
Vanaf maandag 28 september loopt er een timed online veiling af bij Veilinghuis Van Spengen in Hilversum met kunst, antiek, zilver, porselein, juwelen, enz. in allerlei prijsklassen. Tot de aangeboden kavels behoren een portret van jonkheer De Bye en baron Dibbets, en een eetkamerset van de jonkheren Van Baerdt van Sminia. Lees het verhaal hierbij hieronder en kijk voor de online catalogus van Veilinghuis Van Spengen in Hilversum op Veilinghuis Van Spengen – Veilinghuis van Spengen
Lotnummer 40 betreft een portret door Jan Willem Pieneman (1779-1853) van jonkheer mr. Pieter Jacob de Bye (1766-1836) met de onderscheiding van L’Ordre Imperial de la Réunion. Het is niet gesigneerd, betreft een olieverf op doek en meet 114 x 89 cm. Het wordt getaxeerd op 600-800 euro. Veilingopbrengst: 580 euro.
Jonkheer mr. Pieter Jacob de Bye (1766-1836) stamde uit een Haagse regentenfamilie. Net als zijn vader werd hij advocaat. Hij maakte naam als lid van de staatscommissie tot herziening van de financiële wetten in het Koninkrijk Holland in 1808 en werd drie jaar later benoemd tot raadsheer in het Hof van Cassatie in Parijs. In 1813 ontving hij het diploma van Chevalier (Ridder) de l’Empire.
Na de val van Napoleon werd hij onder Koning Willem I referendaris en nadien lid van de Raad van State. In 1830 werd hij verheven in de Nederlandse adel met het predikaat jonkheer. Hij huwde in 1791 jonkvrouwe Elisabeth Jacoba van der Does (1770-1824) en samen kregen zij acht kinderen. Van dit echtpaar stamt de huidige ridder Van der Does de Bye, de jonkheren/jonkvrouwen Van der Does de Bye en de jonkheren/jonkvrouwen De Bije af.
Hun oudste zoon, mr. Pieter Jacob ridder van der Does de Bye (1798-1885), kreeg de naam van zijn moeder toegevoegd en hem werd in 1842 de titel ridder verleend. De familie Van der Does de Bye is één van de zeven families binnen de Nederlandse adel met de titel ridder.

Lotnummer 39 betreft een portret van luitenant generaal B.J.C. baron Dibbets (1782-1839). Het is een olieverf op paneel, meet 33 x 29 cm en wordt getaxeerd op 1400-1800 euro (in 2013 werd hetzelfde portret op een veiling in Rotterdam getaxeerd op 200-300 euro). Veilingopbrengst: 2010 euro.
Bernardus Johannes Cornelis baron Dibbets (1782-1839) stamde uit een geslacht dat teruggaat op Derrik Jansen, die in 1663 als pachter van het goed Emaus in Terwolde genoemd wordt. In de tweede generatie werd de familienaam Debets, tot deze in de volgende generaties Dibbets werd.
Baron Dibbets werd in 1782 geboren in Arnhem en maakte als officier carrière in Bataafse, Hollandse, Franse en Nederlandse dienst. Uiteindelijk bereikte hij in 1831 de rang van luitenant-generaal. In het Koninkrijk der Nederlanden werd hij in de jaren 1814-1818 provisioneel inspecteur bij de infanterie en vervolgens van 1818-1826 provinciaal commandant van Limburg. In 1830 werd hij opperbevelhebber van het vijfde militair commando en de vesting Maastricht. Het is aan hem te danken dat Maastricht na de Belgische Opstand Nederlands bleef: ‘Hij was toen te Maastricht, alwaar hij door zijnen onwankelbaren trouw en vastberadenheid de grootste diensten aan het vaderland en den koning bewezen heeft.’
Vanwege zijn verdiensten werd hij in 1835 in de Nederlandse adel verheven met de titel van baron bij eerstgeboorte. Vier jaar later overleed hij in Maastricht. Uit zijn huwelijk met Julia Johanna van Tengnagell (1785-1851), uit een Gelderse adellijke familie, werden zeven kinderen geboren. De nakomelingen in Nederland zijn in 2009 uitgestorven, maar de huidige baron Dibbets, de 11e die deze titel voert sinds zijn voorvader deze in 1835 kreeg, woont in Australië en hier leeft de familie in de mannelijke en vrouwelijke lijn voort.
Lotnummer 1547 betreft een Cuba-mahonie coulissentafel en daarbij acht bijpassende eetkamerstoelen, in de Russische Directoire-stijl,uit circa 1795. Deze set is afkomstig uit het bezit van de Friese, adellijke familie Van Baerdt van Sminia en wordt getaxeerd op 8000-12.000 euro.
Door de huidige eigenaar werd deze eetkamerset eind jaren ’90 verkregen uit de nalatenschap c.q. boedel van de Friese, adellijke familie Van Baerdt Van Sminia, die destijds in Bennebroek (gem. Bloemendaal) woonde. Uit overleveringen van de familie Van Baerdt Van Sminia, is duidelijk dat deze meubelstukken lange tijd ( sinds Wereldoorlog I) in Noorwegen in een buitenhuis van de familie hebben gestaan. De toenmalige Koningin Wilhelmina kwam destijds meerdere keren tijdens haar schilderreizen naar Noorwegen daar op bezoek. Daarom werd de damesstoel ook wel de “Wilhelmina stoel” genoemd. Het is niet bekend hoe en wanneer de familie Van Baerdt Van Sminia deze eetkamerset heeft verworven.
De familie Van Sminia is een oude, Friese familie. In 1816 werd jonkheer mr. Hector van Sminia (1763-1816) verheven in de Nederlandse adel. Zijn kleinzoon, jonkheer Hobbe van Baerdt van Sminia (1874-1934), kreeg bij Koninklijk Besluit de naam Van Baerdt toegevoegd. Het was diens zoon, jonkheer mr. Paul Marinus van Baerdt van Sminia (1901-1945), die vanaf 1929 kamerjonker van Koningin Wilhelmina was, waardoor de nauwe contacten met de Oranjes ontstonden. Hij overleed in concentratiekamp Sandbostel. Diens zoon was gehuwd met een Zweedse Gravin Mörner af Morlanda en woonde in Bennebroek.
Benieuwd naar wat er verder geveild wordt bij Veilinghuis Van Spengen in Hilversum? Kijk dan in de online catalogus op Veilinghuis Van Spengen – Veilinghuis van Spengen
