De afstamming van de familie Van Lockhorst: overlevering en feit

Baron Van den Bogaerde van Terbrugge op kasteel Heeswijk had een grote fascinatie voor zijn voorouders en hield zich intensief bezig met stamboomonderzoek. Zo was één van zijn overgrootmoeders jonkvrouwe Anna Hermina Geertruijda Jacoba van Lockhorst (1802-1875) en nog heden getuigt een indrukwekkende, speciaal voor hem vervaardigde stamboom van een rechtstreekse afstamming van de Lockhorsten, die teruggaat tot een voorvader die in het jaar 992 overleed.

Afb. Ridder Adam van Lockhorst op de stamboom van het geslacht Van Lockhorst, coll. kasteel Heeswijk.
Afb. Ridder Adam van Lockhorst op de stamboom van het geslacht Van Lockhorst, coll. kasteel Heeswijk.
Afb. 2. Het familiewapen Van Lockhorst.
Afb. 2. Het familiewapen Van Lockhorst.

De oudste jaargangen van het Nederland’s Adelsboek namen deze afstamming over, maar in latere uitgaven is de stamreeks onthoofd, omdat deze niet bewezen kon worden en sindsdien wordt de 16e eeuwse Jan Berenszoon als stamvader genoemd. Zijn nakomelingen waren bierbrouwers en plaatselijke notabelen, eerst in Weesp en later in Rotterdam, en zijn achterkleinzonen namen na 1631 de naam Van Lockhorst aan – zonder dat tot op heden duidelijk is waarom zij dit deden en waarop dit gebaseerd was.

Afb. 3. Barent ridder van Lockhorst, heer van Toll, Venhuizen en Bonlez (1771-1831), coll. kasteel Heeswijk.
Afb. 3. Barent ridder van Lockhorst, heer van Toll, Venhuizen en Bonlez (1771-1831), coll. kasteel Heeswijk.

In 1816 verzocht Barent van Lockhorst, heer van Toll en Venhuizen (1771-1831) om erkend te worden in de Nederlandse adel met de titel van baron. Vier jaar eerder had hij bij een notaris een indrukwekkende acte laten opstellen in aanwezigheid van prominente getuigen, waaronder een vice-admiraal en twee oud-burgemeesters, waarin dezen verklaarden dat Barent in het bezit was van de titel van baron, uit ‘eene der oudste en aanzienlijkste’ geslachten stamde en dat al zijn kinderen ‘zonder het onderscheid van eerstgeboorte, den titel van hun vader voerden’. Juist wegens de oudheid van dat aanzien konden er echter geen diploma’s worden overlegd.

Het mocht niet baten: het verzoek om erkenning van oude adeldom voor Barent van Lockhorst werd afgewezen, maar wel werd hij in de Nederlandse adel verheven met de clausule van erkenning wanneer er toch bewijs van oude adeldom geleverd werd en kreeg hij in 1828 de titel van ridder. En of het voor hem veel uitmaakte? Maatschappelijk gezien ging het hem voor de wind en hij werd raad van Rotterdam en kocht het kasteel van Bonlez met vier imponerende hoektorens in Brabant. Zijn oudste dochter huwde eerst een baron en daarna een hertog, de jongste dochter huwde een prins en zijn zoon huwde een prinses.

De familieoverlevering bleef echter bestaan, ook nadat de Van Lockhorsten in 1921 uitstierven. Baron Van den Bogaerde was van deze beweerde oeroude afstamming zó onder de indruk, dat hij in de jaren 1923-1926 pogingen deed om de naam Van Lockhorst aan zijn eigen familienaam toe te voegen. Dit lukt echter niet, maar wat bleef, is een fraaie stamboom met daarop een mythische ridder als stamvader die in het jaar 992 stierf.

Bovenstaand verhaal stond in de juni uitgave 2018 van het digitale magazine van AiN, dat onze donateurs vier keer per jaar krijgen toegestuurd per mail. Wilt u dit ook ontvangen?  Voor 17,50 euro per jaar steunt u ons in onze werkzaamheden, ontvangt u vier keer per jaar ons digitale magazine boordevol verhalen en informatie, en krijgt u voorrang bij en korting op onze excursies. Mail voor meer informatie naar info@adelinnederland.nl.

Zomertip: kasteel Heeswijk

Afb. 1. Kasteel Heeswijk in de zomerzon.
Afb. 1. Kasteel Heeswijk in de zomerzon.

Kasteel Heeswijk in Heeswijk Dinther vertelt in zijn verschijning het verhaal van de baronnen Van den Bogaerde van Terbrugge. De buitenkant laat zien dat er in de 19e eeuw flink bijgebouwd werd om het kasteel nóg indrukwekkender te maken. Hieraan dankt het kasteel zijn unieke IJzertoren, de neogotische galerij en de wapenzaal.

Afb. 2. De grote zaal met voorouderportretten van de Van den Bogaerdes van Terbrugge.
Afb. 2. De grote zaal met voorouderportretten van de Van den Bogaerdes van Terbrugge.

Het interieur laat de smaak, verzamelwoede en adellijke representatie van de eigenaren zien. Zo is er een grote zaal met een Ahnengalerie van de Van den Bogaerdes, een unieke Chinese eetkamer, mooie tegeltableaux in een trappenhuis en in een kleine torenkamer vind je een opmerkelijk plafond dat bestaat uit Chinees porseleinen bordjes. Overal in het kasteel vind je bijzondere voorwerpen met bijbehorende verhalen en de laatste kasteelheer, ir. Guillaume Charles Othon Alexandre Manuel Henri Joseph Marie Ghislain baron van den Bogaerde van Terbrugge (1882-1974), liet niet na om zijn bezoekers te imponeren met de afstammingsbewijzen van zijn vele roemrijke voorouders – ook al deden die de waarheid soms nog weleens geweld aan.

Je kunt het kasteel bezichtigen met behulp van een informatieve en leuke audiotour, maar overal staan ook gastvrije en enthousiaste vrijwilligers klaar, die veel anekdotes over het kasteel en zijn kleurrijke bewoners weten te vertellen. Op het voorplein zit een brasserie en restaurant en daarnaast nodigen de tuin, die door Copijn werd ingericht, en het landgoed uit voor nog meer aangenaam verpozen. Wie nog niet op Heeswijk is geweest, die heeft echt wat gemist!

Link naar meer informatie: http://www.kasteelheeswijk.com

Voor meer foto’s: kijk in het onderstaande foto-album.

Overleden: J.H. Wigger (1956-2019)

Afb. Het familiewapen Wigger.

Op 11 juli 2019 overleed Johannes Hendrikus Wigger. Jan leerde ik kennen toen ik in 2011 secretaris werd van de Werkgroep Adelsgeschiedenis. Hij was hiervan sinds 2006 thesaurier en bijna vier jaar lang werkten wij veel samen, waarbij  het contact altijd meer dan plezierig was.

Jan was altijd zeer geïnteresseerd in met welke onderzoeken ik bezig was en wist altijd wel weer nieuwe informatie en inzichten te geven, omdat hij een zeer grote kennis over adel had.

De ontmoetingen vonden vaak plaats op het Historisch Centrum Overijssel (HCO), waar Jan als archivaris werkzaam was. In deze functie droeg hij bij aan de ontsluiting van vele belangrijke archieven, waaronder ook adellijke familiearchieven zoals die van de families Von Bönninghausen, Sloet, Van Hövell, Van Dedem en Van Rechteren Limpurg. Voor de laatstgenoemde familie was hij ook de officiële contactpersoon voor vragen met betrekking tot de Stichting Familie Van Rechteren Limpurg voor het Huisarchief Almelo.

De laatste keer dat ik Jan sprak, was ook weer op het HCO. Ook dit keer spraken we elkaar uitgebreid en deelden we onze persoonlijke verhalen en bezigheden. Ik was bezig met een onderzoek naar een adellijke Van Keppel, die een eeuw geleden timmerman in Zwolle was. Jan stond ook nu meteen weer klaar met zijn kennis en wist te traceren op welke adressen deze timmerman in Zwolle gewoond had. Zo konden we de maatschappelijke stijging van een aanvankelijk eenvoudige timmerman zichtbaar maken.

Ook in dit laatste contact liet Jan zich zien zoals hij was: persoonlijk geïnteresseerd, zeer betrokken, met grote kennis en altijd behulpzaam. Kortom: een zeer aimabel mens.

Namens de Stichting Adel in Nederland

John Töpfer

Voor het In Memoriam op de website van de Werkgroep Adelsgeschiedenis zie www.adelsgeschiedenis.nl.

De jonkheer en juffrouw Koosje

Afb. Het portret van Jacoba Jansen in de collectie van kasteel Heeswijk.
Afb. Het portret van Jacoba Jansen in de collectie van kasteel Heeswijk.

Onderstaand verhaal is één van de verhalen die in het digitale magazine van AiN heeft gestaan. Bent u ook benieuwd naar dit digitale magazine? Voor 17,50 euro per jaar wordt u donateur en steunt u ons in onze werkzaamheden. U ontvangt dan vier keer per jaar het digitale magazine en krijgt voorrang bij door AiN georganiseerde excursies. Voor meer informatie mail naar nieuwsbrief@adelinnederland.nl.

Wie in de grote zaal van kasteel Heeswijk de portrettengalerij van de familie Van den Bogaerde van Terbrugge bekijkt, ziet daar tussen al deze adellijke allure ook het portret hangen van Jacoba Jansen (1842-1915), in de wandeling ‘Juffrouw Koosje’ genaamd. Koosje werd geboren als Jacoba Janssen, dochter van de hoofdonderwijzer van Heeswijk en kreeg een relatie met jonkheer Donat Thédore Albéric van den Bogaerde van Terbrugge (1829-1895).

Zij woonden ongehuwd samen op het kasteel Nemerlaer en ontvingen hier hun vrienden, die zelfs op hun beider verjaardagen werden uitgenodigd. Hun gasten waren steeds vol lof over hun gastvrijheid en zo schreef één van hen: ‘Jhr. en Mejuffrouw. Hiermede mijn woorden m.i. nagekomen te zijn, zeg ik UEd (Uw Edele – red.) dank voor de goede ontvangst, ’t gulle onthaal en den aangenamen kout (conversatie – red.)…’

Na het overlijden in 1890 op kasteel Heeswijk van de broer van jonkheer Albéric verhuisde hij met juffrouw Koosje naar kasteel Heeswijk. Hier overleed hij in 1895, nadat hij enkele uren voor zijn overlijden kerkelijk gehuwd was met juffrouw Koosje; zo kon hij op zijn sterfbed toch nog de laatste sacramenten ontvangen.

Voor Koosje was bij testament goed gezorgd: zij kreeg een toelage van 500 gulden per maand en het recht om de kastelen Heeswijk en Nemerlaer te blijven bewonen met daarin alle aanwezige meubelen. Hier lieten de erfgenamen uit de familie Van den Bogaerde het niet bij zitten en in 1896 werd zij afgekocht voor 61.500 gulden (nu ruim 850.000 euro) onder de voorwaarde o.a. dat zij de kastelen binnen twee maanden verlaten zou hebben.

En hoe het verder ging met de nu vermogende juffrouw Koosje? Zij huwde, inmiddels vierenvijftig jaar oud, datzelfde jaar Johannes Hendrikus van Balkom, die drieëntwintig jaar jonger was dan zij. Als smid had hij in het poortgebouw van kasteel Heeswijk gewoond en kende hij het spreekwoord ‘een ijzer in het vuur hebben’ blijkbaar goed. Hij had geduldig zijn tijd afgewacht en trouwde nu een vermogende vrouw. Juffrouw Koosje overleed in 1915 tweeënzeventig jaar oud. En haar weduwnaar? Hij hertrouwde twee jaar later op tweeënvijftigjarige leeftijd met een bruid van eenentwintig jaar en kreeg met haar zes kinderen.

Het portret van Juffrouw Koosje hangt tegenwoordig tussen de familieportretten in de grote zaal op kasteel Heeswijk – een plek waar zij in het verleden niet tussen hoorde, maar waar het heel terecht nu wel hangt.

Bron o.a.: R.W.A.M. Cleverens (1991). Kasteel Heeswijk en de geslachten Van den Bogaerde van Terbrugge en De Looz-Corswarem. Heeswijk.

De Menkemaborg in Uithuizen

Afb. De Menkemaborg in Uithuizen toont de glorie van de Groninger jonkers.
Afb. De Menkemaborg in Uithuizen toont de glorie van de Groninger jonkers.

De Menkemaborg werd vanaf 1682 bewoond door de adellijke familie Alberda van Menkema, tot de laatste jonkheer in 1902 overleed. Zijn erfgenamen schonken huis en landgoed aan het Groninger Museum, die het zó inrichtte dat het een zeer fraai  beeld geeft van de leefstijl van de Groninger adel. Op de Menkemaborg wordt een compleet beeld getoond van het leven upstairs & downstairs en ook de tuinen zijn zonder meer de moeite waard. Op dit moment staan de rozen in de tuin volop in bloei, waaronder de befaamde rozentunnel.

Meer weten over de Menkemaborg en bezoekmogelijkheden? Kijk dan op http://www.menkemaborg.nl/

Boekennieuws: Jean Baptiste Discart (1855-1940), oriëntalistische schilderijen en Nederlandse portretten

Afb. 1. Op de voorkant het portret van Henriette Susanna Frederique barones Schimmelpenninck van der Oije née jonkvrouwe Huyssen van Kattendijke, door J.B. Discart.

Enkele jaren geleden verving Theo Kralt, toen voorzitter van de afdeling Utrecht van de Orde van den Prince, een spreker die zich wegens ziekte op het laatste moment had moeten afmelden. Het ging om een lezing die hij eerder had gehouden voor de Rotary Club Amsterdam Centrum over het leven en vooral de werken van de schilder Jean Baptiste Discart (1855-1940). Jarenlang had hij onderzoek gedaan naar de door Discart geschilderde oriëntalistische schilderijen en Nederlandse portretten. René van Gruting, uitgever in ruste, was hierbij aanwezig en raakte geïnteresseerd in het onderwerp. Enige tijd daarna vroeg René van Gruting hoe het stond met de uitgave van het boek over deze schilder. Na enig doorvragen kwam hieruit het antwoord naar voren dat de stand van zaken hieromtrent niet hoopgevend was. De auteur kwam door werk en andere functies te weinig aan het schrijven toe. De in de afgelopen jaren door hem verzamelde onderzoekgegevens moesten voor een boek beter geordend worden. De kwaliteit van het fotomateriaal varieerde te sterk. Ondanks toezeggingen van enkele fondsen leek een uitgave in boekvorm ook te duur uit te komen. René van Gruting bood aan om de auteur bij een uitgave te helpen. Vanaf het najaar 2018 gingen zij aan de slag. De auteur verzocht om goede foto’s van de oriëntalistische schilderijen bij particulieren en vooral veilinghuizen. De oriëntalistische schilderijen waren vanaf het begin gemaakt voor de markt en zijn over de gehele wereld verspreid geraakt. Door het onderzoek was bekend waar de Nederlandse schilderijen zich bevonden. Door een professionele fotograaf werden zoveel mogelijk portretten, die zich vrijwel alle in particuliere collecties bevinden, opnieuw gefotografeerd. Soms ging de schrijver mee om de fotograaf te begeleiden. René van Gruting droeg vooraf zorg voor de instructies voor de eisen waaraan de foto’s moesten voldoen en voor de verwerking daarna. Dit proces was wezenlijk voor het boek en heeft enkele maanden in beslag genomen. Nadat de onderzoeksgegevens en het voorlopige manuscript bekeken waren, werd een voorlopige inhoudsopgave opgesteld. Dit zou de ordening van het boek bepalen. Het boek zou gaan bestaan uit een voorwoord door Prof. Rudi E.O. Ekkart, oud directeur van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie in Den Haag, een inleiding, een beknopte levensschets van de schilder, een hoofdstuk over de oriëntalistische schilderijen en een hoofdstuk over de Nederlandse portretten.

Afb. 2. Het portret van Koning Albert I van België door J.B. Discart. Part. coll.

Theo Kralt was werk van Discart tegengekomen in het landhuis Wielbergen in Oost Gelderland, waar enkele portretten van Discart hingen. Deze bleken gemaakt te zijn in 1903 voor het landhuis Rhederoord toen bewoond door Carel Marie baron Brantsen en Jacqueline Sophie Brantsen- van Limburg Stirum. In de kunstencyclopedie Benezit stonden slechts enkele regels over deze schilder en dan alleen over zijn oriëntalistische werk en zeer onvolledig. De omvangrijke portrettenreeks kwam er niet in voor. Uit nader onderzoek bleek dat meerdere familieleden door hem geportretteerd waren. Over hem was echter heel weinig bekend. Uit het onderzoek in het Haagse Gemeentearchief bleek dat Discart vanuit Tanger in Marokko naar Den Haag gereisd was. Aangetoond kon worden dat de oriëntalistische schilder en de Nederlandse portrettist dezelfde waren.

Giovanni Maria Carlo Francesco Discart werd geboren op 6 oktober 1855 in Modena waar hij gedoopt werd in de kerk San Domenico. Zijn vader werkte voor Francesco IV, hertog van Modena. Discart doorliep het gymnasium in Modena en verhuisde daarna met zijn ouders naar Wenen. Daar studeerde hij onder andere Prof. en schilder Anselm Feuerbach (1829-1880) aan de Akademie der bildende Künste. Hij begon zijn carrière in Parijs en Tanger met oriëntalistische schilderwerken. Deze schilderijen tonen het dagelijks leven in Marokko. Het leven in Tanger, de berbers, de gebruiken, ambachten, straatscènes en tradities zijn er goed uit op te maken. Discarts oriëntalistische schilderijen worden gekenmerkt door realistische weergave, gelijkmatige lichtvoering, goede compositie en uitstekend kleurgebruik. Door zijn geboorte in Modena, toen behorend tot Oostenrijk-Hongarije, en zijn opleiding aan de Akademie der bildenden Künste in Wenen wordt Discart gerekend tot de Oostenrijkse oriëntalistische school, waartoe ook zijn studiegenoten Ludwig Deutsch en Rudolf Ernst behoorden. Vasthoudend aan de Oostenrijkse school van de schilderkunst verfijnde Discart geleidelijk aan zijn techniek in de portretkunst.

Portretschilder van de adel
Vanaf de late negentiende eeuw tot in de eerste decennia van de twintigste eeuw werkte Discart onder de schildersnaam Jean Baptiste Discart vooral in Den Haag en vanuit Den Haag. Discart vervaardigde ook portretten van een Oostenrijks echtpaar in 1879, een Duitse graaf in oosters tenue in Tanger in 1897 en van koning Albert I van België in Brussel in 1909. In Nederland vervaardigde hij vanaf ca. 1895 enige portretreeksen in opdracht van vooraanstaande, veelal adellijke Nederlandse families. In bijna alle gevallen zijn deze alleen in particuliere collecties bewaard gebleven. De leden van deze families waren door huwelijken met elkaar verbonden. Een groot aantal van hen bekleedde functies aan het koninklijk hof, in het bestuur of in de wereld van kunst en cultuur. De contacten tussen Discart en de families bleven over de jaren heen in stand. Korte levensschetsen van de geportretteerden gaan in dit boek vergezeld met foto’s en – als die er zijn – afbeeldingen van portretten door andere, eerdere of latere schilders. In vergelijking daarmee valt het werk van Discart op door een bepaalde ingetogenheid en soberheid. In het boek worden per paragraaf de portretten behandeld van de families Brantsen, Van Lynden, Van Pallandt van Neerijnen en Waardenburg, Huyssen van Kattendijke, Pauw van Wieldrecht, van Matilda Randebrock-Schöverling, Baud-Huydecoper, Van Hardenbroek, De Marchant et d’Ansembourg-de Silva, Van Tuyll van Serooskerken van Vleuten, Ruyssenaers-van Sypesteyn, de familie Gerritsen-Landry, Van Heeckeren van Kell, Van Heemstra en een meisje uit Volendam. De relaties tussen Discart en de betreffende families bleef decennia lang in stand. In het geval van de familie van Lynden tussen 1903 en 1929. Hij zou op 1 januari 1940 in Parijs komen te overlijden.

Dit boek bestaat uit een levensschets, een bespreking van negenendertig werken uit de eerste periode en vijftig Nederlandse portretten, gevolgd door een catalogus in kleurenfotografie. Met dit werk wordt het oeuvre van een grotendeels vergeten schilder weer tot leven gebracht. René van Gruting treedt voor deze publicatie op als uitgever en verrichte de redactie. In april 2019 kwam het boek gereed. Nederlandse culturele fondsen maakten de uitgave van het boek mogelijk. Op dinsdagmiddag 25 juni 2019 werd het eerste exemplaar van het boek over Discart tijdens een feestelijk programma in de residentie van de Oostenrijkse Ambassade in Den Haag aan de Oostenrijkse Ambassadeur in Nederland aangeboden. Over deze boekpresentatie is meer in het komende magazine van de Stichting Adel in Nederland te lezen. In het najaar verschijnt een Engelse editie bij Uitgeverij Van Gruting om de gegevens van het boek internationaal te ontsluiten.

Theo Kralt (Rijnsburg, 1959) studeerde juridische bestuurswetenschappen, economie en internationale betrekkingen. Naast zijn werk voor rijksoverheid en maatschappelijke organisaties publiceerde hij onder andere over het landhuis Wielbergen en de familie Brantsen, Utrechtse binnenstadskerken en de restauratie van de Domkerk.

Theo P.G. Kralt, Jean Baptiste Discart (1855-1940), oriëntalistische schilderijen en Nederlandse portretten, 192 blz., geïll f/c, ISBN 9789075879-759, 27,50 euro

Het boek is te verkrijgen bij Uitgeverij Van Gruting, www.vangruting.nl

Afb. Willem Constantijn baron van Pallandt (1836-1905), door J.B. Discart. Coll. Geldersch Landschap & Kasteelen.

Het grafmonument van Anna van Ewsum


Anna van Ewsum (1640-1714) stamde uit één van de belangrijkste geslachten van Groningen en bracht als erfdochter door huwelijk de borg Nienoord in het bezit van de graven Van Inn- en Kniphausen. Ter nagedachtenis aan haar eerste man liet zij door Rombout Verhulst een wonderschoon grafmonument oprichten en verwierf daarmee zelf ook marmeren onsterfelijkheid. Toen zij hertrouwde, werd het praalgraf gewijzigd en er volgde een toevoeging met een beeld van haar tweede echtgenoot. Wouter van Schie raakte door haar gefascineerd en deed jarenlang onderzoek met een boek als resultaat: ‘Anna van Ewsum. Haar afkomst, haar leven, haar wereld’

Link naar zijn site met meer informatie over het boek: http://www.annavanewsum.nl

Zondag 14 juli: Schatten van Verwolde – Van onder tot boven

Afb. Binnenkijken op Huis Verwolde in vertrekken die anders gesloten blijven. Foto met hartelijke dank aan Frank Kanters.

In en rondom Huis Verwolde, in het Achterhoekse Laren, zijn heel wat schatten te zien, van groot tot klein, binnen en buiten, goed verstopt of direct zichtbaar. Dit seizoen licht Geldersch Landschap & Kasteelen een aantal van die bijzondere schatten toe. Op zondag 14 juli neemt hun gids u mee van onder tot boven, oftewel een Grand Tour door het huis.

U hoort het verhaal van de baronnen Van der Borch van Verwolde die hier 200 jaar heeft gewoond. Nog steeds is het huis in geheel originele staat te bekijken. Tijdens deze Grand Tour krijgt u vertrekken te zien die normaal gesloten blijven voor publiek. Zo mag u onder andere een kijkje nemen in het sanatorium en de Van Nieukerkenkamer. De gids brengt u ook naar het onderhuis. Voor deze uitgebreide rondleiding dient u te reserveren. Combineer uw bezoek met een kop koffie/thee, fris en wat lekkers in de theeschenkerij. De theeschenkerij is geopend van 11.00 uur tot 17.00 uur.

Andere schatten
De volgende Schatten van Verwolde is op zondag 4 augustus. Kijk voor de thema’s en overige data op www.glk.nl/verwolde.

Datum en tijd: zondag 14 juli, aanvang 11.30 uur en 13.30 uur
Duur: ca. 1,5 uur
Entree: volwassenen € 12,50 en kinderen 4 t/m 18 jaar € 8,50. Donateurs GLK en museumkaarthouders € 4,00.
Adres: Huis Verwolde, Jonker Emilelaan 4, 7245 TL Laren.
Online reserveren noodzakelijk: www.glk.nl/verwolde

IT bedrijf lokt nieuwe werknemers met nep-adellijke titels

Afb. Screenshot van de website van Pink Elephant, waarop in ronkende bewoordingen een nep-adellijke titel wordt aangeboden.

De meeste mensen denken dat Lord/Lady een erfelijke, Engelse adellijke titel is, maar niets is minder waar. Het betreft een hoffelijkheids- of aanspreektitel, die ook gebruikt kan worden om aan te geven dat men eigenaar is van een stukje grond.

Het IT bedrijf Pink Elephant wil graag de aandacht trekken van IT’ers en heeft nu van de Schotse bosbeheerorganisatie Highland Titles Charitable Trust kleine stukjes grond gekocht van 0,092 m2, waaraan het recht verbonden is om jezelf Lord of Lady of Glencoe te noemen. Deze titel heeft geen enkele waarde en brengt geen adeldom met zich mee, maar de Schotse bosbeheerorganisatie speelt handig in op de status die mensen hieraan toekennen. Het levert er zelfs ‘een juridisch document’ bij ‘dat het recht vermeldt om de nieuwe titel aan te nemen’ en ‘met dit document kan men verschillende instanties zoals banken vragen om hun aanhef te veranderen naar Lord of Lady’.

Een hoop gebakken lucht waarmee ze in Schotland geld weten binnen te halen om het landschap in oude staat te herstellen. ‘Met deze campagne willen we op een ludieke manier de aandacht trekken van IT’ers met gevoel voor humor’, zegt Pink Elephant – en dat is ze zeker gelukt, want in verschillende media wordt hier ruim aandacht aan besteed.

Wilt u ook een nep-adellijke titel? Voor 38 euro kunt u hem online bestellen via www.highlandtitles.com. Voor veel minder geld, 17,50 euro per jaar, wordt u donateur van de Stichting Adel in Nederland en ontvangt u vier keer per jaar ons digitale magazine boordevol echte adellijke verhalen en echt adellijk nieuws. Mail voor meer informatie naar nieuwsbrief@adelinnederland.nl.

Lezing donderdag 18 juli: Buitengewoon Duivenvoorde, door Irene Storm van Leeuwen

Afb. Een gedeelte van de bibliotheek van kasteel Duivenvoorde. Foto met hartelijke dank aan kasteel Duivenvoorde.

Op donderdagmorgen 18 juli houdt Irene Storm van Leeuwen, bibliothecaris van kasteel Duivenvoorde te Voorschoten, een lezing waarin zij een unieke inkijk geeft in de bijzondere bibliotheekcollectie van Duivenvoorde. Het kasteel heeft een unieke boekverzameling bestaande uit ruim 10.000 boekdelen waarvan de oudsten dateren uit de vijftiende eeuw. Topstukken uit de collectie zijn de insecten- en plantenboeken van Maria Sybilla Merian, zeldzame bijbels, natuurhistorische en kruidenboeken uit de 16e tot 18e eeuw en reisjournaals zoals die van een voorouder, Johan Steengracht die in 1769 een reis maakte naar Engeland en een naar Frankrijk in 1772 en zijn verslagen voorzag van ter plekke gekochte gravures.
Tijdens de lezing zullen verschillende unieke exemplaren uit de bibliotheek getoond worden.

Tickets
De lezing duurt van 10.30 tot 12.15 uur. De ticketprijs van €15,- is inclusief koffie/thee en een kijk in de collectie. Tickets koopt vooraf in de webshop op www.kasteelduivenvoorde.nl.

De volgende lezing is deze reeks zal plaatsvinden op donderdag 19 september. Pauline Marchand, schilderijenrestaurator, vertelt over haar werk als schilderijenrestaurator en de bijzonderheden van de schilderijen van Duivenvoorde.

Boekencollectie online
De huidige bibliotheek op Duivenvoorde is een mooi voorbeeld van een kasteelbibliotheek, een van de weinige die nog in Nederland zijn overgebleven. Uit deze collectie is een keuze gemaakt van 160 boeken die representatief zijn voor de bewoners van Duivenvoorde. Van de meest opmerkelijke afbeeldingen van vogels, insecten, planten, boekbanden, atlassen, mode, architectuur etc. zijn ruim 500 foto’s gemaakt. Op de website zijn deze, naast de schilderijen en het keramiek, vanaf nu online te bekijken: https://www.kasteelduivenvoorde.nl/kasteel/museum/bekijk-collectie