Geboren: Van Boetzelaer van Oosterhout

Afb. Het familiewapen Van Boetzelaer.
Afb. Het familiewapen Van Boetzelaer.

Floris Christiaan Tjalling baron van Boetzelaer van Oosterhout, geboren Amsterdam 15 mei 2016, zoon van Carel Nicholas baron van Boetzelaer van Oosterhout en Florentine Anne Georgine barones van Boetzelaer van Oosterhout née Tiemstra.

In gesprek met jonkheer dr. A. Jacob Six over zijn boek ‘De genen van de kunstverzamelaar’

Six, Jacob
Afb. 1. Jonkheer dr. A. Jacob Six voor de vitrinekast met in zijn handen een mes uit 1594 met een bijzonder verhaal.

Op 4 juni verschijnt het boek ‘De genen van de kunstverzamelaar. 500 jaar verzamelen.’, waarin de cardioloog jonkheer dr. A. Jacob Six vijftig verzamelingen uit zijn familie beschrijft. AiN sprak hem op zijn huis Sterrenburg over de totstandkoming van het boek en over het verzamelen in de familie Six, die zich hiermee echt onderscheidt van andere adellijke families.

Wie in de database van het Rijksmuseum op de naam Six zoekt, komt deze daar vaker tegen dan andere familienamen en de schenking door jonkvrouwe C.I. Six van 1589 items op kostuumgebied uit haar familie is één van de grootste op dit gebied. Tot de belangrijkste verzamelaars in de familie Six kan het echtpaar Six-Van Winter gerekend worden. “Die hadden een onmetelijk fortuin tot hun beschikking. Zij hebben heel veel schilderijen gekocht, maar dat niet als enige. Ze hebben ook verzamelingen Middeleeuwse handschriften, meubilair, steengoed etc. aangelegd. Mijn oudtante zei: ze kochten alles wat los en vast zat.”

Afb. 2. Jan Six (1618-1700) door Rembrandt van Rijn in 1654, coll. Six, Amsterdam
Afb. 2. Jan Six (1618-1700) door Rembrandt van Rijn in 1654, coll. Six, Amsterdam.

Opgroeien in de familie Six betekende opgroeien met kunst, zoals de verzameling die te zien is in het familiehuis aan de Amstel in Amsterdam: “Mijn grootvader woonde er en dan zaten we er gewoon thee te drinken tussen de Rembrandts. Er werd mondjesmaat wel wat verteld. We hebben daar ongeveer tweehonderd portretten en er was altijd wel een oom die aan zijn neefjes wilde uitleggen wie is wie, maar daar werd niet bij verteld wie de schilder is.”

Het bekendste schilderij in deze verzameling is Jan Six door Rembrandt: “Die Jan Six van Rembrandt is wel zo’n enorm eclatant portret, daar kun je echt niet omheen, die trekt alle aandacht. Dat hebben we allemaal wel echt zo gevoeld vroeger, maar wat leuker was natuurlijk, dat we bij al die schilderijen een attribuut hebben. Dan heb je een portret van een vrouw uit een voorbije eeuw en daar hebben we die kanten manchetten bij liggen.”

Als kind verzamelde hij autootjes en die heeft hij nog steeds. Hij noemt zichzelf geen fanatieke verzamelaar, maar is altijd op zoek naar familiestukken die met Six of Van Aerssen (Van Aerssen Beijeren van Voshol – red.) te maken hebben. Over één van zijn meest bijzondere aankopen vertelt hij: “Mijn moeder is een Van Aerssen; die familie had een fraaie collectie, mooie topschilders erbij. Die verzameling is na de oorlog door een broer van mijn grootvader verpatst. Toen was alles, alles zoek. Een aantal jaren geleden kwam een losse Honthorst boven drijven, die heb ik proberen te kopen, maar de onderhandelingen gingen niet goed, dus dat is mislukt, wég Honthorst. En toen kwam er ineens een stel Godfried Schalckens, die heb ik gekocht. Prachtige, prachtige schilderijen, werkelijk subliem.” Zij zijn nu tijdelijk geëxposeerd in het Dordrechts Museum.

Afb. 3 en 4. Cornelis van Aerssen (1646-1728) en Maria Pauw (1653-1733) door Godfried Schalcken, de portretten zijn t/m 26 juni te bewonderen in het Dordrechts Museum op de tentoonstelling ‘Schalcken, kunstenaar van het verleiden’
Afb. 3 en 4. Cornelis van Aerssen (1646-1728) en Maria Pauw (1653-1733) door Godfried Schalcken, de portretten zijn t/m 26 juni te bewonderen in het Dordrechts Museum op de tentoonstelling ‘Schalcken, kunstenaar van het verleiden’.

Op de vraag wat nu een favoriet voorwerp in zijn verzameling is, valt eerst een lange stilte, want hij vindt dit een moeilijke vraag. Hij neemt mij vervolgens mee naar een 18e eeuwse vitrinekast: “Daar ligt allerlei ouwe meuk, van alles door elkaar, zoals dat hoort in zo’n vitrine.” Hij laat een mes uit 1594 zien met houtsnijwerk en vertelt liefdevol welke tafereeltjes uit het verhaal over de Verloren Zoon er in uitgesneden zijn: “Hier wordt hij uit het bordeel geknuppeld” en “… hier komt hij uiteindelijk toch bij zijn vader terecht en wordt weer in de armen gesloten en hier zit hij aan het familiediner.” Hij kreeg het toen grootvader Six overleed. “Destijds heb ik echt lopen te mopperen, om het maar eens vriendelijk te zeggen, toen was ik nog maar zo’n jochie en wat moest ik nou met zo’n lelijk ding? Uiteindelijk heb ik er wel veel plezier in.” Hij vermoedt dat het een mes is geweest voor ceremonieel gebruik op de bestuurstafel in Amsterdam.

Het boek is hij begonnen als een inventaris van zijn spullen, zodat zijn neefjes en nichtjes zouden weten wat het is en waar het vandaan komt. Het werd uiteindelijk een overzicht van de vele collecties in de familie, waarvan een aantal nog steeds familiebezit is en andere zich in belangrijke musea bevinden. Ieder hoofdstuk gaat over een collectie, waarbij de collectioneur ook als persoon tot leven komt. Hierbij heeft hij de verhalen en anekdotes opgeschreven die hij in het verleden gehoord heeft. Het boek is hierdoor veel meer geworden dan een kunsthistorische beschrijving: “Die verzamelingen, dat is uiteindelijk het vehikel om het familieverhaal te vertellen.”

Afb. 5 en 6. Huis Sterrenburg: “Wij Sixen hebben wat met manen en sterren. Onze wapenspreuk luidt STELLA DUCE - de ster geleidt ons. Toen Sterrenburg te koop kwam, was voor mij het besluit snel genomen.”
Afb. 5 en 6. Huis Sterrenburg: “Wij Sixen hebben wat met manen en sterren. Onze wapenspreuk luidt STELLA DUCE – de ster geleidt ons. Toen Sterrenburg te koop kwam, was voor mij het besluit snel genomen.”

En of de verzamelaarstraditie zich in de familie voortzet? “Wel een beetje, maar vooral gewoon zorg voor wat er al is. Dat is wel de hoofdzaak. Er zijn nogal veel mensen die zich daarom bekommeren, maar er zijn er ook nog wel bij die af en toe kopen of verkopen.” Toen in het recente verleden de inboedel van Jagtlust geveild werd, is uiteindelijk zeker driekwart door de familie zelf teruggekocht en daarop is hij duidelijk trots. Toch zullen uiteindelijk ook spullen misschien een keer verkocht worden door familieleden die er niets mee hebben en daarover zegt hij relativerend: “Als een familieportret verkwanseld wordt, betekent het nog niet dat het in de shredder gaat. Het komt altijd wel weer bij iemand terecht, die een reden heeft om het te kopen.”

Gelukkig zijn de bedreigingen uit het recente verleden voor het familiebezit voorbij: “Er is echt een tijd geweest dat het niet mocht. Ik heb dat heel duidelijk meegemaakt in de jaren zestig en zeventig. Er werd  gezegd: ‘Daar kun je maar beter niet over praten, want anders komt Joop den Uyl en die pakt ons alles af.’ Graag letterlijk citeren zo. Zo was het, je moest het verbergen. Degenen die nog wat kapitaal hadden, pakten hun biezen en gingen in Zwitserland wonen. Allemaal angst voor Joop den Uyl. Letterlijk zo. Uiteindelijk is het allemaal nog niet zo slecht afgelopen.”

Tot slot zegt hij over wat het voor hem betekent om een Six te zijn: “Een soort verplichting om netjes te documenteren. Daar gaat het om. Alleen maar spullen bewaren, daar schiet je natuurlijk niks mee op. Je moet spullen bewaren met een briefje erbij: dit is zus of dit is zo.”  En dat heeft jonkheer dr. A. Jacob Six nu zeker gedaan met het schrijven van dit boek, waarmee tradities niet alleen opgeschreven zijn, maar ook zeker voortgezet zullen gaan worden door toekomstige generaties.

‘De genen van de kunstverzamelaar. 500 jaar verzamelen.’ door Jacob Six verschijnt op 4 juni en wordt uitgegeven door Uitgeverij Waanders & de Kunst.

Afb. 7. ‘De genen van de kunstverzamelaar. 500 jaar verzamelen.’ door Jacob Six verschijnt op 4 juni en wordt uitgegeven door Uitgeverij Waanders & de Kunst
Afb. 7. ‘De genen van de kunstverzamelaar. 500 jaar verzamelen.’ door Jacob Six verschijnt op 4 juni en wordt uitgegeven door Uitgeverij Waanders & de Kunst.

 

 

Week van de Begraafplaats: rondleiding door AiN over ‘Adel op Oud Eik en Duinen’ op 4 juni

Adel op Oud Eik en Duinen, 2016
Afb. Oud Eik en Duinen in ‘s-Gravenhage: het Père-Lachaise van de Nederlandse adel

Van zaterdag 26 mei t/m zondag 5 juni is dit jaar de Week van de Begraafplaats. Ter gelegenheid hiervan organiseert de Stichting Adel in Nederland in samenwerking met begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag op zaterdag 4 juni een rondleiding langs adellijke grafmonumenten met vele anekdotes.

Deze begraafplaats kan gerust het Père-Lachaise van de Nederlandse adel genoemd worden door de vele adellijke grafmonumenten die men hier aantreft, die zich veelal kenmerken door hun soberheid, formaat, familiewapens en het gebruik van grafkelders. Heel 19e eeuws adellijk Den Haag aan het Hof, in het bestuur, leger en vloot is hier terug te vinden.

Tijdens deze rondleiding ziet u niet alleen bijzondere grafmonumenten, die mooie voorbeelden zijn van adellijke representatie, maar hoort u ook de bijbehorende persoonlijke verhalen van freules, jonkheren en baronessen, zoals over een jonge graaf die in een duel stierf en een 19e eeuwse adellijke burgemeester die vanwege openbaar dronkenschap ontslagen werd.

Programma
13.30-13.45 uur: ontvangst met koffie en thee
13.45-14.00 uur: korte introductie op de geschiedenis van de begraafplaats
14.00-15.15 uur: rondleiding langs adellijke grafmonumenten met anekdotes

Opgeven kan via info@adelinnederland.nl. U ontvangt een bevestiging van deelname per mail. Er zijn geen kosten aan verbonden.

Link naar de webpagina van begraafplaats Oud Eik en Duinen: www.monuta.nl/vestiging/begraafplaats-oudeikenduinen/agenda/week-begraafplaats-rondleiding#.VzHvNupf05t

Eventing Maarsbergen: 20 en 21 mei

Maarsbergen
Afb. 1. Kasteel Maarsbergen, foto met dank aan http://coaching-hippique.nl

Op landgoed Maarsbergen vindt ook dit jaar weer een hippische wedstrijd plaats voor ruim 300 ruiters uit binnen- en buitenland, die bestaat uit drie onderdelen: een dressuurproef, een springparcours en een cross. De cross is voor de toeschouwer het meest spectaculaire onderdeel. Het parcours is, afhankelijk van de klasse, tussen de 2 en 3 kilometer lang. Hierin zijn tussen de 20 en 30 natuurlijke hindernissen opgenomen die door paard en ruiter moeten worden overwonnen. Op zaterdag 21 mei is er om 17.00 uur een speciaal optreden van het Korps Rijdende Artillerie, ook bekend als de Gele Rijders, die een bijzondere demonstratie geven.

Maarsbergen (2)
Afb. 2 Eventing Maarsbergen, foto met dank aan www.eventingmaarsbergen.nl

Landgoed Maarsbergen werd in 1882 gekocht door jonkheer mr. Karel Antonie Godin de Beaufort en zijn nakomelingen wonen er nog. Het is ruim 400 hectare groot en naast 80 hectare landbouwgrond is er ruim 320 hectare bos, die tot de oudste bossen van de Utrechtse Heuvelrug gerekend worden. Zijn kleinzoon is de bekende autocoureur jonkheer Karel Pieter Antonie Jan Hubertus Godin de Beaufort (1934-1964), die in 1964 tragisch verongelukte, toen hij trainde voor de Grand Prix in Duitsland.

Link naar meer informatie over Eventing Maarsbergen: www.eventingmaarsbergen.nl.

Link naar de website van landgoed Maarsbergen: www.landgoedmaarsbergen.nl.

Tentoonstelling: Schilderachtig Nijenburg, door jonkvrouwe Aleide van Foreest t/m 19 juni

Nijenburg
Afb. 1. Huis Nijenburg, foto met dank aan www.mapio.net

Jonkvrouwe Aleide van Foreest (1916-2001) woonde vele jaren op huis Nijenburg in Heiloo. Het was een oud familiebezit uit de 16e eeuw en kwam via de familie Van Egmond van de Nijenburg in 1742 in het bezit van het geslacht Van Foreest, dat het tot in 2007 bewoonde. Het is nu eigendom van de vereniging Hendrick de Keyser, die het zorgvuldig gerestaureerd heeft.

Ook na haar huwelijk met ir. Theo Gerard Tomson (1916-1977) woonde Aleide van Foreest nog op het huis en legde het huis en landgoed op tekeningen en schilderslinnen vast. Haar kleine oeuvre is nu op het huis te bezichtigen. Link naar meer informatie over bezoektijden: http://www.hendrickdekeyser.nl/nieuws/195/tentoonstelling__

Foreest, compilatie
Afb. 2 en 3. Twee schilderijen van huis en landgoed Nijenburg door Aleide Tomson née jonkvrouwe van Foreest

Benieuwd naar de binnenkant van Nijenburg zoals dat er uitzag tot in het jaar 2007 toen het door het Elisabeth Snethlage née jonkvrouwe van Foreest (1920-2007) en haar echtgenoot Rudolf Snethlage (1920-2006), telg uit een patriciaatsfamilie, bewoond werd? Zie: http://nijenburgvanbinnen.nl/ en bekijk de film die een rondleiding geeft door het interieur.

 

 

Natuurbeschermer jonkheer Vincent Mock wil wereld verbeteren met kunst

Mock, Vincent
Afb. Vincent Mock, foto met dank aan www.twitter.com/vincentmockart

Gisteren plaatste AiN hier al een bericht over zijn nieuwe boek en vandaag staat er in De Telegraaf een uitgebreid interview met Vincent Mock, waarin hij vertelt over wat hem beweegt in de natuur, want “Iedereen wordt nu eenmaal gelukkiger van een mooi bos of strand dan van het zoveelste parkeerterrein.”

Link naar het artikel online: http://www.telegraaf.nl/filmenuitgaan/25813344/__Haai_opgebouwd_uit_vishaken__.html?utm_source=mail&utm_medium=email&utm_campaign=email

Boekennieuws: ‘Vincent Mock op de Kaap’

Mock, Vincent
Afb. 1. De voorkant van ‘Vincent Mock op de Kaap’

Jonkheer Vincent Mock heeft altijd al een fascinatie voor de natuur gehad en na zijn BA gehaald te hebben en filosofie gestudeerd te hebben, zocht hij de Afrikaanse wildernis op om zich in te zetten voor natuurbehoud. In de natuur vond hij als kunstenaar zijn inspiratiebron: eerst alleen door middel van tekenen en schilderen, maar later ook door het maken van levensgrote sculpturen van bedreigde zeedieren.

Mock, compilatie
Afb. 2 en 3. Links: ‘Dusky Shark’ door Vincent Mock, foto met dank aan Van Vlissingen Art Foundation en rechts: Vincent Mock, afbeelding met dank aan www.twitter.com/vincentmockart

Voor zijn werk ontving hij de Fentener van Vlissingen Art Prize en hierdoor kon hij Zuid-Afrika bezoeken, waar hij ging duiken met haaien om inspiratie op te doen voor zijn werk. Onderdeel van deze prijs was ook de uitgave van een boek en dat is nu net uitgekomen. Het boek kwam tot stand in samenwerking met schrijver en journalist Edo Dijksterhuis en biedt een overzicht van het recente werk van Vincent Mock.

Meer weten over het boek? Zie: www.waandersdekunst.nl/vincent-mock-op-de-kaap.html

Meer weten over Vincent Mock en zijn werk? Kijk dan op zijn website: http://vincentmock.com/

Dag van het Kasteel 2016: Overijsselse kastelen

Dag van het Kasteel 2016 Overijssel
Afb. De 11 deelnemende buitenplaatsen en kastelen in Overijssel met rechtsonder het afgebroken huis De Gelder

Dit jaar doen er in Overijssel voor het eerst 11 buitenplaatsen mee; een record en heel bijzonder, want velen zijn particulier bewoond en zelden toegankelijk. Bij de een kunt u de tuinen bekijken of een wandeling maken door het park, maar bij sommige kunt u ook binnen kijken.

Link naar een gratis boekje op de site van het NKS Kenniscentrum voor Kasteel en Buitenplaatsen met een overzicht van activiteiten op deze en meer dan 100 opengestelde kastelen en buitenplaatsen in het hele land: http://www.kastelen.nl/dvhk2016/index.html.

Overleden: jonkvrouwe Lady M.I. Le Poer Trench

Jonkvrouwe Lady Maureen Isabel Le Poer Trench of the Earls of Clancarty/der markiezen van Heusden, geboren op Little Weir House in Bisham (Marlow, Buckinghamshire, UK) 20 december 1923, overleden Verenigd Koninkrijk 16 maart 2016, weduwe van Christopher Colin Cooper.

In Memoriam
Jonkvrouwe Lady Maureen Isabel Le Poer Trench werd geboren op 20 december 1923 op het Little Weir House in Bisham. Haar vader, jonkheer Richard Frederick John Donough Le Poer Trench, droeg op dat moment als oudste zoon en toekomstig familiehoofd de Engelse hoffelijkheidstitel van Lord Kilconnel, maar zou zijn vader in 1929 opvolgen als 6th Earl of Clancarty, 5th Viscount Dunlo, 5th Baron Kilconnel, 5th Viscount Clancarty, 5th Baron Trench en (5e) markies van Heusden. Laatstgenoemde Nederlandse titel werd in 1815 aan een voorvader verleend door Koning Willem I, vanwege zijn inzet als Engelse ambassadeur voor de belangen van de Koning.

by Joseph Paelinck, oil on canvas, 1817
Afb. 1. Richard Le Poer Trench 2nd Earl of Clancarty en (1e) markies van Heusden, portret door J. Paelinck uit 1817, National Portrait Gallery, London (NPG 5252)

Het geslacht Trench gaat terug tot omstreeks 1575, toen de eerst genoemde voorvader Frédéric de la Trenche zich vanuit het Franse Poitou in Northumberland vestigde. Zijn nakomelingen werden officieren, parlementsleden en door de aankoop van kasteel Garbally grootgrondbezitters in Ierland en in 1797 volgde de verheffing tot Baron Kilconnel of Garbally. In latere jaren volgden nog de titels van Viscount Dunlo of Dunlo and Balinasloe, Earl of Clancarty, Baron Trench en Viscount Clancarty.

Garbally Court
Afb. 2. Garbally Court, Ballinasloe, County Galway, gebouwd in 1819 ter vervanging van het huis dat in 1798 afbrandde. Het landgoed behoorde omstreeks 1870 met 24.000 acres tot de grootste landgoederen in de omgeving. Het werd in 1907 door de 5th Earl of Clancarty verkocht, nadat een belangrijk deel van het grondbezet onteigend was door de Landhervormingswetten, foto met dank aan www.archiseek.com

Haar vader was eerst gehuwd geweest met Edith Constance May Rawlinson, dochter van een majoor, maar hertrouwde in 1919 de Australische Cora Maria Edith Spooner. Haar vader, Horace Harry Spooner, was vanuit Engeland naar Australië geëmigreerd en huwde hier in Adelaide in 1890 de Australische Maria Whinnerah. Hij werd bekend als illustrator, cartoonist, criticus en journalist. Tijdens de Boerenoorlog werd hij als speciale oorlogscorrespondent voor twee kranten naar Zuid-Afrika gestuurd. Zijn verslagen maakten veel indruk en droegen bij aan zijn grote reputatie als journalist, maar hij werd ziek door de zware omstandigheden waaronder hij moest werken en overleed aan tyfus.

Maureen Isabel werd geboren als eerste kind in het gezin en werd vernoemd naar haar grootmoeder Isabel Maud Penrice Bilton, echtgenote van de 5th Earl of Clancarty. Haar levensverhaal vulde destijds de boulevardpers: geboren als dochter van een sergeant bij de artillerie maakte zij haar debuut op het podium van de kazerne, maar trad al snel op in music-halls in Londen, waar zij als actrice en zangeres onder de naam Belle Bilton tot de favorieten ging behoren. Vanwege haar schoonheid werd zij ‘la Belle Bilton’ genoemd.

by Alexander Bassano, vintage print, 1889
Afb. 3. Belle Bilton, foto door Alexander Bassano uit 1889, National Portrait Gallery (NPG x135958)

Eén van haar bewonderaars was de destijds 20-jarige Viscount Dunlo, de erfgenaam van de 4th Earl of Clancarty. Hij huwde in 1889, zeer tegen de zin van zijn familie, de 22-jarige Belle Bilton en vervolgens werd zijn toelage door zijn vader stopgezet en werd hij naar Australia gestuurd. Al snel keerde hij terug en wist de vaderlijke eis voor een scheiding te weerstaan. Belle Bilton ging opnieuw optreden om voor het gezinsinkomen te zorgen, maar na het overlijden in 1891 van de 4th Earl erfde haar echtgenoot niet alleen diens titels, maar ook het familielandgoed met de bijbehorende inkomsten. La Belle Bilton werd vervolgens The Countess of Clancarty, vervulde haar rol als kasteelvrouwe voor de adellijke buren met veel allure en werd geliefd bij de pachters.

In het jaar 1902 werd zij in al haar glorie als gravin en markiezin gefotografeerd in hermelijnen mantel met diadeem en coronet, toen zij aanwezig was bij de Kroning van Edward VII op 9 augustus 1902. Vier jaar later overleed zij echter aan de gevolgen van kanker op veertigjarige leeftijd, een bedroefde echtgenoot en vier minderjarige kinderen achterlatende.

LAF_3439B.tif
Afb. 4. The Countess of Clancarty en markiezin van Heusden op 9 augustus 1902 in ‘coronation robes’ bij de Kroning van Edward VII, foto met dank aan www.lafayette.org.uk

Na Maureen Isabel werden er nog een broertje en twee zusjes geboren, maar haar broertje overleed twee maanden na de geboorte, zodat haar vader uiteindelijk na zijn overlijden in zijn Engelse titels en de Nederlandse titel van markies van Heusden werd opgevolgd door een jongere broer. Op 16 maart 1949 huwde zij Christopher Colin Cooper. Hij was de zoon van de zakenman en majoor Colin Cooper en Thelma Meta C. Cooper née Hartman, die op Barnwell Manor naast Barnwell Castle in Northampshire woonden en daar plaatselijke bekendheid verwierven door het kweken van bloemen, waarmee zij regelmatig op bloemententoonstellingen prijzen wonnen.

Barnwell Manor werd in die tijd omschreven als een opvallend Tudor landhuis met vele puntgevels. Het uit de 16e eeuw daterende landhuis werd door majoor Colin Cooper gemoderniseerd. Het had grote tuinen, een tennisbaan, een squasbaan en een zwembad. Op het landgoed stond de ruïne van het 13e eeuwse kasteel van Barnwell. Zijn vader had zijn eigen meute Beagles voor de jacht op konijnen en hazen en had daarom ook een jachtopziener in dienst. Hij bekleedde sinds 1938 de ceremoniële functie van High Sheriff van het Graafschap Northamptonshire en overleed onverwachts datzelfde jaar tijdens een jachtexpeditie in Kenya. Barnwell Castle werd later dat jaar verkocht aan de Duke of Gloucester, derde zoon van Koning Edward V.

Barnwell Manor
Afb. 5. Barnwell Manor, foto met dank aan www.windsorhouseantiques.co.uk/p/about-us

Na haar huwelijk ging zij volgens Engels gebruik voortaan door het leven als The Lady Maureen Cooper, omdat zij als dochter van een Earl recht bleef houden op de hoffelijkheidstitel van Lady. Haar echtgenoot werd verkoopagent bij een helicopterfirma en samen kregen zij een dochter en een zoon. Op 25 september 1997 kwam haar echtgenoot in Kensington te overlijden en zelf woonde zij de laatste jaren in Winchester. Jonkvrouwe Lady Maureen Isabel Le Poer Trench of the Earls of Clancarty/der markiezen van Heusden kwam op 21 maart 2016 op tweeënnegentigjarige leeftijd te overlijden en wordt diep betreurd door haar dochter, zoon, schoondochter en verdere familieleden.