Overleden: jonkheer Jaap Ploos van Amstel (1926-2022), kunstschilder, tekenaar en aquarellist

Afb. 1. Jonkheer Jaap Ploos van Amstel in zijn atelier, 2016. Foto: Dorte Hopmans, Amsterdam.

Jonkheer Jaap Ploos van Amstel, geboren Bussum 3 november 1926, zoon van Louwrens Ploos van Amstel en Frederika Henriëtte Broeckmans, kunstschilder, tekenaar en aquarellist, oud-docent Rietveld Academie, ere-voorzitter Jeanne Oosting Stichting, Officier in de Orde van Oranje-Nassau, begiftigd met de Erepenning van de stad Haarlem, overleden Haarlem 1 mei 2022, weduwnaar van mr. drs. Jennigje Hendrika (‘Jenny’) Ploos van Amstel née Pieterson

Kunstschilder, tekenaar en aquarellist jonkheer Jaap Ploos van Amstel is 1 mei na een kort ziekbed overleden in zijn woonplaats Haarlem. Jaap Ploos van Amstel was 95 jaar, en tot enkele maanden voor zijn dood nog steeds werkzaam.

Na een opleiding in Amsterdam, Parijs en Salzburg begon Ploos van Amstel halverwege de jaren vijftig met exposeren. Hij won in 1954 en in 1955 de Koninklijke Subsidie voor de Schilderkunst, in 1962 de Talens Prijs voor Schilderkunst, en in 1966 de Henriëtte Roland-Holst Prijs voor Grafiek. Hij exposeerde met regelmaat solo in Nederland en daarbuiten, nam deel aan groepstentoonstellingen van Pulchri Studio in Den Haag, Arti in Amsterdam, de Hollandse Aquarellistenkring en de Nederlandse Kring van Tekenaars. Vanaf begin jaren zeventig was hij ook docent aan de Rietveld Academie in Amsterdam.

Ploos van Amstel vervulde naast het kunstenaarschap meerdere culturele bestuursfuncties. Zo was hij voorzitter van de Jeanne Oosting Stichting die jaarlijks de befaamde Jeanne Oostingprijzen voor schilderkunst en aquarel uitreikt. In 2016, bij zijn negentigste verjaardag, werd hij benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau om zijn artistieke prestaties, zijn invloedrijke docentschap, en om zijn bestuurlijke inzet.

In het werk van Jaap Ploos van Amstel was nagenoeg altijd het figuratieve aspect leidend. Tot zijn favoriete onderwerpen hoorden vulkanische landschappen, kusten, dieren, en ballonnen en vliegers. En hoewel de techniek ervan hem niet interesseerde, waren marineschepen, vliegtuigen en formule 1 raceauto’s ook een geliefd onderwerp.

Kunsthistoricus prof. Jan van Adrichem, voormalig conservator bij het Stedelijk Museum Amsterdam, en zelf een oud-leerling van Ploos van Amstel, omschreef in een monografie uit 2016 de positie van Ploos van Amstel als “een kunstenaar met een open blik, modernistisch en figuratief, en met een zeer eigen ‘handschrift’. (…) Als zodanig heeft hij een sterke en unieke positie opgebouwd naast de avant-garde in de naoorlogse Nederlandse beeldende kunst”.

Hij was bevriend met vele naoorlogse kunstenaars, zoals Otto de Kat, Jeanne Bieruma Oosting, zijn oud-leermeester Jan van Tongeren, generatiegenoten als Frank Letterie en Michel van Overbeeke, en oud-leerlingen als Eric de Nie, Margreet Bouman en Ronald Ruseler, met wie hij ook exposeerde.

Een uitgebreide selectie van werken van Ploos van Amstel was afgelopen najaar ter gelegenheid van zijn vijfennegentigste verjaardag te zien in Museum Henriette Polak, waar zijn werk tot de kerncollectie behoort. In de zomertentoonstelling 2020 ‘Mag het ook mooi zijn?’ van het Frans Halsmuseum / De Hallen was Ploos van Amstel vertegenwoordigd met acht grote olieverfschilderijen. Een door hem in 2019 aan de Provincie Noord-Holland geschonken schilderij van de Laokoön beeldengroep en de Haarlemmerhout is permanent te zien in het provinciehuis Paviljoen Welgelegen te Haarlem. En vanaf 15 mei worden tekeningen en aquarellen van zijn hand getoond in De Kapberg in Egmond a/d Hoef.

Zijn werk is ook te vinden in de collecties van onder andere Teylers Museum, het Rijksprentenkabinet, het Marinemuseum, het Stadsarchief Amsterdam, het Provinciaal Archief Noord-Holland en het Rijk.

Over Jaap Ploos van Amstel zijn twee monografieën verschenen: ‘Ploos van Amstel’, door Frans Duister (2008) en ‘Ploos van Amstel – naast de avant-garde’ door Jan van Adrichem (2016). In 2012 verscheen de uitgave ‘Rare vogels’, een kort verhaal van P.F. Thomése geïnspireerd door en geïllustreerd met de reeks maraboe tekeningen van Ploos van Amstel.

De uitvaart van Jaap Ploos van Amstel heeft inmiddels in besloten kring plaatsgevonden.

Afb. 2. Jaap Ploos van Amstel. Mycene, door de poort. Tekening, gemengde techniek, 2012.

Veilingnieuws Bubb Kuyper 17 t/m 20 mei: een brief aan Willem Graaf Bentinck

Afb. Een historisch gezien belangrijk brief aan Willem des H.R. Rijksgraaf Bentinck, die we hier op een portret naar Liotard zien in het Rijksmuseum Amsterdam. Foto van de brief met hartelijke dank aan Bubb Kuyper Veilingen in Haarlem.

Van 17 t/m 20 mei vindt er bij Bubb Kuyper Veilingen in Haarlem een grote veiling plaats van boeken, prenten, kaarten, documenten, enz. Lees hieronder het verhaal over de brief aan Willem Graaf Bentinck, of kijk in de online catalogus voor wat er verder wordt aangeboden op Auction 76, 17-20 May 2022 (bubbkuyper.com)

Lotnummer 76/1766 betreft een historisch gezien interessante brief uit 1749 van de Britse politicus Philip Yorke, 1st Earl of Hardwicke (1690-1764), aan Willem des H.R. Rijksgraaf Bentinck, heer van Rhoon en Pendrecht (1704-1774). De brief werd door de Graaf van Hardwicke meegegeven aan zijn twee zoons en hij vroeg in deze brief om hun bescherming door Graaf Bentinck. Willem Bentinck was een politicus en belangrijk adviseur van Stadhouder Willem IV. Hij was onder meer president van de Ridderschap van Holland, lid van de geheime Raad van de Prinses-Gouvernante en ondernam als diplomaat verschillende missies naar Engeland, Denemarken, Aken en Wenen. Hij huwde Charlotte Sophie des H.R. Rijksgravin von Aldenburg (1715-1800) en haar leven is kleurrijk beschreven door Hella Haasse in ‘Mevrouw Bentinck. Onverenigbaarheid van karakter & De groten der aarde’.

Graaf van Hardwicke feliciteert hem in deze brief met zijn succes, speciaal met de ‘happy Conclusion of that Peace, which we now enjoy’. Waarschijnlijk betreft dit een verwijzing naar de Vrede van Aken (1748), waarbij o.a. Frankrijk zich terugtrok uit de Republiek. Hij spreekt ook het Engelse vertrouwen in Bentinck uit ten aanzien van de Nederlandse financiën. Vijf andere brieven aan Willem Bentinck maken ook deel uit van dit lotnummer.

De brieven worden getaxeerd op 150-250 euro.

Benieuwd naar wat er verder op deze veiling bij Bubb Kuyper Veilingen in Haarlem aangeboden wordt? Kijk dan in de online catalogus https://www.bubbkuyper.com/index.php?option=com_virtuemart&view=category&virtuemart_category_id=373&virtuemart_manufacturer_id=0&Itemid=198

Gevallen voor het vaderland: jonkheer Jean Chrétien Baud (1919-1944) en jonkheer Willem Abraham Baud (1923-1945)

Afb. 1. Jonkheer Willem Abraham Baud (1923-1945).

Het geslacht Baud stamt uit Zwitserland en gaat terug tot in 1409 in de buurt van Genève. In de 18e eeuw kwam een Baud naar Nederland en werd sergeant in het regiment Zwitserse gardes onder de lijfcompagnie van de Prins van Oranje. Zijn kleinzoon, Jean Chrétien baron Baud (1789-1859), werd onder meer gouverneur-generaal van Nederlands-Indië en in 1858 werd hij in de Nederlandse adel verheven met de titel van baron bij eerstgeboorte.

De broers werden geboren als kinderen van mr. Jean Chrétien baron Baud en Augusta Isabelle Alexandrine barones van Dedem, die uit de oud-adellijke Overijsselse familie Van Dedem stamde met als stamhuis het Huis Den Berg in Dalfsen.

Jean Chrétien werd geboren op 16 juni 1919 in Arnhem. Hier was zijn vader werkzaam als adjunct-commies bij de provinciale griffie van Gelderland. Nadat hij in 1920 chef van het kabinet van de burgemeester van ’s-Gravenhage was geworden, verhuisde het jonge gezin hierheen en vestigde zich op 15 maart aan de Jozef Israëlslaan nr. 16. Op dit adres werd in 1920 zijn broertje Alexander geboren, gevolgd door Hendrik Maximiliaan in 1921 en op 29 januari 1923 werd Willem Abraham hier geboren.

In deze jaren raakte het gezin ook verbonden met het Koninklijk Huis, want na eerst benoemd te zijn tot kamerjonker van Koningin Wilhelmina, werd hun vader als kamerheer i.b.d. van Koningin Wilhelmina ter beschikking gesteld aan Prinses Juliana en in latere jaren werd hij haar particulier secretaris. Ondertussen was het gezin op 15 juli 1929 naar Katwijk aan de Zee verhuisd waar het aan de Hooghkade ging wonen, maar een jaar later op 27 maart vestigde zij zich opnieuw in ’s-Gravenhage aan de Koningskade nr. 12 in een groot 19e-eeuws herenhuis.

Het was in dit huis dat de familie woonde toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak en overeenkomstig het familiedevies OTIA DANT VITIA (ledigheid is het beginsel van alle kwaad) keken de vier broers niet toe en kwamen in verzet – maar twee overleefden de oorlog niet.

Afb. 2. Jonkheer Jean Chrétien Baud (1919-1944).

Jean Chrétien, die in de familie ‘Tièn’ genoemd werd (de pachters op Den Berg in Dalfsen spraken zijn naam uit als ‘Jan Krent’), verliet in 1937 als eerste het ouderlijk huis en ging in Utrecht Indisch recht studeren als voorbereiding op een carrière in Nederlands-Indië, waarvan zijn betovergrootvader in de jaren 1833-1936 gouverneur-generaal was. In 1938 volgde hij een militaire opleiding en werd cornet bij de artillerie. Na het uitbreken van de oorlog probeerde hij per fiets Portugal te bereiken, maar deze poging mislukte.

In de nacht van 1 op 2 april 1941 deed hij een nieuwe poging. Dit keer als Engelandvaarder en samen met verzetsleden van de Stijkelgroep probeerde hij met een vissersbootje vanuit Scheveningen naar Engeland te ontkomen. Via radiocontact dacht men afspraken gemaakt te hebben, waarbij het de bedoeling was om op zee door een Engelse duikboot of torpedobootjager opgepikt te worden, maar de zaak bleek verraden te zijn. Midden in de nacht vertrok de KW 133 van de vissers Gebr. Van der Plas zo stil mogelijk vanuit de haven van Scheveningen. Nog voor het verlaten van de haven flitste een controlelicht op. Tièn sprong overboord en wist ongezien zwemmend de kant te bereiken. Na zijn ontsnapping keerde hij onder de modder heimelijk terug naar het huis van mevrouw M.S. van Deth, die inspectrice was bij de kinderpolitie in ’s-Gravenhage. De volgende dag ’s avonds hield hij het hier niet meer uit en ging naar het huis van de heer C. Drupsteen, een politieagent die ook mee zou gaan op de boot, om te horen hoe het de anderen vergaan was die aan boord waren. Hier werd hij opgewacht door de Duitsers en gearresteerd.

Van 3 april 1941 tot 10 april 1942 zat hij in cel 371 in de gevangenis in Scheveningen, die door de vele verzetsstrijders die daar zaten het Oranjehotel genoemd werd. Daarna werd hij naar Berlijn vervoerd en op 1 september 1942 kwam zijn zaak daar voor in de 3e Senat des Reichskriegsgerichtes in Berlijn-Charlottenburg aan de Witzlebenstrasse 410. De aanklacht luidde: “Verdacht van begunstiging van de vijand”, omdat hij “… door verschillende zelfstandige handelingen tijdens het door het Duitse Rijk gevoerde oorlog (heeft) geprobeerd de vijand te begunstigen en aan het leger van het Duitse Rijk schade (heeft geprobeerd) te berokkenen.” In het proces werd hij vertegewoordigd door de Rechtsanwalt dr. Liffers.

De hele rechtzaak was een showproces en de uitkomst was dat hij ter dood werd veroordeeld, maar later kreeg hij alsnog gratie en werd overgebracht naar het tuchthuis Sonnenburg bij Küstrin. Hier overleed hij aan uitputting door onder meer tbc op 15 juli 1944, een maand voor hij vijfentwintig zou zijn geworden. Hij werd ter plaatse begraven, maar na de oorlog vond zijn herbegrafenis plaats op de gemeentelijke begraafplaats Westduin in ‘s-Gravenhage, waar hij samen met andere leden van de Stijkelgroep bij een monument begraven ligt.

Willem Abraham, ‘Wim’ in de familie, was leerling op het gymnasium en werd op 18 maart 1941 achttien jaar oud gearresteerd vanwege de verspreiding van illegale bladen en foto’s van het Koninklijk Huis. Ook hij werd opgesloten in het Oranjehotel in Scheveningen. Hier zat hij in cel 665. Nadat hij op 25 juli 1941 vrijgelaten was, dook hij onder in Dalfsen, waar zijn moeders familie het landgoed Den Berg bezat. Hier werd hij actief in het verzet in de verzetsgroep van de onderwijzer S.J. Baarsma van de A. baron van Dedem school. Op 5 december 1944 werd hij gearresteerd en vermoedelijk op 10 februari 1945 vervoerd naar concentratiekamp Neuengamme bij Hamburg. Hier overleed hij aan tbc en uitputting tweeëntwintig jaar oud op 3 april 1945 – een maand voor het kamp door de Geallieerden bevrijd zou worden.

Naar verluidt is hun moeder nooit over hun verlies heengekomen en kon zij nimmer meer lachen.

Gevallen voor het vaderland: Egbert Joost baron van Nagell, heer van Schaffelaar (1923-1944).

Nagell, Dodenherdenking 2014
Afb. Egbert Joost baron van Nagell (1923-1944), met links huis de Schaffelaar en zijn graf in Barneveld.

Egbert Joost baron van Nagell werd geboren op 26 juni 1923 in Bad Harzburg. Zijn vader, mr. Justinus Egbertus Hendericus baron van Nagell, stamde uit een oud-adellijk geslacht uit Westfalen, waarvan de stamvader voor het eerst in 1385 genoemd werd. In de 16e eeuw vestigde een voorvader zich in Nederland en in 1814 werd de familie opgenomen in de Nederlandse adel met de titel van baron. Zijn moeder, Julia Johnson Calhoun, stamde uit een van oorsprong Schotse familie, waarvan de naam oorspronkelijk Colquhoun was. In de 18e eeuw vestigde de familie zich in de Verenigde Staten en kwam daar tot groot aanzien. Zo was haar vader de eigenaar van de Baltimore Coal Mining en Railway Company en was haar overgrootvader onder meer vice-president van de Verenigde Staten onder president John Quincy Adams.

Hij groeide op met een ouder zusje in het buitenland, omdat zijn vader in diplomatieke dienst was. Diens carrière bracht hem van Peking naar Washington, Sint Petersburg, Londen, Boekarest en Stockholm. In 1935 erfde hij van zijn tante het kasteel Schaffelaar in Barneveld, het belangrijkste kasteel in neo-Tudor stijl in Nederland. Hij was de enige mannelijke Van Nagell in zijn generatie (de 17e van zijn geslacht) en erfde het, zodat hij de naam Van Nagell op Schaffelaar kon voortzetten. Als enige zoon werd hij er regelmatig in de familie aan herinnerd dat hij moest trouwen om het geslacht Van Nagell voort te zetten en hij zei daarop altijd: “Dan zal ik toch eerst goede afspraken moeten maken, want als er zes dochters komen dan heb ik het voor niets gedaan.”

Toen in 1940 de oorlog uitbrak, was zijn vader buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister te Stockholm en Helsingfors. Egbert Joost reisde in de oorlog vanuit het neutrale Zweden via Siberië naar Wladiwostok en arriveerde uiteindelijk in Nederlands-Indië waar hij eerst logeerde bij de Gouverneur-Generaal jonkheer Tjarda van Starckenborg Stachouwer en daarna bij jonkheer Loudon. Vervolgens ging hij via bemiddeling van generaal Van Pabst via Japan naar Canada waar hij een opleiding tot vliegenier kreeg. Daarna vertrok hij naar Engeland, maar ging opnieuw naar Canada voor een officiersopleiding. Bij terugkomst in Engeland kwam hij in het 322 squadron van Z.K.H. Prins Bernhard en had toen de rang van 1e luitenant R.A.F. en reserve-luitenant-kolonel bij de Koninklijke Nederlandse Luchtstrijdkrachten. Hij vertrok met een spitfire naar Frankrijk, maar moest door het slechte weer laag vliegen en werd als één van de eersten neergeschoten op 28 januari 1944 boven Merville (Nord) in Frankrijk nog geen eenentwintig jaar oud. Hij werd door de Duitsers met militaire eer begraven met de Nederlandse vlag over zijn kist.

In 1947 werd Egbert Joost baron van Nagell, heer van Schaffelaar uit Frankrijk opgehaald om in Barneveld bijgezet te worden in het familiegraf bij zijn grootouders en tante. Postuum ontving hij vanwege zijn inzet voor de vrijheid het Oorlogsherdenkingskruis met gesp, de Britse ´39 – ’45 Star, de Britse Air Crew Europe Star en het Franse Croix de Guerre ’39 – ’45 met palmtak.

Gevallen voor het vaderland: Carel Everhard graaf van Limburg Stirum (1917-1940).

Afb. Carel Everhard graaf van Limburg Stirum (1917-1940), met links zijn graf in Zutphen.

Carel Everhard graaf van Limburg Stirum werd geboren op 22 december 1917 op het Huis Duinlust te Overveen, dat in het bezit was van zijn grootouders Luden-Van der Vliet.

Zijn vader, Samuel John graaf van Limburg Stirum, was een telg uit één van de alleroudste geslachten die tot de Nederlandse adel behoort en de stamvader werd voor het eerst in 1079 genoemd als getuige van de aartsbisschop van Keulen. Door het huwelijk met de Nederlandse erfdochter Ermgard van Wisch vestigde de familie zich in de 16e eeuw in Nederland en in 1814 werd een voorvader opgenomen in de Nederlandse adel met de titel van graaf. Zijn moeder, Mary Louise Luden, stamde uit een familie die in het blauwe boekje van het Nederland’s Patriciaat staat. Haar voorouders kwamen oorspronkelijk uit Noorwegen en vestigden zich in de 16e eeuw in Amsterdam. Haar vader was bankier en commissaris bij de Nederlandse Bank en via haar moeder stamde zij van de puissant rijke Borski familie af. Hij groeide op het Huis Spijkerbosch in Olst op met twee oudere broers en hier beheerde zijn vader het omringende landgoed.

In de meidagen van 1940 diende hij als kornet bij de cavalerie en maakte hij deel uit van de beveiliging van een onderdeel van het 4e regiment huzaren. Er werd bij Ginkel een zware strijd gestreden om de opmars van de Duitsers te vertragen en op 10 mei 1940 omstreeks 17.00 uur sneuvelde hij tweeëntwintig jaar oud samen met twee kameraden bij de herberg ‘Zuid-Ginkel’ te Ede. In de gevel herinnert een gedenksteen hieraan: “OP 10 MEI 1940 OM 17 UUR SNEUVELDEN ALHIER C.E. GRAAF VAN LIMBURG STIRUM KORNET/P.CH.BONKERK DPL. KORP./J.G. DIJKERS DPL. HUZ./VORMENDE DE BEVEILING VAN EEN ONDERDEEL VAN HET 4e REGT. HUZAREN.” Vanwege zijn moedig gedrag werd hem postuum het Bronzen Kruis verleend.

Carel Everhard graaf van Limburg Stirum werd bijgezet in de familiegrafkelder Van Limburg Stirum op de Algemene Begraafplaats in Zutphen en op de zerk aan het hoofdeinde staan te zijner ere twee regels uit het Wilhelmus: “STANDVASTIG IS GEBLEVEN MIJN HART IN TEGENSPOED (couplet 13) DEN VADERLAND GETROUWE BLEEF IK TOT IN DEN DOOD (couplet 1)”

Zaterdag 28 mei 2022: Tulpenbal

Afb. 1. De sfeervolle Koepelkerk in Amsterdam is dit keer de locatie voor het Tulpenbal op zaterdag 28 mei.

Over een maand op zaterdag 28 mei is het weer zover en dan zal voor de zesde keer het Tulpenbal georganiseerd worden in een weekend vol activiteiten. Dit keer is als locatie gekozen voor de sfeervolle Koepelkerk in Amsterdam. Hier zullen gasten uit binnen- en buitenland, uit adel en patriciaat zich verzamelen voor een feestelijke avond in stijl en met traditie, maar tegelijk is er ook een ongedwongen sfeer en mogelijkheid om oude bekenden te ontmoeten en nieuwe vriendschappen te sluiten.

Het erecomité bestaat uit H.H.K.K.H.H. Prince Nicolae en Princess Alina-Marie van Roemenië, H.H. Hertogin Alice zu Meckenburg (-Strelitz) en Prinses Olimpia Colonna di Paliano.

De kaartverkoop is inmiddels in volle gang en gaat hard, dus wees er snel bij!  Kaarten voor het Tulpenbal met diner vooraf of voor de verschillende activiteiten op vrijdag en zondag kunnen via de website besteld worden https://www.tulipsball.com/

Hieronder een impressie in foto’s en beeld van het vorige Tulpenbal in 2019.

 

AiN wenst u een mooie Koningsdag toe!

Op de fotocompilatie van links naar rechts de generaties V, VI, VII, VIII, IX en X van de familie Von Amsberg: de advocaat Joachim Karl Theodoor von Amsberg (1777-1842), de Mecklenburg-Schwerins generaal-majoor Gabriel Ludwig Johann von Amsberg (1822-1895), de Groothertogelijk Mecklenburg-Schwerins opperhoutvester Wilhelm Karl Friedrich August Louis von Amsberg (1856-1929), de planter Claus Felix Friedrich Leopold Gabriel Archim Julius August von Amsberg (1890-1953), de diplomaat Claus Georg Willem Otto Frederik Geert prins der Nederlanden, jonkheer van Amsberg (1926-2002) en Z.M. koning Willem-Alexander (1967). Foto Koning Willem-Alexander ©RVD – Rineke Dijkstra en foto Gabriel von Amsberg met hartelijke dank aan Titus von Bönninghausen.

AiN feliciteert Z.M. de Koning van harte met zijn verjaardag en wenst u een mooie Koningsdag toe! Traditiegetrouw plaatsen we ook dit jaar weer hier het bericht over het geslacht Von Amsberg.

Het geslacht Von Amsberg in het licht van de Nederlandse adel: een korte beschouwing. Het is bijna negen jaar geleden dat koning Willem-Alexander uit het Huis Oranje-Nassau ingehuldigd werd, maar volgens het Nederlands adelsrecht zou je kunnen zeggen dat sinds 2013 de familie Von Amsberg regeert, want de vader van de koning was een Von Amsberg.

Hoe verhoudt het geslacht Von Amsberg zich nu tot de Nederlandse adel? Wanneer je de stamreeks bekijkt, dan zie je dat het geen hele oude familie is: de stamvader werd omstreeks 1677 vermeld. De meeste families die tot de Nederlandse adel behoren zijn ouder, ook al zijn er ook families bij die later in de geschiedenis verschijnen. Mogelijk zal de stamreeks Von Amsberg in de komende jaren nog verder opgevoerd kunnen worden nu de archieven in Mecklenburg beter toegankelijk zijn na de Duitse eenwording.

De familie Von Amsberg is niet van oude adel: in de vierde generatie zien we pas het adellijke predikaat ‘von’ verschijnen (te vergelijken met het Nederlandse predikaat jonkheer) en dit predikaat wordt voor het eerst gebruikt in 1795 bij het tekenen van een kerkregister. In 1891 wordt dit adellijke predikaat door de groothertog van Mecklenburg-Schwerin officieel bevestigd. De meeste Nederlandse adellijke families hebben ook adeldom die uit de 19e eeuw dateert, al is dat meestal uit de eerste helft van de 19e eeuw.

De maatschappelijke status van de opeenvolgende generaties is: meester-smid, meester-bakker, predikant, predikant, advocaat, generaal-majoor, opperhoutvester, planter, diplomaat. Opvallend is dat de maatschappelijke stijging begint met twee opeenvolgende generaties van predikanten, iets wat je ook in Nederland vaker ziet (we zijn toch een land van dominees) en dat je daarna traditionele adellijke functies ziet in de advocatuur, het leger, aan het Hof en in de diplomatieke dienst.

Wanneer je tot slot de kwartierstaat van koning Willem-Alexander zou bekijken, dan zou je zien dat hij ‘adellijker’ is dan de meeste leden van de Nederlandse adel: niet alleen heeft hij twee adellijke ouders, vier adellijke grootouders, acht adellijke overgrootouders, maar zelfs zestien adellijke betovergrootouders. Van deze zestien betovergrootouders behoren er vier tot jonge adellijke geslachten (Von Amsberg, Von Gutschmid, Von Salviati en Von Chelius) en twaalf tot oud-adellijke geslachten (Von Passow,Von Vieregge, Von dem Bussche-Haddenhausen, Von dem Bussche-Ippenburg, Zur Lippe, Von Wartensleben, Von Cramm, Von Sierstorpff-Driburg, Von Mecklenburg-Schwerin, Von Schwarzburg-Rudolstadt, Van Oranje-Nassau en Zu Waldeck-Pyrmont). Anno 2021 zijn er niet veel leden van de Nederlandse adel die zestien adellijke kwartieren hebben.

Conclusie: overeenkomsten, maar ook verschillen.

Het heeft Z.M. de Koning behaagd

Afb. Jonkheer dr. Jacob Six: Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Ter gelegenheid van de verjaardag van Z.M. de Koning zijn de volgende edelen geridderd. In het komende magazine van de stichting Adel in Nederland een uitgebreid overzicht met achtergrondinformatie en foto’s.

Jonkheer drs. L.D. M.T. von Bönninghausen te Fleringen, gemeente Tubbergen, Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Mr. J.E.F.M. den Drijver née jonkvrouwe van Rijckevorsel, wonende te ’s-Gravenhage, Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Jonkvrouwe M.V. Quarles van Ufford te ’s-Gravenhage, Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Jonkheer dr. A.J. Six te Utrecht, Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Lees hier een interview met jonkheer Jacob Six op AiN terug uit 2016 https://www.adelinnederland.nl/jacob-six-boek-genen-kunstverzamelaar/

M.C. Terwindt née jonkvrouwe Sickinghe te Bilthoven, gemeente De Bilt, Lid in de Orde van Oranje-Nassau.

C.A. Barones de Westenholz MA, voorzitter van het Louis Couperus Museum, wonende te Londen, Groot-Brittannië, Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Barones De Westenholz behoort tot de Duitse adel.

25 t/m 29 april: timed online veiling Veilinghuis Van Spengen met kindertekeningen Prinses Beatrix en portretjes Van der Feltz

Afb. 1. Vijf kindertekeningen van Prinses Beatrix uit 1946: één van de vele bijzondere kavels op de komende veiling van Veilinghuis Van Spengen in Hilversum. Foto met hartelijke dank aan Veilinghuis Van Spengen.

Van 25 t/m 29 april loopt er een timed online veiling af bij Veilinghuis Van Spengen in Hilversum met kunst, antiek, zilver, porselein, juwelen, enz. Tot de aangeboden kavels behoren o.a. kindertekeningen door Prinses Beatrix en portretjes Van der Feltz. Lees het verhaal hierbij hieronder en kijk voor de online catalogus voor wat er verder geveild wordt op https://vanspengen.cloudcatalogus.nl/Home/Catalog

Kavel 1140 betreft vijf tekeningen die door Prinses Beatrix in 1946 zijn getekend. De tekeningen zijn ingelijst samen met een foto van het Koninklijk gezin uit 1948 ter gelegenheid van de Inhuldiging van Koningin Juliana. Elke tekening meet ca. 14 x 14 cm, is getekend met potlood en aquarel op papier en stellen paddenstoelen, vogeltjes en sprookjes voor. Het bijzondere is, dat de tekeningen gesigneerd zijn door Prinses Beatrix met ‘Trix’ of ‘Beatrix’ en een cijfer. Eén tekening is gedateerd 26 sept. 1946. Het Deense onderschrift luidt: Tegninger udfórt af Prinsesse Beatrix (Tekeningen gemaakt door Prinses Beatrix); Holland | 1946. Als herkomst wordt door het veilinghuis opgegeven, dat deze tekeningen door de Deense Koninklijke familie aan de familie van de huidige eigenaar zijn geschonken.

De tekeningen worden getaxeerd op 3000-5000 euro. Veilingopbrengst: 8.510 euro.

Kavel 506 betreft 5 silhouet portretjes in verguld metalen lijstjes met voorstelling van leden uit de adellijke familie Van der Feltz uit de 19e eeuw. De portretjes betreffen de volgende leden en twee aangehuwde leden van de familie Van der Feltz:

1. Gustaaf Willem van der Feltz (1742-1816), kapitein infanterie in Statendienst, assessor in het departementaal bestuur van Drenthe.
2. Charlotte Gerhardine von Rehden (1743-1802), echtgenote voor voornoemde Gustaaf Willem van der Feltz. Dit echtpaar woonde op huis Vredeveld in Assen.
3. Ubbo Emmius van Berchhuys (1747-1831), N.H. predikant te Groningen.
4. Henriette Sophie Hervine van der Feltz (1757-1839), echtgenote van voornoemde Ubbo Emmius van Berchuys.
5. Louiza Isabella Antonia van der Wyck geb. van der Feltz (1778-1847), echtgenote van jonkheer mr. Derk Jan van der Wyck (1760-1847). Dit echtpaar woonde op huis De Klencke in Oosterhesselen.

De portretjes worden getaxeerd op 150-200 euro. Veilingopbrengst: 435 euro.

Benieuwd naar wat er verder bij Veilinghuis Van Spengen in Hilversum geveild wordt? Kijk dan in de online catalogus https://vanspengen.cloudcatalogus.nl/Home/Catalog

Afb. 2. Vijf silhouetportretjes van leden en aangehuwde leden van de adellijke familie Van der Feltz. Foto met hartelijke dank aan Veilinghuis Van Spengen in Hilversum.