Het verhaal bij het portret van jonkvrouwe Serraris

Afb. 1. Jonkvrouwe Maria Carolina Serraris (1834-1898), met rechtsboven het familiewapen Serraris. Foto met hartelijke dank aan het Venduehuis in Den Haag.

Op dinsdag 11 oktober 2022 vond bij het Venduehuis in Den Haag de Classical Paintings and Drawings online veiling plaats, met o.a. dit portret van jonkvrouwe Serraris. Lees het verhaal hierbij hieronder.

Het betrof lot 168. Het portret is een olieverf op paneel door Lionel Royer uit 1890. Afgebeeld is jonkvrouwe Maria Carolina Serraris. Zij werd geboren in 1834 in Breda. Zij stamde uit een van oorsprong Vlaamse familie en haar vader, jonkheer Jan Theodore Serraris (1787-1855) vestigde zich in Nederland, toen hij in Nederlandse dienst trad. Voordien was hij in de jaren 1806-1814 1e luitenant bij de Keizerlijke Garde in Franse dienst. Zijn carrière in Nederland sloot hij af als generaal-majoor tit. en commandant van de Nationale Militie in het Hertogdom Limburg. In 1842 werd haar vader vanwege zijn verdiensten verheven in de Nederlandse adel met het predikaat jonkheer.

Haar moeder, Cornelia Henrica Hoppenbrouwers (1798-1844), was de dochter van een koopman en lid van de Stedelijk Raad van Breda in de jaren 1816-1820. Haar vader, Henricus Hoppenbrouwers, was lid van de Vergadering van Notabelen in 1814, die moesten beslissen over de ontwerp-grondwet.

Toen Maria Carolina Serraris tien jaar oud was, overleed haar moeder. Haar vader bleef achter met vijf kinderen, waarvan de oudste op dat moment veertien jaar was en de jongste nog geen twee jaar. Om de herinnering aan haar geliefde moeder voor het nageslacht te bewaren werd zij op haar doodsbed gefotografeerd. In 1857 huwde Maria Carolina, drieëntwintig jaar oud, François Ernest Marie Antoine Servais (1837-1892), die notaris in Luik was. De laatste jaren van hun leven woonde het echtpaar in Parijs. Hier werd ook haar portret in 1890 geschilderd, waarop zij op zesenvijftigjarige leeftijd is afgebeeld met Parijse chic met een diamanten halve maan in het haar. Haar echtgenoot overleed twee jaar later in 1892. Zelf overleed zij in 1898 op vierenzestigjarige leeftijd.

Het portret meet 42×32,5 cm, is gesigneerd en gedateerd ‘Lionel Royer 1890’ en werd getaxeerd op 300-400 euro.

Afb. 2. De huwelijksannonce in de Opregte Haarlemsche Courant van 26 maart 1857 – hierin heeft freule Serraris ineens een derde voornaam gekregen.

Thuis heb ik nog een ansichtkaart… huis Nienhof

Afb. Huis Nienhof van de familie Van Hardenbroek, ansichtkaart part. coll.
Afb. Huis Nienhof van de familie Van Hardenbroek, ansichtkaart part. coll.

Op de foto het imposante huis dat mr. Gijsbert Carel Duco Reinout baron van Hardenbroek (1859-1941) en zijn echtgenote Coenradina Carolina Theodora barones van Hardenbroek née jonkvrouwe de Pesters (1865-1923) op hun buitenplaats Nienhof in Bunnik in de jaren 1892-1894 lieten bouwen.

De buitenplaats Nienhof was afkomstig uit de familie De Pesters en kwam door huwelijk in 1885 met de erfdochter in het bezit van baron Van Hardenbroek. In 1887 werd hij burgemeester van Bunnik, Odijk en Werkhoven en toen werd een passend huis noodzakelijk geacht. Van 1892 tot 1894 werd er druk gebouwd en het resultaat was een kasteelachtig en representatief huis met sierlijke torentjes. Door de bekende tuinarchitect L.A. Springer werd een parkachtige tuin aangelegd met een slingerende vijver, romantische laantjes en bosschages met hier en daar boomgroepen.

In 1923 kwam er een einde aan het gelukkige gezinsleven toen barones Van Hardenbroek verongelukte. Op zaterdagmorgen 14 april reed haar chauffeur door een defect in de stuurinrichting tegen een boom op de Bunnikschen Weg. Zowel de chauffeur, als barones Van Hardenbroek en haar Engelse dame van gezelschap raakten ernstig gewond en werden opgenomen in het Diaconessenhuis te Utrecht. Hier bezweek een dag later aan haar verwondingen “…onze innig geliefde Echtgenoote, Moeder, Behuwd- en Grootmoeder…” op 58-jarige leeftijd. Haar echtgenoot verkocht daarop het huis en in 1929 werd alles door de nieuwe eigenaren gesloopt – een kwestie van geld, want de belastingen werden te hoog en het huis was onverkoopbaar.

Link naar meer informatie over buitenplaats Nienhof: www.buitenplaatseninnederland.nl/bunnik-nienhof.html.

Het portret van de Hertogin van Ancaster

Afb. 1. The Duchess of Ancaster née Albinia Farrington. Portret toegeschreven aan Gottfried Kneller. Foto met hartelijke dank aan het Venduehuis in Den Haag.

Op donderdag 25 mei 2023 liep bij het Venduehuis in Den Haag de online Old Masters, Nineteenth Century and Early Modern Art  veiling af, met o.a. het portret van de Hertogin van Ancaster. Lees het verhaal hierbij hieronder.

Lot 119 betrof een portret dat toegeschreven wordt aan Gottfried Kneller en dat Albinia Duchess of Ancaster betreft. Zij werd geboren als Albinia Farrington en was een dochter van Thomas Farrington en Theodosia Betenson. Haar vader was generaal-majoor en haar moeder was de kleindochter van Sir Rrichard Betenson, 1st Baronet, die in de jaren 1645-1646 Sheriff of Surrey was en in de jaren 1678-1679 Sheriff of Kent. Aangezien de broer van Theodosia, de 2nd Baronet, ongehuwd overleed, werd zij een belangrijke erfdochter.

In 1705 trad zij in het huwelijk met Robert Bertie, 3rd Earl of Lindsey, die onder meer in de jaren 1701-1723 erfelijk Lord Great Chamberlain was. Daarnaast was hij in de jaren 1674-1685 Gentleman of the Bedchamber en Privy Counsellor in de jaren 1701, 1708, 1714. Hij was al eerder gehuwd geweest met Mary Wynn, een dochter van Sir Richard Wynn, 4th Baronet, en had uit zijn eerste huwelijk meerdere kinderen. Uit het huwelijk van Robert en Albinia werden vier zoons en een dochter geboren.

In 1706 werd de echtgenoot van Albinia de titel Marquess of Lindsey verleend en in 1715 volgde de titel Duke of Ancaster and Kesteven. Naar aanleiding van deze hertogelijke titel gaf hij de beroemde architect Sir John Vanbrugh de opdracht om de barokke facade van Grimsthorpe Castle te ontwerpen.

In 1723 overleed de Hertog van Ancaster. Over hem werd gezegd, dat hij een knap persoon was, maar zich niet bezighield met staatszaken. Een ander schreef: “een fijne heer, heeft zowel humor als geleerdheid“, hoewel iemand vervolgens ook opmerkte: “Ik heb nooit een greintje van beide waargenomen.”

Zijn weduwe, The Dowager Duchess, hertrouwde James Douglas en overleed in 1745. Zij werd bijgezet in Chislehurst Church in Chislehurst in Kent, waar haar ouders woonden, en niet in Edenham Church bij haar eerste echtgenoot. In Chislehurst Church herinnert nog steeds een monument aan Albinia Duchess of Ancaster and Kesteven en ook aan haar zoon Lord Thomas Bertie, een kapitein bij de marine, die het landgoed en het huis Chislehurst erfde.

Het portret werd getaxeerd op 3000-5000 euro. Veilingopbrengst: 6500 euro.

Benieuwd naar Grimsthorpe Castle? Kijk dan op https://www.grimsthorpe.co.uk/

Afb. 2. De barokke facade van Grimsthorpe Castle, die door Sir John Vanbrugh ontworpen werd, ter gelegenheid van de verlening van de hertogelijke titel. By Wehha – Own work, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=20405635.

Museum Voorlinden & de jonkheren Loudon

Afb. 1. Een ets uit circa 1912 van Voorlinden met het huis en tuinen naar het ontwerp van de Engelse architect R.J. Johnston. Foto met dank aan www.voorlinden.nl.
Afb. 1. Een ets uit circa 1912 van Voorlinden met het huis en tuinen naar het ontwerp van de Engelse architect R.J. Johnston. Foto met dank aan www.voorlinden.nl.

In 2016 werd in Wassenaar het Museum Voorlinden geopend, waarin de collectie van de industrieel en kunstverzamelaar Joop van Caldenborgh is ondergebracht. Het nieuwe museum voor moderne en hedendaagse kunst is op het oude landgoed Voorlinden gebouwd, dat tot in 1949 in het bezit was van de jonkheren Loudon.

Afb. 2. Jonkheer John Hugo Loudon, portret door Philip Alexius de László (1869-1937) uit 1920, met op de achtergrond de tuin en het park van Voorlinden. Foto met dank aan ‘De László in Holland’ (2006) door Tonko Grever en Annemieke Heuft.
Afb. 2. Jonkheer John Hugo Loudon, portret door Philip Alexius de László (1869-1937) uit 1920, met op de achtergrond de tuin en het park van Voorlinden. Foto met dank aan ‘De László in Holland’ (2006) door Tonko Grever en Annemieke Heuft.

In 1912 werd Voorlinden gekocht door jonkheer ir. Hugo Loudon (1860-1941), die gehuwd was met Anna Petronella Alida van Marken (1874-1953), die uit een patriciaatsfamilie stamde. Hij stamde uit een van oorsprong Schots geslacht en zijn grootvader vestigde zich in 1811 op Java en maakte daar carrière in het bestuur en als ondernemer. Zijn zoon werd minister van Koloniën en was in de jaren 1871-1875 gouverneur-generaal van Ned.-Indië. In 1884 werd hij in de Nederlandse adel verheven met het predicaat van jonkheer. Diens zoon was voornoemde jonkheer ir. Hugo Loudon en hij werd eerst hoofdadministrateur en nadien directeur van de Kon. Ned. Mij. Tot Exploitatie van Petroleumbronnen in Ned.-Indië – één van de voorlopers van Shell.

Met het fortuin dat hij verdiende, bouwde hij zich op Voorlinden een monumentaal en representatief landhuis in de Engelse landhuis- en cottagestijl, die in die tijd zeer populair was. Het interieur kreeg een kasteelachtige allure met een grote centrale hal met  een dubbele bordestrap met hieromheen de belangrijkste vertrekken, zoals zitkamers, de bibliotheek en de eetkamer. Alle vertrekken werden voorzien van betimmeringen met panelen en houtsnijwerk en de stucplafonds werden voorzien van guirlandes en decoratieve elementen. Bij het huis kwamen ook bijgebouwen voor het wagenpark en de rijpaarden. Om deze grote staat te kunnen voeren, was er veel personeel, dat onder leiding stond van een butler.

Ook de tuinen en het park werden onder handen genomen en in de nabijheid van het huis werden geometrische terrassen en tuinvakken met beelden en siervazen aangelegd, terwijl het park door de bekende tuinarchitect Leonard Springer in de Engelse landschapsstijl werd ontworpen met veel inheemse, maar ook exotische boomsoorten met daarin een tennisbaan.

Afb. 3. Een ansichtkaart van Voorlinden. Foto met dank aan www.voorlinden.nl.
Afb. 3. Een ansichtkaart van Voorlinden. Foto met dank aan www.voorlinden.nl.

In 1920 schilderde de internationaal befaamde portretschilder Philip Alexius de László (1869-1937), die reeds meerdere Loudons geportretteerd had, de tweede zoon jonkheer John Hugo Loudon (1905-1996), die gezeten was op het terras van Voorlinden met een tennisracket in zijn handen en met achter hem zicht op een beeldengroep met daarachter het weidse park. In de Tweede Wereldoorlog werd het landgoed gevorderd en na de oorlog werd er een tehuis voor kleuters in ondergebracht, die verzwakt en ondervoed waren.

In 1949 verkocht de douairière Loudon Voorlinden aan de PTT en nadat het een tijdlang een conferentieoord is geweest, is Voorlinden in 2016 een nieuwe fase ingegaan als museum.

Meer weten over Museum Voorlinden? Zie: www.voorlinden.nl.

Zomertip: kasteel Heeswijk

Afb. 1. Kasteel Heeswijk in de zomerzon.
Afb. 1. Kasteel Heeswijk in de zomerzon.

Kasteel Heeswijk in Heeswijk Dinther vertelt in zijn verschijning het verhaal van de baronnen Van den Bogaerde van Terbrugge. De buitenkant laat zien dat er in de 19e eeuw flink bijgebouwd werd om het kasteel nóg indrukwekkender te maken. Hieraan dankt het kasteel zijn unieke IJzertoren, de neogotische galerij en de wapenzaal.

Afb. 2. De grote zaal met voorouderportretten van de Van den Bogaerdes van Terbrugge.
Afb. 2. De grote zaal met voorouderportretten van de Van den Bogaerdes van Terbrugge.

Het interieur laat de smaak, verzamelwoede en adellijke representatie van de eigenaren zien. Zo is er een grote zaal met een Ahnengalerie van de Van den Bogaerdes, een unieke Chinese eetkamer, mooie tegeltableaux in een trappenhuis en in een kleine torenkamer vind je een opmerkelijk plafond dat bestaat uit Chinees porseleinen bordjes. Overal in het kasteel vind je bijzondere voorwerpen met bijbehorende verhalen en de laatste kasteelheer, ir. Guillaume Charles Othon Alexandre Manuel Henri Joseph Marie Ghislain baron van den Bogaerde de Ter Brugge (1882-1974), liet niet na om zijn bezoekers te imponeren met de afstammingsbewijzen van zijn vele roemrijke voorouders – ook al deden die de waarheid soms nog weleens geweld aan.

U kunt het kasteel bezichtigen met behulp van een informatieve en leuke audiotour, maar overal staan ook gastvrije en enthousiaste vrijwilligers klaar, die veel anekdotes over het kasteel en zijn kleurrijke bewoners weten te vertellen. Op het voorplein zit naast een brasserie ook een restaurant en daarnaast nodigen de tuin, die door Copijn werd ingericht, en het landgoed uit voor nog meer aangenaam verpozen. Wie nog nooit op Heeswijk is geweest, die heeft echt wat gemist!

Link naar meer informatie: https://www.kasteelheeswijk.nl/

Voor meer foto’s: kijk in het onderstaande foto-album.

Kasteel De Binckhorst: een schilderij uit Haags, adellijk bezit

Afb. Het kasteel De Binckhorst in Den Haag door Louis Apol. Sinds 1908 in Haags adellijk bezit. Foto met hartelijke dank aan het Venduehuis in Den Haag.

Bij het Venduehuis in Den Haag vond op woensdag 16 november 2022 een zaalveiling plaats en op donderdag 17 november een online veiling van Old Masters, Nineteenth Century & Early Modern Art. Eén van de aangeboden lotnummers betrof een olieverfschilderij door Louis Apol, die tot de stroming van de Haagse School behoorde, van het kasteel De Binckhorst in Den Haag. Het komt uit adellijk Haags bezit met een interessante provenance en is sinds 1908 in het bezit geweest van één en dezelfde adellijke familie. De stichting Adel in Nederland kan de koper hierover meer informatie geven. Lees het verhaal over De Binckhorst hieronder.

Kasteel De Binckhorst kent een lange en roerige geschiedenis. De oudste vermelding dateert uit 1308 en de eerste bewoner zou Evert van den Binckhorst zijn geweest. Het kasteel kende in de loop der eeuwen vele eigenaren. De adellijke familie Snouckaert van Schauburg, waarvan een tak nog steeds tot de Nederlandse adel behoort met de titel baron, was in de jaren 1563-1678 eigenaar van De Binckhorst. Daarna wisselde het kasteel regelmatig van eigenaar, waarbij het onderhoud niet altijd zorgvuldig was en het verval toesloeg.

In de 19e eeuw kocht Franciscus Binkhorst (1786-1871) het kasteel en woonde hier in de jaren 1839-1846 met zijn echtgenote Maria Helena Koch (1784-1843). Hij was de zoon van een Amsterdamse koopman en werd zelf adjunct-commissaris van oorlog over Amsterdam en omliggende forten (1813-1814), kapitein van de Amsterdamse burgerij, vice-consul van Spanje in Amsterdam (1817-1821) en controleur bij het kadaster. De koop van De Binckhorst verleende status en gaf de familie de adellijke glans van een oude afkomst, terwijl de stamvader de 17e-eeuwse Twentse landbouwer Gerdt ten Binckhorst op het hofhorig erf Binckhorst bij Oldenzaal was.

De zoon van het echtpaar Binkhorst-Koch verkreeg in 1868 naamswijziging en werd in 1842 in de Nederlandse adel verheven. Als jonkheer Johannes Theodorus van Binckhorst van den Binckhorst (1810-1876) ging hij vervolgens door het leven, huwde jonkvrouwe Hyacinthe Caroline Emilie Gericke (1817-1884), werd burgemeester van Meerssen en lid van de Ridderschap van Limburg. Met het overlijden van zijn kleinzoon jonkheer Charles Henri Ernest Louis Joseph Noël van Binckhorst tot den Binckhorst (1882-1912) stierf de familie binnen de Nederlandse adel uit.

Het schilderij meet 70×55 cm, is gesigneerd door Louis Apol en is sinds 1908 altijd familiebezit geweest. Het hing vanaf 1908 in een groot Haags huis van een jonkheer, dat zeer rijk ingericht was, met vele schilderijen uit de in die tijd zeer geliefde Haagse School. De stichting Adel in Nederland kan meer informatie geven over de provenance.

Het schilderij werd getaxeerd op 5000-7000 euro. Veilingopbrengst: 17.000 euro.

Zomertip: t/m 1 nov. tentoonstelling ‘Identiteit in Beeld, van blazoen tot logo’ in Museum Maaseiland in Stevensweert

Afb. 1. Een vitrine in het Maaseiland Museum in Stevensweert met herinneringen aan de grafelijke familie Von Hompesch-Rürich. Foto met hartelijke dank aan het Maaseiland Museum in Stevensweert.

Onder grote belangstelling heeft Museum Stevensweert op donderdag 30 april een belangrijke nieuwe stap gezet in zijn ontwikkeling. Tijdens een feestelijke bijeenkomst werden de nieuwe naam en het bijbehorende logo van het museum officieel onthuld. De nieuwe naam van het museum luidt Maaseiland Museum. De onthulling van zowel de nieuwe naam als het nieuwe logo werd verricht door Burgemeester Schneider van de gemeente Maasgouw. Met de nieuwe naam en visuele identiteit wil het museum zich krachtiger profileren als een eigentijdse plek waar geschiedenis, cultuur en vormgeving samenkomen. Het nieuwe logo vormt een brug tussen het rijke verleden van Stevensweert en de toekomst van het museum, waarin vernieuwing en toegankelijkheid centraal staan.

Afb. 2. Het alliantiewapen Von Hompesch-Rürich & Von Riedesel d’Eisenbach. Foto met hartelijke dank aan het Maaseiland Museum in Stevensweert.

Tegelijkertijd opende de tentoonstelling Identiteit in Beeld – van blazoen tot logo, waarvan de openingshandeling eveneens werd verricht door Burgemeester Schneider, samen met de heer Rudolph Galiart, kleinzoon van de heer Galiart die van 1900 tot 1927 burgemeester was van Stevensweert.

De tentoonstelling Identiteit in Beeld sluit naadloos aan bij de beoogde herpositionering van het museum. Aan de hand van historische wapenschilden, familiewapens, emblemen en moderne logo’s laat de expositie zien hoe identiteit door de eeuwen heen visueel is vormgegeven. Bezoekers ontdekken hoe symboliek, kleur en vorm worden ingezet om verhalen te vertellen en herkenbaarheid te creëren – van middeleeuwse blazoenen tot hedendaagse huisstijlen.

Aanleiding voor de tentoonstelling was een bijzondere schenking van de heer Galiart aan het museum: een 350 jaar oude zegelstempel afkomstig van Kasteel Walburg in Ohé en Laak, een erfenis van zijn grootvader. Met deze schenking ontstond het idee om een tentoonstelling te realiseren rond het thema identiteit door de eeuwen heen.
Afb. 3. Het 350 jaar oude zegelstempel Van Limburg Stirum, dat afkomstig is van kasteel Walburg in Ohé en Laak. Foto met hartelijke dank aan het Maaseiland Museum in Stevensweert.

Tijdens de opening benadrukte de voorzitter van het museum, Huub Peeters, het belang van deze dubbele lancering: “Met onze nieuwe naam en deze tentoonstelling laten we zien waar we voor staan: een museum dat het verleden zichtbaar maakt en tegelijkertijd verbinding zoekt met het heden.” De tentoonstelling biedt een inspirerende ervaring voor een breed publiek, van geschiedenis- en designliefhebbers tot gezinnen en scholieren. Tijdens de tentoonstellingsperiode zullen ook diverse lezingen en workshops georganiseerd worden.

Meer informatie daarover is te vinden op de website en de Facebookpagina van het museum.

De tentoonstelling loopt van 1 mei tot en met 1 november 2026.

Link naar de website van het Maaseiland Museum met meer informatie over o.a. bezoekmogelijkheden: Maaseiland Museum

Afb. 4. In het museum zijn vele herinneringen en verhalen te zien en te lezen over de familie Von Hompesch-Rürich. Foto met hartelijke dank aan het Maaseiland Museum in Stevensweert.
Afb. 5. T/m 1 november 2026 kunt u deze tentoonstelling in Museum Maaseiland in Stevensweert bezoeken.

AiN op reis: Schloss Reinhardtsgrimma – het kasteel van een freule uit Olst

Afb. 1. De voorzijde van Schloss Reinhardtsgrimma, met een fraaie, gebogen voorgevel.

Er was eens een freule uit Olst, jonkvrouwe Alpheda Luise Teding van Berkhout (1863-1959), waarvan de vader een enorm suikerfortuin verdiende in Ned.-Indië. Hij verbouwde zijn Huis Hoenlo in Olst (dat in de ‘Ontdekking van de hemel’ van Harry Mulisch als ‘Groot Rechteren’ figureert) tot een vorstelijk landpaleis. Was zijn dochter hierdoor geïnspireerd?

Afb. 2. De grote zaal op de eerste verdieping, waar slotconcerten worden georganiseerd. De wandschilderingen, betimmeringen en kachels zijn hier nog origineel.

Na eerst gehuwd te zijn geweest met een graaf Van Limburg Stirum hertrouwde zij de Saksische generaal-majoor Maximilian Senfft von Pilsach en met haar geld werd in 1908 Schloss Reinhardtsgrimma gekocht en gerestaureerd. Hij overleed hier in 1931 en zij woonde hier tot in 1945.

Hoogbejaard moest zij toen vluchten voor het Russische leger en uiteindelijk overleed zij in Zwitserland.

Afgelopen week bezochten wij het kasteel en waren verrast door de kwaliteit van het Engelse landschapspark met cascade, een badtempel, een vijver met grot en een aha (zoek maar eens op wat dat is 😀).

Afb. 4. De achterzijde van het slot, dat uitkijkt over een fraai landschapspark.
Afb. 5. In een landschapspark hoort natuurlijk ook een grot.

De voordeur ging ineens gastvrij open en wij kregen de gelegenheid het hele kasteel te bekijken en waren zelfs op de zolders. Heel hartelijk dank nogmaals aan onze gastheer en -vrouw voor deze geweldige ontvangst! Van de originele inrichting resteren nog kachels, betimmeringen in de tuinzaal, behangselschilderingen in de grote zaal en een charmant kamertje met Amsterdamse en Utrechtse tegels.

Natuurlijk werd ook het familiebegraafplaatsje bezocht, waar de freule uit Olst door de loop der geschiedenis nimmer met haar echtgenoot en haar jong overleden zoon werd herenigd.

In onze thema-serie Oorlog & Vrede van ons magazine, over Nederlandse adel in WO II, zal dit verhaal ook in een uitgebreidere versie worden opgenomen met meer foto’s. Voor 17,50 euro per jaar kunt ook u donateur worden en ontvangt u drie keer per jaar ons digitale magazine boordevol adellijke verhalen en adellijk nieuws in uw mailbox. Mail voor meer informatie naar info@adelinnederland.nl.

Afb. 6. De familiebegraafplaats, nabij het slot, waar alleen vader en zoon zijn bijgezet.

Zomertip: kasteel Ammersoyen, mét nieuwe publiekspresentatie!

Afb. 1. Kasteel Ammersoyen is één van de zeven te bezichtigen kastelen van Geldersch Landschap & Kasteelen. Op Ammersoyen is nu een nieuwe publiekspresentatie te zien. Foto met hartelijke dank aan GLK.

Kasteel Ammersoyen werd eeuwenlang bewoond door het bekende adellijke geslacht Van Arkel, dat onder meer Hertogen van Gelre voortbracht. Bekend is het rijmpje ‘Brederode de edelste – Wassenaar de oudste – Egmond de rijkste – Arkel de stoutste’, dat over de onverschrokkenheid van de Van Arkels gaat. Daarna was het kasteel in het bezit van de opeenvolgende Belgische geslachten De Lichtervelde, Christyn de Ribaucourt en De Woelmont. Sinds 1957 is het in het bezit van Geldersch Landschap & Kasteelen, die het kasteel zijn oude luister heeft teruggegeven. Op Ammersoyen is sinds april dit jaar een nieuwe, zeer aantrekkelijke publiekspresentatie te zien, dus een goede aanleiding om dit kasteel eens gaan te bezoeken! Link: Kasteel Ammersoyen | Geldersch Landschap en Kasteelen

Afb. 2. Muurschilderingen in de grote zaal op basis van historische voorbeelden. Foto met hartelijke dank aan Ton Rothengatter/GLK.

Ammersoyen is één van de zeven opengestelde kastelen van Geldersch Landschap & Kasteelen. Kijk voor meer informatie over de zes andere opengestelde kastelen op Kastelen | Geldersch Landschap en Kasteelen

Nieuwe publiekspresentatie
In de zes meter hoge grote zaal is op basis van historische voorbeelden door een specialist op het gebied van (laat-)middeleeuwse muurschilderingen een mooie decoratieve band en daaronder een gordijn-imitatie in een felrode kleur aangebracht. In de museumzaal kunt u aan de hand van de vele bijzondere vondsten uit de slotgracht kennismaken met de bewoners van Ammersoyen en al hun unieke verhalen.

Ook de wapenkamer heeft een flinke facelift gekregen, met een groot podium en een achterwand gebaseerd op een 15de-eeuwse afbeelding uit Noord-Italië. Het pronkharnas van Hertog Willem I van Gelre is te zien, net als andere, door het Woud der Verwachting gemaakte attributen. Deze groep doet veel onderzoek om de middeleeuwen tot leven te brengen met re-enactment: het naspelen van historische gebeurtenissen. Er hangen middeleeuwse wapenschilden die minutieus zijn nagemaakt én, leuk voor jong en oud: er zijn diverse kledingstukken en accessoires om aan te proberen!

Benieuwd geworden naar kasteel Ammersoyen en de nieuwe publiekspresentatie? Kijk dan voor meer informatie over bezoekmogelijkheden en openingstijden op Kasteel Ammersoyen | Geldersch Landschap en Kasteelen

Afb. 5. in de Grote Torenkamer is de slaapkamer in 17e-eeuwse stijl ingericht – om even weg te dromen in een andere tijd van Ridders en schone Jonkvrouwen. Foto met hartelijke dank aan GLK.
Afb. 6. Jonkheer Daniël Théodore Gevers van Endegeest maakte in 1832 deze waterverftekening van Kasteel Ammersoyen vanuit het noordwesten. Het kasteel ziet er nu nog steeds hetzelfde uit, dankzij de goede zorgen van Geldersch Landschap & Kasteelen. Afmetingen onbekend. Rotterdam, Atlas van Stolk.

De portretten De Robineau de Villemont: noblesse de robe

Afb. 1. Het echtpaar De Robineau de Villemont-Boullet. Foto met hartelijke dank aan het Venduehuis in Den Haag.

Op dinsdag 28 maart 2023 was bij het Venduehuis in Den Haag de online Classical Paintings and Drawings veiling, met o.a. deze portretten van het Franse adellijke echtpaar De Robineau de Villemont-Boullet. Lees het verhaal hierbij hieronder.

Lot 60 betrof twee portretten uit de 18e eeuw van het adellijke echtpaar De Robineau de Villemont-Boullet. Jules François de Robineau de Villemont, heer van Villemont (1738-1806) werd geboren op 26 november 1738 in Marseille als zoon van Pierre de Robineau de Beaulieu, heer van Beaulieu (1690-1764) en Marie-Josèphe Julie de Meyronnet de Saint Marc (1717-na 1768), die uit de familie van de baronnen De Saint Marc stamde en een dochter was van een Raad des Konings in het parlement van de Provence. De vader van Jules François stamde uit een geslacht dat teruggaat tot in de 16e eeuw. In de 17e eeuw werd een voorvader burger van Parijs en wijnhandelaar en maakte hiermee fortuin. Diens zoon, de grootvader van Jules François, maakte carrière in overheidsdienst en werd Raad van de Koning en Ontvanger-Generaal van de Financiën van de Provence. In de 17e eeuw kocht deze de heerlijkheden Belombre en Escolives in Auxerrois.

In Frankrijk maakt men wel onderscheid tussen ‘noblesse d’epée’ en ‘noblesse de robe’. De ‘noblesse d’epée’ is de zwaardadel en stamt af van de riddermatige adel, terwijl de ‘noblesse de robe’ de ambtsadel betreft en afstamt van hoge ambtsdragers, die in de adel verheven werden. De familie De Robineau is een mooi voorbeeld van ‘noblesse de robe’, die door hun snelle maatschappelijke stijging en huwelijken met leden van adellijke geslachten ging deel uitmaken van de adel van de Provence. Aanleiding voor hun verheffing in de adel in de 17e eeuw was de functie van Raad en Secretaris van de Koning bij de Kanselarij van de Provence.

Ook de vader van Jules François had hoge ambtelijke functies en was Commissaris van Oorlog voor de kust van de Provence, Ontvanger-Generaal van Financiën in de Provence en mede-oprichter, Lid en Directeur van de Academie van Marseille. In 1754 kocht zijn vader voor het kolossale bedrag van 160.500 livres de heerlijkheid Beaulieu. De oudste broer van Jules François zou zijn vader als heer van Beaulieu opvolgen en werd daarnaast Raad van het Parlement van Provence, maar Jules François werd heer van Villemont, dat zijn vader geërfd had, en volgde zijn vader als Commissaris van Oorlog op.

Jules François was luitenant in het regiment D’Angoumois in Louisiana en werd benoemd tot Ridder in de Militaire Orde van Saint Louis. Op 9 april 1771 trad hij in de kerk Sainte Marie in Toulon in het huwelijk met Marie Madeleine Boullet, dochter van een vooraanstaande en vermogende handelaar en meester-goudsmid uit Toulon, en zij kregen zeven kinderen: Jules Pierre (jong overleden), Blaise François Laurent, Joseph Marie (jong overleden), Philippe François (jong overleden), Louis Hippolyte Toulon, Charlotte Julie en Anne Louise Honorine de Robineau de Villemont. Zijn zoon Blaise François Laurent zou hem, na zijn overlijden, opvolgen als heer van Villemont.

Hoewel de familie overtuigd koningsgezind en aanhanger van de Bourbons was, koos de jongste zoon Louis Hippolyte Toulon de Robineau na de Franse Revolutie voor een carrière in het leger van Napoleon en maakte diens veldtochten naar Italië, Pruisen, Oostenrijk en (opnieuw) Italië mee. Hij werd uiteindelijk lijfwacht van de Koning met de rang van kapitein en werd benoemd tot Ridder in het Legioen van Eer. Ondanks zijn indrukwekkende carrière vergaf zijn familie hem zijn keuze niet en raakten zij gebrouilleerd.

Op dit portret draagt Jules François de Robineau een harnas, dat hij in werkelijkheid niet gedragen zal hebben, maar dat diende om zijn adellijke status te bevestigen en hem een glans van oude zwaardadel verleende.

De portretten betreffen pastel op papier en meten 44×36 cm (met lijst 58×49 cm). Ze werden getaxeerd op 800-1200 euro. Veilingopbrengst 3600 euro.

Afb. 2. Het Hôtel de l’Enfant in de Rue Portalis 25 in Marseille: onder het balkonhekje links de toegangspoort tot het vijf vensters brede voormalige stadspaleisje van de moeder van Jules François de Robineau de Villemont. Marie Josèphe Julie de Meyronnet de Saint Marc, douairière Pierre de Robineau de Beaulieu, heer van Beaulieu (1690-1764), kocht dit in 1768. Foto met dank aan Google Streetview.