Zomertip: t/m 28 augustus in Fulda ‘Design & Dynasty, 250 Jahre Hofleben Oranien-Nassau’

Afb. 1. Schloss Fulda, waar de latere Koning Willem I in de jaren 1802-1806 resideerde.

In 1795 vluchtte Stadhouder Willem V met zijn gezin naar Engeland en nam met zich mee wat hij kon redden, maar de rest van zijn bezit bleef achter en werd geroofd door de Fransen: zo verdwenen schilderijen uit zijn bezit naar Frankrijk en zelfs de twee olifanten uit zijn dierentuin op Het Loo werden als buit meegenomen naar Parijs.

Afb. 2. Op deze tentoonstelling is een groot aantal miniaturen uit de Koninklijke Verzamelingen te zien. Deze zijn nu voor het eerst publiek te bewonderen. Hier v.l.n.r. Koningin Emma, Koningin Wilhelmina en Koningin Juliana, op jongere leeftijd.

Zijn zoon, de latere Koning Willem I, bezocht in 1802 Napoleon (op dat moment eerste consul van Frankrijk en in 1804 Keizer) en probeerde eerste consul van de Republiek te worden. Het pakte anders uit: hij kreeg als compensatie voor de verloren gegane familiebezittingen de voormalige prinsbisdommen Fulda, de abdij Corvey, de abdij Weingarten en de rijksstad Dortmund. Als Vorst van Fulda, Graaf van Corvey, Weingarten en Dortmund regeerde Willem in de jaren 1802-1806 over deze gebieden en leerde hier het ambacht – zo zou men kunnen zeggen. Hij vernieuwde het onderwijs, voerde nieuwe ambtskostuums in, verleende audiëntie aan zijn onderdanen om te horen wat zij nodig hadden, bevorderde technische innovaties en tegen wanbeheer, fraude en misstanden trad hij voortvarend op.

Afb. 3. Tafelstukken uit de Koninklijke Verzamelingen in de barokke pracht van Schloss Fulda.

In 1806 verklaarde Pruisen de oorlog aan Napoleon en Willem koos partij tegen Napoleon. Het kostte hem zijn troon, want Napoleon nam hem zijn gebieden af. Pas in 1813 zou Willem weer tot de troon geroepen worden en werd hij door het Driemanschap van 1813 (Gijsbert Karel van Hogendorp, Frans Adam van der Duyn van Maasdam en Leopold Graaf van Limburg Stirum) per brief uitgenodigd om als soeverein vorst de regering van Nederland op zich te nemen.

Afb. 4. Een broche met hangers en armband van geelgoud en amethisten door Mellerio dits Meller uit de Koninklijke Verzamelingen.

Over zijn jaren in Fulda is nog t/m 28 augustus een geweldige tentoonstelling te zien: in het barokke stadspaleis van Fulda, waar Willem vier jaar resideerde, zijn schilderijen, meubels, voorwerpen en juwelen uit onder meer Koninklijk bezit te zien, die samen getoond worden met hedendaagse kunst, design en mode uit Nederland. Mocht u nog gelegenheid hebben om te gaan kijken, ga dan vooral. Niet alleen deze zeer fraai vormgegeven tentoonstelling, maar ook de stad Fulda is een aanrader om te bezoeken. Het erecomité van aanbeveling bestaat vanuit Nederlandse zijde uit: Hare Excellentie mevrouw mr. Martine van Loon-Labouchere, grootmeesteres hon. van H.M. Koningin Beatrix en Z.M. Koning Willem-Alexander, mr. Frederik Willem graaf van Hogendorp, die een nakomeling is van voornoemde Gijsbert Karel van Hogendorp, en dr. Jeroen Koch, auteur van de biografie over Koning Willem I.

Afb. 5. twee jurken ontworpen door Jan Taminiau.

Mocht u geen gelegenheid meer hebben, dan kunt u ook donateur worden van de stichting Adel in Nederland: voor 17,50 euro per jaar ontvangt u vier keer per jaar ons digitale magazine boordevol adellijk nieuws en adellijke verhalen. In het komende magazine staat onder meer een uitgebreid fotoverslag van deze unieke tentoonstelling. Mail voor meer informatie over het donateurschap naar info@adelinnederland.nl.

Link naar meer informatie over deze tentoonstelling: https://fulda2022.de/nl/homepage/

Afb. 7. Speciaal voor deze tentoonstelling ontwierpen studenten van de Meesteropleiding Coupeur deze historische kostuums onder leiding van Roger Gerards.

 

Magazine jaargang 5 nr. 1 verschenen: boordevol informatie en foto’s

Afb. Alfred Graaf zu Solms-Sonnenwalde voor kasteel Weldam.

Afgelopen week kregen de donateurs van de stichting Adel in Nederland het nieuwste magazine per mail toegestuurd, met 68 pagina’s vol met foto’s, adellijke verhalen en adellijk nieuws. Voor 17,50 euro per jaar kunt ook u donateur worden en krijgt u dit magazine vier keer per jaar in uw mailbox. Mail voor meer informatie naar info@adelinnederland.nl.

Inhoudsopgave

– In Memoriam: A.O.F. Graaf zu Solms-Sonnenwalde, heer van Weldam, Wegdam, Olidam en Kevelham
(1932-2022), door John Töpfer
– H.M. Koningin Máxima opent Jeroen Pit Huis & Z.M. de Koning riddert jonkvrouwe Emilie en jonkvrouwe Clara van Karnebeek, door John Töpfer
– Moord & Brand: het tragische einde van Mevrouw Van der Heim en dochter freule Cornelia, door John Töpfer
– Gemeenteraadsverkiezingen 2022, door John Töpfer
– Portretten van twee jonkheren Alewijn?, door mr. Evert Paul Veltkamp
– In Memoriam: A.J. Mensema (1946-2020) – adelshistoricus en auteur, door John Töpfer
– Het heeft Z.M. de Koning behaagd…
– Backerdag 2021: een zeer geslaagde dag, door John Töpfer
– Terugblik: tentoonstelling ’Slot Zuylen en slavernij’, door John Töpfer
– Terugblik: tentoonstelling ‘De vergeten prinsessen van Thorn’, door John Töpfer
– Geboren (met foto’s)
– Verloofd (met foto)
– Getrouwd (met foto’s)
– Overleden
– Vriendenpagina

Laatste dagen tentoonstelling ‘Eine Klasse für sich. Adel an Rhein und Ruhr’ in Essen: AiN ging voor u kijken

Afb. 1. John Töpfer, directeur stichting Adel in Nederland, voor adellijke memorieborden uit de 19e en 20e eeuw. Deze maakten deel uit van de adellijke begrafenisrituelen. Ook nu nog zijn er adellijke families in Nederland die na het overlijden ter herinnering een memoriebord in een (graf)kapel of kerk ophangen. Foto met hartelijke dank aan Hans Hampsink.

Nog maar t/m 31 juli is deze grote tentoonstelling in het Ruhr Museum in Essen te zien (zie voor een eerder bericht hieronder op deze website). AiN ging voor u kijken en deelt met u enkele foto’s. Een uitgebreid verslag komt in het tweede magazine van dit jaar te staan, dat na de zomer zal verschijnen. Dit wordt per mail toegestuurd aan onze donateurs. Voor 17,50 euro per jaar kunt ook u donateur worden en dan ontvangt u vier keer per jaar dit magazine boordevol adellijk nieuws en adellijke verhalen in uw mailbox. Mail voor meer informatie naar info@adelinnederland.nl.

Afb. 2. Een klein overzicht van deze tentoonstelling op een unieke locatie. Foto met hartelijke dank aan Hans Hampsink.

Deze tentoonstelling is ingericht in een bijzonder gebouw, dat een belangrijk deel van de industriële geschiedenis van het Ruhrgebied laat zien: de steenkoolwinning. Op het eerste gezicht een vreemde combinatie: adel en steenkool, maar tot de eerste investeerders in deze industrie behoorden bv.  Heinrich Graaf zu Stolberg-Wernigerode (1772-1854) en Prosper Ludwig Hertog von Arenberg (1785-1861). Laatstgenoemde had tussen 1866 en 1900 circa 1,7 miljoen Goudmarken aan inkomsten uit de mijnbouw. Omgekeerd spiegelden de nieuwe niet-adellijke rijken in deze industrie zich met hun leefwijze aan de adel.

Afb. 3. Het grafmonument van Hendrik II Graaf von Arnsberg en echtgenote Ermengardis uit omstreeks 1330. Foto met hartelijke dank aan Hans Hampsink.

De tentoonstelling laat verschillende facetten uit het adellijke leven zien, waaronder tuinen en parken, wooncultuur, personeel, kinderen en opvoeding, huwelijkspolitiek, jacht, huwelijkspolitiek, enz. Bijzonder om te zien, was het facet ‘Dood & begrafenis’, waarbij de bezoekers als het ware afdalen in een grafkelder. Verschillende vormen van funeraire adellijke representatie werden hier getoond: van het grafmonument van Hendrik II Graaf von Arnsberg en echtgenote Ermengardis uit omstreeks 1330 tot memorieborden en -brieven, maar ook foto’s van adellijke begrafenissen in de 20e eeuw.

Het thema ‘Fascinatie adel’ liet met humor het beeld zien dat velen nu nog van adel hebben, met als hoogtepunt (of dieptepunt, het is hoe u het maar wilt zien!) foto’s van twee nep-prinsen Von Anhalt, die in operette uniformen adellijke uitstraling menen te hebben, terwijl één van de twee zijn geld verdient met onder meer het uitbaten van bordelen. Dicht hierbij de ingelijste voorkant van het blad Bunte met de kop ‘Märchen Hochzeit’. Het betreft het huwelijk van Alexander Fürst zu Schaumburg-Lippe met Mahkameh Navabi, een Iraanse pianiste, in oktober 2021. In ons volgende magazine leest en ziet u niet alleen meer over deze tentoonstelling, maar ook over onze fascinatie voor dit droomhuwelijk mét een Nederlands tintje 😉

Kijk voor meer informatie op https://ruhrmuseum.de/ausstellungen/aktuell/eine-klasse-fuer-sich-adel-an-rhein-und-ruhr

 

Boekrecensie ‘Goede namen. Adel en patriciaat in naoorlogs Nederland’, door jonkheer Tom de Witt Hamer


Met als titel Goede namen en ondertitel Adel en patriciaat in naoorlogs Nederland verscheen in november 2021 de nieuwste publicatie van socioloog Kees Bruin. Eerder publiceerde Bruin al over onder meer het Nederlandse adelsbeleid, elites, het Nederlandse decoratiestelsel en de Johanniter Orde in Nederland. Het boek telt 272 pagina’s, heeft 46 afbeeldingen en bevat een uitgebreid notenapparaat.

Op de omslag lezen we: ‘Goede namen: dat is de wereld van de betere kringen, dubbele namen, oud geld, deftigheid en voornaamheid. Het zijn de families die vaak generaties lang stad en land bestuurd hebben: adel en patriciaat. Ze vormden de top van de maatschappelijke piramide, gaven de toon aan en waren tot ver in de twintigste eeuw te vinden op plaatsen van macht en aanzien, of dat nu de regering was, het bedrijfsleven, het Rode Kruis of het Nederlands Olympisch Comité. Centraal in dit boek staat de vraag of en hoe deze deftige kringen zich hebben gehandhaafd in de roerige naoorlogse periode, met haar erfbelasting, de revolte tegen het regentendom en de opkomst van nieuwe elites. Het bezit van goede namen wordt bekeken op drie aspecten: het verkrijgen, behouden en verliezen ervan. […] Duidelijk wordt dat de rol van adel en patriciaat in de Nederlandse samenleving nog niet helemaal is uitgespeeld, mede dankzij de blijvende behoefte aan verhalen en beelden van aristocratische rijkdom, kastelen en buitenplaatsen, oftewel ‘het sprookje’, waar de media maar al te graag in voorzien.’

In tien hoofstukken gaat Bruin in op de drie aspecten verkrijgen, behouden en het verliezen van goede namen van adel en patriciaat. Het eerste hoofdstuk gaat over namen en deftigheid, over het verkrijgen van dubbele namen. Daarna komen het verkrijgen van adeldom en opname in Nederland’s Patriciaat (het blauwe boekje) aan bod. Vervolgens gaat hij in op het handhaven van goede namen in enkele hoofdstukken over familieverenigingen, ondernemende millennials, manieren, nieuwkomers, geld en stand ophouden. Het laatste aspect, verliezen van een goede naam, wordt uiteen gezet in enkele hoofdstukken over ‘foute’ keuzen in de Tweede Wereldoorlog, schandalen uit de jaren zestig en het diskrediet door incompetent bestuur. Tot slot trekt Bruin lijnen naar het heden en wordt de balans opgemaakt waarbij hij de vraag stelt hoe sterk de aantrekkingskracht van adel en patriciaat nog is. Dat Bruin veel materiaal voor deze hoofdstukken verzameld heeft, mag blijken uit de vele eindnoten die in de publicatie zijn opgenomen.

Bruin zegt dat duidelijk wordt dat de rol van adel en patriciaat in de Nederlandse samenleving nog niet helemaal is uitgespeeld. Mij bekruipt na lezing toch het gevoel dat zijn boodschap ook is dat de teloorgang van adel en patriciaat als leidende elite in Nederland zich onverminderd heeft doorgezet na de Tweede Wereldoorlog. De door hem gekozen afbeelding op de omslag van zijn publicatie van de hal van een onttakeld huis spreekt in dat opzicht tot de verbeelding.

Het vlot geschreven en informatieve boek is een aanrader voor iedereen die geïnteresseerd is in de ontwikkeling en het functioneren van adel en patriciaat in onze moderne tijd. Het is te bestellen via de boekhandel of via de uitgever WBooks https://wbooks.com/winkel/nederland/algemeen/goede-namen-adel-en-patriciaat-in-naoorlogs-nederland/

Jonkheer Tom Versélewel de Witt Hamer, juli 2022.

Zomertip t/m 31 juli 2022: tentoonstelling in Essen ‘Eine Klasse für sich. Adel an Rhein und Ruhr’.

Afb. 1. Copyright: Ruhr Museum, Foto: Deimel + Wittmar

Nog t/m zondag 31 juli is in het Ruhr Museum in Essen deze tentoonstelling te zien, waarvoor een grote hoeveelheid objecten uit adellijk bezit bijeengebracht is.

Meer dan 800 objecten uit zo’n 160 musea, archieven, bibliotheken en privécollecties zijn te zien. Samen hebben ze een verzekeringswaarde van bijna 30 miljoen euro. Vele adellijke families stelden bruiklenen ter beschikking die nog nooit eerder zijn tentoongesteld: portretten van hun voorouders en andere schilderijen, servies van kostbaar zilver en porselein, evenals glazen bekers en verzamelobjecten, die tot op de dag van vandaag in familiebezit zijn gebleven. Documenten, stambomen en geïllustreerde boeken uit de adellijke bibliotheken, waarvan sommige dateren uit de 16e eeuw, geven inzicht in hun vroegere wereld.

In de grote zaal vertelt de tentoonstelling de duizendjarige geschiedenis van de adel vanaf het begin in de vroege middeleeuwen tot nu. In de zijkamers toont het de wereld van de adel en hun verschijnselen, die mensen tot op de dag van vandaag fascineren.

Hoogtepunten van de tentoonstelling zijn de prachtige wapenrusting van hertog Wilhelm V van Jülich-Kleve-Berg uit het Kunsthistorisches Museum in Wenen, belangrijke cultuurschatten van adellijke vrouwen uit de schatkamer van de kathedraal van Essen, het portret van de Essense abdis Franziska Christine, waardevolle wandtapijten, maar ook een leeuwenhuid uit het voormalige leeuwenpark van de graaf van Westerholt in Gelsenkirchen. Het tentoonstellingsaanbod strekt zich uit van de middeleeuwen tot heden en bestrijkt het hele spectrum van kunst- en cultuurgeschiedenis.

Kijk voor meer informatie (met o.a. een filmpje!) op https://ruhrmuseum.de/ausstellungen/aktuell/eine-klasse-fuer-sich-adel-an-rhein-und-ruhr

Afb. 2. Copyright: Ruhr Museum, Foto: Deimel + Wittmar

 

Boekrecensie ‘Wapenspreuken van Nederlandse Geslachten’, door jonkheer Robert Quarles van Ufford


Onlangs verscheen bij WBOOKS in Zwolle het rijk geïllustreerde boek “Wapenspreuken van Nederlandse Geslachten”. Het betreft een beredeneerd overzicht van de wapenspreuken van Nederlandse adellijke en patriciaats-families. Auteurs Christoph ten Houte de Lange, Alle Diderik de Jonge en Jan Spoelder vullen met hun nieuwe publicatie een lacune aangezien er tot voor kort geen naslagwerk bestond waarin de wapenspreuken van de in het rode en blauwe boekje opgenomen geslachten systematisch worden behandeld. Eerdere werken als dat van A.A. Vorsterman van Oyen, “Stam- en wapenboek van aanzienlijke Nederlandsche familiën” (1885-1890) en J.B. Rietstap, “Wapenboek van den Nederlandschen Adel” (1883-1887) vermelden wel wapenspreuken, maar deze vormen geen specifiek onderwerp van onderzoek.

De auteurs behandelen het thema vanuit de kern, waarbij zij ingaan op wat exact onder een wapenspreuk moet worden verstaan, hoe deze spreuken zijn ontstaan en in welke vormen zij zich aan ons tonen. Zo wordt een wapenspreuk beschouwd als een kernachtige uitspraak die een formulering van levenswijsheid of een vermaning inhoudt, een zin met een zedelijk of godsdienstige strekking. Interessant is dat deze spreuken ten tijde van de Republiek niet onderworpen waren aan een heraldische autoriteit, zoals dat vanaf 1813 – in het geval van de adel – wel het geval is. Of een wapenspreuk werd doorgegeven werd dus feitelijk alleen bepaald door familietraditie. Daarmee is het begrijpelijk dat het gebruik van wapenspreken in die eerste periode een vrijblijvender karakter had dan in de laatste twee eeuwen van de Nederlandse geschiedenis, waarin sprake was van een meer formele codificatie van wapenspreuken.

Het corpus van wapenspreuken van de Nederlandse families telt ruim 400 wapenspreuken, waarvan er ca. 310 in het Latijn zijn gesteld, ca. 80 in het Frans, ca. 30 in het Nederlands en Fries (4), Engels/Schots (8), Duits (5) en enkele andere talen (4). Dat zoveel families kozen voor een Latijnse wapenspreuk heeft te maken met het feit dat tot ver in de 17e eeuw Latijn de taal van bestuur, religie en wetenschap was en pas daarna de landstalen voor een deel die rol overnamen. Daarnaast voeren de auteurs aan dat Latijn zich bij uitstek leent om een gedachte kort en bondig te formuleren en dat het Latijn een statusverhogende werking zal hebben gehad. Grappig is het te lezen dat er enkele wapenspreuken van Nederlandse geslachten zijn die fouten in het Latijn bevatten. Deze fouten zijn er waarschijnlijk ingeslopen bij het transcriberen of overtekenen van het wapen door de heraldisch tekenaar. De foutief overgenomen versies zijn daarna waarschijnlijk een eigen leven gaan leiden zonder dat de dragers van het wapen zich daarvan bewust waren.

Bekende en minder kende zaken over wapenspreuken worden systematisch uit de doeken gedaan. Zo staan wapenspreuken in het algemeen onder het wapen in zwarte letters weergegeven, geschreven op een fladderend wit lint. Bij uitzondering staat de wapenspreuk boven het wapen afgebeeld. Dit moet dan wel duidelijk omschreven staan in de wapenbeschrijving en mag niet worden verward met de zogenaamde wapenkreet die altijd boven het wapen staat, maar in het verleden een andere, militair gerichte, functie had. Deze functie bestond er namelijk uit dat men op het slagveld zich onder het horen van deze kreet kon hergroeperen.  Ook valt te lezen dat wapenspreuken soms een toespeling op de naam op of het wapen blijken te zijn. Zo is de Franstalige wapenspreuk “La vertu est un beau fort” duidelijk in verband te brengen met de familienaam De Beaufort. Evenzo is de wapenspreuk “Stella duce” (“Onder leiding van de ster”) van de familie Six een verwijzing naar de ster in het schild en de ster in het helmteken van deze familie. Andere verwijzingen zijn minder evident, maar de auteurs zijn er goed in geslaagd ook de subtielere verbanden te traceren.

Jonkheer Robert Quarles van Ufford, juli 2022.

Link naar bestelmogelijkheid: https://wbooks.com/winkel/nederland/algemeen/wapenspreuken-van-nederlandse-geslachten/

Het verhaal bij een graf: de verdronken freule Bouwens van Horssen en haar vriendinnetje

Afb. 1. De dorpskerk van Horssen met aan de voet van de toren de drie enige overgebleven zerken op het kerkhof.
Afb. 1. De dorpskerk van Horssen met aan de voet van de toren de enige drie overgebleven zerken op het kerkhof.

Op het kerkhofje bij de dorpskerk van Horssen is niet veel van het funeraire verleden bewaard gebleven. Slechts drie zerken doorstonden de tand des tijds en de rest is verdwenen. Eén zerk is van het echtpaar Viëtor-Meijer. Hij was gepensioneerd kapitein en kwam uit een patriciaatsfamilie. De twee andere betreffen leden van de adellijke familie Bouwens van Horssen. Het meeste fraaie van deze twee is het graf van vader en dochter Bouwens van Horssen met het in steen uitgehouwen alliantiewapen Bouwens van Horssen-Gerbade, dat bovendien door een hekwerk omsloten is. De tweede zerk is bijna niet meer leesbaar en over de twee verdronken meisjes die hier begraven liggen, gaat dit verhaal.

In 1747 kwam het geslacht Bouwens door erfenis in het bezit van de heerlijkheid Horssen en ging zich vervolgens Bouwens van Horssen noemen. De eerste Bouwens uit de stamreeks kwam uit Maastricht en in latere generaties vestigde de familie zich in Amsterdam, waar zij als kooplieden in ijzer en later ook in geschut tot grote welstand kwam en tot de regentenklasse ging behoren. Van hun toenmalige welvaart en status getuigen nog steeds de bewaard gebleven 17e-eeuwse familieportretten door de schilder Ferdinand Bol.

Het vermogen en het bezit van Horssen droegen bij aan het aristocratiseringsproces van de familie en de nakomelingen werden uiteindelijk niet langer koopman, maar officier of burgemeester. Ook de huwelijken droegen hieraan bij en zo was er een huwelijk met een baron Du Tour en een Sirtema van Grovestins. In 1831 werd de status van de familie bevestigd door de verheffing in de Nederlandse adel van jonkheer Pieter Bouwens, heer van Horssen (1775-1843).

Afb. 2. Het graf van jonkheer Pieter Bouwens van Horssen (1775-1843) en van zijn oudste dochter freule Agatha Bouwens van Horssen (1812-1843), met het alliantiewapen Bouwens van Horssen-Gerbade.
Afb. 2. Het graf van jonkheer Pieter Bouwens van Horssen (1775-1843) en van zijn oudste dochter freule Agatha Bouwens van Horssen (1812-1843), met aan het hoofdeinde het alliantiewapen Bouwens van Horssen-Gerbade (let op de leeuwenstaart die zich koket tussen de wapenschilden heen slingert).

Jonkheer Pieter Bouwens van Horssen was lid van de Provinciale Staten van Gelderland en burgemeester en secretaris van Horssen. In 1810 huwde hij Maria Jacoba Gerbade (1784-1852), die een dochter was van een schepen en raad van ’s-Hertogenbosch. Er werden vijf kinderen op het kasteel Horssen geboren: drie zoons en twee dochters. De jongste in het gezin was freule Margaretha en in de lente van 1830 kwam zij samen met haar vriendinnetje Rebekka Henriëtte Thesingh, afkomstig uit het naburige Druten, op tragische wijze om: beide meisje verdronken. Op 3 april verscheen er in de Opregte Haarlemsche Courant de volgende annonce voor de beide meisjes:

Op den 28sten Maart 1830, overleed te Horssen, door een zeer treffend ongeluk, MARGARETHA, jongste Dochter van den Heer PIETER BOUWENS van HORSSEN, Heer en Burgemeester der Heerlijkheid Horssen, en Vrouwe MARIA JACOBA GERBADE, in den ouderdom van 10 jaren en 8 maanden; – en REBEKKA HENRIëTTE THESINGH, oudste Dogter van den Heer Mr. EGBERT THESINGH, Controleur van ’s Rijks Belastingen te Druten, en wijlen Vrouwe HENRIëTTE PETRONILLE van der UPWICH, in den ouderdom van 9 jaren en 2 maanden.

Afb. 3. De vrijwel niet meer leesbare zerk van de verdronken freule Margaretha en haar vriendinnetje Rebekka met een reconstructie van de tekst (de vetgedrukte letters zijn nog enigszins leesbaar).
Afb. 3. De vrijwel niet meer leesbare zerk van de verdronken freule Margaretha en haar vriendinnetje Rebekka Henriëtte met een reconstructie van de tekst hierop, waarbij de vetgedrukte letters de nog enigszins leesbare zijn.

In 1900 stierf de familie Bouwens van Horssen uit. De familieportretten vererfden buiten de familie tot ze in 1957 aan de stichting Geldersche Kasteelen werden geschonken. Wat in Horssen aan de familie herinnert, is het huis Horssen, hun wapen op de herenbank in de kerk en twee graven op het kerkhof, waaronder een nauwelijks meer leesbare van een verdronken tienjarige freule en haar vriendinnetje van negen jaar.

De grafkelder van de jonkers Alberda tot Vennebroek in Anloo: een vergeten graf

Afb. 1. Drie lelies namens AiN als verwijzing naar de gestileerde lelies in het familiewapen Alberda op het luik dat de grafkelder afsluit.
Afb. 1. Drie lelies namens AiN als verwijzing naar de gestileerde lelies in het familiewapen Alberda op het luik dat de grafkelder afsluit en ter herinnering aan deze uitgestorven tak van de Alberda’s.
Afb. 2. De Sint Magnus kerk in Anloo: de oudste kerk in Drenthe.
Afb. 2. De Sint Magnus kerk in Anloo: de oudste kerk in Drenthe.

In Anloo vindt men op de kerkbrink de oudste kerk van Drenthe uit het begin van de 11e eeuw, de Magnus kerk. Deze is vernoemd naar Magnus bisschop van Trani, die na zijn marteldood heilig werd verklaard. Op zaterdag 1 oktober 2016 vond hier een bijzondere gebeurtenis plaats: de opening van de gerestaureerde grafkelder van jonker Unico Evert Alberda tot Vennebroek. AiN was hierbij aanwezig en hieronder leest u meer hierover en over deze Unico Evert Alberda en zijn gezin.

In 1746 vestigde jonker Unico Evert Alberda (1714-1794) zich met zijn echtgenote Theodora Elisabeth, een geboren freule de Sigers ter Borch, op het huis Vennebroek in Anloo. Unico Evert was ritmeester en een telg uit het adellijke Groninger geslacht Alberda en zijn grootvader was heer van de nu nog bestaande Menkemaborg in Groningen.

Afb. 2. Unico Evert Alberda tot Vennebroek (1714-1794) en zijn eerste echtgenote Theodora Elisabeth de Sigers ter Borch. Foto's met dank aan 'Huizen van stand' onder redactie van J.Bos, F.J. Hulst en P. Brood.
Afb. 3. Unico Evert Alberda tot Vennebroek (1714-1794) en zijn eerste echtgenote Theodora Elisabeth de Sigers ter Borch. Foto’s met dank aan ‘Huizen van stand’ onder redactie van J.Bos, F.J. Hulst en P. Brood.

Helaas overleed zijn echtgenote al een jaar later en Unico Evert bleef met een dochtertje achter. In de kerk van Anloo kocht hij voor 300 gulden grafruimte en liet passend bij zijn status een familiegrafkelder metselen op een prominente plek: vooraan in het koor.

Ook de imposante 18e eeuwse herenbank met fraai houtsnijwerk moet door hem zijn geplaatst. Hoewel er geen familiewapen op is aangebracht, is er wel bovenop een adellijke rangkroon te zien met drie fleurons en twee parels, die we bij de Alberda’s in Groningen vaker tegenkomen. Met deze herenbank en de grafkelder was het voor iedereen duidelijk dat de adellijke familie Alberda tot Vennebroek de belangrijkste familie in het dorp was.

De herenbank van de Alberda's met bovenop een heraldieke kroon met twee parels en drie fleurons.
Afb. 4. De herenbank van de Alberda’s met bovenop een heraldische kroon met twee parels en drie fleurons.

Unico Evert Alberda hertrouwde freule Johanna Agnes van Dongen en kreeg met haar twee dochters. Toen zijn echtgenote in 1753 voor de derde keer in het kraambed lag, ging het mis: zij overleed. Vijf dagen later stierf ook het pasgeboren zoontje Johannes. Dertig jaar lang bleef Unico Evert Alberda tot Vennebroek als weduwnaar in Anloo wonen tot hij besloot het huis Vennebroek te verkopen voor 12.100 gulden. De grafkelder bleef van deze verkoop uitgesloten, want hierin waren zijn twee echtgenotes en enige zoontje bijgezet. Volgens de historicus Michèl de Jong, die onderzoek deed naar het gezin Alberda, hebben in latere jaren ook twee dochters en twee kleinzoons van Unico Evert hierin hun laatste rustplaats gevonden. Unico Evert Alberda overleed zelf in Groningen in 1794 en werd aldaar begraven.

De grafkelder van de Alberda’s raakte vergeten onder de kerkvloer tot deze werd herontdekt bij archeologisch onderzoek tijdens restauratiewerkzaamheden gedurende de oorlogsjaren. Hierbij werd de unieke trap naar de ingang ontdekt, die van veldkeien gemaakt was. Toen de restauratie van de kerk voltooid was, verdween alles weer onder de vloer.

Afb. 5. V.l.n.r. Paul Brood, Kor Holstein, Martin Panman en Pieter den Hengst vertellen over het restauratieproces.
Afb. 5. V.l.n.r. Paul Brood, Kor Holstein, Martin Panman en Pieter den Hengst vertellen over het restauratieproces.

Op 28 mei 2016 begon een lang gekoesterde wens van de stichting Vrienden van de Magnuskerk: de restauratie van de grafkelder en het zichtbaar maken van de adellijke funeraire representatie van de jonkers Alberda in de Magnus kerk. De heer Paul Brood zei hier namens de stichting tijdens de opening over, dat de tijd er rijp voor was, want er was geld, de gemeente en de Rijksdienst voor Monumentenzorg gaven toestemming en er waren goede mensen beschikbaar op het juiste moment.

Ook de heer Martin Panman sprak namens de stichting en vertelde hoe onderzoek in de archieven tot de herontdekking van deze bijzondere grafkelder geleid had. De archeoloog Pieter den Hengst deed uitgebreid onderzoek naar de geschiedenis van de kerk en hij vermoedde aanvankelijk dat de unieke trap van veldkeien uit het jaar 1000 zou kunnen zijn. Waarschijnlijk is de trap echter met de grafkelder in 1747 aangelegd en zat de veldkeien fundering in de weg. Deze keien zijn vervolgens hergebruikt als traptreden.

Afb. 6. Het nieuwe luik naar de grafkelder met daarop het familiewapen Alberda.
Afb. 6. Het nieuwe luik naar de grafkelder met daarop het familiewapen Alberda.

De restauratie architect Kor Holstein lichtte de nieuwe afsluiting van de grafkelder met een luik toe. Dit luik moest een plaats krijgen in het beeld van de kerk en daarom werd er niet voor een glasplaat gekozen, maar voor een eikenhouten luik, dat past bij de andere natuurlijke materialen in de kerk. Hierop is het familiewapen Alberda aangebracht, dat leesbaar is vanuit het Oosten, omdat vanuit deze richting de wederopstanding zal plaatsvinden.

Na het vertonen van de zeer geslaagde documentaire ‘Het vergeten graf van Anloo’ van de filmmaker Arno Cupedo werd het luik van de grafkelder geopend en werd niet alleen de unieke trap zichtbaar van veldkeien, maar ook de grafkelder  met daarin een nieuwe kist met de overblijfselen van de zeven familieleden van jonker Unico Evert Alberda tot Vennebroek.

Afb. 7. Zicht in de grafkelder met de nieuwe kist met de stoffelijke resten van zeven familieleden van Unico Evert Alberda tot Vennebroek.
Afb. 7. Zicht in de grafkelder met de nieuwe kist met de stoffelijke resten van zeven familieleden van Unico Evert Alberda tot Vennebroek.

AiN legde na afloop drie takken lelies bij de grafkelder, als verwijzing naar het familiewapen Alberda, waarop drie gestileerde lelies staan en ter herinnering aan deze uitgestorven tak van de Alberda’s.

Bent u ook geïnteresseerd in adellijk erfgoed en nieuws? Word dan voor 17,50 euro per jaar donateur van onze Stichting Adel in Nederland door een mail te sturen naar info@adelinnederland.nl. U ontvangt dan vier keer per jaar ons digitale magazine in uw mailbox boordevol informatie en adellijk nieuws. 

Afb. 8. Martin Panman van de stichting Vrienden van de Magnus kerk geeft uitleg bij de grafkelder.
Afb. 8. Martin Panman van de stichting Vrienden van de Magnus kerk geeft uitleg bij de grafkelder
Afb. 9. Staande achter de toegang tot de grafkelder in het midden restauratie architect Kor Holstein en rechts Paul Brood van de Stichting Vrienden van de Magnuskerk.
Afb. 9. Staande achter de toegang tot de grafkelder in het midden restauratie architect Kor Holstein en rechts Paul Brood van de Stichting Vrienden van de Magnuskerk.

Link naar de website van de Magnus kerk met meer informatie: www.magnuskerk.nl