Het gezin Van Welderen Rengers-Hoevenaar van Geldrop omstreeks 1898

Afb. 1. Het gezin Van Welderen Rengers-Hoevenaar omstreeks 1898, foto part. coll.
Afb. 1. Het gezin Van Welderen Rengers-Hoevenaar omstreeks 1898, foto part. coll.

Marie Amelie Hoevenaar (1854-1932), die zich meestal Hoevenaar van Geldrop noemde, was mede dankzij het Indische suikerfortuin van haar ouders een aantrekkelijke partij op de huwelijksmarkt en in 1884 huwde zij Edzart Reint van Welderen baron Rengers (1849-1920), die op dat moment commies bij het Departement van Waterstaat, Handel en Nijverheid was.

Het was een deftig gezelschap dat zich op 8 december op het Haagse gemeentehuis verzamelde en naast het bruidspaar, de drie ouders (vader Van Welderen Rengers was tragisch genoeg reeds voor de geboorte van zijn zoon overleden) waren ook vier getuigen aanwezig: jonkheer Albert Rijnhold Jakob Klerck, Kolonel Commandant van het Regiment Grenadiers en Jagers en oom van de bruidegom, jonkheer (sic) Jan Maarten Leonard van Bronkhorst, Kamerheer des Konings en neef van de bruid, mr. Hendrik Nicolaas Cornelis baron van Tuyll van Serooskerken, burgemeester van Voorburg en zwager van de bruid, en jonkheer mr. Rijnhold Antonie Klerck, commies bij het Departement van Buitenlandse Zaken en neef van de bruidegom.

Na het overlijden van haar vader Hubertus Paulus Hoevenaar, heer van Geldrop, in 1886 erfde zij f 180.000,-. In 1905 kwam daar na het overlijden van haar moeder, jonkvrouwe Anna Maria Marciane Catharina Homberg de Beckfelt, nog eens ruim f 310.000,- bij. In 1910 kocht barones Rengers in Raalte voor f 159.000,- het 250 ha. grote landgoed Het Reelaer en een nieuw landpaleis verrees op de plek van het afgebroken oude huis, dat voorzien werd van alle comfort. In ’s-Gravenhage werd er een vorstelijk vijf traveeën breed onderkomen gekocht aan het residentiële Nassauplein nr. 26.

Afb. 2. Nassauplein nr. 26 in 's-Gravenhage.
Afb. 2. Nassauplein nr. 26 in ‘s-Gravenhage.

Baron Rengers maakte ondertussen carrière op het Departement van Waterstaat, Handel en Nijverheid en werd uiteindelijk chef van het kabinet van de minister. Kroon op zijn carrière was zijn benoeming in 1890 tot kamerheer i.b.d. van Koningin Wilhelmina. In 1920 overleed hij en zijn begrafenis werd een society gebeurtenis met vertegenwoordigers van het Hof en uit adellijke en diplomatieke kringen, waaronder de gezanten van Engeland, België, Turkije, Roemenië en de legatieraad van het Amerikaanse gezantschap. “Onmiddellijk achter de lijkbaar volgde in den stoet in een gala-hofkoets de vertegenwoordiger van de Koningin, de kamerheer in buitengewone dienst mr. W. baron van Ittersum.” “Nadat de lijkkist, overdekt met tal van prachtige bloemstukken, in den grafkelder was neergelaten, sprak de oudste zoon van den overledene een woord van afscheid tot zijn vader, daarbij dankbaar herinnerende aan diens vele goede hoedanigheden, welke niet vergeten zullen worden.” Na het overlijden van haar echtgenoot verhuisde de douairière naar Raalte en overleed daar op het huis het Reelaer in 1932.

Op de foto zien we het gezin omstreeks 1898. De oudste dochter huwde in 1907 een baron de Vos van Steenwijk en zij kochten in 1925 huis Diepenheim, dat nog steeds in het bezit is van hun nakomelingen. De jongste dochter trouwde in 1922 met een jonkheer Groeninx van Zoelen en zij kochten in 1924 het Huys ten Donck uit de familie Groeninx, dat nog steeds bewoond wordt door hun nakomelingen. De oudste zoon was kort gehuwd met een jonkvrouwe Van Loon en kreeg geen kinderen, net als de tweede zoon die op 28-jarige leeftijd in Zwitserland overleed. Van de jongste zoon, die in 1938 in het huwelijk trad met een barones Van Pallandt, stammen de huidige bewoners van het Reelaer af.

Afb. 2. Het Reelaer op een oude ansichtkaart.

Informatie mede met dank aan ‘De havezaten in Salland en hun bewoners’ door jhr. A.J. Gevers en A.J. Mensema (1985).

Zomertip: Borgkinderen op de Fraeylemaborg

Afb. 1. De kinderkamer op de Fraeylemaborg met onder meer speelgoed uit het bezit van de vroegere bewoners.

T/m 30 september is in het koetshuis van de Fraeylemaborg in Groningen de tentoonstelling Borgkinderen te zien. Portretten uit ruim drie eeuwen (1600-1900) vertellen op deze tentoonstelling het verhaal van (adellijke) kinderen op de Groninger borgen.

De portretten laten niet alleen de mode van hun tijd zien, maar tonen ook de kinderen met hun speelgoed of dieren, of soms op de achtergrond het adellijke familiehuis. Voor deze gelegenheid zijn portretten bijeengebracht, die met de geschiedenis van verschillende Groninger borgen te maken hebben, zoals de Fraeylemaborg zelf, maar ook de Menkemaborg, Verhildersum, de Hanckemaborg, borg Ewsum en de Warffumborg.

Aanleiding voor deze tentoonstelling is de recente aankoop van twee kinderportretten die ooit op de Fraeylemaborg zelf hingen. In de onlangs heropende speelkamer kunt u zien hoe het kinderleven er in het verleden uitzag. In deze speelkamer, maar ook op de tentoonstelling zijn verschillende bruiklenen uit het familiebezit van de vroegere bewoners te zien.

AiN ging op bezoek bij jonkvrouwe Catharina van Panhuys en sprak met haar over haar jeugdjaren op de Fraeylemaborg. In de septemberuitgave van het digitale magazine van AiN een verslag hiervan met een fotoreportage van de Fraeylemaborg.

Bent u benieuwd naar dit interview? Door voor 17,50 euro per jaar donateur van AiN te worden, steunt u ons in onze werkzaamheden en ontvangt u dit jaar vier keer het digitale magazine in uw mailbox. Daarnaast ontvangt u als donateur voorrang bij door AiN georganiseerde excursies. Meer weten? Mail naar nieuwsbrief@adelinnederland.nl.

Link naar meer informatie en bezoekmogelijkheden van de Fraeylemaborg, zie https://fraeylemaborg.nl/agenda/borgkinderen/

Afb. 2. De zusjes Louise (1915) en Jeanne (1910) Thomassen à Theussink van der Hoop van Slochteren: zij werden als laatsten geboren en getogen op de Fraeylemaborg. Zij hadden een Zwitserse mademoiselle als kindermeisje, kregen eerst thuis les, gingen vervolgens naar school in Groningen en voltooiden hun opvoeding op een kostschool in Engeland. Het portret door W.B. Tholen uit particulier bezit is één van de vele kinderportretten die te zien is op de tentoonstelling Borgkinderen op de Fraeylemaborg.

 

Thuis heb ik nog een ansichtkaart… Bingerden

Afb. Huis Bingerden zoals het er tot aan de verwoesting in de Tweede Wereldoorlog uitzag. Ansichtkaart part. coll.
Afb. Huis Bingerden zoals het er tot aan de verwoesting in de Tweede Wereldoorlog uitzag. Ansichtkaart part. coll.

Op de foto een vooroorlogse afbeelding van het Huis Bingerden, dat in 1661 door de familie Van Pabst werd gekocht. Begin 19e eeuw werd het op grootse wijze verbouwd door jonkheer Rudolf Willem Jacob van Pabst en echtgenote Jeannette Antoinette Henriette van Diest en er werd zelfs een feest- en ontvangstzaal van grote allure gecreëerd. In 1827 was de verbouwing voltooid en het huis was nu in omvang verdubbeld, maar door de grote staat die de familie voerde, kon dit alles niet lang stand houden.

In 1841 overleed de schepper van al dat moois en een jaar later reeds werd Bingerden in veiling gebracht. Koper werd zijn zusje jonkvrouwe Geertruijd Sara Agatha van Pabst, die gehuwd was met Willem Hendrik Alexander Carel baron van Heeckeren. Haar achterkleindochter, Sophia Wilhelmina barones van Heeckeren van Kell, huwde in 1927 jonkheer mr. Wouter Everard van Weede en zij moesten beleven dat Bingerden, met de bevrijders reeds in zicht, door oorlogsgeweld in 1945 in vlammen opging met de complete historische inboedel.

Een ooggetuige schreef: “Vrijdag 6 April. Als wij ’s morgens opstaan, staat het kasteel Bingerden, waar wij zo lang, gerieflijk en mooi hebben gewoond, in lichter laaie. Daar komen wij nimmermeer in terug. We staan een tijdlang te kijken door een dakraam naar de brand. (…) Bij Derksen heeft men gemerkt, dat Duitse patrouilles rond Bingerden gelegen hebben, mijnen hebben gelegd en dat Bingerden circa te 2 uur ’s nachts in brand stond. En het heeft fameus gebrand!”

Na de oorlog werd Huis Bingerden weer opgebouwd door het echtpaar Van Weede-Van Heeckeren van Kell, maar wel in verkleinde vorm – tijden veranderen nu eenmaal.

 

12 en 13 oktober: jubileumsymposium ‘Adellijke vrouwen: levens & representaties’ op Slot Zuylen

Afb. 1. Slot Zuylen: locatie voor het jubileumsymposium van de Werkgroep Adelsgeschiedenis.

Dit jaar bestaat de Werkgroep Adelsgeschiedenis 25 jaar. Om deze mijlpaal te vieren, organiseert de Werkgroep op 12 en 13 oktober a.s. het internationale symposium Noble Women: Life Roles and Representations /Adellijke Vrouwen: Levens en Representaties. Het symposium richt zich op de verschillende manieren waarop adellijke vrouwen vanaf de late middeleeuwen tot het begin van de negentiende eeuw vorm gaven aan de taken die op grond van hun ‘hoge geboorte’ aan hen werden toegedacht. Decor van het symposium is Slot Zuylen – de geboorteplek van de philosophe Belle van Zuylen, waarschijnlijk de beroemdste adellijke vrouw uit de Nederlandse geschiedenis.

AiN hoorde dat er al veel belangstelling bestaat voor het symposium, het aantal plaatsten is echter beperkt. Wilt u verzekerd zijn van toelating, meldt u zich dan zo spoedig mogelijk aan. U vindt het aanmeldingsformulier hier: https://docs.google.com/forms/d/e/1FAIpQLSdJLNOCHrZ6rC6kzzrYkrDSQQHVZnUeq5jqMQ9tVPTXdLd6ug/viewform

Programma Jubileum Symposium Werkgroep Adelsgeschiedenis Adellijke vrouwen: levens & representaties 12 & 13 oktober 2018, Slot Zuylen

Vrijdag 12 oktober

09.00–10.00 Inloop met koffie, registratie
10.00–10.15 Welkom door Redmer Alma, voorzitter van de Werkgroep Adelsgeschiedenis
10.15–10.45 Keynote door Els Kloek

11.00–12.45 SESSIE I – ADELLIJKE VROUWEN EN KASTELEN IN DE MIDDELEEUWEN
1. Elizabeth den Hartog, Defending the castle like man: women and the building and defense of castles
2. Wendy Landewé, Edelvrouwen als ‘bouwheren’ in de middeleeuwse creatieve cultuur
3. Fred Vogelzang, Rapunzel: de verbeelding van ruimte(n) voor vrouwen in middeleeuwse kastelen
4. Eva-Maria Butz, Burgfrauen – Frauenburgen: Überlegungen zu Wittumsburgen

12.45–14.45 Lunch, rondleidingen door het kasteel en posterpresentaties

14.45–16.30 SESSIE II: LEVENSROLLEN VOOR ADELLIJKE VROUWEN
1. Redmer Alma, Occa Johanna Ripperda: een Europese dame
2. Stephany Freyer, Life Paths of lesser noble women at Princely Courts
3. Evelyn Ligtenberg, Ongehuwde adellijke vrouwen in de vroegmoderne tijd
4. Jaap Geraerts, Models of devotion: catholic women in the Dutch Republic

16.30 – 17.00 Afsluiting

Afb. 2. Isabella Agneta Elisabeth van Tuyll van Serooskerken, (1740-1805). Portret door Guillaume de Spinny op slot Zuylen. Zij is bekend geworden onder haar schrijversnaam Belle van Zuylen.

Zaterdag 13 oktober

9.00–9.30 Inloop met koffie

9.30–11.15 SESSIE III – REPRESENTATIE VAN ADELLIJKE VROUWEN IN MIDDELEEUWEN EN VROEGMODERNE TIJD
1. Sanne Frequin, Heraldische representatie op grafmonumenten
2. Monique Rakhorst, Het sieradenkistje van Amalia van Solms
3. Thomas Kullmann, The construction of female nobility in Sir Philip Sidney’s Astrophil and Stella
4. Sophie Reinders, Literaire representatie in vriendenboekjes van adellijke vrouwen

11.15–11.30 Koffiepauze

11.30–12.45 SESSIE IV – HOFCULTUUR IN DE REPUBLIEK
1. Ineke Huysman, De macht van de brief. Briefwisselingen van de Hollandse en Friese stadhoudersvrouwen 1605-1759
2. Simone Nieuwenbroek, Tussen Noordeinde en het Voorhout. Anna van Hannover en de Bentincks 1737-1759
3. Lidewij Nissen, Een vorstin in Leeuwarden. Sophia Hedwig van Brunswijk-Wolfenbüttel (1592-1642) en de Friese Nasssaus

12.45–14.30 Lunch, rondleidingen door het kasteel en posterpresentaties

14.30–15.45 SESSIE V – REFLECTIE EN ZELFREFLECTIE
1. Greddy Huisman, Het dagboek van Belle van Ittersum (1783-1809)
2. Aafke Brunt, Marie Cornelie van Wassenaer Obdam (1793-1850)
3. Yme Kuiper, Jeanne van Andringa de Kempenaer 15.45–16.00 Theepauze

16.00–17.15 SESSIE VI – BELLE VAN ZUYLEN
1. Margriet Lacy-Bruijn, Belle van Zuylen onafhankelijk – in hoeverre en tegen welke prijs?
2. Suzan van Dijk, Belle van Zuylen over rangen en standen
3. Hanneke Ronnes, Belle van Zuylen, vrouwengeschiedenis & adelsgeschiedenis

17.15 – 17.30 Afsluiting door Redmer Alma, voorzitter Stichting Werkgroep Adelsgeschiedenis
17.30 – 18.30 Afsluitende borrel

Zomertip: ‘Winters in Brussel’ op kasteel d’Ursel

Afb. 1. Kasteel d’Ursel werd in 1761 en 1765 door de Italiaanse architect Servandoni in classicistische stijl aangepast en verkreeg toen de huidige verschijning.
Afb. 2. Het affiche van de tentoonstelling met de voorgevel van het stadspaleis van de hertogen D’Ursel in Brussel.

Op het kasteel d’Ursel in Hingene bij Antwerpen wordt t/m 30 september het verhaal verteld van het Hôtel d’Ursel, het stadspaleis van de hertogelijke familie D’Ursel. Net als zovele adellijke families leefden de hertogen D’Ursel mee op de getijden van de seizoenen en brachten eeuwenlang de zomers door op hun kasteel d’Ursel in Hingene en de winters in hun stadspaleis in Brussel. Het huis kende sinds de aankoop in 1590 niet alleen een rijke geschiedenis, maar ook een zeer rijk interieur. Lang bleef het samen met zijn bewoners als een anachronisme tot in de 20e eeuw moedig in stand, in een stad en een wereld die zich in hoog tempo moderniseerde. Uiteindelijk deden erfenisverdelingen en successierechten hun werk en werd het verkocht om in 1960 onder de slopershamer ten onder te gaan.

Op deze tentoonstelling tonen interieurfoto’s, documenten, maquettes, bouwtekeningen, portretten en voorwerpen het grootse verdwenen verleden en interieur van dit stadspaleis. In de begeleidende teksten komen ook de vroegere bewoners aan het woord, zoals Hedwige markiezin de Maupeou-Monbail née gravin d’Ursel (1902-1987), dochter van de 7e hertog d’Ursel. Melancholisch schrijft zij kort voor de afbraak: ‘Elke ochtend, als ik wakker werd, keek ik naar het groene damast, de vergulde lambriseringen, de fijne decoratie die binnenkort zouden verdwijnen. Ze hebben zoveel van onze generaties voorbij zien komen en wij zijn de laatste. Door de grote geschiedenis, die sterker is dan wij, moeten wij hun opgeven…. En elke dag hield ik er een beetje meer van.’

Afb. 3. Een maquette van de voorgevel van het Hôtel d’Ursel in de grote salon van kasteel d’Ursel in Hingene met zijn unieke roze Chinese behang.

De Nederlandse adel kent op dit moment geen leden met de titel van hertog, maar onder Koning Willem I werden er drie hertogen in de Nederlandse adel opgenomen: De Beaufort-Spontin, De Looz-Corswarem en D’Ursel. Hun nakomelingen kozen in 1830 na de Belgische afscheiding voor de Belgische nationaliteit en gingen daardoor deel uitmaken van de Belgische adel, maar formeel behoren zij ook nog steeds tot de Nederlandse adel.

Afb. 4. De grote salon in het verdwenen Hôtel d’Ursel in Brussel, één van de vele fraaie foto’s op deze tentoonstelling.

Eén van deze drie was Charles Joseph hertog d’Ursul (1777-1860). Hij werd grootmeester van Koningin Wilhelmina, de echtgenote van Koning Willem I. In 1830 stond hij bekend als zeer orangistisch en zijn huis in Brussel werd door het opstandige volk geplunderd. Hij zocht zijn toevlucht in zijn zomerverblijf kasteel d’Ursel in Hingene en schreef: ‘Ik heb een grote weerzin om opnieuw voet in Brussel te zetten en ik ben niet meer in het huis geweest sinds ik er verjaagd ben door een bende plunderaars.’ Uiteindelijk koos hij in 1830 voor de Belgische nationaliteit en zijn nakomelingen leven nog steeds voort in de Belgische adel, waarbij de Chef de Famille de titel van hertog heeft en de overige leden de titel graaf/gravin voert.

Afb. 5. Portretten en voorwerpen uit het verdwenen Hôtel d’Ursel in Brussel.

In 1973 werd het kasteel d’Ursel verkocht door de 8e hertog. Sinds 1994 is het kasteel in het bezit van de provincie, die het restaureerde en er sindsdien succesvol vele activiteiten organiseert. In 2009 keerde een belangrijk deel van de oorspronkelijk inrichting terug dankzij een bruikleen van de 10e hertog: duizenden boeken en verder portretten, meubelen en siervoorwerpen.

Tentoonstelling ‘Winters in Brussel’ is t/m 30 september te zien op kasteel d’Ursel in Hingene. Let op: voor individueel bezoek is de tentoonstelling en het kasteel alleen op de zondag tussen 13.00 en 18.00 uur te bezichtigen.

Link naar de website van kasteel d’Ursel voor meer informatie https://www.kasteeldursel.be/bezoek/winters-in-brussel–de-stadsresidentie-van-de-familie-d-ursel–1.html.

Voor wie niet in de gelegenheid is om de tentoonstelling te bezoeken: in de september uitgave van het digitale magazine van de Stichting Adel in Nederland (AiN) komt een uitgebreide reportage in woord en beeld over kasteel d’Ursel en deze tentoonstelling te staan. Door voor 17,50 euro per jaar donateur van AiN te worden, ontvangt u dit jaar vier keer het digitale magazine in uw mailbox. Daarnaast ontvangt u als donateur voorrang bij door AiN georganiseerde excursies. Meer weten? Mail naar nieuwsbrief@adelinnederland.nl.

Afb. 6. Het toegangshek met in de verte het kasteel d’Ursel in Hingene.

Zomer 1880: de bloeiende Agave americana op Den Bramel

Afb. 1. De bloeiende Agave americana op Den Bramel en tuinbaas Jäncke, foto part. coll.
Afb. 1. De bloeiende Agave americana op Den Bramel en tuinbaas Jäncke, foto part. coll.

Op Den Bramel, één van de acht kastelen van Vorden, woonde in 1880 jonkheer Imilius Frederik Storm van ’s Gravesande (1822-1891) met zijn gezin. De familie leefde op grote voet en zo werd het huis aan de achterzijde uitgebouwd, waren er reisjes en ontvangsten en was er ruim personeel aanwezig, waaronder een Zwitserse gouvernante. Op de tuin was men zeer gesteld en aan het hoofd stond ‘Baas Jäncke’ met wie niet te spotten viel en zonder wiens toestemming de kinderen Storm nog geen kersje van de boom mochten plukken – ook al gebeurde dat achter zijn rug om natuurlijk wel.

Afb. 2. Den Bramel in 1870, voor de grote verbouwingen, foto part. coll.
Afb. 2. Den Bramel in 1870, voor de grote verbouwingen, foto part. coll.

In de zomer van 1880 haalde Den Bramel de krant, omdat een vijfenzeventigjarige Agave americana daar een hoogte van ongeveer zes meter bereikt had en tot bloei was gekomen. Voor deze bijzondere gelegenheid kwam er zelfs een fotograaf naar Den Bramel om dit vast te leggen, want men was hier trots op.

Een zekere statusgevoeligheid lag hier ook wel aan ten grondslag, want een bloeiende agave kwam in die tijd niet heel vaak voor. Om de agave nog groter te doen lijken, zat de tuinman er op zijn knieën naast. Op de andere foto zien we hem geduldig voor de camera poserend met zijn gieter in de ene en een bosje bloemen in de andere hand als toonbeeld van zijn werkzaamheden.

Boekennieuws: Stinzen, staten en buitenplaatsen in Friesland

Afb. Op de voorkant van het boek Epemastate in Ysbrechtum.

De huizen van adellijke en patricische families in Friesland worden stinzen en staten genoemd. Eens stond Friesland hier vol mee, maar velen zijn in de loop der eeuwen verdwenen. Wat bleef, vormt nog steeds een rijk erfgoed in Friesland, dat een mooi beeld biedt van de representatie van de Friese adel, patriciërs en ook rijke kooplieden in de voorbije eeuwen. De huizen en hun interieurs laten de smaak en welvaart van hun vroegere bewoners zien, waarbij ook de tuinen volop aandacht kregen.

Kunsthistorica drs. Rita Radetzky schreef voor de Stichting Staten en Stinzen dit standaardwerk, waarin een overzicht wordt gegeven van wat er bleef van dit belangrijke erfgoed. Het boek begint met een inleiding, waarin wordt ingegaan op de historische ontwikkeling van stinzen, staten en buitenplaatsen. Stinzen waren verdedigbare gebouwen van steen, waarvan er ooit zo’n zevenhonderd geweest moeten zijn. Het waren meestal torens op een kunstmatige verhoging of op een omgracht terrein. Toen het tijdperk van de stinzen voorbij was door de komst van het zware geschut, kwam er een nieuw type huis: de state. Dit was een representatief huis met veel meer aandacht voor comfort. Vanaf de 18e eeuw kwam er een bloeiperiode voor buitenplaatsen, waarbij de recreatieve functie steeds belangrijker werd.

Hierna volgen er afzonderlijke hoofdstukken over de overgebleven stinzen, staten, stadspaleizen en andere huizen, buitenplaatsen in de achttiende eeuw en negentiende eeuw en poortgebouwen. Bij ieder huis wordt het verhaal verteld van de bouw- en bewoningsgeschiedenis, waarbij zeer fraaie foto’s de huidige situatie laten zien en historische foto’s van onder meer interieurs en bewoners het verleden laten herleven.

Achterin het boek maken een adreslijst van alle stinzen, staten en buitenplaatsen met daarbij een overzichtelijke kaart het boek compleet.

Stinzen, staten en buitenplaatsen in Friesland is een aanrader voor iedereen die geïnteresseerd is in dit erfgoed. Op overzichtelijke wijze en met diepgang worden de huizen in beeld gebracht, waarbij de rijke illustraties het verhaal compleet maken.

Voor meer informatie over dit boek en bestelmogelijkheid zie http://www.statenstinzen.nl/nieuws/het-boek-van-staten-en-stinzen/.

Belangrijke schenking aan kasteel Helmond

Afb. Jonkheer Carel Frederik Wesselman van Helmond, heer van Helmond, (1859-1918) met echtgenote jonkvrouwe Anna Maria Emelia Arnoldina de Jonge van Zwijnsbergen (1858-1955) en dochters freule Emilie (links) en freule Betsy (rechts). Foto met dank aan © Michael Luis Earp.

De heer Michael Luis Earp woont op de Britse Kanaaleilanden en vond bij toeval foto’s en documenten terug, die afkomstig zijn van zijn grootmoeder Emilia Susanna Maria Trip née jonkvrouwe Wesselman van Helmond (1895-1987), echtgenote van jonkheer Herman Trip. Zijn grootmoeder groeide op kasteel Helmond op en dit kasteel was van 1781 tot aan de verkoop in 1920 in het bezit van de jonkheren Wesselman van Helmond.

De foto’s en documenten vertellen het verhaal van de laatste generaties Wesselman van Helmond op het kasteel: het echtpaar Wesselman van Helmond-De Jonge van Zwijnsbergen en hun dochters freule Emilia en freule Betsy.

Kasteel Helmond is nu een museum en meer dan een bezoek waard. Voor meer informatie zie https://www.museumhelmond.nl/kasteel-helmond/.

Link naar een uitgebreid artikel met foto’s en een filmpje online in het Eindhovens Dagblad https://www.ed.nl/helmond/kasteel-helmond-krijgt-doos-vol-schatten-van-de-familie-wesselman~a88a1e4b/.

Overleden: J.C.J.M.S. barones van der Borch van Verwolde

Afb. 1. Josephina Carolina Johanna Margaretha Sophia barones van der Borch van Verwolde (1914-2018). Foto met hartelijke dank aan en met toestemming van Kamp Amersfoort/www.kampamersfoort.nl.

Vorige week zondag overleed Josephina Carolina Johanna Margaretha Sophia barones van der Borch van Verwolde op de leeftijd van ruim 103 jaar. Haar leven omspande meer dan een eeuw, waarin zij de gevolgen van ingrijpende gebeurtenissen uit de geschiedenis van dichtbij zou meemaken. Deze gebeurtenissen zouden van grote invloed zouden zijn op de familie Van der Borch én op Verwolde, dat het centrum was voor haar en haar familie: de roaring twenties met grote economische groei, de beurskrach van 1929 met de daarop volgende crisisjaren, de Tweede Wereldoorlog en in de jaren hierna de sterk veranderde maatschappelijk omstandigheden.

In Memoriam
Josephina Carolina Johanna Margaretha Sophia barones van der Borch van Verwolde werd geboren op 26 augustus 1914 in Gorssel. Haar roepnaam was eigenlijk Caroline, maar in de familie werd zij haar leven lang Kieks genoemd. In Gorssel was haar vader, mr. Willem Henrik Emile baron van der Borch van Verwolde, vanaf 1911 burgemeester. Hij stamde uit een oudadellijk geslacht, dat zijn oorsprong in de 14e eeuw in het Duitse graafschap Lippe vindt. Een voorvader vestigde zich in de 17e eeuw als officier in Statendienst in de Nederlanden en door huwelijken en het bezit van Verwolde, ging de familie deel uitmaken van de Ridderschap van Zutphen. Haar moeder was Line Voûte, die uit een familie kwam die terug te vinden is in het blauwe boekje van het Nederland’s Patriciaat. Haar familie stamde oorspronkelijk uit Frankrijk en een voorvader vestigde zich begin 18e eeuw als koopman in Amsterdam. Kieks was het derde kind in het gezin en had twee oudere broers. Na haar werden er nog twee zusjes en een broertje geboren. Het gezin bewoonde het huis Het Mastler, dat binnen de gemeente Gorssel in Eefde gelegen was.

Afb. 2. Line barones van der Borch van Verwolde née Voûte met haar vijf oudste kinderen. Rechts vooraan: Kieks. Foto part. coll.

Naast het burgemeesterschap van een kleine gemeente als Gorssel, was er voor haar vader voldoende tijd over om andere activiteiten te ontplooien. Zo nam hij in het jaar van haar geboorte het initiatief voor een commissie om in Gorssel geld in te zamelen voor het Rode Kruis, had hij de leiding over de opvang van 100 Franse kinderen die voor het oorlogsgeweld in 1917 naar Nederland geëvacueerd waren en richtte hij in 1924 na grote overstromingen in het IJsselgebied een watersnoodcommissie op en gaf hij leiding aan het reddingswerk.

Daarnaast vond hij voldoende tijd om te gaan jagen en verloor op donderdag 2 oktober 1924 ‘… terwijl hij in Almen op de jacht was, zijn portefeuille, inhoudende een aanzienlijk geldbedrag…’, maar volgens krantenberichten werd deze de dag erna door een politiehond teruggevonden.

Op 1 januari 1928 werd hem op eigen verzoek eervol ontslag verleend en bij zijn afscheid was men vol lof: als burgemeester was hij daadkrachtig ‘… die de welvaart onzer plaats zeer zijn ten goede gekomen en die het aanzien onzer gemeente hebben verhoogd.’ Hij had een belangrijk aandeel in het nieuwe gemeentehuis ‘… dat zeker het mooiste en doelmatigste gebouw van dien aard in het geheele gewest is geworden.’ Hij zorgde voor verbetering van de wegen met nieuwe beplantingen ‘kenner als hij was van boschbouw…’, trad op tegen de werkloosheid door werkverschaffing, spande als voorzitter van een comité tot bevordering van de aanleg zich in voor de tramlijn Deventer-Zutphen en ‘… toonde een warm hart te hebben voor de behoeftigen, die steun van de overheid van noode hadden.’

Afb. 2. Allard Philip van der Borch (1690-1766), de eerste heer van Verwolde uit het geslacht Van der Borch.

Aanleiding voor het ontslagverzoek van haar vader was de verhuizing naar huis Verwolde, dat middelpunt was van een uitgestrekt landgoed. Evert Jan Benjamin van Goltstein kocht in 1738 huis Verwolde en 1/3 van de heerlijkheid en vervolgens werd zijn schoonzoon Allard Philip van der Borch (1690-1766) heer van Verwolde. Diens zoon, Frederik Willem van der Borch (1737-1781) werd de bouwheer van het huidige huis in 1776. Op huis Verwolde was in 1926 grootmoeder Paulina Adriana Jacoba barones van der Borch van Verwolde née barones van Zuijlen van Nijevelt overleden en hiermee kwam het huis beschikbaar voor bewoning door het jonge gezin.

Voordien werd het huis groots gerestaureerd en hiervoor waren de middelen ruim aanwezig, want haar moeder stamde uit een gefortuneerde familie. Overgrootvader Voûte had zich in de 19e eeuw in Ned.-Indië gevestigd en werd daar raadsheer in het Hooggerechtshof van Batavia. Diens zoon werd in 1887 medeoprichter van de firma Mirandolle, Voûte & Co., een importmaatschappij van Indische producten, en wist hiermee een groot fortuin op te bouwen. Dit Indische fortuin kwam goed van pas bij de restauratie van huis Verwolde: er werd een toren aangebouwd voor extra ruimte en om een meer kasteelachtig uiterlijk te verkrijgen, er kwam stromend water, elektriciteit, centrale verwarming, telefoon en zelfs een lift. Ook het park werd grondig aangepakt met onder meer een parterre met buxuspatronen in historiserende stijl.

Afb. 4. De achterzijde van huis Verwolde met links de toren die door de ouders van Kieks werd aangebouwd.

Toen alles klaar was, nam het gezin zijn intrek in het huis met daarbij een stoet personeel: in het huis werkte vier personen, in de tuin zes en in de bossen ongeveer twintig. Het inkomen voor deze royale leefstijl kwam uit Ned.-Indië en niet uit het landgoed. Heel lang hield deze grootse leefstijl geen stand, want door de krach van 1929 en de daarop volgende crisisjaren viel dit inkomen grotendeels weg en moest er bezuinigd worden. Huis Verwolde werd gesloten en het gezin ging voor drie jaar in Zwitserland wonen, waar het leven goedkoper was.

In 1934 besloten haar ouders uiteen te gaan. Haar vader vestigde zich eerst in het mondaine Montreux en later in Biarritz en hertrouwde twee keer: de eerste keer met de Amerikaanse Alma Orthwein en de tweede keer met jonkvrouwe Catharina Helena Maria van Suchtelen van de Haare, douairière mr. François Stephan Alexander baron Creutz. Haar moeder werd de nieuwe Vrouwe van Verwolde en nam het beheer hiervan op zich. Het grote huis werd niet meer bewoond, maar er werd een boerderij op het landgoed verbouwd en hier ging zij met haar kinderen wonen. In de jaren hierna verlieten de kinderen het huis. Zo ging de oudste broer van Kieks in Leiden rechten studeren en woonde een tijdlang in Parijs en haar op één na oudste broer vertrok naar Ned.-Indië om daar in het familiebedrijf Mirandolle, Voûte & Co. te gaan werken. Kieks vertrok naar Zürich in Zwitserland, waar zij aan het conservatorium piano studeerde.

Afb. 5. Het familiewapen Van der Borch van Verwolde: drie zwarte vogels in zilver.

Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog zou grote gevolgen hebben voor de familie: haar oudste broer zat in het verzet, werd verraden en werd in 1943 door de bezettende macht gefusilleerd. Haar op één na oudste broer bracht deze jaren door in Japanse gevangenkampen. Huis Verwolde bood in deze jaren onderdak aan een sanatorium uit ’s-Gravenhage. Na de oorlog nam haar jongste broer het beheer van het landgoed over en ging met zijn gezin huis Verwolde weer bewonen – zeer tegen de zin van de moeder van Kieks, die het huis te groot en niet meer van deze tijd vond. Kieks woonde in deze jaren in Apeldoorn, tot zij terugkeerde naar Laren. Hier bewoonde zij op het landgoed Groot Bekman, waar ook haar moeder al gewoond had.

Huis Verwolde werd in 1977 voor een symbolisch bedrag van 1 gulden verkocht aan de Stichting Vrienden der Geldersche Kasteelen, omdat de tijdsomstandigheden sterk veranderd waren: de inkomsten uit het landgoed liepen terug, terwijl de lasten snel waren toegenomen. Hierdoor was het bewonen van een dergelijk historisch huis niet langer mogelijk. Kieks bleef zich echter verbonden voelen met haar voorvaderlijk huis. Voor de restauratie van de unieke behangselen in de blauwe Chinese kamer deed zij een genereuze schenking, waarmee deze kamer in 2012 in oude glorie hersteld kon worden. Ook vierde zij ieder jaar traditiegetrouw haar verjaardag op Verwolde in de oranjerie of op Groot Bekman.

Op 20 juli van dit jaar was Kieks nog even landelijk nieuws, omdat zij 103 jaar oud voor het eerst op de plek was, waar op 20 juli 1943 haar broer Emile op 33-jarige leeftijd samen met 19 anderen werd geëxecuteerd. Hier woonde zij de herdenking bij en werd er namens de hele familie door haar nichtje Julie een krans gelegd, die getooid was met linten, met daarop de namen Van der Borch van Verwolde en Voûte, in de kleuren geel en zwart – de kleuren waaraan de luiken van de boerderijen op Verwolde te herkennen zijn.

Op zondag 29 juli overleed ‘onze lieve Tante Kieks’ en haar neven en nichten zijn dankbaar dat zij zo lang van haar hebben kunnen genieten, die een laatste schakel was in de familiegeschiedenis naar een verdwenen verleden.

Afb. 6. De voorzijde van huis Verwolde: ontworpen door Philip Willem Schonk, architect van stadhouder Willem V.