Een leeg graf in Delft: het familiegraf Snoeck-Meynhardt

Afb. 1. Het familiegraf Snoeck-Meynhardt in de Oude Kerk in Delft.
Afb. 1. Het familiegraf Snoeck-Meynhardt in de Oude Kerk in Delft.

In 1821 kocht de kolonel-ingenieur Matthias Adriaan Snoeck (1761-1840), heer van den Barendonk, voor zichzelf en zijn echtgenote een graf in de Oude Kerk te Delft. In de hardstenen zerk liet hij de volgende tekst aanbrengen:

GRAF STEDE
VAN DEN
HOOG Ed GESt HEER
MATTHIAS ADRIAAN SNOECK
KOLONEL INGENIEUR
RIDDER DER MILITAIRE WILLEMS ORDE
EN DESSELFS ECHTGENOOT
VROUWE
GEERTRUIDA HELENA MEYNHARDT
ANNO 1821.

Afb. 2. Jonkheer Matthias Adriaan Snoeck (1761-1840).
Afb. 2. Jonkheer Matthias Adriaan Snoeck (1761-1840). Portret part. coll.

Matthias Adriaan Snoeck stamde uit een oud regentengeslacht, waarvan de stamvader in 1456 als secretaris van Gorinchem genoemd wordt. Zijn vader was schepen van Tuil, maar zelf koos hij voor een militaire carrière en werd opgeleid op de artillerie school in ’s-Hertogenbosch. Hij werd negentien jaar oud in 1780 aangesteld tot extra-ordinair-ingenieur en acht jaar later werd hij bevorderd tot luitenant-ingenieur.

In 1794 nam hij deel aan de veldtochten tegen de Fransen en hielp niet alleen mee het fort St. Andries in staat van verdediging te brengen ter verdediging van de Bommelwaard, maar nam ook actief deel aan het afslaan van de aanvallen. Na de eerste aanval werd hij bevorderd tot kapitein-ingenieur.

Nadat de Fransen door de strenge vorst in staat waren de bevroren rivieren over te trekken en de Bataafse Republiek werd uitgeroepen, nam hij ontslag en werd ambteloos burger. In deze jaren ontviel hem zijn eerste echtgenote Maria Jacoba Valckenier (1772-1798) en hun enige zoon en hij bleef achter met twee jonge dochtertjes. In 1804 hertrouwde hij Geertruida Helena Meynhardt (1777-1840), die weduwe was van de gepensioneerde majoor-ingenieur Ludolphus Everhardus Arnoldus de Quay, heer van de Barendonk (1731-1803), van wie zij het huis de Barendonk erfde. Samen kregen zij zeven kinderen.

Afb. 3. Geertruida Helena Snoeck née Meynhardt (1777-1840). Portret part. coll.
Afb. 3. Geertruida Helena Snoeck née Meynhardt (1777-1840). Portret part. coll.

Inmiddels was hij in 1801 benoemd tot majoor bij de Hollandse Brigade op het eiland Wright, maar na ontbinding hiervan keerde hij terug naar Nederland en ontkwam niet – zeer tegen zijn zin – aan een benoeming tot ‘conseiller de préfecture’ in Nijmegen. Nadat Nijmegen in 1814 door de Fransen verlaten was, bood hij in ’s-Gravenhage zijn diensten aan Vorst Willem I aan en werd tot majoor-ingenieur benoemd. In deze functie was hij betrokken bij de blokkade en ontzetting van Grave. Vanwege zijn verdiensten hierbij werd hij benoemd tot Ridder in de Militaire Willems Orde 4e klasse.

In 1817 werd hij kolonel-directeur in de 1e directie van fortificatiën met als standplaats ’s-Gravenhage, maar kreeg toestemming om zich in Delft te vestigen, omdat zijn vier zoons hier op de militaire school zaten. In 1821 kocht hij hier in de Oude Kerk een graf aan, waarop hij op de zerk zijn naam met rang en onderscheiding liet aanbrengen met de namen van zijn echtgenote. Vijf jaar later werd hij generaal-majoor der genie en in 1832 ging hij met pensioen. Met zijn echtgenote vestigde hij zich in Cuijk in de nabijheid van hun buitenplaats de Barendonk. In 1839 werd hij in de Nederlandse adel verheven met het predikaat jonkheer, maar een jaar later overleed hij: “Heden overleed alhier, de Hoog Wel-Gebore Heer Jonkheer Matthias Adriaan Snoeck, in leven Gepensioneerd Generaal-Majoor der Genie, Ridder der Militaire Willems-Orde, voorheen Directeur van de eerste Fortificatie-Directie in den ouderdom van bijna 79 jaren. Cuyk, bij Grave, den 1sten Junij 1840.”

Ruim vijf maanden later overleed ook zijn echtgenote: “Cuijk, bij Grave, den 25sten November 1840. Heden overleed na eene langdurige ongesteldheid en verval van krachten, in den ouderdom van bijna 64 jaren, de Hoog Wel-Geb. Vrouwe Geertruida Helena Mijnhardt, Echtgenoot van wijlen den Hoog Wel-Geb. Heer Generaal-Majoor Snoeck.”

Beiden werden begraven in Cuijk en niet in de Oude Kerk in Delft, want inmiddels was het verbod op begraven in kerken ingetreden en zo kwam het dat het graf in Delft leeg bleef en dat op de protestantse begraafplaats in Cuijk een tweede graf is te vinden van de stamvader van het adellijk geslacht Snoeck:

HIER LIGT BEGRAVEN
DE HOOGWEL GEBOREN HEER
JONKHEER
MATTHIAS ADRIAAN SNOECK
IN LEVEN GENERAAL MAJOOR DER GENIE
RIDDER DER MILITAIRE WILLEMSORDE
HEER VAN DEN BARENDONK ENZ: ENZ:
GEB: DEN 13 AUG: 1761 ALHIER OVERLEDEN
DEN 1 JUNI 1840
EN
DESZELFS TWEEDE ECHTGENOOT VROUWE
GEERTRUDA HELENA MEIJNHARD
GEB: DEN 14 DECEMBER 1777 OVERLEDEN
DEN 25 NOVEMBER 1840
BEEDE VAN DEN (…)* N GENERAAL
HIER RUST (…)* IN HET SCHIMMENLAND
DIE ZESTIG JAAR DEN VORST GEDIEND
DIE OM ZIJN DEUGD EN TROUW TOT D’ADELSTAND VERHEVEN
DIE WEDUWEN EN WEES ZIJN BIJSTAND BOOD
DIE TROOSTER WAS IN DRUK EN REDDER IN DEN NOOD.
J.W. ROESSING.”

*de hardstenen zerk is door de tijd aangetast en niet alle tekst is meer te lezen

Geboren: Stuyling de Lange

Afb. Links het familiewapen van de patriciaatsfamilie Stuyling de Lange en rechts het familiewapen Van Haersma de With.

Pieter Maurits Stuyling de Lange, geboren Amsterdam 9 april 2019, zoon van Frederick Adriaan Stuyling de Lange en Anna Sophia Elisabeth Stuyling de Lange née jonkvrouwe van Haersma de With.

Tentoonstelling t/m 27 oktober op kasteel Duivenvoorde: Macht en Onmacht

Afb. 1. Een nieuwe tentoonstelling op kasteel Duivenvoorde met nieuwe verhalen over de kasteelbewoners.

Op Kasteel Duivenvoorde staan komend seizoen de bewoners van de afgelopen eeuwen centraal. Tijdens rondleidingen door deze nieuwe tentoonstelling krijgt u onbekende verhalen te horen over de adellijke eigenaren en hun familieleden. Het zijn verborgen verhalen, die door speurwerk in de archieven weer tot leven zijn gewekt.

Veertien verborgen verhalen
De bewoners van Duivenvoorde stonden maatschappelijk in aanzien. Dat bracht macht met zich mee, maar onmacht lag daar soms vlak naast. De in totaal veertien verhalen variëren van een ongelukkige liefde in de 17de eeuw en een invloedrijke weduwe in de 18de eeuw tot een conflict over de spoorlijn in de eeuw daarna. De gidsen vertellen de verhalen tijdens de rondleidingen op uiteenlopende plaatsen in het kasteel. Naast de vaste collectie zijn speciale voorwerpen uit eigen depot en bruiklenen van elders opgesteld om de historische en persoonlijke verhalen te illustreren.

Binnen én buiten
De expositie strekt zich ook uit tot het park buiten het kasteel. Daar is een aantal opmerkelijke locaties gemarkeerd, zoals het voormalige paardenkerkhof en de vroegere ijskelder. U kunt daarmee een bezoek aan het kasteel afronden met een boeiende wandeling door het prachtige kasteelpark.

Voor meer informatie over bezoekmogelijkheden zie www.kasteelduivenvoorde.nl.

Afb. 2. Kasteel Duivenvoorde statig weerspiegeld in de slingerende vijver.

Geboren: Hooft

Afb. Het familiewapen Hooft

Jonkvrouwe Pauline Anna Ebba Hooft, geboren Stockholm 7 april 2019, dochter van jonkheer Christiaan Cornelis Hooft en Louise A.E. Hooft née Bodén.

Veilingnieuws: het echtpaar Van Bommel – Half-Wassenaer van Onsenoort

Afb. Het echtpaar Van Bommel – Half-Wassenaer van Onsenoort. Portretten 60×46 cm. Foto met hartelijke dank aan Derksen Veilingbedrijf/https://www.derksen-veilingbedrijf.nl.

Op 15 t/m 18 april vindt er een grote Kunst en Antiek Veiling plaats bij Derksen Veilingbedrijf, het oudste veilingbedrijf van Gelderland. Op deze veiling betreft kavel 81 de portretten van het echtpaar Van Bommel – Half-Wassenaer van Onsenoort. Hieronder hun verhaal. Benieuwd naar wat er verder geveild wordt? Kijk dan voor de online catalogus op https://www.derksen-veilingbedrijf.nl/

Jacobus Cornelius Balthazar van Bommel werd gedoopt op 26 januari 1774 in ’s-Hertogenbosch in een familie van kooplieden en fabrikeurs van laken. Zijn voorouders kwamen uit Leiden, maar zijn vader vestigde zich in ’s-Hertogenbosch. Jacobus werd mede-eigenaar en administrateur van een witglasfabriek in ’s-Hertogenbosch en was vanaf 1803 lid van de Raad van ’s-Hertogenbosch.

Op 9 juli 1798 huwde hij in Nieuwkuik Rufina Jacoba Maria Half-Wassenaer van Onsenoort. Zij werd gedoopt op 12 maart 1778 in ’s-Hertogenbosch. Haar vader was grootgrondbezitter en heer van Onsenoort en Nieuwkuyk. Hij stamde uit een familie van landbouwers uit Wassenaar, die in de 17e en 18e eeuw tot aanzien kwam. Bijleveld schreef in zijn ‘Over de geslachten behandeld in het Nederland’s Adelsboek’ met scherpe pen: “Toen de familie in de 18e eeuw maatschappelijk steeg, werd geheel ten onrechte eene afstamming uit den bastaard van Jan II, laatsten Burggraaf van Leiden uit den Huize van Wassenaer bedacht.”

Het echtpaar liet zich zeer standsbewust ten voeten uitbeelden: hij in een landelijke omgeving met een jachthond aan zijn voeten en met een theekoepel op de achtergrond, terwijl zijn echtgenote is afgebeeld met op de achtergrond het kasteel Onsenoort. Zij lieten zich bovendien afbeelden met hun familiewapens, waarbij het opvallend is, dat haar wapen het volledige Van Wassenaer wapen betreft, terwijl de familie Half-Wassenaer meestal het familiewapen in twee helften voerde: links een effen zilveren veld en alleen rechts het halve Van Wassenaer wapen.

Jacobus overleed op 14 maart 1806 in ’s-Hertogenbosch en zijn diepbedroefde weduwe liet de volgende annonce plaatsen: ‘Het behaagde den Almachtigen God, myne waarde en tedergeliefde Echtgenoot, den Heer JACOBUS CORNELIS van BOMMEL, in leven Lid van den Raad der Gemeente in deze Stad, den 14 dezer, op het onverwachts, in den ouderdom van 32 Jaren en 2 Maanden, aan de gevolgen van eene Vogt-verplaatsing van het Roodvonk, tot zich te nemen. Door dit verlies wordt de droefheid vernieuwd welke ik voor maar 11 Dagen gevoelde wegens het afsterven van myn oudste Zoontje, RUDOLPH, mede van dezelfde Ziekte, in den jeugdigen ouderdom van 5 Jaren en 6 Maanden overleden. ‘s Bosch, 16 Maart 1806, R. van BOMMEL Geb. WASSENAAR van ONSENOORT.

Rufina zou haar echtgenoot bijna 49 jaar overleven en overleed op 19 januari 1855 op 66-jarige leeftijd in ’s-Hertogenbosch.

Het echtpaar kreeg naast genoemde Rudolph nog twee kinderen. Hun zoon, mr. Joannes Baptista Lucas Wilhelmus van Bommel (1801-1874), zou advocaat en procureur in ’s-Hertogenbosch worden en diens kleinzoon werd in 1905 in de Nederlandse adel verheven met het predikaat jonkheer. Deze adellijke tak van de familie Van Bommel stierf in 1977 uit. Rufina liet zich op haar portret afbeelden met haar dochter: Sophia Henrica Maria van Bommel (1799-1880). Zij huwde in in 1824 Joannes Franciscus ridder de van der Schueren (1798-1880), die lid van de Ridderschap, lid van de Provinciale Staten en lid van de Gedeputeerde Staten zou worden. Als president van de restauratiecommissie van de Sint Jan in ’s-Hertogenbosch zou hij jarenlang een belangrijke rol in het restauratieproces van deze kathedraal spelen. Hun nakomelingen leven als ridders en jonkvrouwen De van der Schueren binnen de Nederlandse adel voort.

Voor meer informatie over deze veiling en de online catalogus van deze Kunst en Antiek Veiling met de mogelijkheid om online te bieden, zie https://www.derksen-veilingbedrijf.nl/

Geboren: Treffers

Afb. Het familiewapen Van der Feltz.

May Lucy Adrienne Treffers, geboren Amsterdam 5 april 2019, dochter van Sem Treffers en Sophie Karin Treffers née barones van der Feltz.

Blog over de Friese kapitein Juw van Eysinga

Afb. De grafsteen van Juw van Eysinga in Wirdum. Foto met hartelijke dank aan http://buwalda.blogspot.com.

André Buwalda en Jeroen Punt werken samen aan een reconstructie van de kapiteins in de Friese compagnies in de 16e en 17e eeuw, met name tijdens de 80-jarige oorlog. Dit waren hoofdzakelijke leden van de Friese adel en zij proberen wekelijks hierover een blog te schrijven.

In hun nieuwste blog gaat het over Juw van Eysinga, telg uit een bekende Friese adellijke familie. Over hem valt in het dagboek van stadhouder Willem Frederik in het jaar 1648 de volgende passage te lezen: ‘Hij seyde dat de Eissinga so olde edelluyden niet waeren, en de overste lieutenant Eissinga had Grettinga tot een vrauw, en sijn moeder [Lisck van Juwsma] wass een slechte vrau van Douay.’

Lees het hele verhaal op http://buwalda.blogspot.com/2019/04/friese-kapiteins-8-juw-van-eysinga.html

Filmpje: restauratie rouwborden Hegebeintum

Voor de Franse Tijd hingen kerken vol met rouwborden, waarmee overledenen van rang en stand herdacht werden. Rouwborden werden eerst bij het sterfhuis opgehangen, voordat zij een definitieve plaats in een kerk kregen. Ze komen in allerlei uitvoeringen voor en meestal stond hierop prominent het familiewapen afgebeeld met daarnaast namen, data, titels en functies.

De meeste rouwborden zijn in de Franse Tijd vernietigd, toen er een verbod kwam op het gebruik van familiewapens in de openbare ruimte. De traditie van het maken van rouwborden is daarna in Nederland niet hervat, ook al zijn hier wel uitzonderingen op te vinden. Zo zijn er bv. in de Andrieskerk in Amerongen in de 19e eeuw nog rouwborden voor leden van het adellijke geslacht Van Reede opgehangen.

In de kerk van Hegebeintum bleef een zeer fraaie verzameling van zestien rouwborden bewaard van aanzienlijke Friese geslachten, die opvallen door hun zeer rijke uitvoering. Zij geven het sobere kerkinterieur een ongekende allure. In het filmpje hieronder geeft restaurator Randolph Algera uitleg over het bijzondere project.

In België wordt de traditie van rouwborden nog steeds voortgezet en zo werd recent in de begrafenisstoet van de Prinses De Ligne haar rouwbord prominent voor de lijkwagen uitgedragen. In vele kerken in België, die nauw met plaatselijke adellijke families verbonden zijn, treft men nog steeds dit soort rouwborden aan.

Afb. De begrafenisstoet van Alix Marie Anne Antonia Charlotte Gabrielle Prinses de Ligne née Prinses van Luxemburg (1929-2019). Het rouwbord toont het alliantiewapen De Ligne-Luxemburg, geplaatst op een rode mantel, gevoerd met hermelijn en met gouden franje en koorden, en gedekt  met de kroon van vorsten van het Heilige Roomse Rijk. Het rouwbord vermeldt de overlijdensdatum: 9 februari 2019. Screenshot met dank aan Notélé (B).

Landgoed Hagen/De Kelder: een blik naar de toekomst, met respect voor het verleden

Afb. 1.V.l.n.r. Jonkheer Floris Beelaerts van Blokland, Ingrid Lambrechts (wethouder gemeente Doetinchem), Maureen Sluiter (wethouder gemeente Doetinchem) en jonkheer Pieter Beelaerts van Blokland (voorzitter van de stichting Beelaerts van Blokland Hagen, oud-Commissaris van de Koningin in Utrecht en oud-minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening). Foto met hartelijke dank aan Witte Rentmeesters en Makelaars.

Jonkheer dr. Pieter Beelaerts van Blokland, voorzitter van de stichting Beelaerts van Blokland Hagen, heeft onder grote belangstelling op 4 april j.l. de visie van Landgoed Hagen/De Kelder overhandigd aan de wethouders Ingrid Lambregts en Maureen Sluiter van de gemeente Doetinchem. De stichting werkt aan een nieuwe toekomst voor Kasteel De Kelder. De exploitatie van De Kelder is momenteel verliesgevend, mede door de hoge onderhoudskosten van de vele monumenten. De stichting wil met een blik op de toekomst het landgoed revitaliseren en weer gezond maken.

Het kasteel is al eeuwenlang verbonden aan Doetinchem. Bouwtechnisch onderzoek schat het bouwjaar van de havezate op het begin van de 16e eeuw. Toentertijd bestond het kasteel uit twee vleugels, de zogenaamde beuken. Helaas ging de achtergelegen beuk al in de 17e eeuw verloren in een brand. Door de eeuwen heen heeft het kasteel verschillende eigenaren en gebruikers gekend. Sinds enkele generaties is het complex in bezit van de jonkheren Beelaerts van Blokland. Zij kregen het door huwelijk met een barones Van Pallandt in hun bezit. De baronnen Van Pallandt waren gedurende drie generaties sinds het begin van de 19e eeuw in het bezit van Hagen, zodat de familieverbondenheid met Hagen nu al twee eeuwen bestaat.

In 2007 heeft jonkheer Floris Beelaerts van Blokland de Stichting Beelaerts van Blokland Hagen in het leven geroepen. De stichting is eigenaar van Kasteel De Kelder. Het stichtingsbestuur bestaat uit familieleden en externe deskundigen op het gebied van onder andere landgoedbeheer, financiën, monumentenzorg en natuurbeheer. Het is sinds het begin haar doel geweest om het voortbestaan van Kasteel De Kelder, haar bijgebouwen en gronden veilig te stellen, zodat buurtbewoners en bezoekers kunnen blijven genieten van de cultuur, de geschiedenis, de festiviteiten en het natuurschoon.

In de vorm van een stichting waarborgt het landgoed een blijvende meerwaarde voor recreatie en natuurschoon langs de stadsrand. Het draagt bovendien bij aan de historische verhaalvertelling van Doetinchem. Tegenwoordig worden er in het kasteel, de oranjerie en op het omliggende landgoed allerlei festiviteiten, bruiloften en bijeenkomsten gehouden. Een van de hoogtepunten is het Middeleeuws Festijn, waar jaarlijks vele honderden bezoekers op af komen.

Afb. 2. In de grote zaal van Hagen/De Kelder met v.l.n.r. Maureen Sluiter, Ingrid Lambrechts en jonkheer Pieter Beelaerts van Blokland. Foto met hartelijke dank aan Witte Rentmeesters en Makelaars.

Om het Kasteel en het landgoed te behouden dient er voor de toekomst een basis gelegd te worden voor duurzame instandhouding en een verdere verfraaiing van het landgoed. De stichting heeft al lange tijd de ambitie om de tweede beuk van het kasteel te herstellen, die eeuwen terug verloren ging in een brand. Naast het behoud en herstel van Kasteel De Kelder en de monumentale bijgebouwen, wil de stichting een bijdrage leveren aan de versterking en ontwikkeling van natuur en landschap op haar gronden.

Om de investeringen te bekostigen die nodig zijn voor de werkzaamheden, heeft de stichting het plan om enkele woonboerderijen te bouwen op haar gronden. Deze woningen kunnen vervolgens worden verkocht of verhuurd, waarna met de opbrengsten de landschapsontwikkelingen en de bouw van de tweede beuk kunnen worden gerealiseerd.

Realisatie van de plannen zal leiden tot de continuïteit van een uniek landgoed, en bovendien tot de verankering van de plaats Doetinchem met de Kruisbergse Bossen. De bouw van de woonboerderijen wordt gecombineerd met de aanleg van lanen, struwelen en bloemrijke weiden. Zo ontstaat een prachtig landschapsbeeld met een bijzondere woon- en wandelbeleving in landgoederenstijl. Het landgoed blijft zo de komende decennia de schakel tussen stad, natuur en geschiedenis.

De visie van Landgoed Hagen/Kasteel De Kelder is voor iedereen beschikbaar op:
https://www.witterentmeestersenmakelaars.nl/news/nieuws-1-1/

Afb. 3. De eeuwenoude havezate Hagen, dat ook met de naam De Kelder bekend staat, heeft in de loop der eeuwen vele adellijke eigenaren gekend. De jonkheren Beelaerts van Blokland kregen het door huwelijk met een barones Van Pallandt in hun bezit en de Van Pallandts bezaten het sinds begin 19e eeuw. Foto met hartelijke dank aan Witte Rentmeesters en Makelaars.

 

 

Geboren: Van Tuyll van Serooskerken

Afb. Het familiewapen Van Tuyll van Serooskerken.

Jan Louis baron van Tuyll van Serooskerken, geboren Amsterdam 5 april 2019, zoon van Ernest Maximiliaan baron van Tuyll van Serooskerken en Sophie barones van Tuyll van Serooskerken née Reitsma.