Geboren: Boddaert

Afb. Het familiewapen Boddaert.

Jonkheer Boudewijn Isaac Alexander Boddaert, geboren Bussum 14 oktober 2019, zoon van jonkheer Joris Wouter Boddaert en Sabine Anne Boddaert née van Gangelen.

Veilingnieuws: het portret van Cornelis Tromp, Graaf van Syllisborg bij Van Spengen Kunst & Antiek Veilingen

Afb. 1. Cornelis Tromp (1629-1691) met de Orde van de Olifant prominent afgebeeld op zijn portret. Foto met hartelijke dank aan Van Spengen Kunst & Antiek Veilingen.

Van 21 t/m 26 oktober vindt bij Van Spengen Kunst & Antiek Veilingen in Hilversum een grote kunst- en antiekveiling plaats. Eén van de kavels is het portret van de luitenant-admiraal-generaal Cornelis Tromp (1629-1691), Graaf van Syllisborg. Lees het verhaal hieronder of kijk in de online catalogus van het Venduhuis voor wat er verder geveild wordt op www.vanspengen.nl. Van 18 t/m 20 oktober zijn de kijkdagen in Hilversum!

Afb. 2. De buitenplaats Trompenburgh, die naar de Deense grafelijke titel van Cornelis Tromp de naam Syllisburgh kreeg – een naam die in latere tijden weer veranderde naar de huidige naam. Foto met dank aan www.monumentenbezit.nl.

Sir Cornelis Tromp, 1st Baronet, Graaf van Syllisborg, opperbevelhebber van de Deense en Nederlandse vloot
Cornelis Tromp werd geboren in Rotterdam en gedoopt op 3 september 1629. Hij was de zoon van de bekende admiraal Maarten Harpertsz. Tromp en Dignom Cornelisdochter de Haes. Hij leek door zijn afkomst voorbestemd voor een maritieme carrière en werd opgeleid door zijn vader. In 1650 en 1651 deed hij als kapitein van een schip mee aan een expeditie tegen de Barbarijse zeerovers en daarna nam hij deel aan de Eerste Engelse Zeeoorlog. Deze verliep voor hem niet roemrijk, omdat hij en zijn bemanning na een nachtelijk drankgelag overmeesterd werden door de Engelsen. Tijdens de Tweede Engelse Zeeoorlog verwierf hij meer roem en inmiddels was hij opgeklommen tot vice-admiraal. Als Orangist raakte hij vervolgens politiek betrokken bij de moord op de gebroeders De Witt.

In 1676 werd hij de opperbevelhebber van de Deense vloot en niet alleen werd hij ridder in de Orde van de Olifant, maar ook werd hij verheven in de Deense adel met de titel Graaf van Syllisborg. Het jaar ervoor kreeg hij van de Engelse Koning de niet-adellijke, maar wel erfelijke titel van Sir en mocht hij zich Sir Cornelis Tromp, 1st Baronet, noemen. In 1679 werd hij opperbevelhebber van de Nederlandse vloot. Hij was een ijdel man die zich bewust was van zijn roem en zich vaak liet portretteren. Zijn eigen kapitaal en dat van de schatrijke weduwe Margaretha van Raephorst (1625-1690), die hij in 1667 huwde, maakte een royale leefstijl mogelijk.

Nadat hun buitenplaats Trompenburgh bij ’s Graveland in 1672 door Franse troepen verwoest was, herbouwden zij het in grootse stijl. Het kreeg in hun tijd de naam Syllisburgh, naar zijn Deense grafelijke titel. Op 26 mei 1691 overleed Cornelis Tromp. Hij werd bijgezet in de familiegrafkelder in de Oude Kerk in Delft, waar zich ook het imposante monument voor zijn vader bevindt.

Het portret betreft kavel 551, meet 47,5×40 cm en wordt getaxeerd op 1000-1500 euro.

Benieuwd naar wat er nog meer op deze veiling geveild wordt? Kijk voor de online catalogus op www.vanspengen.nl of bezoek de kijkdagen bij Van Spengen Kunst & Antiek Veilingen van 18 t/m 20 oktober in Hilversum!

Afb. 3. Maerten Harpertszoon Tromp, de vader van Cornelis Tromp, in marmer vereeuwigd op zijn grafmonument door Rombout Verhulst in de Oude Kerk te Delft. In de nabijheid hiervan is de grafkelder waarin vader en zoon werden bijgezet.

Winnaars Ithaka Prijs & Stipendium 2019: Genootschap Oud Westland & Astrid Schutte

Afb. 1. Links Harry Groenewegen en in het midden Martin van den Broeke, namens Genootschap Oud Westland voor het winnende boek Buitenplaatsen in het Westland. Met smaak en tot voordeel aangelegd. Rechts juryvoorzitter Paul Schnabel. ©Hans Hampsink/stichting Adel in Nederland.

Gisteren werden tijdens een drukbezochte en feestelijke bijeenkomst op kasteel Amerongen de winnaars van de Ithaka Prijs en het Stipendium 2019 bekend gemaakt. Deze prijzen van de stichting Kastelen, historische Buitenplaatsen en Landgoederen (sKBL) werd voor een periode van vijf jaar ingesteld dankzij een genereuze schenking van oud-staatssecretaris van Volksgezondheid mevrouw mr. Els Veder-Smit. Tijdens deze bijeenkomst kon René Dessing, voorzitter sKBL, het goede nieuws meedelen dat de prijs en het stipendium ook in de komende jaren voortgezet zullen gaan worden.

Genootschap Oud Westland won de Ithaka Prijs 2019 voor het boek Buitenplaatsen in het Westland. Met smaak en tot voordeel aangelegd. Namens het genootschap nam Martin van den Broeke de prijs in ontvangst. Hij werkte mee aan het boek en ontving al eerder, in 2016, de Ithaka Prijs voor zijn boek ‘het pryeel van Zeeland’. De jury koos het boek over de Westlandse buitenplaatsen vanwege de heldere beschouwing over de opkomst en de historische ontwikkeling van buitenplaatsen in het Westland, hun relatie met de opkomende tuinbouw in dit gebied en de manier waarop verbinding wordt gelegd tussen de afzonderlijke (nu verdwenen) buitenplaatsen in het Westland. Daarbij komt dat het boek goed is vormgegeven waardoor het een zowel inhoudelijk als visueel aantrekkelijke publicatie is. De inhoud van dit boek slaagt er goed in om de interesse voor dit specifieke Westlandse verleden een breed publiek op te wekken.

Afb. 2. Winnaar van het Ithaka Stipendium 2019 Astrid Schutte met René Dessing, voorzitter stichting Kastelen, historische Buitenplaatsen en Landgoederen. ©Hans Hampsink/stichting Adel in Nederland.

Het Ithaka Stipendium 2019 werd toegekend aan Astrid Schutte voor haar literair non-fictieproject over de relatie tussen de laatste heer van Baak, dr. mr. Werner Bernard Helmich (1913-1976) telg uit een patriciaatsfamilie, en de zoon van een eenvoudige pachtboer die bankdirecteur werd. Door de veranderende tijden verkocht hij Baak in 1956. In datzelfde jaar schreef men, alsof de tijden nog niet veranderd waren, over hem: “Bij de tegenwoordige bevolking van het dorp Baak is de zin van het goede in het verleden nog bewaard gebleven. Hier heerst een wederzijds medeleven tussen de bewoners der oude Havezathe en de pachters met hun families. De bevolking spreekt dan ook nimmer van dr. mr. Helmich, de tegenwoordige eigenaar, maar van „De heer van Baak”. Zij komen, als in het verleden, als zij moeilijkheden hebben, bij de landheer, die steeds bereid is hen van advies te dienen.” De jury waardeerde dit voorgenomen onderzoek naar de verhoudingen tussen eigenaar en pachters; een wereld die vaak wordt afgeschermd. De jury hoopte van harte, dat het onderzoek zal leiden tot een interessante uitgave voor een breed lezerspubliek.

Afb. 3. Het winnende boek van de Ithaka Prijs 2019: Buitenplaatsen in het Westland. Met smaak en tot voordeel aangelegd.

Museum Van Loon: opening tentoonstelling ‘Aan de Surinaamse grachten’

Afb. 1. Linksboven de verrassende muzikale opening. Linksonder v.l.n.r. conservator Willem te Slaa, medeconservator Marian Duff en Gijs Schunselaar, directeur Museum Van Loon.

Onlangs vond in Museum Van Loon de opening plaats van de tentoonstelling ‘Aan de Surinaamse grachten’, die t/m 13 januari 2020 te bezoeken is. Een bijzondere tentoonstelling, die het verhaal vertelt van kolonialisme en slavernij aan de hand van mensen.

Op deze tentoonstelling worden onder meer twee generaties Van Loon belicht, die zich intensief met de plantage-economie in Suriname bezighielden: Jan van Loon (1677-1763), die o.a. directeur van de Sociëteit van Suriname was en Willem Jansz. van Loon (1707-1783), die bewindhebber bij de West Indische Compagnie zou worden. Van laatstgenoemde bleek bij zijn overlijden dat van zijn 630.000 gulden in obligaties en leningen hij 36.000 gulden geïnvesteerd had in plantages in Suriname.

Afb. 2. V.l.n.r. Michaëla barones van Wassenaer (bestuurslid Stichting Van Loon), jonkvrouwe Philippa van Loon (voorzitter Stichting Van Loon), Maartje Duin (via haar moeder een nakomelinge van de baronnen Van Lynden) en Eugénie André de la Porte (via haar moeder een nakomelinge van de baronnen Van Pallandt).

Museum Van Loon had het bij dit verhaal en de rol van de familie Van Loon kunnen laten, maar wil ruim baan maken juist vanwege de koloniale geschiedenis. Daarom koos zij er voor om er meerdere personen bij te betrekken uit de 18e en 19e eeuw, die ons als bezoeker hún verhaal vertellen. “Zij geven het een stem en een gezicht in het nu”, zei Gijs Schunselaar directeur van Museum Van Loon tijdens de opening. Acht personen, die allen op hun eigen manier met de familie Van Loon verbonden zijn geweest, vertellen vanuit hun perspectief hoe de plantage-economie in Suriname en Amsterdam functioneerde. “Deze geven een spectrum van perspectieven of ook wel een cirkel van betrokkenheid in ongelijkheid”, aldus conservator Willem te Slaa van Museum Van Loon. Hij noemde de tentoonstelling een begin van wat een veel groter onderzoek kan worden.

Medeconservator Marian Duff richtte zich op de nazaten van deze personen, die op deze tentoonstelling aan het woord komen. Zij noemde de tentoonstelling een heel mooi begin en hoopte dat het voor haar zwarte zoon van acht jaar in de toekomst een positieve boodschap zou opleveren. In haar bijdrage laat zij de nakomelingen met elkaar in gesprek gaan. Hieronder bevinden zich ook drie adellijke nazaten: jonkvrouwe Philippa van Loon, jonkheer Jorrit van Lennep en jonkvrouwe Margot van de Poll. De gesprekken leveren mooie uitspraken op als: “Het niet willen luisteren, het niet willen erkennen wat er gebeurd is, dat geeft meer littekens dan de geschiedenis.”

Ook benieuwd naar deze tentoonstelling? Kijk dan voor meer informatie en bezoekmogelijkheden op https://www.museumvanloon.nl/programma/120

Afb. 3. Bij de tentoonstelling verscheen dit boek dat vol informatie en verhalen staat, die voor velen een nieuwe kijk op het Nederlandse verleden in Suriname zal bieden. Het boek kan in Museum Van Loon gekocht worden, maar kan ook besteld worden via https://wbooks.com/winkel/geschiedenis/internationaal/aan-de-surinaamse-grachten-van-loon-suriname-1728-1863/

 

Het verhaal bij een graf: het graf-met-de-handjes

Afb. 1. Het graf-met-de-handjes. Foto met hartelijke dank aan Harry Segers wwwharrysegers.nl.

Jonkvrouwe Josephina Carolina Petronella Hubertina van Aefferden (1820-1888) stamde uit een roomskatholieke, adellijke familie en haar vader werd in 1816 benoemd in de Ridderschap van Limburg. Haar broer koos in 1830 voor de Belgische Opstand en verwierf in 1839 de Belgische nationaliteit. Als dank hiervoor kreeg hij de Belgische titel van burggraaf in 1871.

Jacobus Warnerus Constantinus van Gorkum (1809-1880) kwam uit een protestantse familie, die recent tot aanzien gekomen was: de stamvader in de 17e eeuw was schipper, zijn grootvader was kunstschilder en met zijn vader kwam het aanzien: deze vocht in de Slag bij Waterloo, werd onderscheiden met de Militaire Willemsorde en bracht het zelfs tot tot generaal-majoor. Daarnaast was hij een fel tegenstander van de Belgische afscheiding in 1830. Aangezien zijn ouders zestien kinderen kregen, zal er op financieel gebied niet veel te verwachten zijn geweest. In 1923 werd de familie overigens wel opgenomen in het blauwe boekje van het Nederland’s Patriciaat.

De twee werden verliefd op elkaar, maar hun huwelijkswens stuitte op grote weerstand vanwege de verschillen in geloof, status, rijkdom, politieke voorkeur en afkomst. In 1842 huwden ze elkaar ondanks deze bezwaren toch en waren vervolgens bijna achtendertig jaren gelukkig getrouwd. Het huwelijk werd gezegend met drie kinderen: twee zoons en een dochter.

Afb. 2. Jacobus Warnerus Constantinus van Gorkum (1809-1880). Foto coll. RKD, Den Haag.

Op 28 augustus 1880 overleed Jacobus, die in voorgaande jaren benoemd was tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, na een periode van ziekte: “Heden overleed tot onze diepe droefheid onze innig geliefde echtgenoot, vader en behuwdvader, de HoogEdelGestrenge Heer J.W.C. van Gorkum, gepensioneerd Kolonel, Militie-Commissaris in het Hertogdom Limburg” en hij werd bijgezet op de protestantse begraafplaats van Roermond. De plek leek vreemd gekozen: niet in één van de streng geordende rijen, maar buiten het stramien tegen de muur, die grensde aan de katholieke begraafplaats – heel Roermond zal er zijn verbazing over uitgesproken hebben.

Acht jaar later op 29 november 1888 overleed Josephine: “Tot onze diepe droefheid overleed heden, na een kortstondig, doch smartelijk lijden, onze innig geliefde Moeder, Behuwdmoeder en Grootmoeder, Jonkvrouwe Josephine van Aefferden, Echtgenoote van wijlen den HoogEdel Gestrenge Heer J.W.C. van Gorkum, gep. Kolonel.”

En toen bleek de reden voor de bijzondere plaats van zijn graf acht jaar eerder: haar graf kwam juist aan de andere zijde van de muur op de roomskatholieke begraafplaats te liggen. En wie dacht dat het verschil in geloof tussen beiden had getriomfeerd, kwam bedrogen uit, want hun graven werden verbonden door twee innig verstrengelde handen, waardoor zij tot in de dood met elkaar voor eeuwig verbonden bleven.

“For never was a story of more…” love
Than this of Josephine van Aefferden and her Jacobus van Gorkum.

Tentoonstelling Rijksmuseum Twenthe: Tischbein en de ontdekking van het gevoel

Afb. 1. Links twee portretten met de kinderen van Stadhouder Willem V en Prinses Wilhelmina van Pruisen en rechts het portret van Koningin Luise van Pruisen, die legendarisch werd door haar moedige optreden tegen Napoleon.

T/m 19 januari 2020 is in het Rijksmuseum Twenthe de tentoonstelling ‘Tischbein en de ontdekking van het gevoel te zien’. Johann Friedrich August Tischbein (1750-1812) was portretschilder en schilderde vorsten, adel en rijke burgers in Duitsland, Nederland en andere landen. Met tussenpozen verbleef hij in Nederland en kreeg veel opdrachten aan het Stadhouderlijke Hof en bij de Nederlandse elite. Wie de namen van de geportteerden op deze tentoonstelling ziet, ontdekt al snel bekende adellijk namen als Deutz van Assendelft, Boreel en Oranje-Nassau.

Tischbein stamde uit een familie, die in de 18e en 19e eeuw zestien schilders zou voortbrengen. Zijn vader, Johann Valentin Tischbein (1722-1789) ging hem voor in Nederland en schilderde de staatsieportretten van Stadhouder Willem IV en diens echtgenote Anna Prinses van Hannover. Het zijn representatieve portretten, die ook op de tentoonstelling te zien zijn, en die de toenmalige smaak illusteren: kunstmatige poses en gezichten zonder emoties, maar met de nadruk op vorstelijk vertoon. Het tonen van juist deze portretten is een gouden vondst geweest en laat de kracht van Johann Friedrich August Tischbein zien, die de nadruk legde op het individu en hun innerlijk.

Afb. 2. Hoogtepunten op deze tentoonstelling de twee portretten links: jonkheer mr. Andries Deutz van Assendelft (1764-1833) en echtgenote Jacoba Margaretha Maria Boreel (1770-1816) van de Stichting Cultuurhistorisch Fonds Boreel.

Tischbein wordt gezien als de pionier van de romantiek in Nederland. Hij portretteerde zijn opdrachtgevers in zachte kleuren en ongedwongen sfeer, met grote nadruk op gevoelsuitdrukkingen en het toevallige ogenblik, vaak in een natuurlijke omgeving. Hierdoor komen de portretten authentiek en natuurlijk over, in plaatst van de stijve, formele portretten die men daarvoor gewend was. Hoe meesterlijk Tischbein was in het vastleggen van het moment tonen zijn tekeningen op deze tentoonstelling. Het zijn stuk voor stuk rake schetsen van herkenbare situaties.

De tentoonstelling kwam tot stand dankzij de samenwerking met Museumslandschaft Hessen Kassel, Gemäldegalerie Alte Meister en Graphische Sammlung, Paleis Het Loo, Museum Huis Doorn en andere bruikleengevers, zoals Museum Van Loon en de Stichting Cultuurhistorisch Fonds Boreel van de jonkheren Boreel. Uit deze laatste verzameling stammen ook de twee topstukken op deze tentoonstelling: de portretten van jonkheer mr. Andries Deutz van Assendelft (1764-1833) en echtgenote Jacoba Margaretha Maria Boreel (1770-1816). Het echtpaar is in een landschapspark afgebeeld en ook al is alles wat we zien tot in het detail geregisseerd door de schilder, toch oogt het als een natuurlijke momentopname van een echtpaar dat in harmonie is met zichzelf, elkaar en de natuur.

Ook benieuwd naar deze tentoonstelling – de eerste Tischbein tentoonstelling in Nederland sinds 1987! – kijk dan op https://www.rijksmuseumtwenthe.nl/content/2441/nl/tischbein-en-de-ontdekking-van-het-gevoelnbsp voor meer informatie en bezoekmogelijkheden.

Afb. 3. Veel Oranje portretten op deze tentoonstelling. Hier Stadhouder Willem V en echtgenote Prinses Wilhelmina van Pruissen met hun twee zoons, dochter en schoondochter. De portretten zijn afkomstig uit de collectie van de Geschiedkundige Vereniging Oranje-Nassau, die ze in langdurig bruikleen aan Museum Paleis Het Loo hebben gegeven.

Jonkheer Floris Beelaerts van Blokland overleden: ‘De Kelder zal nooit meer hetzelfde zijn’

Afb. 1. Jonkheer F.F.A. Beelaerts van Blokland (1939-2019). Foto met hartelijke dank aan Witte Rentmeesters en Makelaars.

Jonkheer Floris François Anne Beelaerts van Blokland, geboren Heerjansdam 11 november 1939, zoon van jonkheer Vincent Pieter Adriaan Beelaerts van Blokland en jonkvrouwe Françoise Anna Maria Emilia Andrea Beelaerts van Blokland, overleden Doetinchem 3 oktober 2019.

Sinds 1978 zette hij zich met hart en ziel in voor kasteel De Kelder, ook bekend onder de naam Hagen, om het te restaureren. Hij bracht het uiteindelijk onder in een stichting om het voor de toekomst te kunnen bewaren. Kort voor zijn tachtigste verjaardag, die hij groots wilde vieren met allen die hem dierbaar waren, overleed hij. Zijn afscheid regisseerde hijzelf en was indrukwekkend: een zwarte rouwkoets getrokken door vier paarden met zwarte rouwkleden bracht hem naar de afscheidsdienst in de Catharinakerk in Doetinchem. Zijn broer, jonkheer dr. Pieter Beelaerts van Blokland (oud-minister en oud-Commissaris van de Koningin), zei hier onder meer over hem: “Mijn broer gaf kasteel De Kelder een ziel.”

In het komende magazine van AiN een In Memoriam voor jonkheer Floris Beelaerts van Blokland met foto’s van de begrafenisstoet.

Afb. 2. Havezate Hagen, dat ook met de naam De Kelder bekend staat, heeft in de loop der eeuwen vele adellijke eigenaren gekend. De jonkheren Beelaerts van Blokland kregen het door huwelijk met een barones Van Pallandt in hun bezit en de Van Pallandts bezaten het sinds begin 19e eeuw. Foto met hartelijke dank aan Witte Rentmeesters en Makelaars.

Zondag 13 oktober: lezing ‘Rijke dames en arme dieren: de ontwikkeling van de dierenbeschermingsgedachte in Nederland

Afb. 1. Elisabeth von Ilsemann née gravin van Aldenburg Bentinck stond in Amerongen bekend om haar grote liefde voor dieren. Foto met hartelijke dank aan kasteel Amerongen.

Op zondag 13 oktober geeft prof. dr. Peter Koolmees, hoogleraar Diergeneeskunde in Historische en Maatschappelijke Context aan de faculteiten Geesteswetenschappen en Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht, om 10.30 uur een lezing op kasteel Amerongen over ‘Rijke dames en arme dieren: de ontwikkeling van de dierenbeschermingsgedachte in Nederland’.

Vanaf omstreeks 1860 trad in Nederland een mentaliteitsverandering op ten aanzien van de omgang met dieren. Het was vooral de opkomende dierenbeschermingsbeweging die de publieke aandacht vestigde op allerlei vormen van dierenmishandeling. Dierenbescherming maakte onderdeel uit van het zogenaamde ‘beschavingsoffensief’ van gegoede burgers”, dat erop was gericht de lagere bevolkingsgroepen sociaal te ‘verheffen’. In de loop van de negentiende eeuw boekte het beschavingsoffensief de nodige successen en in de twintigste eeuw werd dierenbescherming een algemeen goed. In de lezing wordt onder meer ingegaan op de rol die vooraanstaande vrouwen in de ontwikkeling van de dierenbescherming hebben gespeeld.

Voorafgaand aan deze lezing is om 19.00 uur de rondleiding Deftige Dieren op het kasteel mogelijk. De lezing kost 7,50 euro en met de rondleiding erbij kost het 17,50 euro.

Kijk voor meer informatie en reserveren op https://www.kasteelamerongen.nl/agenda/lezing-rijke-dames-en-arme-dieren-door-peter-koolmees

Afb. 2. Kasteel Amerongen – eeuwenlang bewoond door de adellijke geslachten Van Reede en Van Aldenburg Bentinck.

Geroofde Duitse zilverschat van de Prinsen Zu Hohenlohe-Oehringen in Heerlen teruggevonden

Afb. 1. Eén van de teruggevonden zilveren sauskommen. Screenshot met dank aan De Limburger.

Tijdens de bevrijding van Duitsland door de Amerikanen zagen Amerikaanse soldaten hun kans toen zij het kasteel Oehringen binnendrongen en zo moest de 11-jarige Kraft Prins zu Hohenlohe-Oehringen meemaken hoe zijn ouderlijk kasteel behoorlijk leeggeroofd werd. Hierbij werd ondermeer een grote hoeveelheid zilver gestolen: tafelzilver, kandelaars, theepotten, sauskommen, enz.

De buit werd meegenomen en kwam uiteindelijk op de terugtocht naar huis in Heerlen terecht, waar de ca. 30 kg. zilver strandde, omdat er geen toestemming verkregen werd om het naar Amerika te versturen. Het werd vervolgens tegen drank geruild bij de plaatselijke caféhouder en deze bewaarde het op zolder, tot het na zijn overlijden in het bezit kwam van zijn dochter. Na haar overlijden vererfde het op haar vier dochters en drie hiervan hebben nu ingestemd met restitutie aan de oorspronkelijke eigenaar.

De 11-jarige jongen van toen is de nu 86-jarige Kraft Fürst (Vorst) zu Hohenlohe-Oehringen. Dankzij het familiewapen op het zilver kon de herkomst getraceerd worden en inmiddels is een deel al terug bij de familie in Duitsland.

Afb. 2. Het familiewapen Zu Hohenlohe-Oehringen op het zilver hielp mee de herkomst te bepalen. Screenshot met dank aan De Limburger.

Bron: De Limburger.

Veilingnieuws: kop en schotel met familiewapens bij het Zeeuws Veilinghuis

Afb. 1. In de online catalogus van het Zeeuws Veilinghuis luidt de omschrijving van de kop en schotel: A Chine de commande encre de Chine porcelain cup with saucer, decorated with a coat of arms, figures and flowers. Unmarked. China, Qianlong. De kop en schotel worden getaxeerd op 500-700 euro.

Op 8 en 9 oktober vindt er bij het Zeeuws Veilinghuis in Middelburg een grote veiling plaats met Aziatica. Eén van de kavels betreft deze Chine de commande kop en schotel, die op bestelling in China gemaakt werd en waarop twee familiewapens zijn afgebeeld. Lees hieronder het verhaal hierbij, of kijk voor wat er nog meer geveild wordt op https://zeeuwsveilinghuis.nl/ voor de online catalogus (met mogelijkheid voor online bieden) van het Zeeuws Veilinghuis. De kijkdagen zijn van 4 t/m 8 oktober.

Het linker wapen op de kop en schotel betreft het wapen Akersloot en het rechter het familiewapen Crommelin. Het gaat hier waarschijnlijk om het echtpaar mr. Pieter Samuel Crommelin (1700-1767) en Josina Akersloot (1700-1745). Volgens de regels van de heraldiek zouden we het wapen van de man hier links moeten zien, maar mogelijk is er bij de bestelling in China iets misgegaan.

Mr. Pieter Samuel Crommelin behoorde tot een patriciaatsfamilie met vele adellijke connecties. Hij was onder meer burgemeester van Haarlem en bewindhebber bij de V.O.C. Hij huwde in 1725 Wynanda Elisabeth Beck (1698-1727). Na haar overlijden hertrouwde hij in 1735 Josina Akersloot, die de dochter was van mr. Jacob Akersloot, de stadssecretaris van Haarlem. Mogelijk werd ter gelegenheid van hun huwelijk deze kop en schotel met hun wapens gemaakt. Ook Josina was eerder gehuwd geweest en weduwe van mr. Willem van Schuylenburch (1704-1733), heer van Schrevelsregt, die onder meer commissaris van Haarlem was. Het huwelijk bleef kinderloos en verliep niet geheel in rozengeur en maneschijn, omdat Willem vanwege problemen onder curatele was geplaatst. De afwikkeling van de erfenis van Willem van Schuylenburch, verliep ook niet heel soepel en zijn familie liet Josina zelfs dagvaarden om een goede inventarisatie van de nalatenschap af te dwingen. Er kwam uiteindelijk een rechterlijke uitspraak aan te pas om de zaak te schikken. Had Josina zich meer toegeëigend dan waar zij als weduwe en universeel erfgename recht op had…? Het tweede huwelijk van Josina lijkt gelukkiger te zijn geweest en het echtpaar Crommelin – Akersloot kreeg twee dochters en een zoon. De zoon werd als stamhouder op het portret van zijn moeder afgebeeld en zijn nakomelingen leven voort.

Kijk op de website van het Zeeuws Veilinghuis met de online catalogus om te zien wat er verder geveild wordt op https://zeeuwsveilinghuis.nl/. Het Zeeuws Veilinghuis biedt ook de mogelijkheid om online mee te bieden! Of bezoek de kijkdagen op 4 t/m 8 oktober in Middelburg.

Afb. 2. Links mr. Pieter Samuel Crommelin (1700-1767) en rechts Josina Akersloot (1700-1745) met hun zoontje en stamhouder Jacob Crommelin (1741-1774). Portretten door Philip van Dijk en foto’s met dank aan Stichting RKD – Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis.