Geboren: Langkemper

Afb. Het grafelijk familiewapen Van den Bosch
Afb. Het grafelijk familiewapen Van den Bosch

Aimée Barbara Alexandra Langkemper, geboren Heemstede 4 mei 2016, dochter van Robin Langkemper en Joan Marilou Langkemper née jonkvrouwe van den Bosch.

Belangrijke uitspraak voor de Orde van Malta en de Johanniter Orde

Onlangs werden er belangrijke uitspraken gedaan m.b.t. de Orde van Malta en de Johanniter Orde enerzijds en de pseudo-orde Malta Cross International Foundation anderzijds. Jonkheer mr. Dolph Boddaert, oud-advocaat en lid van de Raad van Advies van de Stichting Adel in Nederland, schreef hierover het volgende artikel.

Afb. 1. Het wapen van de Orde van Malta
Afb. 1. Het wapen van de Orde van Malta

Merkbescherming van het Johanniter/Maltezer kruis

De Soevereine en Militaire Orde van Malta (SMOM) is een internationale Rooms Katholieke organisatie, waarvan de hoofdzetel in Rome is gevestigd. De Orde houdt zich bezig met de verstrekking van hulp aan zieken en gewonden en alles wat daarmee samenhangt. De Orde heeft over de hele wereld 12.500 leden en beschikt over 80.000 vrijwilligers en 20.000 betaalde medewerkers. De Orde heeft een semi-soevereine status: Zij geeft eigen postzegels, munten en paspoorten uit, heeft in Rome eigen kentekenplaten en onderhoudt diplomatieke betrekkingen met ongeveer 100 landen. In de Verenigde Naties heeft de Orde de status van waarnemer.

De Orde is in de elfde eeuw ontstaan onder de naam Johanniter Orde en was sinds de zestiende eeuw gevestigd op het eiland Malta. Tijdens de reformatie ging een onderdeel van de Orde over tot de hervormde godsdienst en hieruit zijn de protestantse Johanniter Ordes ontstaan, die gevestigd zijn in Duitsland, Zweden, het Verenigd Koninkrijk en Nederland. Deze ordes zijn door de Orde van Malta officieel erkend.

De orde voerde al vanaf de middeleeuwen het achtpuntige kruis als kenmerk, het Johanniter – of Maltezer kruis. In de huidige tijd is het Johanniter of Maltezer kruis als merk gedeponeerd, zowel in Europa als in de Verenigde Staten. Tot het gebruik van dit merk zijn gerechtigd de zogenaamde alliantie-ordes, te weten de Orde van Malta en de Duitse, de Nederlandse, de Zweedse en de Britse Johanniter Ordes.

Afb.2. Het Maltezer Huis in Utrecht, foto met dank aan www.ordevanmalta.nl
Afb.2. Het Maltezer Huis in Utrecht, foto met dank aan www.ordevanmalta.nl

Deze gevestigde ordes ondervinden al sinds tientallen jaren last van pseudo-ordes, die zich tooien met namen, waarin frequent de begrippen “soeverein”, “orde”, “Malta”, “Sint Jan” en/of “Jeruzalem” voorkomen. En zij bedienen zich ook van afbeeldingen van het achtpuntige kruis of andere symbolen van de oude ridderlijke ordes. Een van deze pseudo-ordes is de in de Verenigde Staten gevestigde “Knights Hospitallers of the Sovereign Order of Saint John of Jerusalem, Knights of Malta, the Ecumenical Order”. Deze orde is opgericht in 2005, maar beweert, zonder dat hiervan enig bewijs bestaat, terug te gaan op een in Rusland omstreeks 1800 opgerichte priorij van de vroegere Orde van Malta.

De Orde van Malta (SMOM) heeft hierover verschillende processen gevoerd. In de Verenigde Staten leidde dit aanvankelijk niet tot succes, onder andere omdat de pseudo–orde al eerder dan de SMOM, namelijk in 1958, in de Verenigde Staten het merk “Sovereign Order of Saint John of Jerusalem Knights of Malta” zou hebben gedeponeerd. (Uitspraak 29 september 2011, district court South Florida).

De Nederlandse rechter stelde de SMOM wel in het gelijk in een soortgelijke procedure.

De Nederlandse afdeling van de pseudo-orde had in 2012 het merk “The Knights Hospitallers of the Sovereign Order of Saint John of Jerusalem, Knights of Malta, the Ecumenical Order” gedeponeerd voor een aantal activiteiten, die nauw samenhingen met de doeleinden en dienstverlening van de SMOM. De SMOM heeft bezwaar gemaakt bij het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom BBIE tegen deze inschrijving, op grond van eerdere inschrijvingen, door de SMOM gedeponeerd in de jaren 2004 tot en met 2006, en ook op grond van de stelling, dat de naam van de Orde van Malta moet worden beschouwd als een algemeen bekend merk. Het BBIE heeft dit bezwaar op 4 oktober 2013 afgewezen, omdat de inschrijving volgens het BBIE betrekking had op andersoortige activiteiten dan die van de SMOM.

Maar de SMOM heeft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof in Den Haag en dit hof heeft bij beschikking van 9 september 2014 geoordeeld, dat het wel degelijk gaat om een inbreuk op het merkrecht op het gebied waarin de SMOM werkzaam is. Het gerechtshof heeft dan ook de beslissing van het BBIE vernietigd en de inschrijvingen van de pseudo-orde geweigerd, althans voor zover deze inschrijvingen betrekking hadden op de doelstellingen en werkzaamheden van de SMOM.

Vervolgens is op 15 oktober 2015 uitspraak gedaan in Hoger Beroep tegen de uitspraak van de rechter in South Florida door het “United States Court of Appeal for the 11th Circuit”, een Gerechtshof, dat oordeelt in zaken in Hoger Beroep voor de staten Florida, Georgia en Alabama. In deze uitspraak is de Soevereine Orde van Malta in grote lijnen in het gelijk gesteld en de eerdere uitspraken van de rechter in South Florida zijn daarbij vernietigd.

Een van de aspecten was, dat de Florida Priory beweerde, dat zij al veel eerder dan de Soevereine Orde van Malta (nl. in 1958) de betreffende merken zou hebben gedeponeerd in de Verenigde Staten. De eerste rechter nam dit als waar aan, op grond van een getuigenverklaring van een zekere Papanicolaou, een bestuurslid van de Florida Priory. Maar in Hoger Beroep oordeelde het Gerechtshof, dat Papanicolaou hierover niets uit eigen wetenschap kon verklaren. Als er al een eerder merk was gedeponeerd, dan was dat niet gedaan door de Florida Priory, maar door een andere pseudo-orde die niet met de Florida Priory kon worden vereenzelvigd.

Het Gerechtshof heeft nog geen einduitspraak gedaan, maar de zaak weer terugverwezen naar de eerste rechter. Deze zal nog een aantal vragen moeten beantwoorden, waaronder de vraag, of gevaar voor verwarring bestaat. De Soevereine Orde had aan het Gerechtshof gevraagd om de zaak zelf af te doen, dan wel om deze naar een andere lagere rechter te verwijzen (de bewuste rechter van het District Court had zich in zijn uitspraak nogal denigrerend over de Soevereine Orde uitgelaten), maar het Gerechtshof heeft dat verzoek afgewezen. Deze zaak loopt dus nog.

Tenslotte moet worden vermeld de procedure bij het Bureau voor Intellectuele Eigendom van de Europese Unie, in het Engels EUIPO, gevestigd te Alicante, Spanje. Bij niet iedereen zal dit instituut bekend zijn. Dat wekt ook geen verbazing, want tot 23 maart 2016 heette het instituut Office for Harmonization in the Internal Market (OHIM). In het vervolg zal voor het gemak alleen de naam EUIPO worden gebruikt.

Kort vóór deze naamswijziging, op 9 juli 2015, heeft de Grote Kamer van Beroep van de EUIPO een belangrijke uitspraak gedaan in de procedure van de Malteser Hilfsdienst e.V., gevestigd te Keulen, tegen de “Malta Cross Foundation International Inc.”, gevestigd te Hallandale Beach, Florida (USA).

De Malteser Hilfsdienst e.V. is een onderdeel van de SMOM, en de “Malta Cross Foundation” kan worden vereenzelvigd met de eveneens in Florida gevestigde “Ecumenical Order”, die we al eerder zijn tegengekomen in de procedures in Nederland en in de Verenigde Staten.

Afb. 3. V.l.n.r het logo van de Orde van Malta, de Johanniter Orde en de Malta Cross InternationalFoundation
Afb. 3. V.l.n.r het logo van de Orde van Malta, de Johanniter Orde en de Malta Cross International Foundation

De Malta Cross Foundation had in 2008 een beeldmerk geregistreerd, bestaande uit een rood gekleurd Maltezer kruis, een koningskroon (voorzien van een Maltezer kruis, en ontleend aan de koningskroon in het embleem van de Orde van Malta) en een omschrift “Malta Cross International Foundation”. In 2009 maakte de Malteser Hilfsdienst bezwaar tegen deze registratie, omdat zij al in 1994 in Duitsland een beeldmerk met het Maltezerkruis had geregistreerd. Dit bezwaar werd aanvankelijk afgewezen door de oppositie afdeling van de EUIPO (beschikking van 22 februari 2011). De Malteser Hilfsdienst stelde beroep in tegen deze beslissing bij de beroepsinstantie van de EUIPO en deze instantie verwees de zaak wegens het grote belang hiervan naar de Grote Kamer van Beroep. Deze Grote Kamer van Beroep, bestaande uit 9 leden, stelde de Malteser Hilfsdienst in het gelijk in een uitspraak van 39 bladzijden en 141 afzonderlijke overwegingen. Vastgesteld werd onder meer, dat sprake was van verwarring tussen beide merken, dat het ging om dezelfde soort van charitatieve diensten, en dat de Amerikaanse orde duidelijk aanhaakte bij de bekendheid en de reputatie van de echte orde. Bovendien kreeg de Amerikaanse orde nog een veeg uit de pan van de Grote Kamer wegens haar processuele optreden. De Amerikaanse orde had zich beroepen op een document waarvan beweerd werd dat het van de Soevereine Orde van Malta afkomstig was en had daarmee het registratiebureau misleid. Verder had zij een voor haar gunstig oordeel van een Amerikaanse rechter overgelegd, op een moment, dat deze uitspraak al een half jaar in hoger beroep vernietigd was.

De Grote Kamer van de EUIPO besliste dan ook (uitspraak 9 juli 2015) dat de registratie van het merk van de Amerikaanse orde werd geweigerd.

De Amerikaanse Orde heeft nog een poging gedaan om de uitspraak ongedaan te laten maken door het instellen van een pro forma beroep bij het Europese Hof in Luxemburg, maar dit Hof heeft de Amerikaanse Orde bij beschikking van 17 maart 2016 “kennelijk niet-ontvankelijk” verklaard.

Het belang van deze uitspraak van de hoogste EU instantie is zeer groot, niet alleen voor de Orde van Malta, maar ook voor de overige alliantie-ordes, waaronder de Johanniter Orde in Nederland. De uitspraak geeft een enorme steun bij het bestrijden van merkinbreuk door andere valse orden.

De procedure in de Verenigde Staten is nog niet ten einde, maar het valt aan te nemen, dat de uitspraak van de Grote Kamer van de EUIPO hierin zeker een rol zal spelen.

Bergen mei 2016 Dolph Boddaert

Afb. 4. Het in- en exterieur van het Maltezer Huis in Utrecht
Afb. 4. Het in- en exterieur van het Maltezer Huis in Utrecht

 

Geboren: Koekkoek

Lamsweerde, wapen
Afb. Het familiewapen Van Lamsweerde

Eliza Marie Koekkoek, geboren Amsterdam 27 april 2016, dochter van Dirk Jan Koekkoek en Angela Elisabeth barones van Lamsweerde.

 

Week van de Begraafplaats: rondleiding ‘Adel op Oud Eik en Duinen’ op 4 juni

Adel op Oud Eik en Duinen, 2016

Van zaterdag 26 mei t/m zondag 5 juni is dit jaar de Week van de Begraafplaats. Ter gelegenheid hiervan organiseert begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag in samenwerking met de Stichting Adel in Nederland op zaterdag 4 juni een rondleiding langs adellijke grafmonumenten met vele anekdotes.

Deze begraafplaats kan gerust het Père-Lachaise van de Nederlandse adel genoemd worden door de vele adellijke grafmonumenten die men hier aantreft, die zich veelal kenmerken door hun soberheid, formaat, familiewapens en het gebruik van grafkelders. Heel 19e eeuws adellijk Den Haag aan het Hof, in het bestuur, leger en vloot is hier terug te vinden.

Tijdens deze rondleiding ziet u niet alleen bijzondere grafmonumenten, die mooie voorbeelden zijn van adellijke representatie, maar hoort u ook de bijbehorende persoonlijke verhalen van freules, jonkheren en baronessen, zoals over een jonge graaf die in een duel stierf en een 19e eeuwse adellijke burgemeester die vanwege openbaar dronkenschap ontslagen werd.

Programma
13.30-13.45 uur: ontvangst met koffie en thee
13.45-14.00 uur: korte introductie op de geschiedenis van de begraafplaats
14.00-15.15 uur: rondleiding langs adellijke grafmonumenten met anekdotes

Opgeven kan via info@adelinnederland.nl. U ontvangt een bevestiging van deelname per mail. Er zijn geen kosten aan verbonden.

Link naar de webpagina van begraafplaats Oud Eik en Duinen: www.monuta.nl/vestiging/begraafplaats-oudeikenduinen/agenda/week-begraafplaats-rondleiding#.VzHvNupf05t

Interview met Rik baron van Slingelandt in het Financieele Dagblad

Gisteren stond er in het FD een interview met drs. Diederik Johannes Maximilianus Govert baron van Slingelandt, die per 18 mei terugtreedt als president-commissaris bij ABN Amro. Vorig jaar was hij even landelijk nieuws als president-commissaris van ABN Amro door de loonsverhoging voor de ABN Amro top, die een storm van kritiek te verduren kreeg. Daarna bleek overigens uit een brief in handen van de NRC dat deze verhoging in maart 2014 al goedgekeurd was door minister Dijsselbloem van Financiën. Media bestempelden hem van ‘ervaren bankier van oude stempel’ tot ‘bonusbaron’. Fons de Poel, presentator bij Brandpunt, kon zijn ergernis over de wijze waarop Rik van Slingelandt door een Tweedekamercommissie werd ondervraagd niet onderdrukken en noemde Tweede Kamerlid Jesse Klaver een ‘snotneus’ (zie: https://www.youtube.com/watch?v=Dd-P2CLw5nw). In het interview blikt hij niet alleen terug op deze periode, maar vertelt hij ook over de succesvol verlopen integratie van Fortis en ABN Amro en de geslaagde beursgang.

Link naar de foto en het interview in het FD: http://fd.nl/economie-politiek/1150660/ik-vind-het-prima-om-tweede-man-te-zijn

Karlsbader Wochenende: Europese adel op de dansvloer

Karlsbader Wochenende 2016 k

Afgelopen weekend vond in het aloude, vermaarde kuuroord Karlsbad in Tsjechië een van de meest luisterrijke bal-weekenden van Europa plaats: het Karlsbader Wochenende. Dit bijzondere weekend werd dit jaar voor de twintigste maal georganiseerd onder leiding en op persoonlijke invitatie van de Muncher Oron-Michael Kalkert en staat, met name in Duitstalige landen, bekend als een van de belangrijkste trefpunten van de Europese adel. Voor velen is de locatie van het weekend een bekende; het kuuroord is immers al zeshonderd jaar in trek bij (met name de hoge Duitse) adel vanwege de vermeende heilzame werking van het mineraalwater dat aldaar uit de kalkrijke rotsen sijpelt. Onder de vroegere bezoekers van Karlsbad bevonden zich vele koningen en keizers, waarvan Franz Josef I, de voorlaatste keizer van Oostenrijk-Hongarije, thans de bekendste is. Het huidige weekend steunt dan ook op een lange traditie van adellijk samenkomen, welke gedurende drie dagen, in vele activiteiten tot uitdrukking kwam.

Het weekendprogramma ving dit jaar aan op vrijdagavond met een welkomstdiner voor de zojuist gearriveerde gasten in het Imperial Hotel, in de bergen boven Karlsbad, dat gevolgd werd door een groots vuurwerk dat het begin van het ‘eintanzen’ en daarmee het Karlsbader Wochenende inluidde. Tot diep in de nacht werd in de balzaal van het hotel geoefend in traditionele, en minder traditionele (groeps-)dansen.

Karlsbader Wochenende 2016 a

De zaterdagochtend werden de genodigden echter alweer vroeg verwacht op de besloten tribune, bij de ‘Fruhjahrspreis von Karlsbad’; een paardenrennen die zich qua kledingvoorschriften en locatie kan meten met het bekende Britse Royal Ascot. Aansluitend werd op de tribune van de renbaan een uitstekende lunch gebruikt, die ter plekke voor de genodigden werd bereid. Hierna konden de aanwezige dames deelnemen aan een hoedenwedstrijd en waagden de sportievere heren zich op de renbaan in de jaarlijkse wedstrijd stokpaardenrennen.

In de late middag togen de genodigden terug naar het stadje om zich te verkleden voor het ‘Grand Bal Bohemien’ in de schitterende balzaal van het in 1701 gestichte Grandhotel Pupp; onder andere bekend als locatie waar de James Bond-film Casino Royale werd opgenomen.

Karlsbader Wochenende 2016 jKarlsbader Wochenende 2016 d

Het bal werd voorafgegaan door een vier-gangen diner aan kleine tafels die rondom de dansvloer en boven, onder de zuilengalerij, waren opgesteld. Rond 22:00 werd het bal geopend met een openingswals door de leden van het balcomité, waarna de ruim 600 genodigden de dansvloer betraden. De genodigden dansten de voorgaande avond geoefende dansen tot de vele kaarsen opgebrand waren.

Karlsbader Wochenende 2016 bKarlsbader Wochenende 2016 c

Ook de zondagochtend werden de genodigden weer vroeg verwacht. In de stadskerk van Karlsbad werd voor hen een katholieke mis opgedragen, waarbij met enige tussenpozen voor de preek, stukken uit de ‘Mariazeller Messe’ van de componist Haydn ten gehore werden gebracht. Na de mis begaven de genodigden zich in een lange optocht, met ‘de muziek voorop’, naar een brunch op een deels overdekte, omheinde ‘festplatz’ net buiten het stadscentrum. Ook hier konden de genodigden genieten van een ter plekke bereide brunch en werd tot in de middag gedanst.

Karlsbader Wochenende 2016 eKarlsbader Wochenende 2016 f

 

Tegen het middaguur trokken vele genodigden terug naar het stadje om zich klaar te maken voor het laatste bal van het weekend, het Maskerade-bal; dit jaar met het thema ‘Carnaval des Animaux’. Zodoende verzamelde zich laat in de middag een bonte menigte van kleurige vogels, apen, leeuwen, hagedissen, vlinders, vissen etc. in het stadscentrum van Karlsbad. Opnieuw onder muzikale begeleiding trok de feestelijk uitgedoste menigte in de vroege avond, onder grote belangstelling van de inwoners van Karlsbad, naar het gebouw van de Kaiserbad Spa waar het Maskerade-bal plaatsvond. Voor de gelegenheid waren in de Kaiserbad Spa vele ronde tafels geplaatst, waarvandaan de genodigden zich naar het buffet konden begeven. Met het daaropvolgende Maskerade-bal kwam een feestelijk eind aan een bijzonder weekend.

Karlsbader Wochenende 2016 lKarlsbader Wochenende 2016 i

 

Wandelen op Staverden

Staverden aStaverden b
Afb. De witte gevels weerspiegelen zich in de waterpartijen.

Onlangs werd bekend dat kasteel Staverden geveild gaat worden, maar het Geldersch Landschap & Kasteelen (GLK) is en blijft gewoon eigenaar van het omliggende park en landgoed. Met enige regelmaat organiseert GLK wandelingen onder begeleiding van deskundige en zeer enthousiaste gidsen, die niet alleen de mooiste plekken laten zien, maar ook over de geschiedenis van het landgoed en zijn bewoners vertellen – een aanrader om te doen!

Staverden cStaverden d
Afb. De witte pauwen op Staverden: een traditie uit de Middeleeuwen

Het kasteel was van 1651 tot in 1835 in het bezit van de baronnen Van Haersolte en in 1905 werd het door een telg van de patriciaatsfamilie s’Jacob gekocht, die het in 1963 aan de Stichting Geldersch Landschap verkocht. De familie s’Jacob is door huwelijken nauw verbonden met Nederlandse adel en zo was een dochter van de laatste eigenaar gehuwd met een baron Van Heemstra. De band van de familie met Staverden is gebleven en op het sfeervolle kerkhofje heeft de familie nog steeds een eigen gedeelte. Hier herinnert een plaquette aan het echtpaar s’Jacob-Van der Leeuw, dat voor het voortbestaan van Staverden zo belangrijk is geweest:

TER HERINNERING AAN
H. TH. S’JACOB EN E. S’ JACOB-VAN DER LEEUW
HUN GROTE LIEFDE VOOR STAVERDEN
EN ZIJN BEWONERS EN
HET VELE DAT ZIJ VOLBRACHTEN
GEDURENDE MEER DAN 50 JAAR
LEEFT IN ONS ALLER HARTEN VOORT

Meer weten over wanneer er weer wandelingen zijn op Staverden? Zie: www.glk.nl/landschap-kastelen/locatie/?locatie=19

Staverden eStaverden fStaverden iStaverden jStaverden kStaverden lStaverden mStaverden n

Gevallen voor het vaderland: jonkheer Jean Chrétien Baud (1919-1944) en jonkheer Willem Abraham Baud (1923-1945)

Baud, dodenherdenking 2015
Afb. Op de foto van links naar rechts: Koningskade nr. 12 (de hoge deur in het midden met de twee linker vensters is het huis van de familie Baud), Jean Chrétien Baud (1919-1944), het familiewapen Baud, Willem Abraham Baud (1923-1945) en hun beider geboorteannonces.

Het geslacht Baud stamt uit Zwitserland en gaat terug tot in 1409 in de buurt van Genève. In de 18e eeuw kwam een Baud naar Nederland en werd sergeant in het regiment Zwitserse gardes onder de lijfcompagnie van de Prins van Oranje. Zijn kleinzoon, Jean Chrétien baron Baud (1789-1859), werd onder meer gouverneur-generaal van Nederlands-Indië en in 1858 werd hij in de Nederlandse adel verheven met de titel van baron bij eerstgeboorte.

De broers werden geboren als kinderen van mr. Jean Chrétien baron Baud en Augusta Isabelle Alexandrine barones van Dedem, die uit de oud-adellijke Overijsselse familie Van Dedem stamde met als stamhuis het Huis Den Berg in Dalfsen.

Jean Chrétien werd geboren op 16 juni 1919 in Arnhem. Hier was zijn vader werkzaam als adjunct-commies bij de provinciale griffie van Gelderland. Nadat hij in 1920 chef van het kabinet van de burgemeester van ’s-Gravenhage was geworden, verhuisde het jonge gezin hierheen en vestigde zich op 15 maart aan de Jozef Israëlslaan nr. 16. Op dit adres werd in 1920 zijn broertje Alexander geboren, gevolgd door Hendrik Maximiliaan in 1921 en op 29 januari 1923 werd Willem Abraham hier geboren.

In deze jaren raakte het gezin ook verbonden met het Koninklijk Huis, want na eerst benoemd te zijn tot kamerjonker van Koningin Wilhelmina, werd hun vader als kamerheer i.b.d. van Koningin Wilhelmina ter beschikking gesteld aan Prinses Juliana en in latere jaren werd hij haar particulier secretaris. Ondertussen was het gezin op 15 juli 1929 naar Katwijk aan de Zee verhuisd waar het aan de Hooghkade ging wonen, maar een jaar later op 27 maart vestigde zij zich opnieuw in ’s-Gravenhage aan de Koningskade nr. 12 in een groot 19e eeuws herenhuis.

Het was in dit huis dat de familie woonde toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak en overeenkomstig het familiedevies OTIA DANT VITIA (ledigheid is het beginsel van alle kwaad) keken de vier broers niet toe en kwamen in verzet – maar twee overleefden de oorlog niet.

Jean Chrétien, die in de familie ‘Tièn’ genoemd werd (de pachters op Den Berg in Dalfsen spraken zijn naam uit als ‘Jan Krent’), verliet in 1937 als eerste het ouderlijk huis en ging in Utrecht Indisch recht studeren als voorbereiding op een carrière in Nederlands-Indië, waarvan zijn betovergrootvader in de jaren 1833-1936 gouverneur-generaal was. In 1938 volgde hij een militaire opleiding en werd cornet bij de artillerie. Na het uitbreken van de oorlog probeerde hij per fiets Portugal te bereiken, maar deze poging mislukte.

In de nacht van 1 op 2 april 1941 deed hij een nieuwe poging. Dit keer als Engelandvaarder en samen met verzetsleden van de Stijkelgroep probeerde hij met een vissersbootje vanuit Scheveningen naar Engeland te ontkomen. Via radiocontact dacht men afspraken gemaakt te hebben, waarbij het de bedoeling was om op zee door een Engelse duikboot of torpedobootjager opgepikt te worden, maar de zaak bleek verraden te zijn. Midden in de nacht vertrok de KW 133 van de vissers Gebr. Van der Plas zo stil mogelijk vanuit de haven van Scheveningen. Nog voor het verlaten van de haven flitste een controlelicht op. Tièn sprong overboord en wist ongezien zwemmend de kant te bereiken. Na zijn ontsnapping keerde hij onder de modder heimelijk terug naar het huis van mevrouw M.S. van Deth, die inspectrice was bij de kinderpolitie in ’s-Gravenhage. De volgende dag ’s avonds hield hij het hier niet meer uit en ging naar het huis van de heer C. Drupsteen, een politieagent die ook mee zou gaan op de boot, om te horen hoe het de anderen vergaan was die aan boord waren. Hier werd hij opgewacht door de Duitsers en gearresteerd.

Van 3 april 1941 tot 10 april 1942 zat hij in cel 371 in de gevangenis in Scheveningen, die door de vele verzetsstrijders die daar zaten het Oranjehotel genoemd werd. Daarna werd hij naar Berlijn vervoerd en op 1 september 1942 kwam zijn zaak daar voor in de 3e Senat des Reichskriegsgerichtes in Berlijn-Charlottenburg aan de Witzlebenstrasse 410. De aanklacht luidde: “Verdacht van begunstiging van de vijand”, omdat hij “… door verschillende zelfstandige handelingen tijdens het door het Duitse Rijk gevoerde oorlog (heeft) geprobeerd de vijand te begunstigen en aan het leger van het Duitse Rijk schade (heeft geprobeerd) te berokkenen.” In het proces werd hij vertegewoordigd door de Rechtsanwalt dr. Liffers.

De hele rechtzaak was een showproces en de uitkomst was dat hij ter dood werd veroordeeld, maar later kreeg hij alsnog gratie en werd overgebracht naar het tuchthuis Sonnenburg bij Küstrin. Hier overleed hij aan uitputting door onder meer tbc op 15 juli 1944, een maand voor hij vijfentwintig zou zijn geworden. Hij werd ter plaatse begraven, maar na de oorlog vond zijn herbegrafenis plaats op de gemeentelijke begraafplaats Westduin in ‘s-Gravenhage, waar hij samen met andere leden van de Stijkelgroep bij een monument begraven ligt.

Willem Abraham, ‘Wim’ in de familie, was leerling op het gymnasium en werd op 18 maart 1941 achttien jaar oud gearresteerd vanwege de verspreiding van illegale bladen en foto’s van het Koninklijk Huis. Ook hij werd opgesloten in het Oranjehotel in Scheveningen. Hier zat hij in cel 665. Nadat hij op 25 juli 1941 vrijgelaten was, dook hij onder in Dalfsen, waar zijn moeders familie het landgoed Den Berg bezat. Hier werd hij actief in het verzet in de verzetsgroep van de onderwijzer S.J. Baarsma van de A. baron van Dedem school. Op 5 december 1944 werd hij gearresteerd en vermoedelijk op 10 februari 1945 vervoerd naar concentratiekamp Neuengamme bij Hamburg. Hier overleed hij aan tbc en uitputting tweeëntwintig jaar oud op 3 april 1945 – een maand voor het kamp door de Geallieerden bevrijd zou worden.

Naar verluidt is hun moeder nooit over hun verlies heengekomen en kon zij nimmer meer lachen.

Gevallen voor het vaderland: Egbert Joost baron van Nagell, heer van Schaffelaar (1923-1944).

Nagell, Dodenherdenking 2014
Afb. Egbert Joost baron van Nagell (1923-1944), met links huis de Schaffelaar en zijn graf in Barneveld.

Egbert Joost baron van Nagell werd geboren op 26 juni 1923 in Bad Harzburg. Zijn vader, mr. Justinus Egbertus Hendericus baron van Nagell, stamde uit een oud-adellijk geslacht uit Westfalen, waarvan de stamvader voor het eerst in 1385 genoemd werd. In de 16e eeuw vestigde een voorvader zich in Nederland en in 1814 werd de familie opgenomen in de Nederlandse adel met de titel van baron. Zijn moeder, Julia Johnson Calhoun, stamde uit een van oorsprong Schotse familie, waarvan de naam oorspronkelijk Colquhoun was. In de 18e eeuw vestigde de familie zich in de Verenigde Staten en kwam daar tot groot aanzien. Zo was haar vader de eigenaar van de Baltimore Coal Mining en Railway Company en was haar overgrootvader onder meer vice-president van de Verenigde Staten onder president John Quincy Adams.

Hij groeide op met een ouder zusje in het buitenland, omdat zijn vader in diplomatieke dienst was. Diens carrière bracht hem van Peking naar Washington, Sint Petersburg, Londen, Boekarest en Stockholm. In 1935 erfde hij van zijn tante het kasteel Schaffelaar in Barneveld, het belangrijkste kasteel in neo-Tudor stijl in Nederland. Hij was de enige mannelijke Van Nagell in zijn generatie (de 17e van zijn geslacht) en erfde het, zodat hij de naam Van Nagell op Schaffelaar kon voortzetten. Als enige zoon werd hij er regelmatig in de familie aan herinnerd dat hij moest trouwen om het geslacht Van Nagell voort te zetten en hij zei daarop altijd: “Dan zal ik toch eerst goede afspraken moeten maken, want als er zes dochters komen dan heb ik het voor niets gedaan.”

Toen in 1940 de oorlog uitbrak, was zijn vader buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister te Stockholm en Helsingfors. Egbert Joost reisde in de oorlog vanuit het neutrale Zweden via Siberië naar Wladiwostok en arriveerde uiteindelijk in Nederlands-Indië waar hij eerst logeerde bij de Gouverneur-Generaal jonkheer Tjarda van Starckenborg Stachouwer en daarna bij jonkheer Loudon. Vervolgens ging hij via bemiddeling van generaal Van Pabst via Japan naar Canada waar hij een opleiding tot vliegenier kreeg. Daarna vertrok hij naar Engeland, maar ging opnieuw naar Canada voor een officiersopleiding. Bij terugkomst in Engeland kwam hij in het 322 squadron van Z.K.H. Prins Bernhard en had toen de rang van 1e luitenant R.A.F. en reserve-luitenant-kolonel bij de Koninklijke Nederlandse Luchtstrijdkrachten. Hij vertrok met een spitfire naar Frankrijk, maar moest door het slechte weer laag vliegen en werd als één van de eersten neergeschoten op 28 januari 1944 boven Merville (Nord) in Frankrijk nog geen eenentwintig jaar oud. Hij werd door de Duitsers met militaire eer begraven met de Nederlandse vlag over zijn kist.

In 1947 werd Egbert Joost baron van Nagell, heer van Schaffelaar uit Frankrijk opgehaald om in Barneveld bijgezet te worden in het familiegraf bij zijn grootouders en tante. Postuum ontving hij vanwege zijn inzet voor de vrijheid het Oorlogsherdenkingskruis met gesp, de Britse ´39 – ’45 Star, de Britse Air Crew Europe Star en het Franse Croix de Guerre ’39 – ’45 met palmtak.

Gevallen voor het vaderland: Carel Everhard graaf van Limburg Stirum (1917-1940).

Afb. Carel Everhard graaf van Limburg Stirum (1917-1940), met links zijn graf in Zutphen.

Carel Everhard graaf van Limburg Stirum werd geboren op 22 december 1917 op het Huis Duinlust te Overveen, dat in het bezit was van zijn grootouders Luden-Van der Vliet.

Zijn vader, Samuel John graaf van Limburg Stirum, was een telg uit het oudste geslacht dat tot de Nederlandse adel behoort en de stamvader werd voor het eerst in 1079 genoemd als getuige van de aartsbisschop van Keulen. Door het huwelijk met de Nederlandse erfdochter Ermgard van Wisch vestigde de familie zich in de 16e eeuw in Nederland en in 1814 werd een voorvader opgenomen in de Nederlandse adel met de titel van graaf. Zijn moeder, Mary Louise Luden, stamde uit een familie die in het blauwe boekje van het Nederland’s Patriciaat staat. Haar voorouders kwamen oorspronkelijk uit Noorwegen en vestigden zich in de 16e eeuw in Amsterdam. Haar vader was bankier en commissaris bij de Nederlandse Bank en via haar moeder stamde zij van de puissant rijke Borski familie af. Hij groeide op het Huis Spijkerbosch in Olst op met twee oudere broers en hier beheerde zijn vader het omringende landgoed.

In de meidagen van 1940 diende hij als kornet bij de cavalerie en maakte hij deel uit van de beveiliging van een onderdeel van het 4e regiment huzaren. Er werd bij Ginkel een zware strijd gestreden om de opmars van de Duitsers te vertragen en op 10 mei 1940 omstreeks 17.00 uur sneuvelde hij tweeëntwintig jaar oud samen met twee kameraden bij de herberg ‘Zuid-Ginkel’ te Ede. In de gevel herinnert een gedenksteen hieraan: “OP 10 MEI 1940 OM 17 UUR SNEUVELDEN ALHIER C.E. GRAAF VAN LIMBURG STIRUM KORNET/P.CH.BONKERK DPL. KORP./J.G. DIJKERS DPL. HUZ./VORMENDE DE BEVEILING VAN EEN ONDERDEEL VAN HET 4e REGT. HUZAREN.” Vanwege zijn moedig gedrag werd hem postuum het Bronzen Kruis verleend.

Carel Everhard graaf van Limburg Stirum werd bijgezet in de familiegrafkelder Van Limburg Stirum op de Algemene Begraafplaats in Zutphen en op de zerk aan het hoofdeinde staan te zijner ere twee regels uit het Wilhelmus: “STANDVASTIG IS GEBLEVEN MIJN HART IN TEGENSPOED (couplet 13) DEN VADERLAND GETROUWE BLEEF IK TOT IN DEN DOOD (couplet 1)”