Kamerheren en hofdames: adel & patriciaat

 

Gisteren werd het Jaaroverzicht van het Koninklijk Huis 2015 gepubliceerd met daarin o.a. een groepsfoto met daarop alle kamerheren. Een vaak herhaalde opmerking is dat adel aan het Hof zou zijn verdwenen – een niet-onderbouwde en verkeerde aanname. Voor zowel de hofdames en kamerheren van destijds Koningin Beatrix als nu Koning Willem-Alexander geldt voor velen dat zij of direct dan wel indirect aan adel geparenteerd zijn. Voor de veertien kamerheren geldt dat er vier in het rode boekje staan, terwijl er daarnaast twee via hun moeder aan adel verwant zijn. Bij de hofdames behoren er twee door geboorte en/of door huwelijk tot een adellijke familie, terwijl de twee anderen er nauw verwant mee zijn. Kamerheren ‘adviseren, begeleiden en vertegenwoordigen’ Z.M. de Koning in hun ambtsgebied en zijn, zoals een kamerheer honorair eens tegen AiN zei, er verantwoordelijk voor ‘to make the party’.

Zittend op de groepsfoto in het jaarverslag van links naar rechts:

1. Ing. B. Fokkens (Bart), kamerheer in Flevoland
2. Dr. J.J. Schrijen (Jan), kamerheer in Limburg
3. Drs. Coenraat Otto Alexander baron Schimmelpenninck van der Oije (Coen), oud-kamerheer in Rotterdam, nu kamerheer honorair
4. Z.M. de Koning
5. Jonkheer mr. Theodoor Steven Röell (Theo), kamerheer in Noord-Holland
6. E.W. Veen (Ernst), kamerheer van Amsterdam (zijn moeder is een jonkvrouwe Quarles van Ufford)

Staande van links naar rechts:

1. Jonkheer ir. Jan Jacob de Graeff (Jan Jaap), kamerheer in Zuid-Holland
2. Drs. P.L.A. Rüpp (Paul), kamerheer in Noord-Brabant
3. G.J. Douma (Geert Jan), kamerheer in Friesland
4. Mr. E. ten Cate (Egbert), kamerheer in Overijssel (Ten Cate is een patriciaatsfamilie, zijn echtgenote stamt uit de patriciaatsfamilie Van Heek)
5. J.J. Wolters (Jaap), kamerheer in Groningen
6. Jonkheer ir. Roelof Jozef de Wijkerslooth de Weerdesteyn, heer van Weerdesteyn (Roelof), kamerheer in Gelderland
7. Mr. M.C. Boom (Mas), kamerheer in Drenthe
8. Mr. J.J.P.M. Asselbergs (Jack), kamerheer in Zeeland
9. Mr. J.J.J. van Lanschot (Joost), kamerheer in Utrecht (Van Lanschot is een patriciaatsfamilie, zijn moeder is een barones Van Voorst tot Voorst)

Op de groepsfoto van H.M. de Koningin met de hofdames in dit jaarverslag staan van links naar rechts:

1. Drs. Maria Louise Alexandra barones van Zuylen van Nijevelt née jonkvrouwe den Beer Poortugael (Bibi), grootmeesteres
2. Anna Magdalena Crince le Roy née van Munster van Heuven (Annemijn), hofdame (Van Munster van Heuven is een patriciaatsfamilie, haar overgrootmoeder is een jonkvrouwe Strick van Linschoten en haar stiefgrootmoeder een jonkvrouwe Six)
3. H.M. Koningin Máxima
4. Drs. Ottoline Antoinette Gaarlandt née van Voorst van Beest (Lieke), hofdame (Van Voorst van Beest is een patriciaatsfamilie, haar moeder is een jonkvrouwe Van Heurn)
5. Drs. Josephine Maria van Karnebeek née Thijssen (Pien), hofdame (gehuwd met een jonkheer Van Karnebeek)

Link naar het jaarverslag met daarin de afgebeelde foto’s: http://www.koninklijkhuis.nl/documenten/publicaties/2016/03/01/jaaroverzicht-2015

Tentoonstelling ‘Catwalk’ in het Rijksmuseum: de trouwjapon van Helena des H.R. Rijksbarones van Slingelandt née Slicher (1737-1776)

Slingelandt-Slicher 1
Afb. 1: de trouwjapon van Helena des H.R. Rijksbarones van Slingelandt née Slicher (1737-1776) in de collectie van het Rijksmuseum te Amsterdam

In het Rijksmuseum te Amsterdam is t/m 16 mei deze tentoonstelling te zien, met een grote keuze uit de eigen collectie, waarvan de vormgeving in handen was van fotograaf Erwin Olaf. Eén van de hoogtepunten is deze 18e eeuwse trouwjapon, die in 1978 door nakomelinge jonkvrouwe Catharina Isabella Six (1897-1986) van huis Jagtlust in ’s-Graveland aan het Rijksmuseum geschonken werd, samen met honderden andere kledingstukken en -accessoires.

Helena Slicher werd geboren op 25 januari 1737 te ’s-Gravenhage. Haar vader, mr. Hieronymus Slicher, stamde uit een geslacht waarvan de stamvader in 1559 als messinggieter in Aken vermeld werd en diens zoon vestigde zich omstreeks 1598 in Amsterdam. Zijn nakomelingen werden advocaat en behoorden mede door hun huwelijken tot de gezeten Amsterdamse regentenfamilies. Haar moeder, Cattrijna Cornelia Temminck, stamde uit een vooraanstaande familie van kooplieden en reders op Frankrijk (wijn en brandewijnen) en Spanje (wol), die daarnaast ook nog bankiers waren.

Slicher-Temminck
Afb. 2: Cattrijna Cornelia Slicher née Temminck (1696-1782) op een portret door J.M. Quinckhardt in de collectie Six in Amsterdam

Haar vader had uit zijn eerste huwelijk met Susanna van Outhoorn, uit een vermogende VOC familie uit Indië, twee zoons en kreeg uit zijn tweede huwelijk drie dochters: Elisabeth Aletta (1727-1769), Cornelia Petronella (1729-1756) en de reeds genoemde Helena. Nadat hij in 1709 als advocaat voor het Hof van Holland was toegelaten, werd hij in de jaren 1710-1716 subsituut-griffier en van 1716 tot in 1755 secretaris van het Hof van Holland. Het gezin woonde in deze jaren in Gouda en in ’s-Gravenhage en vanwege het aanzien en het familiefortuin (zijn jaarinkomen werd op f 8000,- geschat) deden de drie dochters aanzienlijke huwelijken.

In 1749 huwde de oudste dochter Elisabeth Aletta in Gouda mr. Nicolaas van der Dussen, heer van Oost-Barendrecht (1718-1770). Hij was een zoon van een burgemeester van Delft en werd zelf raad van Dordrecht en gecommiteerde raad. In 1753 volgde de tweede dochter Cornelia Petronella, die in ’s-Gravenhage Diderick Johan des H.R. Rijksgraaf van Hogendorp (1731-1789) huwde. Ook zijn vader was burgemeester en zelf was hij kapitein van een compagnie ‘Hollandsche Guardes’ en in latere jaren secretaris van Amsterdam. Helaas overleed Cornelia Petronella reeds drie jaar later.

Dussen-Slicher
Afb. 3: Elisabeth Aletta van der Dussen née Slicher (1727-1769), op een portret door M. Verheyden in de collectie van het Breda’s Museum

Op 4 september 1759 was Helena zelf de bruid en op deze dag trad zij tweeëntwintig jaar oud in de Haagse Kloosterkerk in het huwelijk met de zevenentwintigjarige mr. Aelbrecht des H.R. Rijksbaron van Slingelandt (1732-1801). Hij stamde uit een Dordtse familie van advocaten en raadsheren in het Hof van Holland en in 1702 werd zijn grootvader door Keizer Leopold I verheven tot baron des H.R. Rijks. Hij werd zelf in 1754 als advocaat toegelaten tot het Hof van Holland en was in de jaren 1759-1795 secretaris van Amsterdam.

Slingelandt
Afb. 4: miniatuurportret van mogelijk mr. Aelbrecht des H.R. Rijksbaron van Slingelandt (1732-1801), part. collectie

Volgens de familieoverlevering droeg Helena Slicher op haar huwelijksdag deze japon van tweeëntwintig meter (!) lichtblauwe ripszijde die geborduurd was met een bloemmotief, bestaande uit een lijf met ‘staart’, rok en sleep, waarmee zij een verpletterende indruk gemaakt moet hebben – ook al zal de bruidegom enige afstand aan haar zijde gevoeld hebben.

Slingelandt-Slicher 3
Afb. 5: de achterkant van de trouwjapon van Helena des H.R. Rijksbarones van Slingelandt née Slicher (1737-1776) in de collectie van het Rijksmuseum te Amsterdam. Foto: Erwin Olaf

Niet heel lang duurde het huwelijksgeluk, want op 25 december 1776 overleed Helena in Amsterdam, een maand voor haar veertigste verjaardag, haar echtgenoot met enkele minderjarige kinderen achterlatende en zij werd bijgezet in ’s-Gravenhage. Haar japon vererfde op haar achterkleindochter jonkvrouwe Hieronyma Maria Antonia Fortunata van Slingelandt (1815-1875), die met jonkheer mr. Pieter Jacob Teding van Berkhout (1810-1892) gehuwd was. Via hun dochter Catharina Elisabeth Bosch Reitz née jonkvrouwe Teding van Berkhout (1837-1886) kwam de japon in het bezit van Hieronijma Maria Antonia Fortunata Six née Bosch Reitz (1867-1951) en het was haar dochter, freule Catharina Isabella Six, die dit unieke kledingstuk in 1978 aan het Rijksmuseum schonk. Hier is het nu in al zijn indrukwekkende representatie op deze tentoonstelling te bewonderen.

Link naar meer informatie over de tentoonstelling ‘Catwalk’ in het Rijksmuseum: www.rijksmuseum.nl/nl/catwalk

Bronnen:
Nederland’s Adelsboek, jaargang 93 (2008)
Johan E. Elias, De Vroedschap van Amsterdam 1578-1795 (Amsterdam, 1963)
S.A.C. Dudok van Heel, Van Amsterdamse burgers tot Europese aristocraten, band II (’s-Gravenhage, 2008)
J.H. Scheffer, Het Geslacht Van Hogendorp. Van de 14de tot op Heden (Rotterdam, 1867)

 

Het Enzerinck: het verhaal bij de twee portretjes Van Panhuys-Staring

Herenhuis feb. 2016
Afb. 1: het artikel over het Enzerinck in de februari uitgave van Herenhuis

Het Enzerinck in Vorden: in de voorlaatste uitgave van het magazine ‘Herenhuis’ stond een geweldige reportage over dit op liefdevolle wijze door het echtpaar Viersen gerestaureerde huis. Helaas ligt de nieuwste uitgave inmiddels alweer in de winkel, maar hierbij toch nog het verhaal over het echtpaar dat het huis bouwde. Enkele jaren geleden kocht AiN beide afgebeelde portretjes van jonkheer Constantijn Arnoud Ernest Adrien van Panhuys (1811-1895) en echtgenote Charlotte Everdina Winanda Staring (1810-1887). Het portretje van haar is gesigneerd J. Kayser en gedateerd 1835 en het portretje van haar echtgenoot is waarschijnlijk van dezelfde hand. Beide portretjes keerden dankzij AiN vorig jaar terug op het Enzerinck.

Panhuys, klein
Afb. 2: jonkheer Constantijn Arnoud Ernest Adrien van Panhuys (1811-1895)

Constantijn van Panhuys stamde uit een oude Limburgse familie, waarvan de stamvader voor het eerst in 1437 genoemd werd als leenman van het hertogdom Limburg. In de eeuwen die volgden waren de Panhuysen in opeenvolgende generaties schepenen en burgemeesters. In 1821 werd de vader van Constantijn in de Nederlandse adel verheven met het predikaat van jonkheer. Constantijn van Panhuys koos voor een militaire carrière en nam deel aan de Tiendaagse Veldtocht tegen de opstandige Belgen, maar werd op eigen verzoek vanwege zijn huwelijksplannen in 1834 eervol ontslagen.

Panhuys-Staring, klein
Afb. 3: Charlotte Everdina Winanda van Panhuys née Staring (1810-1887)

Dientje, zoals ze in de familie werd genoemd, werd geboren als dochter van de bekende dichter en landbouwkundige mr. Antoni Christiaan Winand Staring (1767-1840) op het kasteel de Wildenborch in Vorden. Op 7 juni 1834 traden Dientje en Constantijn in het huwelijk en toen zich een jaar later de gelegenheid voordeed om in de buurt van haar ouderlijk huis het landgoed Enzerinck aan te kopen, deden zij dat en hier lieten zij vervolgens het nog steeds bestaande huis bouwen. Ter gelegenheid hiervan schreef (schoon)vader Staring over het nieuwgebouwde huis en het aangeplante bos:

‘Een prachtpaleis ontstaat bij schelle jubelkreten.
Een jeugdig bos ontluikt en groet de morgenstond.’

Helaas werd het prille geluk overschaduwd door stil verdriet: drie keer achtereenvolgens werd er een levenloos kindje geboren en toen het vierde kindje in 1839 geboren werd, Adrien Constantijn Winand genaamd, overleed het nog geen twee maanden later. Gelukkig bleven de twee dochtertjes die hierna werden geboren wel in leven: in 1843 werd freule Louise Constance Winanda Charlotte en twee jaar later werd freule Ernestine Marie Angela op het huis Enzerinck geboren.

Jonkheer Van Panhuys was naast het beheer van zijn landgoed ook bestuurlijk actief en was in de jaren 1846-1853 onder meer burgemeester van Vorden. In 1852 werd hij zelfs gekozen in de Tweede Kamer, maar toen vier maanden later de Kamer ontbonden werd en er nieuwe verkiezingen kwamen, werd hij niet herkozen. Naar verluid voerde hij nimmer het woord tijdens zijn kamerlidmaatschap.

In 1859 verhuisde het gezin met de twee dochters naar ’s-Gravenhage en het Enzerinck werd verkocht. Hier koos Constantijn van Panhuys voor een nieuwe carrière en werd rijkscommissaris bij twee spoorwegmaatschappijen. In 1887 “… overleed mijne echtgenoote de Hoog Wel Geboren Vrouwe C.E.W. van Panhuijs geboren Staring in den ouderdom van ruim 76 jaren” en toen “… de geliefde Vader en Grootvader…” zelf acht jaar later overleed, schreef men over hem: “Het was alleen door zijn bescheidenheid, dat deze bekwame man in zijn carrière niet meer gepraesteerd heeft.”

De portretjes vererfden op hun oudste dochter, die met een neef Van Panhuys gehuwd was, en belandden uiteindelijk op een veilingsite waar AiN ze aankocht. Vorig jaar zijn ze na hondervijfenvijftig jaar teruggekeerd op de plek waar ze eens hingen en in het huis dat door de afgebeelde jonkheer Constantijn Arnoud Ernest Adrien van Panhuys en echtgenote Charlotte Everdina Winanda Staring eens gebouwd werd: het Enzerinck.

Link naar de webpagina van het magazine Herenhuis: www.herenhuis.nl

Geboren: Dedel

Dedel-Vriesendorp, alliantiewapen

Jonkvrouwe Lucy Annemie Dedel, geboren Haarlem 13 februari 2016, dochter van jonkheer Pieter Samuël Dedel en Esther Stefanie Dedel née Vriesendorp.

Vriesendorp is een patriciaatsfamilie die in het blauwe boekje van het Nederland’s Patriciaat staat.


 

Laatste weekeinde: ‘Nederland Dineert‘

Nederland Dineert
In het Gemeentemuseum in ’s-Gravenhage is t/m zondag 28 februari nog deze geweldige tentoonstelling te zien over vier eeuwen tafelcultuur met vele bijzondere en adellijke bruiklenen: zilver, porselein, kristal en damast van adellijke families als Van Aldenburg Bentinck, Van Heeckeren van Wassenaar, Van Loon en Van Zuylen van Nijevelt.

Link naar bovenstaande afbeelding en meer informatie over deze tentoonstelling: www.gemeentemuseum.nl/tentoonstellingen/nederland-dineert

Twickel
Het zilveren servies van de baronnen Van Heeckeren van Wassenaar van kasteel Twickel. Foto met hartelijke dank aan de webpagina van kasteel Twickel: www.twickel.nl.

Fogelsangh State
Het 250-delig servies van Nieuw Amstel porselein uit 1809 dat door de laatste jonkheer Van Iddekinge uit een uitgestorven tak van deze familie werd ondergebracht in de Van Iddekinge Collectie en dat een goed onderkomen heeft gevonden op Fogelsangh State. Foto met hartelijke dank aan de web- en facebookpagina van Fogelsanghstate www.fogelsangh-state.nl en www.facebook.com/fsveenklooster.

Overleden: E. ridder de Stuers

Stuers-Teding van Berkhout, bewerkt
Afb. 1. De grootmoeder van Eugène ridder de Stuers: Susanna de Stuers née jonkvrouwe Teding van Berkhout (1881-1961). Portret door Thérèse Schwartze (1891) in de collectie van Museum de Fundatie.

Overleden Eugène ridder de Stuers, geboren 14 juli 1934 Bir el Mellah (Marokko), overleden Bad Kreuznach (Duitsland) 3 februari 2016.

In Memoriam
Eugène ridder de Stuers werd geboren op 14 juli 1934 te Bir el Mellah in Marokko. Zijn vader, jonkheer Eugène Hendrik Eduard de Stuers, was een telg uit een geslacht dat teruggaat tot begin 17e eeuw in het Vlaamse Nieuwkerken. In 1791 werd een voorvader door Keizer Leopold II van Oostenrijk in de Zuid-Nederlandse adel verheven met de persoonlijke titel van ridder, maar hiervan werd hij vervallen verklaard vanwege het niet-lichten van het diploma. Eén van zijn zoons werd in 1843 verheven in de Nederlandse adel met de titel van ridder bij eerstgeboorte en van hem is Eugène ridder de Stuers een rechtstreekse nakomeling. Naast militairen en diplomaten was er ook een sterke kunstzinnige kant in de familie en zo bracht de familie een concertzangeres, een conservator van het Rijksmuseum en de bekende jonkheer mr. Victor de Stuers voort, de grondlegger van de Nederlandse Monumentenzorg.

Zijn moeder, Carolina Adriana barones van Wassenaer, was van het kasteel Hoekelom afkomstig en stamde uit het oud-adellijk geslacht Van Wassenaer, waarvan de stamvader Philips van Wassenaer in 1200 genoemd werd als getuige van graaf Dirk VII van Holland. Zijn nakomelingen noemden zich Van Duvenvoirde naar het kasteel Duvenvoorde waar zij heer van waren, maar in de 17e eeuw werd de naam Van Wassenaer weer aangenomen, nadat de hoofdtak was uitgestorven. De familie voerde eeuwenlang de titel van baron, maar deze werd in de Franse Tijd verboden. In 1822 werd voor een voorvader de titel van baron erkend.

Stuers, 1e ridder de
Afb. 2. François Vincent Antoine 1e ridder de Stuers (1792-1881), afb. afkomstig uit Nederland’s Adelsboek, jaargang 94 (2009), 233.

Drie jaar na hem werd er nog een zusje geboren en hij groeide met haar op in Marokko, eerst in Safi, later in Ain Djemaa, waar zijn vader planter was. In 1948, hij was toen veertien jaar, besloten zijn ouders uiteen te gaan. Beiden hertrouwden. Zijn moeder met de Fransman Georges Alphonse Marie Seux en zijn vader met de Française Maud Anne Marie Frédérique uit de grafelijke familie le Gallic de Kerizouët. Door deze huwelijken kreeg hij er in de jaren die volgden nog drie zusjes en een broertje bij. Zijn ouders bleven in Marokko wonen, waar zijn vader inmiddels industrieel was geworden, maar hij en zijn oudste zusje vertrokken vanwege hun opleiding naar Nederland en gingen in Schiedam wonen. Nadat hij deze voltooid had, vestigde hij zich als kweker in het Franse Plan de Grasse. In latere jaren woonde hij in Montauroux, tot hij een reizend bestaan ging leiden en zich uiteindelijk in Dockweiler in Duitsland vestigde.

Stuers, wapen, De
Afb. 3. Het familiewapen De Stuers met in de blauwe schildhoek een schip met daarboven LUCI PARA dat herinnert aan de schipbreuk bij Luci Para: “In 1837 ging hij (François Vincent Antoine 1e ridder de Stuers – red.) als luitenant-kolonel andermaal naar Indië en werd als gouverneur naar de Molukken gezonden. Op de reis daarheen leed hij schipbreuk op de klippen van het koraal-eiland Luci Para. Door zijn wakker gedrag wist hij de 140 schipbreukelingen, die 37 dagen op de klip moesten blijven, te redden.”

In 1981 werd hij na het kinderloos overlijden van zijn verre achterneef, de conservator van het Rijksmuseum dr. Charles Hubert ridder de Stuers (1894-1981), opvolger in de titel van ridder en werd daarmee de 5e ridder als rechtstreekse nakomeling van François Vincent Antoine 1e ridder de Stuers (1792-1881). Tegelijkertijd werd hij hierdoor de ‘chef de famille’, omdat alle andere en oudere takken van de familie inmiddels in de mannelijke uitgestorven waren.

In zijn laatste levensfase verbleef hij in de Pro Seniore Residenz Salinen in Bad Kreuznach, waar hij liefdevol verzorgd werd en waar hij op 3 februari kwam te overlijden: “In lieve en goede herinnering nemen wij afscheid van onze broer en oom.” Eugène ridder de Stuers werd eenentachtig jaar en wordt diep betreurd door zijn zusters, broer, zwager, neven, nichten en verdere familieleden. Het afscheid vond plaats op 8 februari in het Bestattungshaus Bechter in Bad Kreuznach.

 

Louise Henriette: een Nederlandse gravin in de Dom van Berlijn

Nassau, Louise Henriette van, compilatie

Louise Henriette Gravin van Nassau (1627-1667) was de oudste dochter van Stadhouder Frederik Hendrik Prins van Oranje en Amalia Gravin van Solms-Braunfels. Om het aanzien van de familie te verhogen, gingen haar ouders op zoek naar een geschikte huwelijkskandidaat, maar Louise Henriette werd verliefd op een achterneef, de Franse Henri Charles de la Trémoïlle Prins van Talmont, met wie zij in het geheim liefdesbrieven schreef. Helaas was hij zonder fortuin en niet van dynastieke betekenis.

Uiteindelijk werd zij gedwongen Friedrich Wilhelm I Keurvorst van Brandenburg (1620-1688) te trouwen en schreef zij: “’t Is te beklagen dat ick om sijn geltz wil en een weinich landt soo ongeluckig moet sijn en verkocht worden. Och, wast ick doch doot of wast ick een bouerin soo mocht ick doch iemantz nemen die ick kende nae mijn sinn en die ick liefhad.”

Voor Brandenburg werd zij zeer belangrijk: zij liet de eerste aardappelen in Duitsland op haar landgoed Oranienburg planten, stichtte het eerste weeshuis en schreef vele godsdienstige liederen. Zij overleed na een ziekbed van weken nog maar negenendertig jaar oud. Louise Henriette kreeg zes kinderen, waarvan er vier jong stierven. Slechts één zoon kreeg zelf nakomelingen en van hem stammen de latere Koningen van Pruisen en Keizers van Duitsland af.

Wie in Berlijn de grafkelder van de Hohenzollerns bezoekt, kan hier nog heden haar kist zien: een rijkversierde bronzen sarcofaag met leeuwenkoppen en treurende engeltjes als herinnering aan een Nederlandse gravin.

Op het portret door Gerrit van Honthorst uit de collectie van het Rijksmuseum in Amsterdam: Friedrich Wilhelm I Keurvorst van Brandenburg (1620-1688) en Louise Henriette Gravin van Nassau (1627-1667).

Gebruikte bron o.a.: drs. R.E. van Ditzhuyzen, Oranje-Nassau. Een biografisch woordenboek (Haarlem, 1992).

Saskia de Brauw: model en kunstenares

Brauw, compilatie

Afgelopen zaterdag stond er in de NRC een interview met Saskia de Brauw, die voluit jonkvrouwe Saskia Deirde de Brauw heet. Zij volgde een opleiding aan de Gerrit Rietveld Academie waar zij fotografie en textiel design studeerde en werd op haar 28e ontdekt als model. Als model is zij als androgyn type zeer succesvol en werkte voor modehuizen als Balenciaga, Givenchy, Canel, Prada en Versace.

Over haar afkomst zegt zij: “Ik ben niet opgegroeid met kastelen en bals; de echt chique adel is volgens mij nogal schaars geworden in Nederland.” Kort geleden verscheen haar eerste boek ‘The Accidental Fold’, waarin zij gevonden fragmenten heeft vastgelegd van de steden en plekken waar zij is geweest: gekreukelde stukjes papier, geschreven briefjes, papieren vliegtuigjes, knopen, bloemen en bladeren, een achtergelaten schoen, een gebroken paraplu, een eenzame handschoen, een sinaasappelschil, veren, speelkaarten en vele andere voorwerpen.

Link naar haar webpagina: www.saskiadebrauw.com

Link naar meer informatie over ‘The Accidental Fold’ met bestelmogelijkheid: www.saskiadebrauw.com/project/the-accidental-fold-book