Herinneringsbord bij boom op Backershagen n.a.v. Backerdag

Afb. De Grootbladige Linde op Backershagen.

In 1910 werd de Backer Stichting opgericht door jonkheer mr. Johan Ferdinand Backer (1856-1928) met als doel om het rijke en bijzondere erfgoed van de familie bijeen te houden. Anno 2021 beschikt deze stichting over een website met een uitgebreide database, waarin het bezit online is terug te zien: www.backercollectie.nl

Als blijvende herinnering aan de jaarlijkse Backerdag, die eerder dit jaar op Backershagen werd georganiseerd, werd een Grootbladige Linde geplant. De gemeente Wassenaar heeft hier nu een mooi, permanent bord bij geplaatst, zodat ook toekomstige generaties hieraan herinnerd worden.

Afb. 2. Een mooie, permanente herinnering aan een wederom geslaagde Backerdag van de Backer Stichting.

Kerstwens


Op de afbeelding: kasteel Cannenburch in Vaassen, van 1558 tot in 1881 bewoond door de baronnen D’Isendoorn à Blois en in de jaren 1882-1906 eigendom van de baronnen Van Lynden. Tegenwoordig is het kasteel in het bezit van Geldersch Landschap & Kasteelen en is het ingericht alsof de familie D’Isendoorn à Blois even weg is. Op deze wijze biedt het kasteel een uniek beeld van eeuwenoude Gelderse adellijke wooncultuur. Wilt u kasteel Cannenburch ook een keer bezoeken? Kijk dan op www.glk.nl/landschap-kastelen/kastelen/kasteel-cannenburch.

Overleden: Pim baron Bentinck van Schoonheten (1940-2021), familieoudste van de Nederlandse Bentincks

Afb. 1. Willem (‘Pim’) baron Bentinck van Schoonheten (1940-2021), familieoudste van de Bentincks in Nederland, gefotografeerd voor huis Schoonheten tijdens de donateursdag van de Stichting Archivariaat Bentinck-Schoonheten in oktober 2021.

Willem baron Bentinck van Schoonheten werd geboren op 24 februari 1940 in Bandoeng (Ned.-Indië). Hij werd vernoemd naar zijn grootvader Willem baron Bentinck van Schoonheten, die burgemeester van Olst was, maar hij kreeg Pim als roepnaam. Pim was de zoon van Wolter Jan Gerrit baron Bentinck van Schoonheten (1907-1964) en jonkvrouwe Maria Aletta Rebecca Herma Snouck Hurgronje (1920-2017).

Zijn vader stamde uit het bekende adellijke geslacht Bentinck, waarvan de stamvader in 1343 vermeld werd, maar al in 1233 werd een Wicherus Bentinck in een oorkonde genoemd. De naam Bentinck is onlosmakelijk met de Gelderse, Overijsselse en Nederlandse geschiedenis verbonden. Bentincks zaten in de Ridderschappen van Veluwe en Overijssel en dienden door de eeuwen heen het land als bestuurder, officier, burgemeester, kamerlid, minister, gouverneur of diplomaat. Een Bentinck vergezelde Stadhouder Willem III naar Engeland, waar deze laatste Koning werd, maar ook in latere eeuwen verbleven zij aan het Hof als kamerheer, hofdame of opperstalmeester. De Bentincks waren kosmopoliet en een boek over de familie kreeg dan ook niet voor niets de ondertitel ‘The history of an European family’ mee. Bentincks werden opgenomen in de Engelse, Duitse en Franse adel en werden in 1814 erkend in de Nederlandse adel met, vanaf 1819, de hun vanouds competerende titel van baron. De familie splitste zich in verschillende takken, waarvan de Engelse baronale en grafelijke takken, en de Nederlandse baronale tak voortleven. De vader van Pim was van deze Nederlandse tak de familieoudste.

De moeder van Pim stamde uit het bekende Vlissingse regentengeslacht Hurgronje, waarvan de stamvader uit Artois in Frankrijk afkomstig was. De naam Snouck werd in 1762 toegevoegd na het huwelijk met een regentendochter uit dit geslacht. De familie  bracht kooplieden, bewindhebbers, reders, bestuurders en vele juristen voort en een voorvader van haar werd in 1843 in de Nederlandse adel verheven met het predikaat jonkheer.

Afb. 2. Links: huis Zorgvliet in Olst omstreeks 1920. Uitgave: v. Duren’s Boekhandel, Olst. Rechts: ‘Te Arnhem werd Donderdag het huwelijk voltrokken van W. J. G baron Bentinck van Schoonheten met jkvr. M.A.R.H. Snouck Hurgronje, dochter van jhr. mr. dr. W. J. A. Snouck Hurgionje, griffier der Prov. Staten van Gelderland.’ De sluier van de bruid werd gedragen door drie bruidsmeisje, terwijl linksvoor twee bruidsjonkertjes te zien zijn in matrozenpakjes met bloemenmandjes. Leeuwarder Nieuwsblad 11 februari 1939.

De vader van Pim groeide op buitenplaats Zorgvliet in Olst op, in een groot 19e-eeuws huis in neorenaissance stijl, met een kasteelachtig uiterlijk door de opvallende hoektoren. Hier hing een indrukwekkende familiegalerij van zevenentwintig familieportretten aan de muur, die nu grotendeels geschonken is aan het familiearchief op Schoonheten. In de jaren 1909-1936 was de grootvader van Pim burgemeester van Olst. Pims vader koos voor een carrière in het verre Ned.-Indië. Hier werd hij begin jaren ’30 werkzaam als administrateur op een theeonderneming. De vader en moeder van Pim huwden in 1939 in Arnhem. Hier was haar vader werkzaam als griffier van de Provinciale Staten van Gelderland en vele aanwezige autoriteiten maakten de huwelijksplechtigheid, volgens kranten, op het stadhuis en in de Eusebiuskerk tot een ware society gebeurtenis. Als getuigen van het bruidspaar traden op een oom Dijckmeester, de zwagers Beelaerts van Emmichoven en Royaards (alle drie afkomstig uit patriciaatsfamilies) en een oom baron Van Haersolte. Na hun huwelijk vestigden de ouders van Pim zich in Ned.-Indië en ruim twee jaar na Pims geboorte werd zijn zusje geboren. Inmiddels was Ned.-Indië bezet door Japan en de vader van Pim werd gearresteerd en geïnterneerd in een kamp. Zijn moeder bleef met haar twee kinderen achter, maar had toch de moed om Engelse en Australische piloten in haar woning te verbergen. Nadat zij verraden werd, kwam zij in een gevangenis terecht. Pim en zijn zusje werden op tijd ondergebracht bij twee verschillende buurvrouwen, tegen wie zij ‘moeder’ moesten zeggen, omdat zij anders als alleenstaande kinderen ook opgepakt zouden worden. Pas na afloop van de oorlog, na moeilijke en zeer zware jaren te hebben doorstaan, zou het gezin weer herenigd worden.

Het gezin reisde per boot terug naar Nederland en onderweg brak Pim nog een been aan boord, vanwege zijn broosheid door ondervoeding. In Nederland kreeg het gezin een jaar lang onderdak bij een oom en tante van Pim, het echtpaar Royaards-Bentinck van Schoonheten, met een onderbreking van drie maanden in Zwitserland, waar zij op regeringskosten mochten aansterken. Hierna vertrokken zijn ouders weer naar Ned.-Indië, waar zijn vader administrateur bij theeonderneming Tjikembang werd. Na een jaar volgden ook Pim en zijn zusje. De gebeurtenissen die zouden leiden tot de onafhankelijkheid van Indonesië zorgden er voor dat de ouders van Pim hem en zijn zusje uit voorzorg naar Nederland stuurden, waar hij en zijn zusje werden opgevangen in een kindertehuis. Ook zijn moeder volgde al spoedig, maar zijn vader bleef, totdat hij, net op tijd dankzij een telefoontje, met spoed kon vertrekken om zo een arrestatie te voorkomen. ‘Totaal berooid, met achterlating van alles wat hij had’ kwam zijn vader terug in Nederland, schreef Pim zelf jaren later.

Afb. 3. Schoonheten – sinds de bouw in de 17e eeuw altijd bewoond door Bentincks.

Nadat het gezin weer herenigd was, werd zijn vader directeur van een machinefabriek in Coevorden. Inmiddels was het gezin uitgebreid door de komst van een broertje. De jaren hier noemde Pim later ‘de gelukkigste periode in zijn jeugd’ en hierover zei hij: “Hier heb ik de natuur leren kennen en waarderen, naar hartelust buiten kunnen spelen, kunnen vissen in de vijver van het stadspark of kievitseieren zoeken samen met mijn vader. Vanuit Coevorden maakten we familiebezoekjes en kwamen o.a. op Schoonheten en op Beerse.” Schoonheten zou sindsdien altijd op zijn warme belangstelling kunnen blijven rekenen, omdat zijn familiegeschiedenis hier zo sterk mee verbonden was. Al sinds de tweede helft van de 16e eeuw bezaten zijn voorouders hier gronden en goederen. In de 17e eeuw werd hier het nu nog bestaande huis Schoonheten gebouwd en in de Grote Zaal hangen hier de portretten van opeenvolgende generaties Bentincks met hun echtgenotes. Uiteindelijk besloten zijn ouders uiteen te gaan en door het tweede huwelijk van zijn vader kreeg Pim er nog een zusje bij.

Door de tijdsomstandigheden waren de schooljaren voor Pim geen succes. Zonder diploma’s begon hij aan zijn militaire dienst, zwaaide af als reserve luitenant bij het Korps Commando troepen en werd uiteindelijk reserve kapitein bij de infanterie. In 1964 vertrok hij naar de Verenigde Staten, waar hij bij aankomst van het overlijden van zijn vader hoorde. Het maakte hem tot familieoudste van de Nederlandse baronale tak. In de Verenigde Staten zette hij een filmproductiebedrijf op, dat zich specialiseerde in reclame- en bedrijfsfilms. In 1976 keerde hij terug naar Nederland en zette ook hier een filmproductiebedrijf op.

In 1979 trad hij in het huwelijk met Charlotte Dorothea Coldewey, telg uit een patriciaatsfamilie uit het Blauwe Boekje, die gedurende meerdere generaties eigenaar was van Bussink’s Koninklijke Deventerkoekfabr. N.V. Haar vader was geen onbekende op Schoonheten, want hij had hier jarenlang de reeënjacht gepacht. Op deze dag huwelijksdag speelde Schoonheten een belangrijke rol: “Ons huwelijksdiner heeft op Schoonheten plaatsgevonden en als symbool van deze heugelijke dag is er op het erf van Schoonheten de cypres geplant die nu nog fier op de noord-westhoek binnen de gracht staat.” Uit hun huwelijk werd een zoon geboren, aan wie hij graag de familiegeschiedenis wilde doorgeven. Zijn interesse als stamhouder in deze familiegeschiedenis werd in de loop der jaren steeds groter en zo organiseerde hij in 1988 in het William & Mary jaar een grote Bentinck reünie, toen herdacht werd dat Stadhouder Willem III naar Engeland ging en hij en zijn echtgenote uiteindelijk tot Koning en Koningin van Engeland gekroond werden. Op deze dag verenigde hij vele Bentincks uit de Engelse en Nederlandse takken. Als locatie werd gekozen voor Paleis Het Loo. Dit was niet alleen omdat Het Loo door Willem en Mary gebouwd was, maar ook omdat het nabijgelegen kasteel het Oude Loo oorspronkelijk Bentinck bezit was. In de 15e eeuw was Hendrick Bentinck (vermeld 1468-†1502) door koop heer van het Loo geworden en van hem stammen alle huidige Bentincks af. De Bentinck reünie haalde zelfs de buitenlandse media en zo stond er in de Franse Point de Vue een grote groepsfoto op de trappen van Het Loo met op de achtergrond het paleis.

Afb. 4. Familiereünie in 2016: in het midden Pim baron Bentinck van Schoonheeten, familieoudste van de Nederlandse Bentincks, en Timothy Bentinck, 12th Earl of Portland, familieoudste van de grafelijke tak Bentinck in Engeland. Links William Bentinck Viscount Woodstock, en rechts Wolter baron Bentinck van Schoonheten met zijn zoon Berend Willem Nicolaas.

Zijn interesse in de familiegeschiedenis zorgde ook voor zijn grote betrokkenheid bij Stichting Archivariaat Bentinck-Schoonheten, die het zeer belangrijke familiearchief op Schoonheten beheert en waarvan hij een zeer betrokken bestuurslid werd. Het archief mocht niet alleen op zijn grote steun rekenen, maar kreeg van hem ook verschillende schenkingen, waaronder recent nog een familieportret.

Na het beëindigen van zijn actieve loopbaan als filmproducent zocht hij nieuwe bezigheden. Zo deed hij met zijn Railton uit 1936 mee aan een klassieke autorally van Peking naar Parijs, waarmee hij zes weken onderweg was. Het werd een zware, maar onvergetelijke ervaring. De laatste jaren werd tuinieren zijn hobby, maar zijn grote trots waren zijn twee kleinkinderen, de twintigste generatie van zijn familie. Van zijn enige kleinzoon wist hij, dat deze hem ooit zou gaan opvolgen als familieoudste in Nederland.

In 2020 trad hij zelf als familieoudste nog één keer groot in het voetlicht, toen hij als één van de vier hoofdpersonen figureerde in de vierdelige documentaireserie ‘Van oud geld , de dingen die niet voorbij gaan’. Samen met Jort Kelder bezocht hij Schoonheten en liet hier onder meer in het archief de indrukwekkende familiestamboom zien. Meedoen aan deze serie was voor hem niet alleen een mogelijkheid  om te laten zien hoe adel nu leeft, maar ook om iets van zijn rijke familiegeschiedenis te delen.

Op 17 december overleed Pim baron Bentinck van Schoonheten op 80-jarige leeftijd. CRAIGNEZ HONTE (vrees schaamte) luidt de wapenspreuk van de Bentincks – als familieoudste van de Nederlandse Bentincks heeft Pim baron Bentinck van Schoonheten deze wapenspreuk alle eer aangedaan.

Informatie mede met hartelijke dank aan de Nieuwsbrief van Stichting Archivariaat Bentinck-Schoonheten.

Afb. 5. De cypres geplant op de noord-westhoek binnen de gracht van Schoonheten – geplant ter gelegenheid van het huwelijk Bentinck van Schoonheten-Coldeweij in 1979.

 

Sluiting dreigt voor St. Willibrorduskerk in Vierakker: de mooiste kerk van Gelderland

Afb. 1. De St. Willibrorduskerk in Vierakker heeft een uitzonderlijk fraai en gaaf bewaard gebleven interieur uit 1870, met verschillende familiewapens, die verwijzen naar de adellijke families die de bouw mede hebben mogelijk gemaakt: Van der Heyden van Doornenburg, Von Motzfeldt en Van Voorst tot Voorst.

Twee weken geleden werd bekend dat in Vierakker de St. Willibrorduskerk gesloten gaat worden. In 2009 werd deze nog uitverkozen tot ‘Mooiste Kerk van Gelderland’, maar nu lijkt deze wonderschone en gaaf bewaard gebleven kerk met zijn rijke interieur het zelfde lot beschoren als vele andere kerken.

De kerk werd in 1870 gesticht dankzij Alexander Amandus Josephus Canisius baron van der Heyden, heer van Doornenburg en Suideras (1813-1879), die met zijn echtgenote Theresia Josephina Maximiliana Francisca von Motzfeldt (1811-1870) op het huis Suideras in Vierakker woonde. Zijn voorouders, die op huis Baak woonden en altijd rooms-katholiek waren gebleven, hadden altijd de plaatselijke kerk gesteund. Ook de in 1890 aldaar gebouwde Sint Martinuskerk kon gebouwd worden dankzij een legaat van 50.000 gulden uit 1868 van jonkheer Ernestus Wilhelmus Franciscus Canisius van der Heyden (1813-1868), die een oom was van voornoemde Alexander. Eigenlijk wilde baron Alexander een kapelletje stichten, maar de aartsbisschop van Utrecht had op zijn voorstel geantwoord: “Bouw liever een kerk, want U kunt daar een goede parochie stichten, ten bate van velen.”

In de kerk herinnert nog veel aan de familie Van der Heyden: op de deurtjes van de familiebanken, op de communiebank en op de preekstoel zijn de wapens Van der Heyden-Von Motzfeldt te zien. Voor het hoofdaltaar zijn bovenin het hekwerk de wapens Van der Heyden en Van Voorst tot Voorst te zien. Dit laatste wapen betreft de derde echtgenote van baron Alexander: Joanna Maria barones van Voorst tot Voorst (1841-1933). Ook andere familieleden droegen bij aan deze nieuwe kerk. Zo schonken drie baronnen Van Hövell tot Westerflier, neven van de stichter, een kazuifel, dalmatiek en tuniek. Charlotte barones d’Isendoorn à Blois née barones van Oldeneel tot Oldenzeel van kasteel de Cannenburch schonk een verguld zilveren kelk.

Achter de kerk bevindt zich de grafkelder van huis Suideras, waarin ook de staatsman jonkheer mr. Charles Joseph Marie Ruijs de Beerenbrouck (1873-1936) is bijgezet, die met een dochter van baron Alexander in het huwelijk trad. Het was diens dochter, Maria Johanna van Nispen tot Sevenaer née jonkvrouwe Ruijs de Beerenbrouck (1903-1999), die er persoonlijk voor zorgde dat de witkwast niet door het interieur werd gehaald, waardoor het interieur in zijn originele, rijke kleurenpracht bewaard is gebleven. Haar kleindochter, Charlotte Bonga née jonkvrouwe Tulleken, woont nu op huis Suideras en werd in De Stentor geïnterviewd over deze sluiting. Hierover zegt zei: “We hebben nog een sprankje hoop dat het alsnog goed komt, mede door het ‘onder voorbehoud’ dat is geplaatst achter onze sluiting. Ik kan me gewoon niet voorstellen dat deze kerk gaat sluiten. Dat idee is zó onwerkelijk.”

Link naar het interview met haar in De Stentor mét een filmpje, waarin zij vertelt over de St. Willibrorduskerk (let op: het betreft een PREMIUM artikel) https://www.destentor.nl/zutphen/ongeloof-om-sluiting-mooiste-kerk-van-gelderland-dat-idee-is-zo-onwerkelijk~af47a8e2/

Link naar de website van de kerk met meer informatie https://www.demooistekerk.nl/

Afb. 2. De familiewapens Van der Heyden van Doornenburg en Van Voorst tot Voorst boven de koorafscheiding.
Afb. 3. De St. Willibrorduskerk in Vierakker: monumentale pracht van 19e-eeuwse adellijke aanwezigheid in een kleine parochie.

 

Boekennieuws: Utrechtse buitenplaatsen. Lusthoven van adel, geestelijkheid en burgers

Afb. Op de voorzijde: Huis Broekhuizen, dat in deze vorm werd herbouwd, na een allesverwoestende brand, door de familie Pauw van Wieldrecht.

Kasteel de Haar, Slot Zeist, Kasteel Amerongen, Oud- en Nieuw-Amelisweerd: stuk voor stuk bekende kastelen en buitenplaatsen in de provincie Utrecht. Niet alleen de gebouwen zijn architectonische parels, ook hun omringende parken en tuinen behoren tot ons nationaal groen-historisch erfgoed. Maar welke geschiedenis en mooie verhalen gaan er schuil achter al deze Utrechtse kastelen en buitenplaatsen? Wie bouwden ze en wie woonden er? En hoe zijn al die fraaie parken en tuinen rondom deze buitens ontstaan?

Dit boek, dat vooral een verleidende gids wil zijn, beschrijft ruim vijftig van deze Utrechtse lusthoven. Hun bouw, het ontstaan van de tuinen, de bewoners en wetenswaardigheden uit de vaak eeuwenoude geschiedenis passeren de revue. Elke buitenplaats heeft zijn eigen, unieke verhaal. Maar deze buitens vertellen ook een verbindend verhaal: over rijkdom, macht, grondbezit, vooraanstaande families, architectuur- en tuingeschiedenis, maar ook over ziektes, brand en oorlogsgeweld.

Voorts bevat dit boek informatie over wat er op en in de buurt van de buitenplaatsen te beleven is: sommige zijn als museum toegankelijk, bij andere kun je wandelen en weer andere organiseren activiteiten – van natuur- en tuinexcursies tot concerten en cursussen. En op een flink aantal zijn evenementen mogelijk. Daarmee is dit boek niet alleen een aantrekkelijke introductie op dit bijzondere erfgoed, maar ook een gids om mee te nemen als je een buitenplaats bezoekt.

Deze uitgave is mede tot stand gekomen dankzij de provincie Utrecht en het Prins Bernhard Cultuurfonds Utrecht.

Link naar de website van de uitgever Kantoor Verschoor met bestelmogelijkheid https://www.kantoorverschoor.nl/utrechtse-buitenplaatsen/

Over de auteurs

Lenneke Berkhout (1959) is historicus en promoveerde in 2020 op haar onderzoek naar de hoveniers van Oranje; hun functie, werk en positie in de periode 1621-1732. Momenteel onderzoekt zij de wereld van de tuinbazen op historische buitenplaatsen in de 19de eeuw. Lenneke Berkhout heeft een grote interesse in historische parken en tuinen, waarvoor zij zich op meervoudige wijze inspant. Voor stichting Kastelen, historische Buitenplaatsen en Landgoederen verzorgt zij als eindredacteur talrijke nieuwsbrieven. Zij publiceert regelmatig over groenhistorische onderwerpen.

René W.Chr. Dessing (1956) zet zich al vele jaren in voor het behoud van de Nederlandse buitenplaatsen. Hij was in 2012 de initiatiefnemer en organisator van het Themajaar van de historische buitenplaatsen. Momenteel is hij voorzitter van de door hem in 2014 opgerichte stichting Kastelen, historische Buitenplaatsen & Landgoederen (www.skbl.nl). Voorts is hij als directeur verbonden aan stichting Erfgoed Landfort te Megchelen (Gld) (www.erfgoedlandfort.nl). Daar beijvert hij zich voor de revitalisering van de buitenplaats Huis Landfort naar een Nationaal Centrum ten behoeve van de Nederlandse Buitenplaatscultuur. Naast andere publicaties schreef hij voor Elsevier het themanummer Buitenplaatsen (uitgave Elsevier Magazine, 2012), Nationale Gids Historische Buitenplaatsen (2012), De Amsterdamse Buitenplaatsen: een vergeten stadsgeschiedenis (2015) en Haagse en Leidse Buitenplaatsen, over landelijke genoegens van adel en burgerij (2016).

Venduehuis Den Haag 15, 16 en 17 dec.: Winterveiling met wapenporselein Clifford, De Famars-Vriesen en zilver Boutmy-Ament

Afb. 1. Links het bord met het wapen Clifford en rechts het bord met het alliantiewapen De Famars-Vriesen. Foto met hartelijke dank aan het Venduehuis in Den Haag/www.venduehuis.com.

Op 15, 16 en 17 december vinden er bij het Venduehuis in Den Haag drie zaalveilingen plaats, waarbij er zilver, juwelen, porselein, meubelen en nog veel meer geveild wordt. Hierbij onder meer ook porseleinen borden met daarop de familiewapens Clifford en De Famars-Vriesen en twee zilveren soepterrines met het alliantiewapen Boutmy-Ament. Lees het verhaal hierbij hieronder of kijk in de online catalogi van deze drie veilingen van het Venduehuis in Den Haag op https://wavemaker.venduehuis.com/auction?auction=435 of https://wavemaker.venduehuis.com/auction?auction=436 of https://wavemaker.venduehuis.com/auction?auction=437

Wapenbord Clifford
De familie Clifford stamt uit Norfolk in Engeland, waar de stamvader John Clifford in 1508 als leenman genoemd werd. Begin 17e eeuw kwam George Clifford (1623-1680) naar Amsterdam en werd koopman op Engeland. Zijn nakomelingen werden kooplieden en bankiers en stichtten florende firma’s. Door huwelijken verbonden zij zich met regentengeslachten als Van Schuylenburch, Bouwens en Van de Poll. In 1815 werden  verschillende nakomelingen in de Nederlandse adel verheven met het predikaat jonkheer en in 1874 werd de titel baron bij eerstgeboorte verleend.

De laatste en vierde drager van de titel baron was Roger Frederick Walter baron Clifford (1888-1967), wiens vader als kamerheer, hofmaarschalk en opperhofmaarschalk van Koningin Wilhelmina een bekende hoveling was. De dochter van Roger baron Clifford, Claire Henriette Jacqueline Zwerver née jonkvrouwe Clifford (1917-2000) overleed in 2000 als laatste van de Nederlandse adellijke Cliffords.

Wapenbord De Famars-Vriesen
De familie Vriesen was een schatrijk en vooraanstaand Zwols regentengeslacht. In 1720 bouwde de Zwolse burgemeester Jacob Vriesen (1684-1760) een classicistisch landhuis in de buurt van Dalfsen: Den Aalshorst. Het was de opvolger van een huis dat hier door zijn grootvader Jacob Vriesen (ca. 1612-1684) in 1644 was gebouwd. Het geslacht Vriesen zou eigenaar blijven van het huis en het omvangrijke landgoed van 450 hectare tot in 1808 de laatste nakomelinge overleed. Deze laatste nakomelinge was Machteld Johanna Geertruid Vriesen (1734-1808). Zij huwde in 1752 de generaal-majoor Jan Willem de Famars (1715-1785), wiens familie uit Frankrijk stamde en die zich in de 17e eeuw in Duitsland gevestigd had. Dit echtpaar is de opdrachtgever van een groot chine de commande servies, waarop hun alliantiewapens zijn aangebracht en waarvan dit bord deel uitmaakte.

Het Clifford bord heeft schade en is gerestaureerd. Beide maken deel uit van lot 2605 en worden getaxeerd op 800-1200 euro. Veilingopbrengst 1400 euro.

Link naar meer informatie over een boek over Den Aalshorst, dat eerder dit jaar verscheen https://www.adelinnederland.nl/boekennieuws-den-aalshorst-levensverhaal-van-een-landgoed-door-jan-ten-hove/

Zilveren soepterrines met alliantiewapen Boutmy-Ament
De families Boutmy en Ament zijn beide patriciaatsfamilies, die zijn opgenomen in het Blauwe Boekje van het Nederland’s Patriciaat. De familie Boutmy stamt uit Henegouwen en een nakomeling vestigde zich in 1824 in Batavia in Ned.-Indië. De familie Ament was oorspronkelijk afkomstig uit de Rijnpalts in Duitsland en vestigde zich in de 18e eeuw in Amsterdam. Een jongere tak vestigde zich eerst in Friesland en daarna in Ned.-Indië

Edouard Corneille Colette Boutmy (1820-1881) werd inspecteur van financiën in Batavia, landheer van Soekaradja, Tjiloear en 5/6 Tanah-Baroe (Buitenzorg). Hij huwde 24 november 1848 Henriette Hermina Ament (1832-1895), die de dochter was van een directeur der producten en civiele magazijnen in Batavia. Het echtpaar kreeg tien kinderen, waarvan er drie jong stierven. Eén dochter huwde een jonkheer Von Schmidt auf Altenstadt, uit een familie die zich ook in Ned.-Indië gevestigd had.

Ter gelegenheid van het zilveren huwelijk van dit echtpaar werden in 1873 deze twee zilveren soepterrines vervaardigd door J.M. van Kempen en Zn in Voorschoten met daarop gegraveerd het alliantiewapen Boutmy-Ament.

Het betreft lot 1527 en beide terrines worden samen getaxeerd op 2500-4500 euro. Veilingopbrengst 2200 euro.

Benieuwd naar wat er nog verder geveild wordt op deze drie veilingen? Kijk dan in de online catalogi van het Venduehuis in Den Haag op https://wavemaker.venduehuis.com/auction?auction=435 of https://wavemaker.venduehuis.com/auction?auction=436 of https://wavemaker.venduehuis.com/auction?auction=437

Afb. 2. Twee zilveren soepterrines uit 1873, die ter gelegenheid van het zilveren huwelijk van het echtpaar Boutmy-Ament met daarop hun familiewapens werden vervaardigd. Foto met hartelijke dank aan het Venduehuis in Den Haag/www.venduehuis.com.

 

13 t/m 17 dec.: timed online veiling Veilinghuis Van Spengen met een portret door jonkvrouwe Van Heemskerck van Beest en portretten Van Eck

Afb. 1. Vice-admiraal Jacob van Heemskerck (1567-1607), geschilderd in 1899 naar een gravure door zijn verre familielid jonkvrouwe Jacoba Berendina van Heemskerck van Beest (1876-1923). Foto met hartelijke dank aan Veilinghuis Van Spengen in Hilversum/https://www.vanspengen.nl.

Van 13 december t/m 17 december loopt er een Timed online veiling af bij Veilinghuis Van Spengen in Hilversum met kunst, antiek, zilver, porselein, juwelen, enz. Tot de aangeboden kavels behoren o.a. een familieportret door kunstschilderes jonkvrouwe Van Heemskerck van Beest en portretten van de regentenfamilie Van Eck. Lees het verhaal hierbij hieronder en kijk voor de online catalogus voor wat verder geveild wordt op https://vanspengen.cloudcatalogus.nl/Home/Catalog

Een schilderende jonkvrouwe
Jonkvrouwe Jacoba Berendina van Heemskerck van Beest (1876-1923) was de dochter van een luitenant-ter-zee 2e kl., die kunstschilder werd. Zij stamde uit een oude regentenfamilie uit Delft, waarvan de stamvader in 1420 vermeld werd met de familienaam Van Beest. Op basis van een niet bewezen afstamming uit het riddermatige geslacht Van Heemskerck werd in de 17e eeuw de naam Heemskerck toegevoegd.

Zij volgde vanaf 24-jarige leeftijd privéschilderlessen en zat in de jaren 1897-1901 op Haagse Academie van Beeldende Kunsten. Zij schilderde landschappen, tekende daarnaast en maakte ook veel grafisch werk. Na eerst geïnspireerd te zijn geweest door het kubisme, ontwikkelde zij zich later richting het expressionisme. Door haar vele exposities verwierf zij grote bekendheid. In haar werk werd zij gesteund door de verzamelaarster van moderne kunst, Marie Tak van Poortvliet, die haar goede vriendin en levensgezellin zou worden. Haar laatste levensjaren werden getekend door ziekte en zij overleed op 47-jarige leeftijd.

Link naar haar biografie in het vrouwenlexicon: http://resources.huygens.knaw.nl/vrouwenlexicon/lemmata/data/Heemskerck

Geheel in afwijking van haar latere werk schilderde Jacoba in 1899 op basis van een gravure dit traditionele familieportret met familiewapen van haar beroemdste familielid: de vice-admiraal Jacob van Heemskerck (1567-1607). Hij verwierf al vroeg roem door zijn deelname aan de beroemde Overwintering op Nova Zembla van Willem Barentsz. Hij sneuvelde uiteindelijk in de Slag bij Gibraltar, waar de Spaanse vloot werd verslagen. Hij kreeg een staatsbegrafenis en in de Oude Kerk in Amsterdam hangt nog heden zijn epitaaf met daarop onder meer de volgende tekst door Pieter Corneliszoon Hooft:  “Heemskerck, die dwers door ‘tys en tyser dorste streven, Liet d’eer aen ‘tland, hier ‘tlyf, voor Gibraltar het leven.”

Het portret is gesigneerd en gedateerd rechtsonder 1899 en betreft een olieverf op doek, 96 x 72 cm. Het wordt getaxeerd op 300-400 euro. Veilingopbrengst 705 euro.

Afb. 2. Het echtpaar Van Eck-Umbgrove door Pieter Frederik de la Croix. Foto’s met hartelijke dank aan Veilinghuis Van Spengen in Hilversum/https://www.vanspengen.nl.

De regentenbroeders Van Eck
Het geslacht Van Eck is een Tielse-Arnhemse familie, die teruggaat tot de eerste vermelding in 1539. In de 17e eeuw ging de familie door huwelijken en functies tot de kleine groep van regentenfamilies behoren. De familie bracht vele bestuurders voort en werd opgenomen in het blauwe boekje van het Nederland’s Patriciaat. In de laatste generaties bewoonde de familie het huis Mariëndaal in Oosterbeek. In de afgelopen jaren werden al eerder portretten van deze uitgestorven regentenfamilie op veilingen aangeboden (zie: https://www.adelinnederland.nl/veilingnieuws-vader-en-zoon-eck/).

Mr. Engelbert van Eck (1715-1783), was de oudste zoon van mr. Lambert van Eck, die burgemeester van Arnhem was, en Margaretha Geertruida Engelen. Beiden stamden uit regentenfamilies. Hij huwde Johanna Umbgrove (1725-1799), die eveneens uit een regentenfamilie stamde. Haar vader was onder meer advocaat en schepen te Arnhem en gedeputeerde ter Staten-Generaal. Engelbert van Eck was ook advocaat te Arnhem en daarnaast charterbewaarder van de heerlijkheid Doorwerth, secretaris en vervolgens auditeur van de Rekenkamer in Gelderland.

Hij is ten ten halve lengte afgebeeld in een rijk gedecoreerd kostuum. Zijn echtgenote Johanna van Eck-Umbgrove is ten halve lengte afgebeeld in een witte zijden jurk, met bladmuziek. Beide portretten zijn geschilderd en gesigneerd 1750 door Pieter Frederik de la Croix (1709-1782). De portretten zijn altijd familiebezit gebleven en worden nu voor het eerst op een veiling aangeboden. Ze worden getaxeerd op 2000-4000 euro. Veilingopbrengst 1855 euro.

Mr. Joachim van Eck (1716-1778), was de tweede zoon van mr. Lambert van Eck, die burgemeester van Arnhem was, en Margaretha Geertruida Engelen. Beiden stamden uit regentenfamilies. Joachim was secretaris van het jachtgericht van Veluwe, advocaat, schepen, raad en burgemeester van Arnhem. Hij is staande ter halve lengte afgebeeld, in een grijs kostuum met blauw geborduurd vest en met pruik. Het portret is geschilderd en gesigneerd 1744 door Pieter Frederik de la Croix (1709-1782). Het portret is altijd familiebezit gebleven en wordt nu voor het eerst op een veiling aangeboden. Het wordt getaxeerd op 1000-2000 euro. Veilingopbrengst 750 euro.

Benieuwd naar wat er verder geveild wordt bij Veilinghuis Van Spengen? Kijk dan in de online catalogus https://vanspengen.cloudcatalogus.nl/Home/Catalog

Afb. 3. Joachim van Eck, portret door Pieter Frederik de la Croix. Foto met hartelijke dank aan Veilinghuis Van Spengen in Hilversum/https://www.vanspengen.nl.

Kerst op Slot Zuylen: vrijdag 10 t/m donderdag 30 december

Afb. 1. De Gobelinzaal, waar al meer dan drie eeuwen een wandtapijt van de Delftse wever Maximiliaan van der Gucht de wanden siert.

Vanaf vrijdag 10 december t/m donderdag 30 december is Slot Zuylen bij Utrecht in kerstsfeer te bezichtigen! Sfeervolle kerstbomen en kerststukken in de statige zalen en kamers brengen u alvast in kerststemming. Het zilver op tafel is gepoetst en glanst in het licht van de kerstverlichting. Guirlandes, kransen en kerststukken zijn door vele vrijwilligers gemaakt, waarbij ook de familie Van Tuyll van Serooskerken heeft meegeholpen. Het kasteel is nu nóg sprookjesachtiger in deze donkere dagen voor Kerst! Boek snel uw kaarten online en mis deze kans niet om Slot Zuylen in al zijn warme kerstpracht te bewonderen!

Op donderdag 23 en donderdag 30 december is er een speciale avondopenstelling met muziek en versnaperingen.

Link naar de website voor het online reserveren van kaarten https://www.slotzuylen.nl/agenda/2021/kerst-op-het-kasteel/

Afb. 2. In de eetzaal is eeuwenoud porselein van de familie Van Tuyll van Serooskerken te zien op de rijkgedekte tafel en op en in kasten.

In 1617 kocht Adam van Lockhorst (ca. 1587-1656) Slot Zuylen en sindsdien bleef het eeuwenlang familiebezit. Via zijn dochter Anna Elisabeth van Lockhorst (†1656), die gehuwd was met Gerard van Reede (1624-1670), vererfde het slot op zijn kleindochter Anna Elisabeth van Reede (1652-1682). Haar huwelijk met Hendrik Jacob van Tuyll van Serooskerken (1642-1692) bracht Slot Zuylen in dit geslacht. Slot Zuylen werd tot 1951 bewoond door de baronnen Van Tuyll van Serooskerken, maar om de continuïteit van het kasteel en de inboedel te garanderen, werd het geheel vervolgens in 1952 in een stichting ondergebracht. Slot Zuylen is sindsdien opengesteld voor bezoekers.

Afb. 3. Misschien ziet ook u Slot Zuylen binnenkort in winterse pracht buiten, met warme kerstsfeer binnen!

 

Dinner with the Duchess

Afb. Screenshot van de website van Belvoir Castle met een foto van de State Dining Room. Foto met dank aan https://www.belvoircastle.com/product/duchess-dinner-2/

Op Belvoir Castle, familiebezit van de Hertogen van Rutland, biedt Her Grace The Duchess of Rutland de mogelijkheid om als paying guest met haar aan tafel te zitten in de State Dining Room, die geheel in kerstsfeer is gebracht. Vooraf is er een privé rondleiding door de officiële vertrekken, met een ontvangst met champagne en na afloop is er een borrel in de Elizabeth Salon met live jazz muziek in de Zaal van de Wachters. Kosten? 295 pond (345 euro). Een nieuwe manier om oud familiebezit te commercialiseren; wie volgt in Nederland?

Belvoir Castle kwam door vererving in 1508 in het bezit van de familie Manners, maar in de vrouwelijke lijn loopt de familielijn van zesendertig opeenvolgende generaties van eigenaren terug tot in 1086. De familie Manners heeft als stamvader Sir Robert de Manners, die in 1329 landerijen in leen kreeg. Hij was parlementslid en vocht mee in de Schotse oorlogen. Hij kan tot de oude feodale Engelse adel gerekend worden. Door het huwelijk met de erfdochter van Belvoir Castle kreeg de familie Manners de titel Lord de Ros of Helmsey en in 1525 werd de titel Earl (graaf) of Rutland verleend. De 9th Earl of Rutland werd vanwege zijn grote steun aan Koning-Stadhouder Willem III verheven tot Marquess (markies) of Granby en Duke (hertog) of Rutland.

Het kasteel in zijn huidige vorm dateert grotendeels uit het begin van de 19e eeuw en werd gebouwd in de Gothic Revival Style. Mede door de grote, centrale ronde toren doet het kasteel sterk aan Windsor Castle denken en daarom werd Belvoir Castle dan ook gekozen als opnamelocatie voor scenes op Windsor Castle in de serie The Crown.

De huidige 11th Duke of Rutland huwde in 1992 Emma Watkins en zij is degene geweest die Belvoir Castle en de hertogelijke titel als merk in de markt heeft gezet. Meestal wordt van haar afkomst alleen gezegd (als een bewuste vorm van downgrading?) dat zij de dochter van een boer uit Wales is, maar haar familie is zeer ondernemend en succesvol: haar vader zocht in 1984 op zijn land naar een waterpoel voor zijn koeien, maar vond mineraalwater van hoge kwaliteit. Hij grondvestte de Radnor Hills Mineral Water Company, die inmiddels 200 miljoen flessen per jaar verkoopt en bijna 30 miljoen pond winst per jaar heeft.

Emma Duchess of Rutland heeft van Belvoir Castle met zijn 6000 hectare landerijen een florerend bedrijf gemaakt en gebruikt haar titel om in de media veel aandacht voor Belvoir Castle te genereren. Met enige regelmaat staan er van haar en haar kinderen – haar dochters zijn inmiddels bekende socialites – in de bladen geposeerde foto’s in de staatsievertrekken op Belvoir Castle, die doen lijken of het luxe 19e-eeuwse adellijke leven met veel personeel nooit verdwenen is (zie de Vanity Fair reportage https://www.vanityfair.com/style/photos/2017/11/inside-belvoir-castle-with-the-manners-sisters). De hertogin is actief op social media, heeft haar eigen website met blog (https://emmaduchessrutland.com), Instagramapagina (https://www.instagram.com/duchessrutland/) en podcast https://www.duchessthepodcast.com), waarin zij ‘een kijkje achter de schermen geeft’ bij andere adellijke kasteelbewoners. Wie de website van Belvoir Castle bekijkt, kan zelf zien waar de meeste aandacht naar uitgaat. Het is even zoeken, maar via het kopje ‘more’ komt u pas terecht bij informatie over de geschiedenis van het kasteel.

Een aantal jaren geleden kwam er een barst in het perfecte plaatje, toen bleek dat zij en haar echtgenoot beiden een nieuwe partner gevonden hadden en gescheiden van elkaar in verschillende delen van Belvoir Castle woonden. Om uiteen te gaan was geen optie, omdat Emma als Duchess of Rutland inmiddels zelf een merk is geworden, dat bijdraagt aan het voortbestaan van Belvoir Castle. Lokale bewoners kregen kritiek op haar kinderen, van wie het ‘wilde’ gedrag als een gevolg van de bijzondere huwelijksomstandigheden gezien wordt. In de omgeving van Belvoir Castle wordt sindsdien gesproken over ‘Bad Manners’.

Link naar de website van Belvoir Castle https://www.belvoircastle.com/product/duchess-dinner-2/

H.K.H. Prinses Catharina-Amalia: binnengeleid in de Raad van State in het voormalige Huis Van Wassenaer-Obdam

Afb. 1. De Prinses van Oranje werd binnengeleid in de Raad van State door haar beide ouders. Foto met hartelijke dank aan en © Oscar Meijer.

Vandaag werd Prinses Amalia, begeleid door haar ouders, binnengeleid in de Raad van State. De Raad van State is een van de Hoge Colleges van Staat in het Koninkrijk der Nederlanden. Het is niet alleen een belangrijk adviesorgaan van de regering, maar ook de hoogste rechtsprekende instantie die een uitspraak kan doen wanneer er een geschil is tussen burger en overheid.

Lees meer over deze gebeurtenis op https://www.koninklijkhuis.nl/agenda/2021/12/08/binnengeleiding-prinses-van-oranje-in-raad-van-state

De Raad van State is gevestigd in het voormalige stadspaleis van de graven Van Wassenaer-Obdam, dat ontworpen werd door de architect Daniël Marot (1661-1752). Hij wist op een onmogelijke plek het in een hoek van de Kneuterdijk en het Lange Voorhout gelegen pand een vorstelijke uitstraling te geven. Oorspronkelijk werd de entree bekroond door een koepel. In 1816 verkocht Maria Cornelia gravin van Wassenaer, baandervrouwe van Wassenaar, vrijvrouwe van Lage, vrouwe van Twickel, Weldam, Olidam, Obdam, Spierdijk, Hensbroek, Wogmeer, Zuidwijk en Kernheim (1799-1850), de laatste telg van deze tak, het huis voor 150.000 gulden aan Koning Willem I, die het aan zijn oudste zoon schonk, de latere Koning Willem II.

Benieuwd naar het huis ten tijde van de graven Van Wassenaer-Obdam? Debbie Splinter schreef haar Masterthesis Arts and Culture
Design and Decorative Art Studies in 2018 over dit Haagse stadspaleis https://studenttheses.universiteitleiden.nl/access/item%3A2602739/view

Afb. 2. ‘Gezicht op Paleis Kneuterdijk te Den Haag ‘t Huis van den grave van Wassenaer, heer van Obdam’, gravure  anoniem, naar Gerrit van Giessen, 1730 – 1736. Collectie Rijksmuseum Amsterdam.