Nieuwe voorzitter Nederlandse Kastelenstichting: Robert Quarles van Ufford

De Nederlandse Kastelenstichting (NKS) heeft sinds kort een nieuwe voorzitter: jonkheer drs. Robert Quarles van Ufford (1967). Robert Quarles volgt drs. Max graaf Schimmelpenninck op, die deze functie ad interim heeft vervuld.

Robert Quarles is historicus en oud-diplomaat en was in de jaren 2011-2015 algemeen secretaris van de National UNESCO Commissie en van 2015 tot 2019 directeur van de Nationale Monumentenorganisatie. Tussen 2010 en 2020 was hij voorzitter van ICOMOS Nederland. Sinds 2019 is hij voorzitter van de International Council on Monuments and Sites (ICOMOS) International Credentials Committee en vanaf 2020 nationaal coördinator van Europa Nostra.

In het tijdschrift MONUMENTAAL vertelt hij over de ambitie om de Nederlandse Kastelenstichting te laten uitgroeien tot een kennis gedreven pleitbezorger voor behoud van kastelen en buitenplaatsen, hun historische interieurs en het omliggende historische groen. Robert Quarles wil ook de Dag van het Kasteel grotere bekendheid geven, zodat iedereen de relevantie van kastelen en buitenplaatsen te zien zal krijgen.

Via deze link op de website van de NKS is het hele artikel, afkomstig uit MONUMENTAAL, veelzijdig magazine over cultureel erfgoed in Nederland en Vlaanderen, te lezen https://www.kastelen.nl/pdf/MON2102-14-15.pdf

Benieuwd naar de Dag van het Kasteel op 24 mei Tweede Pinksterdag? Kijk dan op https://dagvanhetkasteel.nl

Do. 8 april: webinar Duivenvoorde: een ensemble van familieverhalen – Simone Nieuwenbroek

Duivenvoorde is een ensemble van kasteel, collectie, wandelpark in Voorschoten dat wordt omringd door ruim 262 hectare landgoed. De eerste vermelding dateert uit 1226. Van een middeleeuwse versterkte woontoren werd het in de eeuwen die volgden verbouwd tot symmetrisch vroegmodern zomerhuis van de families Van Wassenaer, Steengracht en Schimmelpenninck van der Oye. Tot twee jaar geleden werd het kasteel bewoond door nazaten van de oorspronkelijke eigenaren, en dat is heel bijzonder in de Nederlandse kasteelwereld. In bijna acht eeuwen hebben 27 opeenvolgende eigenaren een bijzondere en uiteenlopende familiecollectie bijeen weten te brengen. Een belangrijke deelverzameling is de collectie portretten, die zich laat lezen als een soort familiealbum. In de komende webinar doet Simone Nieuwenbroek, conservator van kasteel Duivenvoorde, enkele bijzondere familieverhalen over geportretteerde bewoners en hun familieleden uit de doeken. Van de invloedrijke weduwe Anna Margaretha Bentinck tot de notoire verzamelaar Hendricus Adolphus Steengracht, en van een verboden liefde tot een conflict over een spoorlijn: achter iedere lijst schuilt een bijzonder verhaal.

Programma webinar
20:00 uur: Opening
20:05 uur: Lezing Simone Nieuwenbroek
20:40 uur: Discussie
21:00 uur: Einde webinar

De Zoom meetingroom is vanaf 19:30 uur geopend.

Deelname is gratis

Mis de webinar niet en meld u aan via het aanmeldingsformulier https://docs.google.com/forms/d/e/1FAIpQLSd5ROduAWiJqhsbd3w08PLDGOpg7W2Hax7GFX5M1_uBHeBSxQ/viewform

Willem Schimmelpenninck van der Oije: nieuwe directeur Jagersvereniging

Willem baron Schimmelpenninck van der Oije. Foto met dank aan de Nederlandse Jagersvereniging/fotograaf Anoeska Vermeij.

Willem baron Schimmelpenninck van der Oije start op 1 mei 2021 als directeur van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging. Hij werd op 6 april in de vergadering van het Landelijk Bestuur benoemd. Schimmelpenninck volgt Laurens Hoedemaker op die in januari dit jaar zijn vertrek aankondigde. Schimmelpenninck (51) – afgestudeerd als jurist/politicoloog – heeft in de afgelopen decennia brede werkervaring opgedaan die goed aansluit bij de activiteiten van de Jagersvereniging. Zo was hij eerder zakelijk en operationeel directeur van het Nederlands Persmuseum en meer recent directeur van SBNL Natuurfonds. Naast zijn verschillende directiefuncties heeft Schimmelpenninck ook veel ervaring opgedaan met belangenbehartiging en fondsenwerving en -beheer. Tevens beschikt hij over een uitgebreid netwerk bij (groene) organisaties, politiek en ministeries. Schimmelpenninck jaagt zelf al vele jaren en heeft veel ervaring met natuur- en landgoedbeheer.

Voorzitter Theo ten Haaf: ‘Verstevigen banden belangrijke opdracht’
Voorzitter van het landelijk bestuur Theo ten Haaf laat weten uit te kijken naar de samenwerking met Schimmelpenninck: ‘Voor de Jagersvereniging liggen er komende jaren de nodige vraagstukken en kansen. Daarbij heeft de vereniging behoefte aan een directeur die zowel intern – met leden, Ledenraad en provinciale afdelingen – de banden verstevigt alsook in het externe netwerk de vereniging positioneert en inzet op samenwerking met derden. Uiteraard zochten wij ook naar een directeur die ons professioneel bureau aanstuurt. Wij zijn er van overtuigd dat Willem Schimmelpenninck de kwaliteiten bezit om hier goed invulling aan te geven en kijken uit naar zijn komst.’

Een leeg graf in Delft: het familiegraf Snoeck-Meynhardt

Afb. 1. Het familiegraf Snoeck-Meynhardt in de Oude Kerk in Delft.
Afb. 1. Het familiegraf Snoeck-Meynhardt in de Oude Kerk in Delft.

In 1821 kocht de kolonel-ingenieur Matthias Adriaan Snoeck (1761-1840), heer van den Barendonk, voor zichzelf en zijn echtgenote een graf in de Oude Kerk te Delft. In de hardstenen zerk liet hij de volgende tekst aanbrengen:

GRAF STEDE
VAN DEN
HOOG Ed GESt HEER
MATTHIAS ADRIAAN SNOECK
KOLONEL INGENIEUR
RIDDER DER MILITAIRE WILLEMS ORDE
EN DESSELFS ECHTGENOOT
VROUWE
GEERTRUIDA HELENA MEYNHARDT
ANNO 1821.

Afb. 2. Jonkheer Matthias Adriaan Snoeck (1761-1840).
Afb. 2. Jonkheer Matthias Adriaan Snoeck (1761-1840). Foto RKD – Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis.

Matthias Adriaan Snoeck stamde uit een oud regentengeslacht, waarvan de stamvader in 1456 als secretaris van Gorinchem genoemd wordt. Zijn vader was schepen van Tuil, maar zelf koos hij voor een militaire carrière en werd opgeleid op de artillerie school in ’s-Hertogenbosch. Hij werd negentien jaar oud in 1780 aangesteld tot extra-ordinair-ingenieur en acht jaar later werd hij bevorderd tot luitenant-ingenieur.

In 1794 nam hij deel aan de veldtochten tegen de Fransen en hielp niet alleen mee het fort St. Andries in staat van verdediging te brengen ter verdediging van de Bommelwaard, maar nam ook actief deel aan het afslaan van de aanvallen. Na de eerste aanval werd hij bevorderd tot kapitein-ingenieur.

Nadat de Fransen door de strenge vorst in staat waren de bevroren rivieren over te trekken en de Bataafse Republiek werd uitgeroepen, nam hij ontslag en werd ambteloos burger. In deze jaren ontviel hem zijn eerste echtgenote Maria Jacoba Valckenier (1772-1798) en hun enige zoon en hij bleef achter met twee jonge dochtertjes. In 1804 hertrouwde hij Geertruida Helena Meynhardt (1777-1840), die weduwe was van de gepensioneerde majoor-ingenieur Ludolphus Everhardus Arnoldus de Quay, heer van de Barendonk (1731-1803), van wie zij het huis de Barendonk erfde. Samen kregen zij zeven kinderen.

Afb. 3. Geertruida Helena Snoeck née Meynhardt (1777-1840). Portret part. coll.
Afb. 3. Geertruida Helena Snoeck née Meynhardt (1777-1840). Foto RKD – Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis.

Inmiddels was hij in 1801 benoemd tot majoor bij de Hollandse Brigade op het eiland Wright, maar na ontbinding hiervan keerde hij terug naar Nederland en ontkwam niet – zeer tegen zijn zin – aan een benoeming tot ‘conseiller de préfecture’ in Nijmegen. Nadat Nijmegen in 1814 door de Fransen verlaten was, bood hij in ’s-Gravenhage zijn diensten aan Vorst Willem I aan en werd tot majoor-ingenieur benoemd. In deze functie was hij betrokken bij de blokkade en ontzetting van Grave. Vanwege zijn verdiensten hierbij werd hij benoemd tot Ridder in de Militaire Willems Orde 4e klasse.

In 1817 werd hij kolonel-directeur in de 1e directie van fortificatiën met als standplaats ’s-Gravenhage, maar kreeg toestemming om zich in Delft te vestigen, omdat zijn vier zoons hier op de militaire school zaten. In 1821 kocht hij hier in de Oude Kerk een graf aan, waarop hij op de zerk zijn naam met rang en onderscheiding liet aanbrengen met de namen van zijn echtgenote. Vijf jaar later werd hij generaal-majoor der genie en in 1832 ging hij met pensioen. Met zijn echtgenote vestigde hij zich in Cuijk in de nabijheid van hun buitenplaats de Barendonk. In 1839 werd hij in de Nederlandse adel verheven met het predikaat jonkheer, maar een jaar later overleed hij: “Heden overleed alhier, de Hoog Wel-Gebore Heer Jonkheer Matthias Adriaan Snoeck, in leven Gepensioneerd Generaal-Majoor der Genie, Ridder der Militaire Willems-Orde, voorheen Directeur van de eerste Fortificatie-Directie in den ouderdom van bijna 79 jaren. Cuyk, bij Grave, den 1sten Junij 1840.”

Ruim vijf maanden later overleed ook zijn echtgenote: “Cuijk, bij Grave, den 25sten November 1840. Heden overleed na eene langdurige ongesteldheid en verval van krachten, in den ouderdom van bijna 64 jaren, de Hoog Wel-Geb. Vrouwe Geertruida Helena Mijnhardt, Echtgenoot van wijlen den Hoog Wel-Geb. Heer Generaal-Majoor Snoeck.”

Beiden werden begraven in Cuijk en niet in de Oude Kerk in Delft, want inmiddels was het verbod op begraven in kerken ingetreden en zo kwam het dat het graf in Delft leeg bleef en dat op de protestantse begraafplaats in Cuijk een tweede graf is te vinden van de stamvader van het adellijk geslacht Snoeck:

HIER LIGT BEGRAVEN
DE HOOGWEL GEBOREN HEER
JONKHEER
MATTHIAS ADRIAAN SNOECK
IN LEVEN GENERAAL MAJOOR DER GENIE
RIDDER DER MILITAIRE WILLEMSORDE
HEER VAN DEN BARENDONK ENZ: ENZ:
GEB: DEN 13 AUG: 1761 ALHIER OVERLEDEN
DEN 1 JUNI 1840
EN
DESZELFS TWEEDE ECHTGENOOT VROUWE
GEERTRUDA HELENA MEIJNHARD
GEB: DEN 14 DECEMBER 1777 OVERLEDEN
DEN 25 NOVEMBER 1840
BEEDE VAN DEN (…)* N GENERAAL
HIER RUST (…)* IN HET SCHIMMENLAND
DIE ZESTIG JAAR DEN VORST GEDIEND
DIE OM ZIJN DEUGD EN TROUW TOT D’ADELSTAND VERHEVEN
DIE WEDUWEN EN WEES ZIJN BIJSTAND BOOD
DIE TROOSTER WAS IN DRUK EN REDDER IN DEN NOOD.
J.W. ROESSING.”

*de hardstenen zerk is door de tijd aangetast en niet alle tekst is meer te lezen

Lente op Keppel

Afb. Bloeiende narcissen op Keppel.
Afb. Bloeiende narcissen op Keppel.

Kasteel Keppel is sinds de bouw nooit verkocht, maar altijd vererfd via de adellijke geslachten Van Keppel, Van Voerst, Van Polanen, Van Rechteren en Van Pallandt en wordt nu bewoond door baron en barones Van Lynden née jonkvrouwe Rutgers van Rozenburg. Baron Van Lynden is, in de vrouwelijk lijn, een nakomeling van de eerste eigenaar in de 14e eeuw.

Inspectie tapijten en lopers van Kasteel Amerongen

Afb. 1. Een tapijt van zeventig vierkante meter in de grote zaal. Foto met hartelijke dank aan kasteel Amerongen.

Kasteel Amerongen is al sinds december gesloten vanwege de Covid19-maatregelen. Deze tegenvaller biedt ook weer kansen. Bijvoorbeeld om de bijzondere collectie van het kasteel eens grondig onder de loep te nemen. Begin deze maand waren alle tapijten en lopers aan de beurt. Textielrestauratoren van het restauratie atelier ICAT hebben de tapijten en lopers zorgvuldig bestudeerd en in kaart gebracht. Het project is mogelijk gemaakt door het Prins Bernhard Cultuur Fonds.

Conserveren collectie
Zo werd het tapijt uit de Grote Zaal van meer dan 70 vierkante meter nauwkeurig onderzocht. Daarvoor moesten eerste alle 18e-eeuwse meubels voorzichtig uit de zaal verplaatst worden. De actie werd uitgevoerd om een goed beeld krijgen van de staat waarin deze tapijten verkeren. Ook zijn de motieven, de kleurstelling en de techniek van de tapijten bestudeerd om zo datering en herkomst te kunnen bepalen. Hierover is namelijk nog niet veel bekend. Op basis van deze rapportages wordt uiteindelijk een plan gemaakt hoe deze collectie het best kan worden geconserveerd. “We hopen de komende vier jaar al deze tapijten te laten conserveren zodat ze behouden blijven en in sommige gevallen ook weer op hun oorspronkelijke plek terug te kunnen leggen”, aldus conservator Lodewijk Gerretsen.
Op Kasteel Amerongen zijn veel oorspronkelijk 17e-eeuwse vloeren bewaard gebleven. In de gangen zijn nog de oorspronkelijke natuurstenen plavuizen te zien en in de Grote Zaal de unieke vloer van grenenhout, blind gelegd (zonder spijkers) met volledig noestloze planken van 13 meter lang. Deze kostbare vloeren waren ook bedoeld om mee te pronken, vandaar hun zichtbaarheid. In 18e-eeuw raakt het vloertapijt meer en meer in zwang en worden deze vloeren veelal met oosterse tapijten belegd. In de 19e-eeuw waren tapijten een rage en werden er zelfs de trapleuningen mee behangen, zoals te zien is op oude foto’s.
Op sloffen door het kasteel
Een groot deel van deze tapijten is gelukkig bewaard gebleven. Ze zijn vaak niet zichtbaar omdat ze veelal onder een loper liggen. Zo worden ze tegen slijtage beschermd. De schoenen van de vele bezoekers die door het kasteel lopen brengen anders teveel schade aan. Dat gaat veranderen. De lopers zijn nu uit het kasteel gehaald waardoor het oorspronkelijke karakter van de ruimtes veel beter tot zijn recht komt. Om deze tapijten, maar ook de historische vloeren zo veel mogelijk te beschermen zal iedereen voortaan oversloffen dragen over zijn schoenen heen in het kasteel. Gerretsen: “Er zal een jaar lang getest worden of het gebruik van deze oversloffen daadwerkelijk de nodige bescherming biedt aan de collectie. Het geeft ook een heel huiselijk gevoel om zo op sloffen door het kasteel te lopen, het brengt de beleving van hier wonen nog dichterbij.”

Ook benieuwd naar de vloeren, tapijten en de rest van kasteel Amerongen? Houd dan de website van kasteel Amerongen in de gaten! https://www.kasteelamerongen.nl/

Afb. 2. Een unieke grenenhouten vloer uit de 17e eeuw met volledig noestloze planken van 13 meter lang. Foto met hartelijke dank aan kasteel Amerongen.

Geboren: Van Dedem

Afb. Het familiewapen Van Dedem.

Gijs Brand Willem baron van Dedem, geboren Utrecht 14 maart 2021, zoon van Jeroen Maurits baron van Dedem en Liselotte Anne Margriet barones van Dedem née Staal.

Boekennieuws: Van Elburg tot Deshima. Zes eeuwen familie Feith

Afb. Op de voorkant van het boek midden bovenaan de bekendste familietelg: de schrijver en dichter Rhijnvis Feith. Onderaan rechts: Maria Catharina Feith, stichtster van het Feithenhof in Elburg.

De familie Feith, bekend van de romantische dichter Rhijnvis Feith, hield eeuwenlang nauwkeurig haar stamboom bij. De familie gaat terug tot de stamvader Rhijnvis Feith, die in 1462 in Elburg vermeld werd. Eeuwenlang behoorde de familie tot de vooraanstaande burgers van deze stad en meerdere Feithen waren burgemeester van Elburg. Nog heden herinnert het Feithenhof in Elburg, gesticht door Maria Catharina Feith (1664-1740), aan de prominente aanwezigheid van dit geslacht in deze stad.

In de jaren 1901-1905 werden verschillende leden verheven in de Nederlandse adel. De diverse door de familie uitgegeven genealogieën bevatten korte biografieën van honderden leden, zeer beknopt maar wel in noten verwijzend naar talloze oude bronnen en archiefstukken. In 1924 en 1950 verscheen een uitgebreide genealogie van de familie in boekvorm en in 1973 verscheen het boek Feith, driehonderd jaar geschilderde familieportretten. Opnieuw zet de familie Feith nu met het boek Van Elburg tot Deshima. Zes eeuwen familie Feith haar familietraditie van zorgvuldig geboekstaafde familiegeschiedenis voort en in dit boek worden ruim honderd Feithen aan de lezer voorgesteld.

Bij bestudering van dit bronnenmateriaal veranderden de op papier wat stijve lieden met hun meestertitels en regentenbanen al gauw in mensen van vlees en bloed. Stoere mannen die hun veestapel beschermden tegen roofridders, diep gelovige types die hun mogelijk verblijf in het vagevuur afkochten met donaties aan de kerk, rechters die moesten oordelen over moordenaars en verkrachters. Pakhuismeesters en opperhoofden in de Oost, die het koopmansbloed van hun allereerste voorvaderen in de aderen hadden stromen. Later plantage-eigenaars en managers van cultuurondernemingen, archivarissen met een passie voor lokale geschiedenis en oprichters van musea. Het was een bijzondere stoet mensen met elk afzonderlijk een even bijzonder levensverhaal.

Maar bovenal kwam het besef dat aan deze familie heel veel Nederlandse geschiedenis kleeft. Dit boek vertelt het verhaal achter de familie Feith. Het toont de context waarbinnen de diverse generaties Feith hebben geleefd en hoe zij een deel van de Nederlandse geschiedenis onder andere hebben ingevuld.

Het boek kost 29,50 euro en is te bestellen via https://lmpublishers.nl/nok-nok/van-elburg-tot-deshima/

Auteur
Arlette Kouwenhoven studeerde culturele antropologie. Zij werkte als freelance wetenschapsjournaliste voor Nederlandse en buitenlandse kranten en tijdschriften en schreef eerder boeken over Madagaskar en de Duits-Nederlandse arts Philipp Franz Von Siebold. Een eerdere familiegeschiedenis – De Fehrs. Kroniek van een Nederlandse mennonietenfamilie – kwam in 2011 uit bij Atlas Contact B.V.

Hieronder is een gesprek terug te zien van Gerbert van Genderen Stort met de auteur Arlette Kauwenhoven en jonkvrouwe Liesbeth Feith, voorzitter van de familievereniging.

Het verhaal bij een foto uit de collectie van de Backer Stichting

Afb. 1. Het huis in de Torenstraat te Breda van jonkheer en mevrouw Backer-Willinck. Foto met hartelijke dank aan de Backer Stichting/www.backercollectie.nl.

In 1910 werd de Backer Stichting opgericht door jonkheer mr. Johan Ferdinand Backer (1856-1928) met als doel om het rijke en bijzondere erfgoed van de familie bijeen te houden. Anno 2021 beschikt deze stichting over een website met een uitgebreide database, waarin het bezit online is terug te zien: www.backercollectie.nl. Eén foto hierin betreft het huis in de Torenstraat te Breda van jonkheer Ferdinand Backer (1835-1900). Hieronder het verhaal over deze bewoner.

Afb. 2. Het echtpaar Backer-Willinck in Wiesbaden in 1896 met een dochter, schoonzoon en twee kleindochters. Foto part. coll.

Moderne adel in de 19e eeuw: jonkheer Ferdinand Backer (1835-1900).
Op kleine foto is links staande jonkheer Ferdinand Backer (1835-1900) te zien. Hij stamde uit een oud Amsterdams regentengeslacht en 1815 werd zijn grootvader in de Nederlandse adel verheven met het predikaat van jonkheer. Qua functies en huwelijken waren de Backers heel traditioneel en onder de huwelijkspartners in de voorgaande generaties komen we bekende, nadien geadelde, Amsterdamse regentennamen tegen als Bicker, Elias, Dedel en Rendorp.

Jonkheer Ferdinand Backer huwde zelf buiten de kleine Amsterdamse huwelijksmarkt met Elisabeth Antoinette Willinck (1838-1920) (op de kleine foto rechts zittend te zien) en ook al had haar naam in Amsterdam misschien geen bekende klank, zij stamde wel uit een vooraanstaande Zutphense familie, die al in de eerste jaargang van het Nederland’s Patriciaatsboekje werd opgenomen. Haar vader was kapitein ter zee en haar grootvader was wijnkoper en (heel modern voor zijn stand) zeepfabrikant. Haar broer en zwagers waren ook officieren bij de marine en één zwager bracht het zelfs tot vice-admiraal, werd minister van Marine en adjudant i.b.d. van Koning Willem III.

De vader van jonkheer Ferdinand Backer was stadsecretaris van Amsterdam en twee van Ferdinands broers studeerde heel traditioneel rechten en waren jurist, terwijl een andere broer ingenieur was en later opzichter werd bij waterstaat en betrokken was bij de droogmaking van polders. Ondanks de grotendeels traditionele achtergrond en het bestaande netwerk koos jonkheer Ferdinand Backer voor een andere carrière: hij werd mede-oprichter en firmant van een fabriek in Breda.

In 1862 stichtte hij, zevenentwintig jaar oud, samen met ir. C.M. de Bruyn Kops een machinefabriek met de naam De Bruyn Kops & Backer, waarvan de naam later, na een directiewissel, veranderde in Backer en Rueb. Het bedrijf begon als machinefabriek en ijzergieterij, maar produceerde later ook stoomketels en stoommachines. Vanaf 1883 werden er ook stoomtramlocomotieven gebouwd, die bekend stonden onder de naam ‘Backertjes’. Het bedrijf werd de grootste op dit gebied in Nederland en bouwde meer stoomlocomotieven dan alle andere bedrijven samen.

Dankzij zijn zakelijke succes kon jonkheer Ferdinand Backer een traditioneel aristocratisch leven leiden overeenkomstig zijn stand: hij bewoonde een groot huis in de Torenstraat in Breda, had inwonend personeel, zijn zoon ging rechten studeren in Leiden, zijn dochters werden gepresenteerd aan het Hof (mede dankzij hun oom de vice-admiraal en adjudant i.b.d. van Koning Willem III?) en er werd gereisd, zoals een reisje in 1896 naar Wiesbaden, waar op 7 mei als herinnering deze foto werd gemaakt.

En hoe verging het zijn vier kinderen? Zijn zoon bleef ongehuwd, werd advocaat en procureur en later directeur bij een assurantiemaatschappij, om uiteindelijk referendaris op het ministerie van Justitie te worden. Eén dochter bleef ook ongehuwd, terwijl de andere dochters een jonkheer Siberg (jonge adel) en een baron Van Heeckeren van Waliën (oude adel) huwden. Beide schoonzoons begonnen hun carrière traditioneel, maar maakten later de overstap naar het bedrijfsleven: jonkheer Siberg was eerst kapitein bij het Oostindisch Leger, maar werd later directeur van de Koninklijke Nederlandsche Grofsmederij in Leiden en baron Van Heeckeren was eerst officier bij de marine en werd uiteindelijk directeur van zijn eigen bank, de N.V. Hollandsche Handelsbank te Haarlem.

Kijken we naar de familienamen van alle nakomelingen van jonkheer Ferdinand Backer, dan zien we daarbij alleen adellijke (Van Heeckeren van Waliën, Siberg, Van Lynden) en een patriciaatsnaam voorkomen (Meertens).

Keren we tot slot terug naar de foto uit 1896, dan zien we hierop jonkheer Ferdinand Backer met zijn echtgenote Elisabeth Antoinette Willinck, dochter Anne Maria Siberg née jonkvrouwe Backer (1865-1933), schoonzoon jonkheer Eduard Cornelis Siberg (1860-1906) en zijn kleindochters, de freules Pauline Elisabeth Antoinette (1887-1958) en Elisabeth Antoinette (1889-1975). Laatstgenoemde zou in 1975 overlijden als laatste van het adellijke geslacht Siberg. Verstild voor zich uitkijkend poseren zij allen voor ons in het decor van een wagon en het is bijna verleidelijk om hierin een verwijzing te zien naar het moderne ondernemerschap van jonkheer Ferdinand Backer.

Afb. 3. Drie van de vier kinderen van het echtpaar Backer-Willinck. V.l.n.r. jonkvrouwe Willemina Johanna Backer, jonkvrouwe Johanna Backer en jonkheer Ferdinand Gerhard Willem Jacob Backer. Foto part. coll.