Zondagtip: zomeropenstelling tuinen De Wiersse in Vorden

Afb. Huis De Wiersse gelegen aan de lange oprijlaan die door een fraai landschapspark voert met eeuwenoude bomen. Foto met dank aan www.dewiersse.com.
Afb. Huis De Wiersse gelegen aan het einde van de lange oprijlaan, die door een fraai landschapspark voert met eeuwenoude bomen. Foto met dank aan www.dewiersse.com.

Op zondag 22 juli zijn de tuinen van De Wiersse tussen 10.00 en 17.00 uur opengesteld en dit keer zijn de tuinen in al hun zomerpracht met bloeiende borders en pergola te bewonderen. In de moestuin worden groenten en fruit geoogst.

De Wiersse kent een rijke geschiedenis, waarin de adellijke geslachten Van Heeckeren, Van Limburg Stirum en De Stuers een belangrijke rol gespeeld hebben. Voor de huidige tuinaanleg is jonkvrouwe Alice Jacqueline Hortense Julie Aurélie de Stuers (1895-1988) van groot belang geweest. Op jonge leeftijd begon zij al met aanpassingen en verbeteringen, die zij samen met haar latere echtgenoot, de Engelsman William Edward Gatacre (1878-1959), voortzette en die De Wiersse maakt tot wat het nu is: een uniek landschapspark vol verrassende doorkijkjes en met tal van fraaie tuinelementen, die bij iedere wending tijdens het wandelen het oog aangenaam verrassen.

Voor meer informatie zie: www.dewiersse.com.

Adel op tv: jonkvrouwe Catharina Groeninx van Zoelen & Huys ten Donck

binnenstebuiten-groeninx-van-zoelen
Afb. Jonkvrouwe Catharina Groeninx van Zoelen in de eetkamer van Huys ten Donck. Screenshot met dank aan Binnenstebuiten.

In het programma BinnensteBuiten werd deze week de aflevering van 18 oktober vorig jaar herhaald, waarin een bezoek gebracht werd aan Huys ten Donck. Deze buitenplaats kwam in 1702 in het bezit van de familie Groeninx van Zoelen en Catharina Groeninx van Zoelen voert onbezoldigd namens ANBI Stichting Het Huys ten Donck, die in 1978 is opgericht, het dagelijkse bestuur over het huis.

Link naar de uitzending online: https://www.uitzendinggemist.net/aflevering/441819/Binnenstebuiten.html

Het verhaal bij een graf: de verdronken freule Bouwens van Horssen en haar vriendinnetje

Afb. 1. De dorpskerk van Horssen met aan de voet van de toren de drie enige overgebleven zerken op het kerkhof.
Afb. 1. De dorpskerk van Horssen met aan de voet van de toren de enige drie overgebleven zerken op het kerkhof.

Op het kerkhofje bij de dorpskerk van Horssen is niet veel van het funeraire verleden bewaard gebleven. Slechts drie zerken doorstonden de tand des tijds en de rest is verdwenen. Eén zerk is van het echtpaar Viëtor-Meijer. Hij was gepensioneerd kapitein en kwam uit een patriciaatsfamilie. De twee andere betreffen leden van de adellijke familie Bouwens van Horssen. Het meeste fraaie van deze twee is het graf van vader en dochter Bouwens van Horssen met het in steen uitgehouwen alliantiewapen Bouwens van Horssen-Gerbade, dat bovendien door een hekwerk omsloten is. De tweede zerk is bijna niet meer leesbaar en over de twee verdronken meisjes die hier begraven liggen, gaat dit verhaal.

In 1747 kwam het geslacht Bouwens door erfenis in het bezit van de heerlijkheid Horssen en ging zich vervolgens Bouwens van Horssen noemen. De eerste Bouwens uit de stamreeks kwam uit Maastricht en in latere generaties vestigde de familie zich in Amsterdam, waar zij als kooplieden in ijzer en later ook in geschut tot grote welstand kwamen en tot de regentenklasse gingen behoren. Van hun toenmalige welvaart en status getuigen nog steeds de bewaard gebleven 17e-eeuwse familieportretten door de schilder Ferdinand Bol.

Het vermogen en het bezit van Horssen droegen bij aan het aristocratiseringsproces van de familie en de nakomelingen werden uiteindelijk niet langer koopman, maar officier of burgemeester. Ook de huwelijken droegen hieraan bij en zo was er een huwelijk met een baron Du Tour en een Sirtema van Grovestins. In 1831 werd de status van de familie bevestigd door de verheffing in de Nederlandse adel van jonkheer Pieter Bouwens, heer van Horssen (1775-1843).

Afb. 2. Het graf van jonkheer Pieter Bouwens van Horssen (1775-1843) en van zijn oudste dochter freule Agatha Bouwens van Horssen (1812-1843), met het alliantiewapen Bouwens van Horssen-Gerbade.
Afb. 2. Het graf van jonkheer Pieter Bouwens van Horssen (1775-1843) en van zijn oudste dochter freule Agatha Bouwens van Horssen (1812-1843), met aan het hoofdeinde het alliantiewapen Bouwens van Horssen-Gerbade (let op de leeuwenstaart die zich koket tussen de wapenschilden heen slingert).

Jonkheer Pieter Bouwens van Horssen was lid van de Provinciale Staten van Gelderland en burgemeester en secretaris van Horssen. In 1810 huwde hij Maria Jacoba Gerbade (1784-1852), die een dochter was van een schepen en raad van ’s-Hertogenbosch. Er werden vijf kinderen op het kasteel Horssen geboren: drie zoons en twee dochters. De jongste in het gezin was freule Margaretha en in de lente van 1830 kwam zij samen met haar vriendinnetje Rebekka Henriëtte Thesingh, afkomstig uit het naburige Druten, op tragische wijze om: beide meisje verdronken. Op 3 april verscheen er in de Opregte Haarlemsche Courant de volgende annonce voor de beide meisjes:

Op den 28sten Maart 1830, overleed te Horssen, door een zeer treffend ongeluk, MARGARETHA, jongste Dochter van den Heer PIETER BOUWENS van HORSSEN, Heer en Burgemeester der Heerlijkheid Horssen, en Vrouwe MARIA JACOBA GERBADE, in den ouderdom van 10 jaren en 8 maanden; – en REBEKKA HENRIëTTE THESINGH, oudste Dogter van den Heer Mr. EGBERT THESINGH, Controleur van ’s Rijks Belastingen te Druten, en wijlen Vrouwe HENRIëTTE PETRONILLE van der UPWICH, in den ouderdom van 9 jaren en 2 maanden.

Afb. 3. De vrijwel niet meer leesbare zerk van de verdronken freule Margaretha en haar vriendinnetje Rebekka met een reconstructie van de tekst (de vetgedrukte letters zijn nog enigszins leesbaar).
Afb. 3. De vrijwel niet meer leesbare zerk van de verdronken freule Margaretha en haar vriendinnetje Rebekka Henriëtte met een reconstructie van de tekst hierop, waarbij de vetgedrukte letters de nog enigszins leesbare zijn.

In 1900 stierf de familie Bouwens van Horssen uit. De familieportretten vererfden buiten de familie tot ze in 1957 aan de stichting Geldersche Kasteelen werden geschonken. Wat in Horssen aan de familie herinnert, is het huis Horssen, hun wapen op de herenbank in de kerk en twee graven op het kerkhof, waaronder een nauwelijks meer leesbare van een verdronken tienjarige freule en haar vriendinnetje van negen jaar.

Boekennieuws: ‘Adellijke affaires’

Afb. De voorkant van het boek ‘Adellijke affaires’.

In de huidige egalitaire samenleving heeft de adel zijn betekenis vrijwel geheel verloren. Maar de belangstelling voor adel is de laatste tijd sterk toegenomen. Het rijke historische verleden vol tradities en voorrechten spreekt nog altijd tot de verbeelding van velen. Jonkheer mr. Dolph Boddaert (1938), oud-advocaat, kreeg in zijn loopbaan te maken met juridische vragen over het adelsrecht. Vaak betrof het affaires over overgang van adeldom op buiten het huwelijk geboren kinderen of zaken over inlijving van personen die behoren tot buitenlandse adel. Hij publiceerde erover in de Nieuwsbrief van de Nederlandse Adelsvereniging. Deze publicaties – geactualiseerd en aangevuld met meer algemene artikelen over adeldom – zijn nu gebundeld in een rijk en zeer leesbaar boek met familiewapens geïllustreerd boek.

Over de reden om zich in de onderwerpen van de artikelen te verdiepen zei Dolph Boddaert bij de boekpresentatie: “Ik heb een groot gevoel voor rechtvaardigheid.” De rechtsongelijkheid van buiten het huwelijk geboren kinderen en adoptiekinderen had hem altijd gestoord en ook de nieuwe Wet op de Adeldom van 1994 bekritiseerde hij vanwege het ontbreken van een overgangsregeling: “Mijn standpunten zijn niet altijd parallel met de Hoge Raad van Adel gelopen.”

Benieuwd naar het boek? Kijk dan voor meer informatie en bestelmogelijkheid op https://www.karwansaraypublishers.com/adellijke-affaires.html.

Zomertip: kasteel Geldrop in Geldrop

Afb. 1. Kasteel Geldrop vanuit het park gezien.
Afb. 1. Kasteel Geldrop vanuit het park gezien.

In 1974 werd het kasteel door de familie Van Tuyll van Serooskerken aan de gemeente verkocht en sinds 1996 beheert de Stichting Kasteel Geldrop het gehele complex. Het kasteel werd in de 19e eeuw bewoond door de voorouders van de familie Van Tuyll: Hubertus Paulus Hoevenaar, heer van Geldrop (1814-1886) en echtgenote jonkvrouwe Anna Maria Catharina Marciane Holmberg de Beckfelt (1823-1905), die het dankzij hun grote vermogen konden restaureren en moderniseren.

Afb. 2. De grote zaal op kasteel Geldrop. die nu gebruikt wordt als trouwzaal.
Afb. 2. De grote zaal op kasteel Geldrop, die nu gebruikt wordt als trouwzaal.

Er zijn meerdere goede redenen om Geldrop te bezoeken: het kasteel zelf met 19e eeuwse stijlkamers, de wisselende exposities op de bovenverdieping, het park met fraai geboomte en de theetuin met lunchmogelijkheid. In het kasteel staan gastvrije vrijwilligers voor u klaar om u meer te vertellen over de geschiedenis van het kasteel en zijn bewoners.

Link naar de openingstijden en meer informatie: www.kasteelgeldrop.nl/C3033-Openingstijden.html.

Zomertip: tentoonstelling ‘Zo heurt het (niet!): het versleten linnengoed van de barones’

Afb. 1. Links gastconservator drs. Sanny de Zoete en rechts Elsabe Kalsbeek-barones Schimmelpenninck van der Oije, die met het voorlezen van het verhaal bij het linnengoed en het bijzondere levensverhaal van haar oom en tante Jaap baron Schimmelpenninck van der Oye en Odette barones Schimmelpenninck van der Oye-Graber de tentoonstelling in mei van dit jaar opende.

Onlangs stond er in de NRC een artikel over de kledingberg bij H&M, waarbij geschreven werd over de 21 miljoen kledingstukken die de Nederlandse kledingbranche ieder jaar overhield en de 5,8 % die daarvan jaarlijks vernietigd of gerecycled werd – een groter contrast dan met het verhaal op deze tentoonstelling is niet denkbaar. Op de tentoonstelling ‘Zo heurt het (niet!): het versleten linnengoed van de barones’ is linnengoed uit de familie Schimmelpenninck van der Oye te zien, dat uit zuinigheid eindeloos versteld werd.

Afb. 2. V.l.n.r. Kees Schimmelpenninck van der Oije, Odette Graber, Jaap Schimmelpenninck van der Oije, oom Willem de Beaufort en grootmoeder Willemien Schimmelpenninck van der Oije-de Beaufort, bij het Hervormde kerkje in Austerlitz op 10 november 1945.

Het verhaal van deze tentoonstelling begint met de Zwitserse Odette Lina Graber, die als verpleegster in een Zwitsers sanatorium werkte en daar voor de Tweede Wereldoorlog de Nederlander Asueer Jacob (‘Jaap’) baron Schimmelpenninck van der Oye leerde kennen. Deze kwam er vanwege zijn tuberculose kuren en ze raakten verliefd op elkaar. Helaas brak de oorlog uit en er moest met trouwen gewacht worden tot deze voorbij was.

In oktober 1945 kwam Odette op Schiphol aan en Jaap wachtte haar met een bos anjers op. Helaas arriveerde haar bagage te laat voor haar huwelijk en zij trouwde in haar reiskleding. De jaren van opbouw na de oorlog waren vol tekorten en zuinigheid was een noodzaak. Daarom werd de zeer bescheiden Zwitserse linnenuitzet aangevuld met linnen van schoonmoeder Schimmelpenninck van der Oye-De Beaufort.

Odette zou het linnengoed haar leven lang blijven gebruiken en omdat het door het gebruik sleet, werd het voortdurend versteld. Alleen deed zij dat op geheel eigen wijze, waarbij gaten eindeloos op de naaimachine gestopt werden en er lukraak lappen op versleten stukken geplaatst werden. Het leverde een eindresultaat op, waarover wij ons als bezoekers kunnen verbazen, omdat het een zuinigheid laat zien, die we nu eigenlijk niet meer kennen.

Museum Het Leids Wevershuis in Leiden is de perfecte locatie voor deze tentoonstelling. Het is het enige huisje van een linnenwever in Leiden, dat in authentieke vorm is blijven bestaan. Het versleten interieur ademt een armoede, die wij ons nu bijna niet meer kunnen voorstellen. De armoede van arbeiders uit het verleden ontmoet hier de adellijke zuinigheid uit noodzaak na de oorlog.

Afb. Een oude bedstee als decor voor het linnengoed van de barones.

Gastconservator Sanny de Zoete is kunsthistorica en een gepassioneerd verzamelaar van antiek linnengoed. Linnengoed noemt zij onze ‘derde’ huid, omdat het zo nauw met ons leven verbonden is: we slapen er tussen, drogen ons er aan af en dekken (of dekten) er onze tafels mee. Dankzij Elsabe Kalsbeek-barones Schimmelpenninck van der Oije, het nichtje van Odette, bleef het linnengoed bewaard en zij gaf het aan Sanny. Nu is het eenmalig op een eenmalige locatie te zien en het is wonderlijk te zien en te voelen hoe thuis dit linnen is in dit huisje, waar heden en verleden elkaar ontmoeten en het verhaal verteld wordt van rijk en toch arm. Tegelijk is het een eerbetoon aan zuinigheid en kunnen we hiervan iets leren over duurzaam gebruik – ook al gaf Odette barones Schimmelpenninck van der Oye daar op haar naaimachine een hele eigen draai aan.

Benieuwd naar deze tentoonstelling en wilt u meer weten over bezoekmogelijkheden? Kijk dan op www.wevershuis.nl.

Afb. 4. De magie van een geweldige locatie: adellijk linnengoed aan de waslijn onder de dakspanten van een stokoud arbeidershuisje.

Het complete verhaal over Odette Graber en Jaap baron Schimmelpenninck van der Oije, dat Elsabe Kalsbeek – barones Schimmelpenninck van der Oije bij de opening van de tentoonstelling voorlas, staat in het juninummer van het digitale magazine van AiN. Bent u ook benieuwd naar dit digitale magazine? Voor 17,50 euro per jaar wordt u donateur en steunt u ons in onze werkzaamheden. U ontvangt dan vier keer per jaar het digitale magazine en krijgt voorrang bij door AiN georganiseerde excursies. Voor meer informatie mail naar nieuwsbrief@adelinnederland.nl.

Staatssecretaris Raymond Knops bezoekt Hoge Raad van Adel

Afb. Staatssecretaris Raymond Knops (links op de foto) in gesprek met voorzitter jonkheer Pieter de Savornin Lohman, secretaris Marc Scheidius en raadslid jonkheer Frans van Rijckevorsel van Kessel. Naast de staatssecretaris zijn woordvoerder Simone Klein Haneveld
Beeld: Hoge Raad van Adel / Hélène van Domburg.

De website van de Hoge Raad van Adel meldt, dat staatssecretaris Raymond Knops van Binnenlandse Zaken vanmorgen een kennismakingsbezoek bracht aan de Hoge Raad van Adel.

Lees meer hierover op de website van de Hoge Raad van Adel https://www.hogeraadvanadel.nl/actueel/nieuws/2018/07/12/xxx

Moord & Brand: het tragische einde van Mevrouw Van der Heim en dochter freule Cornelia

Afb. 1. In het midden de ingestorte pakhuizen en rechts het grote huis van jonkheer Van der Heim, waarvan een gedeelte van de binnenmuren aan de linkerzijde ook instortte.
Afb. 1. In het midden de ingestorte pakhuizen en rechts het grote huis van jonkheer Van der Heim, waarvan een gedeelte van de binnenmuren aan de linkerzijde ook instortte.

In 1775 verkocht Carolina Wilhelmina van Hogendorp née van Haren – moeder van de bekende staatsman Gijsbert Karel graaf van Hogendorp – voor f 26.325,- een huis in Rotterdam staande aan de Leuvenhaven aan mr. Jacob van der Heim (1727-1799) en echtgenote Maria Arnoldina van der Heim née Gevaerts (1728-1793). Beiden stamden uit vooraanstaande Rotterdamse en Dordrechtse regentengeslachten. Drie van hun zoons werden in 1815 en in 1816 in de Nederlandse adel verheven met het predikaat jonkheer en hun tweede zoon jonkheer mr. Anthonij van der Heim (1756-1831) nam in 1801 het huis uit de ouderlijke boedel over. Hij was in 1783 gehuwd met Elisabeth Antonia van der Does en samen kregen zij elf kinderen, waarvan negen op jonge leeftijd kwamen te overlijden.

Jonkheer Van der Heim maakte carrière in het bestuur van Rotterdam en bracht het in de jaren 1810-1811 zelfs tot maire (burgemeester) van Rotterdam. Het echtpaar leefde op royale voet omringd door personeel in hun grote huis aan de Leuvenhaven en maakte deel uit van de stedelijke elite van Rotterdam.

Afb. 2. Het familiewapen Van der Heim.
Afb. 2. Het familiewapen Van der Heim.

Op de avond van 23 maart 1826 bezocht jonkheer Van der Heim de Groote Societeit van Rotterdam en na hier een genoeglijke avond met standgenoten te hebben doorgebracht, voltrok zich bij terugkomst voor zijn ogen, terwijl hij op de Leuvenbrug stond, een drama: “In den avond van den 23 dezer, omtrent tien uren, heeft alhier een droevig ongeluk plaats gehad: drie pakhuizen, naast elkander staande op de Leuvenhaven en behoorende aan den heer de Bruyn, zijn plotseling ingestort, en wel zoodanig, dat dezelve niets dan een puinhoop opleveren; de gevels zijn voorover geslagen en de zijmuren uitgebarsten. Op straat is er gelukkig niemand onder gebleven, maar het belendende huis van den heer burgemeester van der Heim is deerlijk geteisterd, en, tot overmaat van ongeluk, is een der muren van de binnenkamer mede genomen, waarin mevrouw van der Heim, geboren van der Does en hare dochter Cornelia Jacoba van der Heim, zich bevonden, die onder de puinhoopen zijn verpletterd geworden en welker lijken eerst ten twee uren in den nacht zijn opgegraven worden; terwijl daarentegen de knecht, die ook in de kamer was, maar juist de deur wilde uitgaan, hoewel onder puin en goederen begraven, er met zware kneuzingen is afgekomen, hebbende men het geluk gehad hem, op zijn geschreeuw, reeds spoedig te kunnen opdelven en redden.”

Enkele dagen later trok een droeve stoet door Rotterdam en jonkheer Van der Heim begeleidde samen met zijn enig overgebleven zoon, die uit Middelburg overgekomen was, zijn echtgenote en tiende kind naar hun laatste rustplaats.

Zijn zoon kreeg uiteindelijk zelf negen kinderen, maar ondanks de kinderrijkdom gedurende twee generaties in deze familie, stierf het adellijke geslacht Van der Heim in 1898 uit.

Nederlands adellijk tintje bij doop Engels prinsje Louis

Afb. De Hertogin van Cambridge met haar jongste zoon Prins Louis na afloop van de doopdienst. Screenshot met dank aan The Royal Family Channel/www.youtube.com/watch?v=GGB4gguj90s

Vandaag werd in The Chapel Royal in St James’s Palace de tweede zoon van de Hertog en Hertogin van Cambridge gedoopt: Prins Louis. De kleine prins is vijfde in de lijn voor de troonopvolging. Zijn ouders vroegen zes vrienden van de familie om als getuigen op te treden en één daarvan was Nicholas Peter Geoffrey van Cutsem (1977). Zijn ouders behoren tot de intimi van de Prins van Wales en zijn moeder is de Nederlandse jonkvrouwe Emelie Elise Christine Quarles van Ufford.

De vader van Nicholas van Cutsem, Hugh Bernard Edward van Cutsem (1941-2013), stamde uit een van oorsprong Vlaamse familie, die teruggaat tot in de 15e eeuw. In de 19e eeuw vestigde zij zich in het Verenigd Koninkrijk en raakte daar door meerdere huwelijken met de Engelse ‘gentry’ en adel verbonden. Diens moeder, Mary Compton, was een telg uit een geslacht, waarvan het hoofd de titels markies van Northampton, graaf van Northampton en Compton en baron van Wilmington voert en haar overgrootvader was de 4e markies van Northampton.

De vader van Nicholas van Cutsem groeide met zijn jongere broertje de eerste jaren op op het familielandgoed Northmore Farm, de familiestoeterij in de buurt van Newmarket, waar zijn vader een grote naam als paardenfokker opbouwde. In 1947 besloten zijn ouders echter uiteen te gaan en zijn moeder hertrouwde in 1947 de majoor William Dalton Henderson en zijn vader hetrouwde in 1948 lady Margaret Fortescue, dochter van de 5e graaf van Fortescue. Nadien bezocht hij eerst Ampleforth College, een roomskatholieke kostschool, en werd hij vervolgens 1e luitenant bij de Life Guards.

Tijdens zijn studie in Cambridge raakte hij bevriend met de Prins van Wales, werd zijn vertrouweling en samen deelden zij hun passie voor de jacht, natuur en het plattelandsleven. Na zijn studie werd hij investment manager bij Hambro en voorzitter van de Raad van Bestuur Van Cutsem Associated Ltd. Daarnaast was hij op veel meer terreinen zakelijk actief en zo was hij ondermeer eigenaar van een bedrijf dat zich specialiseerde in het opslaan van data gegevens.

Ook was hij maatschappelijk betrokken. Zo was hij lid en oprichter van de ‘Country Movement’, fondsenwerver voor de ‘Game and Wildlife Conservation Trust’, voorzitter van de ‘Countryside Business Trust’ en lid van de raad van de ‘National Trust’ (de Engelse stichting voor natuur- en cultuurmonumenten). Bovenal beschouwde hij zichzelf als landbouwer en zo staat hij dan ook in het Nederland’s Adelsboek vermeld. Zijn landbouwmethoden hadden succesvolle resultaten voor de fauna en zo herstelde zich niet alleen de populatie Engelse patrijzen op zijn landgoed, maar ook de populatie zeldzame Stone-curlews.

Na het overlijden van zijn vader erfde hij in 1976 de familiestoeterij, maar deze verkocht hij in 1990, nadat hij het bijna 1800 hectare grote Hilborough landgoed had gekocht. Hier liet hij een imposant landhuis bouwen in neo-Palladiaanse stijl.

In 1971 huwde hij jonkvrouwe Emelie Elise Christine Quarles van Ufford, die als verpleegster werkzaam was op de hoofdafdeling cardiologie van het Academisch Ziekenhuis te Leiden. Zij was een telg uit een geslacht dat teruggaat tot in de 16e eeuw in Engeland en zich in de 17e eeuw als kooplieden in Nederland vestigde. Een voorvader werd in 1815 in de Nederlandse adel verheven met het predikaat jonkheer.

Uit hun huwelijk werden vier zoons geboren: Edward Bernard Charles (1973), Hugh Ralph (1974), Nicholas Peter Geoffrey (1977) en William Henry (1979). Hun oudste zoon, petekind van de Prins van Wales, was op achtjarige leeftijd één van de pages bij diens huwelijk met Lady Diana Spencer. De vriendschap met de Prins van Wales werd hechter, toen diens huwelijk werd ontbonden en in de jaren daarna werd zijn echtgenote bijna een tweede moeder voor de Prinsen William en Harry. Tussen beide prinsen en hun eigen zoons ontstonden ook hechte vriendschappen en kleindochter Rose was één van de bruidsmeisjes bij het huwelijk van Prins William in 2011.

In 2004 huwde hun oudste zoon lady Tamara Katherine Grosvenor, dochter van de 6e Hertog van Westminster, die op dat moment niet alleen de grootste land- en onroerendgoedeigenaar was van het Verenigd Koninkrijk, maar ook op de 7e plaats stond van rijkste Britten. Het huwelijk werd hét society evenement van het jaar en niet alleen waren de Prinsen William en Harry aanwezig, maar ook hun vader de Prins van Wales, diens neven de Hertog & Hertogin van Kent, de Hertog & Hertogin van Gloucester en zelfs Koningin Elisabeth en haar echtgenoot de Hertog van Edinburgh. Een jaar later volgde het huwelijk van hun tweede zoon met Rose Nance Langhorne Astor, telg uit een Amerikaans-Engelse familie, waarvan het hoofd de titel van Burggraaf voert. Hun derde zoon huwde in 2009 Alice Caroline Hadden-Paton, dochter van een majoor bij de cavalerie en hun jongste zoon huwde begin 2013 Rosanna D. Ruck Keene, uit een bankiersfamilie, afkomstig uit de ‘landed gentry’.

Voor meer informatie over de doop zie https://www.royal.uk/christening-prince-louis-guests-and-godparents.

Link naar het filmpje waaruit het screenshot afkomstig is https://www.youtube.com/watch?v=GGB4gguj90s

Openstelling kasteel Twickel: 22 aug. – 1 sept.

Twickel, kasteel
Afb. 1. Kasteel Twickel, foto met dank aan www.twickel.nl

Kasteel Twickel is vanaf 1347 altijd familiebezit geweest en steeds (in de vrouwelijke lijn) vererfd tot het in 1953 in een stichting werd ondergebracht. De zijvleugel wordt bewoond door familie van de laatste eigenaresse: Roderik Graaf zu Castell-Rüdenhausen en zijn jonge gezin.

Twickel, trappenhuis
Afb. 2. het monumentale trappenhuis naar ontwerp van de architect Jacob Roman met de portretten van de graven Van Wassenaer-Obdam, foto met dank aan www.twickel.nl.

Het kasteel is beperkt toegankelijk en binnenkort is er weer de gelegenheid om een kijkje te nemen in het bijzondere interieur met de kostbare verzamelingen boeken, meubelen, schilderijen, porselein en zilver. Wie geïnteresseerd is, moet snel zijn, want het aantal beschikbare kaarten is beperkt.

Voor meer informatie en het reserveren van kaarten online zie https://twickel.nl/home/landgoed-twickel/kasteel-twickel/kasteelrondleidingen/