Kasteel Heeswijk in Heeswijk Dinther vertelt in zijn verschijning het verhaal van de baronnen Van den Bogaerde van Terbrugge. De buitenkant laat zien dat er in de 19e eeuw flink bijgebouwd werd om het kasteel nóg indrukwekkender te maken. Hieraan dankt het kasteel zijn unieke IJzertoren, de neogotische galerij en de wapenzaal.
Afb. 2. De grote zaal met voorouderportretten van de Van den Bogaerdes van Terbrugge.
Het interieur laat de smaak, verzamelwoede en adellijke representatie van de eigenaren zien. Zo is er een grote zaal met een Ahnengalerie van de Van den Bogaerdes, een unieke Chinese eetkamer, mooie tegeltableaux in een trappenhuis en in een kleine torenkamer vind je een opmerkelijk plafond dat bestaat uit Chinees porseleinen bordjes. Overal in het kasteel vind je bijzondere voorwerpen met bijbehorende verhalen en de laatste kasteelheer, ir. Guillaume Charles Othon Alexandre Manuel Henri Joseph Marie Ghislain baron van den Bogaerde de Ter Brugge (1882-1974), liet niet na om zijn bezoekers te imponeren met de afstammingsbewijzen van zijn vele roemrijke voorouders – ook al deden die de waarheid soms nog weleens geweld aan.
U kunt het kasteel bezichtigen met behulp van een informatieve en leuke audiotour, maar overal staan ook gastvrije en enthousiaste vrijwilligers klaar, die veel anekdotes over het kasteel en zijn kleurrijke bewoners weten te vertellen. Op het voorplein zit naast een brasserie ook een restaurant en daarnaast nodigen de tuin, die door Copijn werd ingericht, en het landgoed uit voor nog meer aangenaam verpozen. Wie nog nooit op Heeswijk is geweest, die heeft echt wat gemist!
Afb. Het kasteel De Binckhorst in Den Haag door Louis Apol. Sinds 1908 in Haags adellijk bezit. Foto met hartelijke dank aan het Venduehuis in Den Haag.
Bij het Venduehuis in Den Haag vond op woensdag 16 november 2022 een zaalveiling plaats en op donderdag 17 november een online veiling van Old Masters, Nineteenth Century & Early Modern Art. Eén van de aangeboden lotnummers betrof een olieverfschilderij door Louis Apol, die tot de stroming van de Haagse School behoorde, van het kasteel De Binckhorst in Den Haag. Het komt uit adellijk Haags bezit met een interessante provenance en is sinds 1908 in het bezit geweest van één en dezelfde adellijke familie. De stichting Adel in Nederland kan de koper hierover meer informatie geven. Lees het verhaal over De Binckhorst hieronder.
Kasteel De Binckhorst kent een lange en roerige geschiedenis. De oudste vermelding dateert uit 1308 en de eerste bewoner zou Evert van den Binckhorst zijn geweest. Het kasteel kende in de loop der eeuwen vele eigenaren. De adellijke familie Snouckaert van Schauburg, waarvan een tak nog steeds tot de Nederlandse adel behoort met de titel baron, was in de jaren 1563-1678 eigenaar van De Binckhorst. Daarna wisselde het kasteel regelmatig van eigenaar, waarbij het onderhoud niet altijd zorgvuldig was en het verval toesloeg.
In de 19e eeuw kocht Franciscus Binkhorst (1786-1871) het kasteel en woonde hier in de jaren 1839-1846 met zijn echtgenote Maria Helena Koch (1784-1843). Hij was de zoon van een Amsterdamse koopman en werd zelf adjunct-commissaris van oorlog over Amsterdam en omliggende forten (1813-1814), kapitein van de Amsterdamse burgerij, vice-consul van Spanje in Amsterdam (1817-1821) en controleur bij het kadaster. De koop van De Binckhorst verleende status en gaf de familie de adellijke glans van een oude afkomst, terwijl de stamvader de 17e-eeuwse Twentse landbouwer Gerdt ten Binckhorst op het hofhorig erf Binckhorst bij Oldenzaal was.
De zoon van het echtpaar Binkhorst-Koch verkreeg in 1868 naamswijziging en werd in 1842 in de Nederlandse adel verheven. Als jonkheer Johannes Theodorus van Binckhorst van den Binckhorst (1810-1876) ging hij vervolgens door het leven, huwde jonkvrouwe Hyacinthe Caroline Emilie Gericke (1817-1884), werd burgemeester van Meerssen en lid van de Ridderschap van Limburg. Met het overlijden van zijn kleinzoon jonkheer Charles Henri Ernest Louis Joseph Noël van Binckhorst tot den Binckhorst (1882-1912) stierf de familie binnen de Nederlandse adel uit.
Het schilderij meet 70×55 cm, is gesigneerd door Louis Apol en is sinds 1908 altijd familiebezit geweest. Het hing vanaf 1908 in een groot Haags huis van een jonkheer, dat zeer rijk ingericht was, met vele schilderijen uit de in die tijd zeer geliefde Haagse School. De stichting Adel in Nederland kan meer informatie geven over de provenance.
Het schilderij werd getaxeerd op 5000-7000 euro. Veilingopbrengst: 17.000 euro.
Afb. 1. Een vitrine in het Maaseiland Museum in Stevensweert met herinneringen aan de grafelijke familie Von Hompesch-Rürich. Foto met hartelijke dank aan het Maaseiland Museum in Stevensweert.
Onder grote belangstelling heeft Museum Stevensweert op donderdag 30 april een belangrijke nieuwe stap gezet in zijn ontwikkeling. Tijdens een feestelijke bijeenkomst werden de nieuwe naam en het bijbehorende logo van het museum officieel onthuld. De nieuwe naam van het museum luidt Maaseiland Museum. De onthulling van zowel de nieuwe naam als het nieuwe logo werd verricht door Burgemeester Schneider van de gemeente Maasgouw. Met de nieuwe naam en visuele identiteit wil het museum zich krachtiger profileren als een eigentijdse plek waar geschiedenis, cultuur en vormgeving samenkomen. Het nieuwe logo vormt een brug tussen het rijke verleden van Stevensweert en de toekomst van het museum, waarin vernieuwing en toegankelijkheid centraal staan.
Afb. 2. Het alliantiewapen Von Hompesch-Rürich & Von Riedesel d’Eisenbach. Foto met hartelijke dank aan het Maaseiland Museum in Stevensweert.
Tegelijkertijd opende de tentoonstelling Identiteit in Beeld – van blazoen tot logo, waarvan de openingshandeling eveneens werd verricht door Burgemeester Schneider, samen met de heer Rudolph Galiart, kleinzoon van de heer Galiart die van 1900 tot 1927 burgemeester was van Stevensweert.
De tentoonstelling Identiteit in Beeld sluit naadloos aan bij de beoogde herpositionering van het museum. Aan de hand van historische wapenschilden, familiewapens, emblemen en moderne logo’s laat de expositie zien hoe identiteit door de eeuwen heen visueel is vormgegeven. Bezoekers ontdekken hoe symboliek, kleur en vorm worden ingezet om verhalen te vertellen en herkenbaarheid te creëren – van middeleeuwse blazoenen tot hedendaagse huisstijlen.
Aanleiding voor de tentoonstelling was een bijzondere schenking van de heer Galiart aan het museum: een 350 jaar oude zegelstempel afkomstig van Kasteel Walburg in Ohé en Laak, een erfenis van zijn grootvader. Met deze schenking ontstond het idee om een tentoonstelling te realiseren rond het thema identiteit door de eeuwen heen.
Afb. 3. Het 350 jaar oude zegelstempel Van Limburg Stirum, dat afkomstig is van kasteel Walburg in Ohé en Laak. Foto met hartelijke dank aan het Maaseiland Museum in Stevensweert.
Tijdens de opening benadrukte de voorzitter van het museum, Huub Peeters, het belang van deze dubbele lancering: “Met onze nieuwe naam en deze tentoonstelling laten we zien waar we voor staan: een museum dat het verleden zichtbaar maakt en tegelijkertijd verbinding zoekt met het heden.” De tentoonstelling biedt een inspirerende ervaring voor een breed publiek, van geschiedenis- en designliefhebbers tot gezinnen en scholieren. Tijdens de tentoonstellingsperiode zullen ook diverse lezingen en workshops georganiseerd worden.
Meer informatie daarover is te vinden op de website en de Facebookpagina van het museum.
De tentoonstelling loopt van 1 mei tot en met 1 november 2026.
Link naar de website van het Maaseiland Museum met meer informatie over o.a. bezoekmogelijkheden: Maaseiland Museum
Afb. 4. In het museum zijn vele herinneringen en verhalen te zien en te lezen over de familie Von Hompesch-Rürich. Foto met hartelijke dank aan het Maaseiland Museum in Stevensweert.Afb. 5. T/m 1 november 2026 kunt u deze tentoonstelling in Museum Maaseiland in Stevensweert bezoeken.
Afb. 1. De voorzijde van Schloss Reinhardtsgrimma, met een fraaie, gebogen voorgevel.
Er was eens een freule uit Olst, jonkvrouwe Alpheda Luise Teding van Berkhout (1863-1959), waarvan de vader een enorm suikerfortuin verdiende in Ned.-Indië. Hij verbouwde zijn Huis Hoenlo in Olst (dat in de ‘Ontdekking van de hemel’ van Harry Mulisch als ‘Groot Rechteren’ figureert) tot een vorstelijk landpaleis. Was zijn dochter hierdoor geïnspireerd?
Afb. 2. De grote zaal op de eerste verdieping, waar slotconcerten worden georganiseerd. De wandschilderingen, betimmeringen en kachels zijn hier nog origineel.
Na eerst gehuwd te zijn geweest met een graaf Van Limburg Stirum hertrouwde zij de Saksische generaal-majoor Maximilian Senfft von Pilsach en met haar geld werd in 1908 Schloss Reinhardtsgrimma gekocht en gerestaureerd. Hij overleed hier in 1931 en zij woonde hier tot in 1945.
Hoogbejaard moest zij toen vluchten voor het Russische leger en uiteindelijk overleed zij in Zwitserland.
Afgelopen week bezochten wij het kasteel en waren verrast door de kwaliteit van het Engelse landschapspark met cascade, een badtempel, een vijver met grot en een aha (zoek maar eens op wat dat is ).
Afb. 4. De achterzijde van het slot, dat uitkijkt over een fraai landschapspark.Afb. 5. In een landschapspark hoort natuurlijk ook een grot.
De voordeur ging ineens gastvrij open en wij kregen de gelegenheid het hele kasteel te bekijken en waren zelfs op de zolders. Heel hartelijk dank nogmaals aan onze gastheer en -vrouw voor deze geweldige ontvangst! Van de originele inrichting resteren nog kachels, betimmeringen in de tuinzaal, behangselschilderingen in de grote zaal en een charmant kamertje met Amsterdamse en Utrechtse tegels.
Natuurlijk werd ook het familiebegraafplaatsje bezocht, waar de freule uit Olst door de loop der geschiedenis nimmer met haar echtgenoot en haar jong overleden zoon werd herenigd.
In onze thema-serie Oorlog & Vrede van ons magazine, over Nederlandse adel in WO II, zal dit verhaal ook in een uitgebreidere versie worden opgenomen met meer foto’s. Voor 17,50 euro per jaar kunt ook u donateur worden en ontvangt u drie keer per jaar ons digitale magazine boordevol adellijke verhalen en adellijk nieuws in uw mailbox. Mail voor meer informatie naar info@adelinnederland.nl.
Afb. 6. De familiebegraafplaats, nabij het slot, waar alleen vader en zoon zijn bijgezet.
Afb. 1. Kasteel Ammersoyen is één van de zeven te bezichtigen kastelen van Geldersch Landschap & Kasteelen. Op Ammersoyen is nu een nieuwe publiekspresentatie te zien. Foto met hartelijke dank aan GLK.
Kasteel Ammersoyen werd eeuwenlang bewoond door het bekende adellijke geslacht Van Arkel, dat onder meer Hertogen van Gelre voortbracht. Bekend is het rijmpje ‘Brederode de edelste – Wassenaar de oudste – Egmond de rijkste – Arkel de stoutste’, dat over de onverschrokkenheid van de Van Arkels gaat. Daarna was het kasteel in het bezit van de opeenvolgende Belgische geslachten De Lichtervelde, Christyn de Ribaucourt en De Woelmont. Sinds 1957 is het in het bezit van Geldersch Landschap & Kasteelen, die het kasteel zijn oude luister heeft teruggegeven. Op Ammersoyen is sinds april dit jaar een nieuwe, zeer aantrekkelijke publiekspresentatie te zien, dus een goede aanleiding om dit kasteel eens gaan te bezoeken! Link: Kasteel Ammersoyen | Geldersch Landschap en Kasteelen
Afb. 2. Muurschilderingen in de grote zaal op basis van historische voorbeelden. Foto met hartelijke dank aan Ton Rothengatter/GLK.
Ammersoyen is één van de zeven opengestelde kastelen van Geldersch Landschap & Kasteelen. Kijk voor meer informatie over de zes andere opengestelde kastelen op Kastelen | Geldersch Landschap en Kasteelen
Nieuwe publiekspresentatie
In de zes meter hoge grote zaal is op basis van historische voorbeelden door een specialist op het gebied van (laat-)middeleeuwse muurschilderingen een mooie decoratieve band en daaronder een gordijn-imitatie in een felrode kleur aangebracht. In de museumzaal kunt u aan de hand van de vele bijzondere vondsten uit de slotgracht kennismaken met de bewoners van Ammersoyen en al hun unieke verhalen.
Ook de wapenkamer heeft een flinke facelift gekregen, met een groot podium en een achterwand gebaseerd op een 15de-eeuwse afbeelding uit Noord-Italië. Het pronkharnas van Hertog Willem I van Gelre is te zien, net als andere, door het Woud der Verwachting gemaakte attributen. Deze groep doet veel onderzoek om de middeleeuwen tot leven te brengen met re-enactment: het naspelen van historische gebeurtenissen. Er hangen middeleeuwse wapenschilden die minutieus zijn nagemaakt én, leuk voor jong en oud: er zijn diverse kledingstukken en accessoires om aan te proberen!
Afb. 3. Vele vondsten uit de gracht vertellen het verhaal van de bewoners. Foto met hartelijke dank aan GLK.
Afb. 4. In de wapenkamer kunt u zelf een harnas passen en zich even ridder voelen. Foto met hartelijke dank aan GLK.
Afb. 5. in de Grote Torenkamer is de slaapkamer in 17e-eeuwse stijl ingericht – om even weg te dromen in een andere tijd van Ridders en schone Jonkvrouwen. Foto met hartelijke dank aan GLK.Afb. 6. Jonkheer Daniël Théodore Gevers van Endegeest maakte in 1832 deze waterverftekening van Kasteel Ammersoyen vanuit het noordwesten. Het kasteel ziet er nu nog steeds hetzelfde uit, dankzij de goede zorgen van Geldersch Landschap & Kasteelen. Afmetingen onbekend. Rotterdam, Atlas van Stolk.
Afb. 1. Het echtpaar De Robineau de Villemont-Boullet. Foto met hartelijke dank aan het Venduehuis in Den Haag.
Op dinsdag 28 maart 2023 was bij het Venduehuis in Den Haag de online Classical Paintings and Drawings veiling, met o.a. deze portretten van het Franse adellijke echtpaar De Robineau de Villemont-Boullet. Lees het verhaal hierbij hieronder.
Lot 60 betrof twee portretten uit de 18e eeuw van het adellijke echtpaar De Robineau de Villemont-Boullet. Jules François de Robineau de Villemont, heer van Villemont (1738-1806) werd geboren op 26 november 1738 in Marseille als zoon van Pierre de Robineau de Beaulieu, heer van Beaulieu (1690-1764) en Marie-Josèphe Julie de Meyronnet de Saint Marc (1717-na 1768), die uit de familie van de baronnen De Saint Marc stamde en een dochter was van een Raad des Konings in het parlement van de Provence. De vader van Jules François stamde uit een geslacht dat teruggaat tot in de 16e eeuw. In de 17e eeuw werd een voorvader burger van Parijs en wijnhandelaar en maakte hiermee fortuin. Diens zoon, de grootvader van Jules François, maakte carrière in overheidsdienst en werd Raad van de Koning en Ontvanger-Generaal van de Financiën van de Provence. In de 17e eeuw kocht deze de heerlijkheden Belombre en Escolives in Auxerrois.
In Frankrijk maakt men wel onderscheid tussen ‘noblesse d’epée’ en ‘noblesse de robe’. De ‘noblesse d’epée’ is de zwaardadel en stamt af van de riddermatige adel, terwijl de ‘noblesse de robe’ de ambtsadel betreft en afstamt van hoge ambtsdragers, die in de adel verheven werden. De familie De Robineau is een mooi voorbeeld van ‘noblesse de robe’, die door hun snelle maatschappelijke stijging en huwelijken met leden van adellijke geslachten ging deel uitmaken van de adel van de Provence. Aanleiding voor hun verheffing in de adel in de 17e eeuw was de functie van Raad en Secretaris van de Koning bij de Kanselarij van de Provence.
Ook de vader van Jules François had hoge ambtelijke functies en was Commissaris van Oorlog voor de kust van de Provence, Ontvanger-Generaal van Financiën in de Provence en mede-oprichter, Lid en Directeur van de Academie van Marseille. In 1754 kocht zijn vader voor het kolossale bedrag van 160.500 livres de heerlijkheid Beaulieu. De oudste broer van Jules François zou zijn vader als heer van Beaulieu opvolgen en werd daarnaast Raad van het Parlement van Provence, maar Jules François werd heer van Villemont, dat zijn vader geërfd had, en volgde zijn vader als Commissaris van Oorlog op.
Jules François was luitenant in het regiment D’Angoumois in Louisiana en werd benoemd tot Ridder in de Militaire Orde van Saint Louis. Op 9 april 1771 trad hij in de kerk Sainte Marie in Toulon in het huwelijk met Marie Madeleine Boullet, dochter van een vooraanstaande en vermogende handelaar en meester-goudsmid uit Toulon, en zij kregen zeven kinderen: Jules Pierre (jong overleden), Blaise François Laurent, Joseph Marie (jong overleden), Philippe François (jong overleden), Louis Hippolyte Toulon, Charlotte Julie en Anne Louise Honorine de Robineau de Villemont. Zijn zoon Blaise François Laurent zou hem, na zijn overlijden, opvolgen als heer van Villemont.
Hoewel de familie overtuigd koningsgezind en aanhanger van de Bourbons was, koos de jongste zoon Louis Hippolyte Toulon de Robineau na de Franse Revolutie voor een carrière in het leger van Napoleon en maakte diens veldtochten naar Italië, Pruisen, Oostenrijk en (opnieuw) Italië mee. Hij werd uiteindelijk lijfwacht van de Koning met de rang van kapitein en werd benoemd tot Ridder in het Legioen van Eer. Ondanks zijn indrukwekkende carrière vergaf zijn familie hem zijn keuze niet en raakten zij gebrouilleerd.
Op dit portret draagt Jules François de Robineau een harnas, dat hij in werkelijkheid niet gedragen zal hebben, maar dat diende om zijn adellijke status te bevestigen en hem een glans van oude zwaardadel verleende.
De portretten betreffen pastel op papier en meten 44×36 cm (met lijst 58×49 cm). Ze werden getaxeerd op 800-1200 euro. Veilingopbrengst 3600 euro.
Afb. 2. Het Hôtel de l’Enfant in de Rue Portalis 25 in Marseille: onder het balkonhekje links de toegangspoort tot het vijf vensters brede voormalige stadspaleisje van de moeder van Jules François de Robineau de Villemont. Marie Josèphe Julie de Meyronnet de Saint Marc, douairière Pierre de Robineau de Beaulieu, heer van Beaulieu (1690-1764), kocht dit in 1768. Foto met dank aan Google Streetview.
Afb. 1. Het grafmonument voor de jonggestorven jonkheer met de omgekeerde toortsen als hekpaaltjes; symbool voor het uitgedoofde leven.
HET GRAF VAN JONKHEER HUGO ANTONIO LOPEZ DIAZ DA FONSECA (1814-1836)
Op de zeer fraai aangelegde begraafplaats Soestbergen in Utrecht – naar een ontwerp van J.D. Zocher uit 1830 – treft men veel adellijk funerair erfgoed. Eén voorbeeld hiervan is het opvallende grafmonument voor de jonggestorven voornoemde jonkheer Lopez Suasso Diaz da Fonseca.
Boven zijn graf verheft zich een afgeknotte zuil als symbool van het plotseling, jong afgebroken leven, waarop het familiewapen is aangebracht met daarboven een Brabantse baronnenkroon met zeven parels. Het familiewapen is omringd door een lauwerkrans, waarvan de bladeren, die altijd groen blijven, symbool staan voor het eeuwige leven en voor de onvergankelijkheid, maar de krans is tevens een symbool van eerbetoon aan de overledene.
Afb. 2. De tekst op het grafmonument.
Jonkheer Hugo Antonio Lopez Suasso Diaz da Fonseca werd geboren op 1 september 1814 te Horsham in Sussex (UK). Zijn vader, jonkheer Antonio Lopez Suasso Diaz da Foseca, stamde uit een Portugees-joods geslacht en een voorvader werd in 1676 door de Spaanse Koning Karel II verheven tot Baron van Avernas le Gras. De familie vestigde zich in de 17e eeuw in ‘s-Gravenhage en in 1831 volgde de erkenning in de Nederlandse adel en de benoeming in de Ridderschap van Zuid-Holland. Zijn moeder, Esther Elisabeth de Carteret, was afkomstig van het eiland Jersey en stamde uit een Franse adellijke familie.
Afb. 3. Het familiewapen Lopez Suasso Diaz da Fonseca.
Hij groeide als tweede kind in het gezin met een oudere broer en een jonger zusje en broertje de eerste jaren op in Horsham, Southampton en Plymouth. Hier woonde het gezin, omdat zijn vader na de Bataafse Revolutie in 1795 het land verlaten had en als kapitein in dienst getreden was bij de Horseguards. Na het overlijden van zijn moeder in 1829 nam zijn vader ontslag uit het leger en vestigde zich in Brussel, maar door de Belgische Opstand van 1830 ging het gezin in Nederland wonen. Jonkheer Hugo Antonio Lopez Suasso Diaz da Fonseca ging vervolgens letteren en rechten studeren in Utrecht, maar kwam hier op 27 januari 1836 op eenentwintigjarige leeftijd te overlijden. Zijn diepbedroefde vader stichtte hem een monumentaal graf, dat nog heden getuigt van dit grote verdriet.
Afb. 1. Kasteel d’Ursel in Hingene (nabij Antwerpen): een bezoek meer dan waard – en zeker nu met de tentoonstelling TALKING HEADS, waarin vier eeuwen familieportretten gecombineerd worden met het werk van hedendaagse kunstenaars!
De Nederlandse adel kent op dit moment geen leden met de titel van hertog, maar onder Koning Willem I werden er drie hertogen in de Nederlandse adel opgenomen, waaronder de hertog D’Ursel. Zijn nakomelingen kozen in 1830 na de Belgische afscheiding voor de Belgische nationaliteit en gingen hierdoor deel uitmaken van de Belgische adel, maar formeel behoren zij ook nog steeds tot de Nederlandse adel.
De hertogen D’Ursel hadden eeuwenlang, tot aan de verkoop in 1973, hun zomerverblijf op kasteel d’Ursel in Hingene. Sinds 1994 is het kasteel in het bezit van de provincie, die het restaureerde en er sindsdien succesvol vele activiteiten organiseert. In 2009 keerde een belangrijk deel van de oorspronkelijk inrichting terug dankzij een bruikleen van de 10e hertog: duizenden boeken en verder portretten, meubelen en siervoorwerpen. En nu is er deze bijzondere tentoonstelling, waarin familieportretten uit vier eeuwen van de hertogen D’Ursel te zien zijn samen met het werk van hedendaagse kunstenaars – een spannend contrast in een eeuwenoude hertogelijke ambiance!
Van statige hertogen tot dromerige kinderen, van bescheiden bedienden tot voorname verwanten, van melancholische figuren tot kleurrijke koppen: elk portret draagt de sporen van de tijd waarin het ontstond én van wie er werd afgebeeld. Oog in oog ontdek je het bijzondere verhaal achter elk gelaat.
Eddy Stevens (BE). Human Condition 21 (2023). Olie op doek. Privécollectie Courtesy of the artist & VCRB Gallery, Antwerpen – Knokke.
Thomas Lerooy (BE). Broken (2019)*. Olie op doek. Courtesy of the artist & rodolphe janssen, Brussel.
Claire Pauline de Ludre-Frolois, markiezin de Mun (FR). Antonine de Mun (1849–1931) verkleed als dorpsbruid (1868). Aquarel op papier Collectie hertog d’Ursel (langdurige bruikleen aan kasteel d’Ursel).
De tentoonstelling start met het oudste (1626) en het nieuwste (2026) familieportret. Verspreid over de drie verdiepingen van het kasteel ontdek je vervolgens portretten van de familie D’Ursel uit de tussenliggende vier eeuwen. Ook enkele verloren gewaande, maar onlangs teruggekeerde portretten (zie: Kasteel d’Ursel: drie portretten keren terug – ruim 50 jaar na diefstal – Adel in Nederland) zijn voor het eerst te zien.
TALKING HEADS combineert en confronteert de eeuwenoude familieportretten door Justus van Egmont, Charles-Pierre Verhulst, Philip de László, Joseph Vivien, Alexandre Delatour, Charles Le Clercq, Bernhard Seibert, Alexandre Thomas, Antonine de Mun, 6e hertogin d’Ursel, vele minder bekende en enkele anonieme meesters met werk van meer dan vijftig hedendaagse kunstenaars:
Mona Ardeleanu (DE), Omar Ba (SN), Stephan Balkenhol (DE), Raafat Ballan (SY), Lysandre Begijn (NL), Vilson Biçaku (AL), Michaël Borremans (BE), Julie Cockburn (UK), Daan Couzijn (NL), Stefaan De Croock (BE), Mattias De Leeuw (BE), Iris Devriendt (BE), Alioune Diagne (SN), Hans-Peter Feldmann (DE), Maen Florin (BE), Jeanno Gaussi (AF), Aurélie Gravas (FR), Kati Heck (DE), Volker Hermes (DE), Maarten Inghels (BE), Oda Jaune (BG), Gideon Kiefer (BE), Eveline Kieskamp (NL), Milan Kunc (CZ), Thomas Lerooy (BE), Enrique Marty (ES), Ryan Mosley (UK), Marion Moskowitz (FR), David Moy (US), Rémi Noël (FR), Julian Opie (UK), Victoria Palacios (FR), Steven Peters Caraballo (BE), François Roca (FR), Matthieu Ronsse (BE), Ben Sledsens (BE), Eddy Stevens (BE), Mieke Teirlinck (BE), Mickalene Thomas (US), Jesse Tomballe (BE), Hans van der Ham (NL), Levi van Veluw (NL), Floris Van Look (BE), Yves Velter (BE), Tinus Vermeersch (BE), Shirley Villavicencio Pizango (PE), Robin Wen (BE), Preta Wolzak (NL), Ulrike Martha Zimmermann (DE), Dirk Zoete (BE), Allison Zuckerman (US).
Afb. 4. In de salon met het unieke, roze Chinese behang zijn rechts twee recent teruggekeerde familieportretten te zien, die in 1972 bij een diefstal uit hun lijsten gesneden werden.Afb. 5. T/m 2 november kunt u deze unieke tentoonstelling TALKING HEADS, met een overzicht van vier eeuwen portretgeschiedenis, bezichtigen in kasteel d’Ursel in Hingene nabij Antwerpen. Link naar meer informatie over bezoekmogelijkheden: Kasteel d’Ursel
Afb. 1. De dorpskerk van Horssen met aan de voet van de toren de enige drie overgebleven zerken op het kerkhof.
Op het kerkhofje bij de dorpskerk van Horssen is niet veel van het funeraire verleden bewaard gebleven. Slechts drie zerken doorstonden de tand des tijds en de rest is verdwenen. Eén zerk is van het echtpaar Viëtor-Meijer. Hij was gepensioneerd kapitein en kwam uit een patriciaatsfamilie. De twee andere betreffen leden van de adellijke familie Bouwens van Horssen. Het meeste fraaie van deze twee is het graf van vader en dochter Bouwens van Horssen met het in steen uitgehouwen alliantiewapen Bouwens van Horssen-Gerbade, dat bovendien door een hekwerk omsloten is. De tweede zerk is bijna niet meer leesbaar en over de twee verdronken meisjes die hier begraven liggen, gaat dit verhaal.
In 1747 kwam het geslacht Bouwens door erfenis in het bezit van de heerlijkheid Horssen en ging zich vervolgens Bouwens van Horssen noemen. De eerste Bouwens uit de stamreeks kwam uit Maastricht en in latere generaties vestigde de familie zich in Amsterdam, waar zij als kooplieden in ijzer en later ook in geschut tot grote welstand kwam en tot de regentenklasse ging behoren. Van hun toenmalige welvaart en status getuigen nog steeds de bewaard gebleven 17e-eeuwse familieportretten door de schilder Ferdinand Bol.
Het vermogen en het bezit van Horssen droegen bij aan het aristocratiseringsproces van de familie en de nakomelingen werden uiteindelijk niet langer koopman, maar officier of burgemeester. Ook de huwelijken droegen hieraan bij en zo was er een huwelijk met een baron Du Tour en een Sirtema van Grovestins. In 1831 werd de status van de familie bevestigd door de verheffing in de Nederlandse adel van jonkheer Pieter Bouwens, heer van Horssen (1775-1843).
Afb. 2. Het graf van jonkheer Pieter Bouwens van Horssen (1775-1843) en van zijn oudste dochter freule Agatha Bouwens van Horssen (1812-1843), met aan het hoofdeinde het alliantiewapen Bouwens van Horssen-Gerbade (let op de leeuwenstaart die zich koket tussen de wapenschilden heen slingert).
Jonkheer Pieter Bouwens van Horssen was lid van de Provinciale Staten van Gelderland en burgemeester en secretaris van Horssen. In 1810 huwde hij Maria Jacoba Gerbade (1784-1852), die een dochter was van een schepen en raad van ’s-Hertogenbosch. Er werden vijf kinderen op het kasteel Horssen geboren: drie zoons en twee dochters. De jongste in het gezin was freule Margaretha en in de lente van 1830 kwam zij samen met haar vriendinnetje Rebekka Henriëtte Thesingh, afkomstig uit het naburige Druten, op tragische wijze om: beide meisje verdronken. Op 3 april verscheen er in de Opregte Haarlemsche Courant de volgende annonce voor de beide meisjes:
“Op den 28sten Maart 1830, overleed te Horssen, door een zeer treffend ongeluk, MARGARETHA, jongste Dochter van den Heer PIETER BOUWENS van HORSSEN, Heer en Burgemeester der Heerlijkheid Horssen, en Vrouwe MARIA JACOBA GERBADE, in den ouderdom van 10 jaren en 8 maanden; – en REBEKKA HENRIëTTE THESINGH, oudste Dogter van den Heer Mr. EGBERT THESINGH, Controleur van ’s Rijks Belastingen te Druten, en wijlen Vrouwe HENRIëTTE PETRONILLE van der UPWICH, in den ouderdom van 9 jaren en 2 maanden.”
Afb. 3. De vrijwel niet meer leesbare zerk van de verdronken freule Margaretha en haar vriendinnetje Rebekka Henriëtte met een reconstructie van de tekst hierop, waarbij de vetgedrukte letters de nog enigszins leesbare zijn.
In 1900 stierf de familie Bouwens van Horssen uit. De familieportretten vererfden buiten de familie tot ze in 1957 aan de stichting Geldersche Kasteelen werden geschonken. Wat in Horssen aan de familie herinnert, is het huis Horssen, hun wapen op de herenbank in de kerk en twee graven op het kerkhof, waaronder een nauwelijks meer leesbare van een verdronken tienjarige freule en haar vriendinnetje van negen jaar.
Bij de opening van de WorldPride zei Koningin Máxima onder meer: “Ik wens jullie geweldige dagen. Hou elkaar vast, steun elkaar en geniet ervan!” Vandaag is de jaarlijkse Canal Parade, waarbij een kleurrijke stoet door de Amsterdamse grachten vaart. AiN wenst iedereen op zijn/haar eigen wijze een kleurrijke en feestelijke dag toe!
Een kleurrijke en zeer gedreven persoonlijkheid was ook jonkheer Floris Willem Marie Michiels van Kessenich (1957-1991) en met zijn ludieke acties haalde hij regelmatig de landelijke pers. Het waren acties tegen discriminerende wetgeving in binnen- en buitenland, maar ook acties binnen het onderwijs en de rooms-katholieke kerk. Hierbij maakte hij heel bewust gebruik van zijn naam en afkomst en zo liep hij op Roze Zaterdag 1983 in Leiden mee in pak met een bord ‘Adel loopt ook mee’. Onder mede-studenten kreeg hij al snel de bijnaam ‘Freule Michiels van Kessenicht’
Afb. 2. De biografie uit 2000 over Floris Michiels van Kessenich door Jos Verstegen.
Hij richtte in 1979 de Donderdagavond Eetclub op (www.donderdagavondeetclub.nl) en richtte Dignity Nederland op, een organisatie voor katholieke homo’s. In 1991 overleed hij aan de gevolgen van Aids. Zijn nalatenschap leeft voort in Stichting De Rose Jo(n)ker, die acties in de geest van Floris ondersteunt (www.rosejonker.nl).
In 2000 verscheen er een biografie over hem door Jos Verstegen: ‘Floris Michiels van Kessenich, homo-activist in corps, kerk en politiek’.