
Deze week werd Museum Nienoord verblijd met een rijke schenking, dankzij een genereuze schenking van een eigenaar, die anoniem wil blijven. Zeven portretten uit rond 1640 worden hiermee verenigd met negen andere portretten uit diezelfde serie, die al op Nienoord hangen. Hierop zien we een serie legercommandanten rond 1640, van wie één op hoge leeftijd in het Rampjaar 1672 nog meegevochten heeft tegen ‘Bommen Berend’ – de beroemde officier Poppe van Burmania. Bij de landelijke herdenking hiervan in 2022 kwamen deze zeven portretten naar een tijdelijke tentoonstelling op Nienoord.
Het Fries Regiment
Het Friese regiment ontstond in het begin van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). Het Staatse Leger van de republiek, die Nederland dan is, bevocht de Spaanse invasie in regimenten. Deze bestonden uit een kolonel, luitenant-kolonel en majoor, kapiteins, luitenants, vaandrigs, sergeants, korporaals en soldaten. Een gemiddeld infanterieregiment telde zo’n 10-15 compagnies van elk 100-150 man. Het Friese regiment was aanzienlijk groter.
De noordelijke gewesten Friesland, Groningen en Drenthe kwamen in 1576 in handen van de opstandelingen. Er werd een regiment opgericht, genoemd naar de graaf van Rennenberg, de Friese stadhouder. Toen hij overliep naar Spaanse zijde – en alleen Friesland behouden bleef – werd dit het Nassause regiment, dat genoemd werd naar de nieuwe aanvoerder Willem Lodewijk van Nassau. Omdat de Staten van Friesland geldschieter zijn, spraken eigentijdse bronnen van ‘Fries regiment’. Dit omvatte in 1631 maar liefst 27 compagnies van 150 man en een garde van 200. Bij een legerhervorming deelde stadhouder Ernst Casimir de eenheid op in twee regimenten. Deze portrettenreeks hoorde bij één hiervan.
In tien jaar tijd lieten negentien aanvoerend officieren zich portretteren, een aantal zelfs door de Leeuwarder hofschilder Wybrand de Geest (een aangetrouwde neef van Rembrandt), aan wie het Fries Museum afgelopen jaar een grote solo-tentoonstelling wijdde. De door Wybrand gesigneerde portretten zijn die van Hendrik Casimir van Nassau (1612-1640): Wybrand de Geest 1638, Jacques van Oenema (1591-1646): Wybrand de Geest 1641 en Douwe van Heerma: Wybrand de Geest 1637. Tjerk van Solckema (1601-1665) zijn portret is gesigneerd door Harmen Willemse Wieringa 1644. Van de volgende schilderijen is nog geen signatuur gevonden maar die hebben wel de kwaliteit van Wybrand de Geest: Poppo Bockes van Burmania (ca 1610-1638), Gijsbert van Voort (ca 1596-1668), Arent Arents van Loo (ca 1610-ca. 1656) en Haring van Harinxma thoe Heeg (1604-1669).
De opdrachtgever en de eerste verblijfplaats(en) van de portretgalerij zijn onbekend. In 1857 bevond de complete serie zich in het Hooghuis van Hobbe van Sminia te Bergum. Zijn drie dochters erfden elk een deel; één van die dochters trouwde in op Nienoord en bracht tien portretten mee. Haar kleindochter Elske Smith née jonkvrouwe van Panhuys schonk er negen aan Museum Nienoord. De tiende was al eerder door de familie van Panhuys verkocht aan de familie van Oranje en is nu op Paleis Het Loo te zien.
Dankzij langdurig speurwerk van onder andere André Buwalda (Stichting Het Friese Portret) en Jeroen Punt (conservator Nationaal Militair Museum) en in samenwerking met Museum Nienoord, zijn ook de andere negen portretten getraceerd. Hiermee werd na de scheiding van ongeveer anderhalf eeuw geleden van alle portretten de verblijfplaats bekend.
De verspreid geraakte regimentsportretten weer bij elkaar
In 2022 waren de portretten al samen te zien op Nienoord, bij de herdenking van ‘350 jaar 1672’. Dit leverde veel belangstelling op. Huidige leden van het eeuwenoude regiment bezochten de tentoonstelling, de portretten van Museum Nienoord zelf reisden langs herdenkingen elders, nazaten van de geportretteerden ontmoetten elkaar hier en voor het publiek waren er nog veel meer evenementen.

Verder wetenschappelijk onderzoek leidde naar nieuwe publicaties. Zo ontdekte Paul Borghaerts bij dendro-chronologisch onderzoek (naar de jaarringen in de panelen) dat vijf van de panelen uit dezelfde boom kwamen. De portretten stamden dus uit dezelfde periode en uit hetzelfde atelier. Het portret van Jan Gerckes Hoptilla blijkt sprekend te lijken op een portret in het Rijksmuseum, waarvan dat museum aanneemt dat Piet Hein er op staat; daar moet dus een ander bordje onder.
Adellijke officieren
De personen op de zeven geschonken portretten zijn: Kapitein Baerthe van Idsaerda (1610?-1634), Kolonel Ids van Eminga (1570?-1635), Kapitein Poppe Jans van Burmania ‘de Oostendenaer’ (1603-1676), Kapitein Gellius (Jelle) Nijs (1595?-1635?), Kolonel Jacques van Oenema (1591-1646), Kapitein Haring van Harinxma thoe Heeg (1604-1669) en Kapitein Foppe Sirtema van Grovestins (1610?-1658).
De door Elske van Panhuys geschonken portretten, die vroeger in de Ridderzaal op de Nienoord hingen, zijn van Stadhouder en kapitein-generaal Willem Lodewijk van Nassau-Dillenburg (1560-1620), Stadhouder en kapitein-generaal Ernst Casimir van Nassau-Dietz (1573-1632), Stadhouder en kapitein-generaal Willem Frederik van Nassau (1613-1664), Majoor Poppo Bockes van Burmania (ca 1610-1638), Ingenieur en kwartiermaker Gijsbert van Voort (ca 1596-1668), Kapitein Arent Arents van Loo (ca 1610-ca. 1656), Kapitein Tjerk van Solckema (1601-1665), Kapitein Douwe van Heerma (ca 1610 -1654).
De portretten van Wyger van Hottinga, Jan Gerkes van Hoptilla en Hendrik Casimir van Nassau berusten thans nog in andere collecties.
De schenking vloeit voort uit de reuring rondom de reünie
De genereuze schenker van de zeven geschonken portretten vindt de hereniging met de tien op Nienoord aanwezige portretten nog belangrijker, dan dat hij er met zijn familie thuis van geniet. Alle eer rondom de schenking wijst hij hierbij af, hij kiest er dan ook voor om anoniem te blijven.
Bericht met hartelijke dank aan Museum Nienoord: Museum Nienoord | Borg & Nationaal Rijtuigmuseum
