Tentoonstelling Stadsmuseum Harderwijk t/m 7 januari 2018: Huszár van de Stijl

Afb. 1. Portret van Jeanne Huszár-van Teijlingen door Vilmos Huszár, potloodtekening, datering onbekend. Part. coll.

In Nederland wordt dit jaar uitgebreid stilgestaan bij het eeuwfeest van de kunststroming De Stijl en in het Stadsmuseum Harderwijk is nog t/m 7 januari nog de tentoonstelling te zien van de onbekendste oprichter, de Harderwijker kunstenaar Vilmos Huszár, die gehuwd was met jonkvrouwe Johanna Elisabeth van Teijlingen.

Opleiding in Hongarije en Duitsland
Vilmos Huszár werd geboren op 5 januari 1884 in Boedapest in het toenmalige Koninkrijk Hongarije in een Joodse familie als zoon van József Herz en Sarolta Fisher. Zijn vader was directeur van een bouwbedrijf en het milieu waarin hij opgroeide wordt Joods en burgerlijk genoemd. Vanaf jonge leeftijd bleek dat hij creatief en artistiek was en ook kon hij goed studeren. Hij studeerde eerst aan de kunstnijverheidsschool en volgde daar enkele jaren een opleiding voor de decoratieve schilderkunst. Omdat het vrije kunstenaarschap hem meer trok, zocht en vond hij een nieuwe leermeester in de kunstschilder Simon Hollósy en volgde op diens privéscholen een opleiding. Na eerst in Hongarije te zijn gestart, zette hij zijn opleiding voort in München.

Ontmoeting met Anna Egter van Wissekerke
In 1904 veranderde zijn familie hun Joodse achternaam van Herz in Huszár, vanwege het toenemende antisemitisme. Een jaar later leerde hij Anna Wilhelmina Elisabeth Maria Egter van Wissekerke (1872-1969) in München kennen. Anna stamde uit een patriciaatsfamilie en was de dochter van de gepensioneerde generaal-majoor bij de artillerie Abraham Jacobus Frederik Egter van Wissekerke en Michiela Mathilda Catharia Johanna Viruly van Pouderoyen, vrouwe van Pouderoyen, die eveneens uit een patriciaatsfamilie stamde. Op uitnodiging van Anna kwam hij naar Nederland en woonde korte tijd bij de familie Egter van Wissekerke in huis.

Vilmos werd in het Haagse artistieke milieu geïntroduceerd en leerde de schilder Jozef Israëls kennen, die zijn tweede leermeester werd. Ook leerde hij jonkvrouwe Johanna Elisabeth (‘Jeanne’) van Teijlingen kennen, die de hartsvriendin was van Anna Egter van Wissekerke. In deze periode schilderde hij enkele portretten van leden van de Nederlandse adel en ook de ouders van Anna portretteerde hij.

Afb. 2. Zelfportret door Vilmos Huszár, potloodtekening, datering onbekend. Part. coll.

Huwelijk met freule Van Teijlingen
Na een verblijf opnieuw in Duitsland keerde hij via Hongarije terug in Nederland, dat vanaf toen zijn tweede vaderland zou worden. Inmiddels waren Vilmos en Anna verliefd op elkaar geworden, maar in de ogen van haar ouders was hij niet van de juiste komaf en hun voorgenomen huwelijk ging niet door. Na een verblijf in Parijs keerde hij terug naar Nederland en vond in jonkvrouwe Johanna Elisabeth van Teijlingen zijn nieuwe levenspartner en trad met haar in 1909 in het huwelijk.

Zij werd geboren op 7 december 1868 in Middelburg. Haar vader, jonkheer mr. Diederick Gregorius van Teijlingen, stamde uit een geslacht dat meende van de Graven van Holland af te stammen en voerde hetzelfde wapen – in goud een rode leeuw – maar met een blauwe barensteel, als teken van een onwettige afstamming. Deze afstamming is echter onbewezen en de oudst bekende voorvader is Willem Jacopsen, wiens nakomelingen zich eerst van een patroniem bedienden en pas begin 16e eeuw de familienaam Clinckebel gingen voeren. Nadien werd de toevoeging Van Teylingen gebruikt en vanaf het einde van de 16e eeuw bleef alleen Van Teylingen (ook: Van Teijlingen) als geslachtsnaam over. De familie maakte eeuwenlang deel uit van de Rotterdamse regentenfamilies en in 1836 werd een voorvader in de Nederlandse adel verheven met het predikaat jonkheer. Haar moeder, jonkvrouwe Elisabeth Marina Schuurbeque Boeije, kwam uit een oude geadelde Zeeuwse regentenfamilie.

De vader van freule Jeanne van Teijlingen was advocaat en rechter geweest en beëindigde zijn carrière als raadsheer bij de Hoge Raad der Nederlanden in ’s-Gravenhage. Zij was het eerste kind in het gezin en na haar werden er nog twee zusjes en twee broertjes geboren, waarvan alleen haar oudste broertje de volwassen leeftijd zou bereiken.

Afb. 3. Een deel van de tentoonstelling over Vilmos Huszár.

Oprichter De Stijl
Vilmos en Jeanne vestigden zich in ’s-Gravenhage en hier werd in 1910 hun zoon Berthold Elisa geboren, waarvan Anna Egter van Wissekerke de peettante werd. Ondertussen ontwikkelde Vilmos zich verder en ging ook bezig met toegepaste kunst. In 1915 leerde hij Bart van der Leck kennen en via hem ook o.a. Piet Mondriaan en Theo van Doesburgh. Gezamenlijk vormden zij de groep Bewust abstracten of Werkelijk anderen, waaruit in 1917 het tijdschrift De Stijl voortkwam.

Na begin jaren twintig Hulshorst ontdekt te hebben, kocht het echtpaar in 1925 in Hierden een stuk grond en bouwde daar een houten zomerhuisje. In 1933 volgde de bouw van een stenen villa, waar Vilmos en Jeanne zich in 1939 definitief vestigden vanwege de toegenomen dreiging van oorlog. Financieel werd het eind jaren dertig wat moeilijker en zo maakte hij weleens een schilderij om een rekening te betalen, zoals omstreeks 1938 voor de huisarts. Dit opmerkelijke schilderij ‘Leven en dood’ hing lang in de spreekkamer en is nu op de tentoonstelling te zien. Toen de oorlog uitbrak, bleek de vestiging in Hierden een gelukkige keuze: door hun teruggetrokken leven viel de aandacht niet op hem en zijn Joodse afkomst. In de oorlog raakten beiden betrokken bij verzetsactiviteiten en de druk die zij hierdoor ondervonden, leidde tot depressies bij hem en een verslechterde gezondheid voor haar, die toch al zwak was. Toen de oorlog voorbij was, werd Jeanne steeds zieker en werd opgenomen in het ziekenhuis, waar zij een dag na haar zevenenzeventigste verjaardag overleed op 8 december 1945 als laatste van haar tak. Door het overlijden van haar achterneef in 1993 zou de familie Van Teylingen in alle takken uitsterven.

Huwelijk met huishoudster
Vilmos Huszár hertrouwde in 1953 zijn huishoudster Anke van der Steen. Dit huwelijk stuitte op weerstand in de familie vanwege haar afkomst, maar voor hem was het een verstandshuwelijk, waarbij haar positie als eenvoudige huishoudster na zijn overlijden als rechtmatige weduwe geregeld was. Met zijn zoon herstelde het contact zich na verloop van tijd, maar de ongehuwd gebleven Anna Egter van Wissekerke verbrak ieder contact.

Door financiële problemen moest hij zijn villa verkopen en werd zijn verbouwde atelier zijn nieuwe huis. Steeds vaker werden rekeningen betaald met schilderijen, maar hij bleef artistiek actief en productief, waarvan nog veel werk in privébezit in Harderwijk en omgeving getuigd. In 1959 kreeg hij een jubileumexpositie ter gelegenheid van zijn vijfenzevenstige verjaardag. Een jaar later werd hij ernstig ziek en overleed op 8 september 1960 in het ziekenhuis. Zijn bijzetting volgde in stilte op begraafplaats Oostergaarde in Harderwijk, waar hij werd herenigd met zijn echtgenote.

‘Huszár van de Stijl’ is nog t/m 7 januari in het Stadsmuseum Harderwijk te zien. Voor meer informatie en bezoekmogelijkheden zie www.stadsmuseum-harderwijk.nl/huszar-van-de-stijl/.

Afb. 4. Onbekend werk van Vilmos Huszár uit particulier bezit op de tentoonstelling.