De reconstructie van de tuinen van het geslacht Van Brederode in Vianen

Afb. 1. Plattegrond slot Batestein en tuinen in vogelvlucht, anoniem, 1632. Collectie Rijksmuseum Amsterdam.

In Vianen wordt er al jaren gewerkt aan plannen om de tuinen van kasteel Batestein te reconstrueren. Het kasteel brandde in 1696 af, werd daarna gesloopt en ook van de eertijds befaamde tuinen bleef niets over, maar de plek werd nooit bebouwd en alles lijkt aanwezig om zichtbaar te maken van wat ooit was. Link naar een reportage door RTV Utrecht https://www.rtvutrecht.nl/nieuws/2182632/tuinteam-van-paleis-het-loo-steunt-aanleg-kasteeltuin-vianen-fantastisch-initiatief.html

Van Brederode
Het geslacht Van Brederode pretendeerde af te stammen van de graven van Holland, iets wat Reinoud III van Brederode in 1531 een (niet voltrokken) doodvonnis van Keizer Karel V opleverde, en bekleedde als Eerste Edele van Holland de eerste plaats onder de leden van de Ridderschap van Holland.

Een oud rijmpje zegt: Brederode de edelste, Wassenaar de oudste, Egmond de rijkste, Arkel de boudste. Van deze vier leeft alleen de familie Van Wassenaer nog voort. De familienaam Brederode werd ontleend aan het kasteel Brederode bij Santpoort, dat nu nog als ruïne bestaat. Door huwelijk kwam de familie in het bezit van de vrije heerlijkheid Vianen en woonde hier op kasteel Batenstein. Omstreeks 1630 liet Johan Wolfert van Brederode (1599-1655) hier de befaamde tuinen aanleggen.

Johan Wolfert huwde twee keer: in 1619 Anna Johanna Gravin van Nassau-Siegen (1594-1636) en in 1638 Louise Christine Gravin van Solms-Braunfels (1606-1669). Door dit laatste huwelijk werd hij zwager van Stadhouder Frederik Hendrik. Johan Wolfert werd onder meer gouverneur van ’s-Hertogenbosch en veldmaarschalk van het Staatse leger. Uit beide huwelijken zou hij in totaal twintig kinderen krijgen, maar één generatie later zou met het overlijden van zijn zoon Wolfert van Brederode (1649-1679) het geslacht in de mannelijke lijn uitsterven. Diens lichaam werd bijgezet in de kerk te Vianen en in het graf werd een koperen plaat neergelegd, waarop het wapen Bederode stond, zodat ‘niemant t’eenigen tyde sigh dese Wapenen, Naem of Geslachte aen en matige, toe-eygene of reclamere’.

Na eeuwenlang een vooraanstaande positie te hebben ingenomen onder de Hollandse adel, kwam het geslacht Van Brederode in de laatste generaties tot nog grotere luister, maar stierf vervolgens uit, waarop men schreef ‘in opbloey neergetoghen’.

Afb. 2. Portret van Johan Wolfert van Brederode (1599-1655), portret toegeschreven aan Jan van Rossum. Collectie Rijksmuseum Amsterdam.