
Drs. Maria Louise Alexandra (‘Bibi’) gravin van Zuylen van Nijevelt née jonkvrouwe den Beer Poortugael was dit jaar op Prinsjesdag wederom aanwezig in haar functie als grootmeesteres en op deze foto komt zij net aan bij de Koninklijke Schouwburg voor de opening van het parlementaire jaar. Zij is de eerste van haar familie die op Prinsjesdag in zo’n hoge functie aanwezig is, maar als de geschiedenis iets anders was verlopen, dan was zij de tweede geweest.

Haar voorvader jonkheer Jacobus Catharinus Cornelis den Beer Poortugael (1832-1913) werd op 1 februari 1879 benoemd tot Minister van Oorlog in het Kabinet Kappeyne van de Coppello. Twee weken later kon hij de eed pas afleggen, omdat hij ziek geworden was. Op 2 juli deed het kabinet een voorstel aan Koning Willem III voor een grondwetsherziening, maar de Koning wees het verzoek op 10 juli af en de ministers dienden vervolgens hun ontslag in.
Twee maanden later op 15 september opende Z.M. de Koning het nieuwe parlementaire jaar en sprak de openingswoorden: “Mijn Heeren! Het is mij aangenaam, de vertegenwoordigers van het Nederlandsche volk weder bijeen te zien”, maar Jacobus Catharinus Cornelis den Beer Poortugael was hierbij niet als Minister van Oorlog aanwezig, want op 20 augustus was het Kabinet Van Lynden van Sandenburg aangetreden en hierin was voor hem geen plaats.
Met de carrière van de oud-minister kwam het overigens wel goed, want hij bereikte uiteindelijk de rang van luitenant-generaal b.d. bij de infanterie, werd lid van de Raad van State en smaakte het genoegen om in 1903 in de Nederlandse adel verheven te worden, waardoor zijn achterachterkleindochter ‘Bibi’ gravin van Zuylen van Nijevelt als jonkvrouwe Den Beer Poortugael ter wereld kwam.