Herfsttip: bezoek Huis Verwolde (tip: ‘Herinneringen aan Verwolde’ is nu ook online te bestellen!)

Afb. 1. Bezoek deze Herfst Huis Verwolde en koop hier in de kasteelwinkel ‘Herinneringen aan Verwolde’, door Françoise barones van der Borch van Verwolde (1887-1975). Hoe u het nu ook online kunt bestellen, leest u hieronder.

Op zaterdag 3 oktober vond op Huis Verwolde, één van de zeven opengestelde kastelen van Geldersch Landschap & Kasteelen (GLK), de boekpresentatie plaats van een bijzonder boek (zie: Boekpresentatie op Verwolde: ‘Herinneringen aan Verwolde’, door Françoise barones van der Borch van Verwolde – Adel in Nederland ), dat zondermeer een aanrader is voor iedereen die geïnteresseerd is in adellijke herinneringscultuur: ‘Herinneringen aan Verwolde’, door Françoise barones van der Borch van Verwolde (1887-1975).

Het boek was tot nu toe alleen te koop in de kasteelwinkel van Huis Verwolde, maar het goede nieuws is, dat het nu ook te bestellen is door een mail te sturen aan verwolde@glk.nl. U betaalt dan 17,50 + verzendkosten.

Bezoek Huis Verwolde
U kunt natuurlijk ook deze Herfst zelf Huis Verwolde bezoeken en het boek in de kasteelwinkel kopen. Dan kunt u ook de ontwerptekeningen van de stadhouderlijke architect Philip Willem Schonk zien, die nu speciaal voor het 250-jarig bestaan van het huis worden tentoongesteld.

Voor meer informatie over de bezoekmogelijkheden van Huis Verwolde zie: Huis Verwolde | Geldersch Landschap en Kasteelen

Voor meer informatie over de zeven opengestelde kastelen van Geldersch Landschap en Kasteelen zie: Kastelen | Geldersch Landschap en Kasteelen

Afb. 5. Huis Verwolde biedt een mooi beeld van het leven eertijds zowel upstairs…
Afb. 6. … als het leven downstairs.

Boekennieuws: Van timmerman tot kooplieden en stadsbestuurders. De familie (Hooft) Graafland, 1580-1828

Afb. 1. Op de voorkant van het boek een kaart die de herkomst van de familie aangeeft: Gravelant. Hieraan ontleent de familie haar naam.

Vanaf 1815 werden verschillende leden van de familie Graafland en Hooft Graafland in de Nederlandse adel verheven met het predikaat jonkheer/jonkvrouwe. De familie behoorde in de 17e en 18e eeuw tot de regentenfamilies in Amsterdam, maar pas begin 18e eeuw werd de eerste Graafland burgemeester van Amsterdam. Hun snelle opkomst dankte zij aan hun persoonlijke inzet, de tijdsomstandigheden en gunstige huwelijken, waarmee zij hun vooraanstaande positie wisten te verstevigen en te bestendigen. Niet alle telgen sloten huwelijken die binnen het familiepatroon pasten en dit leidde tot conflicten tussen ouders en kinderen. Ondanks hun snelle opkomst in korte tijd noemde de 18e-eeuwse schrijfster Betje Wolff de familie in één adem met enkele van de meest vooraanstaande, oude regentengeslachten, die de Republiek groot hebben gemaakt: ‘de Bickers, de Hoofden, de Grooten, de Graaflands’. Dit boek vertelt het verhaal van een familie waar tot nu toe weinig onderzoek naar gedaan is en biedt tegelijk een mooi beeld van de veranderende en kansrijke tijden waarin zij leefde.

Omstreeks 1600 woonden in Rotterdam Cornelis Cornelisz. en zijn jongere zussen Soetgen en Geertgen. Hij werkte er als timmerman, Soetgen verdiende later in Haarlem als herbergierster de kost en hun halfzus Geertgen runde in haar geboorteplaats een eigen winkel.

Opzienbarend? Niet bepaald. Maar het kon in de Nederlandse Republiek snel gaan. Een eeuw later maakte een kleinzoon van de ambachtsman Cornelis Cornelisz., die na zijn verhuizing naar Amsterdam de achternaam Graafland had aangenomen, in die stad deel uit van het machtige burgemeesterscollege. In de achttiende eeuw zouden nog ettelijke leden van de familie Graafland – en vanaf 1764 van de tak Hooft Graafland – bestuursfuncties van betekenis vervullen.

Hun opmerkelijke geschiedenis wordt in acht hoofdstukken uit de doeken gedaan. Ieder hoofdstuk telt één hoofdpersoon die een thema belichaamt. Zo handelt het hoofdstuk Koopman over de koopman-bevrachter Cornelis Graafland tegen de achtergrond van de economische bloei van de Nederlandse economie in het tweede en derde kwart van de zeventiende eeuw. De West gaat over Cornelis Graafland Cornelisz., die in de kolonie Suriname als ambtenaar en plantagehouder woonde en werkte. Aan het eind van de zeventiende eeuw behoorden de Graaflanden tot de elite van Amsterdam. Zij wilden de verworvenheden van voorbije generaties – maatschappelijk aanzien, kapitaal – niet teloor laten gaan. Behoud ervan stond voorop en ouders dienden daarvoor zorg te dragen. Dat leidde soms tot een hevig conflict met kinderen, in een enkel geval zelfs met fatale afloop.

Deze familiegeschiedenis laat zien dat succes en tegenslag soms heel dicht bij elkaar lagen.

Link naar bestelmogelijkheid online: Van timmerman tot kooplieden en stadsbestuurders

Afb. 2. Mr. Joan Graafland (1697-1767), heer van Schotervlieland, onder meer burgemeester van Amsterdam, met echtgenote Catharina van Aferen (1712-1770), zoon Joan Graafland, heer van Schotervlieland (1736-1799) en dochter Anna Maria Graafland (1743-1803). Zoon Joan Graafland huwde in 1761 Hester Hooft (1740-1791) en hun nakomelingen zijn de huidige jonkheren/jonkvrouwen Hooft Graafland. Dochter Anna Maria Graafland huwde in 1768 Ferdinand Folef des H.R. Rijksvrijheer von Inn- und Kniphausen, heer van Ulrum en Nienoord (1734-1795). Dankzij dit huwelijk kwam de naam Folef in de familie Hooft Graafland – een traditie die nog steeds voortgezet wordt. Portret door Jan Maurits Quinkhard (1688-1772) in 1752. Collectie Amsterdam Museum, inv.nr. SA 36885. 

Herfsttip: kasteel Heeswijk

Afb. 1. Kasteel Heeswijk in de zomerzon.
Afb. 1. Kasteel Heeswijk in de zomerzon.

Kasteel Heeswijk in Heeswijk Dinther vertelt in zijn verschijning het verhaal van de baronnen Van den Bogaerde van Terbrugge. De buitenkant laat zien dat er in de 19e eeuw flink bijgebouwd werd om het kasteel nóg indrukwekkender te maken. Hieraan dankt het kasteel zijn unieke IJzertoren, de neogotische galerij en de wapenzaal.

Afb. 2. De grote zaal met voorouderportretten van de Van den Bogaerdes van Terbrugge.
Afb. 2. De grote zaal met voorouderportretten van de Van den Bogaerdes van Terbrugge.

Het interieur laat de smaak, verzamelwoede en adellijke representatie van de eigenaren zien. Zo is er een grote zaal met een Ahnengalerie van de Van den Bogaerdes, een unieke Chinese eetkamer, mooie tegeltableaux in een trappenhuis en in een kleine torenkamer vind je een opmerkelijk plafond dat bestaat uit Chinees porseleinen bordjes. Overal in het kasteel vind je bijzondere voorwerpen met bijbehorende verhalen en de laatste kasteelheer, ir. Guillaume Charles Othon Alexandre Manuel Henri Joseph Marie Ghislain baron van den Bogaerde de Ter Brugge (1882-1974), liet niet na om zijn bezoekers te imponeren met de afstammingsbewijzen van zijn vele roemrijke voorouders – ook al deden die de waarheid soms nog weleens geweld aan.

U kunt het kasteel bezichtigen met behulp van een informatieve en leuke audiotour, maar overal staan ook gastvrije en enthousiaste vrijwilligers klaar, die veel anekdotes over het kasteel en zijn kleurrijke bewoners weten te vertellen. Op het voorplein zit naast een brasserie ook een restaurant en daarnaast nodigen de tuin, die door Copijn werd ingericht, en het landgoed uit voor nog meer aangenaam verpozen. Wie nog nooit op Heeswijk is geweest, die heeft echt wat gemist!

Link naar meer informatie: https://www.kasteelheeswijk.nl/

Voor meer foto’s: kijk in het onderstaande foto-album.

Boekpresentatie op Verwolde: ‘Herinneringen aan Verwolde’, door Françoise barones van der Borch van Verwolde

Afb. 1. Marleen van den Ham, adjunct-directeur Geldersch Landschap & Kasteelen (GLK), overhandigde het eerste exemplaar aan mr. Romeo baron van der Borch van Verwolde tot Verwolde van Vorden, die voorzitter is van de Stichting van der Borch van en tot Verwolde. Hij had veel lof voor de inzet van GLK voor Huis Verwolde en verzekerde dat ook de jongere generaties Van der Borch dit boek graag wilden hebben.

Afgelopen zaterdag vond op Huis Verwolde, één van de zeven opengestelde kastelen van Geldersch Landschap & Kasteelen (GLK), de boekpresentatie plaats van een bijzonder boek, dat zondermeer een aanrader is voor iedereen die geïnteresseerd is in adellijke herinneringscultuur: ‘Herinneringen aan Verwolde’. Deze werden op verzoek van Allard baron van der Borch van Verwolde (1926-2008) door zijn tante Françoise barones van der Borch van Verwolde (1887-1975) in de jaren 1966-1968 opgeschreven. Haar herinneringen werden al eens eerder gepubliceerd, maar deze uitgave was al jarenlang niet meer te koop. Nu is er deze heruitgave – en wat voor één! Het is verrijkt met vele fraaie foto’s, een biografie van deze ‘erudiete Gelderse freule’, boeiende bijlagen en dan ook nog eens heel erg mooi vormgegeven!

Afb. 2. ‘Herinneringen aan Verwolde’: een uniek tijdsdocument over het leven op een buitenplaats.

Dit jaar is het 250 jaar geleden dat het Huis Verwolde gebouwd werd in opdracht van het echtpaar Van der Borch-Van Rechteren door de stadhouderlijke architect Philip Willem Schonk. Het was met vooruitziende blik dat Allard baron van der Borch zijn tante vroeg haar herinneringen aan Verwolde op papier vast te leggen, want het huis werd nog tot in 1977 bewoond door hem en zijn gezin. In dat jaar kwam er naar tweehonderd jaar een einde aan de bewoningsgeschiedenis door de familie Van der Borch van Verwolde en werden het huis en de tuin binnen de gracht overgedragen aan GLK.

Deze herinneringen vormen een uniek tijdsdocument van een voorbije adellijke leefwereld op een Gelders landgoed en bevatten herinneringen aan het huis, de bewoners, de leefwijze, de gasten, het personeel en aan een veel uitgebreider adellijk familienetwerk gedurende honderd jaar. Met veel aandacht voor detail heeft Françoise barones van der Borch op kleurrijke wijze, levendig en ook met humor de geschiedenis van haar familie voor het nageslacht vastgelegd. Voor wie deze leest, herleeft deze wereld voor even weer onze ogen.

Afb. 3. Het succesvolle team achter deze heruitgave op de stoep voor Huis Verwolde. V.l.n.r. Gerton Hermers (vormgever bij Studio Gerton Hermers), Jeanine Perryck (voormalig hoofd Musea & Collecties GLK), Marieke Knuijt (conservator GLK) en Johan Carel Bierens de Haan (oud-adjunctdirecteur GLK).

Zij was een sterke, onafhankelijke vrouw, ‘een erudiete Gelders freule’, aldus Johan Carel Bierens de Haan in zijn biografische inleiding, die ‘tot op hoge leeftijd een moderne, belangstellende en vooruitstrevende vrouw’ bleef. Haar toespraken bij haar zeventigste en tachtigste verjaardag op Verwolde, die achterin het boek zijn opgenomen, zijn ook nu nog steeds inspirerend.

Marleen van den Ham, adjunct-directeur GLK, heette de aanwezige familieleden, medewerkers van GLK en andere aanwezigen welkom op deze middag. Zij roemde het unieke, rijke ensemble van Verwolde en vertelde hoe bijzonder zij GLK vindt met 150 collega’s en 950 vrijwilligers, die ieder jaar aan duizenden mensen rondleidingen geven. Vervolgens vertelde Marieke Knuijt, conservator bij GLK, hoe ontzettend blij zij is met deze herdruk, die tot stand kwam dankzij twee personen ‘onder wie ik met voorrecht gewerkt heb’: Johan Carel Bierens de Haan en Jeanine Perryck.

Johan Carel Bierens de Haan noemde het een voorecht om weer terug op Verwolde te zijn. Als ‘jong conservatortje’ liep hij hier ‘naast m’n schoenen van trots’.  Verwolde was vier jaar daarvoor overgedragen aan GLK, maar het was op dat moment een meubelpakhuis, waar de inventaris van kasteel Cannenburch tijdelijk was opgeslagen. “Wat doen die dingen hier?”, zei Allard baron van der Borch hierover. Hij nam het initiatief voor een familiestichting: de Stichting van der Borch van en tot Verwolde. Hierin werd veel belangrijk familie-erfgoed ondergebracht, zoals portretten, meubels en andere familieherinneringen, die tegenwoordig te zien zijn in Huis Verwolde. Johan Carel noemde de opgeschreven herinneringen ‘een fantastisch tijdsdocument van het leven op een buitenplaats’, die we danken aan Allard baron van der Borch, die resoluut  en met sonore stem tegen hem zei: “We gaan deze herinneringen uitgeven!” Nu is er deze tweede uitgave, waarvoor hij Jeanine Perryck bedankte als aanjager, die samen met hem en Marieke Knuijt voor de beeldredactie zorgde, en die er mede voor gezorgd heeft dat deze heruitgave er nu is in het jaar dat het Huis Verwolde 250 jaar bestaat. Gerton Hermers zorgde voor deze zeer fraai vormgegeven uitgave.

Het eerste exemplaar werd vervolgens uitgereikt door Marleen van den Ham, adjunct-directeur GLK, aan mr. Romeo baron van der Borch tot Verwolde van Vorden, voorzitter van de Stichting van der Borch van en tot Verwolde. Het tweede en derde exemplaar werden door conservator Marieke Knuijt overhandigd aan Sandra van Daalen en Jules van der Marck, die als vrijwilligers vele uren hebben gestoken in het inventariseren van de collectie boeken op Verwolde.

Bezoek Huis Verwolde & koop hier ‘Herinneringen aan Verwolde’!
‘Herinneringen aan Verwolde’ is vanaf nu te koop in de kasteelwinkel van Huis Verwolde voor de speciale actieprijs nu van €14,95 en daarna voor € 17,50. Ter gelegenheid van het 250-jarig bestaan van Huis Verwolde zijn hier nu ook de originele ontwerpen van het huis te zien.

U kunt het ook bestellen door een mail te sturen aan verwolde@glk.nl. U betaalt dan 17,50 + verzendkosten.

Voor meer informatie over de bezoekmogelijkheden van Huis Verwolde zie: Huis Verwolde | Geldersch Landschap en Kasteelen

Voor meer informatie over de zeven opengestelde kastelen van Geldersch Landschap en Kasteelen zie: Kastelen | Geldersch Landschap en Kasteelen

Afb. 6. Huis Verwolde: een huis vol herinneringen en verhalen, zowel upstairs als downstairs.
Afb. 9. Een teruggekeerd familieportret op Verwolde dankzij betrokken nakomelingen: Jacoba barones van der Borch van Verwolde (1879-1970), een zusje van Françoise barones van der Borch van Verwolde. Het portret is geschilderd door Pieter de Josselin de Jong.
Afb. 12. Het glorieuze zicht vanaf de stoep van Huis Verwolde richting ‘de poort’. In het boek beschrijft Françoise barones van der Borch van Verwolde hoe het voorplein er in haar jeugd uitzag en doet zij verslag van hoe hier op deze plek koffie en thee werden gedronken.
Afb. 13. Huis Verwolde bestaat dit jaar 250 jaar. Een goede aanleiding om het nu te bezoeken, de originele ontwerptekeningen te bekijken en… om het boek ‘Herinneringen aan Verwolde’ hier te kopen in de kasteelwinkel! Kijk voor meer informatie over bezoekmogelijkheden op Huis Verwolde | Geldersch Landschap en Kasteelen

Paarse vrijdag & roze adel: jonkheer mr. Jacob Anton Schorer (1866-1957)

schorer-jacob-anton
Jonkheer Schorer stamde uit een geslacht dat eeuwenlang een vooraanstaande rol in Middelburg speelde. Zijn vader werd in 1893 in de Nederlandse adel verheven en hierdoor kregen hij en zijn nakomelingen het predikaat jonkheer/jonkvrouwe.

Na een studie rechten in Leiden werd hij advocaat en procureur in Middelburg en daarnaast plaatsvervangend kantonrechter. In 1903 kwam er aan zijn carrière abrupt een einde toen hij de herenliefde bleek toegedaan te zijn. Hij nam ontslag en vestigde zich in Duitsland. In latere jaren zette hij zich actief in voor de rechten van homoseksuelen en werd hij de oprichter en voorzitter van het Nederlandsch Wetenschappelijk Humanitair Komitee. Vanaf 1948 zette het COC zijn activiteiten voort en kreeg hij hiervan het erelidmaatschap.

De naar hem genoemde Schorerstichting ging in 2012 failliet en tot in 2018 leefde zijn naam nog voort in de opvolger hiervan, de stichting Vrienden & Vriendinnen van Schorer. Daarna werd dit fonds vanwege gebrek aan kapitaal opgeheven.

In 2007 verscheen een biografie over hem door Theo van der Meer en via deze link is hierover een recensie te lezen: www.nrc.nl/nieuws/2007/04/13/deftig-moedig-anders-11306994-a273981.

Link naar een biografie online: http://resources.huygens.knaw.nl/bwn1880-2000/lemmata/bwn6/schorer

René Dessing: de Odyssee van de Nederlandse buitenplaats

Afb. 1. René Dessing, directeur stichting stichting Kastelen, historische Buitenplaatsen en Landgoederen (sKBL), met bloemen namens AiN, voor Huis Sevenaer, waar sKBL sinds kort haar kantoor heeft.

Hij werd geboren in Honselersdijk, een plek waar eens een grote buitenplaats stond: het Huis Honselaarsdijk. Maar pas enkele jaren later vielen de puzzelstukjes in elkaar en zag hij het verband tussen de gravure van het huis, thuis aan de muur, en de restanten van de aanleg met bomen en sloten in het landschap waar hij speelde. Op zijn veertiende begon zijn echte fascinatie voor kastelen, buitenplaatsen en landgoederen, toen hij een maand in het Verenigd Koninkrijk verbleef: “Wij waren in de omgeving van Gloucester en bezochten onder meer Blenheim Castle. Het maakte grote indruk op mij.”

Aan het woord is René Dessing, kunsthistoricus en directeur stichting Kastelen, historische Buitenplaatsen en Landgoederen (sKBL). Tot eind maart 2025 was hij directeur van stichting Erfgoed Landfort in Megchelen (GLD). Tot voor kort woonde hij hier, samen met zijn partner Wim Dröge, die verantwoordelijk was voor de collectie op Huis Landfort. De verhuisdozen zijn nog niet allemaal uitgepakt, maar voor dit gesprek met AiN neemt René, gastvrij als hij is, graag alle tijd.

Afb. 2. Huis Landfort ligt ingebed in een buitengewoon fraai landschapspark, met rijke beplanting en vele mooie doorkijkjes, dat is aangelegd door Johan David Zocher jr. in de 19e eeuw.

Mooiste plek op Landfort
Onder de bezielende leiding van René en Wim is in negen jaar tijd met veel kennis, kunde en liefde op Huis Landfort een geweldig ensemble van huis en tuinen tot stand gebracht, waarmee het verhaal van de Nederlandse buitenplaats voor iedereen zichtbaar is geworden. Op de website van AiN spraken wij daarom al eerder over Landfort als plek van de wedergeboorte van de Nederlandse buitenplaats (zie: Huis Landfort: de wedergeboorte van de Nederlandse buitenplaats – Adel in Nederland). “De slingerende gracht van Zocher.”, is de eerste reactie van René, als wij hem vragen naar de mooiste plek. “Op Duin en Kruidberg werden de vijvers zó aangelegd, dat dit mevrouw Cremer deed denken aan de rivier Theems, die zij kende uit haar jeugd in Engeland. Dat deed de tuinarchitect Zocher jr. ook met de gracht op Landfort. Het water versmalt zich, maakt bochten in de parkachtige omgeving en verrast bij iedere wending.” Ook de zichtberg in de moestuin noemt René nog: “Vanaf het driehoekige bankje is het genieten om over de moestuin en het koetshuis uit te kijken.”

En in het huis? “Eigenlijk vind ik alle kamers heel geslaagd, zoals de grote zaal, waar met veel vakmanschap het verleden hersteld is. Heel veel mensen beginnen altijd over de papegaaien in de voormalige orangerie op Landfort. Het is een fenomeen in het huis, waarmee het zich onderscheidt.” En waar ben je trots op, als je terugkijkt op negen jaar Landfort? “Dat we dit in harmonie en met enthousiasme met medewerkers en zo’n tachtig vrijwilligers tot stand hebben gebracht – en dat in een omgeving waar iets vergelijkbaars niet was.”

Afb. 3. De tuinzaal van huis Landfort. In het laatste vertrek, de voormalige orangerie, zijn nog net de fameuze papegaaien zichtbaar. Foto met dank aan stichting Erfgoed Landfort.

Bomen als bron van troost
“Ook de crowdfunding voor nieuwe bomen in het park was bijzonder”, vertelt René, “in vijf weken tijd werd er 85.000 euro opgehaald, waarmee er ongeveer 70 bomen geplant konden worden die de diversiteit van het park enorm vergroot hebben. Deze bomen vertellen, dankzij hun schenkers, een verhaal over vriendschap, huwelijken en dierbare personen, die er niet meer zijn.” Buitenplaatsen noemt hij ‘troostrijke omgeving’: “De zorgen en het verdriet van het leven worden er gecompenseerd. Bomen zijn helend en geven troost. Wij zijn passanten, maar die bomen blijven – ook lang ná ons.”

Stichting Kastelen, historische Buitenplaatsen en Landgoederen (sKBL)
Sinds kort heeft sKBL haar kantoor op huis Sevenaer in Zevenaar en hier worden al weer nieuwe plannen gemaakt om kastelen, buitenplaatsen en landgoederen nóg meer op de kaart te zetten: “Het begrip buitenplaats was twaalf jaar geleden een loos begrip, maar dat is het nu niet meer. Als sKBL hebben we in de afgelopen jaren hard gewerkt en het bewijs geleverd van het nut en belang van verbintenis en uitwisseling van kennis.” René vindt dat er nog meer samenwerking op cultuur-historisch gebied moet komen en spreekt de wens uit dat hiervoor ook meer financiële ondersteuning komt om dit mogelijk te maken, want: “Buitenplaatsen zijn plekken waar harmonie en schoonheid zichtbaar gemaakt worden en die voor iedereen toegankelijk zijn. Helaas zijn er ook steeds meer bedreigingen als droogte, bouwprojecten, vergrijzing van vrijwilligers, en problemen met de erfopvolging. Ook bestaan er nog steeds maatschappelijke vooroordelen voor dit type erfgoed.” Daarom moet er blijvende aandacht hiervoor zijn, want zegt hij tot slot: “Zonder deze plekken dreigt ons landschap én ons leven steeds schraler te worden.”

sKBL Ithakaprijs
Op donderdag 15 oktober a.s. wordt door sKBL voor de twaalfde keer de sKBL Ithakaprijs uitgereikt (zie: Ithakaprijs). Dit jaar zijn er dertien boeken genomineerd die betrekking hebben op kastelen, historische buitenplaatsen en landgoederen. De prijs is vernoemd naar Ithaka, het legendarische koninkrijk van Odysseus. Zijn Odyssee ging over het bereiken van Ithaka, maar tegelijk bood deze reis, ondanks vele tegenslagen, ook heel veel rijkdom – zoals de rijkdom op buitenplaatsen die mede dankzij René Dessing en sKBL in de afgelopen jaren zichtbaar is geworden voor heel veel mensen.

Afb. 4. Huis Sevenaer in Zevenaar, waaraan de adellijke familie Van Nispen tot Sevenaer haar naam ontleent, en waar de stichting Kastelen, historische Buitenplaatsen en Landgoederen (sKBL) sinds kort haar kantoor heeft.

Het portret van baron Melvill van Carnbee

Afb. Pieter baron Melvill van Carnbee, heer van Op- en Neder-Andel (1743-1826). Foto met hartelijke dank aan het Zeeuws Veilinghuis in Middelburg.

Op dinsdag 19 november 2024 vond er bij het Zeeuws Veilinghuis in Middelburg een live Exclusive Items veiling plaats met onder meer dit portret van Pieter baron Melvill van Carnbee.

Lot 20 betrof een portret van Pieter baron Melvill van Carnbee, heer van Op- en Neder-Andel (1743-1826). Hij stamde uit een van oorsprong Ierse familie, waarvan een telg eind 17e eeuw als officier naar de Nederlanden kwam. Pieter begon zijn carrière als zee-volontair in 1757 en werd officier bij de admiraliteit op de Maze. In de jaren 1789-1795 werd hij schout-bij-nacht.

In 1814 werd hij vice-admiraal in Nederlandse dienst en daarnaast werd hij onder meer in 1806 lid van de Raad van State en enkele jaren later lid van de Provinciale Staten. In 1815 werd hij verheven in de Nederlandse adel en zeven jaar later werd hem de titel van baron bij eerstgeboorte verleend.

Zijn familienaam was oorspronkelijk alleen Melvill, maar in 1803 werd hem toestemming verleend om ‘van Carnbee’ toe te voegen. Dit gebeurde met toestemming van de Engelse Earl (Graaf) of Leven and Melvill, die de bezitter was van de baronie Carnbee.

De huidige Chef de Famille is de 10e die de titel baron heeft en hij woont en werkt als reclameadviseur in de Verenigde Staten. Ook het merendeel van de overige familieleden is hier woonachtig.

Het portret werd getaxeerd op 2000-3000 euro.

4 oktober Dierendag: de jachthond van jonkheer Deutz van Assendelft

Afb. Wat zou er in deze hond zijn omgegaan, toen hij in 1792 door Tischbein werd geschilderd?

In het Rijksmuseum Twenthe was t/m 19 januari 2020 de tentoonstelling Tischbein en de ontdekking van het gevoel te zien. Tot de topstukken op deze tentoonstelling behoorden de portretten van jonkheer mr. Andries Adolf Deutz van Assendelft, vrijheer van Assendelft en Assumburg, heer van Nootdorp, Rietschoten, Rietwijkeroord, Wijk aan Duin en Wijk aan Zee (1764-1833) en echtgenote Jacoba Margereta Maria Boreel (1770-1816) door de portretschilder Tischbein. Jonkheer Deutz van Assendelft heeft zich op dit portret als een landedelman laten afbeelden met naast hem zijn jachthond, die ons met een berustende blik lijkt aan te kijken.

Nog t/m 2 nov. 2026: tentoonstelling TALKING HEADS. Portretten met een verhaal (1626-2026), op kasteel d’Ursel

Afb. 1. Kasteel d’Ursel in Hingene (nabij Antwerpen): een bezoek meer dan waard – en zeker nu met de tentoonstelling TALKING HEADS, waarin vier eeuwen familieportretten gecombineerd worden met het werk van hedendaagse kunstenaars!

De Nederlandse adel kent op dit moment geen leden met de titel van hertog, maar onder Koning Willem I werden er drie hertogen in de Nederlandse adel opgenomen, waaronder de hertog D’Ursel. Zijn nakomelingen kozen in 1830 na de Belgische afscheiding voor de Belgische nationaliteit en gingen hierdoor deel uitmaken van de Belgische adel, maar formeel behoren zij ook nog steeds tot de Nederlandse adel.

De hertogen D’Ursel hadden eeuwenlang, tot aan de verkoop in 1973, hun zomerverblijf op kasteel d’Ursel in Hingene. Sinds 1994 is het kasteel in het bezit van de provincie, die het restaureerde en er sindsdien succesvol vele activiteiten organiseert. In 2009 keerde een belangrijk deel van de oorspronkelijk inrichting terug dankzij een bruikleen van de 10e hertog: duizenden boeken en verder portretten, meubelen en siervoorwerpen. En nu is er deze bijzondere tentoonstelling, waarin familieportretten uit vier eeuwen van de hertogen D’Ursel te zien zijn samen met het werk van hedendaagse kunstenaars – een spannend contrast in een eeuwenoude hertogelijke ambiance!

Nog t/m 2 november heeft u de gelegenheid elke zon- en feestdag (13-18 uur) deze tentoonstelling te bezoeken! Kijk voor meer informatie over bezoekmogelijkheden op: Kasteel d’Ursel

Afb. 2. In één van de fraaie vertrekken is hier links het portret te zien door een navolger van Gaspar de Crayer van Lancelot Schetz, 2e graaf van Grobbendonk (1606–1664) uit ca. 1635. Dit portret contrasteert, maar harmonieert ook met het portret ernaast: Compartiment aller simple 1 uit 2022 van Omar Ba (SE). Foto met hartelijke dank en © Joris Ceuppens.

Van statige hertogen tot dromerige kinderen, van bescheiden bedienden tot voorname verwanten, van melancholische figuren tot kleurrijke koppen: elk portret draagt de sporen van de tijd waarin het ontstond én van wie er werd afgebeeld. Oog in oog ontdek je het bijzondere verhaal achter elk gelaat.

De tentoonstelling start met het oudste (1626) en het nieuwste (2026) familieportret. Verspreid over de drie verdiepingen van het kasteel ontdek je vervolgens portretten van de familie D’Ursel uit de tussenliggende vier eeuwen. Ook enkele verloren gewaande, maar onlangs teruggekeerde portretten (zie:  Kasteel d’Ursel: drie portretten keren terug – ruim 50 jaar na diefstal – Adel in Nederland) zijn voor het eerst te zien.

Afb. 3. Doorkijk naar de bibliotheek. Foto met hartelijke dank en © Joris Ceuppens.

TALKING HEADS combineert en confronteert de eeuwenoude familieportretten door Justus van Egmont, Charles-Pierre Verhulst, Philip de László, Joseph Vivien, Alexandre Delatour, Charles Le Clercq, Bernhard Seibert, Alexandre Thomas, Antonine de Mun, 6e hertogin d’Ursel, vele minder bekende en enkele anonieme meesters met werk van meer dan vijftig hedendaagse kunstenaars:

Mona Ardeleanu (DE), Omar Ba (SN), Stephan Balkenhol (DE), Raafat Ballan (SY), Lysandre Begijn (NL), Vilson Biçaku (AL), Michaël Borremans (BE), Julie Cockburn (UK), Daan Couzijn (NL), Stefaan De Croock (BE), Mattias De Leeuw (BE), Iris Devriendt (BE), Alioune Diagne (SN), Hans-Peter Feldmann (DE), Maen Florin (BE), Jeanno Gaussi (AF), Aurélie Gravas (FR), Kati Heck (DE), Volker Hermes (DE), Maarten Inghels (BE), Oda Jaune (BG), Gideon Kiefer (BE), Eveline Kieskamp (NL), Milan Kunc (CZ), Thomas Lerooy (BE), Enrique Marty (ES), Ryan Mosley (UK), Marion Moskowitz (FR), David Moy (US), Rémi Noël (FR), Julian Opie (UK), Victoria Palacios (FR), Steven Peters Caraballo (BE), François Roca (FR), Matthieu Ronsse (BE), Ben Sledsens (BE), Eddy Stevens (BE), Mieke Teirlinck (BE), Mickalene Thomas (US), Jesse Tomballe (BE), Hans van der Ham (NL), Levi van Veluw (NL), Floris Van Look (BE), Yves Velter (BE), Tinus Vermeersch (BE), Shirley Villavicencio Pizango (PE), Robin Wen (BE), Preta Wolzak (NL), Ulrike Martha Zimmermann (DE), Dirk Zoete (BE), Allison Zuckerman (US).

Afb. 4. In de salon met het unieke, roze Chinese behang zijn rechts twee recent teruggekeerde familieportretten te zien, die in 1972 bij een diefstal uit hun lijsten gesneden werden.
Afb. 5. T/m 2 november kunt u deze unieke tentoonstelling TALKING HEADS, met een overzicht van vier eeuwen portretgeschiedenis, bezichtigen in kasteel d’Ursel in Hingene nabij Antwerpen. Link naar meer informatie over bezoekmogelijkheden: Kasteel d’Ursel

Boekennieuws: Het interieur van de Utrechtse Domkerk. Vernieuwing in het interbellum

Afb. 1. De Utrechtse Domkerk: een kerkinterieur rijk aan verhalen.

In Het interieur van de Utrechtse Domkerk, Vernieuwing in het interbellum wordt aan de hand van recent bronnenonderzoek, brieven en beeldmateriaal een volledig overzicht geschetst van het nieuwe leven dat de Domkerk een eeuw geleden kreeg ingeblazen. Het boek is geschreven onder de redactie van Theo Kralt en Johan Carel Bierens de Haan.

Afb. 2. Willem Cornelis baron Röell, heer van Hazerswoude (1861-1937). Aangeboden door het College van Kerkvoogden in 1936.

In het boek wordt uitgebreid ingegaan op de rol van de luitenant-generaal Willem Cornelis baron Röell, heer van Hazerswoude (1861-1937). Hij was in de jaren 1912-1937 voorzitter van de Hervormde Kerkvoogdij Utrecht en heeft een actieve rol gespeeld bij de restauratie van de domkerk. In de sacristie hangt nog heden een luchter met de wapens Röell, van de gemeente Utrecht en de Hervormde Gemeente Utrecht, die door hem geschonken is vlak voor zijn overlijden en het gereedkomen van de restauratie in 1937.

De eerste steen van de huidige gotische Domkerk, die een romaanse voorganger verving, werd in 1254 gelegd. Wie vandaag de dag de Domkerk binnenstapt, wordt echter omgeven door sierlijk houtsnijwerk, elegante organische vormen en de kleurenpracht van het licht dat door de nieuwe gebrandschilderde ramen naar binnen valt. Dit interieur kwam circa honderd jaar geleden tot stand, nadat rond de Eerste Wereldoorlog duidelijk was geworden dat grondig herstel nodig was. Nog vóór het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werden de restauratie van het interieur en de herinrichting afgerond.

Meubelmaker Willem Penaat werd gevraagd een nieuw interieur en bankenplan voor de Domkerk te ontwerpen. Daarbij werkte hij samen met de beeldhouwers Anton Fortuin en Ludwig Oswald Wenckebach, die het beeldhouwwerk voor hun rekening namen. De Domkerk werd in deze periode ook opnieuw voorzien van gebrandschilderde ramen door de Amsterdamse hoogleraar Richard Nicolaüs Roland Holst. In de periode van 1926 tot 1936 ontwierp hij in totaal vijf ramen voor de Domkerk, die het interieur nog altijd kleuren.

Het interieur van de Utrechtse Domkerk toont de vernieuwing van de aankleding, meubilering en kunstwerken van de Domkerk tijdens het interbellum en belicht de achtergronden daarvan. Aan de hand van recent bronnenonderzoek, brieven en beeldmateriaal wordt een volledig overzicht geschetst van het nieuwe leven dat de Domkerk een eeuw geleden kreeg ingeblazen.

Link naar meer informatie en bestelmogelijkheid: Het interieur van de Utrechtse Domkerk. Vernieuwing in het interbellum – Uitgeverij Matrijs

Afb. 5. Het familiewapen Röell op de door Willem Cornelis baron Röell, heer van Hazerswoude, geschonken luchter.