Olympische Winterspelen 1936: Gratia Maria Margaretha barones Schimmelpenninck van der Oye (1912-2012)

Afb. ‘Freule A. Schimmelpenninck van der Oye, de eenige Nederlandsche deelneemster aan de Olympische Winterspelen, in actie tijdens de Slalom (behendigheidswedstrijden) te Garmisch Partenkirchen.’

Freule Gratia was een telg uit het adellijke geslacht Schimmelpenninck van der Oye, dat teruggaat tot in 1418 in Zutphen en waarvoor in 1820 de titel van baron werd erkend.

Het Olympische gedachtengoed zat er al vroeg in, want haar vader, mr. Alphert baron Schimmelpenninck van der Oye, was sinds 1925 lid van het Internationaal Olympisch Comité. Nadat haar ouders in 1930 besloten hadden uiteen te gaan, bleef zij bij haar moeder, jonkvrouwe Henriette Susanna Frederique Huyssen van Kattendijke, wonen en kwam tijdens hun verblijf in Oostenrijk in aanraking met de skisport.

In 1935 werd zij zesde bij de wereldkampioenschappen alpineskiën en het jaar erop werd zij de eerste Nederlandse vrouw die aan de Olympische Winterspelen deelnam. Hier eindigde zij op de 14e plaats bij het alpineskiën.

Link naar een interessant artikel online over haar: https://historiek.net/het-rokje-van-de-freule/40379/

Illustre Lieve Vrouwe Broederschap: interview met jonkheer Diederik Laman Trip, Gus baron van der Feltz en Ferdinand Sassen

Afb. V.l.n.r. Ferdinand Sassen, jonkheer Diederik Laman Trip en Gus baron van der Feltz, leden van de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap. Foto met hartelijke dank aan Lisette Broess-Croonen.

In 1318 werd de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap in ’s-Hertogenbosch opgericht en het 700-jarig bestaan was de aanleiding voor het genootschap om in de openbaarheid te treden. Gisteren werd een tentoonstelling in het Noordbrabants Museum door Z.M. Koning Willem-Alexander geopend, die ook lid van het genootschap is.

Het genootschap doet aan liefdadigheid, heeft een oecumenisch karakter, behoudt zijn tradities en culturele erfgoed, en door dit met ruim 100 leden samen te delen, leren zij elkaar heel goed kennen en worden zij broeders, aldus regerend proost jonkheer Diederik Laman Trip.

Het genootschap kende en kent vele leden uit de rode en blauwe boekjes, en wordt door de buitenwereld als elitair ervaren. “Zo kijkt de buitenwereld er tegenaan en dat begrijp ik wel. Maar als je er zelf in zit, dan zie je dat zelf minder, maar ik begrijp dat mensen dat vinden”, aldus een lid in het NOS Journaal.

Lisette Broess-Croonen interviewde drie leden: jonkheer Diederik Laman Trip, Gus baron van der Feltz en Ferdinand Sassen, die uit een patriciaatsfamilie stamt. Link naar het interview online in het Stadsblad Den Bosch: https://www.stadsbladdenbosch.nl/nieuws/algemeen/359750/inkijkje-in-de-illustre-lieve-vrouwe-broederschap.

Link naar meer informatie over de tentoonstelling ‘Geloven in vriendschap’ in het Noordbrabants Museum: http://www.hetnoordbrabantsmuseum.nl/bezoek/tentoonstellingen-activiteiten/tentoonstellingen/geloven-in-vriendschap/

BinnensteBuiten: landgoed Den Treek-Henschoten & Fleur de Beaufort

Afb. Jonkvrouwe Fleur de Beaufort in Binnenstebuiten, waarin zij vertelt over landgoed Den Treek-Henschoten. Screenshot met dank aan Binnenstebuiten.

In het programma BinnensteBuiten werd in de aflevering van 12 februari jl. een bezoek gebracht aan het landgoed Den Treek-Henschoten, dat in 1807 gekocht werd door mr. Willem Hendrik de Beaufort (1775-1829), wiens nakomelingen het nog steeds bezitten. Met ruim 2200 ha. behoort Den Treek tot de grootste landgoederen in Nederland en meer dan 540 nakomelingen uit de familie De Beaufort in de mannelijke en vrouwelijke lijn hebben aandelen in de N.V. waarin dit belangrijke cultuur- en natuurbezit is ondergebracht. Er worden vele activiteiten georganiseerd, waarbij de familieleden ook actief betrokken zijn. In BinnensteBuiten vertelt jonkvrouwe Fleur de Beaufort meer over Den Treek.

Link naar de uitzending online: http://www.uitzendinggemist.net/aflevering/424332/Binnenstebuiten.html.
Link naar de website van Den Treek-Henschoten: http://www.dentreekhenschoten.nl.

Olympische Winterspelen 1936: mr. Willem Johan Gijsbert baron Gevers, heer van Kethel en Spaland (1911-1994)

Afb. Mr. Willem Johan Gijsbert baron Gevers, heer van Kethel en Spaland (1911-1994). Afb. met dank aan het RKD in Den Haag.

Willem Gevers was een telg uit een Rotterdams regentengeslacht en in 1815 werd een voorvader in de Nederlandse adel verheven met het predikaat jonkheer. In 1857 werd aan zijn grootvader de titel van baron bij recht van eerstgeboorte verleend en Willem Gevers werd na het overlijden van zijn vader de derde opeenvolgende in de familie met de titel baron.

In 1936 deed hij mee aan de Olympische Winterspelen bij het onderdeel bobsleeën samen met Samuel J. Dunlop. In de krant kon men over hun deelname lezen: ‘De Nederlandsche bob startte met W.J. baron Gevers als bestuurder en S.J. Dunlop als remmer. Onze bob maakte een vrij goede tijd van 1 min. 31.44 sec.’, maar het werd uiteindelijk de 10e plaats van de tweeëntwintig deelnemers.

Na de Olympische Winterspelen vervolgde baron Gevers zijn diplomatieke carrière en werd tenslotte H.M. ambassadeur bij het Hof van St. James te Londen en te Reykjavik.

Foto-album 50e Wiener Ball Grand Hotel Huis ter Duin in Noordwijk

Afb. Op vrijdag 9 februari vond in Grand Hotel Huis ter Duin in Noordwijk het 50e Wiener Ball plaats waar 64 jongedames en jongeheren debuteerden op de dansvloer.
Afb. Een groepsfoto met leden uit de adellijke geslachten (v.l.n.r.) Taets van Amerongen van Renswoude, Groeninx van Zoelen, Versélewel de Witt Hamer, Van Eysinga, Van de Poll, Van der Feltz, Van Weede, De Savornin Lohman (2 x), Van Tets, Verheyen, Van Nispen tot Sevenaer en Van Rijckevorsel van Kessel.
Afb. De aanbieding van het jubileumboek t.g.v. het 50e Wiener Ball door Martin van Pernis (l), voorzitter Stichting Oostenrijkse Cultuur in Nederland, en Maria van der Velden (r.), oud debutantencomité, aan mevrouw Von Brunner, initiatiefneemster van het Wiener Ball in 1965 (2e v.r.) en de Oostenrijkse ambassadeur mevrouw H.E. Gürer (2e v.l.).
Afb. De binnenkomst van de 64 debutanten op het Wiener Ball.

© foto’s Hans Hampsink

Valentijn in de 17e eeuw: ‘Mijn heer en lieste hartge’, de brieven van Margaretha barones van Reede née Turnor (1613-1700)

Reede-Turnor
Afb. Margaretha barones van Reede née Turnor (1613-1700) op een portret door J. Ovens in de bovengalerij van kasteel Amerongen. Foto met hartelijke dank aan: www.facebook.com/kasteelamerongen.

Margaretha van Reede leefde in roerige tijden met als dieptepunt het Rampjaar 1672, waarin de Republiek door onder meer de Franse troepen werd aangevallen, die in februari 1673 het kasteel Amerongen van de Van Reedes in de brand staken. Hierover schreef zij kort daarop op 27 februari: ‘dat de franse hetselfve aen de vier hoecke soude aen brant gesteecke hebbe (…) het soude twee dage brant hebbe.’

Margaretha van Reede stond er alleen voor in deze moeilijke jaren, omdat haar echtgenoot, de diplomaat Godard Adriaan baron van Reede (1621-1691), veel in het buitenland verbleef. Eén à twee maal per week schreef zij echter trouw aan haar echtgenoot en besprak in deze brieven de dagelijkse beslommeringen, de herbouw en het beheer van kasteel Amerongen, de financiën en gebeurtenissen in de naaste familie. Vrijwel steevast liet zij de brieven aan haar echtgenoot beginnen met de aanhef ‘Mijn heer en lieste hartge’ en eindigde deze met ‘uhEd (U hoog Edele – red.) getrouwe wijff, M. Turnor’

Over deze brieven verscheen een bijzonder boekje, dat op kasteel Amerongen nog steeds te koop is: D. Pezarro, Mijn heer en liefste hartje, (Amerongen, 1991).

 

Wienerball 2018: rauschendes Ball Fest in Grand Hotel Huis ter Duin in Noordwijk

Afb. 1. 64 debuterende jongedames en -heren op de dansvloer van Grand Hotel Huis ter duin.

Vrijdagavond 9 februari vond in het Grand Hotel Huis ter Duin in Noordwijk het 50e Wiener Ball plaats, dat ook nu weer weer bijzonder geslaagd genoemd mag worden. Dit jaar waren er als gasten met de hoogste rang twee Oostenrijkse Aartshertogen uit de Keizerlijke familie Habsburg-Lotharingen aanwezig: Aartshertog Sandor en echtgenote Aartshertogin Herta. Zij stammen uit de tak die tot in 1860 in het Groothertogdom Toscane regeerde.

Afb. 2. Aartshertogin Herta en Aartshertog Sandor van Habsburg-Lotharingen waren de hoogsten in rang onder de gasten op het Wiener Ball.

De avond werd geopend door het Jungdamen- en Jungherrenkomitee, waarin dit jaar onder meer debuteerden jonkheer Frederik van Heurn, Francien van Gent, met een barones Van der Feltz als moeder, en Claire Schrameijer, die een jonkvrouwe Van Rijckevorsel van Kessel als moeder heeft. Daarnaast debuteerden er telgen uit de patriciaatsfamilies Smits van Oyen, Van Hall, Hamstra en Schalij.

Na de zeer geslaagde openingsdans, die onder leiding van de Weense dansmeester Heinz Heidenreich was ingestudeerd, was het: “Alles Walzer!” en kon er door iedereen gewalst worden op de klanken van het Ensemble Johann Strauss. Hierna verspreidden de balgasten zich over de verschillende zalen en AiN zag en sprak velen uit het rode boekje: Van Rijckevorsel van Kessel, Versélewel de Witt Hamer, Taets van Amerongen van Renswoude, Von Balluseck, Van Tets, Van der Feltz, Van Nispen tot Sevenaer, Van Eysinga, Van de Poll, Verheyen, Filz von Reiterdank, Van Beijma thoe Kingma, Van Dedem, De Savornin Lohman, Groeninx van Zoelen en Van Weede. Ook het blauwe boekje was goed vertegenwoordigd met patriciaatsfamilies als Döderlein de Win, Enschedé, Dudok van Heel, Van Hasselt, Van Helsdingen, Westerouen van Meeteren en Kaars Sypesteyn.

Afb. 3. Een groepsfoto met leden uit de adellijke geslachten (v.l.n.r.) Taets van Amerongen van Renswoude, Groeninx van Zoelen, Versélewel de Witt Hamer, Van Eysinga, Van de Poll, Van der Feltz, Van Weede, De Savornin Lohman (2 x), Van Tets, Verheyen, Van Nispen tot Sevenaer en Van Rijckevorsel van Kessel.

Wat het Wiener Ball steeds opnieuw bijzonder maakt, is de mix van adel, patriciaat, leden van de hofhouding, vertegenwoordigers uit de politiek en het bedrijfsleven, terwijl de sfeer feestelijk, stijlvol en toch ongedwongen is.

Om 24.00 uur was de Mitternachtsquadrille o.l.v. dansmeester Heinz Heidenreich en stond de dansvloer vol balgasten, die aansluitend enthousiast deelnamen aan de Galop.

Afb. Het Ensemble Johan Strauss gaf het Wiener Ball de juiste Weense noot.

50e Wiener Ball: filmpjes openingsdans debutanten en ‘Alles Walzer!’

Op vrijdagavond 9 februari 2018 vond in Grand Hotel Huis ter Duin in Noordwijk het 50e Wiener Ball plaats, waarbij 64 jongedames en jongeheren debuteerden en na binnenkomst een openingsdans uitvoerden. Deze werd ingestudeerd o.l.v. de Oostenrijkse dansmeester Heinz Heidenreich en werd uitgevoerd onder muzikale begeleiding van het Ensemble Johann Strauss.

Hieronder het filmpje dat AiN van de openingsdans maakte.

Na de openingsdans werd de Weense Wals door de debuterende jongedames en jongeheren ingezet. Nadat het ‘Alles Walzer!’ was geroepen, werd de dansvloer vrijgegeven voor de andere balgasten.

Hieronder het filmpje dat AiN van de Weense Wals maakte met het ‘Alles Walzer!’

In de komende dagen volgen meer filmpjes en foto’s, houd daarom de website goed in de gaten!

Jonkheer Edwin Louis Teixeira de Mattos: eerste Nederlandse vlaggendrager bij de Olympische Winterspelen in 1928

Afb. 1. ‘De Hollandsche Bobploeg – te St . Moritz. V.l.n.r.: J.H.P.F. Menten, H.L. Dekking, ir. J.P. Delprat, E.L. Teixeira de Mattos, C. van der Sandt’, Haagsche Courant 20 februari 1928.

Vandaag worden de 23e Olympische Winterspelen officieel in Pyeongchang geopend. In 1928 deed Nederland hier voor het eerst aan mee en de eerste vlaggendrager (en ook enige adellijke vlaggendrager ooit voor Nederland) was jonkheer Edwin Louis Teixeira de Mattos (1898-1976).

Jonkheer Edwin Louis Teixeira de Mattos werd op 28 januari 1898 geboren te Amsterdam als jongste van een tweeling. Zijn vader, jonkheer Henry Teixeira de Mattos, stamde uit een Portugees-joods geslacht van kooplieden en bankiers dat zich in de 17e eeuw in Amsterdam gevestigd had en waarvan verschillende leden in de 19e eeuw protestant werden. In 1892 werd zijn grootvader in de Nederlandse adel verheven met het predikaat jonkheer. Zijn moeder, jonkvrouwe Maria Johanna van den Berch van Heemstede, stamde uit een regentengeslacht uit Nijmegen, waarvan een voorvader in 1842 in de Nederlandse adel werd verheven, eveneens met het predikaat jonkheer.

Hij groeide op in een gezin met vijf kinderen in Amsterdam. Zijn vader was hier firmant bij de familiebank Gebr. Teixeira de Mattos. Edwin Teixeira was sportief ingesteld en geïnteresseerd in meerdere sporten. Zo tenniste hij en nam hij deel aan internationale tenniswedstrijden, maar daarnaast deed hij ook mee aan wedstrijden van de Koninklijke Nederlandse Automobiel Club met zijn Lancia Lambda.

In 1928 deed Nederland voor het eerst mee aan de Olympische Winterspelen, die in Sankt Moritz werden georganiseerd. Zijn bobsleeteam bestond in eerste instantie uit Curt van de Sandt (captain), Jacques Paul Delprat, Henri Louis Dekking, Hubert Menten en Levy Thomans, maar de laatstgenoemde trok zich terug en Edwin Teixeira nam zijn plaats in.

Afb. 2. ‘Voor de eer van onze landen en den roem der sport – Een foto genomen tijdens de plechtige opening der Olympische Spelen in St.-Moritz. Omringd door de vaandeldragers der deelnemende landen legt de heer Hans Eidenbenz, oud-ski-kampioen van Zwitserland, den Olympischen eed af. De pijl geeft den heer Teixeira de Mattos , die den Nederlandschen driekleur draagt, aan. (met witte trui, zijn hoofd gaat gedeeltelijk schuil achter een vlag van een ander land – red.) Inzet: De voorzitter van het Zwitschersch Olympisch Comité, de heer Hirschy, tijdens de openingsrede.’ De Sumatra Post, 13 maart 1928.

Voor aanvang van de Spelen dook het gerucht in de kranten op, dat de bobsleeploeg zich had teruggetrokken, maar vervolgens verscheen dit bericht over de openingsceremonie: ‘Voor Nederland was vaandeldrager de heer Teixeira de Mattos, die deel uitmaakt van den bobploeg, die door Menten geleid wordt. De aanwezigheid van de Nederlandsche bobslederenners bevestigde opnieuw, dat de Nederlandsche bob-ploeg niet voornemens is zich uit de Olympische wedstrijden terug te trekken, ondanks alle geruchten, in tegengestelden zin, die sommige Nederlandsche bladen hebben vermeld. Naar ik uit goede bron verneem, zijn Menten en zijn vrienden stellig voornemens de volgende week Donderdag en Vrijdag aan den start te verschijnen.’ Speciaal voor hun deelname werd de bob “Tromp’ gebouwd. Hun team werd uiteindelijk 12e van de drieëntwintig deelnemende teams.

Na de Olympische Winterspelen vervolgde Edwin Teixeira zijn werkzaamheden als referendaris bij de Rijksvoorlichtingsdienst. Pas op latere leeftijd, hij was toen zestig jaar, huwde hij de zesendertigjarige Sabina Louise Henriette Baumgarten, dochter van een kantoorbediende, en zij vestigden zich uiteindelijk aan de Alexander Gogelweg 63 in ’s-Gravenhage. Hun huwelijk duurde ruim zeventien jaar. Zijn laatste levensjaar werd getekend door ziekte tot hij op 15 januari 1976 te ’s-Gravenhage kwam te overlijden: ‘Heden overleed zacht en kalm na een langdurig ziekbed mijn Echtgenoot, Broer en Oom Jonkheer Edwin Louis Teixeira de Mattos op de leeftijd van 77 jaar.’ Zijn weduwe overleefde hem achtentwintig jaar en overleed op 31 mei 2004 eveneens te ’s-Gravenhage.

Twitteraccount: Oude Genealogen

Afb. Het wapen van de familie Van Aylva Rengers: 2 oude adellijke geslachten op een wapenschild verenigd.

Dr. Conrad Gietman is historicus en is als universitair docent verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Tijdens zijn studie naar de aristocratische genealogie in Nederland in de jaren 1850-1950 kwam hij vele opmerkelijke uitspraken tegen over afkomst, status en beschaving. Op het Twitteraccount Oude Genealogen deelt hij deze nu: https://twitter.com/OudeGenealogen.

Zijn laatste tweet ging over Lamoraal Hans Willem van Aylva baron Rengers (1795-1866), die uit een oude Groninger adellijke familie stamde en gehuwd was met een gravin Van Bylandt. In 1846 schreef hij enigszins verzuchtend: ‘De zucht naar adellijke titels en schoon klinkende namen heeft hand over hand toegenomen […], vooral in ons zoo vrijzinnig vaderland, en thans is er geen ambtenaar of rentenier die niet vroeg of laat solliciteert om een titel.’