T/m 5 december tentoonstelling: Slot Zuylen en Slavernij

Afb. De beroemdste bewoonster van Slot Zuylen was Belle van Zuylen (rechtsboven). Deze tentoonstelling laat zien dat een gedeelte van haar fortuin voortkwam uit slavenhandel en -arbeid

Slot Zuylen, sinds de late zeventiende eeuw bewoond door de familie Van Tuyll van Serooskerken, is zoals veel andere kastelen, paleizen en grachtenpanden in Nederland een zichtbaar, tastbaar overblijfsel van de vroegere welvaart en bloei van Nederland. Het slot is dankzij haar vroegere bewoner Belle van Zuylen ook een symbool voor vrijheid van vrouwen en verlichte ideeën geworden. Uit nieuw onderzoek blijkt dat het slot in de achttiende eeuw gerenoveerd werd met geld uit de koloniën, mede verdiend door slavenhandel en -arbeid. De tentoonstelling stelt zwart op wit vragen over dit collectieve stuk van ons verleden.

Hoe verhield Belle – beroemd als verlicht denker en vrijgevochten vrouw – zich tot het koloniale fortuin van haar familie? Sprak zij zich uit over slavernij? Welke Zwarte vrouwen en tijdgenoten van kleur van Belle hadden een stem en/of vochten voor hun vrijheid? En welke rol speelden privilege en afkomst daar in? Welke nakomelingen uit de koloniën in het Nederland van nu staan in verbinding met het slot?

In deze tentoonstelling opent Slot Zuylen haar deuren voor de krachtige verhalen van mensen van kleur. Niet omdat het modieus is, maar omdat het slot zich ervan bewust is dat het in haar huidige vorm niet had bestaan zonder de handel in en gedwongen arbeid van mensen van kleur.

Kijk voor meer informatie en het reserveren van online tickets op https://www.slotzuylen.nl

Bezoek aan de Hoge Raad van Adel

Afb. Mr. Marc Scheidius (links), secretaris van de Hoge Raad van Adel, neemt de vier gedrukte jaargangen van het magazine in ontvangst van John Töpfer, directeur stichting Adel in Nederland.

De stichting Adel in Nederland geeft voor haar donateurs een digitaal magazine uit dat per mail wordt toegestuurd. Het magazine staat vol adellijke verhalen uit het heden en het verleden en het laatste adellijke nieuws. Zo wordt hierin altijd een overzicht opgenomen van geboortes, huwelijken en overledenen, waarbij ook medewerking wordt verleend met foto’s.

Voor de bibliotheek van de Hoge Raad van Adel zijn nu speciaal de eerste vier jaargangen afgedrukt en deze zijn door de Raad aangekocht, zodat zij hier voor raadpleging beschikbaar zijn.

Mr. Marc Scheidius, secretaris van de Hoge Raad van Adel, nam deze eerste vier jaargangen in ontvangst van John Töpfer, directeur stichting Adel in Nederland, en zorgde voor een gastvrije ontvangst.

Bent u ook geïnteresseerd in het digitale magazine? Voor 17,50 euro per jaar wordt u donateur, ondersteunt u ons in onze werkzaamheden en ontvangt u het magazine in uw mailbox. Mail voor meer informatie naar info@adelinnederland.nl.

Tentoonstelling 3 okt. 2021 t/m 3 april 2022: De vergeten prinsessen van Thorn

Afb. Cunegonda prinses van Saksen (Gal.-Nr. 601) door Pietro Antonio Graf Rotari © Gemäldegalerie Alte Meister, Staatliche Kunstsammlungen Dresden Foto: Elke Estel/Hans-Peter Klut

Het aftellen is begonnen: op 3 oktober 2021 opent de unieke tentoonstelling De vergeten prinsessen van Thorn. De tentoonstelling volgt het leven van een aantal van deze prinsessen en geeft een unieke inkijk in het leven van de Europese adel in de achttiende eeuw. Een leven met een voor die tijd grote vrijheid en vol pracht en praal, maar ook een leven in een gouden kooi.

In de geschiedschrijving zie je maar zelden vrouwen als handelende personen met een eigen identiteit beschreven worden. Het Limburgs Museum doorbreekt met deze tentoonstelling de historische onzichtbaarheid van de vrouw.

“Ik vind de vrijheid een groot voordeel. Wanneer men is getrouwd, is men genoodzaakt om onderworpen te zijn, want men heeft een meester gekozen. Het is aangenamer om zelf meester te zijn.”

In de achttiende eeuw was het nu Limburgse Thorn een ministaatje in het Duitse Rijk, waarin prinsessen en gravinnen de scepter zwaaiden. Deze hoog-adellijke dames leefden in weelde en stonden 24/7 in de schijnwerpers.

In De vergeten prinsessen van Thorn zie je kunstwerken en objecten uit meer dan vijftig musea uit heel Europa en de VS. Het merendeel, van staatsieportretten tot prachtige jurken en juwelen, was nooit eerder te zien in Nederland.

Gastcurator: dr. Joost Welten (auteur van het boek ‘De vergeten prinsessen van Thorn’)

Reserveer nu alvast uw kaarten online via https://tickets.limburgsmuseum.nl/limburgsmuseum/nl/flow_configs/lm3st/overview

 

T/m 5 december tentoonstelling: Slot Zuylen en slavernij

Afb. 1. De achterzijde van Slot Zuylen met rechts het logo van deze bijzondere tentoonstelling op de voorkant van het zeer informatieve magazine hierbij.

Het was een bijzonder, magisch moment gisteren op Slot Zuylen tijdens de opening van de tentoonstelling ‘Slot Zuylen en slavernij’: het reinigingsritueel door sjamaan Olivia Biswane, waarbij de voorouders werden verwelkomd om ze te laten weten dat we verbonden zijn met het heden, verleden en de toekomst. Hierbij werd symbolisch het goede van het kwade gescheiden en het heden van het verleden. Alsof het zo moest zijn, vielen er even later wat druppels water zacht uit de hemel over de aanwezigen, die ieder met hun eigen achtergrond de vijf continenten vertegenwoordigden, met hun gedeelde en vaak pijnlijke geschiedenis. Olivia Biswane riep op om het verleden een plek te geven, zodat we kunnen loslaten, verzoenen en verder gaan. Zij bedankte de familie Van Tuyll van Serooskerken, omdat deze unieke ceremonie op Slot Zuylen mocht plaatsvinden.

Afb. 2. Openingstoespraak door Willem Te Slaa, directeur Slot Zuylen, en een muzikaal optreden met een boodschap.

Complimenten zijn voor de familie Van Tuyll zeker op hun plaats, omdat zij genereus aan deze tentoonstelling meewerkte, terwijl hier ook informatie wordt gedeeld over de herkomst van familiefortuin in het verleden uit uitbuiting en slavernij. Na de familie Van Loon is de familie Van Tuyll nu de tweede adellijke familie in Nederland, waarbij dit thema zo groot wordt uitgemeten. Willem te Slaa, directeur Slot Zuylen zei hierover in zijn openingstoespraak onder meer, dat het niet een onderwerp is dat je van de daken roept, omdat het complex is en over pijnlijke zaken gaat als uitbuiting en slavernij: “We hopen met deze tentoonstelling te laten zien wat je meestal niet ziet en het is belangrijk dat je die geschiedenis kent, omdat deze nog steeds impact heeft op de maatschappij.”

Afb. 3. V.l.n.r. vier van de zes leden van de Raad van Toezicht van Slot Zuylen: drs. Hans baron van Tuyll van Serooskerken, dr. Joyce Sylvester, drs. Reinout baron van Tuyll van Serooskerken en dr. Marc Wingens

Door deze tentoonstelling hoopt Slot Zuylen een diepere laag toe te voegen aan wat er normaal verteld wordt. In de kamers en zalen van het slot wordt daarom aanvullende informatie gegeven over de koloniale achtergrond van objecten en de financiële betrokkenheid van de vroegere bewoners bij de slavernij in de 18e eeuw. Daarnaast is er een afzonderlijke tentoonstelling in de bovenzalen. Hierbij ligt de focus op de beroemdste kasteelbewoonster: de schrijfster Belle van Zuylen, maar ook haar ouders. Deze beschikten over grote fortuinen, die voor een deel zijn terug te voeren op koloniale uitbuiting en slavernij. Zo bestond 1/5 deel van het vermogen (130.000 gulden) van de vader van Belle van Zuylen uit aandelen in de VOC, WIC, de Utrechtse compagnie en Engelse compagnieën. Deze bezaten plantages waar vele tot slaaf gemaakte Afrikanen een ellendig bestaan hadden.

Afb. 4. V.l.n.r. Ada de Kruyff-barones van Tuyll van Serooskerken, Jetske Visser-barones van Tuyll van Serooskerken, Lucile barones van Tuyll van Serooskerken (beschermvrouwe Stichting Slot Zuylen) en Frederik baron van Tuyll van Serooskerken, heer van Zuylen. Hun vader werd geboren op Slot Zuylen en groeide hier op.

‘Ik heb geen talent voor ondergeschiktheid’
Hoe de schrijfster Belle van Zuylen dacht over slavernij is niet precies bekend. Wel maken haar romans duidelijk dat zij wist met welke ellende de tot slaaf gemaakten te maken hadden. “Ik heb geen talent voor ondergeschiktheid”, schreef Belle en haar leven lang bleef zij naast een onafhankelijke geest een zelfstandige vrouw. Haar vader liet zelfs vastleggen dat zij eigenaresse van zijn erfenis zou blijven – en dat in een tijd dat gehuwde vrouwen voor de wet ‘handelingsonbekwaam’ waren. Haar echtgenoot besprak ook financiële zaken met haar. Toen Belle in 1778 de erfenis van haar ouders ontving, bestond deze voor 1/3 uit aandelen in koloniale ondernemingen. Binnen vijf jaar was hiervan ongeveer zeventig procent verkocht. De precieze reden hiervoor is niet duidelijk, maar heel misschien was dit een principiële keuze van Belle?

Benieuwd naar deze tentoonstelling, die dankzij de grote inzet van velen tot stand is gekomen, én Slot Zuylen? Kijk dan op https://www.slotzuylen.nl voor meer informatie!

Afb. 5. Slot Zuylen was familiebezit sinds 1617 en werd tot 1951 bewoond door de baronnen Van Tuyll van Serooskerken, maar om de continuïteit van het kasteel en de inboedel te garanderen, werd het geheel vervolgens in 1952 in een stichting ondergebracht. Slot Zuylen is sindsdien opengesteld voor bezoekers.

 

Bezoek aan Singraven

Afb. 1. De heer Daan van Mierlo (links), beheerder van Singraven, neemt een exemplaar van het magazine van de stichting Adel in Nederland in ontvangst van John Töpfer, directeur AiN, waarin een artikel staat dat gerelateerd is aan de geschiedenis van Singraven.

In het decembernummer 2020 van het digitale magazine van de stichting Adel in Nederland stond het artikel ‘Een markies uit Twente die Hieronymus van Alphen wilde evenaren’, door Christine Sinninghe Damsté-Hopperus Buma. Deze ‘markies’ betrof George Anne Christiaan Willem le Vasseur de Cognée de Thouars (1807-1850). Zijn familie was gedurende enkele generaties eigenaar van Singraven bij Denekamp. Daan van Mierlo werkte met enkele fraaie foto’s van Singraven aan dit artikel mee en daarom besloot de stichting Adel in Nederland om een gedrukt exemplaar van dit magazine aan hem aan te bieden.

Afb. 2. Singraven heeft een zeer fraaie neoclassicistische voorgevel uitgevoerd in Bentheimer zandsteen.

Singraven werd al in 1381 genoemd en kent een rijke geschiedenis, waarin het eigendom was van de graven van Bentheim en de baronnen Sloet, en de patriciaatsfamilies De Thouars, Roessingh Udink en Laan. De laatste particulier eigenaar was mr. Willem Frederik Jan Laan, heer van Singraven (1891-1966). Hij restaureerde en verbouwde Singraven grondig om zo een passende omgeving te scheppen voor zijn grote antiek- en kunstverzameling. In 1966 overleed hij kinderloos en ongehuwd en hij legateerde zijn collecties aan de Stichting Edwina van Heek, die al in 1956 het landgoed in eigendom kreeg.

Afb. 3. Singraven is gelegen in een lus van het riviertje de Dinkel, die is opgenomen in de landschappelijke aanleg rondom het huis.

Deze stichting beheert het huis en het landgoed met grote zorg, hierbij geassisteerd door vijftig vrijwilligers, die met grote kennis van zaken en veel enthousiasme meehelpen om dit bijzondere bezit in stand te houden. Tot 1 november zijn er op dinsdagmiddag, woensdagmiddag, donderdagmiddag en zaterdagmiddag doorlopend rondleidingen van half twee tot half vier.

John Töpfer, directeur stichting Adel in Nederland, bood aan de beheerder, de heer Daan van Mierlo een gedrukt exemplaar van het magazine aan en werd zeer gastvrij op het huis ontvangen voor een persoonlijke, bijzondere rondleiding, waarvoor hierbij nogmaals heel hartelijk dank!

Wilt u meer weten over Singraven of ook deelnemen aan een rondleiding? Kijk dan op https://www.singraven.nl.

Singraven is ook bekend vanwege de dubbele watermolen, die onder meer door beroemde schilders als Van Ruisdael en Hobbema op het doek zijn vastgelegd. Recent is hier in opdracht van de Stichting Edwina van Heek een turbine gebouwd die voldoende stroom levert voor tachtig huishoudens.

De laatste heer. Hoe de bevoorrechte klasse in Nederland plaatsmaakte voor de gewone man

Afb. Astrid Schutte met het boek waaraan zij drie jaar werkte en waarvoor zij 84 mensen interviewde: De Laatste heer. Hoe de bevoorrechte klasse plaatsmaakte voor de gewone man. Foto met hartelijke dank aan Jan Vernee.

Na drie jaar onderzoek doen, interviewen en en schrijven is  vandaag verschenen: De laatste heer. Hoe de bevoorrechte klasse plaatsmaakte voor de gewone man. (Ambo Anthos, 2021). In dit boek vertelt Astrid Schutte het verhaal van kasteelheer Werner Helmich, telg uit een oude patriciaatsfamilie en heer van Baak, die tot zijn verdriet zijn landgoed moest verlaten en pachterszoon Jan Schutte, vader van Astrid Schutte, die door Werner geholpen werd zijn droom te realiseren. Behalve een geschiedenis van Werner en Jan vertelt het boek over twee grote veranderingen in de 20ste eeuw: het verdwijnen van het grootgrondbezit en de opkomst van het massaonderwijs. Huis Baak was eeuwenlang in het bezit van de baronnen Van der Heyden van Doornenburg en vererfde vervolgens op de patriciaatsfamilie Helmich.

Link naar meer informatie en bestelmogelijkheid: https://www.amboanthos.nl/boek/de-laatste-heer/

Hieronder een filmpje, waarin Astrid Schutte zelf vertelt over haar boek.