Overleden: E. ridder de Stuers

Stuers-Teding van Berkhout, bewerkt
Afb. 1. De grootmoeder van Eugène ridder de Stuers: Susanna de Stuers née jonkvrouwe Teding van Berkhout (1881-1961). Portret door Thérèse Schwartze (1891) in de collectie van Museum de Fundatie.

Overleden Eugène ridder de Stuers, geboren 14 juli 1934 Bir el Mellah (Marokko), overleden Bad Kreuznach (Duitsland) 3 februari 2016.

In Memoriam
Eugène ridder de Stuers werd geboren op 14 juli 1934 te Bir el Mellah in Marokko. Zijn vader, jonkheer Eugène Hendrik Eduard de Stuers, was een telg uit een geslacht dat teruggaat tot begin 17e eeuw in het Vlaamse Nieuwkerken. In 1791 werd een voorvader door Keizer Leopold II van Oostenrijk in de Zuid-Nederlandse adel verheven met de persoonlijke titel van ridder, maar hiervan werd hij vervallen verklaard vanwege het niet-lichten van het diploma. Eén van zijn zoons werd in 1843 verheven in de Nederlandse adel met de titel van ridder bij eerstgeboorte en van hem is Eugène ridder de Stuers een rechtstreekse nakomeling. Naast militairen en diplomaten was er ook een sterke kunstzinnige kant in de familie en zo bracht de familie een concertzangeres, een conservator van het Rijksmuseum en de bekende jonkheer mr. Victor de Stuers voort, de grondlegger van de Nederlandse Monumentenzorg.

Zijn moeder, Carolina Adriana barones van Wassenaer, was van het kasteel Hoekelom afkomstig en stamde uit het oud-adellijk geslacht Van Wassenaer, waarvan de stamvader Philips van Wassenaer in 1200 genoemd werd als getuige van graaf Dirk VII van Holland. Zijn nakomelingen noemden zich Van Duvenvoirde naar het kasteel Duvenvoorde waar zij heer van waren, maar in de 17e eeuw werd de naam Van Wassenaer weer aangenomen, nadat de hoofdtak was uitgestorven. De familie voerde eeuwenlang de titel van baron, maar deze werd in de Franse Tijd verboden. In 1822 werd voor een voorvader de titel van baron erkend.

Stuers, 1e ridder de
Afb. 2. François Vincent Antoine 1e ridder de Stuers (1792-1881), afb. afkomstig uit Nederland’s Adelsboek, jaargang 94 (2009), 233.

Drie jaar na hem werd er nog een zusje geboren en hij groeide met haar op in Marokko, eerst in Safi, later in Ain Djemaa, waar zijn vader planter was. In 1948, hij was toen veertien jaar, besloten zijn ouders uiteen te gaan. Beiden hertrouwden. Zijn moeder met de Fransman Georges Alphonse Marie Seux en zijn vader met de Française Maud Anne Marie Frédérique uit de grafelijke familie le Gallic de Kerizouët. Door deze huwelijken kreeg hij er in de jaren die volgden nog drie zusjes en een broertje bij. Zijn ouders bleven in Marokko wonen, waar zijn vader inmiddels industrieel was geworden, maar hij en zijn oudste zusje vertrokken vanwege hun opleiding naar Nederland en gingen in Schiedam wonen. Nadat hij deze voltooid had, vestigde hij zich als kweker in het Franse Plan de Grasse. In latere jaren woonde hij in Montauroux, tot hij een reizend bestaan ging leiden en zich uiteindelijk in Dockweiler in Duitsland vestigde.

Stuers, wapen, De
Afb. 3. Het familiewapen De Stuers met in de blauwe schildhoek een schip met daarboven LUCI PARA dat herinnert aan de schipbreuk bij Luci Para: “In 1837 ging hij (François Vincent Antoine 1e ridder de Stuers – red.) als luitenant-kolonel andermaal naar Indië en werd als gouverneur naar de Molukken gezonden. Op de reis daarheen leed hij schipbreuk op de klippen van het koraal-eiland Luci Para. Door zijn wakker gedrag wist hij de 140 schipbreukelingen, die 37 dagen op de klip moesten blijven, te redden.”

In 1981 werd hij na het kinderloos overlijden van zijn verre achterneef, de conservator van het Rijksmuseum dr. Charles Hubert ridder de Stuers (1894-1981), opvolger in de titel van ridder en werd daarmee de 5e ridder als rechtstreekse nakomeling van François Vincent Antoine 1e ridder de Stuers (1792-1881). Tegelijkertijd werd hij hierdoor de ‘chef de famille’, omdat alle andere en oudere takken van de familie inmiddels in de mannelijke uitgestorven waren.

In zijn laatste levensfase verbleef hij in de Pro Seniore Residenz Salinen in Bad Kreuznach, waar hij liefdevol verzorgd werd en waar hij op 3 februari kwam te overlijden: “In lieve en goede herinnering nemen wij afscheid van onze broer en oom.” Eugène ridder de Stuers werd eenentachtig jaar en wordt diep betreurd door zijn zusters, broer, zwager, neven, nichten en verdere familieleden. Het afscheid vond plaats op 8 februari in het Bestattungshaus Bechter in Bad Kreuznach.

 

Louise Henriette: een Nederlandse gravin in de Dom van Berlijn

Nassau, Louise Henriette van, compilatie

Louise Henriette Gravin van Nassau (1627-1667) was de oudste dochter van Stadhouder Frederik Hendrik Prins van Oranje en Amalia Gravin van Solms-Braunfels. Om het aanzien van de familie te verhogen, gingen haar ouders op zoek naar een geschikte huwelijkskandidaat, maar Louise Henriette werd verliefd op een achterneef, de Franse Henri Charles de la Trémoïlle Prins van Talmont, met wie zij in het geheim liefdesbrieven schreef. Helaas was hij zonder fortuin en niet van dynastieke betekenis.

Uiteindelijk werd zij gedwongen Friedrich Wilhelm I Keurvorst van Brandenburg (1620-1688) te trouwen en schreef zij: “’t Is te beklagen dat ick om sijn geltz wil en een weinich landt soo ongeluckig moet sijn en verkocht worden. Och, wast ick doch doot of wast ick een bouerin soo mocht ick doch iemantz nemen die ick kende nae mijn sinn en die ick liefhad.”

Voor Brandenburg werd zij zeer belangrijk: zij liet de eerste aardappelen in Duitsland op haar landgoed Oranienburg planten, stichtte het eerste weeshuis en schreef vele godsdienstige liederen. Zij overleed na een ziekbed van weken nog maar negenendertig jaar oud. Louise Henriette kreeg zes kinderen, waarvan er vier jong stierven. Slechts één zoon kreeg zelf nakomelingen en van hem stammen de latere Koningen van Pruisen en Keizers van Duitsland af.

Wie in Berlijn de grafkelder van de Hohenzollerns bezoekt, kan hier nog heden haar kist zien: een rijkversierde bronzen sarcofaag met leeuwenkoppen en treurende engeltjes als herinnering aan een Nederlandse gravin.

Op het portret door Gerrit van Honthorst uit de collectie van het Rijksmuseum in Amsterdam: Friedrich Wilhelm I Keurvorst van Brandenburg (1620-1688) en Louise Henriette Gravin van Nassau (1627-1667).

Gebruikte bron o.a.: drs. R.E. van Ditzhuyzen, Oranje-Nassau. Een biografisch woordenboek (Haarlem, 1992).

Saskia de Brauw: model en kunstenares

Brauw, compilatie

Afgelopen zaterdag stond er in de NRC een interview met Saskia de Brauw, die voluit jonkvrouwe Saskia Deirde de Brauw heet. Zij volgde een opleiding aan de Gerrit Rietveld Academie waar zij fotografie en textiel design studeerde en werd op haar 28e ontdekt als model. Als model is zij als androgyn type zeer succesvol en werkte voor modehuizen als Balenciaga, Givenchy, Canel, Prada en Versace.

Over haar afkomst zegt zij: “Ik ben niet opgegroeid met kastelen en bals; de echt chique adel is volgens mij nogal schaars geworden in Nederland.” Kort geleden verscheen haar eerste boek ‘The Accidental Fold’, waarin zij gevonden fragmenten heeft vastgelegd van de steden en plekken waar zij is geweest: gekreukelde stukjes papier, geschreven briefjes, papieren vliegtuigjes, knopen, bloemen en bladeren, een achtergelaten schoen, een gebroken paraplu, een eenzame handschoen, een sinaasappelschil, veren, speelkaarten en vele andere voorwerpen.

Link naar haar webpagina: www.saskiadebrauw.com

Link naar meer informatie over ‘The Accidental Fold’ met bestelmogelijkheid: www.saskiadebrauw.com/project/the-accidental-fold-book

Boekennieuws: nieuw jaarboek ‘Virtus’ van de Stichting Werkgroep Adelsgeschiedenis

Virtus 2015

Deze stichting werd in 1993 opgericht en stimuleert het onderzoek naar de (Nederlandse) adel. Ieder jaar verschijnt er een jaarboek met daarin een grote verscheidenheid aan artikelen, die inmiddels van Europees niveau zijn. Door lid te worden van deze stichting ontvangt men overigens niet alleen dit jaarboek, maar krijgt men ook uitnodigingen voor de jaarlijkse symposia en excursies, die vaak naar locaties voeren waar men gewoonlijk geen toegang heeft.

Inhoud:

Willem Ham
Bergen op Zoom. Residentie en stad

Maarten Prins
Heren van Holland. Het bezit van Hollandse heerlijkheden onder adel en patriciaat (1500-1795)

Renske Koster
De invloed van esthetische ontwikkelingen op de reisbeleving. De waardering van Engelse en Duitse adellijke residenties door Nederlandse reizigers in de achttiende eeuw

Leon Wessels
Jagen naar macht. Jachtrechten en verschuivende machtsverhoudingen in Twente, 1747-1815

Wybren Verstegen
Een ‘uitgebreide aristocratie’ of een ‘gematigd democratisch beginsel’? Van Hogendorp en de adel als vertegenwoordiger van het platteland (1813-1842)

Jolien Gijbels
Beleven en herinneren op het slagveld van Waterloo. Een adellijk perspectief (1815-1870)

Fred Vogelzang
Elites and country house culture in nineteenth-century Limburg

Claartje Wesselink
De reizende jonkheer. Museumdirecteur Willem Sandberg als cultureel diplomaat

Daarnaast zijn er nog enkele korte bijdragen en is er als afsluiting een interview met Jaap Scholten, de schrijver van ‘Kameraad Baron’, een boek over de Transsylvaanse aristocratie, waarvoor hij de Libris Geschiedenis Prijs 2011 ontving.

Lid worden van deze stichting kan voor slechts 20 euro per jaar en dan ontvangt men ook meteen dit jaarboek: www.adelsgeschiedenis.nl.

De tuinen van Clara Feyoena barones van Raesfelt née barones van Sytzama (1729-1807)

Raesfelt-van Sytzama, Clara Feyoena van, yuin, compilatie

Clara Feyoena maakte in haar tijd faam met haar gedichten. Heel bekend is haar hofdicht op de tuinen en omgeving van havezate Heemse, waar zij woonde. ‘Heemse: hof-, bosch- en veldzang’ werd in 1990 opnieuw uitgegeven en bewerkt door Klaas Oosterkamp.

In een gedicht van ruim 3000 regels beschrijft zij hierin de tuin, het sterrebos, de natuur en de omgeving van Heemse met zijn akkers, velden, weilanden en de rivier de Vecht die daar doorheen slingert. In een ander gedicht schreef zij later over Heemse en de mensen aldaar:

Landdorp (Heemse – red.) daar ik veel jaaren ’s Hemels voorzorg ondervond,
Dat mijn zorgen zaagt verdwijnen voor mijn vaalen avondstond;
Bossen, velden, daar mijn stappen zijn geprent in lief en leed,
Daar mijn doffe lier haar klanken bij verpoozing hooren deed;
Mogt een lichtstraal van mijn dagtoorts dringen door het tijdgordijn,
En nog lang na mijn verscheiden uw bewooners dierbaar zijn!
Is de webb’ hier afgeweeven, daar ik meê ten einde snel,
Wordt mijn stoffelijk deel ontbonden in uw sombre landkapel.?
Staakt de dood dan mijn gebeden voor uw welvaart; hoort geen oor
Onze saamverêeende zangen in ’t gewijde tempelkoor,
Och! Dat boven ’t mosch der eeuwen elk uw heil in de oogen straal’,
Dat de zon van uwen voorspoed niet voor ’s waerelds avond daal’!

Vanavond wordt voor de tweede keer een muzikaal toneelstuk over haar leven opgevoerd in de Witte of St. Lambertuskerk in Heemse – de kerk waarin zij ook begraven werd, zoals zij in het gedicht hiervoor ook voorzag.

Kaarten kosten in de voorverkoop 8 euro en zijn te bestellen in Hardenberg bij boekhandel Heijink of per mail via theodorusvdvliet@hotmail.com.

Informatie mede met dank aan: K. Oostendorp, Heemse in orde, in: Virtus, jaarboek voor adelsgeschiedenis 11 (Meppel, 2004).

Weekendtip: expositie ‘Winter in Amsterdam’ door Marie-Jeanne barones van Hövell tot Westerflier

a20

In Museum Het Grachtenhuis in Amsterdam is alleen dit weekend nog een fototentoonstelling te zien van Marie-Jeanne van Hövell. In de winters tussen 1990 en 2005 fotografeerde zij de verborgen pracht van Amsterdam in verstilde zwart wit foto’s, die doen denken aan de 19e eeuwse foto’s van Breitner en Jacob Olie. Op deze tentoonstelling wordt een selectie van vijftien beelden getoond, maar bij Eduard Planting Gallery is meer werk van haar te vinden.

Link naar Museum Het Grachtenhuis: http://www.hetgrachtenhuis.nl/nl/agenda/winter-amsterdam/

Link naar de webpagina van Marie-Jeanne van Hövell: www.marie-jeannefotografie.nl

Overleden: dr. R.M. Duin

Lynden, wapen

Dr. Roelf Marten Duin, geboren Amsterdam 10 april 1947, overleden [Rotterdam] 25 januari 2016, echtgenoot van Albertha Maria Duin née barones van Lynden.

In Memoriam
Roelf Marten Duin werd geboren op 10 april 1947 te Amsterdam als zoon van Roelf Duin en Clasine Rietdijk. Zijn vader was een ondernemende man die, na in de Verenigde Staten te zijn geweest, terugkeerde in Nederland en vlak voor de bezetting in 1940 Nederland verliet om zich in Ned.-Indië te vestigen. Daar trad hij vervolgens in het huwelijk en samen keerden zij pas na de oorlog terug in Nederland.

Hij was het eerste kind in het gezin en na hem werd er nog een broertje geboren. Hij groeide de eerste jaren op in Amsterdam aan de Van Baerlestraat, maar na de geboorte van zijn broertje verhuisde het gezin enkele keren totdat het aan de Prinses Julianalaan ging wonen. Zijn vader was aanvankelijk werkzaam in de effectenhandel en werd later afdelingschef.

Na zijn middelbare schoolopleiding voltooid te hebben, vervulde hij zijn militaire dienstplicht en werd uiteindelijk res.-1e luitenant speciale diensten technische dienst. Inmiddels was hij in 1972 gehuwd met Albertha Maria barones van Lynden. Zij was een telg uit een oud-adellijk geslacht, waarvan de stamvader voor het eerst vermeld werd in 1307 te Lienden in de Neder-Betuwe. In 1814 werd een voorvader opgenomen in de Nederlandse adel en in 1818 werd aan hem de titel van graaf bij recht van eerstgeboorte verleend, terwijl de overige nakomelingen de titel van baron/barones kregen. Samen krijgen zij twee kinderen, een dochter en een zoon, en woonden in de jaren die volgden in Vreeland en Rotterdam.

Nadat hij wis- en natuurkunde in Leiden gestudeerd had, promoveerde hij in 1974 als sterrenkundige. In Leiden was hij lid van Minerva 1965 jaarclub Koh-i-Noor, die hem kenmerkte als trouw, geestig en met een scherp verstand. Nadien werd hij eerst werkzaam bij de Algemene Bank Nederland N.V. en vervolgens was hij werkzaam als automatiseringsdeskundige bij Ned. Unilever Bedrijven en adviseur telecommunicatie bij Berenschot B.V.

Op 25 januari 2016 kwam hij te overlijden: “Onze lieve Roelf Marten Duin is gestorven”. Roelf Marten Duin werd achtenzestig jaar en wordt diep betreurd door zijn echtgenote, dochter, zoon, schoonzoon, schoondochter, kleindochter en verdere familieleden. De crematie vond plaats in besloten kring op zaterdag 30 januari met aansluitend de viering van zijn leven in de Grote Kerk te Rotterdam.

Sophie Reinders & adellijke facebookvriendinnen in de 17e eeuw

Reinders, compilatie

Voor haar promotie-onderzoek reconstrueert Sophie Reinders met behulp van alba amicorum (vriendschapsboekjes) het leven van adellijke dames in de 16e en 17e eeuw. In de nieuwe Elsevier vertelt zij over haar historische zoektocht naar deze bijzondere dames, die binnen de beperkte mogelijkheden en conventies van die tijd toch een heel enerverend leven konden leiden. Binnenkort gaat zij over haar onderzoek bloggen en AiN bericht u hierover natuurlijk.

Op de foto: Sophie Reinders voor het portret van (vermoedelijk) Walraven van Stepraedt op slot Doddendael, één van de adellijke dames die dankzij het onderzoek van haar tot leven is gekomen.

Elsevier ligt nu in de winkel en kost 5,95 euro.

Geboren: Van Zwieten

Afb. Het familiewapen Van der Feltz.

 

Salomé Petronella Janne van Zwieten, geboren Amsterdam 9 februari 2016, dochter van Ruben Joan van Zwieten en Otteline Martina Ilona van Zwieten née barones van der Feltz.

Dat ze tot een teken mag
zijn van wijsheid en vrede
in deze wereld

De vader van de jonggeborene kreeg in 2013 de eretitel ‘Theoloog van het jaar 2013’ vanwege zijn kerkelijk centrum ‘De Nieuwe Poort’ op de Amsterdamse Zuidas en in 2014 stond hij in de top 5 van De Volkskrant van meest invloedrijke mensen van de toekomst.

Link naar meer informatie over ‘De Nieuwe Poort’: www.denieuwepoort.org

Noor van Imhoff: in het Stedelijk Museum en in De Appel in Amsterdam

Imhoff, compilatie

Momenteel zijn in beide musea installaties te zien van de beeldend kunstenares Noor van Imhoff, die voluit Saskia Noor barones van Imhoff heet. In De Volkskrant gisteren werden deze ‘puzzelkunst’ genoemd: installaties bestaande uit bekende (gebruiks)voorwerpen en nieuw gemaakte voorwerpen, waarbij de toeschouwer zelf in associatief verband moet puzzelen wat de betekenis kan zijn. Haar installaties zijn t/m 8 april in het Stedelijk Museum en t/m 10 april in De Appel arts centre in Amsterdam te zien.

Link naar haar webpagina: www.saskianoorvanimhoff.com

Link naar haar foto en meer informatie: http://exhibitionist.nl/tentoonstelling/136685-2/