25 mei 2019: Tulpenbal in het Kurhaus

Afb. De grote zaal in het Kurhaus in Scheveningen: hier zal het Tulpenbal op zaterdag 25 mei plaatsvinden.

Over enkele weken op zaterdag 25 mei is het weer zover en dan zal voor de vijfde keer het Tulpenbal georganiseerd worden in een weekend vol activiteiten. Dit keer is als locatie gekozen voor de sfeervolle grote zaal in het Kurhaus in Scheveningen. Hier zullen gasten uit binnen- en buitenland, uit adel en patriciaat zich verzamelen voor een feestelijke avond in stijl en met traditie, maar tegelijk is er ook een ongedwongen sfeer en mogelijkheid om oude bekenden te ontmoeten en nieuwe vriendschappen te sluiten.

De kaartverkoop is inmiddels in volle gang en gaat hard, dus wees er nog snel bij!  Kaarten voor het Tulpenbal met diner vooraf of voor de verschillende activiteiten op vrijdag en zondag kunnen via de website besteld worden: www.tulipsball.com/nl/.

Hieronder volgen enkele foto’s en filmpjes van vorig jaar en het verslag dat AiN voor u maakte.

Afb. 1. V.l.n.r. Michael Hertog van Mecklenburg, jonkvrouwe Stephanie de Beaufort, Sophia Prinses Wolkonsky, Christine Prinses van Pruisen (achterachterkleindochter van de Duitse Keizer Wilhelm II) en Clemens van Steijn, organisator van het Tulpenbal.

Tulpenbal 2018: walsen met adellijke allure
Afgelopen weekend was de vierde editie van het Tulpenbal in een weekend vol activiteiten met als hoogtepunt het Tulpenbal in de Koepelkerk in Amsterdam. Op vrijdag was de start met het ‘eintanzen’ in de Koninklijke Industrieele Groote Club, waarbij deelnemers uit heel Europa en zelfs uit andere werelddelen met elkaar konden kennismaken. Zaterdagavond was er een ontvangst met daarna het diner. Op het menu stonden eendenborst, filet mignon en aarbeien gemarineerd in Martini. Aansluitend begon het Tulpenbal in de buitengewoon fraaie en sfeervol verlichte Koepelkerk, waarbij heren in uniform, rok of smoking en dames in het lang over de dansvloer zwierden. Op zondag was er gelegenheid om de mis bij te wonen in de Kruitberg Kerk en ’s middags was er een polo picknick bij de Polo Club Vreeland.

Afb. 2 v.l.n.r. Ietje Luiken, Mariam Ali, jonkvrouwe Nicole van Tets, jonkheer Hubert van Rijckevorsel van Kessel, Basira Ali, jonkvrouwe Cécile van de Poll, Manuela Schrameijer née jonkvrouwe van Rijckevorsel van Kessel.

Tijdens het bal speelde het Nederlands Studenten Orkest en was er op initiatief van de Johanniter Orde en de Orde van Malta een tombola, waarvan de opbrengst bestemd was voor de Kruispost Amsterdam. Dit medisch centrum op de Wallen in Amsterdam geeft gratis medische en psychosociale hulp aan onverzekerden, legaal of illegaal in Nederland, die hier terecht kunnen voor hulp

Het bal werd geopend met een Weense Wals door het Tulpenbalcomité bestaande uit leden van de organisatie en het erecomité. Jong en oud, patriciaat en de fine fleur uit heel Europa, waaronder adel uit Denemarken, België, Duitsland, Italië en Oostenrijk, dansten tot in de late uurtjes.

Opmerking: voor alle foto’s is toestemming gevraagd. Mocht u bij nader inzien toch uw foto liever verwijderd willen hebben, mail dan naar info@adelinnederland.nl.

Geboren: De van der Schueren

Afb. Het familiewapen De van der Schueren.

Felix Reinier ridder de van der Schueren, geboren Amsterdam 30 april 2019, zoon van Roel Reinier Maria ridder de van der Schueren en Marijke de van der Schueren née Visschedijk.

Gevallen voor het vaderland: jonkheer Jean Chrétien Baud (1919-1944) en jonkheer Willem Abraham Baud (1923-1945)

Baud, dodenherdenking 2015
Afb. Op de foto van links naar rechts: Koningskade nr. 12 (de hoge deur in het midden met de twee linker vensters is het huis van de familie Baud), Jean Chrétien Baud (1919-1944), het familiewapen Baud, Willem Abraham Baud (1923-1945) en hun beider geboorteannonces.

Het geslacht Baud stamt uit Zwitserland en gaat terug tot in 1409 in de buurt van Genève. In de 18e eeuw kwam een Baud naar Nederland en werd sergeant in het regiment Zwitserse gardes onder de lijfcompagnie van de Prins van Oranje. Zijn kleinzoon, Jean Chrétien baron Baud (1789-1859), werd onder meer gouverneur-generaal van Nederlands-Indië en in 1858 werd hij in de Nederlandse adel verheven met de titel van baron bij eerstgeboorte.

De broers werden geboren als kinderen van mr. Jean Chrétien baron Baud en Augusta Isabelle Alexandrine barones van Dedem, die uit de oud-adellijke Overijsselse familie Van Dedem stamde met als stamhuis het Huis Den Berg in Dalfsen.

Jean Chrétien werd geboren op 16 juni 1919 in Arnhem. Hier was zijn vader werkzaam als adjunct-commies bij de provinciale griffie van Gelderland. Nadat hij in 1920 chef van het kabinet van de burgemeester van ’s-Gravenhage was geworden, verhuisde het jonge gezin hierheen en vestigde zich op 15 maart aan de Jozef Israëlslaan nr. 16. Op dit adres werd in 1920 zijn broertje Alexander geboren, gevolgd door Hendrik Maximiliaan in 1921 en op 29 januari 1923 werd Willem Abraham hier geboren.

In deze jaren raakte het gezin ook verbonden met het Koninklijk Huis, want na eerst benoemd te zijn tot kamerjonker van Koningin Wilhelmina, werd hun vader als kamerheer i.b.d. van Koningin Wilhelmina ter beschikking gesteld aan Prinses Juliana en in latere jaren werd hij haar particulier secretaris. Ondertussen was het gezin op 15 juli 1929 naar Katwijk aan de Zee verhuisd waar het aan de Hooghkade ging wonen, maar een jaar later op 27 maart vestigde zij zich opnieuw in ’s-Gravenhage aan de Koningskade nr. 12 in een groot 19e eeuws herenhuis.

Het was in dit huis dat de familie woonde toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak en overeenkomstig het familiedevies OTIA DANT VITIA (ledigheid is het beginsel van alle kwaad) keken de vier broers niet toe en kwamen in verzet – maar twee overleefden de oorlog niet.

Jean Chrétien, die in de familie ‘Tièn’ genoemd werd (de pachters op Den Berg in Dalfsen spraken zijn naam uit als ‘Jan Krent’), verliet in 1937 als eerste het ouderlijk huis en ging in Utrecht Indisch recht studeren als voorbereiding op een carrière in Nederlands-Indië, waarvan zijn betovergrootvader in de jaren 1833-1936 gouverneur-generaal was. In 1938 volgde hij een militaire opleiding en werd cornet bij de artillerie. Na het uitbreken van de oorlog probeerde hij per fiets Portugal te bereiken, maar deze poging mislukte.

In de nacht van 1 op 2 april 1941 deed hij een nieuwe poging. Dit keer als Engelandvaarder en samen met verzetsleden van de Stijkelgroep probeerde hij met een vissersbootje vanuit Scheveningen naar Engeland te ontkomen. Via radiocontact dacht men afspraken gemaakt te hebben, waarbij het de bedoeling was om op zee door een Engelse duikboot of torpedobootjager opgepikt te worden, maar de zaak bleek verraden te zijn. Midden in de nacht vertrok de KW 133 van de vissers Gebr. Van der Plas zo stil mogelijk vanuit de haven van Scheveningen. Nog voor het verlaten van de haven flitste een controlelicht op. Tièn sprong overboord en wist ongezien zwemmend de kant te bereiken. Na zijn ontsnapping keerde hij onder de modder heimelijk terug naar het huis van mevrouw M.S. van Deth, die inspectrice was bij de kinderpolitie in ’s-Gravenhage. De volgende dag ’s avonds hield hij het hier niet meer uit en ging naar het huis van de heer C. Drupsteen, een politieagent die ook mee zou gaan op de boot, om te horen hoe het de anderen vergaan was die aan boord waren. Hier werd hij opgewacht door de Duitsers en gearresteerd.

Van 3 april 1941 tot 10 april 1942 zat hij in cel 371 in de gevangenis in Scheveningen, die door de vele verzetsstrijders die daar zaten het Oranjehotel genoemd werd. Daarna werd hij naar Berlijn vervoerd en op 1 september 1942 kwam zijn zaak daar voor in de 3e Senat des Reichskriegsgerichtes in Berlijn-Charlottenburg aan de Witzlebenstrasse 410. De aanklacht luidde: “Verdacht van begunstiging van de vijand”, omdat hij “… door verschillende zelfstandige handelingen tijdens het door het Duitse Rijk gevoerde oorlog (heeft) geprobeerd de vijand te begunstigen en aan het leger van het Duitse Rijk schade (heeft geprobeerd) te berokkenen.” In het proces werd hij vertegewoordigd door de Rechtsanwalt dr. Liffers.

De hele rechtzaak was een showproces en de uitkomst was dat hij ter dood werd veroordeeld, maar later kreeg hij alsnog gratie en werd overgebracht naar het tuchthuis Sonnenburg bij Küstrin. Hier overleed hij aan uitputting door onder meer tbc op 15 juli 1944, een maand voor hij vijfentwintig zou zijn geworden. Hij werd ter plaatse begraven, maar na de oorlog vond zijn herbegrafenis plaats op de gemeentelijke begraafplaats Westduin in ‘s-Gravenhage, waar hij samen met andere leden van de Stijkelgroep bij een monument begraven ligt.

Willem Abraham, ‘Wim’ in de familie, was leerling op het gymnasium en werd op 18 maart 1941 achttien jaar oud gearresteerd vanwege de verspreiding van illegale bladen en foto’s van het Koninklijk Huis. Ook hij werd opgesloten in het Oranjehotel in Scheveningen. Hier zat hij in cel 665. Nadat hij op 25 juli 1941 vrijgelaten was, dook hij onder in Dalfsen, waar zijn moeders familie het landgoed Den Berg bezat. Hier werd hij actief in het verzet in de verzetsgroep van de onderwijzer S.J. Baarsma van de A. baron van Dedem school. Op 5 december 1944 werd hij gearresteerd en vermoedelijk op 10 februari 1945 vervoerd naar concentratiekamp Neuengamme bij Hamburg. Hier overleed hij aan tbc en uitputting tweeëntwintig jaar oud op 3 april 1945 – een maand voor het kamp door de Geallieerden bevrijd zou worden.

Naar verluidt is hun moeder nooit over hun verlies heengekomen en kon zij nimmer meer lachen.

Gevallen voor het vaderland: Carel Everhard graaf van Limburg Stirum (1917-1940).

Afb. Carel Everhard graaf van Limburg Stirum (1917-1940), met links zijn graf in Zutphen.

Carel Everhard graaf van Limburg Stirum werd geboren op 22 december 1917 op het Huis Duinlust te Overveen, dat in het bezit was van zijn grootouders Luden-Van der Vliet.

Zijn vader, Samuel John graaf van Limburg Stirum, was een telg uit het oudste geslacht dat tot de Nederlandse adel behoort en de stamvader werd voor het eerst in 1079 genoemd als getuige van de aartsbisschop van Keulen. Door het huwelijk met de Nederlandse erfdochter Ermgard van Wisch vestigde de familie zich in de 16e eeuw in Nederland en in 1814 werd een voorvader opgenomen in de Nederlandse adel met de titel van graaf. Zijn moeder, Mary Louise Luden, stamde uit een familie die in het blauwe boekje van het Nederland’s Patriciaat staat. Haar voorouders kwamen oorspronkelijk uit Noorwegen en vestigden zich in de 16e eeuw in Amsterdam. Haar vader was bankier en commissaris bij de Nederlandse Bank en via haar moeder stamde zij van de puissant rijke Borski familie af. Hij groeide op het Huis Spijkerbosch in Olst op met twee oudere broers en hier beheerde zijn vader het omringende landgoed.

In de meidagen van 1940 diende hij als kornet bij de cavalerie en maakte hij deel uit van de beveiliging van een onderdeel van het 4e regiment huzaren. Er werd bij Ginkel een zware strijd gestreden om de opmars van de Duitsers te vertragen en op 10 mei 1940 omstreeks 17.00 uur sneuvelde hij tweeëntwintig jaar oud samen met twee kameraden bij de herberg ‘Zuid-Ginkel’ te Ede. In de gevel herinnert een gedenksteen hieraan: “OP 10 MEI 1940 OM 17 UUR SNEUVELDEN ALHIER C.E. GRAAF VAN LIMBURG STIRUM KORNET/P.CH.BONKERK DPL. KORP./J.G. DIJKERS DPL. HUZ./VORMENDE DE BEVEILING VAN EEN ONDERDEEL VAN HET 4e REGT. HUZAREN.” Vanwege zijn moedig gedrag werd hem postuum het Bronzen Kruis verleend.

Carel Everhard graaf van Limburg Stirum werd bijgezet in de familiegrafkelder Van Limburg Stirum op de Algemene Begraafplaats in Zutphen en op de zerk aan het hoofdeinde staan te zijner ere twee regels uit het Wilhelmus: “STANDVASTIG IS GEBLEVEN MIJN HART IN TEGENSPOED (couplet 13) DEN VADERLAND GETROUWE BLEEF IK TOT IN DEN DOOD (couplet 1)”

2 mei: Jom Hasjoa (Holocaust Herdenkingsdag)

Afb. Jonkheer Francisco Ephraïm Lopes Suasso (1864-1944). Foto met dank aan het Joods Monument/www.joodsmonument.nl.

Jonkheer Francisco Ephraïm Lopes Suasso werd geboren op 31 oktober 1864 in Amsterdam als zoon van de fabrikant jonkheer David Lopes Suasso en Ribca Lopes Suasso née Moresco. Hij was het vierde kind in het gezin en hij had twee oudere zusjes en een oudere broer. Op 31 juli 1890 trad Francisco op vijfentwintigjarige leeftijd in Utrecht in het huwelijk met Estella Henriques de Castro, die negentwintig jaar oud was. Ook zij was afkomstig uit een oud Portugees-Joods geslacht.

Na hun huwelijk vestigden zij zich samen in ’s-Gravenhage en hier werd in 1891 “… een flinken ZOON” geboren, zoals de trotse ouders in een annonce in de courant meedeelden. Helaas bleek de gezondheid van hun zoon David intensieve zorg nodig te hebben. Ondertussen maakte Francisco carrière op het departement van Waterstaat en werd uiteindelijk hoofd-commies.

In 1941 overleed zijn echtgenote en dit voorkwam dat zij gedeporteerd zou worden – een lot dat Francisco, zijn zusje en zijn zoon David wel zouden ondergaan. Vanuit Westerbork volgde zijn deportatie naar Polen en hier werd hij op 21 mei 1944 vermoord in Auschwitz, 79 jaar oud. Met hem overleed de laatste mannelijke telg van het adellijke geslacht Lopes Suasso, dat in 1970 ook in de vrouwelijke lijn uitstierf.

Toen de oorlog voorbij was, bleek welk tol deze van de familie Lopes Suasso geëist had: van de naaste familie van jonkheer Francisco Ephraïm Lopes Suasso was niemand meer in leven: zijn zoon kwam om in concentratiekamp Auschwitz, zijn zusje was omgekomen in concentratiekamp Theresienstadt, zijn zwager kwam om in concentratiekamp Sobibor, diens dochter met haar echtgenoot in concentratiekamp Auschwitz, een aangehuwd nichtje was omgekomen in Sobibor, een aangehuwde neef in Auschwitz en diens dochter en zoon met hun partners en hun drie kinderen allen ook in Auschwitz.

Online veiling Venduehuis: het portret van een vrouw door Johan Heinrich Neuman

Afb. Portret van een dame uit een gegoede familie in originele lijst. Gesigneerd J.H. Neuman 1874, 56 x 50 cm. Foto met hartelijke dank aan het Venduehuis der Notarissen in Den Haag/www.venduehuis.com.

T/m 6 mei vindt er een online veiling plaats bij het Venduehuis der Notarissen in Den Haag met o.a. dit portret uit 1874 door Johan Heinrich Neuman.

Johan Heinrich Neuman (1819-1898) werd geboren als zoon van de koopman Gerrit Neuman en Henriette Cornelia Nahuijs. Zijn moeder stamde uit een familie van dominees en meerdere nakomelingen werden in de 19e eeuw opgenomen in de Nederlandse adel met het predikaat jonkheer. Neuman volgde een opleiding aan de Koninklijke Academie in Amsterdam en maakte naam met genrevoorstellingen en vooral portretten, waarmee hij een goede naam binnen de Nederlandse elite wist op te bouwen.

Hij portretteerde vele hoogleraren, leden van de Nederlandse adel en het Nederlands patriciaat. Voor de reeks Landcommandeurportretten van de Ridderlijke Duitsche Orde maakte hij meerdere portretten, waarbij de Landcommandeurs in harnas werden afgebeeld.

Toen hij in 1898 overleed, schreef men in de krant over hem: ‘Nog een andere kunstenaar is aldaar in dezer dagen, in 79-jarigen ouderdom, overleden; namenlijk de Heer J.W. Neuman, wiens goed gelijkenden portretstukken hem als zoodanig een zeer gunstigen naam hebben verschaft.

Benieuwd wat er verder op deze online veiling wordt aangeboden? Kijk dan in de online catalogus op https://catalogus.venduehuis.com/auction?auction=206 of bezoek de kijkdag op zaterdag 4 mei in het Venduehuis der Notarissen in Den Haag tussen 12.00-16.00 uur (locatie Forepark, Oder 18). Kijk voor meer informatie op www.venduehuis.com.

Pieter van Vollenhoven 80 jaar: ‘eerste burger aan het Hof’, maar hoe ‘burgerlijk’ was dit huwelijk?

Afb. Prof. mr. Pieter van Vollenhoven en H.K.H. Prinses Margriet. Een nieuwe portretfoto ter gelegenheid van de 80ste verjaardag van prof. mr. Pieter van Vollenhoven. Foto met hartelijke dank aan en © RVD – Anko Stoffels

Vandaag viert prof. mr. Pieter van Vollenhoven zijn 80ste verjaardag en AiN feliciteert hem van harte met dit mooie Kroonjaar! Vanavond is er in theater Figi in Zeist in aanwezigheid van familie, vrienden en bekenden, waaronder vele leden van de Nederlandse adel en het Nederland’s patriciaat, een groot feest. Nadat hij in het huwelijk trad met H.K.H. Prinses Margriet was een veel terugkerende opmerking door de jaren heen, dat Pieter van Vollenhoven de eerste burger was die een Oranje huwde. Maar hoe ‘burgerlijk’ was dit huwelijk eigenlijk? En als we naar de groepsfoto kijken van familie, getuigen en bruidspersoneel, zien we dat dan terug?

Afb. 1. Het familiewapen Van Vollenhoven.
Afb. 1. Het familiewapen Van Vollenhoven met het familiemotto Semper Fidelis – Altijd Trouw.

Een ver familielid van Pieter van Vollenhoven (zij delen een 18e eeuwse voorvader) was de diplomaat en oud-gezant dr. Maurits Willem Raedinck van Vollenhoven (1882-1976), die zelf gehuwd was met een Bourbon uit een zijlinie van de Spaanse Koninklijke familie met de titel Duque (hertog) de Durcal. Hij schreef in 1917 een lijvig boekwerk getiteld ‘Het geslacht Van Vollenhoven’, waarin de stamreeks teruggaat tot een Ridder Radinck van Vollenhove, die in 1212 te Zwolle overleed; een fraaie maar zeer fantasievolle stamreeks, zal blijken, die alleen interessant is om bekeken te worden vanuit het perspectief hoe hij destijds aan het belang van een oude en adellijke afkomst hechtte. Op Huis Sparrendaal, waar deze Van Vollenhoven woonde, hangt nog heden een fraai gecalligrafeerde stamboom, die daarvan getuigt.

Afb. 2. Dr. M.W.R. van Vollenhoven, gezant en schijver van het familieboek. Foto met dank aan Nederland's Patriciaat 1926.
Afb. 2. Dr. M.W.R. van Vollenhoven, gezant en schrijver van het familieboek. Foto met dank aan Nederland’s Patriciaat 1926.

Geen adellijke oorsprong dus voor de familie Van Vollenhoven, maar de familie is wel in het blauwe boekje van het Nederland’s Patriciaat opgenomen. In de uitgave van 1925, gewijd aan ‘Rotterdamsche Geslachten’, werd de familie voor het eerst genoemd. In het voorbericht werd de aankondiging gedaan van een blauw boekje “… welke wij bij voldoende belangstelling – waaraan wij niet twijfelen – zeer spoedig ter perse zullen leggen.” Een jaar later was dit al het geval en de grote drijvende kracht achter het artikel over de Van Vollenhovens zal de voornoemde diplomaat zijn geweest, die prominent voorin in kleur staat afgebeeld. Helaas “… is deze genealogie niet zoo volledig als wij wel wenschten”, stond er in de inleiding en dit “Vindt zijn oorzaak in het feit, dat het geslacht in de oudere generatiën de Doopsgezinde leer was toegedaan, waardoor de kerkelijke archieven, voor zoover het doopdata betreft, geen of weinig licht brachten.” De stamreeks begon dan ook pas met een Lubbert, die vermoedelijk identiek was met een Lubbert Anthonisz., die in 1622 in het Kohier van het Hoofdgeld in Schiedam vermeld werd. Er bestond wel enige twijfel hierover, want er werd aan toegevoegd: “… hij moet alsdan hoog bejaard zijn geweest.”

Op pagina 279 t/m 337 wordt vervolgens een overzicht geboden van de verschillende takken van de familie: Van Vollenhoven, Messchert van Vollenhoven, Van der Poorten van Vollenhoven, Snellen van Vollenhoven en Van der Wallen van Vollenhoven. Tussendoor staan foto’s en portretten, waarbij vooral het prominent afgebeelde en door Charles Howard Hodges geschilderde portret opvalt van Johanna Anna van Vollenhoven (1767-1846), die met mr. J. baron van Syrum gehuwd was.

Tot slot is er een bijlage met veertien generaties Van Vollenhovens, die teruggaat tot de reeds eerder genoemde Ridder Radinck van Vollenhove uit 1212. De redactie van het blauwe boekje vermeldde hierbij echter kritisch dat de notaris, die hiervoor de afschriften maakte uit een authentiek stuk uit 1572, niet heel nauwgezet te werk was gedaan, want zij “… trof op tal van plaatsen onjuiste lezingen aan; in de laatste acht regels vonden wij er b.v. meer dan vijftien! De geheel interpunctie is fictie van den notaris.” Over de adellijke allianties van deze veertien generaties schreef men bovendien, dat “… de alliantiën met de Friesche geslachten niet in de bestaande geslachtsregisters van adellijke families zijn terug te vinden.” Hiermee werd de adellijke afstamming door de redactie ontkracht.

Deze vermeende adellijke afkomst werd in 1967 echter, zonder eerder geuite twijfels daarover, opgenomen in de afstammingsreeks van Pieter van Vollenhoven, die in het gedenkboek staat, dat door mr.dr.drs. J.P.D. van Banning ter gelegenheid van het huwelijk van Pieter en Prinses Margriet werd geschreven. De bron voor deze stamreeks was het al eerder genoemde boek van Maurits van Vollenhoven.

Datzelfde jaar werd, nadat het huwelijk tussen Prinses Margriet en Pieter van Vollenhoven was voltrokken, de familie toevalligerwijs opnieuw opgenomen in het blauwe boekje. Ook dit keer werd er aandacht besteed aan de vermeende adellijke afstamming en de juistheid van de gegevens: “Wij achten de afstamming van het thans wederom behandelde geslacht uit de oudadellijke Overijsselse Van Vollenhovens dan ook nog steeds uitermate dubieus.” Als stamvader werd nu Wolfert Lubbertsz. genoemd, die in de jaren 1578-1622 in Schiedam werd vermeld en schipper was. Zijn nakomelingen waren kooplieden en haringreders. In 1751 huwde een voorvader van Pieter van Vollenhoven, de koopman en touwslager Jan van Vollenhoven (1723-1770), de vermogende Rotterdamse regentendochter Maria van der Hoeven (1730-1798). Een familielid van haar werd in 1815 in de Nederlandse adel verheven met het predikaat jonkheer. Met dit huwelijk kregen de Van Vollenhovens toegang tot het bestuur, want hun oudste zoon werd raad en vroedschap, en later burgemeester van Rotterdam, terwijl een tweede zoon (voorvader van Pieter van Vollenhoven) raad en vroedschap, en later wethouder aldaar werd. Zo kwamen enkele Van Vollenhovens op de grens van de oude en nieuwe tijd op het pluche te zitten.

In de 19e en 20e eeuw is er bij de Van Vollenhovens een klein aantal huwelijken met adel (Backer, Berg, De Gijselaar, Van de Poll, Van Styrum), maar deze beperken zich vooral tot de tak van de reeds eerder genoemde diplomaat Maurits van Vollenhoven. Verder zijn er vooral veel huwelijken met vergelijkbare families uit de blauwe boekjes, zoals ook in de tak waar Pieter van Vollenhoven toe behoort, waarbij het grote aantal huwelijken opvalt met Rotterdamse geslachten. Over de tak van Pieter van Vollenhoven volgt hieronder uitgebreide informatie.

Afb. 3. De ouders van Pieter van Vollenhoven: Pieter van Vollenhoven en Jacoba Gijsberta Stuyling de Lange. Foto met dank aan Max Koot/RVD.
Afb. 3. De ouders van Pieter van Vollenhoven: Pieter van Vollenhoven en Jacoba Gijsberta Stuyling de Lange. Foto met dank aan Max Koot/RVD.

De overgrootvader van Pieter van Vollenhoven
De wijnkoper Pieter van Vollenhoven (1828-1896), was gehuwd met Cornelia Rijshouwer (1833-1904). Zij was de dochter van een directeur van een distilleerderij en haar familie werd in 1925 in het blauwe boekje genoemd met de vermelding: “De genealogie van dit geslacht is in bewerking.” Het moet een uitgebreide genealogie zijn, want deze is nog steeds niet verschenen, maar door deze vermelding kan de familie Rijshouwer wel tot het patriciaat gerekend worden.

De grootvader van Pieter van Vollenhoven
De graanfactor en lid van de firma Bingham & Co Willem Jan van Vollenhoven (1862-1926), huwde Auguste Philippine Buck (1869-1948). Haar vader was makelaar in koffie en lid van de firma Leonard Jacobson & Zoon, en haar familie is terug te vinden in het blauwe boekje.

De vader van Pieter van Vollenhoven
De directeur van Bingham & Co. N.V. Pieter van Vollenhoven (1897-1977) huwde Jacoba Gijsberta Stuyling de Lange (1906), die de dochter was een advocaat en rechter-plv. De familie De Lange is een patriciaatsfamilie uit het blauwe boekje, die al in de 17e eeuw tot aanzien kwam en Jacoba Gijsberta verkreeg samen met haar zusje in 1974 naamswijziging door de toevoeging van de naam Stuyling.

Overige familieleden uit de tak waaruit Pieter van Vollenhoven stamt
Ook de enige broer van Pieter van Vollenhoven, Willem Jan van Vollenhoven, huwde met iemand uit het blauwe boekje, Joanna Louise van Ommeren, die uit een bekende Rotterdamse redersfamilie stamde. Verder zijn er in de naaste familie nog twee oudtantes, die met partners uit de patriciaatsfamilies Blom en Moll trouwden. Eén oudoom huwde buiten het blauwe boekje met een meisje Rochussen, maar mogelijk behoorde zij tot de familie waarvan de opname in het blauwe boekje in 1925 werd aangekondigd, maar die nooit verwezenlijkt werd. Van de vijf huwelijken van nakomelingen van dit echtpaar Van Vollenhoven-Rochussen, waren er drie met leden van de patriciaatsfamilies Dutilh, Van Heek en Van Stolk.

Wat zeggen deze huwelijken en genoemde functies nu over de maatschappelijke positie van de familie Van Vollenhoven?

Historica en schrijfster drs. Reinildus E. van Ditzhuyzen – zelf afkomstig uit een patriciaatsfamilie en misschien kleurt dit enigszins haar volgende uitspraak – zei over de families in het blauwe boekje eens het volgende: “Het Nederlandse patriciaat is vergelijkbaar met adel in andere landen. De familie Van Vollenhoven staat minimaal op één lijn met de Von Amsbergs (de familie van Prins Claus – schr.), als het niet hoger is.” Voor een klein aantal families binnen het blauwe boekje geldt dit zeker, maar voor de grote meerderheid zeer zeker niet. Met deze opmerking gaat zij voorbij aan het gegeven dat aan de familie van Prins Claus wel degelijk adeldom is verleend in 1891 en aan de Van Vollenhovens niet. Ook aan de huwelijken en functies bij de Von Amsbergs gaat zij voorbij: In de laatste drie generaties sloten deze huwelijken met vooral oude adel en ook vervulden zij traditionele elite-functies in de advocatuur, het leger en aan het Hof. Kijken we tot slot naar de kwartierstaat van Prins Claus, dan zien we dat hij acht adellijke overgrootouders had, waarvan er vier tot de oude adel en vier tot jonge adel behoorden.

Dr. Vincent A.M. van der Burg, oud-Tweede Kamerlid, oud-voorzitter van het Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde en elite-onderzoeker, zei eens: “Als de familie Van Vollenhoven Duits was geweest was ze al lang in de adelstand verheven, met titel en al, vanwege de verdiensten van de familieleden” en ook dit behoeft enige nuance. In Nederland voldeden de Van Vollenhovens niet aan de verschillende criteria, zoals het behoren tot een familie die voor 1795 minimaal drie generaties lang zitting had in het bestuur van één van de stemhebbende steden, om in de adel verheven te worden, maar ook in Duitsland zouden zij niet verheven zijn. Ook hier golden zekere criteria, waarbij Hof, leger, hoge posities bij de overheid en in handel of industrie een aanbeveling waren, maar de Van Vollenhovens waren vooral plaatselijke notabelen met hier en daar een enkele ambtsdrager als burgemeester of gezant.

Dr. Jaap Moes, schrijver van ‘Onder Aristocraten’, heeft het in zijn onderzoek naar de ‘Nationale notabelenelite 1848-1914’ over vier groepen: adel, oud patriciaat, zelfbenoemd (of nieuw) patriciaat en andere burgers. Over dit ‘zelfbenoemd patriciaat’ zegt hij onder meer dat dit deftige families zijn, die in 1848 nog niet eerder bestuurlijke macht uitoefenden en dat deze zichzelf vaak een aristocratisch aureool gaven door dubbele namen of een bezit van een buitenplaats. Bij de familie Van Vollenhoven zie je dit zeker terug met vier verschillende dubbele achternamen binnen de familie: Van der Poorten van Vollenhoven, Messchert van Vollenhoven, Snellen van Vollenhoven en Van der Wallen van Vollenhoven. De al vaker genoemde diplomaat Maurits van Vollenhoven had dan wel geen dubbele achternaam, maar was wel heer van Cleverskerke, fabriceerde een indrukwekkende adellijke stamreeks en huurde de buitenplaats Sparrendaal.

Samenvattend kun je zeggen: de familie Van Vollenhoven is één van de ruim 1800 patriciaatsfamilies in Nederland en maakte (en maakt) als plaatselijke notabelen deel uit van de nationale elite en sommige familieleden zijn door werk, huwelijk en netwerk deel gaan uitmaken van de regionale en landelijke elite.

Afb. 4. Prinses Margriet en mr. Pieter van Vollenhoven met hun naaste familie, getuigen en bruidspersoneel. Foto met dank aan Max Koot/RVD.
Afb. 4. Prinses Margriet en mr. Pieter van Vollenhoven met hun naaste familie, getuigen en bruidspersoneel. Foto met dank aan Max Koot/RVD.

Wie is wie op de huwelijksfoto met familie, getuigen en bruidspersoneel?
Op de groepsfoto van Prinses Margriet en Pieter van Vollenhoven met hun familie, getuigen en bruidspersoneel zie je mooi terug hoe adel en patriciaat door huwelijk, werk en netwerk samenkomen:

1. H.K.H. Prinses Beatrix
2. Z.K.H. Prins Claus (1926-2002)
3. H.M. Koningin Juliana (1909-2004)
4. H.K.H. Prinses Christina, bruidsmeisje
5. Jacoba Albertine Christine Ruth Wilhelmine (‘Coosje’) van der Hoeven, kleindochter van de particulier secretaris van Koningin Juliana
6. Z.K.H. Prins Bernhard (1911-2004)
7. H.K.H. Prinses Margriet
8. Mr. Pieter van Vollenhoven
9. Jonkheer Arnoud Jan de Beaufort
10. Jacoba Gijsberta van Vollenhoven née Stuyling de Lange (1906-1983), uit een patriciaatsfamilie, moeder van Pieter van Vollenhoven
11. Willem Jan van Vollenhoven (1897-1977), vader van Pieter van Vollenhoven
12. Joanna Louise van Vollenhoven née van Ommeren, uit een patriciaatsfamilie, schoonzusje van Pieter van Vollenhoven
13. Willem Jan van Vollenhoven (1934-2006), broer van Pieter van Vollenhoven, getuige, later bankier en commercieel directeur van de Havenbank
14. Willem Fredrik Jacob Mörzer Bruyns (1913-1996), uit een patriciaatsfamilie, kapitein bij de Maatschappij ‘Nederland’, getuige
15. Charlotte Clara Veronica (‘Lot’) barones Bentinck, (studie)vriendin van Prinses Margriet, bruidsmeisje, haar grootvader was als opperstalmeester, grootmeester en kamerheer i.b.d. aan het Hof verbonden geweest
16. Marguerite Michelin (1908-1983), dochter van een predikant en (studie)vriendin van Koningin Juliana, getuige (zij was bruidsmeisje bij het huwelijk van Juliana en Bernhard)
17. Fokje Margaretha Brandsma, (studie)vriendin van Prinses Margriet, bruidsmeisje, zij zou later dat jaar in het huwelijk treden met mr. Floris Aernout Bierman
18. Dr. Louis Joseph Maria Beel (1902-1977), Minister van Staat, vice-president van de Raad van State, getuige
19. H.K.H. Prinses Irene
20. Z.K.H. Carel Hugo Prins de Bourbon Parme (1930-2010)
21. Mr. Floris Aernout Bierman, uit een patriciaatsfamilie, jeugdvriend van Pieter van Vollenhoven, bruidsjonker, later president-commissaris van Akzo Nobel
22. Prof.mr. Jan Volkert Rypperda Wierdsma (1904-1981), uit een patriciaatsfamilie, getuige
23. Lt.Gen. Heije Schaper (1906-1996), staatssecretaris, oud-Chef Militair Huis van de Koningin, getuige
24. Mr. Jan Otto Lodewijk (‘Jol’) baron van Boetzelaer, (studie)vriend van Pieter van Vollenhoven, bruidsjonker, later directeur Smith New Court Securities
25. Mr. Philip Houben, uit een patriciaatsfamilie, jeugdvriend van Prinses Margriet, bruidsjonker, later burgemeester van Maastricht.

Gebruikte bronnen:
Nederland’s Adelsboek, diverse jaargangen
Nederland’s Patriciaat, diverse jaargangen
Dr. M.W.R. van Vollenhoven, Het geslacht van Vollenhoven (1917)
Drs. Reinildis E. van Ditzhuyzen, Het huis van Oranje (1997)
Dr. Jaap Moes, Onder Aristocraten (2012)
Mr.dr.drs. J.P.D. van Banning, Het huwelijk van Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Margriet (1967)
Dorine Hermans, Pieter van Vollenhoven, Burger aan het hof (2003)

Bent u ook geïnteresseerd in adellijk erfgoed en nieuws en wilt u de werkzaamheden van onze stichting ook in 2019 mogelijk blijven maken? Word dan voor 17,50 euro per jaar donateur van onze Stichting Adel in Nederland door een mail te sturen naar nieuwsbrief@adelinnederland.nl.  U ontvangt dan dit jaar  vier keer ons digitale magazine boordevol informatie. Daarnaast krijgt u korting op en voorrang bij door AiN georganiseerde excursies. De Stichting Adel in Nederland heeft de Culturele ANBI-status en hierdoor kunt u als donateur bij de opgave voor de inkomstenbelasting giftenaftrek krijgen.

Geboren: Karstens

Afb. Het familiewapen Van Tuyll van Serooskerken.

Nova Johanna Karstens, geboren Bloemendaal 19 april 2019, dochter van Peter Karstens en Jacqueline Marije barones van Tuyll van Serooskerken.

AiN wenst u een mooie Koningsdag toe!

Op de fotocompilatie van links naar rechts de generaties V, VI, VII, VIII, IX en X van de familie Von Amsberg: de advocaat Joachim Karl Theodoor von Amsberg (1777-1842), de Mecklenburg-Schwerins generaal-majoor Gabriel Ludwig Johann von Amsberg (1822-1895), de Groothertogelijk Mecklenburg-Schwerins opperhoutvester Wilhelm Karl Friedrich August Louis von Amsberg (1856-1929), de planter Claus Felix Friedrich Leopold Gabriel Archim Julius August von Amsberg (1890-1953), de diplomaat Claus Georg Willem Otto Frederik Geert prins der Nederlanden, jonkheer van Amsberg (1926-2002) en Z.M. koning Willem-Alexander (1967). Foto Koning Willem-Alexander ©RVD – Rineke Dijkstra en foto Gabriel von Amsberg met hartelijke dank aan Titus von Bönninghausen.

Het geslacht Von Amsberg in het licht van de Nederlandse adel: een korte beschouwing. Het is bijna zes jaar geleden dat koning Willem-Alexander uit het Huis Oranje-Nassau ingehuldigd werd, maar volgens het Nederlands adelsrecht zou je kunnen zeggen dat sinds 2013 de familie Von Amsberg regeert, want de vader van de koning was een Von Amsberg.

Hoe verhoudt het geslacht Von Amsberg zich nu tot de Nederlandse adel? Wanneer je de stamreeks bekijkt, dan zie je dat het geen hele oude familie is: de stamvader werd omstreeks 1677 vermeld. De meeste families die tot de Nederlandse adel behoren zijn ouder, ook al zijn er ook families bij die later in de geschiedenis verschijnen. Mogelijk zal de stamreeks Von Amsberg in de komende jaren nog verder opgevoerd kunnen worden nu de archieven in Mecklenburg beter toegankelijk zijn na de Duitse eenwording.

De familie Von Amsberg is niet van oude adel: in de vierde generatie zien we pas het adellijke predikaat ‘von’ verschijnen (te vergelijken met het Nederlandse predikaat jonkheer) en dit predikaat wordt voor het eerst gebruikt in 1795 bij het tekenen van een kerkregister. In 1891 wordt dit adellijke predikaat door de groothertog van Mecklenburg-Schwerin officieel bevestigd. De meeste Nederlandse adellijke families hebben ook adeldom die uit de 19e eeuw dateert, al is dat meestal uit de eerste helft van de 19e eeuw.

De maatschappelijke status van de opeenvolgende generaties is: meester-smid, meester-bakker, predikant, predikant, advocaat, generaal-majoor, opperhoutvester, planter, diplomaat. Opvallend is dat de maatschappelijke stijging begint met twee opeenvolgende generaties van predikanten, iets wat je ook in Nederland vaker ziet (we zijn toch een land van dominees) en dat je daarna traditionele adellijke functies ziet in de advocatuur, het leger, aan het Hof en in de diplomatieke dienst.

Wanneer je tot slot de kwartierstaat van koning Willem-Alexander zou bekijken, dan zou je zien dat hij ‘adellijker’ is dan de meeste leden van de Nederlandse adel: niet alleen heeft hij twee adellijke ouders, vier adellijke grootouders, acht adellijke overgrootouders, maar zelfs zestien adellijke betovergrootouders. Van deze zestien betovergrootouders behoren er vier tot jonge adellijke geslachten (Von Amsberg, Von Gutschmid, Von Salviati en Von Chelius) en twaalf tot oud-adellijke geslachten (Von Passow,Von Vieregge, Von dem Bussche-Haddenhausen, Von dem Bussche-Ippenburg, Zur Lippe, Von Wartensleben, Von Cramm, Von Sierstorpff-Driburg, Von Mecklenburg-Schwerin, Von Schwarzburg-Rudolstadt, Van Oranje-Nassau en Zu Waldeck-Pyrmont). Anno 2018 zijn er niet veel leden van de Nederlandse adel die zestien adellijke kwartieren hebben.

Conclusie: overeenkomsten, maar ook verschillen.

Het heeft Z.M. de Koning behaagd: jonkheer J.H. de Jonge, generaal-majoor der huzaren b.d.

Afb. Minister Ank Bijleveld-Schouten spreekt de decorandus jonkheer Harm de Jonge toe.

Vanmorgen, vrijdag 26 april, vond op het Brasserskadecomplex in Rijswijk een feestelijke en bijzondere gebeurtenis plaats. In aanwezigheid van familie, vrienden en goede bekenden maakte mevrouw A.Th.B. (Ank) Bijleveld-Schouten, minister van Defensie, bekend, dat het Z.M. de Koning behaagd heeft jonkheer Jan Harmen de Jonge, generaal-majoor der huzaren b.d., te benoemen tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau.

Jonkheer Harm de Jonge volgde een opleiding voor beroepsofficier op de Koninklijke Militaire Academie in Breda. In deze periode behaalde hij ook zijn parachutistenbrevet en begon actief met roeien. Met zijn ploeg werd hij drie keer nationaal kampioen en in 1974 nam hij met zijn ‘Vier’ deel aan de Wereldkampioenschappen in Luzern.

In 1975 werd hij beëdigd als officier bij het Regiment Huzaren van Sytzama en vervolgens was hij gedurende vier jaren in dienst bij de parate eenheden, die in de BRD gelegerd waren. In 1980 werd hij, in de rang van ritmeester, commandant van een paraat tankeskadron in Oirschot. In 1983 begon hij met een cursus hogere militaire vorming aan de Hogere Krijgsschool in ’s-Gravenhage en in 1985 werd hij bevorderd tot majoor, waarna hij een functie bij de landmachtstaf kreeg. In 1987 werd hij plaatsvervangend hoofd van de Afdeling Moderniseringende Opleidingen op de Koninklijke Militaire Academie.

Drie jaar later volgde zijn benoeming tot luitenant-kolonel en hoofd van de sectie G2 bij de staf van de Eerste Divisie 7 December en in 1992 werd hij commandant van het 11e Tankbataljon Regiment Huzaren van Sytzama in Oirschot. Twee jaar later volgde zijn bevordering tot kolonel en werd hij hoofd van de sectie G2 bij de staf van het 1e Legerkorps. Daarna volgde een functie op het hoofdkwartier van het United Nations Peace Force in Zagreb, als hoofd land operatiën. Na terugkeer werd Harm de Jonge hoofd van de sectie G2 en 1 bij de staf van het (1GE/NL)Corps).

Nadat hij eerst project coördinator bij de landmachtstaf in Den Haag was geweest, werd hij chef-staf bij de Eerste Divisie 7 december. In 2001 volgde zijn bevordering tot brigade-generaal en werd hij plaatsvervangend commandant van de Eerste Divisie.

Een jaar later volgde uitzending naar Macedonië, waar Harm de Jonge het commando kreeg over het International Taskforce Fox. Begin 2003 werd hij commandant van de 41e Gemechaniseerde Brigade in Seedorf, tot deze drie jaar later werd opgeheven. Harm de Jonge werd toen benoemd tot Plaatsvervangend Chef-Staf Operatiën bij het (1(GE/NL)Corps). Daarnaast was hij gedurende deze periode Deputy Commander Regional Command South ISAF in Afghanistan.

Jonkheer Harm de Jonge is rechtsridder van de Johanniter Orde, president van de Ridderschap van Zeeland en drager van meerdere buitenlandse onderscheidingen.

Naast jonkheer J.H. de Jonge hebben vandaag nog vijf leden van de Nederlandse adel een Koninklijke onderscheiding ontvangen. In het juninummer van het magazine van de Stichting Adel in Nederland, dat digitaal aan onze donateurs wordt toegestuurd, volgt hierover meer informatie. Wilt u dit magazine ook vier keer per jaar ontvangen? Voor 17,50 euro per jaar wordt u donateur, ontvangt u vier keer het magazine in uw mailbox en krijgt u voorrang bij en korting op door AiN georganiseerde excursies. Mail voor meer informatie naar nieuwsbrief@adelinnederland.nl