Kasteel Amerongen: expositie van Pronkstukken & Prullaria

Afb. 1. Teruggekeerde pronkstukken en prullaria geven een goed beeld van het leven van weleer op kasteel Amerongen.

Kasteel Amerongen is weer open en heet bezoekers welkom terug met een bijzondere expositie: Welkom terug! Pronkstukken & Prullaria. Want niet alleen de bezoekers zijn weer terug in het museum, ook bijzondere inventarisstukken zijn teruggekeerd. Met een kleine expositie van een selectie uit de teruggekeerde stukken krijgt de bezoeker een nog completer beeld van hoe de vele generaties in het kasteel hebben gewoond.

Kasteel Amerongen is uniek in zijn soort, het interieur en de collectie van driehonderd jaar adellijke bewoning is nagenoeg volledig intact gebleven. Nog steeds keren spullen terug in het kasteel. De afgelopen jaren is de collectie van Kasteel Amerongen verrijkt met de meest uiteenlopende stukken die ooit deel uitmaakten van de inventaris. Zo is het museum in het bezit gekomen van twee achttiende-eeuwse zilveren schotels, een negentiende-eeuwse kristallen waterkaraf, maar ook alledaagse gebruiksvoorwerpen, tijdschriften en een plastic kinderservies van Thunderbirds uit 1966.

Welkom terug
De voorwerpen die tentoongesteld worden tijdens de expositie vormen een bonte verzameling die soms na lange omzwervingen de weg terug naar huis hebben gevonden. Maar Kasteel Amerongen verwelkomt niet alleen deze voorwerpen terug in huis. Na de coronasluiting van ruim vijf maanden verwelkomen wij ook weer bezoekers en vrijwilligers terug in huis en tuin.

De expositie Welkom terug! Pronkstukken & Prullaria is van 10 juni tot 28 november te zien bij Kasteel Amerongen. Bezoek https://www.kasteelamerongen.nl/ voor actuele openingstijden en online kaartverkoop.

Afb. 2. Kasteel Amerongen in de ochtendzon.

Het verhaal bij het portret van Marie de Serière née Eschauzier

Afb. 1. Marie Eschauzier echtgenote van jonkheer John de Serière met haar zoon jonkheer Emile de Serière en dochter jonkvrouwe Yvonne de Serière. Portret door Antoon van Welie, 1909. Foto met hartelijke dank aan het Venduehuis in Den Haag.

Op woensdag 30 mei 2018 vond bij het Venduehuis in Den Haag de Spring Auction European Fine Art plaats. Eén van de bijzondere items was dit portret door de destijds gevierde societyschilder Antoon van Welie van Marie de Serière née Eschauzier, waarop zij samen met haar zoon jonkheer Emile en dochter jonkvrouwe Yvonne de Serière staat afgebeeld.

Jeugdjaren Marie Eschauzier
Marie Eschauzier werd geboren op 9 mei 1873 op de suikerfabriek Sroeni op Soerabaja in het toenmalige Ned.-Indië. Haar vader, Gerrit Eschauzier (1844-1939), stamde uit een patriciaatsfamilie van Franse afkomst, maar groeide op het eiland Terschelling op, waar zijn grootvader burgemeester was. Net als zijn broers vertrok hij op jeugdige leeftijd naar Ned.-Indië en maakte daar carrière. Nadat hij in korte tijd administrateur bij een aantal suikerondernemingen was geworden, werd hij in latere jaren directeur en commissaris van verschillende ondernemingen. Bij zijn overlijden noemde men hem ‘een zeer bekend magnaat der suikerindustrie op Java en Nederlandsch afgevaardigde naar diverse internationale suikerconferenties.’ Haar moeder, Emilie von Oven (1849-1929), stamde uit een van oorsprong Duitse familie. Haar vader had eveneens een nieuw bestaan gezocht in Ned.-Indië en was hier suikerfabrikant geworden.

Marie groeide op als tweede kind in een gezin met een oudere broer en na haar zouden er nog twee broertjes en drie zusjes volgen. Toen zij 23 jaar was, trad zij op 7 juli 1896 in ’s-Gravenhage, waar het gezin Eschauzier-Von Oven toen woonde, in het huwelijk met jonkheer John de Serière, die op dat moment als Oost-Indisch ambtenaar met verlof in ’s-Gravenhage verbleef. Voor de bruidegom traden als getuigen op Alexander Philippus Godon en mr. Hendrik Nicolaas Grobbée, terwijl de bruid twee familieleden had uitgekozen: haar oom Gerard Joachim Eschauzier en haar neef Herman Gerhard von Oven. De eerste drie waren, gezien hun leeftijd, zonder beroep, maar haar neef was ‘directeur eener Maatschappij’.

Afb. 2.Het familiewapen De Serière.

Jeugdjaren jonkheer John de Serière
Jonkheer John de Serière werd geboren op 21 mei 1858 in Tangkil op Cheribon. Zijn vader, jonkheer Victor Paul Gaspard de Serière (1813-1893), stamde uit een van oorsprong Frans geslacht, waarvan de adeldom in 1717 bevestigd werd. In de 18e eeuw vestigde een voorvader zich in Nederland. De grootvader van jonkheer John, jonkheer ds. Guillaume de Serière, was aanvankelijk predikant bij de Waalse gemeente in Zutphen, maar werd daarna predikant in Batavia. Hier stapte hij over op een bestuurlijke carrière en werd van assistent-resident vervolgens resident om uiteindelijk gouverneur der Molukken te worden. In 1868 werd hij met zijn nakomelingen ingelijfd in de Nederlandse adel met het predikaat jonkheer.

Ook de vader van jonkheer John werd bestuursambtenaar en bracht het tot resident van Cheribon. Zijn moeder, Johanna Petronella Stijman (1824-1913), was de dochter van een kolonel bij het Oost-Indisch Leger, die Ridder in de Militaire Willems-Orde 4e klasse zou worden. Jonkheer John groeide op met twee oudere broers en een ouder zusje en na hem werden er nog twee zusjes en een broertje geboren. Net als het merendeel van zijn broers en zwagers werd hij bestuursambtenaar in Ned.-Indië. Aanvankelijk was hij controleur van het Binnenlands Bestuur op Java en Madoera en uiteindelijk werd hij controleur 1e klasse.

Afb. 3. De overlijdensannonce in de Haagsche Courant van 30 juni 1909.

Haagse jaren
In Ned.-Indië werd op 14 april 1897 in Grati (Pasoeroean) hun zoon jonkheer Emile Gerrit de Serière geboren en na terugkeer in Nederland werd op 21 april 1902 in ‘s-Gravenhage het gezin uitgebreid met hun dochter jonkvrouwe Yvonne Bátrice Marie de Serière. Het gezin woonde in ’s-Gravenhage aan de Johan van Oldenbarneveltlaan 31 in een groot nieuwgebouwd herenhuis met twee verdiepingen en een rijk uitgevoerde voorgevel in jugendstil met een groot balkon.

Op 26 juni 1909 kwam Marie de Serière née Eschauzier onverwachts in ‘s-Gravenhage als ‘geliefde Echtgenoote’ op zesendertigjarige leeftijd te overlijden en liet een echtgenoot en twee kinderen van 12 en 7 jaar achter. Kort daarvoor had zij zich samen met haar twee kinderen door de toenmalige societyschilder Antoon van Welie laten portretteren. Was zij al langer ziek en wilde zij haar kinderen zo een tastbare herinnering van zichzelf nalaten? Vier jaar later overleed op 23 juni 1913 in ‘s-Gravenhage ook ‘tot onze diepe droefheid, onze hartelijk geliefde Vader, Zoon en Behuwdzoon’ jonkheer John de Serière. Omdat beide kinderen nog minderjarig waren, werd de annonce geplaatst uit naam van de grootmoeder, de douairière De Serière.

Jonkheer mr. Emile de Serière
En de kinderen? Jonkheer mr. Emilie Gerrit de Serière Studeerde rechten in Leiden, waar hij in 1920 promoveerde, en trad vervolgens in diplomatieke dienst. Na eerst in de jaren 1922-1924 als attaché aan het Nederlands gezantschap in Washington verbonden te zijn geweest, werd hij in 1924 gezantschapssecretaris 2e klasse in Tokio. Hier huwde hij op 30 mei 1928 de Italiaanse gravin Annetta Guglielmina Silvia Maria Alagia della Torre di Lavagna (1901-1982). Een glansrijke carrière leek voor hem in het verschiet te liggen, maar toen werd hij ziek. Hij keerde met ziekteverlof terug naar Nederland en werd uiteindelijk opgenomen in het Gemeente Ziekenhuis, waar hij op 19 februari 1929 overleed, nog maar 31 jaar oud.

Na een plechtige Requiemmis in de Haagse R.K. Kerk van de H. Jacobus aan de Parkstraat, volgde onder grote belangstelling de bijzetting op de Algemene Begraafplaats, waarbij ‘tal van kransen’ de baar dekten. De minister van Buitenlandse Zaken werd vanwege verblijf in het buitenland vertegenwoordigd door de secretaris-generaal jonkheer mr. Snouck Hurgronje. Daarnaast waren de gezanten van Japan, Italië en Tsjecho-Slowakije aanwezig, net als de 1e secretaris bij de Italiaanse legatie. Jonkheer Snouck Hurgronje sprak aan het graf ‘woorden van innige deelneming’ over ‘het groote leed, dat de familie thans getroffen heeft’ en betuigde zijn leedwezen ‘voor het verlies dat ‘s lands dienst door het heengaan van Serière heeft geleden’. Zijn weduwe keerde terug naar Italië en hertrouwde twintig jaar later de diplomaat jonkheer mr. Dirk van Eysinga, die uiteindelijk in de jaren 1968-1969 ambassadeur in Boekarest zou worden.

Jonkvrouwe Yvonne de Serière
Dochter jonkvrouwe Yvonne Béatrice Marie de Serière trad op 2 december 1924 in ’s-Gravenhage in het huwelijk met mr. Jacob Marinus van Bosse, die uit een patriciaatsfamilie afkomstig was. Zijn grootvader was minister van Financiën en Minister van Staat, terwijl zijn vader zich als civ. ing. in Ned.-Indië vestigde. Bij het huwelijk traden haar broer en grootvader Eschauzier als getuigen op. Haar echtgenoot was eerst directeur van het bijkantoor van Scheurleer & Zoonen’s Bank. Vervolgens werkte hij voor de N.V. Ned. Handels Mij. en werd uiteindelijk directeur van de Ned.-Indische suikerunie en Bogokidoel N.V. Samen kregen zij twee zonen en een dochter. Op 7 oktober 1992 overleed zij in ’s-Gravenhage op negentigjarige leeftijd, nadat eerder dat jaar op 11 mei haar echtgenoot was overleden.

Het schilderij betrof kavel 34, meet 118 x 133 cm en werd geschat op 1500-2000 euro. Het werd geveild voor 1300 euro.
Kijk voor de catalogus online van deze veiling terug op https://wavemaker.venduehuis.com/auction?auction=92 Voor meer informatie over het Venduehuis der Notarissen in Den Haag zie www.venduehuis.com.

Veilingnieuws 8 t/m 10 juni Zeeuws Veilinghuis: wapenporselein

Afb. Borden en kop en schotels met familiewapens in de aankomende veilingen bij het Zeeuws Veilinghuis. Foto’s met hartelijke dank aan het Zeeuws Veilinghuis/https://zeeuwsveilinghuis.nl/.

Van 8 t/m 10 juni vindt bij het Zeeuws Veilinghuis een grote veiling plaats van Aziatica, schilderijen, kunst en antiek, waaronder wapenporselein. Lees het verhaal hierbij hieronder of kijk in de online catalogus (met mogelijkheid voor online bieden!) om te zien wat er verder geveild wordt op https://zeeuwsveilinghuis.cloudcatalogus.nl/Home/Catalog

Opvallend in oude boedelinventarissen uit adellijk en regenten bezit is de grote hoeveelheid porselein die hierin wordt aangetroffen. Porselein – in adellijk taalgebruik ‘blauw’ genoemd – was geliefd en werd graag verzameld. Het kon op kasten, commodes en schoorsteenmantels geëtaleerd worden en getuigen van de rijkdom van een familie. Soms werden er zelfs speciaal serviezen op bestelling gemaakt (Chine de commande) met het familiewapen.

Al sinds 1602 worden er veilingen van Chinees porselein in Middelburg gehouden en het Zeeuws Veilinghuis zet deze traditie voort. Tot de aangeboden kavels behoren onder meer het hier afgebeelde porselein uit de 18e eeuw met familiewapens. Op de kop en schotels staan de wapens van een echtpaar. We zijn benieuwd wie deze wapens kan identificeren!

Kijk voor de catalogus online (met de mogelijkheid voor online bieden) op https://zeeuwsveilinghuis.cloudcatalogus.nl/Home/Catalog

Zaterdag 5 juni: Slot Zuylen opent weer zijn poorten!

Afb. 1. Op Slot Zuylen zijn de vele vrijwilligers er klaar voor en vanaf zaterdag 5 juni staan de poorten weer voor u open!

De poorten van Slot Zuylen worden weer geopend! Vanaf zaterdag 5 juni is Slot Zuylen geopend voor publiek. Koop nu online een ticket en reserveer een tijdslot voor een kasteel- en tuinbezoek https://slotzuylen.ticketteam.com/#/tickets/type

Nieuwe openingstijden: woensdag t/m zondag van 11:00 – 16:00 uur.

In 1617 kocht Adam van Lockhorst (ca. 1587-1656) Slot Zuylen en sindsdien bleef het eeuwenlang familiebezit. Via zijn dochter Anna Elisabeth van Lockhorst (†1656), die gehuwd was met Gerard van Reede (1624-1670), vererfde het slot op zijn kleindochter Anna Elisabeth van Reede (1652-1682). Haar huwelijk met Hendrik Jacob van Tuyll van Serooskerken (1642-1692) bracht Slot Zuylen in dit geslacht. Slot Zuylen werd tot 1951 bewoond door de baronnen Van Tuyll van Serooskerken, maar om de continuïteit van het kasteel en de inboedel te garanderen, werd het geheel vervolgens in 1952 in een stichting ondergebracht. Slot Zuylen is sindsdien opengesteld voor bezoekers.

Afb. 2. De eetzaal met negen generaties Van Tuyll van Serooskeren aan de wand.

Opeenvolgende generaties hebben het kasteel aan de smaak van hun tijd aangepast en hiermee biedt het slot een compleet beeld van adellijke wooncultuur door de eeuwen heen. Slot Zuylen bezit een voor Nederland unieke Ahnengalerie: in de eetzaal hangen negen generaties Van Tuyll, die levensgroot zijn afgebeeld. De beroemdste bewoonster was de schrijfster Belle van Zuylen, die in haar boekje Le Noble de hoofdpersoon liet verzuchten: “Wij hebben voorvaderen van de zolder tot de kelder”. Op Slot Zuylen zijn deze portretten bewaard gebleven en bieden daarmee niet alleen een mooie staalkaart van meerdere eeuwen portretschilderkunst, maar ook van adellijke representatie van een prominente adellijke familie.

Kijk voor meer informatie over Slot Zuylen en bezoekmogelijkheden op de website https://www.slotzuylen.nl/

Afb. 3. De schouw in de beroemde gobelinzaal. Het portret links boven de deur is Ernst van Reede, heer van Drakestein (†1640), voorvader van de familie Van Tuyll van Serooskerken.
Afb. 4. Een detail van de gobelins met in de verte een verdroomd kasteel.
Afb. 5. Een uniek familieportret: Godard van Reede (1588-1648) met zijn kinderen en zijn overleden eerste echtgenote Emerentia Oem van Wijngaerden en zijn tweede echtgenote Catharina van Utenhove.
Afb. 6. Zicht op Slot Zuylen met op de voorgrond de slangenmuur; een golvende muur met leifruit.

 

Nieuwe stichting Dag van het Kasteel

Van links naar rechts: Janneke van Dijk, Marit Berends, Heidi gravin van Limburg Stirum, Hidde van Kersen, Nathalie barones van Verschuer.

Klimaatverandering, toerisme, energietransitie en een alsmaar terugtrekkende overheid vergroten de toenemende druk op de ruimte in ons land. Zo ook op kastelen, buitenplaatsen en landgoederen en hun historische groen. Draagvlak creëren voor en bekendheid geven aan dit erfgoed wordt daarom steeds belangrijker. Dag van het Kasteel zet zich hier al jaren voor in.

Met de oprichting van een zelfstandige stichting gaat het landelijke evenement een volgende fase in. De nieuwe stichting gaat zich inzetten om dit erfgoed nog sterker op de kaart te zetten. Zij heeft hiervoor de groeiambitie van 100.000 bezoekers en 150 deelnemende locaties geformuleerd.

Het nieuwe bestuur dat bestaat uit voorzitter Nathalie barones van Verschuer, penningmeester Hidde van Kersen en secretaris Marit Berends neemt een frisse nieuwe blik mee. De continuïteit wordt gewaarborgd door Heidi gravin van Limburg Stirum en Janneke van Dijk. Zij gaan respectievelijk als producent en curator van het evenement aan de slag.

Met Nathalie barones van Verschuer, bewoner en directeur van landgoed Mariënwaerdt in Beesd, haalt de stichting organisatorische deskundigheid in huis. “Ik ben deze uitdaging aangegaan omdat ik mij wil inzetten voor behoud van historisch erfgoed. Wij organiseren al 25 jaar evenementen op Mariënwaerdt en ik wil graag mijn opgebouwde expertise delen voor dit doel.  Dit evenement is belangrijk omdat we op Dag van het Kasteel bezoekers laten zien hoe rijk Nederland nog is aan kastelen en buitenplaatsen. Ik heb er vreselijk veel zin in. ”

Marit Berends is historicus en fondsenwerver bij Paleis Het Loo. “Laten zien en uitdragen hoe belangrijk, relevant en leuk geschiedenis en cultuur is, is wat ik doe in mijn werk en in mijn vrije tijd als Cultuursnuiver op Instagram. Ik kijk er heel erg naar uit om eraan bij te dragen de historische en maatschappelijke interessante verhalen over kastelen en buitenplaatsen aan een steeds breder en nieuw publiek te vertellen.”

Hidde ven Kersen is een ervaren bestuurder. “Ik zet me graag in voor natuurbescherming en duurzaamheid; dat zijn ook centrale thema’s op landgoederen, waar wonen en werken en natuur al eeuwen samengaat.”

Heidi gravin van Limburg Stirum: “Janneke en ik bruisen van de nieuwe ideeën en plannen om Dag van het Kasteel uit te bouwen tot een nog groter evenement. Met enthousiasme zetten wij ons samen met het bestuur in om onze ambities waar te maken. Na twee jaar een ‘kleine dag’ door corona staan wij te popelen om 100.000 bezoekers te ontvangen!”

Janneke van Dijk: “Als curator bewaak ik de inhoud van Dag van het Kasteel. Ik vind het een heel mooie uitdaging om elke editie de historie van kastelen en buitenplaatsen te verbinden aan de actualiteit met steeds andere mooie en prikkelende thema’s.”

Dag van het Kasteel vindt volgend jaar plaats op 6 juni 2022, tweede pinksterdag. Het thema van de volgende editie is Een ramp is van alle tijden. Hiermee sluit Dag van het Kasteel aan bij het jubileumjaar van Rampjaar 1672 en alle activiteiten die georganiseerd worden in het kader van dit jaar.

Dag van het Kasteel is een initiatief van de Nederlandse Kastelenstichting.

Menkemaborg 100 jaar museum: het verhaal van de laatste jonkheer Alberda van Menkema

Afb. 1. Het portret van jonkheer Gerhard Alberda van Menkema (1829-1902), kamerheer des Konings i.b.d. Hij was de laatste Alberda van Menkema. De tak van de jonkheren Alberda van Ekenstein bloeit nog steeds voort.

Dit jaar is het 100 jaar geleden dat de Menkemaborg met ruim zes hectare grond door de erfgenamen van de laatste jonkheer Alberda van Menkema aan het Groninger Museum geschonken werd en het een museum kon worden, zoals dat nu nog steeds te bezoeken valt. In de schenkingsakte schreven jonkheer Gerhard, jonkvrouwe Johanna Catharina, jonkheer Unico Evert, jonkheer Jan Ernst,  jonkvrouwe Josina Petronella (gehuwd met jonkheer van Citters), jonkheer Edzard Willem en jonkheer mr. Jean François Lewe van Nijenstein, allen neefjes en nichtjes van de laatste jonkheer Alberda van Menkema,  ‘dat zij in overeenstemming met den wensch hunner moeder, en ter nagedachtenis aan het in negentienhonderd twee uitgestorven geslacht Alberda van Menkema, uitdrukking willen geven aan hun gevoelen, dat “de Borgh Menkema” met omgeving moet blijven bestaan, opdat ook in komende tijden worde genoten van al wat dan door de natuur en mensch is tot stand gebracht.’

Vanaf 5 juni is ook de Menkemaborg weer te bezoeken. Lees meer op http://www.menkemaborg.nl/

De laatste Alberda van Menkema
Jonkheer Gerhard Alberda van Menkema, heer van Dijxterhuis, is de laatste Alberda van Menkema. Hij werd geboren op 31 oktober 1829 op de Menkemaborg als zoon van jonkheer mr. Unico Allard Alberda van Menkema (1803-1859) en jonkvrouwe Josina Petronella Polman Gruys (1803-1854). Na hem werden er nog twee broertjes en een zusje geboren. In 1845 erfde hij van zijn oudtante Wilhelmina Jeanne Alberda de borg Dijxterhuis, waardoor hij zich hier heer van mocht noemen. In 1851 overleed zijn tweede broertje, jonkheer Jan Ernst, die in Groningen rechten studeerde, nog maar 19 jaar oud. Drie jaar later overleed zijn moeder en acht jaar later overleed ook zijn vader, zodat hij de verantwoordelijkheid kreeg voor de Menkemaborg en zijn jongste broertje jonkheer Edzard Willem; deze was geestelijk niet geheel volwaardig en bleef net als hij ongehuwd.

Het jaar 1873 bracht koninklijk bezoek op de Menkemaborg: Koning Willem III bezocht in mei de provincie en op 24 mei bezocht hij de feestelijk versierde borg: ‘Hedenmorgen is Z.M. uitgereden naar dat deel van de provincie dat gewoonlijk „het hooge land” genoemd wordt. Over Adorp, Winsum, Baflo, Warfum en Usquert gaat de tocht naar Uithuizen. Te Warfum zal Z. M. de Hoogere Burgerschool bezien en te Usquert de plaats en de landbouw-inrichting van den Heer R.E. Huisman, lid van de Staten der provincie. Op den ouden burg Menkema zal de Heer G. Alberda Z.M. een déjeuner aanbieden en daarna wordt de route naar Groningen teruggenomen over Kantens, Middelstum en Bedum.’

Afb. 2. De Menkemaborg: 100 jaar museum dit jaar en vanaf 5 juni weer te bezoeken.

Een vers voor de Koning
In 1936 schreef zijn nichtje freule Cateau, voluit jonkvrouwe Johanna Catharina Lewe van Nijenstein (1861-1943), die 12 jaar oud bij het déjeuner mocht aanzitten: “Ik mocht er bij aan tafel zijn, omdat men vreesde dat de Koning niet hield van het getal 13.” Aan tafel zaten naast de negen officiële genodigden en ‘Oom Gerard’, ook de in zijn capaciteiten beperkte ‘Oom Es’ en haar ouders, die een zus en zwager waren van beide broers.

Vooraf bood freule Cateau de Koning een bouquet aan en droeg het volgende vers voor:

‘O, Koning Willem hoog in ’t Noorden
Aan Neerlands alleruiterst strand
Bied ik een Kind, met gulle hand
Deez bloemen U, ik heb weinig woorden
Maar dit, o Koning weet voor vast
’t Huis Menkema staat tal van jaren
Maar nooit heeft het grooter eer ervaren
Dan nu het zijn Koning heeft te gast
En héél het volk hier langs de zee
Roept Welkom Koning met mij mee
Neem Koning deez mijn bloemen aan
En dat het U steeds wel moog gaan.’

Een maand later volgde als dank voor de genoten gastvrijheid een bijzonder eerbewijs: ‘Z.M. de Koning heeft jhr. G. Alberda van Menkema tot HD. (Hoogst Dezelve – red.) kamerheer in buitengewone dienst benoemd.’ In deze functie was hij vaak bij bijzondere gelegenheden aanwezig, zoals bij de Inhuldiging van Koningin Wilhelmina in 1898.

Afb. 3. De herenkamer.

Na het overlijden van zijn broer in 1887 en zijn zusje in 1891 bleef hij als laatste van het gezin over. Of hij zijn einde voelde naderen, is niet bekend, maar op 7 april 1902 verkocht hij voor 1000 gulden het collatierecht van Westernieland en Saaxumhuizen aan de kerkelijke gemeenten aldaar en deed hij daarmee afstand van de zeggenschap over de benoeming van de predikant. Vijftien dagen later overleed hij op tweeënzeventigjarige leeftijd in Groningen als laatste van de tak Alberda van Menkema.

Vijf maanden later vond de veiling plaats van ‘Den deftigen inboedel’ van zijn huis in Groningen: ‘Mah. Secretaires, Tafels, Canapé, Fauteuils, Stoelen, Spiegels, Kabinetten, Pendule, twee prachtige groote Vazen, Kristal, Glaswerk, Keukengereedschappen, Ledikanten, Toiletspiegels, uitmuntende Beddegoederen, Damasten tafelgoed, Antiek Porselein, GOUD en ZILVER, w.o. gegraveerde Scheppersbeker, Tafelzilver, Messen met Zilveren hechten, Candelabres, Kandelaars, Zilveren Theekistjes, 4 Theepotten, Koffiepot, Melkkannen, Suikerpotten, Sauskommen, Waterkan en ander Zilveren voorwerpen.’

Afb. De keuken in de Menkemaborg.

Ook op de Menkemaborg waren er veilingen: ‘MEUBILAIRE en HUISHOUDELIJKE GOEDEREN, diverse en prachtige antieke Kasten, w.o. met palissander Snijwerk, Kabinetten, Oost-indische Kisten, Beelden, Kanonnen, Kronen, Wedgwood-Serviezen, Kristal, uitmuntende Beddegoederen, Koper- en Tingoed; prachtige Oranjeboomen en andere Planten. VOORTS NOG EEN PAARD, ZES RIJTUIGEN, als: Coupé, Barouchette. Breack, Jachtwagen, Tentwagen, Matwagen je, Boerenwagens, Wipkarren enz. en eindelijk nog eene partij Kippen.’

De kijkdagen trokken veel belangstelling – de Telegraaf berichtte over niet minder dan 1600 personen – en de toegang van 10 cent was voor de armenzorg in Groningen en Uithuizen. De borg Dijxterhuis werd afgebroken, maar zijn erfgenamen schonken de Menkemaborg in 1921 aan het Groninger Museum, die het zó inrichtte alsof de Alberda’s van Menkema nooit zijn weggeweest.

Voor meer informatie over de Menkemaborg en bezoekmogelijkheden zie http://www.menkemaborg.nl

Dit verhaal stond in Jaargang 1, nr. 3 – juni 2017 van het magazine van de stichting Adel in Nederland. Wilt u ook dit digitale magazine boordevol adellijke verhalen en adellijk nieuws vier keer per jaar in uw mailbox ontvangen? Wordt dan voor 17,50 euro per jaar donateur. Mail voor meer informatie naar info@adelinnederland.nl

Dag van het Kasteel 2021 breekt digitale records

Afb. Jonkheer Robert Quarles van Ufford (rechts), die voorzitter is van de Nederlandse Kastelenstichting, bracht op de Dag van het Kasteel een bezoek aan kasteel Amerongen. Hier ontmoette hij Alain de Brauwere, wiens moeder Louise Adrienne Jacoba gravin van Aldenburg Bentinck is. De familie Van Aldenburg Bentinck verkocht in 1977 het kasteel met de inboedel en de tuinen aan de Stichting Utrechtse Kastelen om het als eenheid in stand te kunnen houden. Sinds 1982 zet de Stichting Kasteel Amerongen dit voort, maar de nakomelingen van de Van Aldenburg Bentincks zijn nog steeds betrokken bij kasteel Amerongen.

Maandag 24 mei, Dag van het Kasteel, brachten 57.000 mensen een bezoek aan de website https://dagvanhetkasteel.nl. Met het totaal van 300.000 bezoekers aan de website deze maand is het eerdere record van de editie 2019 verbroken.

Net als vorig jaar was ook nu de website het middelpunt van Dag van het Kasteel. Hier zijn ruim 60 achtergrondverhalen te lezen rondom het thema van Dag van het Kasteel dit jaar, Wat? Water! De rol van water op kastelen en buitenplaatsen.

Verschillende locaties hadden een bijzonder programma dat, ondanks het weer (dat zich helemaal aanpaste aan het thema Water!..), veel bezoekers trok. Ook konden mensen aan de wandel met de Spacetime layers app. Ruim 9.000 mensen maakten hier gebruik van en liepen één van de 26 waterwandelingen uit de app.

Hele jaar door kastelen en buitenplaatsen onder de aandacht
Directeur van de Nederlandse Kastelenstichting Heidi gravin van Limburg Stirum: “Het mooie van alle digitale producten die we voor Dag van het Kasteel ontwikkeld hebben is dat deze beschikbaar blijven. We nodigen bezoekers uit om naar Dag van het Kasteel | Digitaal te gaan en de verhalen te lezen.”

Ook de waterwandelingen in de Spacetimes layers app blijven kosteloos beschikbaar. “De wandelingen in de app hebben een groot bereik. We zijn niet afhankelijk van één dag. Hierdoor kun je het hele jaar door op stap en genieten van een wandeling rondom kastelen en buitenplaatsen”, zegt Janneke van Dijk, projectleider van het evenement.

Thema dag van het kasteel 2022: ‘Een ramp is van alle tijden’
Dag van het Kasteel 2022 staat in het teken van het Rampjaar 1672, komend jaar 350 jaar geleden. Hiermee sluit Dag van het Kasteel aan bij de jubileumactiviteiten die in 2022 op het programma staan. Ook kijken we naar de actualiteit. Het rampjaar 2020 is net voorbij: zijn er parallellen met het Rampjaar 1672? Het ene Rampjaar is het andere niet, of toch wel? Een kenmerk is dat iedere tijdgenoot zich direct in het woord herkent. In de loop der eeuwen zijn er rampen genoeg geweest op kastelen en buitenplaatsen om over te vertellen. Een ramp is van alle tijden, is het thema van de volgende Dag van het Kasteel, op 6 juni 2022.

Dag van het Kasteel is een initiatief van de Nederlandse Kastelenstichting.

Weekend van de begraafplaats: het graf Van Heeckeren van Brandsenburg

Afb. 1. De zerk van de jonggestorven barones Van Heeckeren van Brandsenburg temidden van het welig bloeiende fluitekruid.

Tijdens het Weekend van de Begraafplaats worden op veel begraafplaatsen activiteiten georganiseerd.
Het Weekend wordt dit jaar georganiseerd van 28-31 mei. Thema: Begraafplaatsen: vol liefde. Kijk voor meer informatie op https://www.weekendvandebegraafplaats.nl/

HET GRAF VAN JACOBA CORNELIA BARONES VAN HEECKEREN VAN BRANDSENBURG NÉE VAN DER STRAAL (1834-1871)

In het dorpje Diepenveen treft men bij het eeuwenoude kerkje het sfeervolle Kerkplein aan. Eeuwenlang werd hier begraven en de laatste bijzetting vond hier in 1871 plaats. Tussen 2002 en 2005 zijn de overgebleven zerken gerestaureerd, waaronder een zeer fraaie van een chirurgijn vol met doodssymboliek. Vanwege het waardevolle ensemble van kerk met Kerkplein, graven en omringende bebouwing is het geheel als beschermd dorpsgezicht op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst. Eén van de bewaard gebleven zerken vertelt het verhaal van de in het kraambed gestorven barones Van Heeckeren van Brandsenburg.

Jacoba Cornelia van der Straal werd geboren op 27 januari 1834 als dochter van dokter Jacob van der Straal en Anna Sophia Schellink te Rotterdam, waar haar vader werkzaam was als ‘Medisch Doctor’. Zij was het achtste en laatste kind dat in het gezin geboren werd en zij werd vernoemd naar het zusje dat het jaar voor haar geboorte overleden was. Ook drie andere kinderen stierven reeds voordat zij geboren werd. 

In 1846, zij was toen twaalf jaar, kwam haar moeder te overlijden: “Na eene kortstondige ongesteldheid, werd heden mijne dierbare Echtgenoote ANNA SOPHIA SCHELLINK in den ouderdom van 53 jaren, tot diepe droefheid van mij en mijne Kinderen, door den dood van ons weggenomen. JACOB van der STAAL, Med. Doctor.” Vijftien jaar later overleed ook haar vader: “Voor de vele bewijzen van deelneming, ondervonden bij het overlijden van onze geliefden Vader en Behuwd vader, den Wel Edelen Zeer Geleerden Heer JACOB VAN DER STRAAL, in leven Med. Doctor alhier, betuigen wij onzen hartelijken dank.” De annonce werd gedaan uit naam van de drie overgebleven dochters, want enkele jaren daarvoor was ook de oudste dochter in het gezin overleden. 

Afb. 2. Huis Overvelde in Diepenveen.
Afb. 2. Huis Overvelde in Diepenveen.

In 1867 huwde zij in Rotterdam met Rudolph baron van Heeckeren van Brandsenburg (1834-1911), die in latere jaren commandeur van de Ridderlijke Duitsche Orde Balije van Utrecht zou worden. In 1868 werd hun dochter Christina Louisa in Epe geboren en nadien verhuisde het jonge gezin naar Diepenveen, waar zij het Huis Overvelde gekocht had. Hier werd in 1869 hun tweede dochter geboren: Rudolphina Anna Sophia.

Een jaar later was zij opnieuw in blijde verwachting, maar dit keer verliep de zwangerschap niet voorspoedig: op 4 maart 1871 beviel zij van een doodgeboren zoontje en een dag later overleed zijzelf zevenendertig jaar oud, een diepbedroefde echtgenoot en twee minderjarige dochtertjes achterlatend: “Tot mijne bittere droefheid overleed heden, na hare bevalling van een’ dooden ZOON, mijne hartelijk geliefde echtgenoote, Vrouwe JACOBA CORNELIA van der STRAAL. R. Baron van HEECKEREN van BRANDSENBURG. Huize Overvelde, te Diepenveen, 5 maart 1871.”

En op het kerkhofje van Diepenveen herinnert nog heden haar zerk aan dit grote verdriet:

HIER RUST
Met haar kindje
JACOBA CORNELIA BARONES
Van HEECKEREN van BRANDSENBURG,
van der STRAAL
Geboren te ROTTERDAM 25 Januari 1834
Overleden te DIEPENVEEN 5 Maart 1871

Afb. 3. Op de achtergrond het oude kerkje van Diepenveen met op de voorgrond het Van Heeckeren graf.
Afb. 3. Op de achtergrond het oude kerkje van Diepenveen met op de voorgrond het Van Heeckeren graf.

Wilt u donateur worden van AiN en het digitale magazine ontvangen?
De Stichting Adel in Nederland heeft als doel het digitaal aanbieden van informatie over adel in Nederland in de ruimste zin. Voor € 17,50 per jaar kunt u donateur worden, ontvangt u vier keer per jaar het digitale magazine boordevol informatie en verhalen die u niet op de website of facebookpagina vindt, en steunt u ons in onze werkzaamheden. AiN heeft de cultuele ANBI-status en daardoor kunt u als donateur bij de opgave voor de inkomstenbelasting giftenaftrek krijgen. Meer weten en opgeven als donateur? Stuur dan een mail naar info@adelinnederland.nl.