Het verhaal bij het portret van Marie de Serière née Eschauzier

Afb. 1. Marie Eschauzier echtgenote van jonkheer John de Serière met haar zoon jonkheer Emile de Serière en dochter jonkvrouwe Yvonne de Serière. Portret door Antoon van Welie, 1909. Foto met hartelijke dank aan het Venduehuis in Den Haag.

Op woensdag 30 mei 2018 vond bij het Venduehuis in Den Haag de Spring Auction European Fine Art plaats. Eén van de bijzondere items was dit portret door de destijds gevierde societyschilder Antoon van Welie van Marie de Serière née Eschauzier, waarop zij samen met haar zoon jonkheer Emile en dochter jonkvrouwe Yvonne de Serière staat afgebeeld.

Jeugdjaren Marie Eschauzier
Marie Eschauzier werd geboren op 9 mei 1873 op de suikerfabriek Sroeni op Soerabaja in het toenmalige Ned.-Indië. Haar vader, Gerrit Eschauzier (1844-1939), stamde uit een patriciaatsfamilie van Franse afkomst, maar groeide op het eiland Terschelling op, waar zijn grootvader burgemeester was. Net als zijn broers vertrok hij op jeugdige leeftijd naar Ned.-Indië en maakte daar carrière. Nadat hij in korte tijd administrateur bij een aantal suikerondernemingen was geworden, werd hij in latere jaren directeur en commissaris van verschillende ondernemingen. Bij zijn overlijden noemde men hem ‘een zeer bekend magnaat der suikerindustrie op Java en Nederlandsch afgevaardigde naar diverse internationale suikerconferenties.’ Haar moeder, Emilie von Oven (1849-1929), stamde uit een van oorsprong Duitse familie. Haar vader had eveneens een nieuw bestaan gezocht in Ned.-Indië en was hier suikerfabrikant geworden.

Marie groeide op als tweede kind in een gezin met een oudere broer en na haar zouden er nog twee broertjes en drie zusjes volgen. Toen zij 23 jaar was, trad zij op 7 juli 1896 in ’s-Gravenhage, waar het gezin Eschauzier-Von Oven toen woonde, in het huwelijk met jonkheer John de Serière, die op dat moment als Oost-Indisch ambtenaar met verlof in ’s-Gravenhage verbleef. Voor de bruidegom traden als getuigen op Alexander Philippus Godon en mr. Hendrik Nicolaas Grobbée, terwijl de bruid twee familieleden had uitgekozen: haar oom Gerard Joachim Eschauzier en haar neef Herman Gerhard von Oven. De eerste drie waren, gezien hun leeftijd, zonder beroep, maar haar neef was ‘directeur eener Maatschappij’.

Afb. 2.Het familiewapen De Serière.

Jeugdjaren jonkheer John de Serière
Jonkheer John de Serière werd geboren op 21 mei 1858 in Tangkil op Cheribon. Zijn vader, jonkheer Victor Paul Gaspard de Serière (1813-1893), stamde uit een van oorsprong Frans geslacht, waarvan de adeldom in 1717 bevestigd werd. In de 18e eeuw vestigde een voorvader zich in Nederland. De grootvader van jonkheer John, jonkheer ds. Guillaume de Serière, was aanvankelijk predikant bij de Waalse gemeente in Zutphen, maar werd daarna predikant in Batavia. Hier stapte hij over op een bestuurlijke carrière en werd van assistent-resident vervolgens resident om uiteindelijk gouverneur der Molukken te worden. In 1868 werd hij met zijn nakomelingen ingelijfd in de Nederlandse adel met het predikaat jonkheer.

Ook de vader van jonkheer John werd bestuursambtenaar en bracht het tot resident van Cheribon. Zijn moeder, Johanna Petronella Stijman (1824-1913), was de dochter van een kolonel bij het Oost-Indisch Leger, die Ridder in de Militaire Willems-Orde 4e klasse zou worden. Jonkheer John groeide op met twee oudere broers en een ouder zusje en na hem werden er nog twee zusjes en een broertje geboren. Net als het merendeel van zijn broers en zwagers werd hij bestuursambtenaar in Ned.-Indië. Aanvankelijk was hij controleur van het Binnenlands Bestuur op Java en Madoera en uiteindelijk werd hij controleur 1e klasse.

Afb. 3. De overlijdensannonce in de Haagsche Courant van 30 juni 1909.

Haagse jaren
In Ned.-Indië werd op 14 april 1897 in Grati (Pasoeroean) hun zoon jonkheer Emile Gerrit de Serière geboren en na terugkeer in Nederland werd op 21 april 1902 in ‘s-Gravenhage het gezin uitgebreid met hun dochter jonkvrouwe Yvonne Béatrice Marie de Serière. Het gezin woonde in ’s-Gravenhage aan de Johan van Oldenbarneveltlaan 31 in een groot nieuwgebouwd herenhuis met twee verdiepingen en een rijk uitgevoerde voorgevel in jugendstil met een groot balkon.

Op 26 juni 1909 kwam Marie de Serière née Eschauzier onverwachts in ‘s-Gravenhage als ‘geliefde Echtgenoote’ op zesendertigjarige leeftijd te overlijden en liet een echtgenoot en twee kinderen van 12 en 7 jaar achter. Kort daarvoor had zij zich samen met haar twee kinderen door de toenmalige societyschilder Antoon van Welie laten portretteren. Was zij al langer ziek en wilde zij haar kinderen zo een tastbare herinnering van zichzelf nalaten? Vier jaar later overleed op 23 juni 1913 in ‘s-Gravenhage ook ‘tot onze diepe droefheid, onze hartelijk geliefde Vader, Zoon en Behuwdzoon’ jonkheer John de Serière. Omdat beide kinderen nog minderjarig waren, werd de annonce geplaatst uit naam van de grootmoeder, de douairière De Serière.

Jonkheer mr. Emile de Serière
En de kinderen? Jonkheer mr. Emilie Gerrit de Serière studeerde rechten in Leiden, waar hij in 1920 promoveerde, en trad vervolgens in diplomatieke dienst. Na eerst in de jaren 1922-1924 als attaché aan het Nederlands gezantschap in Washington verbonden te zijn geweest, werd hij in 1924 gezantschapssecretaris 2e klasse in Tokio. Hier huwde hij op 30 mei 1928 de Italiaanse gravin Annetta Guglielmina Silvia Maria Alagia della Torre di Lavagna (1901-1982). Een glansrijke carrière leek voor hem in het verschiet te liggen, maar toen werd hij ziek. Hij keerde met ziekteverlof terug naar Nederland en werd uiteindelijk opgenomen in het Gemeente Ziekenhuis, waar hij op 19 februari 1929 overleed, nog maar 31 jaar oud.

Na een plechtige Requiemmis in de Haagse R.K. Kerk van de H. Jacobus aan de Parkstraat, volgde onder grote belangstelling de bijzetting op de Algemene Begraafplaats, waarbij ‘tal van kransen’ de baar dekten. De minister van Buitenlandse Zaken werd vanwege verblijf in het buitenland vertegenwoordigd door de secretaris-generaal jonkheer mr. Snouck Hurgronje. Daarnaast waren de gezanten van Japan, Italië en Tsjecho-Slowakije aanwezig, net als de 1e secretaris bij de Italiaanse legatie. Jonkheer Snouck Hurgronje sprak aan het graf ‘woorden van innige deelneming’ over ‘het groote leed, dat de familie thans getroffen heeft’ en betuigde zijn leedwezen ‘voor het verlies dat ‘s lands dienst door het heengaan van Serière heeft geleden’. Zijn weduwe keerde terug naar Italië en hertrouwde twintig jaar later de diplomaat jonkheer mr. Dirk van Eysinga, die uiteindelijk in de jaren 1968-1969 ambassadeur in Boekarest zou worden.

Jonkvrouwe Yvonne de Serière
Dochter jonkvrouwe Yvonne Béatrice Marie de Serière trad op 2 december 1924 in ’s-Gravenhage in het huwelijk met mr. Jacob Marinus van Bosse, die uit een patriciaatsfamilie afkomstig was. Zijn grootvader was minister van Financiën en Minister van Staat, terwijl zijn vader zich als civ. ing. in Ned.-Indië vestigde. Bij het huwelijk traden haar broer en grootvader Eschauzier als getuigen op. Haar echtgenoot was eerst directeur van het bijkantoor van Scheurleer & Zoonen’s Bank. Vervolgens werkte hij voor de N.V. Ned. Handels Mij. en werd uiteindelijk directeur van de Ned.-Indische suikerunie en Bogokidoel N.V. Samen kregen zij twee zonen en een dochter. Op 7 oktober 1992 overleed zij in ’s-Gravenhage op negentigjarige leeftijd, nadat eerder dat jaar op 11 mei haar echtgenoot was overleden.

Het schilderij betrof kavel 34, meet 118 x 133 cm en werd geschat op 1500-2000 euro. Het werd geveild voor 1300 euro.
Kijk voor de catalogus online van deze veiling terug op https://wavemaker.venduehuis.com/auction?auction=92 Voor meer informatie over het Venduehuis der Notarissen in Den Haag zie www.venduehuis.com.

Het portret van Jacob Boreel (1711-1778)

Afb. 1. Jacob Boreel Jansz. (1711-1778) door Jean-Baptiste Perronneau.  Foto met hartelijke dank aan en met © van de Stichting Cultuurhistorisch Fonds Boreel.

Het onderstaande verhaal stond in het digitale magazine van AiN, jaargang 2, nr. 1 – maart 2018. Dit magazine wordt per mail aan de donateurs van de stichting Adel in Nederland toegestuurd.

De Stichting Cultuurhistorisch Fonds Boreel beheert het belangrijke familiearchief van de Boreels en een grote portrettenverzameling. Deze waren jarenlang voor een deel op Beeckestijn te zien, de buitenplaats die vanaf 1742 tot in 1953 familiebezit was van het geslacht Boreel. De stichting kon, dankzij een tip van AiN, op een veiling van Christies in Parijs een bijzonder portret aankopen, dat nu weer in Nederland teruggekeerd is en een goed onderkomen heeft gevonden bij deze stichting. Het betreft het portret van Jacob Boreel Jansz. (1711-1778) door de Franse pastellist Jean-Baptiste Perronneau (1715-1783).

Mr. Jacob Boreel werd geboren op 28 maart 1711 in Amsterdam. Zijn vader, Jan Jeronimus Boreel (1684-1738), stamde uit een invloedrijk regentengeslacht in Amsterdam en was onder meer schepen. Dat de familie vermogend was, bleek in 1742, toen zijn moeder, de weduwe Anna Maria Pels (1684-1776), een inkomen van 10.000 à 12.000 gulden bleek te hebben, een huis bewoonde met vijf dienstboden, een koets had en vier paarden hield.

Hij studeerde rechten in Leiden en werd in 1727, 26 jaar oud, benoemd tot kerkmeester van de Nieuwe Kerk en in de jaren die volgden, werd hij secretaris, schepen van Amsterdam, raad en advocaat fiscaal van de admiraliteit in Amsterdam, commissaris van de monstering, commissaris van het Kleinzegel en meesterknaap van de Houtvesterij van Gooiland. Zijn gloriejaren waren als minister en extraordinaris ambassadeur en plenipotentiaris: in 1759 maakte hij met de titel minister samen met twee anderen deel uit van een gezantschap naar Engeland om te onderhandelen over in beslag genomen schepen en over het oplossen van geschillen. ‘Ofschoon zij hun zending loffelijk volbrachten, konden zij niet op succes bogen’, schreef men later hierover. Een jaar nadat George III Koning van Engeland was geworden, werd hij in 1761 opnieuw naar Engeland gestuurd als extraordinaris ambassadeur om de Koning te feliciteren met zijn kroning. Als ambassadeur werd hem het voorrecht verleend om met het ‘Engelsche Koninklyke Jagt’ de oversteek te maken. De Koning verleende hem op 30 juni audiëntie, waarbij kranten schreven over ‘un accueil très gracieux.’

Zijn inkomen werd in 1742 geschat op 12.000 à 14.000 gulden en hij bleek 7 dienstboden in dienst te hebben. Naast een koets, was hij in het bezit van vier paarden. Hij bezat een groot grachtenpand in de Gouden Bocht van de Herengracht en kocht in 1742 de buitenplaats Beeckestijn onder Velsen voor 28.000 gulden; het zou tot in 1953 in het bezit van zijn nakomelingen blijven.

Uit zijn huwelijk met Agneta Margaretha Munter (1717-1761), dochter van een Amsterdamse burgemeester, kreeg hij twee dochters en twee zoons. Zijn echtgenote, ‘Mevrou de Gemalin van den Heer Boreel, Ambassadeur van hunne Hoogmogende’, overleed in 1761 tijdens zijn verblijf als ambassadeur in Engeland in Bath ‘alwaar zy de wateren was gaan gebruiken’ [kuren – schr.] en zelf overleed hij op 4 april 1778 in Amsterdam op 67-jarige leeftijd.

Bronnen & Literatuur
Nederland’s Adelsboek, jaargang 80 (1989), ’s Gravenhage, 219-270.
Nederland’s Adelsboek, jaargang 88 (1999), ’s-Gravenhage, 486-492.
Johan. E. Elias (1963), De vroedschap van Amsterdam 1578-1795). Amsterdam, 537-539.
P.C. Molhuysen en K.H. Kossmann (red.) (1933), Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek. Leiden, 80-81.
Middelburgsche Courant, 17 december 1761, 1.
Nouvelles extraordinaires de divers endroits, 7 juli 1761, 4.
Opregte Groninger Courant, 22 mei 1761, 2.

Wilt u ook 4 keer per jaar het digitale magazine van AiN ontvangen met verhalen zoals deze? Word dan nu donateur! De Stichting Adel in Nederland heeft als doel het digitaal aanbieden van informatie over adel in Nederland in de ruimste zin. Voor € 17,50 per jaar kunt u donateur worden, ontvangt u 4 keer per jaar het digitale magazine en steunt u ons in onze werkzaamheden. Bovendien krijgt u voorrang bij door AiN georganiseerde excursies. AiN heeft de culturele ANBI-status en daardoor kunt u als donateur bij de opgave voor de inkomstenbelasting giftenaftrek krijgen.
Meer weten en opgeven als donateur? Stuur dan een mail naar info@adelinnederland.nl.

Afb. 2. Huis Beeckestijn in Velsen, familiebezit van de Boreels van 1742 tot in 1953.

 

Zomeravondwandeling Werkgroep Adelsgeschiedenis in Zwolle

Afb. 1. Links  architectuur- en bouwhistoricus Ben Olde Meierink en rechts jonkheer Arnold Gevers, groot kenner van de Overijsselse havezaten en buitenplaatsen, tijdens de inleiding in de Grote Sociëteit. Zij namen de aanwezigen mee op deze zomerwandeling en deelden hun grote kennis.

De Werkgroep Adelsgeschiedenis (www.adelsgeschiedenis.nl) is opgericht in 1993 en heeft als voornaamste doel het bevorderen van de beoefening van en de kennis over de geschiedenis van de (Nederlandse) adel. Dit doet de werkgroep door middel van het uitgeven van het Jaarboek Virtus en monografieën in de Reeks Adelsgeschiedenis. Daarnaast organiseert de werkgroep symposia om het contact tussen onderzoekers en belangstellenden te vergroten. Ook organiseert ze voor haar leden excursies.

Afb. 2. De hal in de Grote Sociëteit, de 17e eeuwse stadsresidentie van het adellijke geslacht Van Haersolte, met de unieke plafondschildering. In het midden de oorlogsgod Mars met in de vier hoeken oorlogsattributen.

Op woensdagavond 6 juli jl. was er een zomeravondwandeling in Zwolle, dat in het verleden ook wel het ‘Den Haag van Overijssel’ werd genoemd, door zijn vele grote herenhuizen en lommerrijke stadsparken. De ontvangst was in de Grote Sociëteit in de Koestraat 8, waar eens het adellijke geslacht Van Haersolte resideerde en waar één van de mooiste geschilderde plafonds van Nederland uit de 17e eeuw te vinden is. Het plafond werd geschilderd in opdracht van de familie Van Haersolte.

Afb. 3. De stadsresidentie aan de Blijmarkt van Anthonie Swier van Haersolte, heer van Elsen, Bredenhorst, Zwaluwenburg en Staverden (1690-1733), gehuwd met Coenradina Wilhelmina van Dedem (1701-1751). Het zeer brede huis, waar voordien drie huizen gestaan moeten hebben, is kort na 1720 gebouwd en de gevel werd eind 18e eeuw aangepast. Hun zoon Coenraad Willem van Haersolte, heer van Elsen, Bredenhorst, Staverden en Zwaluwenburg (1727-1799) veroorzaakte in zijn tijd veel opschudding, toen hij als weduwnaar van Lutera Anna Agatha van der Capellen (1735-1770) hertrouwde met de gouvernante van zijn kinderen.

Hierna volgde een wandeling langs de herenhuizen van bekende adellijke Overijsselse geslachten als Van Dedem, Van Haersolte, Van Rechteren, Van Ittersum en Van Raesfelt, maar ook van regentengeslachten als Van Sonsbeeck, Greven, Feith, Van Braam en Vriesen, waaruit sommige nakomelingen tot de Nederlandse adel zijn gaan behoren.

Afb. 4. Het stadspaleis in de Kamperstraat van Christiaan Albert Hendrik des H.R. Rijksgraaf van Rechteren, heer van Collendoorn (1711-1747). Na het overlijden van zijn Zeeuwse niet-adellijke echtgenote Margaretha Elisabeth van de Perre (1705-1743) hertrouwde hij freule Johanna Elisabeth Adriana van Lintelo  (1716-1753). Hun beider wapens zijn bovenaan in de middenpartij aangebracht. De kroon dateert uit de 19e eeuw, toen het huis in gebruik was als hotel met de naam De Keizerskroon.
Afb. 5. Links naast de Bethlehemskerk in de Sassenstraat het Hof van Ittersum met de imponerende pronkgevel uit 1571. Deze pronkgevel doet niet vermoeden hoe groot het achter- en opzij liggende complex eens was. Het Hof van Ittersum was het grootste woonhuis van Zwolle en vanaf 1383 tot 1735 woonde hier het geslacht Van Ittersum. In de zaal rechts naast de voordeur vergadert de Ridderschap van Overijssel.
Afb.6. De imposante voorgevel van het woonhuis van de regentenfamilie Feith. De bekendste bewoner is wel mr. Rhijnvis Feith (1753-1824), die als schrijver en dichter grote faam geniet. Hij was burgemeester van Zwolle, maar verbleef liever op zijn buitenplaats Boschwijk. Het huis was al in het bezit van zijn ouders, het echtpaar Feith-Spaer, en hun beider wapens zijn in het stucwerk in de gang aangebracht. Alle huidige jonkheren en jonkvrouwen Feith stammen van dit echtpaar af.
Afb. 7. Het Hof van Suythem werd in de loop der eeuwen door vele vooraanstaande geslachten bewoond, waaronder het geslacht Van Raesfelt, die het hof het huidige aangezicht gaf.

Haagsche Club Rally

Afb. Drie deelnemers aan de Haagsche Club Rally voor kasteel Sandenburg. V.l.n.r. jonkheer drs. Robert Quarles van Ufford, voorzitter Nederlandse Kastelenstichting, jonkheer ir. Diederik Six, directeur-eigenaar Six Architects, en ir. Jan-Willem baron van Oldeneel tot Oldenzeel, beeldhouwer.

Afgelopen zondag werd de Haagsche Club Rally gereden, die als startpunt kasteel Sandenburg in Langbroek had. Sandenburg is sinds 1792 familiebezit van de familie Van Lynden en de huidige Chef de Famille, Frederik graaf van Lynden van Sandenburg, bewoont de Sandenburg. In de jaren 1861-1865 kreeg het huis met de bijgebouwen het huidige aanzien. De Haagsche Club is de oudste herensociëteit van Den Haag en is gelegen aan het Lange Voorhout.

Jacoba de Jonge-de Meijere schenkt unieke 18e eeuwse sprei aan kasteel d’Ursel in België

Afb. 1. Kasteel d ‘Ursel was vanaf 1608 familiebezit en diende tot 1973 als zomerresidentie van de Hertogen d’Ursel. Na de verkoop werd het, na eerst jaren verwaarloosd te zijn, gerestaureerd en opengesteld voor het publiek. Dankzij een uiterst belangrijk bruikleen van Stéphane Hertog d’Ursel keerde enkele jaren geleden familieportretten, meubelen, boeken, enz, terug op het kasteel.

Op 15-jarige leeftijd begon voor mr. Jacoba de Jonge née de Meijere, echtgenote van jonkheer mr. Johan de Jonge, de magie voor kleding uit vroegere eeuwen, toen zij op zolder een jurk uit de 19e eeuw van haar oudtante aanpaste. Enkele jaren later koos zij dan ook deze jurk uit, toen zij bij de erfenisverdeling iets mocht uitkiezen – het werd het begin van haar verzameling.

Zij specialiseerde zich uiteindelijk in de 18e en 19e eeuw en kreeg veel kleding, die veelal door de gegoede burgerij werd gedragen, ten geschenke van nakomelingen. In haar bezit was ook een grote rok, die gemaakt bleek te zijn van een palempore, een beddensprei, die tussen 1720 en 1750 in India beschilderd was. Ondanks de toepassing als rok en jarenlang verblijf in de verkleedkist, bleek deze palempore nog in zeer goede staat.

Zij leende hem uit voor een tentoonstelling op kasteel d’Ursel in Hingene en heeft hem nu geschonken aan het kasteel, waar deze nu permanent een muur van de bibliotheek siert. Kasteel d’Ursel was eeuwenlang de zomerresidentie van de Hertogen d’Ursel. Charles Joseph hertog d’Ursel werd in 1816 door Koning Willem I benoemd in de Ridderschap van Antwerpen, waarmee hij en zijn nakomelingen nog steeds tot de Nederlandse adel behoren. Bij de Belgische Opstand van 1830 koos de familie voor de Belgische nationaliteit en maakt sindsdien deel uit van de Belgische adel.

Link naar een artikel online met foto’s: https://www.hln.be/bornem/kasteel-dursel-ontvangt-unieke-18de-eeuwse-sprei-van-verzamelaarster-ik-kan-het-geen-mooiere-toekomst-geven-dan-in-het-kasteel~a088c372/

Benieuwd naar deze belangrijke schenking? Kasteel d’Ursel in Hingene nabij Antwerpen is te bezoeken! Tot 9 oktober is er de geweldige tentoonstelling ‘PRINT&PAINT. 350 jaar bloemen op katoen’ te zien, waarbij de unieke collectie beschilderde en bedrukte katoenen stoffen uit de collectie van de Hertogen d’Ursel te zien is. Enkele kamers in het kasteel zijn voor het eerst publiek toegankelijk. Kijk op deze website voor meer informatie https://www.kasteeldursel.be

Afb. 2. Kasteel d’Ursel bezit een unieke collectie textiel. Hier één van de salons met de originele wandbespanningen.

Boekennieuws: Van macht naar folklore (2). Heerlijkheden in de provincie Utrecht na de Franse Tijd

Afb. 1. Jonkheer Robert Quarles van Ufford (links), voorzitter van de Nederlandse Kastelenstichting, ontvangt het eerste exemplaar van ‘Van macht naar folklore (2). Heerlijkheden in de provincie Utrecht na de Franse Tijd’. In het midden de auteur Peter de Jong en rechts Corné de Keizer van Uitgeverij Pictures Publishers.

Na het eerste deel over heerlijkheden in Zuid-Holland na de Franse Tijd is nu deel twee verschenen over heerlijkheden in de provincie Utrecht. Op 18 juni jl. werd het eerste exemplaar aangeboden aan jonkheer Robert Quarles van Ufford, voorzitter van de Nederlandse Kastelenstichting, op kasteel Amerongen.

In de tweede helft van de achttiende eeuw ontstond in Nederland een nieuwe politieke stro­ming, die van de patriotten. Zij waren fel gekant tegen het Oranjehuis, dat gesteund werd door de prinsgezinden. De patriotten konden de macht grijpen dank zij de inval van een Frans leger onder Pichegru in de winter van 1794 op 1795. Prins Willem V vluchtte naar Engeland en de Ba­taafse Republiek werd opgericht. Het was niet veel meer dan een vazalstaat van Frankrijk. Ook hier werd de leus vrijheid, gelijkheid en broederschap uitgedragen en moesten de zitten­de magistraten het ontgelden. Vooral op bestuurlijk gebied werden er grote veranderingen door­gevoerd. Met name het plattelandsbestuur werd volledig anders ingericht. Dorpen waren meer dan 1000 jaar bestuurd als heerlijkheden. Daarbij had een particulier, de zogenaamde heer, alle zeggenschap over het bestuur en dat niet alleen met betrekking tot de uitvoerende macht, maar ook tot de wetgevende en de rechterlijke macht. En dit strookte natuurlijk niet met het gedachtegoed van de Franse Revolutie. Met de Staatsregeling van 1798 werden heer­lijk­heden dan ook afgeschaft.

De titel van het boek lijkt hiermee volledig in tegenspraak. Dat er na de Franse Tijd toch nog spra­ke was van heerlijkheden, heeft te maken met de restauratie die altijd volgt op een revo­lutie. Er wordt terugverlangd naar de oude toestand, althans voor een deel. Met de rechtspraak was het echter definitief gedaan en het bestuur werd overgenomen door gemeentebesturen. Wat overbleef was het recht tot benoeming van lagere ambtenaren en het voordragen van hogere ambtenaren, zoals de burgemeester, voor 1825 nog schout genoemd. Met de nieuwe grondwet van 1848 van Thorbecke verviel ook dit laatste restje macht van de heer. Wat toen nog overbleef waren zakelijke rechten, zoals het tiendrecht.

Het begrip heerlijkheid bleef echter in gebruik. Talrijk zijn de krantenberichten waarin open­bare verkopingen van ambachtsheerlijkheden worden aangekondigd of tiendrechten in een heer­lijkheid worden verpacht of verkocht. Ook komt men verslagen tegen van de feestelijke in­huldiging van ambachtsheren en in overlijdensadvertenties komt men ook nu nog de aan­duiding ‘heer van …’ tegen. Dit alles heeft niets meer van doen met de macht van de heren maar veel meer met het vasthouden aan oude tradities en met folklore. En een enkele keer is nog sprake van bezittingen van rechten of onroerend goed.

Link naar de website van de uitgever met bestelmogelijkheid https://www.picturespublishers.nl/product/van-macht-naar-folklore2

Benieuwd naar deel 1? Kijk dan op https://www.picturespublishers.nl/product/van-macht-naar-folklore/

 

Maandag 4 juli: afloop timed-online veiling bij Veilinghuis Korendijk met schilderij door jonkvrouwe Miems van Citters

Afb. ‘Plaat bij Grevelingendam’door jonkvrouwe Miems van Citters. Foto met hartelijke dank aan Veilinghuis Korendijk.

Op maandag 4 juli loopt er een Timed-online veiling af van kunst, antiek, zilver, schilderijen, enz. in allerlei prijsklassen bij Veilinghuis Korendijk, dat een dependance is van het Zeeuws Veilinghuis in Middelburg. Lees het verhaal bij het schilderij door jonkvrouwe Miems van Citters hieronder en kijk voor de online catalogus om te zien wat er verder geveild wordt op https://korendijk.cloudcatalogus.nl/Home/Catalog

Lotnummer 904 betreft een olieverf op doek getiteld ‘Plaat bij de Grevelingendam’ door Miems van Citters. Jonkvrouwe Anna Cornelia (‘Cora’/’Miems’) van Citters werd geboren op 3 mei 1936 in Burgh als dochter van jonkheer Albert van Citters (1905-2008) en Ida Honorine Stephanie Bolomey (1904-1992). Haar vader stamde uit een Zeeland zeer bekende regentenfamilie en een voorvader werd in 1823 verheven in de Nederlandse adel. Haar vader was in de jaren 1937-1960 burgemeester van Burgh. Haar moeder stamde uit een patriciaatsfamilie uit het Blauwe Boekje en was de dochter van een luitenant-kolonel bij de artillerie. Haar voorvader was de bekende hofschilder van Stadhouder Willem V: Benjamin Samuel Bolomey (1739-1819).

Kunst zat dus in haar genen en al op jonge leeftijd begon zij met tekenen. In haar herinnering begon dit met een rood potlood, dat zij kreeg van de juffrouw van de lagere school, en waarmee zij mocht gaan tekenen. In 1955 begon zij aan Academie des Beaux Arts in Geneve met modeltekenen en in 1956 vervolgde zij haar opleiding aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. Hier kreeg zij les in tekenen, schilderen, grafiek, boetseren en monumentaal. Zij kreeg lessen van o.a. Paul Citroen, Rijn Draaier, Dirk van Gelder, Aart van Dobbenburg, Herman Berserik, Dirk Bus, van Haren en Kromjong.

In de jaren 1961-66 was zij docente aan de Vakschool voor meisjes te Goes, Haamstede en Zierikzee en in 1968 werd zij werkzaam bij Monumentenzorg aan de St. Lievensmonstertoren te Zierikzee, onder leiding van de beeldhouwer Philip ten Klooster. Daarna volgde in de jaren 1966-71 reizen naar England, Amerika, Canada, Frankrijk, Italia en Zwitserland, waar zij Dame Barbara Hepworth, Henry Moore, Gerard Class, Elsa Mehuw en Sepp Weiss bezocht. Van 1975 tot 1989 was zij docente aan de Dr. Henri van der Hoeven kliniek te Utrecht.

In voorgaande jaren kreeg zij vele opdrachten voor portretten in olieverf , aquarel, krijt hout en brons, ontwierp grafstenen en maakte beelden in opdracht. In 2000 ontving zij de Jacob Cats prijs. Miems van Citters exposeerde in Nederland, Canada en Engeland en heeft in haar lange carrière als kunstschilderes en beeldhouwster een enorme staat van dienst in de Zeeuwse kunstwereld opgebouwd.

Het schilderij meet 59×59 cm, is getiteld ‘Plaat bij de Grevelingendam’, is gesigneerd en wordt getaxeerd op 200-300 euro. Veilingopbrengst: 85 euro.

Benieuwd naar wat er verder geveild wordt bij Veilinghuis Korendijk? Kijk dan in de online catalogus https://korendijk.cloudcatalogus.nl/Home/Catalog

Hieronder een filmpje dat ter gelegenheid van de 75ste verjaardag van Miems van Citters werd gemaakt:

Weekendtip: Open Tuindag Hindersteyn zondag 3 juli

Afb. Ridderhofstad Hindersteyn van de voorzijde gezien.
Afb. 1. Ridderhofstad Hindersteyn van de voorzijde gezien met links herkenbaar de middeleeuwse woontoren.

Op zondag 3 juli staan de poortdeuren van Ridderhofstad Hindersteyn in Langbroek open voor belangstellenden. De 700 jaar oude ridderhofstad is in het verleden eigendom geweest van adellijke families als Van Zuylen van Nijevelt en De Wijkerslooth de Weerdesteyn en is nu in het bezit van het geslacht Geytenbeek, dat het huis en de tuinen met veel zorg en liefde tot nieuwe bloei heeft gebracht. Er is volop de gelegenheid om te genieten van de moestuin met zijn monumentale kassen, bloementuin en fruitkooi. Het park met de kenmerkende slangenmuur, de doolhof én labyrint maken deel uit van het historische complex.

De open tuindag wordt sinds 1992 ieder jaar in juli georganiseerd. Op zondag 3 juli zijn de tuinen geopend tussen 10.00 en 17.00 uur. De entree is € 9,00 per persoon inclusief koffie/thee/fris en (citroen)taart. Alleen PIN betaling mogelijk! Honden zijn niet toegestaan.

Er zijn maatregelen genomen om uw bezoek veilig te laten verlopen. Er is dan ook alleen PIN betaling mogelijk.

De open tuindag is dé gelegenheid bij uitstek om te dwalen door de mooie tuinen. Ondanks dat u niet de enige bezoeker bent, zijn er genoeg plekjes om rustig te mijmeren en te staren over een sappig weiland met wat koeien erin. U kunt ook gezellig zitten op één van de vele tuinbankjes in het park. Menig fotograaf komt op deze dagen foto’s maken, want daar leent de tuin zich natuurlijk prima voor. Voor de gelegenheid is een aantal vrijwilligers aanwezig dat vragen kan beantwoorden en wordt door hen een speciale rondleiding verzorgd door de tuin.

Er heerst een gemoedelijke sfeer en u komt gemakkelijk in contact met andere tuinliefhebbers. Het gazon naast de Oranjerie is omgetoverd  tot een gezellig terras waar het goed toeven is. Tijdens deze dag volgen wij de richtlijnen van het RIVM met betrekking tot het Coronavirus. U kunt dus veilig rondlopen als u zich houdt aan de aanwijzingen.

Let op: betaling alleen met PIN bij de poort. De entree en de koffie/thee/fris met taart worden in 1 transactie met u af via een PIN betaling afgerekend.

Meer weten? Kijk op de website https://hindersteyn.nl

Afb. 2. Mooie doorkijkjes, gastvrije hoekjes, die uitnodigen om te gaan zitten en te genieten van de vers gebakken appel- en citroentaart met koffie of thee.

Blauw Bloed: bezoek aan het Tulpenbal

Afb. 1. Rick Evers (rechts), royal reporter voor onder meer Blauw Bloed, in gesprek met Clemens van Steijn, de grote organisator van dit weekend en het Tulpenbal. Screenshot met dank aan Blauw Bloed.

Royal reporter Rick Evers was voor Blauw Bloed op zaterdag 28 mei aanwezig op het Tulpenbal en deed uitgebreid verslag over dit weekend vol activiteiten met als hoogtepunt het Tulpenbal in de Koepelkerk in Amsterdam. In deze aflevering spreekt hij met organisator Clemens van Steijn, Alexander Erfprins van Mecklenburg, Michael Hertog van Mecklenburg en Nicolae Prins van Roemenië. De aflevering is online terug te zien via deze link en is een aanrader om te kijken!  Link: https://www.npostart.nl/blauw-bloed/24-06-2022/VPWON_1339065

Afb. 2. Interview met Nicolae Prins van Roemenië, terwijl op de achtergrond een internationaal, select gezelschap zich levendig met elkaar aan de dinertafel onderhoudt.

 

Venduehuis dinsdag 28 juni: afloop online Classical Paintings and Drawings veiling met werk van Anthon ridder Van Rappard

Afb. 1. ‘Boot bij meer’ tekening met potlood door Anthon Gerard Alexander ridder van Rappard (18581892). Foto met hartelijke dank aan het Venduehuis in Den Haag.

Op dinsdag 28 juni loopt bij het Venduehuis in Den Haag de Classical Paintings and Drawings online veiling af, met o.a. werk van ridder van Rappard. Lees het verhaal hierbij hieronder en kijk voor de online catalogus om te zien wat er verder geveild wordt op https://wavemaker.venduehuis.com/auction?auction=491

Lot 168 betreft een tekening ‘boot bij meer’ door Anthon Gerard Alexander ridder van Rappard (1858-1892). Anthon van Rappard werd geboren in 1858 in Zeist als zoon van mr. Frans Alexander Lodewijk ridder van Rappard (1828-1888) en Susanna Adriana Carolina Lantsheer (1832-1902). Zijn voorouders stamden uit Duitsland en een voorvader vestigde zich in Nederland, waar hij in 1789 grootburger van Utrecht werd. Deze voorvader werd in 1823 ingelijfd in de Nederlandse adel. De vader van Anthon was in de jaren 1861-1863 gemeentesecretaris en gemeenteontvanger van Zeist en werd vanaf 1879 commies-chartermeester van het Oud Provinciaal Archief in Utrecht. Daarnaast was hij in de jaren 1865-1866 lid van de gemeenteraad van Zeist en ook was hij jarenlang voorzitter van het Genootschap Kunstliefde in Utrecht. De moeder van Anthon stamde uit een patriciaatsfamilie uit Middelburg, die is opgenomen in het Blauwe Boekje, en zij was de dochter van de burgemeester van Middelburg.

In dit traditionele milieu groeide hij op en het leek in de lijn der verwachting te liggen, dat hij net als zijn grootvader, vader en oudste broer rechten zou gaan studeren. Hij koos echter voor de kunst. Hij werd opgeleid bij Lourens Alma Tadema (1836-1912), de Nederlands-Britse kunstschilder, die eind 19e eeuw tot de meest gerenommeerde schilders in Groot-Brittannië gerekend werd. Anthon van Rappard was zeer gedreven om zichzelf te ontwikkelen en zo volgde hij zelfs nog enkele jaren voor zijn overlijden nog weer cursussen op de Academie in Amsterdam tussen studenten die vele jaren jonger waren.

Hij raakte bevriend met Vincent van Gogh, wiens mentor hij werd. Deze vriendschap zou stuklopen op een misverstand in hun brieven. Toch zou hij jaren later, toen er in Den Haag een tentoonstelling met werk van de inmiddels overleden Vincent van Gogh te zien was, zeer verheugd zijn over de grote belangstelling en zag dit als een persoonlijk succes. Anthon van Rappard schilderde in de stijl van de Haagse School en schilderde veel portretten en landschappen. Hij werd, net als zijn vader, voorzitter van het Genootschap Kunstliefde in Utrecht.

Een tijdgenoot zei over hem: “Zelf iemand van een streng en zeer nobel karakter, streefde hij vóór alles naar karakter in zijne kunst. Hij had geen blijde ziel en zijne kunst was er geene van lachende schoonheid, van kleurverrukking; zij had niets decoratiefs (…) Zijne kunst was bij uitnemendheid naïef, zoowel in de uitdrukking van sentiment als in het blijkbaar streven naar kracht.”

Anthon van Rappard huwde dertig jaar oud in 1889 de 35-jarige Henriette Elisabeth del Campo genaamd Camp (1854-1910), dochter van een luitenant-kolonel en een Van Rappard, waardoor zij verwant aan elkaar waren. Haar familie is opgenomen in het Blauwe Boekje van het Nederland’s Patriciaat. Hun huwelijk zou kinderloos blijven en niet heel lang duren. In 1892 overleed Anthon Gerard Alexander ridder van Rappard op 33-jarige leeftijd. Zijn weduwe overleefde haar ‘innig geliefde Echtgenoot’ achttien jaren en overleed in 1910.

De potloodtekening meet 13×22 cm en wordt getaxeerd op 300-400 euro. Veilingopbrengst: 160 euro. Naast dit lot is er op deze veiling ook nog lot 437 met twee voorstudies voor etsen door Anthon van Rappard. Deze werden verkocht voor 180 euro.

Benieuwd naar wat er verder nog geveild wordt op deze Classical Paintings and Drawings online veiling van het Venduehuis in Den Haag? Kijk dan in de online catalogus op https://wavemaker.venduehuis.com/auction?auction=491

Afb. 2. Zelfportret Anthon Gerard Alexander ridder van Rappard – https://www.centraalmuseum.nl/nl/collectie/28509-zelfportret-anthon-gerard-alexander-ridder-van-rappard, Publiek domein, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=36378962