Veilingnieuws 30 mei: het verhaal bij het portret van Marie de Serière née Eschauzier

Afb. 1. Marie Eschauzier echtgenote van jonkheer John de Serière met haar zoon jonkheer Emile de Serière en dochter jonkvrouwe Yvonne de Serière. Portret door Antoon van Welie, 1909. Foto met hartelijke dank aan het Venduehuis in Den Haag.

Op woensdag 30 mei vindt bij het Venduehuis in Den Haag de Spring Auction European Fine Art plaats. Eén van de bijzondere items is dit portret door de destijds gevierde societyschilder Antoon van Welie van Marie de Serière née Eschauzier, waarop zij samen met haar zoon jonkheer Emile en dochter jonkvrouwe Yvonne de Serière staat afgebeeld.

Jeugdjaren Marie Eschauzier
Marie Eschauzier werd geboren op 9 mei 1873 op de suikerfabriek Sroeni op Soerabaja in het toenmalige Ned.-Indië. Haar vader, Gerrit Eschauzier (1844-1939), stamde uit een patriciaatsfamilie van Franse afkomst, maar groeide op het eiland Terschelling op, waar zijn grootvader burgemeester was. Net als zijn broers vertrok hij op jeugdige leeftijd naar Ned.-Indië en maakte daar carrière. Nadat hij in korte tijd administrateur bij een aantal suikerondernemingen was geworden, werd hij in latere jaren directeur en commissaris van verschillende ondernemingen. Bij zijn overlijden noemde men hem ‘een zeer bekend magnaat der suikerindustrie op Java en Nederlandsch afgevaardigde naar diverse internationale suikerconferenties.’ Haar moeder, Emilie von Oven (1849-1929), stamde uit een van oorsprong Duitse familie. Haar vader had eveneens een nieuw bestaan gezocht in Ned.-Indië en was hier suikerfabrikant geworden.

Marie groeide op als tweede kind in een gezin met een oudere broer en na haar zouden er nog twee broertjes en drie zusjes volgen. Toen zij 23 jaar was, trad zij op 9 mei 1873 in ’s-Gravenhage, waar het gezin Eschauzier-Von Oven toen woonde, in het huwelijk met jonkheer John de Serière, die op dat moment als Oost-Indisch ambtenaar met verlof in ’s-Gravenhage verbleef. Voor de bruidegom traden als getuigen op Alexander Philippus Godon en mr. Hendrik Nicolaas Grobbée, terwijl de bruid twee familieleden had uitgekozen: haar oom Gerard Joachim Eschauzier en haar neef Herman Gerhard von Oven. De eerste drie waren, gezien hun leeftijd, zonder beroep, maar haar neef was ‘directeur eener Maatschappij’.

Afb. 2.Het familiewapen De Serière.

Jeugdjaren jonkheer John de Serière
Jonkheer John de Serière werd geboren op 21 mei 1858 in Tangkil op Cheribon. Zijn vader, jonkheer Victor Paul Gaspard de Serière (1813-1893), stamde uit een van oorsprong Frans geslacht, waarvan de adeldom in 1717 bevestigd werd. In de 18e eeuw vestigde een voorvader zich in Nederland. De grootvader van jonkheer John, jonkheer ds. Guillaume de Serière, was aanvankelijk predikant bij de Waalse gemeente in Zutphen, maar werd daarna predikant in Batavia. Hier stapte hij over op een bestuurlijke carrière en werd van assistent-resident vervolgens resident om uiteindelijk gouverneur der Molukken te worden. In 1868 werd hij met zijn nakomelingen ingelijfd in de Nederlandse adel met het predikaat jonkheer.

Ook de vader van jonkheer John werd bestuursambtenaar en bracht het tot resident van Cheribon. Zijn moeder, Johanna Petronella Stijman (1824-1913), was de dochter van een kolonel bij het Oost-Indisch Leger, die Ridder in de Militaire Willems-Orde 4e klasse zou worden. Jonkheer John groeide op met twee oudere broers en een ouder zusje en na hem werden er nog twee zusjes en een broertje geboren. Net als het merendeel van zijn broers en zwagers werd hij bestuursambtenaar in Ned.-Indië. Aanvankelijk was hij controleur van het Binnenlands Bestuur op Java en Madoera en uiteindelijk werd hij controleur 1e klasse.

Afb. 3. De overlijdensannonce in de Haagsche Courant van 30 juni 1909.

Haagse jaren
In Ned.-Indië werd op 14 april 1897 in Grati (Pasoeroean) hun zoon jonkheer Emile Gerrit de Serière geboren en na terugkeer in Nederland werd op 21 april 1902 in ‘s-Gravenhage het gezin uitgebreid met hun dochter jonkvrouwe Yvonne Bátrice Marie de Serière. Het gezin woonde in ’s-Gravenhage aan de Johan van Oldenbarneveltlaan 31 in een groot nieuwgebouwd herenhuis met twee verdiepingen en een rijk uitgevoerde voorgevel in jugendstil met een groot balkon.

Op 26 juni 1909 kwam Marie de Serière née Eschauzier onverwachts in ‘s-Gravenhage als ‘geliefde Echtgenoote’ op zesendertigjarige leeftijd te overlijden en liet een echtgenoot en twee kinderen van 12 en 7 jaar achter. Kort daarvoor had zij zich samen met haar twee kinderen door de toenmalige societyschilder Antoon van Welie laten portretteren. Was zij al langer ziek en wilde zij haar kinderen zo een tastbare herinnering van zichzelf nalaten? Vier jaar later overleed op 23 juni 1913 in ‘s-Gravenhage ook ‘tot onze diepe droefheid, onze hartelijk geliefde Vader, Zoon en Behuwdzoon’ jonkheer John de Serière. Omdat beide kinderen nog minderjarig waren, werd de annonce geplaatst uit naam van de grootmoeder, de douairière De Serière.

Jonkheer mr. Emile de Serière
En de kinderen? Jonkheer mr. Emilie Gerrit de Serière Studeerde rechten in Leiden, waar hij in 1920 promoveerde, en trad vervolgens in diplomatieke dienst. Na eerst in de jaren 1922-1924 als attaché aan het Nederlands gezantschap in Washington verbonden te zijn geweest, werd hij in 1924 gezantschapssecretaris 2e klasse in Tokio. Hier huwde hij op 30 mei 1928 de Italiaanse gravin Annetta Guglielmina Silvia Maria Alagia della Torre di Lavagna (1901-1982). Een glansrijke carrière leek voor hem in het verschiet te liggen, maar toen werd hij ziek. Hij keerde met ziekteverlof terug naar Nederland en werd uiteindelijk opgenomen in het Gemeente Ziekenhuis, waar hij op 19 februari 1929 overleed, nog maar 31 jaar oud.

Na een plechtige Requiemmis in de Haagse R.K. Kerk van de H. Jacobus aan de Parkstraat, volgde onder grote belangstelling de bijzetting op de Algemene Begraafplaats, waarbij ‘tal van kransen’ de baar dekten. De minister van Buitenlandse Zaken werd vanwege verblijf in het buitenland vertegenwoordigd door de secretaris-generaal jonkheer mr. Snouck Hurgronje. Daarnaast waren de gezanten van Japan, Italië en Tsjecho-Slowakije aanwezig, net als de 1e secretaris bij de Italiaanse legatie. Jonkheer Snouck Hurgronje sprak aan het graf ‘woorden van innige deelneming’ over ‘het groote leed, dat de familie thans getroffen heeft’ en betuigde zijn leedwezen ‘voor het verlies dat ‘s lands dienst door het heengaan van Serière heeft geleden’. Zijn weduwe keerde terug naar Italië en hertrouwde twintig jaar later de diplomaat jonkheer mr. Dirk van Eysinga, die uiteindelijk in de jaren 1968-1969 ambassadeur in Boekarest zou worden.

Jonkvrouwe Yvonne de Serière
Dochter jonkvrouwe Yvonne Bátrice Marie de Serière trad op 2 december 1924 in ’s-Gravenhage in het huwelijk met mr. Jacob Marinus van Bosse, die uit een patriciaatsfamilie afkomstig was. Zijn grootvader was minister van Financiën en Minister van Staat, terwijl zijn vader zich als civ. ing. in Ned.-Indië vestigde. Bij het huwelijk traden haar broer en grootvader Eschauzier als getuigen op. Haar echtgenoot was eerst directeur van het bijkantoor van Scheurleer & Zoonen’s Bank. Vervolgens werkte hij voor de N.V. Ned. Handels Mij. en werd uiteindelijk directeur van de Ned.-Indische suikerunie en Bogokidoel N.V. Samen kregen zij twee zonen en een dochter. Op 7 oktober 1992 overleed zij in ’s-Gravenhage op negentigjarige leeftijd, nadat eerder dat jaar op 11 mei haar echtgenoot was overleden.

Het schilderij betreft kavel 34, meet 118 x 133 cm en wordt geschat op 1500-2000 euro.
Kijk voor de catalogus online van deze tentoonstelling op https://wavemaker.venduehuis.com/auction?auction=92 of bezoek de kijkdagen op 26 t/m 28 mei in het Venduehuis der Notarissen in Den Haag. Voor meer informatie zie www.venduehuis.com.

Geboren: Wichers, Van de Poll, Van Baal en Dijxhoorn

Afb. Het familiewapen Wichers.

Jonkvrouwe Babette Caroline Anke Wichers, geboren Blaricum 3 mei 2018, dochter van jonkheer Rutger Louis Wichers en Manon Vermulst.

Afb. Het familiewapen Van de Poll.

Jonkheer Isaac Dirk Peter van de Poll, geboren Amsterdam 12 mei 2018, zoon van jonkheer Jan Reinier Dirk van de Poll en Quirine Angélique van de Poll née de Weerd.

Afb. Het familiewapen Backer.

Fedja Willem Niels van Baal, geboren Amsterdam 14 mei, zoon van Caspar van Baal en jonkvrouwe Anne Marie Marguerite Backer.

Afb. Het familiewapen Van Lynden.

Cécile Henriëtte Anne Dijxhoorn, geboren ’s-Gravenhage 15 mei 2018, dochter van Ernst Eduard Alexander Dijxhoorn en Joanna Carla Elisabeth Dijxhoorn née barones van Lynden.

De familie Dijxhoorn is een patriciaatsfamilie die in het blauwe boekje van het Nederland’s Patriciaat is opgenomen.

 

Veilingnieuws 30 mei: landschap door Vilmos Huszár, mede-oprichter van De Stijl & gehuwd met een jonkvrouwe Van Teijlingen

Afb. 1. ‘Hilly yellow fields’, door Vilmos Huszár. Foto met hartelijke dank aan het Venduehuis in Den Haag.
Afb. 2. Portret van Jeanne Huszár-van Teijlingen door Vilmos Huszár, potloodtekening, datering onbekend. Part. coll.

Op woensdag 30 mei vindt bij het Venduehuis in Den Haag de Spring Auction European Fine Art plaats. Eén van de bijzondere items is een landschap door Vilmos Huszár (1884-1960), die in Hongarije werd geboren en door zijn huwelijk met jonkvrouwe Johanna Elisabeth van Teijlingen (1868-1945) in Nederland zou blijven wonen en werken. Het schilderij ‘Hilly yellow fields’ werd door hem voor of in de jaren dertig gemaakt en betreft vermoedelijk een Frans landschap in de Provence, waarbij er waarschijnlijk graan-, zonnebloemen- en lavendelvelden zijn afgebeeld. Vilmos Huszár is één van de oprichters van de kunststroming De Stijl. Vorig jaar werd in Harderwijk, waar het echtpaar jarenlang in de nabijheid woonde, een tentoonstelling aan hem gewijd.

Opleiding in Hongarije en Duitsland
Vilmos Huszár werd geboren op 5 januari 1884 in Boedapest in het toenmalige Koninkrijk Hongarije in een Joodse familie als zoon van József Herz en Sarolta Fisher. Zijn vader was directeur van een bouwbedrijf en het milieu waarin hij opgroeide wordt Joods en burgerlijk genoemd. Vanaf jonge leeftijd bleek dat hij creatief en artistiek was en ook kon hij goed studeren. Hij studeerde eerst aan de kunstnijverheidsschool en volgde daar enkele jaren een opleiding voor de decoratieve schilderkunst. Omdat het vrije kunstenaarschap hem meer trok, zocht en vond hij een nieuwe leermeester in de kunstschilder Simon Hollósy en volgde op diens privéscholen een opleiding. Na eerst in Hongarije te zijn gestart, zette hij zijn opleiding voort in München.

Ontmoeting met Anna Egter van Wissekerke
In 1904 veranderde zijn familie hun Joodse achternaam van Herz in Huszár, vanwege het toenemende antisemitisme. Een jaar later leerde hij Anna Wilhelmina Elisabeth Maria Egter van Wissekerke (1872-1969) in München kennen. Anna stamde uit een patriciaatsfamilie en was de dochter van de gepensioneerde generaal-majoor bij de artillerie Abraham Jacobus Frederik Egter van Wissekerke en Michiela Mathilda Catharia Johanna Viruly van Pouderoyen, vrouwe van Pouderoyen, die eveneens uit een patriciaatsfamilie stamde. Op uitnodiging van Anna kwam hij naar Nederland en woonde korte tijd bij de familie Egter van Wissekerke in huis.

Vilmos werd in het Haagse artistieke milieu geïntroduceerd en leerde de schilder Jozef Israëls kennen, die zijn tweede leermeester werd. Ook leerde hij jonkvrouwe Johanna Elisabeth (‘Jeanne’) van Teijlingen kennen, die de hartsvriendin was van Anna Egter van Wissekerke. In deze periode schilderde hij enkele portretten van leden van de Nederlandse adel en ook de ouders van Anna portretteerde hij.

Afb. 3. Zelfportret door Vilmos Huszár, potloodtekening, datering onbekend. Part. coll.

Huwelijk met freule Van Teijlingen
Na een verblijf opnieuw in Duitsland keerde hij via Hongarije terug in Nederland, dat vanaf toen zijn tweede vaderland zou worden. Inmiddels waren Vilmos en Anna verliefd op elkaar geworden, maar in de ogen van haar ouders was hij niet van de juiste komaf en hun voorgenomen huwelijk ging niet door. Na een verblijf in Parijs keerde hij terug naar Nederland en vond in jonkvrouwe Johanna Elisabeth van Teijlingen zijn nieuwe levenspartner en trad met haar in 1909 in het huwelijk.

Zij werd geboren op 7 december 1868 in Middelburg. Haar vader, jonkheer mr. Diederick Gregorius van Teijlingen, stamde uit een geslacht dat meende van de Graven van Holland af te stammen en voerde hetzelfde wapen – in goud een rode leeuw – maar met een blauwe barensteel, als teken van een onwettige afstamming. Deze afstamming is echter onbewezen en de oudst bekende voorvader is Willem Jacopsen, wiens nakomelingen zich eerst van een patroniem bedienden en pas begin 16e eeuw de familienaam Clinckebel gingen voeren. Nadien werd de toevoeging Van Teylingen gebruikt en vanaf het einde van de 16e eeuw bleef alleen Van Teylingen (ook: Van Teijlingen) als geslachtsnaam over. De familie maakte eeuwenlang deel uit van de Rotterdamse regentenfamilies en in 1836 werd een voorvader in de Nederlandse adel verheven met het predikaat jonkheer. Haar moeder, jonkvrouwe Elisabeth Marina Schuurbeque Boeije, kwam uit een oude geadelde Zeeuwse regentenfamilie.

De vader van freule Jeanne van Teijlingen was advocaat en rechter geweest en beëindigde zijn carrière als raadsheer bij de Hoge Raad der Nederlanden in ’s-Gravenhage. Zij was het eerste kind in het gezin en na haar werden er nog twee zusjes en twee broertjes geboren, waarvan alleen haar oudste broertje de volwassen leeftijd zou bereiken.

Afb. 4. Een deel van de tentoonstelling over Vilmos Huszár vorig jaar in het Stadsmuseum Harderwijk.

Oprichter De Stijl
Vilmos en Jeanne vestigden zich in ’s-Gravenhage en hier werd in 1910 hun zoon Berthold Elisa geboren, waarvan Anna Egter van Wissekerke de peettante werd. Ondertussen ontwikkelde Vilmos zich verder en ging ook bezig met toegepaste kunst. In 1915 leerde hij Bart van der Leck kennen en via hem ook o.a. Piet Mondriaan en Theo van Doesburgh. Gezamenlijk vormden zij de groep Bewust abstracten of Werkelijk anderen, waaruit in 1917 het tijdschrift De Stijl voortkwam.

Na begin jaren twintig Hulshorst ontdekt te hebben, kocht het echtpaar in 1925 in Hierden een stuk grond en bouwde daar een houten zomerhuisje. In 1933 volgde de bouw van een stenen villa, waar Vilmos en Jeanne zich in 1939 definitief vestigden vanwege de toegenomen dreiging van oorlog. Financieel werd het eind jaren dertig wat moeilijker en zo maakte hij weleens een schilderij om een rekening te betalen, zoals omstreeks 1938 voor de huisarts. Dit opmerkelijke schilderij ‘Leven en dood’ hing lang in de spreekkamer en was op de tentoonstelling in Harderwijk te zien. Toen de oorlog uitbrak, bleek de vestiging in Hierden een gelukkige keuze: door hun teruggetrokken leven viel de aandacht niet op hem en zijn Joodse afkomst. In de oorlog raakten beiden betrokken bij verzetsactiviteiten en de druk die zij hierdoor ondervonden, leidde tot depressies bij hem en een verslechterde gezondheid voor haar, die toch al zwak was. Toen de oorlog voorbij was, werd Jeanne steeds zieker en werd opgenomen in het ziekenhuis, waar zij een dag na haar zevenenzeventigste verjaardag overleed op 8 december 1945 als laatste van haar tak. Door het overlijden van haar achterneef in 1993 zou de familie Van Teylingen in alle takken uitsterven.

Huwelijk met huishoudster
Vilmos Huszár hertrouwde in 1953 zijn huishoudster Anke van der Steen. Dit huwelijk stuitte op weerstand in de familie vanwege haar afkomst, maar voor hem was het een verstandshuwelijk, waarbij haar positie als eenvoudige huishoudster na zijn overlijden als rechtmatige weduwe geregeld was. Met zijn zoon herstelde het contact zich na verloop van tijd, maar de ongehuwd gebleven Anna Egter van Wissekerke verbrak ieder contact.

Door financiële problemen moest hij zijn villa verkopen en werd zijn verbouwde atelier zijn nieuwe huis. Steeds vaker werden rekeningen betaald met schilderijen, maar hij bleef artistiek actief en productief, waarvan nog veel werk in privébezit in Harderwijk en omgeving getuigd. In 1959 kreeg hij een jubileumexpositie ter gelegenheid van zijn vijfenzevenstige verjaardag. Een jaar later werd hij ernstig ziek en overleed op 8 september 1960 in het ziekenhuis. Zijn bijzetting volgde in stilte op begraafplaats Oostergaarde in Harderwijk, waar hij werd herenigd met zijn echtgenote.

Het schilderij betreft kavel 104, meet 17,5 x 36,5 cm en wordt geschat op 1000-1500 euro. Kijk voor de catalogus online van deze tentoonstelling op https://wavemaker.venduehuis.com/auction?auction=92 of bezoek de kijkdagen op 25 t/m 28 mei in het Venduehuis der Notarissen in Den Haag. Voor meer informatie zie www.venduehuis.com.

Afb. 5. Onbekend werk van Vilmos Huszár uit particulier bezit op de tentoonstelling vorig jaar in het Stadsmuseum Harderwijk.

Schelte van Aysma, de zoektocht naar een Friese edelman

Afb. 1. Een gedeelte van de begrafenisstoet van de Friese stadhouder Ernst Casimir met achteraan Schelte van Aysma, die de wapenrok van de heraut van de stadhouder draagt. Coll. Rijksmuseum Amsterdam.

In het maart magazine van AiN, dat digitaal aan de donateurs wordt toegestuurd, stond dit artikel door André Buwalda over de zoektocht naar de Friese edelman Schelte van Aysma. Vandaag worden zijn stoffelijke resten opnieuw bijgezet in de grafkelder in Schettens en dit gaat met militaire eer gebeuren door het regiment waar Schelte van Aysma ooit kolonel van was. Een tweede bijzonderheid is, dat vandaag de laatste Van Aysma als eregast bij de bijzetting aanwezig zal zijn. Wilt u ook dit digitale magazine ontvangen, dat boordevol informatie, foto’s en verhalen staat? Voor 17,50 euro per jaar wordt u donateur, ontvangt u vier keer per jaar het digitale magazine en steunt u ons in onze werkzaamheden. Mail voor meer informatie naar nieuwsbrief@adelinnederland.nl.

Afb. 2. De kerk uit 1877 in Schettens. Foto met hartelijke dank aan Kerkovernachting.nl.

In het kleine dorpje Schettens (ong. 275 inwoners), nabij Bolsward, staat door recente gebeurtenissen de 17e-eeuwse adellijke Friese officier Schelte van Aysma (1578-1637) in het middelpunt  van de belangstelling. Hoogtepunt zal op 23 mei a.s. de bijzetting in de kerk met militaire eer zijn, waarbij de stoffelijk resten van hem en zijn familieleden zullen terugkeren in de familiegrafkelder.

Carrière
Schelte van Aysma (1578-1637) was gedurende bijna 40 jaar officier in het Staatse leger. Vanwege zijn adellijke afkomst begon hij als vaandrig, maar klom hij al snel op, om vervolgens luitenant en uiteindelijk kapitein van een eigen compagnie te worden. Naast Schelte zijn vele andere Van Aysma’s eeuwenlang officier geweest in het Staatse leger. In 1628 werd Schelte de eerste commandeur van de toen aangelegde Langackerschans, nu bekend als Nieuweschans.

Als luitenant-kolonel liep hij in 1633 mee in de rouwstoet van Stadhouder Ernst Casimir. De tekening die daarvan gemaakt werd, is tevens de enige afbeelding die we kennen van Schelte. We zien hem in deze rouwstoet lopen met de tabberd, de wapenrok van de heraut van de stadhouder, en dat hierop het stadhouderlijke wapen staat afgebeeld, zal zeker een extra grote eer zijn geweest.

Afb. 3. De zerk van Schelte van Aysma in de kerk van Schettens. Foto met hartelijke dank aan Kerkovernachting.nl.

Beleg van Breda
In juli 1637 begint het bekende Beleg van Breda. De stad was in handen van de Spanjaarden en diende weer in Staatse handen te komen. Hierbij werden ook de regimenten ingezet die dienden onder de Friese stadhouder Hendrik Casimir. Een half jaar eerder was Schelte van Aysma benoemd tot kolonel van het oudste Friese regiment. Hij had daarmee de top van zijn militaire loopbaan bereikt en bovendien diende hij nu rechtstreeks onder de stadhouder.

Even voor 23 augustus 1637 moet er iets dramatisch zijn gebeurd in de loopgraven rond Breda en waarschijnlijk is Schelte toen door een vijandelijke kogel geraakt. In ieder geval stierf Schelte op de 23ste in het militair hospitaal te Geertruidenberg. Zijn lichaam zal per schip naar Schettens zijn gebracht om daar te worden opgebaard op Osinga State, het adellijke huis, dat hij met zijn gezin bewoonde.

Niet veel later vertrok een deftige rouwstoet om hem naar zijn laatste rustplaats te brengen in een speciaal voor hem gebouwde grafkelder in de kerk van Schettens. In deze kerk lagen ook de voorvaderen van zijn vrouw begraven onder zeer monumentale grafzerken, maar de zerk van Schelte werd net even iets groter, waardoor deze ongeveer 5 ton weegt.

Afb. 4. De beroemde helm van Schelte van Aysma, die op zijn zerk (detail links) is afgebeeld. Foto met hartelijke dank aan Kerkovernachting.nl.

De Helm
Vanaf 1877 hing er in het portaal van de toen gebouwde nieuwe toren, hoog aan de muur, een wat roestige oude helm, met daaronder een zwaard. Niemand wist waarom deze hier hingen of aan wie die helm had toebehoord.

In april 2015 kwam de auteur in contact met Jeroen Punt, conservator van het Nationaal Militair Museum in Soest, naar aanleiding van een foto op zijn website, met daarop de twee militaire attributen. Het bleek uiteindelijk de helm van Schelte van Aysma te zijn. Het is een zogenaamde ‘bourgondische stormhoed’ uit begin 17e eeuw. Een helm die goed van pas kwam bij belegeringen en die door zijn gewicht van 5,6 kg (!) kogelbestendig was.

Daarnaast ontdekte hij dat dezelfde helm in een soort van schrijn afgebeeld staat op de grafzerk van Schelte. Dit is tot op heden niet vaker vertoond en geeft de bijzondere status van deze helm aan. Begin 2016 was dit dan ook groot nieuws en de helm kwam in bruikleen bij het Nationaal Militair Museum. De helm staat sinds vorig jaar zelfs in de Canon van Nederland. De kerk kreeg een heuse 3D kopie van de helm, die zelfs door insiders amper van het origineel is te onderscheiden.

De helm en rapier zijn na het overlijden van kolonel Van Aysma, volgens goed militair gebruik, in 1637 op zijn rouwbord bevestigd. Dat de Schettenser helm al die eeuwen bewaard is gebleven, mag een groot wonder heten, want er zijn maar weinig andere voorbeelden bekend.

De restauratie
De huidige kerk van Schettens dateert van 1865, waarbij de oude kerk bijna volledig is afgebroken en plaats moest maken voor een nieuwe. Gelukkig werden daarbij de zes oude grafzerken bewaard in het middenpad. Enkele jaren geleden was de kerk door achterstallig onderhoud toe aan een grote restauratie. Bij het verwijderen van een aantal oude tegels in de kerk, stuitten de vrijwilligers al snel op een muurtje van oude ‘geeltjes’. Uiteraard werd besloten verder te graven, waarbij duidelijk werd dat het muurtje de toegang bleek te zijn van een eeuwenoude grafkelder.

Met behulp van een ‘selfiestick’ met camera en een losgewrikte steen, kwam er zicht op de toestand waarin de kelder zich bevond. Naast veel modder en hout, lagen er ook beenderen en schedels. Al snel werd duidelijk dat dit de grafkelder van de familie Van Aysma moest zijn, die geheel onder de monumentale grafzerk lag, die de kelder afsloot.

Het kerkbeheer zag hier een unieke mogelijkheid om de grafkelder toegankelijk te maken en kreeg daarbij de steun van zowel de Gemeente Sudwestfryslan als de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. De grafkelder werd hierna grondig archeologisch onderzocht, waarbij alles werd afgevoerd voor onderzoek. De botten en schedels werden ook onderzocht door een fysisch antropoloog. Tevens werden uit de vijf gevonden schedels DNA monsters genomen.

In de volgende fase werd de kelder voorzien van een nieuwe toegang, die keurig verborgen in het looppad ligt. Hierdoor behield de symmetrisch ingerichte kerk, zijn typisch 19e-eeuwse authentieke charme. Ook de grafzerk van Schelte van Aysma, die voor een deel onder een verhoogd koor met hek ligt, kreeg een uniek luik, waardoor de kolossale steen nu voor het eerst in eeuwen weer in volle glorie is te bezichtigen.

Afb. 5. Nieuwe grafkisten in oude stijl, waarin de stoffelijke resten van de Aysma’s opnieuw bijgezet zullen worden. Foto met hartelijke dank aan Kerkovernachting.nl.

DNA
Het DNA onderzoek werd gedaan door drs. Eveline Altena en dit bleek behoorlijk complex te zijn. Er waren drie mannen en twee vrouwen, waarbij de mannen niet in mannelijke lijn verwant waren. Tevens waren er vier in vrouwelijke lijn verwant, want ze hadden dezelfde ‘mitochrondiale Haplogroep’. Eén persoon had een totaal afwijkend DNA.

De oplossing bleek in handen van Frans Lauta van Aysma te liggen, een ver familielid dat kort tevoren door de auteur getraceerd was. Frans bleek de allerlaatste levende mannelijk Lauta van Aysma te zijn, die ook nog in mannelijke lijn dezelfde voorvader als Schelte had. Dankzij de DNA match kon met 100% zekerheid de verwantschap aangetoond worden en bleek schedel IV aan Schelte van Aysma te hebben toebehoord.

De overige vier personen zijn Tyempck van Osinga, de vrouw van Schelte. Verder twee schoonzonen, die beiden als officier in het Staatse leger dienden en tevens jong stierven. Eén daarvan, Georg Sigusmund von Zedlitz, was afkomstig uit een adellijk geslacht uit Bohemen en dat verklaart het afwijkend DNA profiel. De moeder van de andere schoonzoon, Epe van Aesgema, was weer een Van Aysma, zodat ook deze vrouwelijke verwantschap verklaard werd. Tevens bleek uit het 17e eeuwse kerkboek van Schettens, dat de partners van de twee militairen geld aan de kerk hadden nagelaten; dit zal voor de bijzetting van hun echtgenoten zijn geweest. De laatste kandidaat werd gevonden in de kleindochter Anna Yda Spruyt, die ook een Van Aysma als moeder had.

De grote vraag blijft wel, waar dan alle overige familieleden begraven liggen. Mogelijk zijn deze in de familiegrafkelder in Beetgum bijgezet, waar de Van Aysma’s eeuwenlang eigenaar van Aysmastate waren.

Bijzetting op 23 mei
Inmiddels zijn er door de plaatselijke timmerman twee 17e-eeuwse grafkisten nagemaakt en op 23 mei keren de Aysma’s weer terug in Schettens. Gezien de bijzondere omstandigheid dat Schelte één van de vroegere kolonels was van het Johan Willem Friso regiment, gaat dit regiment de bijzetting met militaire tradities begeleiden. Dit belooft een zeer bijzondere gelegenheid te worden, compleet met rouwstoet en een meegedragen rouwbord. In Fogelsanghstate te Veenklooster blijkt nog de originele 17e eeuwse draagbaar aanwezig te zijn van de broer van Schelte, Hessel van Aysma.  Deze is zelfs voorzien van het Aysma wapen en zal nu in de stoet worden meegedragen.

André A. Buwalda (1972) is geboren en woonachtig in Schettens. Hierdoor heeft de dorpsgeschiedenis van Schettens zijn grote belangstelling. In de afgelopen jaren deed hij veel onderzoek naar Schettens en zijn bewoners en publiceerde hierover.
Homepage: www.andrebuwalda.nl.

De grafkelder in de kerk is op afspraak te bezichtigen, waarbij het bijzondere verhaal van Schelte verteld zal worden.

Het NMM heeft vanaf april een tentoonstelling, vanwege het feit dat de opstand tegen de Spanjaarden 450 jaar geleden begon. Hierin krijgt ‘onze’ Schelte van Aysma een belangrijke rol, waarbij er zelfs een mini-documentaire over zijn leven bekeken kan worden.

In september krijgt Schelte nogmaals de hoofdrol, nu in een muziektheaterstuk in het kader van de Culturele Hoofstad 2018, Skeltemania genoemd – een passende titel in een jaar vol nieuws over Schelte van Aysma!

Tulpenbal 2018: walsen met adellijke allure

Afb. 1. V.l.n.r. Michael Hertog van Mecklenburg, jonkvrouwe Stephanie de Beaufort, Sophia Prinses Wolkonsky, Christine Prinses van Pruisen (achterachterkleindochter van de Duitse Keizer Wilhelm II) en Clemens van Steijn, organisator van het Tulpenbal.

Afgelopen weekend was de vierde editie van het Tulpenbal in een weekend vol activiteiten met als hoogtepunt het Tulpenbal in de Koepelkerk in Amsterdam. Op vrijdag was de start met het ‘eintanzen’ in de Koninklijke Industrieele Groote Club, waarbij deelnemers uit heel Europa en zelfs uit andere werelddelen met elkaar konden kennismaken. Zaterdagavond was er een ontvangst met daarna het diner. Op het menu stonden eendenborst, filet mignon en aarbeien gemarineerd in Martini. Aansluitend begon het Tulpenbal in de buitengewoon fraaie en sfeervol verlichte Koepelkerk, waarbij heren in uniform, rok of smoking en dames in het lang over de dansvloer zwierden. Op zondag was er gelegenheid om de mis bij te wonen in de Kruitberg Kerk en ’s middags was er een polo picknick bij de Polo Club Vreeland.

Afb. 2 v.l.n.r. Ietje Luyken, Basira Ali, jonkvrouwe Nicole van Tets, jonkheer Hubert van Rijckevorsel van Kessel, Mariam Ali, jonkvrouwe Cécile van de Poll, Manuela Schrameijer née jonkvrouwe van Rijckevorsel van Kessel.

Tijdens het bal speelde het Nederlands Studenten Orkest en was er op initiatief van de Johanniter Orde en de Orde van Malta een tombola, waarvan de opbrengst bestemd was voor de Kruispost Amsterdam. Dit medisch centrum op de Wallen in Amsterdam geeft gratis medische en psychosociale hulp aan onverzekerden, legaal of illegaal in Nederland, die hier terecht kunnen voor hulp

Afb. 3. v.l.n.r. Hermance Gransberg née barones van Heeckeren van Kell, een Ritmeester bij de cavalerie, Lodewijk Grooters, jonkvrouwe Saskia Verheyen, Anoushka Moes en jonkheer Christiaan van Nispen tot Sevenaer.

Het bal werd geopend met een Weense Wals door het Tulpenbalcomité bestaande uit leden van de organisatie en het erecomité. Jong en oud, patriciaat en de fine fleur uit heel Europa, waaronder adel uit Denemarken, België, Duitsland, Italië en Oostenrijk, dansten tot in de late uurtjes.

Opmerking: voor alle foto’s is toestemming gevraagd. Mocht u bij nader inzien toch uw foto liever verwijderd willen hebben, mail dan naar info@adelinnederland.nl.

Dag van het Kasteel 2018: Gelderse kastelen

Dag van het Kasteel 2016 Gelderland
Afb. De zeven opengestelde buitenplaatsen en kastelen van Geldersch Landschap & Kasteelen, foto’s met dank aan www.glk.nl

Vandaag op Tweede Pinksterdag is de Dag van het Kasteel en in heel Nederland zijn kastelen en buitenplaatsen opengesteld. Ook in Gelderland zijn er vandaag meerdere kastelen te bezichtigen, waarbij het thema ‘Verborgen Verhalen Verteld’ de leidraad zal zijn. Geldersch Landschap & Kasteelen (www.glk.nl) beheert meer dan 150 natuurgebieden, landgoederen en meerdere kastelen, die vandaag te bezichtigen zijn en die een mooi beeld bieden van adellijke representatie door de eeuwen heen.

Benieuwd naar opengestelde buitenplaatsen en kastelen bij u in de buurt? Het NKS Kenniscentrum voor Kasteel en Buitenplaatsen, de initiatiefnemer van de Dag van het Kasteel, heeft een website, waarop te zien is welke kastelen en buitenplaatsen vandaag bij u in de buurt zijn opengesteld. Kijk voor meer informatie op www.dagvanhetkasteel.nl

Eerste en Tweede Pinksterdag: bezoek kasteel Ruurlo & de collectie Carel Willink

Afb. 1. Magisch licht en magisch realisme in kasteel Ruurlo.
Afb. 1. Magisch licht en modern realisme in kasteel Ruurlo.

Op Tweede Pinksterdag is de Dag van het Kasteel en zijn vele kastelen en buitenplaatsen in het hele land opengesteld (zie voor meer informatie www.dagvanhetkasteel.nl/). Het schilderachtige kasteel Ruurlo is echter Eerste én Tweede Pinksterdag geopend van 11.00 tot 17.00 uur! In het kasteel is Museum MORE voor modern realisme gevestigd met een grote collectie schilderijen van Carel Willink. Ruurlo was eeuwenlang bezit van het adellijke geslacht Van Heeckeren en nadat het in 1977 verkocht werd en jarenlang gemeentehuis was, heeft het nu een nieuwe bestemming als museum gekregen.

Afb. 2. Kasteel Ruurlo met de grote hoektoren met het mansardedak, dat getooid wordt met een sierlijk torentje.
Afb. 2. Kasteel Ruurlo met de grote hoektoren met het mansardedak, dat getooid wordt met een sierlijk torentje.

Het kasteel werd zorgvuldig gerestaureerd en het rijke interieur met de oude betimmeringen en fraaie stucplafonds werd op bijzondere wijze verrijkt met fraaie eikenhouten parketvloeren, die de patronen op de plafonds weerspiegelen. Ook het park onderging een verjongingskuur: in de traditie van beroemde 19e-eeuwse landschapsarchitecten als Zocher en Petzold, die ontwerpen voor het park maakten, werden zichtassen hersteld, rododendron-groepen aangeplant en paden op de oude wijze half verhard. Met zijn waterpartijen, heuvels en slingerende paden biedt het park vele verrassende doorkijkjes.

Deze collectie Carel Willinks had zich geen betere locatie kunnen wensen dan dit kasteel, waar de magie van zijn werk wordt versterkt door het sprookjesachtige decor van kasteel, interieur en landschapspark.

Voor meer informatie over Museum MORE voor modern realisme in kasteel Ruurlo zie: www.museummore-kasteelruurlo.nl.

Veilingnieuws: het album amicorum van barones De Constant Rebecque de Villars

Afb. 2. Cécile Alexandrine barones de Constant Rebecque de Villars (1857-1941). Foto met dank aan het RKD, Den Haag.
Afb. 1. Een menukaart van kasteel Twickel. Foto met dank aan Bubb Kuyper.

Van 28 mei t/m 1 juni vindt er bij het veilinghuis Bubb Kuyper in Haarlem een grote veiling plaats met meerdere items die aan adel zijn gerelateerd. Een bijzondere kavel is het album amicorum van Cécile Alexandrine barones de Constant Rebecque de Villars (1857-1941), die in 1900 in het huwelijk zou treden met de Duitser Hermann Ludwig Erdmann Karl Hugo Graf von Pückler, Freiherr von Groditz (1873-1915).

Het album bevat inschrijvingen van onder meer graaf Bentinck, gravin Van Wassenaar, jonkvrouwe Sophie Quarles van Ufford, jonkheer Harco Siccama, graaf van Bylandt, Lisle de Prittwitz en Comte Michel Mouraviene. Het bevat ook menukaarten en ansichtkaarten van de kastelen Twickel, Middachten en Weldam. Daarnaast zitten er ook gedroogde bloemen in en varenbladeren van het graf van Napoleon Bonaparte op Sint Helena, die in april 1877 aan Cécile gegeven werden.

De veilingopbrengst wordt geschat op 200-300 euro.

Link naar de website van Bubb Kuyper met meer informatie over deze veiling en een catalogus online met zoekmogelijkheid: www.bubbkuyper.com.

Hieronder enkele afbeeldingen uit het album amicorum. Foto’s met dank aan Bubb Kuyper.

Boekennieuws: Tuinen van Paleis Het Loo

Afb. De voorkant van het boek, dat boordevol informatie en geweldige foto’s staat. Foto met dank aan Waanders Uitgevers te Zwolle.

Paleis Het Loo is vanwege de grote verbouwing tot medio 2021 gesloten, maar de tuinen blijven gewoon toegankelijk en dat deze absoluut de moeite waard zijn om te bezoeken in ieder jaargetijde, laat dit boek zien in woord en beeld. De tuinen vonden in de 17e eeuw grote navolging bij adel en regenten, weliswaar niet op deze schaal, ook al vormde De Voorst van de Gelderse edelman Arnold Joost van Keppel hierop een uitzondering.

Het boek is thematisch ingedeeld en in de eerste vier hoofdstukken wordt de geschiedenis in de afgelopen eeuwen beschreven. Het begint met de bouw in de 17e eeuw, waarbij er gedetailleerde informatie gegeven wordt over onder meer de waterwerken, de bijzondere citruscollectie, de exotische planten en de tuinbeelden. In het hoofdstuk over de 18e en 19e eeuw wordt het verhaal verteld van de grote veranderingen door de aanleg van het landschapspark en daarna volgt de 20e eeuw, waarin de tuinen opnieuw in oude stijl werden aangelegd. In de 21e eeuw was groot onderhoud noodzakelijk en hierbij werden nieuwe keuzes gemaakt; door de luchtfoto’s te vergelijken in het boek, zie je de grote verschillen en… je blijft vergelijken!

In de laatste hoofdstukken wordt de lezer in woord en beeld meegenomen door de seizoenen in de paleistuinen. Je krijgt informatie over de verschillende bezigheden van de medewerkers, de verschillende onderdelen van de tuin, zoals de botanische tuin, het arboretum en de wintertuin, en welke werkzaamheden bij de opeenvolgende jaargetijden horen. In kaders staan mooie achtergrondverhalen, zoals over de historische sinasappelcollectie, de dieren op Het Loo, de bloemenkamer, waar de geweldige boeketten worden samengesteld voor in het paleis, en de techniek in de tuinen.

Het boek is rijk geïllustreerd met werkelijk prachtige foto’s door Hans Clauzing. De foto’s en tekst maken duidelijk met hoeveel vakmanschap en liefde hier door de medewerkers en de vrijwilligers gewerkt wordt en wat een kostbaar cultureel erfgoed deze tuinen zijn.

Tuinen van Paleis Het Loo, door Karlien Dijkstra, Renske Ek, Willem Zieleman en Hans Clauzing. Waanders Uitgevers, Zwolle.
Link naar meer informatie en bestelmogelijkheid: www.waandersdekunst.nl/tuinen-van-paleis-het-loo-traditie-en-vakmanschap.html.

Afb. 2. Eén van de vele fraaie foto’s in het boek met zicht op de Koninginnetuin met de oranjebomen in kuipen en de Delfts blauwe tuinvazen. Foto met dank aan Waanders Uitgevers te Zwolle.

 

Geboren: De Ranitz

Afb. Het familiewapen De Ranitz.

Jonkheer Philip Benjamin de Ranitz, geboren ’s-Gravenhage 8 mei 2018, zoon van jonkheer Lothar Jan Edzard de Ranitz en Willemijn de Muinck Keizer.