Gevallen voor het vaderland: jonkheer Jean Chrétien Baud (1919-1944) en jonkheer Willem Abraham Baud (1923-1945)

Afb. 1. Jonkheer Willem Abraham Baud (1923-1945).

Het geslacht Baud stamt uit Zwitserland en gaat terug tot in 1409 in de buurt van Genève. In de 18e eeuw kwam een Baud naar Nederland en werd sergeant in het regiment Zwitserse gardes onder de lijfcompagnie van de Prins van Oranje. Zijn kleinzoon, Jean Chrétien baron Baud (1789-1859), werd onder meer gouverneur-generaal van Nederlands-Indië en in 1858 werd hij in de Nederlandse adel verheven met de titel van baron bij eerstgeboorte.

De broers werden geboren als kinderen van mr. Jean Chrétien baron Baud en Augusta Isabelle Alexandrine barones van Dedem, die uit de oud-adellijke Overijsselse familie Van Dedem stamde met als stamhuis het Huis Den Berg in Dalfsen.

Jean Chrétien werd geboren op 16 juni 1919 in Arnhem. Hier was zijn vader werkzaam als adjunct-commies bij de provinciale griffie van Gelderland. Nadat hij in 1920 chef van het kabinet van de burgemeester van ’s-Gravenhage was geworden, verhuisde het jonge gezin hierheen en vestigde zich op 15 maart aan de Jozef Israëlslaan nr. 16. Op dit adres werd in 1920 zijn broertje Alexander geboren, gevolgd door Hendrik Maximiliaan in 1921 en op 29 januari 1923 werd Willem Abraham hier geboren.

In deze jaren raakte het gezin ook verbonden met het Koninklijk Huis, want na eerst benoemd te zijn tot kamerjonker van Koningin Wilhelmina, werd hun vader als kamerheer i.b.d. van Koningin Wilhelmina ter beschikking gesteld aan Prinses Juliana en in latere jaren werd hij haar particulier secretaris. Ondertussen was het gezin op 15 juli 1929 naar Katwijk aan de Zee verhuisd waar het aan de Hooghkade ging wonen, maar een jaar later op 27 maart vestigde zij zich opnieuw in ’s-Gravenhage aan de Koningskade nr. 12 in een groot 19e eeuws herenhuis.

Het was in dit huis dat de familie woonde toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak en overeenkomstig het familiedevies OTIA DANT VITIA (ledigheid is het beginsel van alle kwaad) keken de vier broers niet toe en kwamen in verzet – maar twee overleefden de oorlog niet.

Afb. 2. Jonkheer Jean Chrétien Baud (1919-1944).

Jean Chrétien, die in de familie ‘Tièn’ genoemd werd (de pachters op Den Berg in Dalfsen spraken zijn naam uit als ‘Jan Krent’), verliet in 1937 als eerste het ouderlijk huis en ging in Utrecht Indisch recht studeren als voorbereiding op een carrière in Nederlands-Indië, waarvan zijn betovergrootvader in de jaren 1833-1936 gouverneur-generaal was. In 1938 volgde hij een militaire opleiding en werd cornet bij de artillerie. Na het uitbreken van de oorlog probeerde hij per fiets Portugal te bereiken, maar deze poging mislukte.

In de nacht van 1 op 2 april 1941 deed hij een nieuwe poging. Dit keer als Engelandvaarder en samen met verzetsleden van de Stijkelgroep probeerde hij met een vissersbootje vanuit Scheveningen naar Engeland te ontkomen. Via radiocontact dacht men afspraken gemaakt te hebben, waarbij het de bedoeling was om op zee door een Engelse duikboot of torpedobootjager opgepikt te worden, maar de zaak bleek verraden te zijn. Midden in de nacht vertrok de KW 133 van de vissers Gebr. Van der Plas zo stil mogelijk vanuit de haven van Scheveningen. Nog voor het verlaten van de haven flitste een controlelicht op. Tièn sprong overboord en wist ongezien zwemmend de kant te bereiken. Na zijn ontsnapping keerde hij onder de modder heimelijk terug naar het huis van mevrouw M.S. van Deth, die inspectrice was bij de kinderpolitie in ’s-Gravenhage. De volgende dag ’s avonds hield hij het hier niet meer uit en ging naar het huis van de heer C. Drupsteen, een politieagent die ook mee zou gaan op de boot, om te horen hoe het de anderen vergaan was die aan boord waren. Hier werd hij opgewacht door de Duitsers en gearresteerd.

Van 3 april 1941 tot 10 april 1942 zat hij in cel 371 in de gevangenis in Scheveningen, die door de vele verzetsstrijders die daar zaten het Oranjehotel genoemd werd. Daarna werd hij naar Berlijn vervoerd en op 1 september 1942 kwam zijn zaak daar voor in de 3e Senat des Reichskriegsgerichtes in Berlijn-Charlottenburg aan de Witzlebenstrasse 410. De aanklacht luidde: “Verdacht van begunstiging van de vijand”, omdat hij “… door verschillende zelfstandige handelingen tijdens het door het Duitse Rijk gevoerde oorlog (heeft) geprobeerd de vijand te begunstigen en aan het leger van het Duitse Rijk schade (heeft geprobeerd) te berokkenen.” In het proces werd hij vertegewoordigd door de Rechtsanwalt dr. Liffers.

De hele rechtzaak was een showproces en de uitkomst was dat hij ter dood werd veroordeeld, maar later kreeg hij alsnog gratie en werd overgebracht naar het tuchthuis Sonnenburg bij Küstrin. Hier overleed hij aan uitputting door onder meer tbc op 15 juli 1944, een maand voor hij vijfentwintig zou zijn geworden. Hij werd ter plaatse begraven, maar na de oorlog vond zijn herbegrafenis plaats op de gemeentelijke begraafplaats Westduin in ‘s-Gravenhage, waar hij samen met andere leden van de Stijkelgroep bij een monument begraven ligt.

Willem Abraham, ‘Wim’ in de familie, was leerling op het gymnasium en werd op 18 maart 1941 achttien jaar oud gearresteerd vanwege de verspreiding van illegale bladen en foto’s van het Koninklijk Huis. Ook hij werd opgesloten in het Oranjehotel in Scheveningen. Hier zat hij in cel 665. Nadat hij op 25 juli 1941 vrijgelaten was, dook hij onder in Dalfsen, waar zijn moeders familie het landgoed Den Berg bezat. Hier werd hij actief in het verzet in de verzetsgroep van de onderwijzer S.J. Baarsma van de A. baron van Dedem school. Op 5 december 1944 werd hij gearresteerd en vermoedelijk op 10 februari 1945 vervoerd naar concentratiekamp Neuengamme bij Hamburg. Hier overleed hij aan tbc en uitputting tweeëntwintig jaar oud op 3 april 1945 – een maand voor het kamp door de Geallieerden bevrijd zou worden.

Naar verluidt is hun moeder nooit over hun verlies heengekomen en kon zij nimmer meer lachen.

Gevallen voor het vaderland: Egbert Joost baron van Nagell, heer van Schaffelaar (1923-1944).

Nagell, Dodenherdenking 2014
Afb. Egbert Joost baron van Nagell (1923-1944), met links huis de Schaffelaar en zijn graf in Barneveld.

Egbert Joost baron van Nagell werd geboren op 26 juni 1923 in Bad Harzburg. Zijn vader, mr. Justinus Egbertus Hendericus baron van Nagell, stamde uit een oud-adellijk geslacht uit Westfalen, waarvan de stamvader voor het eerst in 1385 genoemd werd. In de 16e eeuw vestigde een voorvader zich in Nederland en in 1814 werd de familie opgenomen in de Nederlandse adel met de titel van baron. Zijn moeder, Julia Johnson Calhoun, stamde uit een van oorsprong Schotse familie, waarvan de naam oorspronkelijk Colquhoun was. In de 18e eeuw vestigde de familie zich in de Verenigde Staten en kwam daar tot groot aanzien. Zo was haar vader de eigenaar van de Baltimore Coal Mining en Railway Company en was haar overgrootvader onder meer vice-president van de Verenigde Staten onder president John Quincy Adams.

Hij groeide op met een ouder zusje in het buitenland, omdat zijn vader in diplomatieke dienst was. Diens carrière bracht hem van Peking naar Washington, Sint Petersburg, Londen, Boekarest en Stockholm. In 1935 erfde hij van zijn tante het kasteel Schaffelaar in Barneveld, het belangrijkste kasteel in neo-Tudor stijl in Nederland. Hij was de enige mannelijke Van Nagell in zijn generatie (de 17e van zijn geslacht) en erfde het, zodat hij de naam Van Nagell op Schaffelaar kon voortzetten. Als enige zoon werd hij er regelmatig in de familie aan herinnerd dat hij moest trouwen om het geslacht Van Nagell voort te zetten en hij zei daarop altijd: “Dan zal ik toch eerst goede afspraken moeten maken, want als er zes dochters komen dan heb ik het voor niets gedaan.”

Toen in 1940 de oorlog uitbrak, was zijn vader buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister te Stockholm en Helsingfors. Egbert Joost reisde in de oorlog vanuit het neutrale Zweden via Siberië naar Wladiwostok en arriveerde uiteindelijk in Nederlands-Indië waar hij eerst logeerde bij de Gouverneur-Generaal jonkheer Tjarda van Starckenborg Stachouwer en daarna bij jonkheer Loudon. Vervolgens ging hij via bemiddeling van generaal Van Pabst via Japan naar Canada waar hij een opleiding tot vliegenier kreeg. Daarna vertrok hij naar Engeland, maar ging opnieuw naar Canada voor een officiersopleiding. Bij terugkomst in Engeland kwam hij in het 322 squadron van Z.K.H. Prins Bernhard en had toen de rang van 1e luitenant R.A.F. en reserve-luitenant-kolonel bij de Koninklijke Nederlandse Luchtstrijdkrachten. Hij vertrok met een spitfire naar Frankrijk, maar moest door het slechte weer laag vliegen en werd als één van de eersten neergeschoten op 28 januari 1944 boven Merville (Nord) in Frankrijk nog geen eenentwintig jaar oud. Hij werd door de Duitsers met militaire eer begraven met de Nederlandse vlag over zijn kist.

In 1947 werd Egbert Joost baron van Nagell, heer van Schaffelaar uit Frankrijk opgehaald om in Barneveld bijgezet te worden in het familiegraf bij zijn grootouders en tante. Postuum ontving hij vanwege zijn inzet voor de vrijheid het Oorlogsherdenkingskruis met gesp, de Britse ´39 – ’45 Star, de Britse Air Crew Europe Star en het Franse Croix de Guerre ’39 – ’45 met palmtak.

Gevallen voor het vaderland: Carel Everhard graaf van Limburg Stirum (1917-1940).

Afb. Carel Everhard graaf van Limburg Stirum (1917-1940), met links zijn graf in Zutphen.

Carel Everhard graaf van Limburg Stirum werd geboren op 22 december 1917 op het Huis Duinlust te Overveen, dat in het bezit was van zijn grootouders Luden-Van der Vliet.

Zijn vader, Samuel John graaf van Limburg Stirum, was een telg uit het oudste geslacht dat tot de Nederlandse adel behoort en de stamvader werd voor het eerst in 1079 genoemd als getuige van de aartsbisschop van Keulen. Door het huwelijk met de Nederlandse erfdochter Ermgard van Wisch vestigde de familie zich in de 16e eeuw in Nederland en in 1814 werd een voorvader opgenomen in de Nederlandse adel met de titel van graaf. Zijn moeder, Mary Louise Luden, stamde uit een familie die in het blauwe boekje van het Nederland’s Patriciaat staat. Haar voorouders kwamen oorspronkelijk uit Noorwegen en vestigden zich in de 16e eeuw in Amsterdam. Haar vader was bankier en commissaris bij de Nederlandse Bank en via haar moeder stamde zij van de puissant rijke Borski familie af. Hij groeide op het Huis Spijkerbosch in Olst op met twee oudere broers en hier beheerde zijn vader het omringende landgoed.

In de meidagen van 1940 diende hij als kornet bij de cavalerie en maakte hij deel uit van de beveiliging van een onderdeel van het 4e regiment huzaren. Er werd bij Ginkel een zware strijd gestreden om de opmars van de Duitsers te vertragen en op 10 mei 1940 omstreeks 17.00 uur sneuvelde hij tweeëntwintig jaar oud samen met twee kameraden bij de herberg ‘Zuid-Ginkel’ te Ede. In de gevel herinnert een gedenksteen hieraan: “OP 10 MEI 1940 OM 17 UUR SNEUVELDEN ALHIER C.E. GRAAF VAN LIMBURG STIRUM KORNET/P.CH.BONKERK DPL. KORP./J.G. DIJKERS DPL. HUZ./VORMENDE DE BEVEILING VAN EEN ONDERDEEL VAN HET 4e REGT. HUZAREN.” Vanwege zijn moedig gedrag werd hem postuum het Bronzen Kruis verleend.

Carel Everhard graaf van Limburg Stirum werd bijgezet in de familiegrafkelder Van Limburg Stirum op de Algemene Begraafplaats in Zutphen en op de zerk aan het hoofdeinde staan te zijner ere twee regels uit het Wilhelmus: “STANDVASTIG IS GEBLEVEN MIJN HART IN TEGENSPOED (couplet 13) DEN VADERLAND GETROUWE BLEEF IK TOT IN DEN DOOD (couplet 1)”

Gevallen voor het vaderland: jonkheer Alexander van Geen (1903-1942)

Geen, Dodenherdening 2014
Afb. Jonkheer Alexander van Geen, portret door W. Sluyter in 1934. Foto met dank aan het Nederland’s Adelsboek.

Jonkheer Alexander van Geen werd geboren op 7 december 1903 te ’s-Gravenhage. Zijn vader, François Marie Leon baron van Geen, stamde uit een geslacht met een lange traditie in dienst van het vaderland. Opeenvolgende generaties waren generaal, luitenant-generaal bij de infanterie, kapitein bij de marine en hijzelf was luitenant-ter-zee 2e klasse tot hij particulier secretaris en kamerheer van Koningin Wilhelmina werd. In 1831 werd een voorvader in de Nederlandse adel verheven met de titel van baron bij eerstgeboorte. Zijn moeder, jonkvrouwe Adolphine Warnerdina Anna van der Wijck, stamde uit een een familie waarvan een voorvader in 1867 verheven werd in de Nederlandse adel met het predikaat van jonkheer.

Hij groeide met een ouder en een jonger zusje op aan de Waldeck-Pyrmontlaan in Apeldoorn, waar zijn vader aan het Hof werkzaam was. Net als zijn vader koos hij voor de marine en hij begon zijn opleiding in Willemsoord als adelborst, om vervolgens luitenant ter zee 3e klasse te worden en in deze rang verbleef hij in Nederlands-Indië. Na terugkomst huwde hij in 1931 Christina Wilhelmina Zeverijn en werd luitenant ter zee 2e klasse. Uit hun huwelijk werd in 1933 een zoon geboren. Nadien vertrok het gezin naar Nederlands-Indië en ging in Soerabaja wonen.

Na de Japanse aanval op Pearl Harbor verklaarde Nederland een dag later op 8 december 1941 de oorlog aan Japan. Op 27 februari 1942 vond de Slag in de Javazee plaats, waarbij een geallieerde vloot van Nederlandse, Amerikaanse, Britse en Australische schepen onder leiding van schout-bij-nacht Karel Doorman de strijd aanging met een Japanse invasievloot. De zeeslag werd door Japan gewonnen en de Nederlandse schepen Hr.Ms. De Ruyter, Hr.Ms. Java en Hr.Ms. Kortenaer gingen ten onder met ruim 900 opvarenden, waaronder de achtendertigjarige jonkheer Alexander van Geen. Zijn weduwe bracht met hun zoontje vervolgens de oorlogsjaren door in Japanse kampen. Na de oorlog kreeg jonkheer Alexander van Geen vanwege zijn getoonde moed postuum de Bronzen Leeuw.

Overleden: mr.dr. V.A.M. van der Burg

Mr.dr. Vincent Arthur Maria van der Burg, geboren Zeist 17 april 1945, overleden Zeist 29 april 2020, Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, Ridder in de Orde van Oranje-Nassau, Commandeur in de Orde van de H. Paus Sylvester, Commandeur in de Orde van het H. Graf van Jeruzalem, Drager van de Inhuldigingsmedaille 1980, Oud-Lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, Publicist op juridisch, lokaal-historisch en genealogisch gebied, weduwnaar van Marianne Antonia van der Burg née Kokke.

Op 29 april 2020 is mr. dr. V.A.M. (Vincent) van der Burg in zijn woonplaats Zeist overleden in de leeftijd van 75 jaar. Hij was advocaat en politicus voor het CDA en was van 1979 tot 1998, dus bijna 19 jaar lang, lid van de Tweede Kamer. Hij was daarnaast publicist op juridisch en genealogisch gebied.

Vincent van der Burg heeft een belangrijke rol gespeeld bij de totstandkoming van de Wet op de Adeldom. De bepaling over adeldom was in 1983 uit de Grondwet geschrapt en dit onderwerp zou voortaan bij de Wet geregeld worden. In het wetsontwerp van de hand van de Hoge Raad van Adel werd veel bij het oude gelaten. Zo zou adeldom alleen overgaan op kinderen, die uit het wettige huwelijk van een adellijke vader waren geboren. Intussen waren er nieuwe opvattingen over gelijke rechten, die ook in internationale verdragen waren vastgelegd.

Van der Burg heeft in september 1993 een amendement ingediend, waarin werd bepaald, dat adeldom ook zou overgaan op buiten huwelijk geboren en geadopteerde kinderen. Dit amendement is door de Tweede Kamer zonder discussie aangenomen en ook door de Eerste Kamer bekrachtigd. Later is discussie ontstaan over de vraag of deze regeling ook gold voor kinderen, die al geboren waren voor de inwerkingtreding van de wet. In een procedure over deze kwestie heeft Vincent van der Burg in 2018 een verklaring afgelegd, die inhield, dat het amendement onmiddellijke werking had, dus ook bedoeld was voor kinderen die al geboren of geadopteerd waren. De andersluidende interpretatie van minister van Thijn was in strijd met het geldende staatsrecht, aldus van der Burg.

Ten gevolge van het coronavirus is deze procedure helaas vertraagd en Van der Burg zal de afloop niet meer kunnen meemaken. Hij ruste in vrede.

Veilingnieuws: kop en schotels met Keizer Napoleon

Afb. 1. 12 kop en schotels, Dresden porselein, met portretten van Napoleon, Joséphine en Talleyrand. Foto met hartelijke dank aan het Venduehuis der Notarissen in Den Haag/www.venduehuis.com.

Op zondag 3 mei eindigt vanaf 20.00 uur bij het Venduehuis in Den Haag de online Vendue Next Door veiling met o.a. deze kop en schotels met onder meer Keizer Napoleon. Lees het verhaal hierbij hieronder of kijk in de online catalogus van het Venduhuis voor wat er verder geveild wordt op https://catalogus.venduehuis.com/auction?auction=281.

Afb. 2. Het portret van de Hertog De Talleyrand. Foto met hartelijke dank aan het Venduehuis der Notarissen in Den Haag/www.venduehuis.com.

Napoleon behoort tot de meest bekende historische persoonlijkheden en hij is één van de weinigen, die bekender is met zijn voornaam dan met zijn familienaam. Hij werd in 1769 geboren als Napoleone di Buonaparte in Ajaccio op Corsica. Zijn vader was de advocaat Carlo Maria di Buonaparte en zijn moeder Maria Laetitia Ramolino. De stamreeks van de familie gaat terug tot een stamvader die in 1540 overleed en in 1771 kreeg de familie Franse bevestiging – Corsica was Frans grondgebied – van hun adeldom.

Hij maakte pijlsnel carrière in het Franse leger en huwde in 1796 Joséphine Vicomtesse (Burggravin) de Beauharnais née Tascher de la Pagerie (1763-1814), die de weduwe was van Alexandre François Marie Vicomte (Burggraaf) de Beauharnais (1760-1794), die twee jaar daarvoor onder de guillotine zijn hoofd verloren had. Napoleon kroonde zichzelf in 1804 tot Keizer, maar besloot van zijn grote liefde te scheiden, omdat zij hem geen zoon baarde. Hij huwde vervolgens in 1810 de Oostenrijkse Aartshertogin Marie-Louise van Habsburg-Lotharingen (1791-1847) en kreeg met haar zijn gehoopte zoon en opvolger.

Zijn naaste familieleden gaf hij tronen om de status van zijn familie te vergroten: zijn broers werden koningen van Napels, Spanje, Holland en Westfalen, en twee zusjes werden Groothertogin van Berg en Toscane. Ook creëerde hij nieuwe adel, maar deze titels werden in het Koninkrijk der Nederlanden nooit erkend; Napoleon werd als een parvenu beschouwd en ook de door hem verleende titels werden als niet volwaardig gezien.

Zijn geschiedenis blijft tot de verbeelding spreken en dit zien we terug op deze kopjes, die onder meer gedecoreerd zijn met zijn portret en omringt met vergulde florale motieven. De schotels zijn gedecoreerd met vergulde geometrische motieven in een bijbehorende koffer met fluwelen voering. De kop en schotels zijn aan de onderzijde gemerkt met een gekroonde N.

Vermoedelijk stelt de dame met het diadeem Joséhine de Beauharnais voor en de heer met de rode sjerp de Franse staatsman Charles-Maurice de Talleyrand-Périgord Hertog van Talleyrand en Prins van Benevento (1754-1838), die onder meer minister van Napoleon was. Wie de andere dame is, is niet duidelijk, maar suggesties zijn welkom.

Kijk in de online catalogus van het Venduhuis voor wat er verder geveild wordt op https://catalogus.venduehuis.com/auction?auction=278. Als u een bezoek wilt brengen aan het Venduehuis om de kavels te bekijken, dan dient u i.v.m. het Coronavirus een online afspraak te maken, zodat het Venduehuis alle regels rondom het Coronavirus in acht kan nemen. Een online afspraak maken kan via https://www.venduehuis.com/nl/plan-uw-afspraak.

Afb. 3. Napoleon en Joséphine. Foto met hartelijke dank aan het Venduehuis der Notarissen in Den Haag/www.venduehuis.com.

Grote zorgen toekomst museale kastelen & historische buitenplaatsen

Afb. 1. De Fraeylemaborg in Slochteren met zijn kenmerkende toren.

Stichting Kastelen, historische Buitenplaatsen & Landgoederen (sKBL) doet met de besturen & directies van museaal benutte Nederlandse kastelen & historische buitenplaatsen een dringend beroep op minister Van Engelshoven (OCW) voor hulp en ondersteuning. Deze groep van circa 75 huizen dreigen nu tussen de wal en het schip te raken in de beschikbare noodmaatregelen. De meeste van deze stichtingen & organisaties zijn zeer afhankelijk van publieksinkomsten en worden in hun voortbestaan bedreigd. Gelet op hun grote maatschappelijke en sociaal-regionale waarden verdienen zij alle steun.

Maatschappelijke, organisatorische en financiële gevolgen
KBL genieten bij een groot publiek veel waardering. Alle huizen betreuren nu dan ook, dat zij hun maatschappelijke en educatieve diensten niet kunnen uitoefenen. Bovendien missen zij de inzet van hun vrijwilligers zeer. In ons land zijn meer dan 10.000 mensen vrijwillig actief op een kasteel of historische buitenplaats. Zonder inkomsten en vrijwilligersinzet zijn vele museaal benutte kastelen & historische buitenplaatsen in hun voortbestaan bedreigd. Door het wegvallen van entreegelden en de annulering van vrijwel alle evenementen ontberen inkomsten, maar gaan de uitgaven voor instandhouding en personeel onverminderd voort. De 1.5 meter regeling is in deze huizen met de vaak kleine vertrekken, smalle trappenhuizen en entrees niet of nauwelijks te realiseren. Hoe ziet hun toekomst er dan uit?

Cultureel ondernemerschap
De sector is vanouds creatief en ondernemend en dat komt de huizen nu wel goed van pas. Op veel huizen biedt men digitale publiekspresentaties van bijzondere collecties aan en/of worden verhalen tot leven gebracht. Ook zijn die kanalen van nut bij het onderhouden van de contacten met de essentiële groepen vrijwilligers. Voorts werken de huizen hard aan protocollen voor heropenstelling.

Verzoek om steun
Naast het al beschikbare nood- en steunpakket wordt een dringend verzoek gedaan voor maatregelen die museaal benutte kastelen & historische buitenplaatsen met hun parken en historische tuinen ondersteunen in hun voortbestaan. Een wens is het versoepelen van de Subsidie Instandhouding Monumenten (SIM) van 60% naar 80%. Ook is hulp gewenst bij het toepassen van de 1.5 meter maatregel voor heropenstelling, zoals contactloze oplossingen (kaartverkoop, audiotours) en extra veiligheids- en hygiënemaatregelen. sKBL roept gemeenten en provincies op tot coulance te bewegen bij huurafdrachten en zoekt de steun van particuliere fondsen. De brief waarin sKBL een beroep op de minister van OCW doet, is medeondertekend door het Geldersch Landschap & Kastelen, Kasteel De Haar, Kasteel Twickel, Kasteel Duivenvoorde, Huygens’Hofwijck, Middachten, de Fraeylemaborg en talrijke andere publiekstoegankelijke huizen in het hele land.

De brief aan de minister kunt u hier lezen https://www.skbl.nl/wp-content/uploads/2020/04/29-04-2020-Verzoek-minister-Onderwijs-Cultuur-en-Wetenschap-namens-kastelen-en-buitenplaatsen.pdf

Afb. 2. Kasteel Duivenvoorde statig weerspiegeld in de slingerende vijver.

Overleden: Zijne Eminentie de 80ste Vorst-Grootmeester Fra’ Giacomo Dalla Torre del Tempio di Sanguinetto

Afb. Zijne Eminentie de Vorst en 80ste Grootmeester Fra’ Giacomo Dalla Torre del Tempio di Sanguinetto (1944-2020). Foto met dank aan de Sovereign Order of Malta.

Het Grootmagistraat van de Souvereine Orde van Malta heeft vandaag bekend gemaakt dat op 29 april Zijne Eminentie de Vorst en 80ste Grootmeester Fra’ Giacomo Dalla Torre del Tempio di Sanguinetto is overleden. De Vorst-Grootmeester werd geboren op 9 december 1944 als zoon van Paolo dalla Torre, Conte (Graaf) di Sanguinetto, en Antonietta Pulvirenti De Grazia. Hij is sinds 1985 met de orde verbonden en werd in 2018 tot Vorst-Grootmeester verkozen.

Link naar het volledige bericht met biografische informatie https://www.orderofmalta.int/2020/04/29/grand-magistry-announces-death-of-grand-master-fra-giacomo-dalla-torre-del-tempio-di-sanguinetto/?fbclid=IwAR2y2o2OVP6Ekk1vw04B1RI2pNitUwo1qHIfGEf3crhaM_MWn7Bb3V2kN-s

Volgens de grondwet van de Orde is de Vorst-Grootmeester het soevereine en religieuze hoofd van de Orde. Hij is gekozen voor het leven, moet zich volledig wijden aan de ontwikkeling van de werken van de Orde en een voorbeeld stellen van het leven volgens christelijke beginselen voor zijn leden.

De Souvereine Militaire Hospitaal Orde van Malta Associatie Nederland werd bij besluit van de Vorst-Grootmeester van 20 januari 1911 heropgericht. De Orde heeft in Nederland ruim 120 leden in Nederland. De leden (mannen en vrouwen) kunnen van adel zijn, zijn belijdend katholiek en ouder dan 21 jaar, en hebben de Nederlandse nationaliteit. De doelstellingen van de Orde moeten in woord en daad onderschreven worden. Sinds 1919 is de Orde gevestigd aan de Nieuwgracht in Utrecht. Voorzitter van het Kapittel is ir. J.A.M. baron van Voorst tot Voorst.

Link https://ordevanmalta.nl/

De familie Pieters Graafland en de adellijke familie Graafland/Hooft Graafland

Afb. Screenshot met dank aan www.google.nl.

Op 28 april overleed voetballegende Eddy Pieters Graafland op 86-jarig leeftijd. Zijn familienaam, Pieters Graafland, doet denken aan de adellijke familie Graafland/Hooft Graafland, die tot de bekende Amsterdamse regentengeslachten in de 17e en 18e eeuw behoorde. Nader onderzoek laat echter zien, dat hij hier niet van afstamt.

Cornelis Jan Louis Graafland (1776-1803) was de zoon van mr. Pieter Graafland, heer van Heenvliet en Coolwijkspolder (1748-1793) en Louise Carolina des H.R. Rijksbarones van Alderwerelt (1755-1783). Deze tak van het Amsterdamse regentengeslacht werd nooit verheven in de Nederlandse adel, maar is wel terug te vinden in het blauwe boekje van het Nederland’s Patriciaat.

Cornelis Jan Louis werd kapitein-luitenant-ter zee en trad op 8 augustus 1802 in Rotterdam in het huwelijk met Johanna Elisabeth Scheffers, na op 24 juli van dat jaar in ondertrouw te zijn gegaan. De bruid was al eerder gehuwd geweest en weduwe van Johannes Pieters. Uit dit huwelijk bracht zij een zoontje mee, met de achternaam Pieters. Drie jaar eerder was het echtpaar ook al in ondertrouw gegaan in Rotterdam op 18 mei 1799, maar tot een huwelijk was het toen niet gekomen. Wel kreeg het in die jaren een dochterje: Louisa Carolina Petronella, dat ongeveer 3 jaar oud op 12 juli 1803 in Rotterdam overleed en drie dagen later in de Grote Kerk aldaar werd begraven.

Niet lang daarvoor was ook Cornelis Jan Louis overleden: ‘Heden is overleden, myn waarde Echtgenoot, CORNELIS JAN LOUIS GRAAFLAND, in den ouderdom van 27 Jaren, aan eene uitteerende ziekte. Geve van dit sterfgeval, by dezen, kennis aan Famillie en Vrienden. Rotterdam den 31 Mey 1803. Elizabeth Johanna Scheffers, Wed. C.J.L. Graafland.’ Op 4 juni volgde de begrafenis in de Grote Kerk in Rotterdam.

Zelf overleed de weduwe op 15 november 1842 ‘des namiddags ten twaalf ure, in het huis staande aan den Amsteldijk’ in Nieuwer Amstel op de leeftijd van 83 jaar. Haar zoon Gerardus uit haar eerste huwelijk met Johannes Pieters had de achternaam van zijn stiefvader toegevoegd en ging als Gerardus Pieters Graafland door het leven. Hij had (en heeft) vele nakomelingen, waaronder de voetballegende Eddy Laurens Pieters Graafland (1934-2020).

AiN wenst u een mooie Koningsdag toe!

Op de fotocompilatie van links naar rechts de generaties V, VI, VII, VIII, IX en X van de familie Von Amsberg: de advocaat Joachim Karl Theodoor von Amsberg (1777-1842), de Mecklenburg-Schwerins generaal-majoor Gabriel Ludwig Johann von Amsberg (1822-1895), de Groothertogelijk Mecklenburg-Schwerins opperhoutvester Wilhelm Karl Friedrich August Louis von Amsberg (1856-1929), de planter Claus Felix Friedrich Leopold Gabriel Archim Julius August von Amsberg (1890-1953), de diplomaat Claus Georg Willem Otto Frederik Geert prins der Nederlanden, jonkheer van Amsberg (1926-2002) en Z.M. koning Willem-Alexander (1967). Foto Koning Willem-Alexander ©RVD – Rineke Dijkstra en foto Gabriel von Amsberg met hartelijke dank aan Titus von Bönninghausen.

Koningsdag zal dit jaar anders zijn dan in andere jaren, maar AiN wenst u een mooie Koningsdag bij u thuis toe (en anders buiten op anderhalve meter afstand)!

Het geslacht Von Amsberg in het licht van de Nederlandse adel: een korte beschouwing. Het is bijna zeven jaar geleden dat koning Willem-Alexander uit het Huis Oranje-Nassau ingehuldigd werd, maar volgens het Nederlands adelsrecht zou je kunnen zeggen dat sinds 2013 de familie Von Amsberg regeert, want de vader van de koning was een Von Amsberg.

Hoe verhoudt het geslacht Von Amsberg zich nu tot de Nederlandse adel? Wanneer je de stamreeks bekijkt, dan zie je dat het geen hele oude familie is: de stamvader werd omstreeks 1677 vermeld. De meeste families die tot de Nederlandse adel behoren zijn ouder, ook al zijn er ook families bij die later in de geschiedenis verschijnen. Mogelijk zal de stamreeks Von Amsberg in de komende jaren nog verder opgevoerd kunnen worden nu de archieven in Mecklenburg beter toegankelijk zijn na de Duitse eenwording.

De familie Von Amsberg is niet van oude adel: in de vierde generatie zien we pas het adellijke predikaat ‘von’ verschijnen (te vergelijken met het Nederlandse predikaat jonkheer) en dit predikaat wordt voor het eerst gebruikt in 1795 bij het tekenen van een kerkregister. In 1891 wordt dit adellijke predikaat door de groothertog van Mecklenburg-Schwerin officieel bevestigd. De meeste Nederlandse adellijke families hebben ook adeldom die uit de 19e eeuw dateert, al is dat meestal uit de eerste helft van de 19e eeuw.

De maatschappelijke status van de opeenvolgende generaties is: meester-smid, meester-bakker, predikant, predikant, advocaat, generaal-majoor, opperhoutvester, planter, diplomaat. Opvallend is dat de maatschappelijke stijging begint met twee opeenvolgende generaties van predikanten, iets wat je ook in Nederland vaker ziet (we zijn toch een land van dominees) en dat je daarna traditionele adellijke functies ziet in de advocatuur, het leger, aan het Hof en in de diplomatieke dienst.

Wanneer je tot slot de kwartierstaat van koning Willem-Alexander zou bekijken, dan zou je zien dat hij ‘adellijker’ is dan de meeste leden van de Nederlandse adel: niet alleen heeft hij twee adellijke ouders, vier adellijke grootouders, acht adellijke overgrootouders, maar zelfs zestien adellijke betovergrootouders. Van deze zestien betovergrootouders behoren er vier tot jonge adellijke geslachten (Von Amsberg, Von Gutschmid, Von Salviati en Von Chelius) en twaalf tot oud-adellijke geslachten (Von Passow,Von Vieregge, Von dem Bussche-Haddenhausen, Von dem Bussche-Ippenburg, Zur Lippe, Von Wartensleben, Von Cramm, Von Sierstorpff-Driburg, Von Mecklenburg-Schwerin, Von Schwarzburg-Rudolstadt, Van Oranje-Nassau en Zu Waldeck-Pyrmont). Anno 2020 zijn er niet veel leden van de Nederlandse adel die zestien adellijke kwartieren hebben.

Conclusie: overeenkomsten, maar ook verschillen.