Onthulling gerestaureerd graf generaal Hoefer en barones Van Heemstra aan de Kerkhofdijk – het stenen archief van Hattem

Afb. 1. De onthulling van het gerestaureerde graf vond plaats in aanwezigheid van onder meer mevrouw Gina Guldenaar, 1ste locoburgemeester van Hattem & wethouder van o.a. cultureel erfgoed (5e van links), de heer Hans Veltkamp, secretaris/penningmeester Generaal F.A. Hoefer Stichting (4e van rechts), de heer Koos van Olst, voorzitter van het Sint Annagilde (3e van rechts), vertegenwoordigers van het Cultuurfonds Hattem, Broeders van het Sint Annagilde (herkenbaar aan hun baret) en John Töpfer, directeur stichting Adel in Nederland. Foto met hartelijke dank aan Harry Post (voorzitter stichting Adel in Nederland).

Vandaag vond op de Algemene Begraafplaats aan de Kerkhofdijk in Hattem de onthulling plaats van het gerestaureerde graf van generaal-majoor Frederic Adolph Hoefer (1850-1938) en echtgenote Cornelia Martina barones van Heemstra (1847-1931). Het initiatief voor deze restauratie werd genomen door de Generaal F.A. Hoefer Stichting, die deze restauratie ook financieel mogelijk maakte. Daarnaast waren er ook bijdragen van een genereuze, anonieme particulier, het Cultuurfonds Hattem, Stichting Fonds A.H. Martens van Sevenhoven en de stichting Adel in Nederland.

De heer Hans Veltkamp, secretaris/penningmeester van de Hoefer Stichting, heette de genodigden welkom en vertelde hoe er enkele jaren geleden nog een bordje bij het graf stond als voorbode van een mogelijke ontruiming. Iets wat voor hem ondenkbaar was, want ‘Hoefer behoort tot de belangrijkste inwoners van Hattem en zou eigenlijk met terugwerkende kracht tot ereburger benoemd moeten worden’. Hij sloot zijn welkom af met de wens ‘Goed voorbeeld doet goed volgen’, want hij zag dit als een goede start voor meer restauraties op deze begraafplaats.

Afb. 2. De heer Koos van Olst, voorzitter van het Sint Annagilde (2e van rechts): werken ‘in broederverband’. Foto met hartelijke dank aan Harry Post.

Vervolgens vertelde de heer Koos van Olst, voorzitter van het Sint Annagilde van Hattem, hoe de restauratiewerkzaamheden tot stand gekomen zijn. Zo werd onder meer het hele hekwerk ontroest, moest de gebroken grafsteen gelijmd worden, zijn de letters zwart gemaakt en is er onder het grint worteldoek aangebracht. Aan de werkzaamheden werkten negen personen mee ‘in broederverband’, zoals hij dit noemde, vanwege hun lidmaatschap van het Sint Annagilde.

Afb. 3. John Töpfer, directeur stichting Adel in Nederland, noemde de begraafplaats ‘het stenen archief van Hattem’. Foto met hartelijke dank aan Harry Post.

Daarna kreeg John Töpfer, directeur stichting Adel in Nederland het woord. Hij noemde zijn aanwezigheid om persoonlijk redenen bijzonder, omdat zijn voorvader Hermanus van Meekeren in 1785 broeder werd van het Sint Annagilde, samen met de bekende patriot Herman Willem Daendels. Generaal Hoefer is van grote betekenis geweest vanwege zijn inzet voor cultureel erfgoed in en ver buiten Hattem en de Hoefer Stichting is in zijn voetsporen getreden. Maar Generaal Hoefer is ook vanwege zijn historisch onderzoek van groot belang geweest. Zo inventariseerde en beschreef hij alle graven in de Grote of Andreaskerk, waardoor nu precies de plek bekend is waar genoemde Hermanus van Meekeren is bijgezet.

Barones Van Heemstra: gouvernante van een toekomstige Koningin
In de inleiding van zijn boek noemde Hoefer de kerkvloer met grafzerken een ‘brokkelvloer’, waarbij hij ‘elk steentje naar waarde’ probeerde te schatten. Voor de stichting Adel in Nederland is het graf van Frederic Adolph Hoefer zeker een steen met grote historische waarde, vanwege zijn inzet voor het cultureel erfgoed, maar ook vanwege zijn huwelijk met Cornelia Martina barones van Heemstra. Zij was gouvernante van de latere Koningin Wilhelmina en hofdame van Koningin Emma. Dit graf vertelt hiermee een heel bijzonder en zelfs koninklijk verhaal.

Van grote cultuur-historische waarde’, noemde John Töpfer het historische gedeelte van deze begraafplaats en hij vond het een gaaf bewaard gebleven funerair landschap. Zo zijn er bijzondere grafmonumenten te zien, maar uiteindelijk heeft élk ‘steentje’ hier zijn waarde. Deze vertellen de verhalen van rangen en standen, maar ook kleurrijke en tragische verhalen die verbonden zijn met de inwoners uit het verleden van Hattem.

Hier ligt bijvoorbeeld de jonkheer ‘Met zijn lange ouderwetsche jas, zijn tot de schouders afhangende haren’ begraven, wiens ‘uiterlijk soms meer van een geestverschijning dan van een mensch van vleesch en bloed’ was, maar ook een tragisch jong verdronken baron en een gerespecteerd lid van de Provinciale Staten, die in de 19e eeuw een relatie aanging met een gehuwde barones, waaruit in het geheim een kind voortkwam. Hier zijn burgemeesters van Hattem bijgezet, waaronder een baron Van Heemstra, maar ook andere plaatselijke notabelen, zoals de weduwe van Hattems beroemdste inwoner, Herman Willem Daendels, die door hem geschaakt werd.

Het stenen archief van Hattem
De Stichting Generaal F.A. Hoefer heeft samen met het Sint Annagilde het initiatief voor deze geweldige restauratie genomen en ook John Töpfer sprak de wens uit, dat dit de start mag zijn van meer restauraties om dit uniek gelegen en goed bewaard gebleven funeraire erfgoed voor de toekomst te behouden. Hij noemde deze begraafplaats ‘het stenen archief van Hattem’.

Afb. 4. Nadieh Scheffel, beheerder begraafplaats, ontving een schilderijtje dat vervaardigd is door de kunstschilder Julius Matthijs Thoden van Velzen (1869-1956), telg uit een patriciaatsfamilie, die hier is bijgezet. Het krijgt een plek in een ruimte op deze begraafplaats. Foto met hartelijke dank aan Harry Post.

Tot slot kreeg Nadieh Scheffel, beheerder van deze begraafplaats, het woord en zij gaf alle lof aan de zeer betrokken vrijwilligers, die ongelooflijk veel werk hebben verricht in weer en wind, met dit geweldige resultaat. In samenwerking met Nadieh Scheffel is het idee ontstaan om een werkgroep op te richten, om oude graven schoon te maken en de teksten weer leesbaar te maken. Ook is er het idee om de verhalen bij deze graven zichtbaar maken met behulp van een QR-code.

De bijeenkomst werd afgesloten met een gezellig samenzijn in De Voorburcht aan het Tinneplein in Hattem, waar volop nagepraat werd over de mogelijkheden om de geschiedenis van de begraafplaats tot leven te brengen.

Oproep
Wilt u als vrijwilliger meewerken aan het herstel van grafmonumenten op het oude, historische gedeelte van de Algemene Begraafplaats aan de Kerkhofdijk in Hattem? Mail dan naar info@adelinnederland.nl.

Afb. 5. Dankzij de inzet van vele Broeders van het Sint Annagilde is de tekst op deze grafsteen weer leesbaar. Foto met hartelijke dank aan Harry Post.
Afb. 6. Het gerestaureerde Hoefer-Van Heemstra graf in volle glorie. Foto met hartelijke dank aan Harry Post.

Thuis heb ik nog een ansichtkaart: Rijnhuizen

Afb. De achterzijde van kasteel Rijnhuizen met zicht op de fraaie tuinaanleg. Ansichtkaart part. coll.
Afb. De achterzijde van kasteel Rijnhuizen met zicht op de fraaie tuinaanleg. Ansichtkaart part. coll.

Het kasteel Rijnhuizen in Utrecht in zijn huidige verschijningsvorm dateert uit de 17e eeuw, toen het door Reynoud van Tuyll van Serooskerken in de Hollands-classicistische stijl verbouwd werd, maar het huis vindt zijn oorsprong in de 14e eeuw. Na de Van Tuylls woonden hier de adellijke families Van Reede en De Geer, maar ook de patriciaatsfamilie Döderlein de Win woonde een aantal jaren op dit fraaie huis.

Door het huwelijk van jonkvrouwe Ada Mathilda de Geer (1857-1943), vrouwe van Rijnhuizen, in 1880 met Gijsbert Carel Duco baron van Hardenbroek (1857-1902), heer van Lockhorst, kwam het huis in het bezit van dit geslacht. Hun kleindochter  verkocht Rijnhuizen in 1958 aan een stichting.

Op de ansichtkaart kijkt men op de achterzijde van het huis, waar grote kuipplanten en bloemperken het aangezicht verfraaien. En wie de man in het openstaande venster is? Vermoedelijk betreft het – gezien het lichte huisjasje – de huisknecht, die vanuit het raam van de grote zaal op deze zomerse dag de fotograaf gadeslaat.

Kasteel Heeswijk: AiN schenkt foto’s van het afscheid van barones Van den Bogaerde van Terbrugge

Afb. 1. Rechts neemt Luc Eekhout, directeur Museum Heeswijk, van John Töpfer, directeur stichting Adel in Nederland, twee ingelijste foto’s in ontvangst in de grote zaal van kasteel Heeswijk. Deze foto’s maken deel uit een fotoreportage van ca. 40 foto’s van het afscheid van Albertine barones van den Bogaerde van Terbrugge née barones van Heeckeren van Kell (1899-1994). Alle foto’s zijn tevens in hoge resolutie gedigitaliseerd (met hartelijke dank aan Focus op Film in Kampen). Barones Albertine kijkt links vanaf de muur toe, terwijl haar echtgenoot Guillaume baron van den Bogaerde van Terbrugge (1882-1974) rechts eveneens meekijkt.

In 1976 bracht Albertine barones van den Bogaerde van Terbrugge née barones van Heeckeren van Kell (1899-1994) kasteel Heeswijk onder in een stichting. Op deze wijze wist zij dit belangrijke Brabantse erfgoed voor de toekomst veilig te stellen. Dit jaar is het vijftig jaar geleden dat deze stichting door haar opgericht werd. Een mooie aanleiding voor de stichting Adel in Nederland om een bezoek te brengen aan kasteel Heeswijk en… om een schenking te doen.

Kasteel Heeswijk wordt tot de topmonumenten in Brabant gerekend. Het van oorsprong 11e-eeuwse kasteel kent een rijke geschiedenis met vele eigenaren. De laatste familie die het bewoonde, was de kleurrijke, adellijke familie Van den Bogaerde van Terbrugge, waarmee vele verhalen verbonden zijn, die u als bezoeker hier te horen krijgt. Het kasteel is voor bezichtiging toegankelijk en biedt een uniek beeld van de 19e-eeuwse wooncultuur. Sinds 2015 is Luc Eekhout directeur van kasteel Heeswijk en John Töpfer, directeur stichting Adel in Nederland, werd door hem onlangs gastvrij ontvangen. Eind deze maand neemt Luc Eekhout afscheid als directeur en om deze reden werd hij op deze dag vergezeld door Edith Verwegen, journalist bij Intermediair. Hier leest u haar artikel over deze dag: ‘Kasteelheer’ Luc stopt met misschien wel de leukste baan van Nederland: ‘Ik besef elke dag dat ik bijzonder werk heb’ | Intermediair

Afb. 2. Het Sint-Willebrordusgilde Heeswijk nam op waardige wijze afscheid van hun beschermvrouwe barones Albertine. Het betreft één van de ca. 40 foto’s uit de door AiN geschonken reportage van haar afscheid.

Enkele jaren geleden wist de stichting Adel in Nederland een fotoreportage, bestaande uit ca. 40 foto’s, aan te kopen van het afscheid van Albertine barones van den Bogaerde van Terbrugge. De foto’s zijn gemaakt door een onbekende amateur-fotograaf. Hoewel de kwaliteit wisselend is, vormen deze een uniek tijdsdocument van adellijke, funeraire representatie. Zo was barones Albertine beschermvrouwe van het Sint-Willebrordusgilde Heeswijk en dit gilde was aanwezig om hun beschermvrouwe op waardige wijze de laatste eer te bewijzen. Door deze foto’s aan kasteel Heeswijk te schenken zijn deze nu op een plek waar de herinnering aan Albertine barones van den Bogaerde van Terbrugge voortleeft dankzij haar genereuze schenking: kasteel Heeswijk.

Als stichting Adel in Nederland kijken wij terug op een hartelijke ontvangst en wij wensen Luc Eekhout een heel mooi afscheid toe als dank voor zijn grote inzet voor kasteel Heeswijk.

Bent u ook benieuwd naar kasteel Heeswijk? Kijk dan op de website voor meer informatie en bezoekmogelijkheden: Kasteel Heeswijk | Plan je bezoek | Topmonument Brabant

Voor een overzicht van schenkingen die de stichting Adel in Nederland in de afgelopen jaren deed, zie: Giften/Schenkingen – Adel in Nederland

Afb. 3. Eén van de foto’s betreft de aankomst van een volgkoets bij de kasteelpoort.
Afb. 4. Kasteel Heeswijk: topmonument in Brabant. Kijk voor bezoekmogelijkheden op Kasteel Heeswijk | Plan je bezoek | Topmonument Brabant

 

Koning Harald V van Noorwegen (1937-2026) – Alles voor Noorwegen

Afb. Koning Harald V van Noorwegen. Screenshot met dank aan de website van het Noorse Koningshuis/Det Norske Kongehus

Zijne Majesteit Harald V Koning van Noorwegen bij de gratie van God en de Grondwet, geboren huis Skaugum, Asker 21 februari 1937, Koning van Noorwegen 1991-2026, overleden Oslo 28 augustus 2026, zoon van Alexander Edward Christian Frederik, Koning Olav V van Noorwegen, en Martha Sofie Louisa Dagmar Thyra Prinses van Zweden, trouwde Oslo 29 augustus 1968 Sonja Haraldsen, Koningin van Noorwegen, geboren Oslo 4 juli 1937, dochter van Karl August Haraldsen en Dagny Ulrichsen.

Koning Harald V van Noorwegen stamde in de mannelijke lijn uit het Huis Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Glücksburg, dat ook wel kortweg het Huis Oldenburg genoemd wordt. Als stamvader gold eeuwenlang het legendarische 8ste-eeuwse Saksische stamhoofd Wittikind, maar de oudst bekende voorvader is Egilmar I Graaf van Aldenburg (ca. 1088-1108). Zijn nakomelingen regeerden onder meer als Hertogen van Sleeswijk-Holstein, Koningen van Denemarken, Koningen van Griekenland, Keizers van Rusland en Groothertogen van Oldenburg.

De huidige Koning Charles III van het Verenigd Koninkrijk is in de mannelijke lijn via zijn vader, die van oorsprong een Prins van Griekenland was, een nakomeling uit het Huis Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Glücksburg.

Nederlandse links
Koning Harald V is in de vrouwelijke lijn een nakomeling van Koning Willem I der Nederlanden. De banden met de Oranjes zijn tot in de huidige generaties hecht. Zo was Koning Harald peetvader van Friso prins van Oranje-Nassau en was hij om die reden niet alleen aanwezig bij het huwelijk van Prins Friso met Mabel Wisse Smit, maar ook bij het afscheid van Prins Friso. Verder is Koning Haakon VIII peetvader van Eloïse gravin van Oranje-Nassau van Amsberg, Koning Willem-Alexander is peetvader van Kroonprinses Ingrid Alexandra van Noorwegen, Koningin Máxima is peetmoeder van Prins Sverre-Magnus van Noorwegen en Prinses Laurentien van Oranje-Nassau is peetmoeder van Leah Isadora Behn, een kleindochter van Koning Harald.

De Nederlandse graven van Aldenburg Bentinck danken hun naam aan het huwelijk van Willem des H.R. Rijksgraaf Bentinck (1704-1774) in 1733 met Charlotte Sophie des H.R. Rijksgravin von Aldenburg (1715-1800). Haar grootvader was een bastaardzoon van een Graaf von Oldenburg.

Museum Nienoord: verrijkt met zeven 17e-eeuwse officiersportretten, dankzij genereuze schenking

Afb. 1. V.l.n.r.  Geert Pruiksma (directeur Museum Nienoord), André Buwalda (Stichting Het Friese Portret) en Jeroen Punt (conservator Nationaal Militair Museum) met de zeven portretten. Foto met hartelijke dank aan Geert Pruiksma.

Deze week werd Museum Nienoord verblijd met een rijke schenking, dankzij een genereuze schenking van een eigenaar, die anoniem wil blijven. Zeven portretten uit rond 1640 worden hiermee verenigd met negen andere portretten uit diezelfde serie, die al op Nienoord hangen. Hierop zien we een serie legercommandanten rond 1640, van wie één op hoge leeftijd in het Rampjaar 1672 nog meegevochten heeft tegen ‘Bommen Berend’ – de beroemde officier Poppe van Burmania. Bij de landelijke herdenking hiervan in 2022 kwamen deze zeven portretten naar een tijdelijke tentoonstelling op Nienoord.

Het Fries Regiment
Het Friese regiment ontstond in het begin van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). Het Staatse Leger van de republiek, die Nederland dan is, bevocht de Spaanse invasie in regimenten. Deze bestonden uit een kolonel, luitenant-kolonel en majoor, kapiteins, luitenants, vaandrigs, sergeants, korporaals en soldaten. Een gemiddeld infanterieregiment telde zo’n 10-15 compagnies van elk 100-150 man. Het Friese regiment was aanzienlijk groter.

De noordelijke gewesten Friesland, Groningen en Drenthe kwamen in 1576 in handen van de opstandelingen. Er werd een regiment opgericht, genoemd naar de graaf van Rennenberg, de Friese stadhouder. Toen hij overliep naar Spaanse zijde – en alleen Friesland behouden bleef – werd dit het Nassause regiment, dat genoemd werd naar de nieuwe aanvoerder Willem Lodewijk van Nassau. Omdat de Staten van Friesland geldschieter zijn, spraken eigentijdse bronnen van ‘Fries regiment’. Dit omvatte in 1631 maar liefst 27 compagnies van 150 man en een garde van 200. Bij een legerhervorming deelde stadhouder Ernst Casimir de eenheid op in twee regimenten. Deze portrettenreeks hoorde bij één hiervan.

In tien jaar tijd lieten negentien aanvoerend officieren zich portretteren, een aantal zelfs door de Leeuwarder hofschilder Wybrand de Geest (een aangetrouwde neef van Rembrandt), aan wie het Fries Museum afgelopen jaar een grote solo-tentoonstelling wijdde. De door Wybrand gesigneerde portretten zijn die van Hendrik Casimir van Nassau (1612-1640): Wybrand de Geest 1638, Jacques van Oenema (1591-1646): Wybrand de Geest 1641 en Douwe van Heerma: Wybrand de Geest 1637. Tjerk van Solckema (1601-1665) zijn portret is gesigneerd door Harmen Willemse Wieringa 1644. Van de volgende schilderijen is nog geen signatuur gevonden maar die hebben wel de kwaliteit van Wybrand de Geest: Poppo Bockes van Burmania (ca 1610-1638), Gijsbert van Voort (ca 1596-1668), Arent Arents van Loo (ca 1610-ca. 1656) en Haring van Harinxma thoe Heeg (1604-1669).

De opdrachtgever en de eerste verblijfplaats(en) van de portretgalerij zijn onbekend. In 1857 bevond de complete serie zich in het Hooghuis van Hobbe van Sminia te Bergum. Zijn drie dochters erfden elk een deel; één van die dochters trouwde in op Nienoord en bracht tien portretten mee. Haar kleindochter Elske Smith née jonkvrouwe van Panhuys schonk er negen aan Museum Nienoord. De tiende was al eerder door de familie van Panhuys verkocht aan de familie van Oranje en is nu op Paleis Het Loo te zien.

Dankzij langdurig speurwerk van onder andere André Buwalda (Stichting Het Friese Portret) en Jeroen Punt (conservator Nationaal Militair Museum) en in samenwerking met Museum Nienoord, zijn ook de andere negen portretten getraceerd. Hiermee werd na de scheiding van ongeveer anderhalf eeuw geleden van alle portretten de verblijfplaats bekend.

De verspreid geraakte regimentsportretten weer bij elkaar
In 2022 waren de portretten al samen te zien op Nienoord, bij de herdenking van ‘350 jaar 1672’. Dit leverde veel belangstelling op. Huidige leden van het eeuwenoude regiment bezochten de tentoonstelling, de portretten van Museum Nienoord zelf reisden langs herdenkingen elders, nazaten van de geportretteerden ontmoetten elkaar hier en voor het publiek waren er nog veel meer evenementen.

Afb. 2. Een gedeelte van de officiersportretten op Nienoord, aangevuld met eigentijdse officiersportretten.

Verder wetenschappelijk onderzoek leidde naar nieuwe publicaties. Zo ontdekte Paul Borghaerts bij dendro-chronologisch onderzoek (naar de jaarringen in de panelen) dat vijf van de panelen uit dezelfde boom kwamen. De portretten stamden dus uit dezelfde periode en uit hetzelfde atelier. Het portret van Jan Gerckes Hoptilla blijkt sprekend te lijken op een portret in het Rijksmuseum, waarvan dat museum aanneemt dat Piet Hein er op staat; daar moet dus een ander bordje onder.

Adellijke officieren
De personen op de zeven geschonken portretten zijn: Kapitein Baerthe van Idsaerda (1610?-1634), Kolonel Ids van Eminga (1570?-1635), Kapitein Poppe Jans van Burmania ‘de Oostendenaer’ (1603-1676), Kapitein Gellius (Jelle) Nijs (1595?-1635?), Kolonel Jacques van Oenema (1591-1646), Kapitein Haring van Harinxma thoe Heeg (1604-1669) en Kapitein Foppe Sirtema van Grovestins (1610?-1658).

De door Elske van Panhuys geschonken portretten, die vroeger in de Ridderzaal op de Nienoord hingen, zijn van Stadhouder en kapitein-generaal Willem Lodewijk van Nassau-Dillenburg (1560-1620), Stadhouder en kapitein-generaal Ernst Casimir van Nassau-Dietz (1573-1632), Stadhouder en kapitein-generaal Willem Frederik van Nassau (1613-1664), Majoor Poppo Bockes van Burmania (ca 1610-1638), Ingenieur en kwartiermaker Gijsbert van Voort (ca 1596-1668), Kapitein Arent Arents van Loo (ca 1610-ca. 1656), Kapitein Tjerk van Solckema (1601-1665), Kapitein Douwe van Heerma (ca 1610 -1654).

De portretten van Wyger van Hottinga, Jan Gerkes van Hoptilla en Hendrik Casimir van Nassau berusten thans nog in andere collecties.

De schenking vloeit voort uit de reuring rondom de reünie
De genereuze schenker van de zeven geschonken portretten vindt de hereniging met de tien op Nienoord aanwezige portretten nog belangrijker, dan dat hij er met zijn familie thuis van geniet. Alle eer rondom de schenking wijst hij hierbij af, hij kiest er dan ook voor om anoniem te blijven.

Bericht met hartelijke dank aan Museum Nienoord: Museum Nienoord | Borg & Nationaal Rijtuigmuseum

Afb. 3. Museum Nienoord. Foto door oor Francis from Groningen, Netherlands – Nienoord, CC BY 2.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=3517141

 

Op stand aan de wand: Fanny barones Nahuys née Hodgson (1810-1882)

Afb. 1. Francis Martha (‘Fanny’) barones Nahuys née Hodgson (1810-1883). Gouache op papier, part. coll.

Het onderstaande verhaal stond in het digitale magazine van AiN, jaargang 1, nr. 2 – april 2017. Dit magazine wordt per mail aan de donateurs van de stichting Adel in Nederland toegestuurd.

Francis (‘Fanny’) Martha barones Nahuys née Hodgson (1810-1882) werd geboren op Beechhouse in Macclesfield in het Verenigd Koninkrijk als dochter van Brian Hodgson en Catherine Houghton, die beiden uit families van grootgrondbezitters stamden. Grootvader Hodgson leefde als een landedelman en had een grote meute windhonden. Daarnaast commandeerde hij jarenlang de vrijwillige cavalerie. Een zusje van haar grootvader was gehuwd met de bisschop van Londen en de familie vertoefde vaak in het bisschoppelijk paleis.

Haar vader was een gepassioneerd jager en was daarnaast bankier. Samen met een neef had hij een bankiershuis gesticht, maar dat ging failliet en “… hoewel hij zijn tegenslagen moedig droeg, had hij niet de kwaliteiten die een geruïneerde heer in staat stelde om op middelbare leeftijd een nieuwe start te maken.” Gelukkig had haar moeder een sterk karakter en waren er hulpvaardige connecties, zodat haar vader slotvoogd van Martello Towers werd.

Afb. 2. Mr. Petrus Cornelis Nahuys (1803-1882), Commissaris des Konings in Overijssel, gravure part. coll.

Haar broers zochten hun geluk in India en in brieven aan haar werd zij altijd ‘Dearest Fanny’ genoemd. Zo schreef één van haar broers in 1825 aan haar: “Mijn lieve Fan! Een brief met datum 23 mei van onze dierbare moeder, geeft mij een charmant verslag van je talenten, werkzaamheden en kundigheden. Je houdt van muziek en bent voorbestemd om er in uit te blinken. Je hebt jezelf die elegante talen Frans en Italiaans eigen gemaakt. Hoe verlang ik er naar om mijn lieve Fanny een Italiaans lied te horen zingen met de smaak en het gevoel van een echte muziekliefhebber!”

In 1839 trad zij in het huwelijk met jonkheer mr. Petrus Cornelis Nahuys (1803-1882). Haar echtgenoot was al jarenlang een goede bekende van haar, want haar oudere zusje Ellen was in 1826 de derde echtgenote van diens vader geworden. Hierdoor werden de beide zusjes stiefmoeder en -dochter van elkaar. Haar schoonvader maakte carrière in Nederlands-Indië en werd uiteindelijk raad van Indië met de rang van generaal-majoor. In 1842 werd hem vanwege zijn vele verdiensten de titel van baron bij eerstgeboorte verleend en na zijn overlijden volgde zijn zoon hem in deze titel op en werd Fanny vervolgens barones Nahuys.

Haar echtgenoot was rechter in de arrondissementsrechtbank en later raadsheer in het gerechtshof in Arnhem. Hij beëindigde zijn carrière glansrijk als commissaris des Konings in Overijssel. De laatste jaren van hun leven woonden zij op het landgoed ’s Heeren Loo in Ermelo en nadat haar echtgenoot in 1882 was overleden, overleed zij in het jaar erop op drieënzeventigjarige leeftijd en werd bijgezet naast haar echtgenoot in de Van Nahuys grafkelder op de oude begraafplaats aldaar.

FRANCES MARTHA HODGSON
DOUAIRIERE Mr P.C. BARON NAHUIJS
GEB. TE MANLESFIELD IN ENGELAND
21 JANUARI 1810
OVERL. OP ‘sHEERENLOO TE ERMELO
22 JULI 1883

Het huwelijk bleef kinderloos en hun bezittingen vererfden op de neven en nichtjes Nahuys. In november van dat jaar werden ‘eenige Nieuwe Schilderijen en geëncadreerde Aquarellen’ uit haar nalatenschap geveild. Het afgebeelde portretje vererfde via een nichtje in de vrouwelijke lijn. Latere generaties hechtten geen waarde meer aan deze en andere Nahuys portretjes en gezamenlijk belandden ze in een kist op een rommelmarkt, waar ze door een gelukkige vinder werden aangekocht.

De buitenplaats ’s Heerenloo met ‘wit marmeren VESTIBULE en GANG, vier ruime BENEDENKAMERS, waaronder groote ZAAL’ en nog meer kamers boven, werd na haar overlijden in veiling gebracht, waarbij het ‘naar den nieuwsten smaak aangelegd PARK’ werd geroemd ‘met zeldzame HEESTERS en CONIFEREN’, een koepel en ‘zeldzaam fraai uitzicht in het park en op de Zuiderzee’ met ‘prachtige vergezichten’ over het water. Ook de ruim 250 hectare bossen, weilanden en akkers gingen onder de hamer.

Literatuur & bronnen
Nederland’s Adelsboek, jaargang 89 (2000-2001). ’s-Gravenhage.
William Wilson Hunter (1896). The life of Brian Houghton Hodgson. British resident at the Court of Nepal. London.
De Tijd, 9 november 1883, 4.
Het Nieuws van den Dag, 24 augustus 1883, 4.

Thuis heb ik nog een ansichtkaart… huis Westerveld

Afb. Huis Westerveld in Elden, ansichtkaart part. coll.
Afb. Huis Westerveld in Elden, ansichtkaart part. coll.

Mr. Cuno baron van Voorst tot Voorst, uit het bericht hiervoor, werd geboren op het huis Westerveld in Elden onder Nijmegen. Het huis kwam in de familie door het huwelijk van zijn moeder Barbara Catharina Josephina Debets (1818-1889), erfdochter van Westerveld, met zijn vader Eduwardus Ludovicus baron van Voorst tot Voorst (1810-1891).

Na hun overlijden vererfde het op hun zoon Walter (1844-1922), maar “…de sobere levenswijze van zijn familie namen…” hij en zijn echtgenote “… niet volledig over”, aldus het familieboek. Hun zoon, wederom een Walter (1882-1951), leefde op nog grotere voet en had zelfs zijn eigen renpaarden.

Dit alles kon niet lang stand houden en in 1931 was alle glorie voorbij en werd hij failliet verklaard. Het huis werd op een publieke veiling door de bank verkocht voor 183.400 gld.

In 1944 brandde huis Westerveld door oorlogshandelingen af, maar wat resteert, is de aanleg, die als zeer waardevol bekend staat.

Weekendtip zondag 30 augustus: Open Tuindag Hindersteyn

Afb. 1. Op Ridderhofstad Hindersteyn treft u na iedere bocht en om iedere hoek weer mooie doorkijkjes.

Op zondag 30 augustus staan de poortdeuren van Ridderhofstad Hindersteyn in Langbroek (Utrecht) open voor belangstellenden. De 700 jaar oude ridderhofstad is in het verleden eigendom geweest van adellijke families als Van Zuylen van Nijevelt en De Wijkerslooth de Weerdesteyn en is nu in het bezit van het geslacht Geytenbeek, dat het huis en de tuinen met veel zorg en liefde tot nieuwe bloei heeft gebracht. Er is volop de gelegenheid om te genieten van de moestuin met zijn monumentale kassen, bloementuin en fruitkooi. Het park met de kenmerkende slangenmuur, de doolhof én labyrint maken deel uit van het historische complex.

De open tuindag wordt sinds 1992 ieder jaar in juli georganiseerd. Op zondag 30 augustus zijn de tuinen geopend tussen 10.00 en 17.00 uur. De entree is € 9,50 per persoon inclusief koffie/thee/fris en (citroen)taart. Alleen PIN betaling mogelijk! Honden zijn helaas niet toegestaan. De opbrengst van deze dag komt ten goede aan Stichting tot behoud Ridderhofstad Hindersteyn. Deze stichting levert een belangrijk aandeel in het onderhoud van tuin en moestuin, die onderhouden wordt door 35 vrijwilligers.

De open tuindag is dé gelegenheid bij uitstek om te dwalen door de mooie tuinen. Ook al bent u niet de enige bezoeker, toch zijn er vele plekjes om rustig te mijmeren en te staren over bv. een sappig weiland met wat koeien erin. U kunt ook gezellig zitten op één van de vele tuinbankjes in het park. Menig fotograaf komt op deze dag foto’s maken, want daar leent de tuin zich natuurlijk prima voor. Voor de gelegenheid is een aantal vrijwilligers aanwezig dat vragen kan beantwoorden en wordt er door hen een speciale rondleiding verzorgd door de tuinen.

Er heerst een gemoedelijke sfeer en u komt gemakkelijk in contact met andere tuinliefhebbers. Het gazon naast de Oranjerie is omgetoverd  tot een gezellig terras waar het goed toeven is.

Let op: betaling alleen met PIN bij de poort. De entree en de koffie/thee/fris met taart worden in 1 transactie met u via een PIN betaling afgerekend. Honden zijn helaas niet toegestaan.

Meer weten over Ridderhofstad Hindersteyn? Kijk dan op de website https://hindersteyn.nl

Over de geschiedenis van Ridderhofstad Hindersteyn is een geweldig lees- en kijkboek verschenen! Het is te bestellen via: Hindersteyn, het verhaal – Hindersteyn, maar het is natuurlijk ook gewoon te koop op deze Open Tuindag!

Afb. 2. Mooie doorkijkjes en gastvrije hoekjes, die uitnodigen om te gaan zitten en te genieten van de vers gebakken citroentaart met koffie, thee of fris.
Afb. 3. Open Tuindag Ridderhofstad Hindersteyn: een terugkerende jaarlijkse, gezellige traditie!

Zomer 1880: de bloeiende Agave americana op Den Bramel

Afb. 1. De bloeiende Agave americana op Den Bramel en tuinbaas Jäncke, foto part. coll.
Afb. 1. De bloeiende Agave americana op Den Bramel en tuinbaas Jäncke, foto part. coll.

Vorig jaar was bij Editie NL een verslag te zien over een bloeiende agave (zie: Bijzonder: Gideon en Rina zien in hun voortuin een Portugese agave bloeien), die je in Nederland niet vaak ziet. Eén van de uitspraken hierover was: ‘Als het bijvoorbeeld in de Achterhoek was geweest, waar de winters veel strenger zijn, dan was dit waarschijnlijk niet gelukt.’ In 2016 plaatste AiN onderstaande verhaal al eens over een bloeiende agave op landgoed Den Bramel in Vorden in de… Achterhoek. Ongetwijfeld zullen de agaves als kuipplanten overwinterd hebben in de oranjerie, maar de bloeiende agave kwam hier in 1880 al in het nieuws.

Op Den Bramel, één van de acht kastelen van Vorden, woonde in 1880 jonkheer Imilius Frederik Storm van ’s Gravesande (1822-1891) met zijn gezin. De familie leefde op grote voet en zo werd het huis aan de achterzijde uitgebouwd, waren er reisjes en ontvangsten en was er ruim personeel aanwezig, waaronder een Zwitserse gouvernante. Op de tuin was men zeer gesteld en aan het hoofd stond ‘Baas Jäncke’ met wie niet te spotten viel en zonder wiens toestemming de kinderen Storm nog geen kersje van de boom mochten plukken – ook al gebeurde dat achter zijn rug om natuurlijk wel.

Afb. 2. Den Bramel in 1870, voor de grote verbouwingen, foto part. coll.
Afb. 2. Den Bramel in 1870, voor de grote verbouwingen, foto part. coll.

In de zomer van 1880 haalde Den Bramel de krant, omdat een vijfenzeventigjarige Agave americana daar een hoogte van ongeveer zes meter bereikt had en tot bloei was gekomen. Voor deze bijzondere gelegenheid kwam er zelfs een fotograaf naar Den Bramel om dit vast te leggen, want men was hier trots op.

Een zekere statusgevoeligheid lag hier ook wel aan ten grondslag, want een bloeiende agave kwam in die tijd niet heel vaak voor. Om de agave nog groter te doen lijken, zat de tuinman er op zijn knieën naast. Op de andere foto zien we hem geduldig voor de camera poserend met zijn gieter in de ene en een bosje bloemen in de andere hand als toonbeeld van zijn werkzaamheden.