AiN: aankoop portret De Geer van Rijnhuizen-Luden

Afb. John Töpfer met het portret bij Veilinghuis Van Spengen in Hilversum, dat dit jaar 75 jaar bestaat: www.vanspengen.nl.

Vandaag konden we bij Veilinghuis Van Spengen (http://www.vanspengen.nl) in Hilversum dit portret van mevrouw De Geer van Rijnhuizen née Luden ophalen, dat door de stichting Adel in Nederland is aangekocht. Het betreft een pastel en wordt toegeschreven aan Heinrich Siebert. Er moet een kleine restauratie plaatsvinden aan het portret en de lijst moet uitgebreider gerestaureerd worden. Het verhaal bij dit portret gaan we uitzoeken en natuurlijk publiceren.

Veilinghuis Van Spengen is één van de gewaardeerde Vrienden van AiN, die ons steunt in onze werkzaamheden.

Kastelen (helaas) nog dicht, maar deze kasteeltuinen en -winkels zijn al wel te bezoeken

Afb. 1. Kasteel Cannenburch in Vaassen.

Helaas blijven de kasteelmusea nog even gesloten, maar er zijn verschillende kasteeltuinen waar u kunt wandelen, waar de kasteelwinkel geopend is en waar u op het terras kunt zitten.

Kasteel Cannenburch
Kasteel Cannenburch werd eeuwenlang tot in 1881 bewoond door de baronnen D’Isendoorn à Blois. De Stichting Vrienden der Geldersche Kasteelen (GLK) beheert het kasteel sinds 1950 en heeft het zó ingericht alsof de familie D’Isendoorn even weg is. U kunt hier wandelen in het park met zijn spiegelende waterpartijen en op zaterdag en zondag een bezoek brengen aan de Landwinkel.

Lees meer op https://www.glk.nl/landschappen-kastelen/activiteiten-excursies/details/landwinkel-geopend

Afb. 2. Kasteel Rosendael in Rozendaal bij Arnhem.

Kasteel Rosendael
Kasteel Rosendael is ook  één van de zeven opengestelde kastelen van Geldersch Landschap & Kasteelen (GLK). Rosendael kwam in 1977 als legaat van Willem Frederik Torck baron van Pallandt (1892-1977) in het bezit van GLK en die restaureerde huis en park, met daarin de beroemde Bedriegertjes, zorgvuldig. Inmiddels zijn de winkel en het park van dinsdag t/m zondag van 11.00 tot 17.00 uur te bezoeken. Het terras van de Oranje-rie is open op dinsdag t/m zondag van 12.00 tot 17.00 uur.

Lees meer op https://rosendael.glk.nl/?_ga=2.185217001.1941572728.1620842824-954433844.1620842823

Slot Zuylen
Slot Zuylen werd tot 1951 bewoond door de baronnen Van Tuyll van Serooskerken, maar om de continuïteit van het kasteel en de inboedel te garanderen, werd het geheel vervolgens in 1952 in een stichting ondergebracht. Slot Zuylen is sindsdien opengesteld voor bezoekers. Vanwege het Coronavirus is het nu tijdelijk niet te bezoeken, maar u kunt er wel wandelen en op zaterdag en zondag kunt u tussen 11:00 en 16:00 uur bij het Koetshuis terecht voor heerlijke broodjes, koffie, thee en andere lekkernijen.

Lees meer op https://www.slotzuylen.nl/

Afb. 3. Slot Zuylen in Oud-Zuilen bij Utrecht.

 

 

Fonds voor Cultuurparticipatie, nieuwe leden RvT: Anne-Marie Bruggert en Robert Quarles van Ufford

Afb. Anne-Marie Bruggert en Robert Quarles van Ufford: nieuwe leden van de raad van toezicht van het Fonds voor Cultuurparticipatie.

Met ingang van 1 mei ’21 zijn Anne-Marie Bruggert en Robert Quarles van Ufford door minister van Engelshoven voor vier jaar benoemd tot lid van de raad van toezicht van het Fonds voor Cultuurparticipatie.

Jonkheer Robert Quarles van Ufford (1967) is historicus met een internationale carrière gericht op cultuur en maatschappelijke ontwikkeling en een focus op duurzaam beheer en toegankelijkheid van erfgoed. Daarnaast is Robert ook goed bekend met de podiumkunsten en het brede culturele veld. Robert was directeur van de Nationale Monumentenorganisatie, lid van Programmaraad Dutch Culture van OCW en Algemeen Secretaris Nationale UNESCO Commissie waar hij betrokken was bij bijvoorbeeld de Werelderfgoed Conventie en het Unesco Scholennetwerk.

Anne-Marie Bruggert (1967) is voormalig hoofd Financiën afdeling kunsten en erfgoed bij het ministerie OCW en was o.a. programmamanager Cultuur bij Gemeente Arnhem. Na een carrière bij de overheid heeft ze de overstap gemaakt naar de advieswereld (op gebied van o.a. data vraagstukken overheid). Tegelijkertijd heeft ze ook de overstap van finance naar digitalisering gemaakt en is ze nu gespecialiseerd in automatiseringsoplossingen en informatievraagstukken. Op dit moment is Anne-Marie Consultant bij Telengy Management & Advies.

Webinar 27 mei – De macht van de brief

De macht van de brief: de correspondentie van de Hollandse en Friese stadhoudersvrouwen, 1552-1820
Ineke Huysman

In de vroegmoderne tijd speelden de echtgenotes van de Hollandse en Friese stadhouders een niet te onderschatten rol. Het voeren van correspondenties was voor deze vrouwen hét middel om hun netwerk te onderhouden en invloed uit te oefenen. Van deze briefwisselingen is veel bewaard gebleven, maar er is nog maar weinig over geschreven. Door de digitalisering van de correspondenties van deze stadhoudersvrouwen komt daar nu verandering in. Aan de hand van een aantal smaakmakende voorbeelden uit deze correspondenties vertelt onderzoeker Ineke Huysman over de manier waarop deze vrouwen zich door middel van hun brieven hebben doen gelden.

Programma webinar 27 mei van de Werkgroep Adelsgeschiedenis

20.00 Opening
20.05 Lezing door Ineke Huysman
20.40 Discussie
21.00 Einde webinar

* De Zoom meetingroom is vanaf 19.30 uur geopend.

Meld u snel aan via https://docs.google.com/forms/d/e/1FAIpQLSe5fe87uexTcl16mJjO60HnqgverIleC1P5ZyKS7WgzW2_R8Q/viewform?fbclid=IwAR2t9jLR5yr3tHOc_YZO988tMLSA9liah7mZbAemtaS_2RUPQLKM77aGzJs

Veilingnieuws Bubb Kuyper: familiearchieven Gericke van Herwijnen en Mulert

Afb. 1. De documenten in het archief Gericke van Herwijnen betreffen o.a. mr. Joseph Louis Heinrich Alfred baron Gericke van Herwijnen (1814-1899) (rechtsboven), die in de jaren 1871-1874 minister van Buitenlandse Zaken was. Foto’s van documenten met hartelijke dank aan Bubb Kuyper Veilingen in Haarlem en het portret met dank aan RKD – Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis.

Van 18 t/m 21 mei vindt er bij Bubb Kuyper Veilingen in Haarlem ( www.bubbkuyper.com) een grote veiling plaats van boeken, prenten, kaarten, documenten, enz. Lees hieronder het verhaal over de aangeboden familiearchieven Gericke van Herwijnen en Mulert. Of kijk in de online catalogus voor wat er verder wordt aangeboden op https://www.bubbkuyper.com/index.php?option=com_virtuemart&view=category&virtuemart_category_id=323&virtuemart_manufacturer_id=0&Itemid=3

Kavel 74/2247 betreft een grote collectie manuscriptdocumenten uit de archieven van de eigenaren van Heerlijkheid Wuustwezel in België: baron De Vinck en baron Gericke van Herwijnen. De familie De Vinck behoort tot de Belgische adel en was in het bezit van Wuustwezel. Dit vererfde door huwelijk op de familie Gericke van Herwijnen.

De familie Gericke is afkomstig uit Brandenburg en jonkheer Johann Eberhard Paul Ernst Gericke, heer van Herwijnen (1785-1845) kwam in Nederlandse dienst en werd uiteindelijk gouverneur van Limburg. Hij werd in 1833 verheven in de Nederlandse adel met het predikaat jonkheer. Zijn zoon mr. Joseph Louis Heinrich Alfred baron Gericke van Herwijnen (1814-1899) was onder meer gezant te Brussel en minister van Buitenlandse Zaken. Hem werd in 1846 de titel baron bij eerstgeboorte verleend.

De collectie bevat o.a. drie (vertrouwelijke) handtekening gesigneerde brieven van Willem III van Nederland (één in het Frans), waaronder één waarin hij F. de Blochausen, “Minister van Staat, President van het Luxemburgsche Gouvernement” beschuldigt van “schandelijke en verachtelijke handelingen” “15den februari 1885”; 3 telegramberichten van “Alexander Prins der Nederlanden” (Alexander van Oranje-Nassau); een merkwaardig “geheim” document uit de jaren 1830, ondertekend door S.M. [Sa Majesté], waarin Koning Willem I (?) Advies krijgt over een scheiding tussen Noord- en Zuid-Nederland. In afwachting van genoemde scheiding krijgt Willem I de titel “Koning der Nederlanden, Groothertog van Belgien en Luxemburg”.

Kavel 74/2303 betreft een klein archiefje bestaande uit manuscriptdocumenten uit de jaren 1538-1807 betreffende de familie Mulert. De familie Mulert behoort tot de oude Overijsselse adel. In 1609 huwde Johan Mulert (†1623), officier in Statendienst, met Ida de Baecke (†1642). Door dit huwelijk kwam het huis Backenhagen bij Delden in het bezit van de familie Mulert. Documenten in deze collectie zijn onder meer de huwelijkse voorwaarden tussen de families van Johan Mulert en Ida de Baecke van 1 april 1609, Ida de Baecke’s testament aangaande eigendommen nabij Vollenhove ondertekend in augustus 1641, verschillende pandbrieven aan hun zoon Johan en kleinzoon Johan Ludolph (o.a. door de luitenant-stadhouder en de bisschop van Keulen), een opdrachtbrief voor de eerstgenoemde als raadslid van de Admiraliteit van Noord-Holland, en diverse schuldbewijzen.

Benieuwd naar wat er verder geveild wordt? Kijk dan in de online catalogus op https://www.bubbkuyper.com/index.php?option=com_virtuemart&view=category&virtuemart_category_id=323&virtuemart_manufacturer_id=0&Itemid=198

Afb.2. In dit charter uit het familiearchief Mulert worden onder meer de broers Johan Mulert tot Ordel, lid van de Ridderschap van Overijssel, en Peter Mulert tot Campherbeek genoemd. De zoon van Johan, ook Johan geheten, huwde Ida de Baecke, die Backenhagen in de familie Mulert bracht.

 

Crowdfunding actie voor de tuin van Museum Van Loon

Afb. Team Museum Van Loon (Merel, Gijs, Tristan en Annette) in de tuin, Mymollseye 2021.

De tuin van Museum Van Loon, een uniek museum in Amsterdam over de geadelde regentenfamilie Van Loon, is levend erfgoed en daar moet intensief voor gezorgd worden. Door de coronacrisis is dit echter niet meer zo makkelijk. Daarom heeft Museum Van Loon uw hulp hard nodig!

De tuin van Museum Van Loon is een bijzonder stukje groen in Amsterdam. Bezoekers hebben vaak geen idee dat er zo’n grote tuin verscholen zit achter de gevel van het grachtenpand. Andere mensen kennen de tuin juist wél, door de Open Tuinen Dagen of de Opera in de Grachtentuin die wij elk jaar organiseren.

Levend erfgoed
De tuin heeft onderhoud nodig: minstens vier keer per jaar verschillende tuinbeurten en nieuwe beplanting. En dit onderhoud is erg kostbaar en door de corona-situatie waarin we met zijn allen zitten helaas niet meer zo vanzelfsprekend…

Vanwege de coronacrisis is het museum en ook de tuin alweer een hele tijd gesloten. En dat raakt ons diep. Het museum ontvangt namelijk geen structurele subsidies en we zijn dus erg afhankelijk van onze bezoekers. Door de tijdelijke sluitingen van het museum kunnen we helaas niet zoveel bezoekers ontvangen als we zouden willen. Ook financieel zijn wij hierdoor heel hard getroffen en hebben we alle hulp nodig om onze tuin ook in 2021 (en verder) weer te laten bloeien. Dit is waarom we deze actie in het leven hebben geroepen.

Lees en zie meer over deze actie en zie hoe ook u een bijdrage kunt doen (iedere bijdrage is welkom!) op https://www.voordekunst.nl/projecten/11684-help-onze-tuin-bloeien-in-2021

Oprichting stichting Dag van het Kasteel

Afb. Voorzitter jonkheer drs. Robert Quarles van Ufford (links) en penningmeester drs. Max graaf Schimmelpenninck (rechts) met de oprichtingsakte van de stichting Dag van het Kasteel. Foto met hartelijke dank aan de Nederlandse Kastelenstichting, kenniscentrum voor kasteel en buitenplaats.

Sinds 28 april jl. is de oprichting van stichting Dag van het Kasteel een feit. Namens de Nederlandse Kastelenstichting, initiatiefnemer van de Dag van het Kasteel, hebben de bestuursleden jonkheer drs. Robert Quarles van Ufford (voorzitter) en drs. Max graaf Schimmelpenninck (penningmeester) de akte van oprichting van de nieuwe stichting getekend.

Bij de oprichting van Stichting Dag van het Kasteel zijn de volgende bestuursleden benoemd: Nathalie barones van Verschuer-des Tombe (voorzitter), Marit Berends (secretaris) en Hidde van Kersen (penningmeester).

Op de Dag van het Kasteel, die ieder jaar op Tweede Pinksterdag georganiseerd wordt, staan kastelen en buitenplaatsen volop in de aandacht. Meer dan 100 deelnemers vertellen op deze dag de bijzondere verhalen bij dit unieke erfgoed. Dit jaar is het thema ‘Wat? Water! De rol van water op kastelen en buitenplaatsen’.

De eerst volgende Dag van het Kasteel is op 24 mei, tweede pinksterdag. Benieuwd naar meer informatie hierover en de activiteiten op deze dag? Kijk dan op www.dagvanhetkasteel.nl.

Gevallen voor het vaderland: jonkheer Jean Chrétien Baud (1919-1944) en jonkheer Willem Abraham Baud (1923-1945)

Afb. 1. Jonkheer Willem Abraham Baud (1923-1945).

Het geslacht Baud stamt uit Zwitserland en gaat terug tot in 1409 in de buurt van Genève. In de 18e eeuw kwam een Baud naar Nederland en werd sergeant in het regiment Zwitserse gardes onder de lijfcompagnie van de Prins van Oranje. Zijn kleinzoon, Jean Chrétien baron Baud (1789-1859), werd onder meer gouverneur-generaal van Nederlands-Indië en in 1858 werd hij in de Nederlandse adel verheven met de titel van baron bij eerstgeboorte.

De broers werden geboren als kinderen van mr. Jean Chrétien baron Baud en Augusta Isabelle Alexandrine barones van Dedem, die uit de oud-adellijke Overijsselse familie Van Dedem stamde met als stamhuis het Huis Den Berg in Dalfsen.

Jean Chrétien werd geboren op 16 juni 1919 in Arnhem. Hier was zijn vader werkzaam als adjunct-commies bij de provinciale griffie van Gelderland. Nadat hij in 1920 chef van het kabinet van de burgemeester van ’s-Gravenhage was geworden, verhuisde het jonge gezin hierheen en vestigde zich op 15 maart aan de Jozef Israëlslaan nr. 16. Op dit adres werd in 1920 zijn broertje Alexander geboren, gevolgd door Hendrik Maximiliaan in 1921 en op 29 januari 1923 werd Willem Abraham hier geboren.

In deze jaren raakte het gezin ook verbonden met het Koninklijk Huis, want na eerst benoemd te zijn tot kamerjonker van Koningin Wilhelmina, werd hun vader als kamerheer i.b.d. van Koningin Wilhelmina ter beschikking gesteld aan Prinses Juliana en in latere jaren werd hij haar particulier secretaris. Ondertussen was het gezin op 15 juli 1929 naar Katwijk aan de Zee verhuisd waar het aan de Hooghkade ging wonen, maar een jaar later op 27 maart vestigde zij zich opnieuw in ’s-Gravenhage aan de Koningskade nr. 12 in een groot 19e-eeuws herenhuis.

Het was in dit huis dat de familie woonde toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak en overeenkomstig het familiedevies OTIA DANT VITIA (ledigheid is het beginsel van alle kwaad) keken de vier broers niet toe en kwamen in verzet – maar twee overleefden de oorlog niet.

Afb. 2. Jonkheer Jean Chrétien Baud (1919-1944).

Jean Chrétien, die in de familie ‘Tièn’ genoemd werd (de pachters op Den Berg in Dalfsen spraken zijn naam uit als ‘Jan Krent’), verliet in 1937 als eerste het ouderlijk huis en ging in Utrecht Indisch recht studeren als voorbereiding op een carrière in Nederlands-Indië, waarvan zijn betovergrootvader in de jaren 1833-1936 gouverneur-generaal was. In 1938 volgde hij een militaire opleiding en werd cornet bij de artillerie. Na het uitbreken van de oorlog probeerde hij per fiets Portugal te bereiken, maar deze poging mislukte.

In de nacht van 1 op 2 april 1941 deed hij een nieuwe poging. Dit keer als Engelandvaarder en samen met verzetsleden van de Stijkelgroep probeerde hij met een vissersbootje vanuit Scheveningen naar Engeland te ontkomen. Via radiocontact dacht men afspraken gemaakt te hebben, waarbij het de bedoeling was om op zee door een Engelse duikboot of torpedobootjager opgepikt te worden, maar de zaak bleek verraden te zijn. Midden in de nacht vertrok de KW 133 van de vissers Gebr. Van der Plas zo stil mogelijk vanuit de haven van Scheveningen. Nog voor het verlaten van de haven flitste een controlelicht op. Tièn sprong overboord en wist ongezien zwemmend de kant te bereiken. Na zijn ontsnapping keerde hij onder de modder heimelijk terug naar het huis van mevrouw M.S. van Deth, die inspectrice was bij de kinderpolitie in ’s-Gravenhage. De volgende dag ’s avonds hield hij het hier niet meer uit en ging naar het huis van de heer C. Drupsteen, een politieagent die ook mee zou gaan op de boot, om te horen hoe het de anderen vergaan was die aan boord waren. Hier werd hij opgewacht door de Duitsers en gearresteerd.

Van 3 april 1941 tot 10 april 1942 zat hij in cel 371 in de gevangenis in Scheveningen, die door de vele verzetsstrijders die daar zaten het Oranjehotel genoemd werd. Daarna werd hij naar Berlijn vervoerd en op 1 september 1942 kwam zijn zaak daar voor in de 3e Senat des Reichskriegsgerichtes in Berlijn-Charlottenburg aan de Witzlebenstrasse 410. De aanklacht luidde: “Verdacht van begunstiging van de vijand”, omdat hij “… door verschillende zelfstandige handelingen tijdens het door het Duitse Rijk gevoerde oorlog (heeft) geprobeerd de vijand te begunstigen en aan het leger van het Duitse Rijk schade (heeft geprobeerd) te berokkenen.” In het proces werd hij vertegewoordigd door de Rechtsanwalt dr. Liffers.

De hele rechtzaak was een showproces en de uitkomst was dat hij ter dood werd veroordeeld, maar later kreeg hij alsnog gratie en werd overgebracht naar het tuchthuis Sonnenburg bij Küstrin. Hier overleed hij aan uitputting door onder meer tbc op 15 juli 1944, een maand voor hij vijfentwintig zou zijn geworden. Hij werd ter plaatse begraven, maar na de oorlog vond zijn herbegrafenis plaats op de gemeentelijke begraafplaats Westduin in ‘s-Gravenhage, waar hij samen met andere leden van de Stijkelgroep bij een monument begraven ligt.

Willem Abraham, ‘Wim’ in de familie, was leerling op het gymnasium en werd op 18 maart 1941 achttien jaar oud gearresteerd vanwege de verspreiding van illegale bladen en foto’s van het Koninklijk Huis. Ook hij werd opgesloten in het Oranjehotel in Scheveningen. Hier zat hij in cel 665. Nadat hij op 25 juli 1941 vrijgelaten was, dook hij onder in Dalfsen, waar zijn moeders familie het landgoed Den Berg bezat. Hier werd hij actief in het verzet in de verzetsgroep van de onderwijzer S.J. Baarsma van de A. baron van Dedem school. Op 5 december 1944 werd hij gearresteerd en vermoedelijk op 10 februari 1945 vervoerd naar concentratiekamp Neuengamme bij Hamburg. Hier overleed hij aan tbc en uitputting tweeëntwintig jaar oud op 3 april 1945 – een maand voor het kamp door de Geallieerden bevrijd zou worden.

Naar verluidt is hun moeder nooit over hun verlies heengekomen en kon zij nimmer meer lachen.

Gevallen voor het vaderland: Egbert Joost baron van Nagell, heer van Schaffelaar (1923-1944).

Nagell, Dodenherdenking 2014
Afb. Egbert Joost baron van Nagell (1923-1944), met links huis de Schaffelaar en zijn graf in Barneveld.

Egbert Joost baron van Nagell werd geboren op 26 juni 1923 in Bad Harzburg. Zijn vader, mr. Justinus Egbertus Hendericus baron van Nagell, stamde uit een oud-adellijk geslacht uit Westfalen, waarvan de stamvader voor het eerst in 1385 genoemd werd. In de 16e eeuw vestigde een voorvader zich in Nederland en in 1814 werd de familie opgenomen in de Nederlandse adel met de titel van baron. Zijn moeder, Julia Johnson Calhoun, stamde uit een van oorsprong Schotse familie, waarvan de naam oorspronkelijk Colquhoun was. In de 18e eeuw vestigde de familie zich in de Verenigde Staten en kwam daar tot groot aanzien. Zo was haar vader de eigenaar van de Baltimore Coal Mining en Railway Company en was haar overgrootvader onder meer vice-president van de Verenigde Staten onder president John Quincy Adams.

Hij groeide op met een ouder zusje in het buitenland, omdat zijn vader in diplomatieke dienst was. Diens carrière bracht hem van Peking naar Washington, Sint Petersburg, Londen, Boekarest en Stockholm. In 1935 erfde hij van zijn tante het kasteel Schaffelaar in Barneveld, het belangrijkste kasteel in neo-Tudor stijl in Nederland. Hij was de enige mannelijke Van Nagell in zijn generatie (de 17e van zijn geslacht) en erfde het, zodat hij de naam Van Nagell op Schaffelaar kon voortzetten. Als enige zoon werd hij er regelmatig in de familie aan herinnerd dat hij moest trouwen om het geslacht Van Nagell voort te zetten en hij zei daarop altijd: “Dan zal ik toch eerst goede afspraken moeten maken, want als er zes dochters komen dan heb ik het voor niets gedaan.”

Toen in 1940 de oorlog uitbrak, was zijn vader buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister te Stockholm en Helsingfors. Egbert Joost reisde in de oorlog vanuit het neutrale Zweden via Siberië naar Wladiwostok en arriveerde uiteindelijk in Nederlands-Indië waar hij eerst logeerde bij de Gouverneur-Generaal jonkheer Tjarda van Starckenborg Stachouwer en daarna bij jonkheer Loudon. Vervolgens ging hij via bemiddeling van generaal Van Pabst via Japan naar Canada waar hij een opleiding tot vliegenier kreeg. Daarna vertrok hij naar Engeland, maar ging opnieuw naar Canada voor een officiersopleiding. Bij terugkomst in Engeland kwam hij in het 322 squadron van Z.K.H. Prins Bernhard en had toen de rang van 1e luitenant R.A.F. en reserve-luitenant-kolonel bij de Koninklijke Nederlandse Luchtstrijdkrachten. Hij vertrok met een spitfire naar Frankrijk, maar moest door het slechte weer laag vliegen en werd als één van de eersten neergeschoten op 28 januari 1944 boven Merville (Nord) in Frankrijk nog geen eenentwintig jaar oud. Hij werd door de Duitsers met militaire eer begraven met de Nederlandse vlag over zijn kist.

In 1947 werd Egbert Joost baron van Nagell, heer van Schaffelaar uit Frankrijk opgehaald om in Barneveld bijgezet te worden in het familiegraf bij zijn grootouders en tante. Postuum ontving hij vanwege zijn inzet voor de vrijheid het Oorlogsherdenkingskruis met gesp, de Britse ´39 – ’45 Star, de Britse Air Crew Europe Star en het Franse Croix de Guerre ’39 – ’45 met palmtak.

Gevallen voor het vaderland: Carel Everhard graaf van Limburg Stirum (1917-1940).

Afb. Carel Everhard graaf van Limburg Stirum (1917-1940), met links zijn graf in Zutphen.

Carel Everhard graaf van Limburg Stirum werd geboren op 22 december 1917 op het Huis Duinlust te Overveen, dat in het bezit was van zijn grootouders Luden-Van der Vliet.

Zijn vader, Samuel John graaf van Limburg Stirum, was een telg uit één van de alleroudste geslachten die tot de Nederlandse adel behoort en de stamvader werd voor het eerst in 1079 genoemd als getuige van de aartsbisschop van Keulen. Door het huwelijk met de Nederlandse erfdochter Ermgard van Wisch vestigde de familie zich in de 16e eeuw in Nederland en in 1814 werd een voorvader opgenomen in de Nederlandse adel met de titel van graaf. Zijn moeder, Mary Louise Luden, stamde uit een familie die in het blauwe boekje van het Nederland’s Patriciaat staat. Haar voorouders kwamen oorspronkelijk uit Noorwegen en vestigden zich in de 16e eeuw in Amsterdam. Haar vader was bankier en commissaris bij de Nederlandse Bank en via haar moeder stamde zij van de puissant rijke Borski familie af. Hij groeide op het Huis Spijkerbosch in Olst op met twee oudere broers en hier beheerde zijn vader het omringende landgoed.

In de meidagen van 1940 diende hij als kornet bij de cavalerie en maakte hij deel uit van de beveiliging van een onderdeel van het 4e regiment huzaren. Er werd bij Ginkel een zware strijd gestreden om de opmars van de Duitsers te vertragen en op 10 mei 1940 omstreeks 17.00 uur sneuvelde hij tweeëntwintig jaar oud samen met twee kameraden bij de herberg ‘Zuid-Ginkel’ te Ede. In de gevel herinnert een gedenksteen hieraan: “OP 10 MEI 1940 OM 17 UUR SNEUVELDEN ALHIER C.E. GRAAF VAN LIMBURG STIRUM KORNET/P.CH.BONKERK DPL. KORP./J.G. DIJKERS DPL. HUZ./VORMENDE DE BEVEILING VAN EEN ONDERDEEL VAN HET 4e REGT. HUZAREN.” Vanwege zijn moedig gedrag werd hem postuum het Bronzen Kruis verleend.

Carel Everhard graaf van Limburg Stirum werd bijgezet in de familiegrafkelder Van Limburg Stirum op de Algemene Begraafplaats in Zutphen en op de zerk aan het hoofdeinde staan te zijner ere twee regels uit het Wilhelmus: “STANDVASTIG IS GEBLEVEN MIJN HART IN TEGENSPOED (couplet 13) DEN VADERLAND GETROUWE BLEEF IK TOT IN DEN DOOD (couplet 1)”