Tombe van Nellesteijn in Leersum: Erfgoedparel 2021 provincie Utrecht

Afb. 1. In deze tombe zijn tot in 1917 twaalf familieleden bijgezet. De doelstelling van de Stichting tot Behoud van de Tombe van Nellesteijn is niet alleen het behoud en herstel van de Tombe, maar ook het herstel van het omliggende gebied en de zichtas naar Broekhuizen. Foto Stichting Behoud Tombe van Nellesteijn/Theo Kralt.

De Stichting Behoud Tombe van Nellesteijn zet zich in voor het behoud en herstel van de Tombe van Nellesteijn. De Tombe is een unieke combinatie van belvedère en mausoleum in Leersum. Het rijksmonument is in 1818 ontworpen door de bekende landschapsarchitect Jan David Zocher jr. De provincie Utrecht heeft de Tombe van Nellesteijn in Leersum aangewezen als één van de Erfgoedparels 2021. Dat betekent dat de provincie een bijdrage van bijna 100.000 euro gaat leveren aan de kosten van de restauratie.

Sinds de oprichting van de stichting in juli 2020 heeft de stichting samen met een restauratiearchitect en de gemeente Utrechtse Heuvelrug de werkzaamheden ter voorbereiding van de restauratie ter hand genomen. Er werd een restauratieplan opgesteld voor de restauratie van het monument, een website ingericht (zie: https://stichtingbehoudtombevannellesteijn.nl) en de fondsenwerving hiervoor werd gestart. Ook werden besprekingen aangevangen met Staatsbosbeheer voor het herstel van het omliggende gebied, met aandacht voor de door Zocher aangebrachte zichtas naar Broekhuizen.

De kosten van de restauratie worden geschat op ruim 165.000 euro. De provincie neemt daarvan zestig procent voor zijn rekening, 99.391 euro. ,,Voor de stichting betekent dit een belangrijke stap”, meldt voorzitter Theo Kralt. ,,Voor de vereiste eigen bijdragen is de fondsenwerving in volle gang. Wij hopen met de opbrengsten van de in Leersum uitgevoerde publieksacties en de bijdragen van de aangeschreven fondsen ook de financiering hiervoor bijeen te krijgen zodat de restauratie in het najaar kan beginnen.”

De tombe van Nellesteijn maakt deel uit van de grootse aanleg rondom Broekhuizen. Het huis werd gebouwd door de vermogende mr. Cornelis Jan van Nellesteijn, heer van Broekhuizen, Dompselaar en Darthuizen (1759-1832), die in 1793 het landgoed had gekocht en het oude huis had laten afbreken. Bij het huis werd een park in Engelse landschapsstijl aangelegd met slingerende vijverpartijen en fraaie boompartijen.

Na het overlijden van zijn echtgenote hertrouwde hij in 1812, tot grote schrik van zijn familie, met zijn huishoudster Fijtje Schuijlenburg (1787-1824), die we later ook wel wat deftiger onder de naam Sophia van Schuilenburg tegenkomen, maar zijn dochters huwden keurig met telgen uit de adellijke geslachten Steengracht, Van Tuyll van Serooskerken, Taets van Amerongen, Huyssen van Kattendijke en met een telg uit de patriciaatsfamilie Elias.

Afb. 2. Huis Broekhuizen met zijn monumentale gevel. Foto Stichting Behoud Tombe van Nellesteijn/Theo Kralt.

In 1897 werd Broekhuizen gekocht door mr. Maarten Iman ridder Pauw van Wieldrecht (1860-1913) en echtgenote Maria Pauw van Wieldrecht née jonkvrouwe Repelaer (1863-1939). Daarna vererfde het op hun dochter Christine Henriette Stratenus née jonkvrouwe Pauw van Wieldrecht (1890-1965), echtgenote van jonkheer mr. Théodore Jean Guillaume Stratenus (1886-1965), en in 1965 werd het door hun erfgenamen verkocht.

Afb. 3. De Tombe van Nellesteijn maakt deel uit van een grootse aanleg in de Engelse landschapsstijl. Foto Stichting Behoud Tombe van Nellesteijn/Theo Kralt.

Tweede Pinksterdag: Dag van het Kasteel

Op Dag van het Kasteel staan kastelen en buitenplaatsen in de spotlight! Samen met meer dan honderd deelnemers kun je deze bijzondere monumenten en al hun verhalen ervaren.

Dag van het Kasteel biedt bezoekers op tweede pinksterdag, 24 mei 2021, de mogelijkheid om Corona-proof een buitenplaats of kasteel te bezoeken. Hiervoor werkt het evenement samen met de Spacetime Layers app. Met de app op je smartphone kun je individueel of met het gezin op stap. “Met de Spacetime Layers app hebben Dag van het Kasteel-bezoekers tijdens hun wandeling een kleine gids in hun broekzak”, zegt Janneke van Dijk, projectleider van deze nationale kastelendag. “De wandelingen blijven beschikbaar in de app dus ook na Dag van het Kasteel kunnen bezoekers aan de wandel.”

Meer over het thema ‘Wat? Water!’ : https://dagvanhetkasteel.nl/thema-2021/
Meer over Waterwandelingen:
https://dagvanhetkasteel.nl/waterwand…
Volg Dag van het Kasteel online: Website:
https://dagvanhetkasteel.nl 

Over Dag van het Kasteel:
Dag van het Kasteel is het enige landelijke publieksevenement dat kastelen en buitenplaatsen in de spotlight zet. Samen met meer dan honderd kastelen en buitenplaatsen brengen we de diversiteit van dit erfgoed en de veelzijdigheid van de daaraan verbonden verhalen tot leven. Benieuwd naar meer verhalen? Bezoek onze website: dagvanhetkasteel.nl

Afb. Kasteel Amerongen. Het kasteel is helaas nog gesloten, maar de tuinen en de kasteelwinkel zijn weer geopend. Kijk voor meer informatie op www.kasteelamerongen.nl.

 

Boekennieuws: Den Aalshorst. Levensverhaal van een landgoed, door Jan ten Hove

Afb. 1. Den Aalshorst met op het voorplein fier wapperend de familievlag van de Van Dedems.

Vanmiddag vond de online boekpresentatie plaats in aanwezigheid van velen, die nauw met Den Aalshorst verbonden zijn, van het boek Den Aalshorst. Levensverhaal van een landgoed, dat door Jan ten Hove werd geschreven in opdracht van Landgoed Den Aalshorst B.V. Aanleiding was de bouw 300 jaar geleden van het nu nog bestaande huis Den Aalshorst. Het eerste exemplaar werd aangeboden aan Claartje barones Sloet van Oldruitenborgh, die de oudste aandeelhoudster is.

Het boek is een vuistdik boek geworden boordevol informatie op detailniveau, maar ook in een ruimere context die het huis en zijn bewoners plaatsen in hun tijd. Een boek dat heel prettig leesbaar is door de schrijfstijl en de talrijke anekdotes, en dat visueel aantrekkelijk is vormgegeven door Frank de Wit met fantastische foto’s van Frank Brinkman en Joost Lensink.

Het boek vertelt het verhaal van het ontstaan van het huis, de tuinen en het landgoed, maar ook het verhaal van de eigenaren, de pachters en het personeel, omdat zij ‘de historie van Den Aalshorst samen hebben gevormd’, aldus de auteur Jan ten Hove. Het boek biedt ook een bijzondere inkijk in het beheer van het landgoed in de afgelopen decennia en de problemen waarmee men te maken kreeg.

Afb. 2. Zicht op het huis Den Aalshorst met op de voorgrond het Grand Canal, dat in de 19e eeuw in landschappelijke stijl vergraven werd.

De eerste eigenaren: het regentengeslacht Vriesen
In 1720 bouwde de Zwolse burgemeester Jacob Vriesen (1684-1760), telg uit een vooraanstaand Zwolse regentengeslacht, hier een classicistisch landhuis. Het was de opvolger van een huis dat hier door zijn grootvader Jacob Vriesen (ca. 1612-1684) in 1644 was gebouwd. Het geslacht Vriesen zou eigenaar blijven van het huis en het omvangrijke landgoed van 450 hectare tot in 1808 de laatste nakomelinge overleed.

Het echtpaar Feith-Van Dedem
Na een kort intermezzo met Hendrik van Kempen als eigenaar, werd in 1823 mr. Louis Rhijnvis Feith (1783-1845), zoon van de bekende schrijver en dichter Rhijnvis Feith, eigenaar samen met zijn echtgenote Johanna Theodora barones van Dedem (1790-1878). Zij was afkomstig van de dichtbij gelegen havezate Den Berg. Hierdoor ontstond de band van Den Aalshorst met het geslacht Van Dedem en dit is de tweede familie die voor het huis van groot belang is geweest. Kocht dit echtpaar in 1823 het huis met ongeveer dertig hectare grond – de rest was door verkoop versnipperd geraakt – na hun overlijden was het weer een landgoed met een omvang van ruim 125 hectare.

Afb. 3. Het Grand Canal met een doorkijkje naar de omliggende weilanden.

Het echtpaar Van Dedem-Westra
Het echtpaar Godert Willem baron van Dedem (1840-1911) en Eva Roelina Westra (1842-1932), opvolger van het echtpaar Feith-Van Dedem, breidde het landgoed uit tot 480 hectare. Zij brachten, heel modern voor hun tijd, hun bezit onder in de ‘Maatschappij tot exploitatie van het landgoed den Aalshorst en aangehorigheden’. Deze familieonderneming bestaat nog steeds met circa 45 aandeelhouders en draagt zorg voor de continuïteit en in instandhouding van een onbekende parel in het Overijsselse landschap, die van groot belang is door het zeldzaam gaaf en compleet bewaard gebleven ensemble van huis, tuinen en landgoed. Het bezit is inmiddels uitgebreid tot 521 hectare, waarmee het landgoed in de Top Tien van grootste landgoederen in Overijssel staat.

Den Aalshorst is van oorsprong een klassieke buitenplaats: de geneugten van het landelijk leven in een fraai buitenhuis werden hier gecombineerd met zaken die passend werden geacht voor een leven op stand: jagen, lezen, musiceren, wandelen en het onderhouden van sociale contacten met de buren – waarbij dit vanzelfsprekend wel buren waren met een vergelijkbare levensstijl. Den Aalshorst onderscheidde zich echter van vele buitenplaatsen door het forse landbezit, dat niet alleen groot aanzien en politiek sociale invloed gaf, maar natuurlijk ook zorgde voor een inkomen. Naast de oude havezaten van de riddermatige Overijsselse adel ontstonden er rondom Dalfsen vele buitenplaatsen van aanzienlijke Zwolse geslachten en Den Aalshorst was hiervan één van de eerste.

Van buitenplaats tot stamhuis
Den Aalshorst maakte ook op ander gebied een bijzondere ontwikkeling door: het begon als buitenplaats onder de niet-adellijke familie Vriesen, maar tijdens het echtpaar Van Dedem-Westra transformeerde het tot een adellijk stamhuis, dat bijdroeg aan het aanzien van deze tak van het geslacht Van Dedem. Als jongste zoon van de nabij gelegen havezate Den Berg, dat sinds 1703 het stamhuis van de Van Dedems is, had Godert Willem zelf geen zicht op een adellijk huis en landgoed, maar Den Aalshorst voorzag hierin. Het was weliswaar geen historische havezate, maar het had wel deze allure met zijn herenhuis, twee bouwhuizen en grand canal.

Afb. 4. De toegangspoort – entree naar een onbekende parel in het Overijsselse landschap.

Kasteel de Aalshorst
Het grondbezit werd door aankopen uitgebreid tot het een landgoed van grote omvang was. Het huis kreeg een historiserend interieur met onderdelen van elders, zodat het een kasteelachtige indruk wekte met hogere ouderdom. Ook de buitenkant en het voorplein werden gewijzigd, zodat het huis nog ‘harmonischer én historischer’ werd, aldus de twee zoons. De oprijlaan van het landgoed kreeg een monumentale oude toegangspoort van elders. Er kwam een eigen grafkelder voor Den Aalshorst op de begraafplaats in Dalfsen en het jachtgebied werd – naar oud gebruik – afgebakend met zandstenen palen. Dat alle wijzigingen resultaat hadden, laat het bericht in 1907 in de Overijsselsche Courant zien, waarin gesproken werd over de aankomende permanente bewoning van ‘het kasteel “de Aalshorst” door den eigenaar’.

Geheel in lijn hiermee werd de opvolging op traditionele en patriarchale wijze geregeld, waarbij de dochters werden uitgesloten en het zo Van Dedem bezit bleef. Tijden zijn inmiddels veranderd en inmiddels maken ook de vrouwelijke nakomelingen deel uit van het beheer. Dit boek laat ook weer eens zien hoe belangrijk de vrouwelijke lijn en inbreng is bij dit soort huizen. Zo bracht Jenny Feith-barones van Dedem het in de familie Van Dedem, Eva barones van Dedem-Westra bracht nieuw kapitaal mee en twee kinderen van Suze Edwards-barones van Dedem zorgde met een genereuze gift voor het voortbestaan van de bijzondere tuinen met hun unieke hoogstamboomgaard. Onder de nakomelingen in de vijfde en zesde generatie van het echtpaar Van Dedem-Westra vindt men nu nog één baron Van Dedem, terwijl het huidige aantal van 45 aandeelhouders vooral te danken is aan de vrouwelijke lijn. Hiermee is ook het draagvlak voor het voortbestaan van deze familie B.V. enorm  vergroot.

Het zien van het genealogisch overzicht achterin het boek maakt mij als lezer wel nieuwsgierig naar meer informatie over deze nakomelingen van het echtpaar Van Dedem-Westra. Leefde dit echtpaar het traditionele leven van adellijke grootgrondbezitters op het Overijsselse platteland, hun nakomelingen zijn inmiddels uitgezwermd over Nederland, Engeland en Kenya, maar hoe beleven zij hun adellijke roots nog? Wat is hun maatschappelijke positie? Iets hiervan is in enkele korte bijdragen terug te vinden. ‘Adellijke’ huwelijken zijn er tegenwoordig niet meer, maar voor genealogische liefhebbers is het smullen om te zien dat een Van Dedem nakomeling gehuwd is met de kleindochter van een Griekse prinses.

Moderne buitenplaats: vakantiehuis
Het bijzondere is, dat Den Aalshorst tegenwoordig ook weer de functie heeft waar het mee begon: het is een buitenplaats. Niemand van de vele nakomelingen van het echtpaar Van Dedem-Westra woont permanent op het huis, maar iedereen kan er van gebruik van maken om er te genieten van… de geneugten van het landelijk leven in een fraai buitenhuis.

Benieuwd geworden naar dit boek, dat absoluut een aanrader is, kijk dan voor meer informatie en bestelmogelijkheid op https://www.waanders.nl/nl/den-aalshorst.html

Afb. 5. De paden op, de lanen in: tussen de bomen door ontvouwt zich het landgoed.

 

Veilingnieuws 26 & 27 mei Venduehuis in Den Haag: de kinderen Mees

Afb. Links Rudolf Adriaan Mees (1845-1885) en rechts Anna Jacoba Mees (1847-1887). Portret door Jacob Spoel. Foto met hartelijke dank aan het Venduehuis in Den Haag/www.venduehuis.com.

Old Master Paintings, 19th Century & Early Modern Art veiling bij het Venduehuis in Den Haag: op woensdag 26 mei is de zaalveiling en op donderdag 27 mei is de online veiling met dit portret van de kinderen Mees. Lees het verhaal hierbij hieronder of kijk in de online catalogus van het Venduehuis voor wat er verder geveild wordt voor de zaalveiling op https://wavemaker.venduehuis.com/auction?auction=360 en voor de online veiling op https://wavemaker.venduehuis.com/auction?auction=361.

De familie Mees is een familie die opgenomen is in het blauwe boekje van het Nederland’s Patriciaat. De familie gaat terug tot in de 16 eeuw in Aken, waar de stamvader Joris Mees in 1585 vermeld werd, toen deze een kwart van het huis Der Goldene Berg kocht. In of voor 1594 vestigde hij zich in Rotterdam, waar zijn nakomelingen eeuwenlang een vooraanstaande rol zouden spelen, en een andere tak vestigde zich in Groningen. De Rotterdamse tak verwierf bekendheid door de vele bankiers die het voortbracht en de firma R. Mees & Zoonen geldt als de oudste Rotterdamse bank. De familienaam leeft nog steeds voort in de huidige bank ABN-AMRO MeesPierson. De familie splitste zich in verschillende takken en komt voor met de namen Mees, Alting Mees, Dorhout Mees, Kreunen Mees, Mom Faure Mees en Uniken Mees. De familie is door huwelijk geparenteerd aan vele adellijke families.

De twee kinderen op het portret zijn links Rudolf Adriaan Mees (1845-1885) en rechts Anna Jacoba Mees (1847-1887). Hun vader, Rudolf Mees (1815-1899) was lid van de firma R. Mees en Zoonen, voorzitter van de Inrichting voor Doofstommenonderwijs en penningmeester van de Spaarbank in Rotterdam. Hun moeder, Clasina Catharina Mees (1821-1847), was een achternichtje van haar echtgenoot.

Beide kinderen hebben hun moeder nooit gekend, omdat deze overleed toen Rudolf Adriaan twee jaar en Anna Jacoba zeven maanden oud was: ‘Na eene allergelukkigste Echtverbindtenis van ruim drie jaren overleed heden, in den ouderdom van zes-en-twintig jaren, mijn hartelijk geliefde Echtgenoot CLASINA CATHARINA MEES, mij twee kinderen nalatende. Rotterdam 17 december 1847 R. Mees.

Hun vader hertrouwde drie jaar later Machtilda Catharina Johanna Vink en kreeg met haar acht kinderen, waarvan er twee jong zouden sterven. Rudolf Adriaan Mees werd, geheel in de familietraditie, ook lid van de firma R. Mees en Zoonen. Hij trouwde Anna Maria Gerarda Pijnappel, de dochter van een Delftse hoogleraar, en kreeg drie kinderen. Hun enige zoon werd eveneens lid van de firma en zou kinderloos overlijden. Anna Jacoba huwde prof. dr. Daniel Eliza Siegenbeek van Heukelom en kreeg één zoon, die ongehuwd zou overlijden. Zowel Rudolf Adriaan als Anna Jacoba zouden voor hun vader komen te overlijden.

Van beide kinderen bestaat een tweede dubbelportret, dat nog steeds familiebezit is. Het hier afgebeelde portret is geschilderd door Jacob Spoel (1820-1868), is gesigneerd ‘J. Spoel’, meet 118×90 cm en wordt getaxeerd op 1500-2000 euro. De veilingopbrengst was 3800 euro.

Benieuwd naar wat er verder geveild wordt bij het Venduehuis in Den Haag? Kijk in de online catalogus van het Venduehuis voor wat er verder geveild wordt voor de zaalveiling op https://wavemaker.venduehuis.com/auction?auction=360 en voor de online veiling op https://wavemaker.venduehuis.com/auction?auction=361.

Za. 22 mei online lezing Museum Prinsenhof: vooroudervervalsing bij familieportretten

Afb. De monumentale portretten van Frans Banningh Cocq en Maria Overlander, die in de 19e eeuw een nieuwe identiteit kregen.

Op zaterdag 22 mei is er een online lezing door David de Haan, conservator kunstcollecties, die het verhaal vertelt bij de monumentale portretten van Frans Banninck Cocq (1605-1655) en zijn echtgenote Maria Overlander (1603-1678).

De portretten stonden sinds eind 19e eeuw bekend als afbeeldingen van mr. Floris Elias (1627-1684) en echtgenote Debora Pancras (1627-1668), waarvan de huidige jonkheren (Witsen) Elias afstammen, maar deze identiteit bleek een 19e-eeuwse uitvinding.

De portretten waren afkomstig van kasteel Ilpenstein in Waterland, dat door Frans Banninck Cocq (bekend van de Nachtwacht) begin 17e eeuw nieuw gebouwd werd, maar de indruk wekte dat het een middeleeuws kasteel was. Nadien kwam het in handen van het machtige Amsterdamse regentengeslacht De Graeff, waarvan nakomelingen als jonkheren De Graeff binnen de Nederlandse adel voortleven.

In 1872 werd kasteel Ilpendam verkocht en afgebroken en veel van wat hier in voorgaande eeuwen bijeengebracht was, vond zijn weg naar de veiling. De portretten van Frans Banning Cocq en echtgenote Maria Overlander werden gekocht door Burchard Theodoor Elias (1807-1882), die uiteindelijk ontvanger van de directe belastingen in Amsterdam zou worden. Zijn zoon, jonkheer mr. Hendrik Alexander Elias (1838-1917) erfde de portretten. Hij werd in 1929 verheven in de Nederlandse adel met het predikaat jonkheer. Beide portretten vererfde vervolgens op diens zoon prof. jonkheer dr. Gerhard Joan Elias (1879-1951), die onder meer hoogleraar elektrotechniek aan de Technische Hogeschool in Delft zou worden. Diens weduwe, Viktoria Maria Margarete Elias née Schloss (1885-1975) legateerde de portretten aan de stad Delft, die inmiddels een nieuwe identiteit hadden gekregen.

Benieuwd naar de ontdekkingstocht over de ware identiteit bij deze portretten? Meld u dan aan voor deze online lezing van het Museum Prinsenhof op zaterdag 22 mei tussen 14.00 en 15.00 uur via https://www.museumprinsenhofdelftevents.nl/depotschatten22mei

De reconstructie van de tuinen van het geslacht Van Brederode in Vianen

Afb. 1. Plattegrond slot Batestein en tuinen in vogelvlucht, anoniem, 1632. Collectie Rijksmuseum Amsterdam.

In Vianen wordt er al jaren gewerkt aan plannen om de tuinen van kasteel Batestein te reconstrueren. Het kasteel brandde in 1696 af, werd daarna gesloopt en ook van de eertijds befaamde tuinen bleef niets over, maar de plek werd nooit bebouwd en alles lijkt aanwezig om zichtbaar te maken van wat ooit was. Link naar een reportage door RTV Utrecht https://www.rtvutrecht.nl/nieuws/2182632/tuinteam-van-paleis-het-loo-steunt-aanleg-kasteeltuin-vianen-fantastisch-initiatief.html

Van Brederode
Het geslacht Van Brederode pretendeerde af te stammen van de graven van Holland, iets wat Reinoud III van Brederode in 1531 een (niet voltrokken) doodvonnis van Keizer Karel V opleverde, en bekleedde als Eerste Edele van Holland de eerste plaats onder de leden van de Ridderschap van Holland.

Een oud rijmpje zegt: Brederode de edelste, Wassenaar de oudste, Egmond de rijkste, Arkel de boudste. Van deze vier leeft alleen de familie Van Wassenaer nog voort. De familienaam Brederode werd ontleend aan het kasteel Brederode bij Santpoort, dat nu nog als ruïne bestaat. Door huwelijk kwam de familie in het bezit van de vrije heerlijkheid Vianen en woonde hier op kasteel Batenstein. Omstreeks 1630 liet Johan Wolfert van Brederode (1599-1655) hier de befaamde tuinen aanleggen.

Johan Wolfert huwde twee keer: in 1619 Anna Johanna Gravin van Nassau-Siegen (1594-1636) en in 1638 Louise Christine Gravin van Solms-Braunfels (1606-1669). Door dit laatste huwelijk werd hij zwager van Stadhouder Frederik Hendrik. Johan Wolfert werd onder meer gouverneur van ’s-Hertogenbosch en veldmaarschalk van het Staatse leger. Uit beide huwelijken zou hij in totaal twintig kinderen krijgen, maar één generatie later zou met het overlijden van zijn zoon Wolfert van Brederode (1649-1679) het geslacht in de mannelijke lijn uitsterven. Diens lichaam werd bijgezet in de kerk te Vianen en in het graf werd een koperen plaat neergelegd, waarop het wapen Bederode stond, zodat ‘niemant t’eenigen tyde sigh dese Wapenen, Naem of Geslachte aen en matige, toe-eygene of reclamere’.

Na eeuwenlang een vooraanstaande positie te hebben ingenomen onder de Hollandse adel, kwam het geslacht Van Brederode in de laatste generaties tot nog grotere luister, maar stierf vervolgens uit, waarop men schreef ‘in opbloey neergetoghen’.

Afb. 2. Portret van Johan Wolfert van Brederode (1599-1655), portret toegeschreven aan Jan van Rossum. Collectie Rijksmuseum Amsterdam.

 

Sluiting dreigt voor kasteel Heeswijk

Afb. 1. Kasteel Heeswijk in de zomerzon.
Afb. 1. Kasteel Heeswijk in de zomerzon.

Kasteel Heeswijk heeft al een half jaar geen inkomsten meer en staat nu met de rug tegen de muur, zegt directeur Luc Eekhout van Stichting Kasteel Heeswijk. Lees hier een interview met hem hierover in het Brabants Dagblad https://www.bd.nl/uden-veghel-e-o/sluiting-dreigt-voor-kasteel-heeswijk-financiele-steun-is-nodig-alles-helpt~a5a42d96/ 

Kasteel Heeswijk in Heeswijk Dinther vertelt in zijn verschijning het verhaal van de baronnen Van den Bogaerde van Terbrugge. De buitenkant laat zien dat er in de 19e eeuw flink bijgebouwd werd om het kasteel nóg indrukwekkender te maken. Hieraan dankt het kasteel zijn unieke IJzertoren, de neogotische galerij en de wapenzaal.

Afb. 2. De grote zaal met voorouderportretten van de Van den Bogaerdes van Terbrugge.
Afb. 2. De grote zaal met voorouderportretten van de Van den Bogaerdes van Terbrugge.

Het interieur laat de smaak, verzamelwoede en adellijke representatie van de eigenaren zien. Zo is er een grote zaal met een Ahnengalerie van de Van den Bogaerdes, een unieke Chinese eetkamer, mooie tegeltableaux in een trappenhuis en in een kleine torenkamer vind je een opmerkelijk plafond dat bestaat uit Chinees porseleinen bordjes. Overal in het kasteel vind je bijzondere voorwerpen met bijbehorende verhalen en de laatste kasteelheer, ir. Guillaume Charles Othon Alexandre Manuel Henri Joseph Marie Ghislain baron van den Bogaerde van Terbrugge (1882-1974), liet niet na om zijn bezoekers te imponeren met de afstammingsbewijzen van zijn vele roemrijke voorouders – ook al deden die de waarheid soms nog weleens geweld aan.

Het kasteel is nu niet te bezichtigen i.v.m. het coronavirus, maar een bezoek daarna is zeker aan te raden! Je kunt het kasteel bezichtigen met behulp van een informatieve en leuke audiotour, maar overal staan ook gastvrije en enthousiaste vrijwilligers klaar, die veel anekdotes over het kasteel en zijn kleurrijke bewoners weten te vertellen. Op het voorplein zit naast een brasserie ook een restaurant en daarnaast nodigen de tuin, die door Copijn werd ingericht, en het landgoed uit voor nog meer aangenaam verpozen. Wie nog nooit op Heeswijk is geweest, die heeft echt wat gemist!

Link naar meer informatie: https://www.kasteelheeswijk.nl/

Voor meer foto’s: kijk in het onderstaande foto-album.

AiN: aankoop portret De Geer van Rijnhuizen-Luden

Afb. John Töpfer met het portret bij Veilinghuis Van Spengen in Hilversum, dat dit jaar 75 jaar bestaat: www.vanspengen.nl.

Vandaag konden we bij Veilinghuis Van Spengen (http://www.vanspengen.nl) in Hilversum dit portret van mevrouw De Geer van Rijnhuizen née Luden ophalen, dat door de stichting Adel in Nederland is aangekocht. Het betreft een pastel en wordt toegeschreven aan Heinrich Siebert. Er moet een kleine restauratie plaatsvinden aan het portret en de lijst moet uitgebreider gerestaureerd worden. Het verhaal bij dit portret gaan we uitzoeken en natuurlijk publiceren.

Veilinghuis Van Spengen is één van de gewaardeerde Vrienden van AiN, die ons steunt in onze werkzaamheden.

Kastelen (helaas) nog dicht, maar deze kasteeltuinen en -winkels zijn al wel te bezoeken

Afb. 1. Kasteel Cannenburch in Vaassen.

Helaas blijven de kasteelmusea nog even gesloten, maar er zijn verschillende kasteeltuinen waar u kunt wandelen, waar de kasteelwinkel geopend is en waar u op het terras kunt zitten.

Kasteel Cannenburch
Kasteel Cannenburch werd eeuwenlang tot in 1881 bewoond door de baronnen D’Isendoorn à Blois. De Stichting Vrienden der Geldersche Kasteelen (GLK) beheert het kasteel sinds 1950 en heeft het zó ingericht alsof de familie D’Isendoorn even weg is. U kunt hier wandelen in het park met zijn spiegelende waterpartijen en op zaterdag en zondag een bezoek brengen aan de Landwinkel.

Lees meer op https://www.glk.nl/landschappen-kastelen/activiteiten-excursies/details/landwinkel-geopend

Afb. 2. Kasteel Rosendael in Rozendaal bij Arnhem.

Kasteel Rosendael
Kasteel Rosendael is ook  één van de zeven opengestelde kastelen van Geldersch Landschap & Kasteelen (GLK). Rosendael kwam in 1977 als legaat van Willem Frederik Torck baron van Pallandt (1892-1977) in het bezit van GLK en die restaureerde huis en park, met daarin de beroemde Bedriegertjes, zorgvuldig. Inmiddels zijn de winkel en het park van dinsdag t/m zondag van 11.00 tot 17.00 uur te bezoeken. Het terras van de Oranje-rie is open op dinsdag t/m zondag van 12.00 tot 17.00 uur.

Lees meer op https://rosendael.glk.nl/?_ga=2.185217001.1941572728.1620842824-954433844.1620842823

Slot Zuylen
Slot Zuylen werd tot 1951 bewoond door de baronnen Van Tuyll van Serooskerken, maar om de continuïteit van het kasteel en de inboedel te garanderen, werd het geheel vervolgens in 1952 in een stichting ondergebracht. Slot Zuylen is sindsdien opengesteld voor bezoekers. Vanwege het Coronavirus is het nu tijdelijk niet te bezoeken, maar u kunt er wel wandelen en op zaterdag en zondag kunt u tussen 11:00 en 16:00 uur bij het Koetshuis terecht voor heerlijke broodjes, koffie, thee en andere lekkernijen.

Lees meer op https://www.slotzuylen.nl/

Afb. 3. Slot Zuylen in Oud-Zuilen bij Utrecht.