Veilingnieuws: miniatuurportret, gouden horloge, geboortebeker en servies van de jonkheren en baronnen Röell

a30

Op zondag 7 februari worden bij het Veilinghuis Peerdeman in Utrecht vier kavels geveild die uit de adellijke familie Röell afkomstig zijn. Het betreft de volgende items:

een miniatuurportret van mr. Willem Frederik baron Röell (1768-1835) (aquarel op ivoor, geschilderd door Jan Hendrick Neuman, richtprijs 300-500 euro). Hij werd in 1817 ingelijfd in de Nederlandse adel en in 1817 werd hem de titel van baron verleend. Hij was onder meer in de jaren 1814-1817 minister van Buitenlandse Zaken en werd daarna Minister van Staat. Hij was gehuwd met Sara Johanna Hop

een gouden horloge van jonkheer Herman Hendrik Röell (1866-1884) (Vacheron & Constantin Geneve, richtprijs 700-900 euro): “Heden overleed onze geliefde oudste Zoon, HERMAN HENDRIK in den ouderdom van 18 jaren. [jonkheer] W.Röell, J.I. Röell, geb. [jonkvrouwe] Dedel. Amsterdam, 21 juni 1884. Eenige kennisgeving.”

een zilveren geboortebeker van Willem baron Röell (1897-1971) (met gegraveerd monogram WF, richtprijs 40-60 euro). Hij was eerst advocaat en procureur en werd uiteindelijk rechter-plv. van de arrondissementsrechtbank te Utrecht. Hij was gehuwd met Anna Clara Electa Walburga barones van Harinxma thoe Slooten

een 70-delig Chinees porselein serviesgedeelte ( richtprijs 2500-3500 euro)

Link naar de webpagina: www.veilinghuispeerdeman.nl

Nieuwe Kasteel d’Ursel Magazine gratis online

a27
Afb. Het kasteel d’Ursel en Charles Joseph hertog d’Ursel (1777-1860) met zijn echtgenote Luisa Vittoria Maria Giuseppina Francesca hertogin d’Ursel née Ferrero-Fieschi, Principessa di Masserano (1779-1847).

Het verhaal van Charles Joseph hertog d’Ursel (1777-1860): de Nederlandse adel kent op dit moment geen leden met de titel van hertog, maar onder Koning Willem I werden er drie hertogen (De Beaufort-Spontin, De Looz-Corswarem en D’Ursel) in de Nederlandse adel opgenomen, waarvan de nakomelingen formeel nog steeds tot de Nederlandse adel behoren, ook al kozen zij in 1830 voor de Belgische nationaliteit en gingen zij daardoor deel uitmaken van de Belgische adel.

Eén van deze drie was Charles Joseph hertog d’Ursul. Hij werd eerste grootmeester van Koningin Wilhelmina, de echtgenote van Koning Willem I. In 1830 stond hij bekend als zeer orangistisch en zijn huis in Brussel werd door het opstandige volk geplunderd. Hij zocht zijn toevlucht in zijn zomerverblijf kasteel d’Ursel in Hingene en schreef: “Ik heb een grote weerzin om opnieuw voet in Brussel te zetten en ik ben niet meer in het huis geweest sinds ik er verjaagd ben door een bende plunderaars.”Uiteindelijk koos hij in 1830 voor de Belgische nationaliteit en zijn nakomelingen leven nog steeds voort in de Belgische adel. In 1973 werd het kasteel verkocht door de 8e hertog. Sinds 1994 is het kasteel in het bezit van de provincie, die het restaureerde en er sindsdien vele activiteiten organiseert. In 2009 keerde een belangrijk deel van de oorspronkelijk inrichting terug dankzij een bruikleen van de 10e hertog: duizenden boeken, portretten, meubelen en siervoorwerpen.

Een bezoek aan het kasteel is zonder meer een aanrader!

Link naar het magazine online met daarin het hele verhaal van de hertog d’Ursel: http://www.kasteeldursel.be/content/dam/kasteeldursel/def%20KdUmagazine%2045_b.pdf

Link naar de website van kasteel d’Ursel: www.kasteeldursel.be

Het verhaal bij het portret van Ottelina Cornelia Cort van der Linden née jonkvrouwe Sickinghe (1895-1975) – het leven van een burgemeestersvrouw

a28
Afb. Vorig jaar werd dit portret op een veiling aangeboden, dat bij één van de volgers van AiN een goed onderkomen vond. Hier het bijbehorende levensverhaal.

AFKOMST
Jonkvrouwe Ottelina Cornelia Sickinghe werd geboren op 13 augustus 1895 te Arnhem. Haar vader, jonkheer Agathon Gerard Sickinghe, was een telg uit een oud-adellijk Groninger geslacht van bestuurders, waarvan de stamvader Lubbert Sickinghe in 1354 als burgemeester van Groningen genoemd werd. In 1814 werd een voorvader benoemd in de Ridderschap van Groningen en sindsdien voerden hij en zijn nakomelingen het predicaat van jonkheer/jonkvrouwe. Haar moeder, Elisabeth Jacoba Lucia Margaretha Geisweit van der Netten, stamde uit de Haagse familie Van der Netten. Door het huwelijk in 1757 van haar voorvader mr. Justinus Cornelis van der Netten (1729-1780), die onder meer advocaat voor het Hof van Holland was, met Antonia Geisweit, telg uit een geslacht van burgemeesters en predikanten, werd deze naam toegevoegd aan de familienaam.

JEUGDJAREN
Zij groeide de eerste jaren op in Arnhem aan de Schoolstraat nr. 77 met een zusje dat drie jaar ouder was en vijf jaar na haar geboorte werd het gezin nog uitgebreid met een broertje. Haar vader was luitenant-adjudant bij het Korps Rijdende Artillerie en na zijn benoeming tot ordonnans-officier van H.M. Koningin Wilhelmina verhuisde het gezin naar ’s-Gravenhage, waar het aan de Rijnstraat nr. 34 ging wonen. Vervolgens woonde het gezin enkele jaren in Utrecht vanwege terugkeer bij de ‘Rijers’, tot haar vader in 1912 benoemd werd tot kapitein-adjudant van H.M. Koningin Wilhelmina en het gezin aan de Groot Hertoginnelaan nr. 22 in ’s-Gravenhage ging wonen. Haar vader had in de jaren die volgden een glansrijke hofcarrière en werd achtereenvolgens kamerheer, eerste kamerheer-ceremoniemeester, eerste kamerheer, waarnemend hofmaarschalk en eerste kamerheer-honorair. Als militair bereikte hij de rang van luitenant-generaal titulair. Het familieboek zegt over hem: “Economisch gezien had Vader voor zijn positie, vooral in de latere jaren, eigenlijk te weinig fortuin, om met grote allure zijn rol te kunnen spelen. Vooral na de Tweede Wereldoorlog heeft hem dit veel parten gespeeld.”

HUWELIJK
Op 18 april 1918 huwde jonkvrouwe Ottelina Cornelia Sickinghe op tweeëntwintigjarige leeftijd mr. Willem Pieter Jacob Henri Cort van der Linden, die vierentwintig jaar oud was. Hij werd geboren op 19 augustus 1893 te Hilversum als zoon van mr. Pieter Wilhelm Adriaan van der Linden en Johanna Cornelia de Koning. Zijn vader was de bekende staatsman die in de jaren 1913-1918 minister-president was en vanaf 1915 Minister van Staat. De dubbele achternaam was ontstaan door het toevoegen van de familienaam van een overgrootmoeder Cort. In 1921 werd hem het Ridder-Grootkruis in de Pius Orde verleend, waaraan erfelijk adeldom was verbonden, zodat hij en zijn nakomelingen zich als ‘nobile’ tot de pauselijke adel konden rekenen.

Haar echtgenoot had rechten gestudeerd in Leiden en na zijn huwelijk vestigde hij zich als advocaat in ’s-Gravenhage. Hier woonden zij aan de Delistraat nr. 38. Op 12 maart 1919 werd hier hun zoon Pieter Wilhelm Adriaan Gijsbertus geboren, gevolgd door hun dochter Elisabeth Jacoba Lucia Margaretha op 28 juli 1921. In 1926 verhuisde het gezin naar de Groenhovenstraat nr. 8. Haar echtgenoot was inmiddels algemeen secretaris van het Verbond van Nederlandse Werkgevers geworden tot hij in 1934 benoemd werd tot burgemeester van Groningen en het gezin hierheen verhuisde. Voor het zover was, werd er eerst afscheid genomen van haar echtgenoot als algemeen secretaris in Hotel Twee Steden in ‘s-Gravenhage, waarbij zij grote manden met bloemen kreeg overhandigd.

BURGEMEESTERSVROUW IN GRONINGEN
Op maandag 1 oktober 1934 vond de installatie plaats van haar echtgenoot in de buitengewone vergadering van de gemeente Groningen, waarbij de gehele raad voltallig aanwezig was en alleen de beide communisten ontbraken. In de krant viel over zijn toespraak te lezen: “De nieuwe burgemeester wees er op, dat hij bij het aanvaarden van deze belangrijke functie afscheid heeft genomen van een betrekking, die hij meer dan 16 jaren vervulde. In die betrekking is hij zeer nauw betrokken geweest in de phaenomenale ontwikkeling der sociale wetgeving, die de jaren na den oorlog kenmerkte, zoodat ook zijn adviezen zich over een breeden strook van het maatschappelijke leven uitstrekten. De nood der tijden bracht ook hierin verandering; de ontwikkeling der sociale wetgeving maakte plaats voor den economischen strijd van ons geheele land voor bloot zelfbehoud. Tegelijk met deze verandering in den aard van zijn werk verlevendigde het rijpen der jaren de zucht naar een meer zelfstandigen en verantwoordelijken werkkring. Het was een reden van groote blijdschap voor den heer Cort van der Linden, dat hem niet alleen het burgemeestersambt in een der grootste steden van ons land werd aangeboden, maar nog wel dat van Groningen. Want traditie en eigen ervaring maakten reeds vroeg, dat deze stad hem bijzonder lief is. De jaren, die zijn ouders als ingezetenen van Groningen hebben doorgebracht, zijn de gelukkigste geweest van hun leven. Ook in het hart van zijn schoonouders neemt Groningen een groote plaats in, daar zijn vrouw uit een oud Groningsch geslacht stamt, waarvan niet minder dan elf leden achtereenvolgens de plaats innamen, die de nieuwe burgemeester thans inneemt.” Als burgemeestersvrouw wachtte haar een druk bestaan, want nadat het gezin een statig pand aan het Zuiderpark nr. 2 had betrokken, werd er gedurende twee middagen een receptie gegeven voor de burgers van Groningen: “Receptie bij den burgemeester van Groningen – Ons wordt verzocht te berichten, dat de burgemeester van Groningen en mevrouw Cort van der Linden-Sickinghe te hunnen woonhuize Zuiderpark 2, zullen ontvangen op Zondag 2 en op Zondag 9 December des namiddags van 3 tot 6 uur.” In de jaren daarna had zij haar vaste ontvangdag op de eerste en derde donderdag van de maand, waarbij zij vanaf ’s middags half vier de Groningse dames ontving. Dit gebruik werd zelfs na de Tweede Wereldoorlog nog jaren voortgezet. Ook op andere gebieden was zij actief als burgemeestersvrouw. Zo werd zij:

  • ere-presidente afdelingen Groningen van de Vereniging Tesselschade
  • ere-presidente van het comité van Groningse vrouwen voor het aanbieden van een huwelijksgeschenk ter gelegenheid van het huwelijk van H.K.H. Prinses Juliana
  • ere-presidente Comité ‘Blijde gebeurtenis in het Prinselijk Gezin’
  • ere-presidente van de Groninger Vrijwillige Vrouwen Hulp
  • ere-presidente van het comité voor de propaganda van de verkoop van zomerpostzegels
  • ere-presidente Nederlandse Bond voor Ziekenverpleging afdeling Groningen
  • ere-voorzitster Commissie voor Vrouwelijke Hulpverlening voor de stad Groningen
  • beschermvrouwe van de Brunhilde-dames
  • bestuurslid van de Industrie-school voor Meisjes
  • lid commissie financiën van het Algemeen Comité voor de stad Groningen ter voorbereiding van de huldiging van het a.s. huwelijk van H.K.H. Prinses Juliana en Prins Bernhard van Lippe-Biesterfeld
  • lid van een comité dat tot doel had ‘om taak en werkwijze der zending uiteen te doen zetten door daartoe alleszins bevoegde sprekers’ over de zending in Indië

Via een ingezonden brief deed zij aanbeveling voor de collecte ten bate van vakantieoorden voor de huisvrouwen van alle gezindten namens de Commissie voor Huishoudelijke Voorlichting en Gezinszorg: “Wie onzer beseft niet hoezeer ook de huisvrouw juist in de moeilijke tijdsomstandigheden , waarin wij leven, vacantie nodig heeft, om geestelijk en lichamelijk weer voor de verzorging van haar gezin te kunnen staan. Laten we hopen, dat er dit jaar vele collectanten zullen zijn, opdat zeer vele huisvrouwen in staat zullen worden gesteld om elk in eigen geestelijken sfeer, nieuwe krachten op te doen voor haar dagelijkse taak. Geeft allen met milden hand. O.C. CORT VAN DER LINDEN-SICKINGHE.”

Speciale aandacht had zij voor het Koninklijk Huis. Zo werd zij in 1936 lid van de commissie financiën van het Algemeen Comité voor de stad Groningen ter voorbereiding van de huldiging van het a.s. huwelijk van H.K.H. Prinses Juliana en Prins Bernhard van Lippe-Biesterfeld en werd zij in hetzelfde jaar ter gelegenheid van het huwelijk van H.K.H. Prinses Juliana ere-presidente van het comité van Groningse vrouwen voor het aanbieden van een huwelijksgeschenk. Besloten werd “… dat de Groningsche vrouwen zullen aanbieden linnen tafelgoed in meer uitgebreiden vorm, als onderdeel van het groote nationale geschenk. Het zal versierd worden met kant, gemaakt door de kantschool ‘Het Molenwiekje’ te Hoorn. Kant en linnen zullen tot één geheel vervaardigd worden op de Industriescholen alhier.” De keuze voor deze industriescholen lag voor de hand, want zij zat zelf in het bestuur hiervan. In 1937 richtte haar echtgenoot het Comité ‘Blijde gebeurtenis in het Prinselijk Gezin’ op, die tot doel had baby-uitzetjes te verstrekken aan moeders die in dezelfde periode in gelijke omstandigheden verkeerden en voor uitdeling in aanmerking kwamen. Zij werd hiervan vervolgens ere-presidente. Toen Prins Bernhard in 1938 het beschermheerschap van de Provinciale Vereniging ter Bevordering van de Paardenfokkerij in Groningen op zich nam en naar Groningen kwam, was zij hierbij aanwezig en kreeg bij deze gelegenheid als burgemeestersvrouw bloemen overhandigd. Ter gelegenheid van de geboorte van een vorstelijk kind werd zij in 1945 lid van een comité en namens dit comité schreef zij in de krant: “Onze groote vreugde over de komende geboorte van het vorstelijk kind, willen wij toonen door vele moeders van een gelijktijdig geboren kindje, met wat babygoed gelukkig te maken. Aan allen die hieraan reeds hebben medegewerkt en ons comité met een mooi pakje hebben verblijd, willen wij onze hartelijken dank betuigen. Tot 28 December blijft de gelegenheid om Uwe gave te zenden aan het Bureau van de U.V.V. , Roode Weeshuisstraat 11, tusschen 2 en 5 uur. Op Zaterdagmiddag 21 December is er gelegenheid de binnengekomen kleertjes te bezichtigen, waarna alles naar Soestdijk zal worden opgezonden.”

Bij vele gelegenheden gaf zij als burgemeestersvrouw acte de présence, zoals bij de opening van een tentoonstelling van de Kantklosvereniging ‘Het Molenwiekje’, Ook was zij met haar echtgenoot jarenlang te gast bij de Nijjoarsveziede van de Vereniging Grönneger Sproak, waar zij in 1938 in het bijzonder hartelijk welkom werden geheten, “… doch zij wisten reeds uit ondervinding hoe gezellig de Nijjoarsviziedes zijn.” Daarnaast waren er premières zoals de gala-première van de opera-opvoering van ‘Saskia’ door de Groningse studenten in 1939, maar ook de Vereeniging tot Oprichting en Instandhouding eener Openbare Leeszaal en Boekerij in Groningen mocht op haar warme belangstelling rekenen, want in 1937 deed zij hieraan een schenking.

OORLOGSJAREN
In 1940, een maand nadat Nederland bezet was, was zij aanwezig bij de officiële plechtigheid van de oprichting van de ‘Gronob’, de Groninger Noodbeurs der vertegenwoordigers van Handel en Industrie, waarover in kranten geschreven werd: “Het is prettig te constateeren, dat ondanks de moeilijke omstandigheden, de Groningers niet bij de pakken neerzitten, maar met frisschen moed trachten het hoofd boven water te houden.” De oorlog had grote gevolgen voor hun leven, want op 3 september 1942 werd haar echtgenoot als burgemeester ontslagen. Samen met haar echtgenoot dook zij uiteindelijk onder op een boerderij in Maarn. In de Hongerwinter van 1944/45 kwam zij op 2 maart helemaal per fiets hier vandaan naar ’s-Gravenhage om haar ouders te bezoeken, die hun huis hadden moeten verlaten en ingekwartierd zaten in een pension. Haar broer, jonkheer ir. Pieter Onno Rembt Sickinghe, gaf haar het advies de volgende morgen heel vroeg te vertrekken in verband met bombardementen, die vaak in de ochtenduren waren. Op 3 maart fietste zij ’s ochtends om 8.00 uur door het Bezuidenhout-Kwartier. Een uur later begon het verwoestende bombardement, die deze hele wijk verwoestte. Als door een wonder ontsnapte zij hieraan

Op 5 mei 1945 werd haar echtgenoot opnieuw benoemd tot burgemeester van Groningen en hervatte het burgemeestersleven weer. Even was er nog sprake van dat hij burgemeester van ’s-Gravenhage zou worden, maar Koningin Wilhelmina hield deze benoeming tegen, omdat zij hierover niet geïnformeerd was en dit uit de krant had moeten vernemen. Terwijl haar echtgenoot zich vooral richtte op de wederopbouwplannen van de verwoeste stadskern van Groningen had zij opnieuw haar ontvangmiddagen op de eerste en derde donderdag van de maand. Zij was weer representatief aanwezig bij de opening van tentoonstellingen, zoals die van Italiaanse tekeningen uit de 14e tot de 17e eeuw, of bij het jubileum van de koorleider van het kerkelijk zangkoor van de Ned. Hervormde Gemeente in Groningen, waarbij zij de receptie bezocht, of zij bezocht een lezing van de Nederlandse Bond van Vrouwen werkzaam in Bedrijf en Beroep van de afdeling Groningen, waar een majoor van het Leger des Heils sprak over maatschappelijk werk. In deze jaren waren er ook heuglijke familiegebeurtenissen. Zo huwde hun dochter in 1948 Constantijn Leopold van Panthaleon baron van Eck en hun zoon huwde in 1950 een meisje Thomassen. In 1949 werd hun eerste kleinkind geboren, dat naar haar werd vernoemd: Otteline Cornelia van Panthaleon barones van Eck.

JAREN IN ’S-GRAVENHAGE EN WASSENAAR
Per 1 juni 1951 kwam er aan hun jaren in Groningen een einde, omdat haar echtgenoot benoemd werd tot lid van de Raad van State. Bij zijn afscheid werd hem veel lof toegezwaaid, terwijl hij bij zijn aantreden juist met reserves werd tegemoet getreden, vanwege zijn liberale achtergrond. Zij verhuisden toen naar ’s-Gravenhage, waar zij aan de Alexander Gogelweg nr. 41 gingen wonen.

Op 26 november 1953 werden zij door groot verdriet getroffen door het overlijden van hun dochter op tweeëndertigjarige leeftijd: “Tot onze droefheid is heden van ons heengegaan onze innig geliefde Dochter en Zuster Vrouwe ELISABETH JACOBA LUCIA MARGARETHA VAN PANTHALEON baronesse VAN ECK-Cort van der Linden.” Zij liet een echtgenoot achter en twee kinderen: de vierjarige Ottelientje en de tweejarige Reinier.

Uiteindelijk verhuisden zij naar Wassenaar naar de Berkenlaan nr. 3 en hier kwam haar echtgenoot op 18 maart 1969 op vierenzeventigjarige leeftijd te overlijden: “Heden nam God tot Zich mijn dierbare man, onze lieve vader, behuwdvader en grootvader Mr. Pieter Willem Jacob Henri Cort van der Linden oud-lid van de Raad van State, oud-burgemeester van Groningen, commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.” De begrafenis vond in stilte plaats. In de Groninger gemeenteraad werd haar echtgenoot herdacht “… als een man van grote bestuurlijke kwaliteiten en als een gaaf Nederlander, wiens onverzettelijke houding tijdens de oorlogsjaren grote bewondering afdwong. ‘De heer Cort van der Linden heeft zijn burgemeesterschap van Groningen in de jaren 1934-1951 met grote voldoening vervuld, zo is mij herhaaldelijk uit persoonlijke contacten gebleken’, aldus de heer Berger’”, de toenmalige burgemeester van Groningen. Hierna nam de raad een ogenblik stilte in acht.

OVERLIJDEN
Zes jaar later kwam zij op tachtigjarige leeftijd te overlijden, nadat zij de laatste jaren aan de Schout bij Nacht Doormanlaan nr. 23 gewoond had: “Op 28 november ging, tot onze diepe droefheid, van ons heen onze dierbare Moeder, Schoonmoeder en Grootmoeder Jonkvrouwe OTTELINA CORNELIA SICKINGHE weduwe van Mr. P.W.J.H. CORT VAN DER LINDEN.” Haar begrafenis vond op haar eigen verzoek in besloten familiekring plaats op de Nederlands Hervormde Begraafplaats in Wassenaar.

Bart de Liefde (VVD) verlaat Tweede Kamer

a26

Barthold Charles de Liefde is de zoon van drs. Jan Joost de Liefde, oud-directeur Shell Int. Petroleum Comp., en Anna Isabelle de Liefde née barones van Dedem. Hij zat sinds 26 oktober 2010 in de Tweede Kamer en hield zich onder meer bezig met ict, consumentenbeleid, mededinging en tuinbouw. Hij maakt geen gebruik van de wachtgeldregeling, maar wordt directeur publieksvoorlichting bij taxibedrijf Uber. Via zijn moeder is hij sinds 2014 met twee aandelen één van de veertig aandeelhouders in Landgoed Den Aalshorst BV in Dalfsen. Zijn betovergrootvader, mr. Godert Willem baron van Dedem, bracht dit bezit hierin onder en alle aandeelhouders zijn nakomelingen van hem.

‘Is Kajsa Ollongren straks minister-president?’

a25
Afb. Foto met dank aan de gemeente Amsterdam.

Vandaag staat er online op de webpagina van de NRC een uitgebreid artikel over jonkvrouwe Kajsa Ollongren, die gezien wordt ‘als ministermateriaal’ bij de volgende verkiezingen. Kajsa Ollongren is locoburgemeester en wethouder van Amsterdam en vorig jaar werd zij in De Volkskrant al getipt als toekomstig minister van Economische Zaken. Het zou – wanneer de NRC gelijk krijgt – voor het eerst sinds 1940 zijn dat Nederland weer een adellijke minister-president zou krijgen. In dat jaar trad jonkheer mr. Dirk Jan de Geer (1870-1970) als voorzitter van de ministerraad af (de toenmalige benaming voor minister-president).

Zij studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, werkte op het ministerie van Economische Zaken waar zij plv. directeur-generaal werd en werd daarna uiteindelijk Secretaris-Generaal van Algemene Zaken, waardoor zij betrokken was bij het Koninklijk Huis en de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Als hoogste ambtenaar van Nederland en belangrijkste ambtelijk adviseur van de Minister-President stond Kajsa Ollongren in 2011 en 2012 genoteerd als meest invloedrijke vrouw van Nederland. Afgelopen jaar stond zij op de 22e plaats, nadat zij wethouder cultuur & economische zaken voor D66 en locoburgemeester van Amsterdam was geworden.

De familie Ollongren is van oude Finse adel, die teruggaat tot in de 15e eeuw. Haar grootvader emigreerde in de jaren ’30 naar Ned.-Indië en verkreeg in 1933 de Nederlandse nationaliteit. Haar vader was hoogleraar informatica en astronomie en werd in 2002 ingelijfd in de Nederlandse adel met het predicaat van jonkheer. Kajsa Ollongren is gehuwd en heeft samen met haar echtgenote twee kinderen.

Link naar het artikel online: http://www.nrc.nl/next/2016/01/26/de-nieuwe-rutte-waarom-niet-1580952

Link naar haar foto en cv: https://www.amsterdam.nl/gemeente/college/individuele-paginas/kajsa-ollon-gren/

 

Laatste week ‘Van de Poll bij Van Loon’

a24

Nog t/m zondag 31 januari is deze tentoonstelling te zien in Museum Van Loon van de jonkheren Van Loon in Amsterdam met portretten uit de Van de Poll-Wolters-Quina Stichting van de jonkheren Van de Poll. De tentoonstelling biedt een mooi overzicht van Nederlandse portretkunst door de eeuwen heen. Bij de tentoonstelling is ook het boek ‘Van Bol tot Veth’ door Claire van den Donk en Rudi Ekkart verschenen met daarin een overzicht van alle familieportretten die in het bezit zijn van deze stichting. Het boek biedt uitgebreide kunsthistorische informatie over de portretten, informatie over de afgebeelde personen en het ontstaan en de groei van de verzameling. Alle portretten uit deze verzameling zijn ook in het boek afgebeeld.

Link naar meer informatie over de tentoonstelling: http://www.museumvanloon.nl/agenda/48

Link naar bestelmogelijkheid: http://www.primaverapers.nl/shop/index.php?main_page=product_info&products_id=302

 

Zaterdag 20 februari: openstelling kasteel Eerde in Ommen

a23
Afb. Links kasteel Eerde op een oude ansichtkaart en rechts Louis baron van Pallandt. Beide afb. in part. bezit.

Over een maand is er weer een gelegenheid om kasteel Eerde van binnen te bekijken. Kasteel Eerde was van 1708 tot in 1965 (met een korte onderbreking in de jaren 1924-1931) in het bezit van de baronnen Van Pallandt. De brug op de voorgrond werd gebouwd door het echtpaar Louis baron van Pallandt (1809-1885) en Justine Louise Sophie barones van Pallandt née barones van Heeckeren (1814-1862). Zij bracht een groot vermogen in, waarmee Eerde verbouwd kon worden. Na het overlijden van zijn echtgenote kreeg hij het vruchtgebruik van haar kapitaal en hertrouwde op 67-jarige leeftijd met de 30-jarige Zwitserse gezelschapsdame en woonde afwisselend in Zwitserland en ’s-Gravenhage.

Op de foto: kasteel Eerde in 1916 en Louis baron van Pallandt.

Link naar de pagina voor het aanmelden (er zijn nog maar 28 plaatsen beschikbaar): https://www.natuurmonumenten.nl/activiteiten/ontdek-kasteel-en-landgoed-eerde/2016-02-20t1400

Link naar de foto van kasteel Eerde: http://www.geheugenvannederland.nl/?/nl/items/RDMZ01:1000175500/&p=2&i=1&t=26&st=eerde&sc=%28eerde%29/&wst=eerde

 

Veilingopbrengst collectie Smidt van Gelder-barones Van Zuylen van Nijevelt: bijna 750.000 euro

a22

Op dinsdag 19 januari vond er bij Sotheby’s in Londen een grote veiling plaats onder de naam ‘Of Royal and Noble Descent’, waarbij o.a. de kostbare verzameling van mr. Hendrik Ernst Smidt van Gelder (1923-2011) en Margaretha Rhoda Smidt van Gelder née barones van Zuylen van Nijevelt (1925-1999) geveild werd.

De familie Smidt van Gelder is een patriciaatsfamilie die in het blauwe boekje van het Nederland’s Patriciaat is terug te vinden en de familie verwierf grote bekendheid door hun Koninklijke Papierfabriek Van Gelder Zonen N.V., waarvan de heer Smidt van Gelder jarenlang directeur was. Het echtpaar woonde in Aerdenhout en verzamelde zilver, porselein en antiek. Hun collectie zilver was zó groot, dat er een standaardwerk over Nederlands zilver over geschreven kon worden. Tien lotnummers bleven onverkocht, waaronder 8 zilveren kandelaars, die 39.000-66.000 euro moesten opbrengen. Het zilver (74 lotnummers) bracht in totaal ruim 600.000 euro op, het porselein (15 lotnummers) ruim 50.000 euro en meubelen (6 lotnummers) ruim 60.000 euro.

Op de fotocompilatie het echtpaar Smidt van Gelder-Van Zuylen van Nijevelt met het zilver met de hoogste opbrengst (een reukbal uit 1620, ruim 39.000 euro), het porselein met de hoogste opbrengst (een Chinese kan uit de Kangxi periode met een Nederlandse verguld-zilveren deksel uit circa 1665, ruim 16.000 euro) en het meubelstuk met de hoogste opbrengst (een guéridon tafeltje met ingelegd houtwerk uit circa 1765, ruim 23.000 euro).

Bron: www.sothebys.com

Studiemiddag ‘Het veelzijdige Limburgse kastelenlandschap’

a21

Op vrijdag 19 februari organiseert de Stichting Limburgse Kastelen en NKS Kenniscentrum voor Kasteel en Buitenplaats een studiemiddag over het rijke kastelenerfgoed in Limburg. De locatie voor deze middag is kasteel Erp, dat eeuwenlang in het bezit was van de baronnen Van Erp. Het kasteel is normaal gesproken niet toegankelijk, maar de eigenaar, prof. mr. dr. drs. Frits-Joost Beekhoven van den Boezem, stelt zijn huis voor deze gelegenheid gastvrij open en geeft een rondleiding. Daarnaast is er de mogelijkheid van een rondleiding op kasteel De Raay. Voor meer informatie en opgave zie het volledige programma hieronder.

Stichting Limburgse Kastelen en NKS Kenniscentrum voor Kasteel en Buitenplaats nodigen u van harte uit voor een studiemiddag over

Het veelzijdige Limburgse kastelenlandschap Vrijdag 19 februari | Kasteel d’Erp Baarlo

Dagvoorzitter: dr. E.A.C. Storms-Smeets (RUG)

Voorprogramma

12.00-13.30 uur Rondleiding Kasteel De Raay onder begeleiding van drs. Ben Olde Meierink Alleen bij voldoende belangstelling, bijdrage hiervoor bedraagt incl. eenvoudig lunchbuffet in het restaurant ‘De Wintertuin’ € 20,-. Gaarne aanmelding vooraf.

Programma
14.00-14.25 uur
Ontvangst met thee en koffie
14.25-14.40 uur
Welkom en inleiding door mw. Marleen Gresnigt-Raemaekers, voorzitter bestuur Stichting Limburgse Kastelen en mw. drs. ir. Heidi van Limburg Stirum, directeur NKS Kenniscentrum voor Kasteel en Buitenplaats
14.40-14.45 uur
Welkom door prof. mr. dr. drs. Frits-Joost Beekhoven van den Boezem, eigenaar Kasteel d’Erp
14.45-15.25 uur
Voordracht door mw. prof. Anne van Grevenstein-Kruse
Titel: Kasteelinterieurs in Limburg
Voordracht door mw. Maaike Teeuwen BA
Titel: Van sprookjeskasteel naar droomhotel, De herbestemming van Limburgse kastelen vanaf 1930 Kunsthistorica Maaike Teeuwen onderzocht voor de NKS het hergebruik van kastelen en buitenplaatsen als hotel-restaurant. Omdat de helft van de bijna tachtig kasteelhotels in Limburg staat, ligt de focus op die provincie. Limburg blijkt extra aantrekkelijk voor toeristen vanwege het on-Nederlandse landschap. Dit onderzoek is als NKS Rapport nr. 14, dec 2015 verschenen: http://www.kastelen.nl/pdf/rapkashotels_14.pdf?utm_medium=email&utm_campaign=Studiemiddag+Het+veelzijdige+Limburgse+…&utm_source=YMLP&utm_term=NKS+Rapport+nr.+14%2C+dec+2015

15.25-16.10 uur
Rondleiding door Kasteel d’Erp onder begeleiding van de heer Beekhoven van den Boezem
16:10-16:50 uur
Voordracht door dr. Fred Vogelzang.
Titel: Een nieuwe provincie, een nieuwe elite en de rol van kastelen en buitenplaatsen Limburg werd als provincie ‘uitgevonden’ na het Congres van Wenen in 1815 en het duurde nog decennia voordat deze nieuwe provincie haar plek in het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden had gevonden. Limburg kreeg ook een nieuwe bestuurlijke en economische elite, met een internationale achtergrond. Wie behoorden tot die elite en welke rol speelden kastelen en buitenplaatsen in het leven van deze bovenlaag in de negentiende eeuw? Daarop concentreert deze bijdrage zich.
Voordracht door drs. Theo Oberndorff.
Titel: Kasteel en landschap in Limburg In 2013 heeft de Stichting Limburgse Kastelen het gelijknamige boek uitgegeven met het doel om het geïnteresseerde publiek meer inzicht te geven in de cultuurhistorische samenhang tussen kasteel en bijbehorend landschap. In deze voordracht komen enkele aansprekende thema’s uit dit boek aan de orde.
16.50-17.00 uur Afsluiting door dagvoorzitter 17.00-18.00 uur Napraten met hapje en drankje

Aanmelden
U kunt zich aanmelden tot uiterlijk 15 februari 2016 via deze link: https://docs.google.com/forms/d/12-zITUV4e6Nsl-Qpk5J8SVpWzDWFJ-2uiwiVGQgvuc4/viewform

De kosten voor de studiemiddag bedragen € 20,-. De kosten voor de rondleiding op Kasteel De Raay incl. eenvoudig lunchbuffet bedragen € 20,-. Dit bedrag kunt u overmaken op rekening nummer IBAN NL24ABNA0470759267, ten name van de Nederlandse Kastelenstichting, te Wijk bij Duurstede, onder vermelding van ‘Studiemiddag Limburg’.

Bereikbaarheid locatie, Baron van Erplaan 1, Baarlo

Informatie over Kasteel d’Erp: http://www.limburgsekastelen.nl/kastelen/kasteel?id=160#t5

Expositie ‘Winter in Amsterdam’ door Marie-Jeanne barones van Hövell tot Westerflier

a20

in Museum Het Grachtenhuis in Amsterdam is t/m 22 februari een fototentoonstelling te zien van Marie-Jeanne van Hövell. In de winters tussen 1990 en 2005 fotografeerde zij de verborgen pracht van Amsterdam in verstilde zwart wit foto’s, die doen denken aan de 19e eeuwse foto’s van Breitner en Jacob Olie. Op deze tentoonstelling wordt een selectie van vijftien beelden getoond, maar bij Eduard Planting Gallery is meer werk van haar te vinden.

Link naar Museum Het Grachtenhuis: http://www.hetgrachtenhuis.nl/nl/agenda/winter-amsterdam/

Link naar de webpagina van Marie-Jeanne van Hövell: www.marie-jeannefotografie.nl