52e Wiener Ball: debutanten ontvangen door Oostenrijkse ambassadeur

Afb. Links heet de Oostenrijkse ambassadeur, Dr. Heidemarie Gürer, de debutanten en hun ouders welkom op de Oostenrijkse ambassade.

Op zaterdag 1 februari is in Grand Hotel Huis ter Duin in Noordwijk het 52e Wiener Ball. Traditiegetrouw zijn afgelopen zaterdag de debuterende jongedames en jongeheren zeer gastvrij ontvangen op de Oostenrijkse ambassade, samen met hun ouders.

Na een welkomsttoespraak door ambassadeur Dr. Heidemarie Gürer, was er een informeel samenzijn met een hapje en een drankje, waarbij ouders en debutanten elkaar beter konden leren kennen.

Ook u kunt er op zaterdag 1 februari bij zijn, want er zijn nog steeds kaarten te koop! Lees meer op https://wienerball.huisterduin.com/.

Welk familiewapen is hier te zien?

Afb. Een bord, onderdeel van een servies, met een onbekend familiewapen – wie herkent het?

Een goed gebruik was – en is het soms nog – om op een servies het familiewapen aan te brengen. Van een volger van AiN ontvingen we deze foto met de vraag om welk familiewapen het hier gaat. De rangkroon lijkt, gezien de vijf parels, een rangkroon van een ridder of een jonkheer te zijn, maar tegelijk is de band onderaan dan niet correct weergegeven.

Het gedeelte linksboven en rechtsonder doet denken aan de familie Van Haeften en D’Isendoorn à Blois, maar wijkt toch af.

Iemand een idee? Mail dan naar info@adelinnederland.nl! Voor het juiste antwoord stellen we een gedrukt exemplaar van het laatste magazine van AiN ter beschikking!

Overleden: jonkheer drs. M.E.M. van Nispen tot Pannerden

Afb. 1. Maarten van Nispen. Foto en © met hartelijke dank aan Roy Beusker.

Op 1 januari 2020 overleed onverwachts op 66-jarige leeftijd in Portalegre (Portugal) jonkheer drs. Maarten Ernest Maria van Nispen tot Pannerden. Begin 2019 werd hij voor AiN geïnterviewd over zijn boek ‘Adellijk wild’. Het was een bijzonder en openhartig interview, waarin hij tot slot zei: “Ik heb me afgezet, ben mijn afkomst gaan accepteren en uiteindelijk ben ik trots op mijn plaats in de geschiedenis van dit geslacht. Toegegeven, het is een lang proces geweest, ja, ik heb net als wild moeten besterven. Ik kan nu eindelijk zeggen dat ik zowel adelijk als adellijk ben.” Het interview was voor onze donateurs te lezen in het maartnummer 2019 van ons magazine, maar is hier nu in zijn geheel te lezen als eerbetoon aan Maarten van Nispen.

Afb. 2. De voorkant van het boek ‘Adellijk wild’ door Maarten van Nispen.

Adellijk wild, interview met Maarten van Nispen tot Pannerden, door John Töpfer

Onlangs verscheen ‘Adellijk wild’, een autobiografische familievertelling geschreven door jonkheer Maarten van Nispen tot Pannerden. Deze vertelling is gebaseerd op de dagboeken van ‘Buurt’, de vader van de auteur. Deze zat in de Tweede Wereldoorlog gevangen in het Oranjehotel in Scheveningen, en speelde later als secretaris-generaal op het Ministerie van Algemene Zaken een belangrijke rol bij vele politieke en maatschappelijke debatten. Het boek vertelt tegelijk zijn zoektocht naar zijn eigen adellijke identiteit.

In je boek deel je heel openhartig herinneringen aan je vader en je familie. Wat was de eerste reactie van je nabije en verdere familie hier in eerste instantie op? “Ik heb in een vroeg stadium besloten dat ik het verhaal eerst zelf moest formuleren voordat iemand uit de familie inzage in de tekst kreeg. Ik was namelijk bang dat het verhaal zou verwateren door emotionele reacties, als ik het deelde voordat het af was. Voorin het boek heb ik om die reden een citaat opgenomen van Kader Abdolah: ‘Ik ben niet gelovig, ook niet bijgelovig, maar toch ben ik bang dat als ik met iemand over mijn boeken praat, ze in rook opgaan.’

Mijn ouders kregen zes jongens en tot hun grote geluk ook nog een meisje. Zij wisten dat ik bezig was met het schrijven van een boek gebaseerd op de dagboeken van de man die ook hun vader was. Ik begrijp heel goed hun angstige gevoelens. Want zou mijn beeld van de te vroeg overleden vader wel stroken met hun eigen beeld en herinneringen? Zouden hun vrienden en bekenden hen straks aankijken over zaken die ik heb aangekaart?

Ja, het heeft tot spanningen geleid. Toen ik vlak na de kerstdagen de gecorrigeerde, definitieve opmaakproeven binnen had, heb ik Adellijk wild aan hen laten lezen. Toen gebeurde waar ik bang voor was geweest: behalve complimenten kwamen er grote bezwaren tegen bepaalde passages. Met dank aan Lex Jansen van uitgeverij Magonia hebben we ook daar een oplossing voor gevonden en ligt het boek nu tot eenieders tevredenheid in de boekwinkel.”

Positieve reacties uit de familie
Hoe waren de reacties na de verschijning van het boek van je familie? Ook uit bv. de andere takken van je familie? “Na tweeënhalf jaar schrijven in afzondering, geniet ik nu van de vele onverwachte reacties van familieleden. De een herkent zijn eigen leven in de beelden die ik schets zoals over langdurige onmin binnen de familie. En bij de jongere generatie neven en nichten merk ik dat ze blij zijn met wat Adellijk wild hen leert over de familie en dus in zekere zin, over waar zij zelf vandaan komen. Ik moet zeggen: ik heb nooit geweten dat ik zoveel directe en aangetrouwde familieleden had. En dan schrijven ze vaak ook nog dat ze trots op me zijn.”

Je boek beschrijft niet alleen de zoektocht naar je vader, maar ook de zoektocht naar je eigen adellijke identiteit, waarin je echtgenote je gestimuleerd heeft. Zou je zover met je boek zijn gekomen zonder haar? “Ik was al jaren bezig met voorbereidingen voor wat ooit een boek moest worden. Ik heb gelukkig op tijd enkele mensen geïnterviewd, zoals oud-minister-president De Jong en de jongste zuster Luce van mijn vader Buurt. Beiden zijn overleden voordat Adellijk wild in de boekhandel kwam. Er was dus al veel voorwerk gedaan maar ik heb ook jaren getreuzeld. De intensieve baan die ik heb bij het internationale theaterbedrijf Stage Entertainment is maar een gedeeltelijk excuus. Het kwam vooral omdat ik lang twijfelde over mijn eigen rol. Moest ik me afzijdig houden of juist naar voren stappen en een aanwezigheid opeisen in het verhaal? Ik heb voor de laatste optie gekozen. Gelukkig, kan ik nu zeggen. Ik weet niet wat er gebeurd was als mijn echtgenote niet een einde had gemaakt aan dat getreuzel. Ze huurde in de koude maand januari een oude boerderij op Terschelling waar ik me een week lang volledig op het schrijven kon storten. Daar bleek dat ik meer dan voldoende aanknooppunten had voor een boek van ruim 250 pagina’s. “

Hoe denk je dat het komt dat juist de aangehuwden meer interesse hebben in de adellijke familiegeschiedenis, dan de adel zelf? “Mijn echtgenote had zelf niet echt belangstelling voor de adel. Dat interesseert haar amper, zij interesseert zich voor andere zaken in het leven. Maar zij zag hoe belangrijk de worsteling met de adellijke afkomst voor mij was. Zij wilde me helpen en schiep de voorwaarden die nodig waren om aan te pakken en door te zetten. Zij heeft al die tijd een dwingend geloof gehad in een goed resultaat.”

Adellijke bewustwording
In je boek beschrijf je bv. over je adellijk taalgebruik, maar op welke manier ben je tot op heden merkbaar nog meer beïnvloed door je adellijke opvoeding? “Door het schrijven van Adellijk wild ben ik me bewust geworden van een zekere verantwoordelijkheid die je als jonkheer hebt richting volgende generaties. Ik probeer ook mijn eigen kinderen mee te geven hoe belangrijk het is om je tot een goed mens te ontwikkelen en anderen te inspireren. Als je op een invloedrijke positie bent gekomen in je leven, gaat het er om anderen daarin te laten delen. Het aanwenden van een invloedrijke positie om meer geld te vergaren is geen optie. Dat is armoede. Zelf heb ik met veel plezier jarenlang Frans gegeven aan middelbare scholieren. Ook bij mijn broers herken ik de behoefte om zelf verworven kennis over te dragen.”

Heb je zelf rode boekjes in huis? Wat is er in je huis dat zichtbaar herinnert aan je familiegeschiedenis? “Ik heb de dagboeken, fotoboeken en filmpjes van mijn vader Buurt. En zijn vulpen. Die zijn mij dierbaar, net als een aantal boeken en prenten uit het bezit van mijn vader. Ik heb een aantal rode boekjes, maar niet de hele serie. Op zich zou ik wel de hele reeks willen hebben, maar ik mis ze niet. Ik heb ze niet nodig voor de invulling van mijn leven. Maar wat het meest zichtbaar herinnert aan de familiegeschiedenis zijn toch wel de opgezette dieren her en der in huis, van een schildpad die nu als asbak dienst doet tot een opgekrulde vos op de grond.“

Deel uitmaken van een historische lijn
Een erg mooi citaat uit je boek vind ik: ‘Wij waren genealogie in wording’ (p. 221). Zie je jezelf ook als onderdeel in een reeks Van Nispens? “Zeker, door het schrijven van dit boek is het besef enorm gegroeid dat je onderdeel uitmaakt van een historische lijn. Ik hoor bij deze club en dat geeft mij eigenlijk wel een comfortabel gevoel. Ik denk dat ik met dit boek bijdraag aan de geschiedschrijving van ons geslacht. En aan het begrip voor de onderliggende drijfveren en, vooruit, de uitwassen in de familie. Mijn vader schreef een aantal boeken waarvoor hij gedetailleerd historisch onderzoek deed over de Van Nispens. Ik heb zelf niet die rust om dagen of weken in archieven te pluizen. Ik zoek vooral naar de kleinmenselijke verhalen en de sfeer waarin de historische feiten zich hebben voltrokken.”

Voel je verantwoordelijkheid richting je familie of familiegeschiedenis? “Ja, ik heb van meet af aan het gevoel gehad dat het verhaal over mijn vader Buurt verteld moest worden. Ik had een opdracht. Mijn vader heeft in de coulissen van de overheid geweldige dingen gedaan en het was mij duidelijk dat iemand hem, bijna 50 jaar na zijn dood, alsnog in de schijnwerpers moest plaatsen. Die iemand ben ik, zijn derde zoon.”

In de ban van de zegelring
Wat probeer je van je familiegeschiedenis op je kinderen over te dragen? Hebben zij interesse hierin? “Zij zijn letterlijk genealogie in wording. Ik reik hen stukken familiegeschiedenis aan maar het is aan hen om hier wel of niet iets mee te doen. Zolang zij zich maar tot goede mensen ontwikkelen en getuigen van een innerlijke adel. Leuk voor mij is dat de jongste twee van mijn drie kinderen hun docenten op de middelbare school zover hebben gekregen dat ze Adellijk wild op hun literatuurlijst mogen zetten. Ik draag geen zegelring, maar mijn zoon van 18 heeft er sinds kort een met het familiewapen. Grappend zei hij dat hij de titel wist voor het boek dat hij ooit zal schrijven: In de ban van de zegelring.”

Nog een erg mooi citaat komt van je tante Luce: ‘Nobility you get at birth, a gift you never asked for but all your life you have to strive and show you deserve it.’ (p. 98). Wat is de betekenis van het van adel zijn voor jezelf? “Ik probeer ook mijn eigen kinderen mee te geven hoe belangrijk het is om je talenten te ontdekken en ontwikkelen. En andere mensen de ruimte te gunnen om hún kwaliteiten te ontwikkelen. Als je hen daarbij kunt helpen, doe je dat.”

Afb. 3. Maarten van Nispen met Joop en Janine van den Ende bij de boekpresentatie van ‘Adellijk wild’. Zij gaven hem alle ruimte om van een beginnend verhaal een afgerond boek te maken. © Scheltema Boekverkopers.

Zou je voor uitbreiding van de Nederlandse adel zijn met nieuwe adel? In het recente verleden werden in interviews in dit verband namen genoemd als Johan Cruijff en Joop den Uyl. Zou Joop van den Ende bv. ook een goede kandidaat zijn? “Door het feit dat de adel een gesloten groep is, onderscheiden mensen van adel zich daardoor per definitie van andere groepen in de samenleving. Maar het is in mijn ogen nogal mager als je je onderscheidt van anderen zonder dat je er iets voor hebt gedaan om onderscheidend te zijn. Behalve dan dat je geboren bent in een adellijke familie.

Nu dat een gegeven situatie is in Nederland vind ik het belangrijk dat mensen van adel leven vanuit een besef van verantwoordelijkheid. Het woord rentmeesterschap spreekt mij aan. Ik ben in dat opzicht trots op mijn verre oom Huub van Nispen van Sevenaer (1919-2012). Als een van de eersten in ons land maakte hij een principiële keuze voor ecologische landbouw, op de historische kasteelboerderij van het Huis Sevenaer: noblesse oblige.

In ons land worden mensen voor uitzonderlijke verdiensten niet beloond met een adellijke titel, maar koninklijk onderscheiden. Dat werkt blijkbaar goed want het ontvangen van een koninklijke onderscheiding wordt als grote eer ervaren. Ik vind het vervelend voor mijn zus dat haar kinderen geen adellijke titel dragen, terwijl een kind dat door een adellijke man wordt geëcht en niet één druppel blauw bloed in zijn aderen voelt stromen, wel van adel wordt. Stel het is een zoon, dan kan deze zelf een nieuwe adellijke lijn creëren. Ik heb me te weinig verdiept in de voor- en nadelen van een open adelstand om me expliciet uit te spreken.”

Zowel adelijk als adellijk zijn
Wat is het belangrijkste dat je boek voor jezelf opgeleverd heeft? Is het misschien wat op p. 243 staat: ‘Ik voel me duidelijk een voorbeeld van afgeschoten wild dat eerst een aantal dagen in de bijkeuken moet hangen om zelf een beetje adelijk, nee adellijk te worden’? “De grote winst van het schrijven van Adellijk wild is dat ik op eigen kracht – en niet via de bewondering van anderen – mijn vader heb leren kennen. Ik heb moeite gedaan om tot een eigen oordeel te komen, niet alleen van zijn carrière op Algemene Zaken maar vooral van de keuzes die hij maakte als mens. Door naar hem op zoek te gaan, heb ik veel geleerd over het geslacht waaruit hij is voortgekomen. Ik heb me afgezet, ben mijn afkomst gaan accepteren en uiteindelijk ben ik trots op mijn plaats in de geschiedenis van dit geslacht. Toegegeven, het is een lang proces geweest, ja, ik heb net als wild moeten besterven. Ik kan nu eindelijk zeggen dat ik zowel adelijk als adellijk ben.”

Maarten van Nispen tot Pannerden, Adellijk wild, een familiegeschiedenis, Uitgeverij Magonia, 272 pagina’s (€ 21,95)

Jonkheer Maarten van Nispen tot Pannerden (1953-2020) studeerde Franse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Groningen en Theaterwetenschap in Amsterdam. Hij schreef recensies en artikelen en was docent in het voortgezet en hoger onderwijs. Hij werd hoofd public relations bij veilinghuis Christie’s en later bij de Nederlandse Orde van Advocaten. In 2000 maakte hij de overstap naar Joop van den Ende Theaterproducties. Hij gaf leiding aan de PR-afdeling en sinds 2002 was hij director corporate communicatie van het internationale theaterbedrijf Stage Entertainment, en persoonlijk woordvoerder van de familie Van den Ende.

Atlas Van Loon vanaf vandaag te zien in Museum Van Loon

Afb. Eén van de vele fraaie gravures in de atlassen. Foto met hartelijke dank aan Museum Van Loon.

Museum Van Loon verwierf onlangs twee Italiaanse stedenboeken, uitgegeven door Johannes Blaeu, die onderdeel zijn van de 24-delige Atlas Van Loon. De aankoop van de twee stedenboeken uit een privécollectie komt tot stand met steun van de Vereniging Rembrandt (mede dankzij haar BankGiro Loterij Aankoopfonds), het Mondriaan Fonds en het Hugo van Berckel Fonds. De boeken werden in 1682 in opdracht van Frederik Willem van Loon gebonden. Vanaf de 18de-eeuw zijn de delen verspreid geraakt, door deze aankoop kan Museum Van Loon voor het eerst twee delen van de atlas tonen aan het publiek, in de context van andere familiestukken. Vanaf vandaag zijn ze in Museum Van Loon te bewonderen.

De atlassen van Blaeu werden in de 17de-eeuw als de beste in hun soort gezien. Dergelijke atlassen werden verzameld door rijke kooplieden, waaronder Frederik Willem. De Atlas Van Loon brengt meerdere facetten samen; de verzameldrang van 17de-eeuwse regenten voor wie de atlas een symbool van status was, het ambacht van uitgevers en prentmakers en de vraag wat dergelijke atlassen vertellen over het wereldbeeld van de 17de-eeuwse welgestelde Amsterdammer.

De stedenboeken die Museum Van Loon heeft verworven zijn uitgegeven door Johannes Blaeu en zijn net als alle andere delen van de Atlas Van Loon gebonden in rood Marokijn door boekbinder Albert Magnus. De Atlas Van Loon is te herkennen aan de vergulde versieringen en het wapen Van Loon-Bas. Naast de twee stedenboeken die Museum Van Loon heeft verworven bestaat de Atlas Van Loon uit 22 andere banden die werden uitgegeven door Joan Blaeu, Barlaeus, Pieter Goos en Johannes Jansonius. Andere delen worden bewaard in het Scheepvaartmuseum, de Universiteitsbibliotheek van de UvA en de Koninklijke Bibliotheek. Door de verwerving kan Museum Van Loon deze delen van de Atlas Van Loon aan het publiek tonen en rest nog slechts één deel in een particuliere verzameling.

Vanaf vandaag zijn de twee atlasdelen in de Rode Salon van het museum te zien, in nabijheid van het huwelijksportret van Jan Miense Molenaer van Willem van Loon en Margaretha Bas, de ouders van Frederik Willem. Het schilderij is een van de weinige objecten in het museum waarvan bekend is dat het eveneens uit de nalatenschap van Frederik Willem kwam. Daarnaast wordt de Atlas Van Loon betrokken bij tentoonstellingsprogrammering van aankomende jaren, die het museum momenteel ontwikkelt.

Benieuwd naar deze atlassen en Museum Van Loon, vanaf 1884 bewoond door de jonkheren Van Loon en sinds 1973 opengesteld? Kijk dan op https://www.museumvanloon.nl/ voor de bezoekmogelijkheden!

Over 3 weken: Wiener Ball! En… de kaartverkoop is in volle gang!

Op zaterdag 1 februari 2020 wordt in Noordwijk aan Zee in het Grand Hotel Huis ter Duin voor de 52e keer het Wiener Ball georganiseerd, waarvoor de kaartverkoop via https://wienerball.huisterduin.com/ in volle gang is. De aankomende debutanten zijn al aan het oefenen met danslessen voor hun debuut, waarbij de jongedames in het wit met diadeem in het haar zullen verschijnen en de jongeheren in rok of uniform. Ook dit keer zijn er weer debutanten uit adellijke en patriciaatsfamilies.

In het filmpje hierboven is de binnenkomst van de debutanten op het 51e Wiener Ball, te zien. Deze binnenkomst én de openingsdans werden ingestudeerd o.l.v. de Oostenrijkse dansmeester Heinz Heidenreich. Hij is ook dit jaar weer aanwezig om met de debutanten de dansen in te studeren.

Ook u kunt deel uitmaken van deze bruisende avond en genieten van traditie in een feestelijke sfeer. Kijk voor de kaartverkoop op de webpagina https://wienerball.huisterduin.com/

Afb. Het Wiener Ball in Grand Hotel Huis ter Duin: een stijlvolle avond in ongedwongen sfeer. Op de foto linksonder: v.l.n.r. Sandor en Herta Margarete von Habsburg-Lothringen, Aartshertog en Aartshertogin van Oostenrijk, Dr. Heidemarie Gürer, ambassadeur van Oostenrijk in Nederland en kolonel Thomas Johannes Heim, militair adviseur Oostenrijkse ambassade. Foto’s met hartelijke dank aan Hans Hampsink.

 

De grafkelder van de jonkers Alberda tot Vennebroek in Anloo: een vergeten graf

Afb. 1. Drie lelies namens AiN als verwijzing naar de gestileerde lelies in het familiewapen Alberda op het luik dat de grafkelder afsluit.
Afb. 1. Drie lelies namens AiN als verwijzing naar de gestileerde lelies in het familiewapen Alberda op het luik dat de grafkelder afsluit en ter herinnering aan deze uitgestorven tak van de Alberda’s.
Afb. 2. De Sint Magnus kerk in Anloo: de oudste kerk in Drenthe.
Afb. 2. De Sint Magnus kerk in Anloo: de oudste kerk in Drenthe.

In Anloo vindt men op de kerkbrink de oudste kerk van Drenthe uit het begin van de 11e eeuw, de Magnus kerk. Deze is vernoemd naar Magnus bisschop van Trani, die na zijn marteldood heilig werd verklaard. Op zaterdag 1 oktober 2016 vond hier een bijzondere gebeurtenis plaats: de opening van de gerestaureerde grafkelder van jonker Unico Evert Alberda tot Vennebroek. AiN was hierbij aanwezig en hieronder leest u meer hierover en over deze Unico Evert Alberda en zijn gezin.

In 1746 vestigde jonker Unico Evert Alberda (1714-1794) zich met zijn echtgenote Theodora Elisabeth, een geboren freule de Sigers ter Borch, op het huis Vennebroek in Anloo. Unico Evert was ritmeester en een telg uit het adellijke Groninger geslacht Alberda en zijn grootvader was heer van de nu nog bestaande Menkemaborg in Groningen.

Afb. 2. Unico Evert Alberda tot Vennebroek (1714-1794) en zijn eerste echtgenote Theodora Elisabeth de Sigers ter Borch. Foto's met dank aan 'Huizen van stand' onder redactie van J.Bos, F.J. Hulst en P. Brood.
Afb. 3. Unico Evert Alberda tot Vennebroek (1714-1794) en zijn eerste echtgenote Theodora Elisabeth de Sigers ter Borch. Foto’s met dank aan ‘Huizen van stand’ onder redactie van J.Bos, F.J. Hulst en P. Brood.

Helaas overleed zijn echtgenote al een jaar later en Unico Evert bleef met een dochtertje achter. In de kerk van Anloo kocht hij voor 300 gulden grafruimte en liet passend bij zijn status een familiegrafkelder metselen op een prominente plek: vooraan in het koor.

Ook de imposante 18e eeuwse herenbank met fraai houtsnijwerk moet door hem zijn geplaatst. Hoewel er geen familiewapen op is aangebracht, is er wel bovenop een adellijke rangkroon te zien met drie fleurons en twee parels, die we bij de Alberda’s in Groningen vaker tegenkomen. Met deze herenbank en de grafkelder was het voor iedereen duidelijk dat de adellijke familie Alberda tot Vennebroek de belangrijkste familie in het dorp was.

De herenbank van de Alberda's met bovenop een heraldieke kroon met twee parels en drie fleurons.
Afb. 4. De herenbank van de Alberda’s met bovenop een heraldische kroon met twee parels en drie fleurons.

Unico Evert Alberda hertrouwde freule Johanna Agnes van Dongen en kreeg met haar twee dochters. Toen zijn echtgenote in 1753 voor de derde keer in het kraambed lag, ging het mis: zij overleed. Vijf dagen later stierf ook het pasgeboren zoontje Johannes. Dertig jaar lang bleef Unico Evert Alberda tot Vennebroek als weduwnaar in Anloo wonen tot hij besloot het huis Vennebroek te verkopen voor 12.100 gulden. De grafkelder bleef van deze verkoop uitgesloten, want hierin waren zijn twee echtgenotes en enige zoontje bijgezet. Volgens de historicus Michèl de Jong, die onderzoek deed naar het gezin Alberda, hebben in latere jaren ook twee dochters en twee kleinzoons van Unico Evert hierin hun laatste rustplaats gevonden. Unico Evert Alberda overleed zelf in Groningen in 1794 en werd aldaar begraven.

De grafkelder van de Alberda’s raakte vergeten onder de kerkvloer tot deze werd herontdekt bij archeologisch onderzoek tijdens restauratiewerkzaamheden gedurende de oorlogsjaren. Hierbij werd de unieke trap naar de ingang ontdekt, die van veldkeien gemaakt was. Toen de restauratie van de kerk voltooid was, verdween alles weer onder de vloer.

Afb. 5. V.l.n.r. Paul Brood, Kor Holstein, Martin Panman en Pieter den Hengst vertellen over het restauratieproces.
Afb. 5. V.l.n.r. Paul Brood, Kor Holstein, Martin Panman en Pieter den Hengst vertellen over het restauratieproces.

Op 28 mei 2016 begon een lang gekoesterde wens van de stichting Vrienden van de Magnuskerk: de restauratie van de grafkelder en het zichtbaar maken van de adellijke funeraire representatie van de jonkers Alberda in de Magnus kerk. De heer Paul Brood zei hier namens de stichting tijdens de opening over, dat de tijd er rijp voor was, want er was geld, de gemeente en de Rijksdienst voor Monumentenzorg gaven toestemming en er waren goede mensen beschikbaar op het juiste moment.

Ook de heer Martin Panman sprak namens de stichting en vertelde hoe onderzoek in de archieven tot de herontdekking van deze bijzondere grafkelder geleid had. De archeoloog Pieter den Hengst deed uitgebreid onderzoek naar de geschiedenis van de kerk en hij vermoedde aanvankelijk dat de unieke trap van veldkeien uit het jaar 1000 zou kunnen zijn. Waarschijnlijk is de trap echter met de grafkelder in 1747 aangelegd en zat de veldkeien fundering in de weg. Deze keien zijn vervolgens hergebruikt als traptreden.

Afb. 6. Het nieuwe luik naar de grafkelder met daarop het familiewapen Alberda.
Afb. 6. Het nieuwe luik naar de grafkelder met daarop het familiewapen Alberda.

De restauratie architect Kor Holstein lichtte de nieuwe afsluiting van de grafkelder met een luik toe. Dit luik moest een plaats krijgen in het beeld van de kerk en daarom werd er niet voor een glasplaat gekozen, maar voor een eikenhouten luik, dat past bij de andere natuurlijke materialen in de kerk. Hierop is het familiewapen Alberda aangebracht, dat leesbaar is vanuit het Oosten, omdat vanuit deze richting de wederopstanding zal plaatsvinden.

Na het vertonen van de zeer geslaagde documentaire ‘Het vergeten graf van Anloo’ van de filmmaker Arno Cupedo werd het luik van de grafkelder geopend en werd niet alleen de unieke trap zichtbaar van veldkeien, maar ook de grafkelder  met daarin een nieuwe kist met de overblijfselen van de zeven familieleden van jonker Unico Evert Alberda tot Vennebroek.

Afb. 7. Zicht in de grafkelder met de nieuwe kist met de stoffelijke resten van zeven familieleden van Unico Evert Alberda tot Vennebroek.
Afb. 7. Zicht in de grafkelder met de nieuwe kist met de stoffelijke resten van zeven familieleden van Unico Evert Alberda tot Vennebroek.

AiN legde na afloop drie takken lelies bij de grafkelder, als verwijzing naar het familiewapen Alberda, waarop drie gestileerde lelies staan en ter herinnering aan deze uitgestorven tak van de Alberda’s.

Bent u ook geïnteresseerd in adellijk erfgoed en nieuws? Word dan voor 17,50 euro per jaar donateur van onze Stichting Adel in Nederland door een mail te sturen naar info@adelinnederland.nl. U ontvangt dan vier keer per jaar ons digitale magazine in uw mailbox boordevol informatie en adellijk nieuws. Als u nu donateur wordt, krijgt u ook als extraatje het vierde magazine uit 2019 toegestuurd!

Afb. 8. Martin Panman van de stichting Vrienden van de Magnus kerk geeft uitleg bij de grafkelder.
Afb. 8. Martin Panman van de stichting Vrienden van de Magnus kerk geeft uitleg bij de grafkelder
Afb. 9. Staande achter de toegang tot de grafkelder in het midden restauratie architect Kor Holstein en rechts Paul Brood van de Stichting Vrienden van de Magnuskerk.
Afb. 9. Staande achter de toegang tot de grafkelder in het midden restauratie architect Kor Holstein en rechts Paul Brood van de Stichting Vrienden van de Magnuskerk.

Link naar de website van de Magnus kerk met meer informatie: www.magnuskerk.nl

Nieuwste magazine AiN

Afb. 1. Op de voorkant een portret uit de collectie Stichting Cultuurhistorisch Fonds Boreel: jonkheer mr. Andries Deutz van Assendelft (1764-1833) door Johann Friedrich August Tischbein.

De Stichting Adel in Nederland geeft voor haar donateurs een digitaal magazine uit, dat vier keer per jaar per mail wordt toegestuurd. Kort voor Kerst ontvingen de donateurs de derde uitgave van de derde jaargang. Dit nummer staat met 60 pagina’s boordevol met boeiende verhalen, boekennieuws, een interview, nieuws over tentoonstellingen en een overzicht van adellijke geboortes, huwelijken en overledenen in de afgelopen maanden. Het magazine is rijk geïllustreerd met veel foto’s die niet op onze website te zien zijn.

Afb. 2. Het hele levensverhaal van het echtpaar Deutz van Assendelft-Boreel leest u als donateur in ons magazine.

Inhoud
– Tentoonstelling Rijksmuseum Twenthe: Tischbein en de ontdekking van het gevoel, door John Töpfer
– Op stand aan de wand (9), het echtpaar Deutz van Assendelft-Boreel, door John Töpfer
– Republiek van adel: Herkenning, door dr. Conrad Gietman
– Tentoonstelling & boek THE WHITE BLOUSE Marie-Jeanne van Hövell tot Westerflier, door John Töpfer
– Brieven van de Haagse schrijver J. van Oudshoorn aan zijn Haagse nichtje Wilhelmina Alberdina Themps, later: H.J. barones van Isselmuden, door mr. Evert Paul Veltkamp
– Het verhaal bij de Burgemeester Huydecoperweg, door Henk van de Bunt
– Boekpresentatie: Een hof tot ons gerief, door John Töpfer
– In Memoriam: jonkheer Floris François Anne Beelaerts van Blokland (met fotoreportage van de bijzondere begrafenisstoet)
– Boekpresentatie: De Vergeten prinsessen van Thorn, door John Topfer (met interview met de auteur)
– Mata Hari en de Nederlandse adel, door jonkheer mr. Dolph Boddaert
– Kort Nieuws: Prinsjesdag 2019 (met foto’s van adellijke aanwezigen)
– Geboren, getrouwd, overleden
– Agenda tentoonstellingen

Word nu donateur en ontvang het magazine
Bent u ook benieuwd naar dit digitale magazine? Voor 17,50 euro per jaar wordt u donateur en steunt u ons in onze werkzaamheden. U ontvangt dan nu meteen de drie dit jaar verschenen digitale magazines in uw mailbox en de vierde van jaargang 2019 volgt binnenkort. Voor meer informatie: mail naar info@adelinnederland.nl.

Afb. 3. In het nieuwe magazine een In Memoriam van jonkheer F.F.A. Beelaerts van Blokland, met een uitgebreid beeldverslag van de begrafenisstoet, die met de zeer gewaardeerde medewerking van onder meer de familie Beelaerts van Blokland mogelijk werd.

Geboren: Verboom

Afb. 2. Het familiewapen Van Kinschot.

Jolijn Anna Christina Verboom, geboren ’s-Gravenhage 31 december 2019, dochter van Michiel Christiaan Verboom en Caroline Marijke Joanne Verboom née jonkvrouwe van Kinschot

Voorverkoop gestart van kaarten voor het Wiener Ball op zaterdag 1 februari 2020

Afb. Jongedames in het wit met diadeem in het haar en de jongeheren in rok of uniform tijdens de openingsdans op het 51e Wiener Ball. Foto met hartelijke dank aan Hans Hampsink.

Op zaterdag 1 februari 2020 wordt in Noordwijk aan Zee in het Grand Hotel Huis ter Duin voor de 52e keer het Wiener Ball georganiseerd, waarvoor de kaartverkoop via https://wienerball.huisterduin.com/ inmiddels gestart is. De aankomende debutanten zijn al aan het oefenen met danslessen voor hun debuut, waarbij de jongedames in het wit met diadeem in het haar zullen verschijnen en de jongeheren in rok of uniform. Ook dit keer zijn er weer debutanten uit adellijke en patriciaatsfamilies.

In het filmpje hieronder is de openingsdans te zien van het 51e Wiener Ball, die ingestudeerd werd o.l.v. Oostenrijkse dansmeester Heinz Heidenreich. Hij is ook dit jaar weer aanwezig om met de debutanten de openingsdans in te studeren.

Ook u kunt deel uitmaken van deze bruisende avond en genieten van traditie in een feestelijke sfeer. Kijk voor de kaartverkoop op de webpagina https://wienerball.huisterduin.com/

Hieronder de openingsdans van de debutanten op het 51e Wiener Ball, die o.l.v. de Oostenrijkse dansmeester Heinz Heidenreich ingestudeerd werd.

 

Jonkvrouwe Dolly Dibbets: minnares van Rijkscommissaris Seyss-Inquart

Afb. Rijkscommissaris Seyss-Inquart. Bron: Wikimedia Commons.

In het AD van 2 januari jl. schreef Tonny van der Mee een artikel over Dora (‘Dolly’) Peekema née jonkvrouwe Dibbets, die niet alleen minnares van Rijkscommissaris Seyss-Inquart, maar ook van Duitse officieren zou zijn geweest tijdens de Duitse bezettingsjaren, waarbij haar huis ‘gedaverd van de orgiën’ zou hebben. Zij spioneerde voor de Duitsers en verraadde illegale werkers en ook zwarthandelaren, waarmee zijzelf eerst handel dreef. Uiteindelijk werd zij na de oorlog veroordeeld tot acht jaar gevangenis met aftrek van voorarrest en verlies van kiesrecht.

In het volgende magazine van de stichting Adel in Nederland volgt een uitgebreid verhaal over jonkvrouwe Dolly Dibbets met bijzondere afbeeldingen en informatie die u niet in deze onderstaande artikelen leest. Voor 17,50 euro per jaar wordt u donateur en ontvangt u vier keer per jaar ons digitale magazine boordevol verhalen en adellijk nieuws. Mail voor meer informatie naar info@adelinnederland.nl.

Link naar het (premium!) artikel in het Algemeen Dagblad: https://www.ad.nl/binnenland/vrouw-topambtenaar-was-liefje-seyss-inquart-en-hield-daverende-orgien-met-duitse-officieren~a1d7d560/

Link naar een artikel in De Volkskrant: https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/in-het-eerste-jaar-van-de-bezetting-werden-de-duitsers-vooral-genegeerd~b423483f/?referer=https%3A%2F%2Fwww.google.nl%2F