Het gezin Van Welderen Rengers-Hoevenaar van Geldrop omstreeks 1898

Afb. 1. Het gezin Van Welderen Rengers-Hoevenaar omstreeks 1898, foto part. coll.
Afb. 1. Het gezin Van Welderen Rengers-Hoevenaar omstreeks 1898, foto part. coll.

Marie Amelie Hoevenaar (1854-1932), die zich meestal Hoevenaar van Geldrop noemde, was mede dankzij het Indische suikerfortuin van haar ouders een aantrekkelijke partij op de huwelijksmarkt en in 1884 huwde zij Edzart Reint van Welderen baron Rengers (1849-1920), die op dat moment commies bij het Departement van Waterstaat, Handel en Nijverheid was.

Het was een deftig gezelschap dat zich op 8 december op het Haagse gemeentehuis verzamelde en naast het bruidspaar, de drie ouders (vader Van Welderen Rengers was tragisch genoeg reeds voor de geboorte van zijn zoon overleden) waren ook vier getuigen aanwezig: jonkheer Albert Rijnhold Jakob Klerck, Kolonel Commandant van het Regiment Grenadiers en Jagers en oom van de bruidegom, jonkheer (sic) Jan Maarten Leonard van Bronkhorst, Kamerheer des Konings en neef van de bruid, mr. Hendrik Nicolaas Cornelis baron van Tuyll van Serooskerken, burgemeester van Voorburg en zwager van de bruid, en jonkheer mr. Rijnhold Antonie Klerck, commies bij het Departement van Buitenlandse Zaken en neef van de bruidegom.

Na het overlijden van haar vader Hubertus Paulus Hoevenaar, heer van Geldrop, in 1886 erfde zij f 180.000,-. In 1905 kwam daar na het overlijden van haar moeder, jonkvrouwe Anna Maria Marciane Catharina Homberg de Beckfelt, nog eens ruim f 310.000,- bij. In 1910 kocht barones Rengers in Raalte voor f 159.000,- het 250 ha. grote landgoed Het Reelaer en een nieuw landpaleis verrees op de plek van het afgebroken oude huis, dat voorzien werd van alle comfort. In ’s-Gravenhage werd er een vorstelijk vijf traveeën breed onderkomen gekocht aan het residentiële Nassauplein nr. 26.

Afb. 2. Nassauplein nr. 26 in 's-Gravenhage.
Afb. 2. Nassauplein nr. 26 in ‘s-Gravenhage.

Baron Rengers maakte ondertussen carrière op het Departement van Waterstaat, Handel en Nijverheid en werd uiteindelijk chef van het kabinet van de minister. Kroon op zijn carrière was zijn benoeming in 1890 tot kamerheer i.b.d. van Koningin Wilhelmina. In 1920 overleed hij en zijn begrafenis werd een society gebeurtenis met vertegenwoordigers van het Hof en uit adellijke en diplomatieke kringen, waaronder de gezanten van Engeland, België, Turkije, Roemenië en de legatieraad van het Amerikaanse gezantschap. “Onmiddellijk achter de lijkbaar volgde in den stoet in een gala-hofkoets de vertegenwoordiger van de Koningin, de kamerheer in buitengewone dienst mr. W. baron van Ittersum.” “Nadat de lijkkist, overdekt met tal van prachtige bloemstukken, in den grafkelder was neergelaten, sprak de oudste zoon van den overledene een woord van afscheid tot zijn vader, daarbij dankbaar herinnerende aan diens vele goede hoedanigheden, welke niet vergeten zullen worden.” Na het overlijden van haar echtgenoot verhuisde de douairière naar Raalte en overleed daar op het huis het Reelaer in 1932.

Op de foto zien we het gezin omstreeks 1898. De oudste dochter huwde in 1907 een baron de Vos van Steenwijk en zij kochten in 1925 huis Diepenheim, dat nog steeds in het bezit is van hun nakomelingen. De jongste dochter trouwde in 1922 met een jonkheer Groeninx van Zoelen en zij kochten in 1924 het Huys ten Donck uit de familie Groeninx, dat nog steeds bewoond wordt door hun nakomelingen. De oudste zoon was kort gehuwd met een jonkvrouwe Van Loon en kreeg geen kinderen, net als de tweede zoon die op 28-jarige leeftijd in Zwitserland overleed. Van de jongste zoon, die in 1938 in het huwelijk trad met een barones Van Pallandt, stammen de huidige bewoners van het Reelaer af.

Afb. 2. Het Reelaer op een oude ansichtkaart.

Informatie mede met dank aan ‘De havezaten in Salland en hun bewoners’ door jhr. A.J. Gevers en A.J. Mensema (1985).