Voorjaar op Clingendael: boshyacinten

Afb. 1. Bloeiende boshyacinten in het park van Clingendael.

Tegenwoordig geniet huis Clingendael bekendheid door het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen, dat hier gevestigd is, maar tot in 1968 werd het particulier bewoond. Clingendael werd in 1804 door de vermogende Willem Joseph baron van Brienen (1760-1839) gekocht. De familie bewoonde daarnaast in latere jaren een stadspaleis op het Lange Voorhout, het huidige Hotel Des Indes. Het park werd door de bekende tuinarchitect J.D. Zocher ontworpen en freule Daisy, de achterkleindochter van baron Van Brienen, verrijkte het geheel met een oud-Hollandse tuin en een Japanse tuin.

Afb. 2. De Hollandse tuin op Clingendael, aangelegd in opdracht van freule Daisy van Brienen.

Veilingnieuws Venduehuis in Den Haag: schilderij van kasteel Croy

Afb. Kasteel Croy in Aarle-Rixtel, schilderij door Chris Huidekoper. Foto met hartelijke dank aan het Venduehuis in Den Haag/www.venduehuis.com.

Op zondag 28 februari eindigt vanaf 20.00 uur bij het Venduehuis in Den Haag de online Classical Paintings & Drawings veiling. Lees het verhaal bij het op deze veiling aangeboden schilderij van kasteel Croy hieronder of kijk in de online catalogus van het Venduehuis voor wat er verder geveild wordt op https://wavemaker.venduehuis.com/auction?auction=366.

Kasteel Croy in Aarle-Rixtel in Noord-Brabant heeft een rijke geschiedenis met vele eigenaren. De laatste adellijke familie die het in eigendom had, was het geslacht Van der Brugghen. De stamvader was begin 16e eeuw gegoed in Gulik en zijn achterkleinzoon kreeg in 1653 van Keizer Ferdinand III bevestiging van zijn adeldom. In de 17e eeuw werden nakomelingen officieren in dienst van de Republiek, maar in de 18e eeuw maakte Dirk Willem van der Brugghen (1717-1770) fortuin als opperkoopman en resident te Soerabaja en diens zoon, Jan Anthony van der Brugghen (1747-1817) kocht in 1772 het kasteel Croy en werd heer van Croy en Stiphout.

Duel
Zes jaar later verkocht hij het aan zijn halfbroer jonkheer mr. Joan Carel Gideon van der Brugghen (1753-1828), die hem als heer van Croy en Stiphout opvolgde. Hij huwde Margaretha Geertruida Falck (1761-1843) en het echtpaar kreeg drie zoons en een dochter. Hun jongste zoon, jonkheer Louis Charles Auguste van der Brugghen (1797-1820) overleed op jonge leeftijd na een duel, waarbij het onduidelijk is of hij bezweek aan zijn verwondingen of mogelijk zelfmoord pleegde. Hun oudste zoon, jonkheer mr. Joan Gideon Willem Karel van der Brugghen (1783-1826) vestigde zich op de Utrechtse goederen van zijn echtgenote en zij overleden op jonge leeftijd. Zij lieten drie kinderen na, waarvan één kleindochter op kasteel Croy zou komen wonen bij haar grootmoeder en hier uiteindelijk ook ongehuwd zou overlijden. Grootmoeder Margaretha Geertruida Falck woonde hier toen samen met haar ongehuwde zoon en dochter.

Slag bij Waterloo
Deze ongehuwde zoon, jonkheer George Tammo Theodorus Adrianus van der Brugghen (1784-1864), volgde zijn vader als heer van Croy en Stiphout op. Hij maakte carrière als militair en vocht eerst als officier in het Franse leger, maar koos nadien aan het einde van de Franse tijd voor het Nederlandse leger. Hij vocht vervolgens in de rang van kapitein mee in de Slag bij Waterloo in 1815 en raakte hier gewond. Hiervoor werd hij datzelfde jaar onderscheiden als Ridder in de Militaire Willemsorde 4e klasse en later als Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Ook werd hij bevorderd tot luitenant-kolonel.

Geloof, Hoop en Liefde
De ongehuwde dochter, jonkvrouwe Joanna Caroline Constance Wilhelmine van der Brugghen (1795-1873), plaatselijk beter bekend als freule Constance, bewoonde uiteindelijk alleen kasteel Croy. Hoewel protestants gedoopt, liet zij zich twee jaar voor haar overlijden roomskatholiek dopen. In haar testament gaf zij kasteel Croy een bijzondere bestemming: 20 arme bejaarden uit Stiphout en 10 uit Aarle-Rixtel  kregen hier onderdak in een tehuis onder de naam Geloof, Hoop en Liefde.

In 1969 kwam er aan het bejaardentehuis in kasteel Croy een einde en vestigde zich hier de Katholieke Charismatische stichting, tot ook deze in 1990 het kasteel verliet. Kasteel Croy en het landgoed van 254 hectare worden nu beheerd door de stichting Geloof, Hoop en Liefde, die het beheren in de geest van freule Constance.

Het schilderij betreft een olieverf op doek, meet 66×76 cm en is geschilderd door Chris Huidekoper (1878-1939). Het wordt getaxeerd op 300-500 euro.

Benieuwd naar wat er verder geveild wordt bij het Venduehuis in Den Haag? Kijk dan in de online catalogus: https://wavemaker.venduehuis.com/auction?auction=366.

TV tip vr. 26 februari: 1000ste afl. BinnensteBuiten met kasteel Biljoen

Afb. 1. In de 19e eeuw ontwierp de architect Eberson een nieuwe toegangsbrug met daarop leeuwen en beren die schilden met familiewapens dragen. Foto met dank aan Uitgeverij WBOOKS.

Vanavond is bij NPO2 om 18.45 uur de 1000ste aflevering te zien van het succesvolle programma BinnensteBuiten, waarin al heel veel mooie beelden te zien zijn geweest van landgoederen en kastelen.

In deze 1000ste aflevering staat kasteel Biljoen bij Velp centraal en verschillende facetten van het kasteel en het omringende landgoed worden hierin belicht. Zo krijg je een kijkje in de kasteelkeuken en worden er historische recepten gemaakt, word je meegenomen in het omringende park en krijg je ook meer van het kasteelinterieur te zien, waaronder de befaamde grote zaal met het wonderschone stucwerk.

In 2009 verwierf Geldersch Landschap & Kasteelen kasteel Biljoen en voor die tijd was het in het bezit van de volgende adellijke geslachten: Van Lennep (1535-1661), Van Spaen en Van Hardenbroek (1661-1872). In 1872 werd het gekocht door de Duitse industriëlenfamilie Lüps.

Recent verscheen een geweldig boek over kasteel Biljoen, waaraan vijftien auteurs meewerkten en waarover u hier meer kunt lezen: https://www.adelinnederland.nl/boekennieuws-biljoen-kasteel-bewoners-landgoed/

Afb. 2. De grote zaal op kasteel Biljoen met het stucwerk naar de prenten van Piranesi.

De grote kroonluchter in de balzaal met meer dan honderd kaarsen brandde voor het laatst ter gelegenheid van het huwelijksfeest in 1959 van mr. Johan Hendrik Willem Lüps (1930-2006) en jonkvrouwe Albertine Marie Isabelle Jeanne de Blocq van Scheltinga (1928-2006).

In De Telegraaf kon men toen lezen over de aanwezigheid van ‘de bloem van de Nederlandse adel’ op het bal:

SPROOKJESACHTIG
Op het mooie kasteel Biljoen van de familie Lüps dat gelegen is in de luisterrijke omgeving van Velp is zaterdagavond een feest gehouden als voorteken van het huwelijk tussen mr. JOHAN H.W. LÜPS (28) en jonkvrouwe ALBERTINE M.I.J. de BLOCQ VAN SCHELTINGA (31).

De bloem van de Nederlandse adel en van de advocatuur was in dit sprookjesachtige kasteel, dat vier torens heeft en midden in een vijver ligt, bij elkaar gekomen om aanwezig te zijn bij de afkondiging door de ouders van dit voorgenomen huwelijk.

In de stijlvol verlichte historische Italiaanse zaal (zo genoemd vertelde de bruidegom mij, omdat zij door vier Italiaanse beeldhouwers gemaakt is, die daar ruim een jaar mee bezig zijn geweest) waar het bal gehouden werd, was het erg gezellig.

GROTE VERRASSING
DE BRUID (dochter van jhr. M. DE BLOCQ VAN SCHELTINGA, de vroegere bezitter van het Oranjewoud in Friesland) is schilderes. Zij heeft haar opleiding gedeeltelijk in Parijs gekregen en is aan de Haagse Academie voor beeldende kunsten afgestudeerd. Behalve de ouders van de ouders van de bruidegom, de heer en mevrouw G.E. LÜPS en de vader van de bruid waren aanwezig een zuster van haar, jonkvrouwe I.J. DE BLOCQ VAN SCHELTINGA, de getuigen bij het huwelijk dat op 18 april voltrokken zal worden op kasteel Biljoen: mr. O. TER HAAR en jonkheer J.W. BEELAERTS VAN BLOKLAND, een broer van de bruidegom de heer G.A. LÜPS, C.G. baron en barones VAN BOETZELAER [zwager en zusje van de bruid – schr.], mr. H.J. van LEEUWEN met zijn vrouw, jhr. mr. J.W. WITSEN ELIAS, mr. G.A. baron VAN RANDWIJCK en als eregasten mag ik wel noemen de twee dochters van de Franse consul-generaal in Amsterdam. De heer en mevrouw Lüps zullen na hun huwelijk in Amsterdam gaan wonen. Waar de huwelijksreis heen ging kon de heer Lüps mij nog niet vertellen. “Dat is nog een grote verrassing”, vertelde hij mij. “Evenals dit feest, waar ik van tevoren niets van wist, omdat het helemaal door mijn ouders is georganiseerd.”

Afb. 3. Op zaterdag 18 april 1959 werd het burgerlijk huwelijk voltrokken in het gemeentehuis te De Steeg, waarbij als getuigen optraden jonkvrouwe J.W. Beelaerts van Blokland, mej. Ch. Góth, jonkheer H. van Baerdt van Sminia en de heer O. ter Haar. De kerkelijke voltrekking vond plaats in de Hervormde Kerk in Velp door dominee jonkheer C. van Eysinga. Freule Ina de Blocq van Scheltinga en mej. Frowein, die beiden een elegante zeegroene japon droegen, ontfermden zich over de langse sleep en sluier. Freule Ina Johanna de Blocq van Scheltinga zou zelf twee jaar later in het huwelijk treden met jonkheer mr. Quirijn Pieter Antonie de Marees van Swinderen. Na terugkomst uit de kerk wachtte de Velpse Harmonie het bruidspaar aan het begin van de oprijlaan op en begeleidde bruid en bruidegom naar het kasteel. Hier vond in de hal een receptie plaats. Voor de huwelijksgasten was er een dejeuner in het Arnhemse Rijnhotel. Foto Arnhemsche Courant 18 april 1959.

 

Natuurrijk Nederland: Iman Stratenus en Folef van Nispen

Afb. De startpagina van Natuurrijk Nederland/https://natuurrijknederland.org

Op 18 februari jl. stonden jonkheer Iman Stratenus en jonkheer Folef van Nispen tot Sevenaer in het FD met hun ideeën over een miljoen nieuwe woningen én heel veel meer natuur en op 29 januari jl. kwamen zij hierover aan het woord bij Vroege Vogels. Iman Stratenus is partner bij de Future Firm en Folef van Nispen is uitgever bij Home Academy Publishers.

Op hun website schrijven zij als inleiding op (een samenvatting van) hun ideeën:
Nederland opnieuw inrichten en voor de helft tot natuurrijk leefgebied maken is dé stap voorwaarts in de enorme uitdagingen voor ons klimaat, milieu en welzijn. En het kan ook nog budgetneutraal: een ruimhartige en vrijwillige compensatie van de agrarische sector kan betaald worden door op een miniem deel van de grond huizen te bouwen. Zo lossen we ook de urgente woningnood op.

Het artikel is online terug te lezen via deze link (PREMIUM!): https://fd.nl/opinie/1374096/ruimte-genoeg-voor-een-miljoen-nieuwe-woningen-en-heel-veel-natuur

Het interview is terug te luisteren via deze link: https://www.bnnvara.nl/vroegevogels/artikelen/gratis-natuurrijk-nederland-nieuw-plan

Of breng een bezoek aan hun website voor uitgebreide informatie over hun ideeën: https://natuurrijknederland.org

De Volkskrant: Grondadel in Nederland

Afb. 1. Kasteel Rechteren is het enige kasteel in Nederland dat nog steeds in het bezit is van de familie met dezelfde naam: de graven Van Rechteren Limpurg.

Vandaag staat er in De Volkskrant een groot artikel over adel en grootgrondbezit. In de Volkskrant Top 300 Grootgrondbezitters staan nog steeds ongeveer dertig adellijke families, die samen ongeveer 27.000 hectare bezitten van de 800.000 hectare in deze lijst.

Eigen onderzoek van AiN laat zien dat in 1962 nog 33.173 hectare grond in particulier Nederlands adellijk bezit was, maar volgens De Volkskrant is nu het merendeel van het adellijk bezit ondergebracht in een BV of NV. De Volkskrant heeft overigens ook niet-Nederlandse adel in deze lijst opgenomen.

Als grootste adellijke particulier grootgrondbezitter figureert Antoinette barones van Lynden op deze lijst met 1.860 hectare. Zij erfde de landgoederen De Poll (met een historisch landhuis), Nijenbeek (met een kasteelruïne) en grond in Putten in 1991 van jonkheer mr. Frederik Johan Constantijn Schimmelpenninck (1918-1991). Oorspronkelijk was dit bezit veel groter, maar een deel werd door haar verkocht.

Top 3 families
Een top 3 van Nederlandse adellijke families met de meeste grond is (BV’s en NV’s die overwegend niet-adellijke aandeelhouders hebben, zijn niet meegerekend):

Nr. 1: de familie Van Lynden (2.745 hectare)
Nr. 2: de familie Van Rechteren Limpurg (2.677 hectare)
Nr. 3: de familie Van Harinxma thoe Slooten (791 hectare)

Link naar het (PREMIUM!) artikel: https://www.volkskrant.nl/kijkverder/v/2021/grondadel-voelt-de-dreiging-hoeveel-generaties-komen-er-nog-na-ons~v423709/

Enkele correcties op het artikel
De Volkskrant publiceerde ook een lijst met Nederlandse adel die aan grondbezit verbonden is, maar op deze lijst valt het nodige af te dingen, maar ook op aan te vullen. Waarom staat bv. de familie Bentinck van Schoonheten van landgoed Schoonheten niet op deze lijst? Of de familie Van Karnebeek van landgoed De Eese? En zo zijn er nog wel meer adellijke families te noemen waarvan leden samen tot een aantal hectares zouden komen, die opname op deze lijst zouden rechtvaardigen.

De nummer 1 op deze lijst is de Stichting Twickel met 5.779 hectare, maar deze stichting is niet meer verbonden met Nederlandse adel; niet alleen is de stichting geheel onafhankelijk van de familie die het in een stichting heeft ondergebracht, maar de huidige bewoner van het kasteel, Roderik Graf zu Castell-Rüdenhausen, is ook van Duitse adel en is ‘slechts’ bewoner. Dat er ‘gebrek aan directe opvolgers’ was, is ook onjuist.

Nr. 41 betreft Landgoed Den Treek-Henschoten N.V. met 2.170 hectare grond. Ruim 600 nakomelingen van Willem Hendrik de Beaufort (1775-1839) hebben hier aandelen in, maar deze behoren lang niet allemaal tot de Nederlandse adel.

Nr. 55 is ‘Grafin’ (moet natuurlijk ‘Gräfin’ zijn) zu Solms-Sonnenwalde met 1.540 hectare, die onder meer kasteel Weldam bezit. Ook zij behoort niet tot de Nederlandse maar tot de Duitse adel.

Nr. 96 op deze lijst is Stichting De Boom met 995 hectare. Deze stichting werd opgericht door Anna Aleida de Beaufort. Zij stamt uit de niet-adellijke tak van de familie De Beaufort en daarmee hoort deze stichting niet op deze Volkskrant lijst.

(leestekst gaat onder deze foto verder)

Afb. 2. Kasteel Sandenburg: sinds 1793 bezit van de baronnen en graven Van Lynden van Sandenburg. Op het huis wappert fier de familievlag.

Voor nr. 170 op deze lijst, Landgoed Den Aalshorst met 512 hectare, geldt hetzelfde als voor nr. 41: niet alle aandeelhouders behoren tot de Nederlandse adel. Het betreft overigens niet ‘tientallen familieleden’, maar ongeveer veertig.

Nr. 171 betreft een Duitse graaf: Frans Graf zu Ortenburg met kasteel Middachten en 509 hectare grond.

Nr. 194 De Eik 433 hectare betreft ook geen Nederlandse adel, maar de Belgische Prinsen Etienne en Leopold d’Arenberg, ook al kan hierbij de opmerking gemaakt worden dat Prins Leopold als Chef de Famille met de titel Hertog van Arenberg door het leven gaat en gehuwd is met een echtgenote die tot de Nederlandse adel behoort: Isabel-Juliane gravin zu Stolberg-Stolberg (haar vader werd in 1980 ingelijfd in de Nederlandse adel).

Nr. 234 Anholtse Broek met 362 hectare is natuurlijk niet eigendom ‘van het Duitse vorstendom Salm-Salm’, maar van de Duitse prinselijke familie Zu Salm-Salm.

Nr. 237 betreft wederom Duitse adel: Odylia (geen Odilia) Gräfin zu Castell-Castell, douairière Heinrich III Prinz Reuss.

Nr. 291 Landgoed De Wiersse met 298 hectare is als stichting door de niet-adellijke familie Gatacre opgericht en hoort dus ook niet op deze lijst.

Nr. 302 Landgoed Wouwse Plantage B.V. met 289 hectare betreft Belgische adel.

Nr. 308, 279 hectare, een deel van landgoed Enghuizen, betreft Duitse adel: Georg Graf zu Solms-Laubach.

Afb. Kasteel Beverweerd vererfde via de families Van Nassau La Lecq, Van Heeckeren, Van Rechteren Limpurg op Odylia Gräfin zu Castell-Castell. Haar moeder, een gravin Van Rechteren Limpurg, verkocht het kasteel, maar het landgoed van 356 hectare is nog steeds familiebezit.

 

AiN krijgt bijzondere schenking: foto’s Schuurbeque Boeije-Labouchere

Afb. 1 De genereuze schenking bestaat uit fraaie portretfoto’s, maar ook uit albums met foto’s van reizen naar Engeland, Frankrijk, Duitsland en Italië en geven een mooi beeld van een verdwenen wereld en leefwijze.

De stichting Adel in Nederland is dankbaar en verheugd met de bijzondere schenking die wij mochten ontvangen: van een particulier ontvingen wij een genereuze schenking bestaande uit fotoalbums, archiefstukken en honderden losse foto’s die met name de adellijke familie Schuurbeque Boeije betreffen. De schenker heeft AiN verzocht om het verhaal bij deze foto’s uit te willen zoeken en te publiceren in haar magazine of op andere wijze.

Het is een verhaal van vier generaties en brengt je van Slot Zeist in Nederland naar een feodaal kasteel in Oostenrijk. Het is het verhaal van nieuw en oud geld. Een verhaal van romantiek, tragiek en verval, waarbij een enige zoon en erfgenaam sneuvelt in de Tweede Wereldoorlog en een andere nazaat genoodzaakt is om familiestukken te moeten verkopen.

Afb. 2. De foto’s betreffen vier generaties en beginnen bij het echtpaar mr. Charles Bernard Labouchere (1817-1897) en Henriëtta Maria Jacoba Voombergh (1830-1898), die slot Zeist in 1861 kocht. Hun dochter Agnes Henriëtte Labouchere (1873-1942) huwde jonkheer Leendert Marinus Schuurbeque Boeije (1863-1937) en zij bewoonden met hun vier kinderen een zijvleugel van Slot Zeist. Hun oudste dochter trad in het huwelijk met een Oostenrijkse Freiherr, die eigenaar was van een imposant feodaal kasteel in Oostenrijk.

Boekennieuws: De halve eeuw van mijn grootvader Jhr. C.E.J.M. Verheyen

Afb. Jonkheer Charles Emile Joseph Marie Verheyen (1892-1941), eerste stalmeester van Koningin Wilhelmina.

Jonkheer Charles Emile Joseph Marie Verheyen (1892-1941) was officier bij de cavalerie en werd, na eerst ordonnans-officier te zijn geweest, eerste stalmeester van Koningin Wilhelmina, in welke functie hij onder meer verantwoordelijk was voor de stoet met koetsen en paarden op Prinsjesdag. Als één van de ongeveer 300 ‘Indische gijzelaars’ werd hij op 19 juli 1940, samen met zijn zoon, door de bezettende macht opgepakt en kwam in concentratiekamp Buchenwald terecht, als represaille voor de geïnterneerde Duitsers in Ned.-Indië. Hier overleed hij op 29 april 1941. Tegen betaling kreeg zijn weduwe de urn met zijn as, waarbij het de vraag is of dit werkelijk de as van haar overleden echtgenoot betrof. Eerst eind 1947 voelde Koningin Wilhelmina ‘alsnog een behoefte’ de weduwe en haar kinderen haar deelneming te betuigen.

Jonkheer Dirk Verheyen schreef deze biografie over zijn grootvader en reconstrueerde door uitgebreid onderzoek niet alleen diens leven, maar plaatste hem ook in de gebeurtenissen en omstandigheden van zijn tijd. Het boek biedt hierdoor niet alleen een mooi beeld van de hoofdpersoon zelf, maar geeft ook een kijkje achter de schermen aan het Hof en een indringend beeld van de omstandigheden in concentratiekamp Buchenwald.

De achterkant van het boek geeft de volgende informatie:
Ieder mensenleven is in vele opzichten een tijdperk en wordt beïnvloed door de tijdgeest die dit leven mede vorm en identiteit geeft, als achtergrond en atmosfeer, als oriëntering en uitdaging, als mogelijkheid en beperking. Het in dit boek beschreven leven van jhr. C.E.J.M. Verheyen, van 1892 tot 1941, valt samen met duidelijk identificeerbare periodes: het fin de siècle (het einde van de negentiende eeuw), de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog, het interbellum en de Tweede Wereldoorlog.
Een mensenleven neemt bepaalde contouren aan die zich gaandeweg anders presenteren, aangezien de terugblik na verloop van tijd binnen een steeds breder historisch kader mogelijk is. Het is nu ruim 125 jaar geleden dat jhr. Verheyen werd geboren, en zijn dood in 1941 ligt al weer bijna 80 jaar achter ons. Zo poogt deze biografie vanuit een redelijk ver historisch perspectief op zijn leven en het daartoe behorende tijdperk terug te kijken door middel van vijf hoofdstukken, die specifieke periodes in zijn leven markeren: jeugd en schooltijd (1892-1912), cavalerie-opleiding en eerste beroepsjaren (1912-1923), ordonnansofficier aan het hof van koningin Wilhelmina (1923-1936), eerste stalmeester van koningin Wilhelmina (1936-40) en gijzelaar in Buchenwald (1940-1941).

De halve eeuw van mijn grootvader. Jhr. C.E.J.M. Verheyen-jonker, cavalerist, hofdienaar, stalmeester, gijzelaar (1892-1941), door Dirk Verheyen is te bestellen via https://www.kelbo.nl/nl/boeken/9789087599799/de-halve-eeuw-van-mijn-grootvader.

In het volgende magazine van de stichting Adel in Nederland komt een interview te staan met jonkheer Dirk Verheyen over deze biografie over zijn grootvader. Donateurs van de stichting Adel in Nederland ontvangen vier keer per jaar ons digitale magazine boordevol adellijk nieuws en adellijke verhalen. Voor 17,50 euro per jaar ontvangt ook u dit magazine in uw mailbox. Mail voor meer informatie naar info@adelinnederland.nl.

Filmpjes: de restauratie van de Fraeylemaborg & interview laatste bewoners

De Fraeylemaborg in Slochteren ligt even ten oosten van Groningen en is voor de meesten een onbekende parel. Huis en park zijn in alle jaargetijden de moeite waard om te bezoeken en het interieur brengt je terug in andere tijden. Het huis werd in de afgelopen eeuwen door opeenvolgende geslachten bewoond en de laatste familie die het in oude stijl bewoonde, was het geslacht Thomassen à Thuessink van der Hoop van Slochteren. In 2019-2020 werd het huis gerestaureerd en in het filmpje hierboven hoort en ziet u meer hierover.

De laatste bewoonster was Geertruida Hermanna Louisa Christina (‘Louise’) Thomassen à Thuessink van der Hoop van Slochteren (1915-2008), die hier na het overlijden van haar echtgenoot jonkheer drs. François Willem Peter Marie van Panhuys (1914-1969) met haar drie dochters, de jonkvrouwen Kitty, Mieke en Ulla van Panhuys, kwam wonen. Uiteindelijk werd besloten de borg te verkopen, toen de lasten te hoog werden en de borg werd een museum. Louise ging met haar tweede echtgenoot Jan Leendert Groenveld wonen op Het Hoge Huys, dichtbij de borg, maar bleef als laatste borgvrouwe betrokken bij het huis en het omringende landgoed.

In het filmpje hieronder haalt zij herinneringen op aan haar leven op Fraeylemaborg, samen met haar dochter jonkvrouwe Mieke van Panhuys – herinneringen over een leven enerzijds in eenvoud, waar koffie ‘s morgens als luxe werd beschouwd en dus niet gedronken werd, maar anderzijds ook met personeel en een Zwitserse kinderjuffrouw. Deze at gedurende haar acht jaar lange verblijf op de borg de voorgeschotelde spinazie zonder klagen, want dat deed je niet. Als je als kind aanmerkingen maakte, kreeg je meteen een dubbele portie, dus hield je je wel stil, aldus de borgvrouwe over haar jeugd op Fraeylemaborg.

TV tip NPO2 do. 18 febr. 23.20 uur: 2Doc De stelling Van Foreest, een schaakfamilie

Afb. In het midden jonkheer Jorden van Foreest, winnaar 83ste editie van het Tata Steel-schaaktoernooi (screenshot met dank aan de NOS), met links voorvader Jorden van Foreest (vermeld 1482 en 1486), schepen van en kerkmeester in Alkmaar, en rechts voorvader (en zoon van voorgaande) Jorden van Foreest (ca. 1493-1559), onder meer burgemeester van Alkmaar en baljuw van Bergen. Beide portretten maken deel uit van de grote collectie familieportretten die als Bruikleen Stichting Van Foreest en Van Egmond van de Nijenburg in het Stedelijk Museum Alkmaar te zien zijn. Deze twee foto’s zijn met dank aan collectie RKD – Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis.

Tot de oudste adellijke geslachten binnen de Nederlandse adel behoort de familie Van Foreest. De stamvader, Richolfus de Foresto, werd in 1212 te Aken vermeld en in 1232 komt hij als ridder voor. Sinds de 15e eeuw maakte het geslacht deel uit van de regentenklasse van eerst Alkmaar en later Hoorn en behoorde tot in de 18e eeuw tot de rijkste families in de Republiek. In 1815 werden drie nakomelingen door benoeming in de Ridderschap of door erkenning opgenomen in de Nederlandse adel met het predikaat jonkheer. Vanwege hun oude adeldom zou de familie gerechtigd kunnen zijn tot de titel baron, maar erkenning van deze titel is nooit aangevraagd.

In deze documentaire wordt deze schaakfamilie met zes kinderen gevolgd. Allen kregen thuisonderwijs en begonnen al op jonge leeftijd te schaken met zeer goede resultaten. Recent won jonkheer Jorden van Foreest (21 jaar) in Wijk aan Zee de 83ste editie van het Tata Steel-schaaktoernooi. Kenners zagen in deze zege een doorbraak naar de wereldtop. Overgrootvader jonkheer Arnold Engelinus van Foreest (1863-1954) en diens broer jonkheer Dirk van Foreest (1862-1956) waren ook grote schaaktalenten; beiden werden drie keer Nederlands kampioen.

Link naar meer informatie: https://www.tvgids.nl/tv/2doc-de-stelling-van-foreest-een-schaakfamilie/105187851

Kijk hier de documentaire online terug https://www.2doc.nl/documentaires/series/2doc/2017/juni/de-familie-van-foreest-een-schaakgezin.html

Terugkijken: ontdekkingstocht op landgoed Prattenburg

Afb. Vicky van Asch van Wijck née von Papen voor huis Prattenburg. Screenshot met dank aan Binnenste Buiten.

Landgoed Prattenburg kwam in 1694 in het bezit van Jacob van Wijck en hij liet het twee jaar later na aan zijn neef mr. Anthony van Asch van Wijck (1662-1728), die burgemeester van Utrecht was. Prattenburg bleef sindsdien in het bezit van het geslacht Van Asch van Wijck, dat in 1833 in de Nederlandse adel werd verheven met het predikaat jonkheer/jonkvrouwe.

Vicky van Asch van Wijck née von Papen geeft bij Binenste Buiten een rondleiding op Prattenburg, dat 445 hectare groot is.

Via deze link naar is de uitzending van Binnenste Buiten van gisteren terug te zien: https://binnenstebuiten.kro-ncrv.nl/buitenleven/video/ontdekkingstocht-op-landgoed-prattenburg

Link naar de website van Prattenburg: https://www.prattenburg.nl/