te laten zien hoe grafkelders ook nu nog blijven fascineren, citeerde hij uit krantenberichten, die steeds uitvoerig berichtten over de vondst van grafkelders met gepast taalgebruik. Zo schreef in 1985 de Leekster Courant over een bezoek aan een grafkelder, waarbij de weersomstandigheden passend waren, want ‘de regen kletterde met honderden druppels naar beneden’ en beneden werden ze in de grafkelder ‘bijkans de stuipen op het lijf gejaagd’ door ‘bizarre vondsten’. Het woord ‘luguber’ werd niet vermeden en stond wel tien keer in dit bericht.

Grafkelders in Groningen 4
Afb. 5. De heer Harry Brouwer overhandigt het eerste exemplaar aan de heer Redmer Alma

Grafkelders als onderdeel van het interieurlandschap in kerken
Hierna werd het eerste exemplaar aan de heer Redmer Alma, historicus en auteur over adelsgeschiedenis, heraldiek en geschiedenis, overhandigd, die het eigenlijk vreemd vond dat er vrijwel niets over grafkelders is gepubliceerd, want ‘bijna iedere kerk wil er wel één hebben’ en grafkelders spreken velen tot de verbeelding. Hij noemde grafkelders ‘een deel van het interieurlandschap van een kerk’. Grafkelders boden, samen met rouwborden, herenbanken en monumenten, de mogelijkheid voor representatie.

Twee mysteries over grafkelders
Hierbij sprak hij over twee mysteries: de uiterlijke verschijningsvorm van grafkelders is veelal eenvoudig en beperkt zich tot een jaartal, een naam of een wapen op de steen. Het tweede mysterie is de ouderdom, waarbij hij zich afvroeg of er eigenlijk wel 15e eeuwse grafkelders zijn. Hij vond dat er nog veel onderzoek noodzakelijk was op dit gebied, zoals in Farmsum, waar vele belangrijke historische zerken zijn teruggevonden, maar het koor nog niet onderzocht is. Hier moet zich onder een buitengewoon fraai gedetailleerde en gesigneerde grafsteen van een telg van het adellijke geslacht Ripperda nog een grafkelder bevinden, die het waard is om onderzocht te worden.

Grafkelders in Groningen 6Grafkelders in Groningen 7
Afb. 6 en 7. De heer Harry Brouwer tijdens zijn lezing

Grafkelder als adellijk statussymbool
Na deze boekpresentatie vond de lezing plaats door de heer Harry Brouwer, die liet zien dat de fascinatie voor de dood zich ook in het heden voortzet. Hierbij noemde hij als voorbeeld hedendaagse kunstenaars als Damian Hirst met zijn met diamanten ingelegde schedel en Gunther von Hagen met zijn anatomische preparaten. Grafkelders noemde hij ‘het statussymbool van de adel’. In combinatie met de herenbanken, rouwborden, glas-in-lood-ramen en wapens op orgels kon de adel zich hiermee onderscheiden. Een adellijke grafkelder bevond zich meestal op het koor, dat hij ‘het toneel in een kerk’ noemde en na de Reformatie was hier ruim de mogelijkheid voor en “De ruimte voor de Heer werd veranderd voor de heer.”

De pruik van Georg Wilhelm
Hierna ging hij dieper in op de traditie van het begraven in kerken met de bijkomende problemen, zoals begin 19e eeuw in Bruinisse, waar een geopende grafkelder leidde tot een plaag van vliegen en kakkerlakken, waardoor de kerkdienst geen doorgang kon vinden. Na een aantal bekende grafkelders te hebben laten zien, vertelde hij uitgebreid over bekende voorbeelden hiervan in Groningen. Uit de reeds eerder genoemde grafkelder van de baronnen en graven Von Inn- und Kniphausen kon hij een plukje van de pruik van de in 1709 overleden Georg Wilhelm des H.R. Rijksgraaf von Inn- und Kniphausen laten zien, dat van berenhaar uit de Andes gemaakt zou zijn. De foto van de grafkelder in de Donatuskerk in Leermens liet tot slot zien hoe deze tot op heden zeer functioneel gebruikt werd: als aardappelopslag voor de koster, die er ook witlof kweekte.

grafkelder
Afb. 8. De grafkelder van de baronnen en graven Von Inn- und Kniphausen in Midwolde

Geínteresseerd in ‘Een grote hoop verrot holt en dog weijnig beenderen. Grafkelders in het Groningerland’ door Harry Brouwer, dat als deel 18 in de reeks Groninger Kerkhoven is verschenen en waarin grafkelders in 16 kerken worden besproken? Kijk dan op de website van de Stichting Oude Groninger Kerken: www.groningerkerken.nl.

Geboren: Van Asch van Wijck

Asch van Wijck, wapen

Jonkvrouwe Anahi Victoria Patricia Alix van Asch van Wijck, geboren ’s-Gravenhage 31 maart 2016, dochter van jonkheer Lodewijk Henrick Karel Cornelis van Asch van Wijck en Nicole van Asch van Wijck née Doeswijk.