Thuis heb ik nog een ansichtkaart… Bingerden

Afb. Huis Bingerden zoals het er tot aan de verwoesting in de Tweede Wereldoorlog uitzag. Ansichtkaart part. coll.
Afb. Huis Bingerden zoals het er tot aan de verwoesting in de Tweede Wereldoorlog uitzag. Ansichtkaart part. coll.

Op de foto een vooroorlogse afbeelding van het Huis Bingerden, dat in 1661 door de familie Van Pabst werd gekocht. Begin 19e eeuw werd het op grootse wijze verbouwd door jonkheer Rudolf Willem Jacob van Pabst en echtgenote Jeannette Antoinette Henriette van Diest en er werd zelfs een feest- en ontvangstzaal van grote allure gecreëerd. In 1827 was de verbouwing voltooid en het huis was nu in omvang verdubbeld, maar door de grote staat die de familie voerde, kon dit alles niet lang stand houden.

In 1841 overleed de schepper van al dat moois en een jaar later reeds werd Bingerden in veiling gebracht. Koper werd zijn zusje jonkvrouwe Geertruijd Sara Agatha van Pabst, die gehuwd was met Willem Hendrik Alexander Carel baron van Heeckeren. Haar achterkleindochter, Sophia Wilhelmina barones van Heeckeren van Kell, huwde in 1927 jonkheer mr. Wouter Everard van Weede en zij moesten beleven dat Bingerden, met de bevrijders reeds in zicht, door oorlogsgeweld in 1945 in vlammen opging met de complete historische inboedel.

Een ooggetuige schreef: “Vrijdag 6 April. Als wij ’s morgens opstaan, staat het kasteel Bingerden, waar wij zo lang, gerieflijk en mooi hebben gewoond, in lichter laaie. Daar komen wij nimmermeer in terug. We staan een tijdlang te kijken door een dakraam naar de brand. (…) Bij Derksen heeft men gemerkt, dat Duitse patrouilles rond Bingerden gelegen hebben, mijnen hebben gelegd en dat Bingerden circa te 2 uur ’s nachts in brand stond. En het heeft fameus gebrand!”

Na de oorlog werd Huis Bingerden weer opgebouwd door het echtpaar Van Weede-Van Heeckeren van Kell, maar wel in verkleinde vorm – tijden veranderen nu eenmaal.

 

Webinar ‘Rood tegen blauw. De beginjaren van Nederland’s Adelsboek’ door dr. Conrad Gietman op donderdagavond 16 februari

Afb. Het rode en het blauwe adelsboekje. Foto met hartelijke dank aan de Werkgroep Adelsgeschiedenis.

Voor het eerst sinds 2014 verschijnt er dit voorjaar weer een deel van Nederland’s Adelsboek. De geschiedenis van deze roemruchte genealogische reeks (ook wel bekend als het ‘Rode boekje’) gaat terug tot 1903. Volgens de oprichters was Nederland’s Adelsboek bedoeld als een eerbetoon aan de adel en als een bolwerk tegen ‘herenhaterij’. De uitgave kwam óók bekend te staan als een ‘chronique scandaleuse’, omdat de schijnbaar waardevrije genealogieën licht wierpen op allerlei gevoelige familiezaken. Dat laatste nam niet weg dat de reeks al snel uitgroeide tot een instituut in deftig Nederland. ‘Hij is Rode boekje’ betekende: ‘hij is van adel’.

In dit webinar neemt historicus Conrad Gietman u mee naar de roerige beginjaren van Nederland’s Adelsboek. Deze ‘kleine geschiedenis’ speelt tegen de achtergrond van een veel grotere geschiedenis: de modernisering van Nederland en de dreigende afbraak van de standenmaatschappij rond 1900. ‘Rood tegen blauw’ is een verhaal over statusangst, afstammingsfantasieën, ruzies tussen beroepsgenealogen en aristocratische amateurs en gestolen drukvellen. U krijgt ook te horen waarom er in 1903 naast het Rode boekje’ nóg een adelsboekje verscheen.

Aanmelden kan via deze link: https://docs.google.com/forms/d/e/1FAIpQLScR96oy4P25LRbp1rksH7Jx5jfRTCVoXgt8eyq25gRG2dSBUQ/viewform

Conrad Gietman is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de Hoge Raad van Adel. Daarnaast is hij bestuurslid van de Werkgroep Adelsgeschiedenis, hoofdredacteur van magazine Het Buiten en Lid van de Raad van Advies van de stichting Adel in Nederland.

Programma webinar
20:00 uur: Opening
20:05 uur: Lezing door Conrad Gietman
20:40 uur: Discussie
21:00 uur: Einde webinar
*De Zoom meeting room is vanaf 19:45 uur geopend.

Nog t/m 26 februari te zien op borg Nienoord: ‘De andere Gouden Eeuw van Occa Ripperda’

Afb. 1. Redmer Alma geeft uitleg over het familiewapen van Occa Ripperda, dat geflankeerd wordt door de familiewapens van haar beider echtgenoten. Eronder is de handtekening van Occa Ripperda te zien.

Vorige week vond er in Museum Nienoord een lezing plaats over Occa Johanna Ripperda (1619-1686), telg uit een zeer bekend Gronings adellijk geslacht, door Redmer Alma, die een groot kenner is van de Groningse adel. Met veel beeldmateriaal en bijzondere anekdotes bracht hij voor de aanwezigen Occa Ripperda tot leven.

Occa Ripperda werd geboren in Farmsum. Zij huwde de Oost-Friese Enno Adam van In- en Kniphuisen, heer van Jennelt. De aangetrouwde nicht van de bewoners van borg Nienoord werd op jonge leeftijd weduwe. Zij hertrouwde vervolgens de Zweedse Erik Graaf Stenbock, maar deze sneuvelde in de Zweeds-Nederlandse Oorlog bij de belegering van Kopenhagen. Voor de tweede keer weduwe geworden, werd zij uiteindelijk Opperhofmeesteres van de Zweedse Koningin Hedwig Eleonora, die veel respect en waardering voor haar had. Na haar overlijden in het Koninklijk Paleis volgde er eerst een voorlopige begrafenis, maar tien maanden later kreeg zij een plechtige uitvaart, haar rang als Opperhofmeesteres en Gravin Stenbock waardig. Uiteindelijk keerde haar lichaam overeenkomstig haar wens terug naar Jennelt om naast haar eerste echtgenoot bijgezet te worden. Dankzij Redmer Alma werd haar pronk grafkist, die door Koningin Hedwig Eleonora betaald werd, geïndentificeerd en kunnen we ook daadwerkelijk zien hoe Occa door de Koningin gewaardeerd werd.

Afb. 2. Culinair erfgoedspecialist Carolina Verhoeven  aan het werk: zij maakte de heerlijke gerechten op basis van de recepten van Occa Ripperda, waarvan de aanwezigen konden genieten.

Occa Ripperda liet een kookboek na met meer dan 1000 recepten, waarin zij haar persoonlijke smaak heeft vastgelegd. Naast recepten voor ‘schau essen’, die bedoeld waren om visueel indruk te maken aan tafel, staan er ook recepten in voor boereneten. Deze laatste recepten waren heel praktisch in een kasteel op het platteland, waar geen exclusieve ingrediënten te koop waren en men at wat de seizoenen gaven. Redmer Alma werkt samen met culinair erfgoedspecialist Carolina Verhoeven aan een uitgave over dit kookboek. Vorige week liet Carolina Verhoeven op Nienoord de aanwezigen meesmullen van gerechten op basis van de recepten van Occa Ripperda; het doet ons nu al uitkijken naar het kookboek door Carolina Verhoeven en Redmer Alma!

Ook benieuwd naar Occa Ripperda en haar leven? Nog t/m 26 februari is een tentoonstelling over haar leven op Nienoord te zien! En in de museumwinkel vindt u vast iets leuks dat aan Occa of aan Nienoord blijft herinneren!

Link naar meer informatie https://www.museumnienoord.nl/de-andere-gouden-eeuw-van-occa-ripperda/

Afb. 3. Het originele kookboek van Occa Ripperda. Nog te zien t/m 26 februari op Nienoord!
Afb. 4. Onder deze kroonluchter in een zaal van Nienoord vond de proeverij plaats.
Afb. 5. Op deze tentoonstelling is ook een gedekte eettafel te zien, uit de tijd van Occa Ripperda, op basis van het schilderij op de achtergrond.
Afb. 6. Nienoord by night, maar ook op ieder ander moment van de dag en het jaar een bezoek meer dan waard!

 

AiN: record aantal bezoekers

Afb. Het unieke en bedreigde interieur van de St. Willibrorduskerk in Vierakker. Teruglezen? Kijk dan op Wonderschone St. Willibrorduskerk in Vierakker: alles is nog zoals het was, maar dreigt nu voor altijd verloren te gaan – Adel in Nederland

De Stichting Adel in Nederland werd opgericht op 29 februari 2016 en is de formele voortzetting van de op 23 september 2012 als groep op facebook gestarte webpagina Adel in Nederland.

De interesse in onze berichtgeving en artikelen is vanaf het begin af aan groot geweest en nog steeds groeit het aantal bezoekers aan onze website en social media.

AiN in getallen:

* een website met ruim 35.000 bezoeken per maand
* een facebookpagina met 7.151 volgers en ruim 34.000 bezoeken per week
* een Instagramaccount met 1.238 volgers
* een Twitteraccount met 1.166 volgers

Op 10 januari jl. plaatsten wij een bericht over de St. Willibrorduskerk in Vierakker en de belangstelling hiervoor was enorm. Niet eerder werd een bericht door 32.154 bezoekers gezien, kreeg het 933 ‘likes’ en waren er 120 reacties. Een geweldig record voor AiN, waarmee wij hopen ook bijgedragen te hebben aan de bekendheid van de bedreigde St. Willibrorduskerk in Vierakker.

Bij het afscheid van een Griekse Koning versus ‘Spare’

Afb. Voor de kathedraal voorafgaand aan het afscheid: Kroonprins Pavlos en Koningin Anne Marie bedanken de mensen buiten de kathedraal voor hun aanwezigheid met een klein maar groots gebaar. Foto met hartelijke dank aan Albert Nieboer/https://www.royalpress.nl

Afgelopen maandag vond in Athene het afscheid plaats van Koning Constantijn II van Griekenland. Voor een ex-koning, die van 1964 tot 1973 koning was (waarvan het grootste deel in ballingschap), was het aanwezige vorstelijke gehalte hoog. De weken ervoor was er in de media ruim aandacht voor ‘Spare’, het boek van Prins Harry, Hertog van Sussex, waarin hij zoveel informatie over zijn familie deelt, dat een boekenzaak in  Swindon (UK), Bert’s Books, het boek uitstalde in de etalage samen met het boek ‘How to kill your family’.

The heir and the spare
‘Spare’, de titel van het boek van Prins Harry, is een verwijzing naar de uitdrukking ‘the heir and the spare’. In een monarchie staat continuïteit voorop en daarom moet er een erfgenaam (‘heir’) zijn. In vroegere eeuwen was het kindersterftecijfer hoog en twee op de drie baby’s bereikten de volwassen leeftijd niet. Daarom was het belangrijk om een reserve (‘spare’) als opvolger achter de hand te hebben. In het Verenigd Koninkrijk gold en geldt dit ook voor de adel, omdat hier alleen de eerstgeboren zoon (en een enkele keer een dochter) kan opvolgen in de titel(s) en eventueel bijbehorende bezittingen. Het Engelse systeem heeft een soort afglijdende schaal, waarbij bv. de tweede zoon van een Hertog nog wel de hoffelijkheidstitel Lord heeft, maar een generatie laten zijn diens kinderen gewoon meneer/mevrouw. Het misschien wel bekendste voorbeeld hiervan is de staatsman Winston Churchill, die een kleinzoon was van de 8ste Hertog van Marlborough.

De jacht op de erfgenaam
In de 19e eeuw kwam er een stroom van erfdochters en dollars vanuit de Verenigde Staten op gang naar het Verenigd Koninkrijk: nieuw geld zocht oude status en Amerikaanse erfdochters huwden leden van de Engelse adel, waarbij het hoogste doel de drager van een titel (het liefste een hertogelijke titel) of diens erfgenaam was. In ruil kregen deze Engelse Lords een flinke financiële injectie. Zo huwde in 1903 de Amerikaanse ‘Dollar Prinses’ Mary Goelet de 8ste Hertog van Roxburghe en zij bracht 2 miljoen dollar als bruidsschat mee. Het huwelijk bleef echter jarenlang kinderloos. Lord Alastair Innes-Ker, een jongere broer van de Hertog huwde daarop in 1907 de Amerikaanse erfdochter Anna Breese en zij werd Lady Alastair Innes-Kerr, met het vooruitzicht dat haar echtgenoot misschien de 9de Hertog zou kunnen worden. Met de geboorte in 1908 van hun zoon was de continuïteit van de Hertogen van Roxburghe weer een generatie gegarandeerd. In 1913 kregen de 8ste Hertog en zijn echtgenote alsnog hun langverwachte zoon en in de Daily Sketch stond vervolgens een zwart ingelijst foto van Lady Alastair Innes-Ker met de tekst ‘Our sympathies’ – de hertogelijke titel was aan haar neus voorbij gegaan.

Primogenituur
In het Verenigd Koninkrijk zijn de landgoederen en kastelen van de adel groter dan in bv. Nederland. Het eerstgeboorterecht (‘primogenituur’) zorgde en zorgt er voor dat de erfenis niet onder alle kinderen gelijk verdeeld hoeft te worden, maar bijeen kan blijven en zelfs kon groeien door gunstige huwelijken of succesvol beheer. De huidige 7de Hertog van Westminster is zo bv. nog steeds één van de rijkste mannen in het land.

Ook in andere landen kwam eerstgeboorterecht bij adel voor. Zo verhaalt Marion Gräfin v. Dönhoff (1909-2002), telg uit een adellijk geslacht van grootgrondbezitters in Oost-Pruisen, dat het voor haar en haar broers vanzelfsprekend was dat alleen hun oudste broer het ruim 6000 hectare grote Friedrichstein erfde, want alleen zo kon het bijeen blijven en voortbestaan. En men was trots deel uit te maken van de familiegeschiedenis zonder het te bezitten. Nog steeds komt het voor dat jongere kinderen in Duitse adellijke families afstand doen van hun erfdeel, om de continuïteit van het familiebezit en daarmee het aanzien van de familie voort te kunnen zetten.

Eerstgeboorterecht komt in Nederland niet bij erfenissen voor. Hier zijn alle kinderen gelijk voor de wet. Wel is er een klein aantal adellijke families waarbij het eerstgeboorterecht geldt voor een titel. Zo heeft bv. de familie Van Zuylen van Nijevelt de titel van graaf bij eerstgeboorte en zijn de overige familieleden baron/barones. Toen de schoonvader van de Grootmeesteres van de Koning in 2018 overleed, kreeg haar echtgenoot i.p.v. de titel baron de titel graaf en werd zij Bibi gravin van Zuylen van Nijevelt.

Amerikaanse dollars & Prins Harry
In de vrouwelijke lijn is Prins Harry een nakomeling uit een Engels-Amerikaans geldhuwelijk: the Hon. James Burke-Roche, zoon van de 1ste Baron Fermoy, huwde in 1880 de Amerikaanse erfdochter Frances Work, dochter van een effectenhandelaar van de Vanderbilts. In 1920 volgde James zijn broer op als 3de Baron Fermoy, maar Frances werd nooit Lady Fermoy, omdat zij al jaren eerder uiteen waren gegaan. Dankzij haar fortuin kon hij een leven op stand leiden. Het echtpaar kreeg na twee dochters een tweeling: twee zoons. Het lot bepaalde dat degene die enkele minuten eerder werd geboren, zou opvolgen als 4de Baron Fermoy. Hij is de betovergrootvader van Prins Harry.

Tussen Prins Harry en zijn oudere broer Prins William zitten geen enkele minuten, maar twee jaren. De kans dat er een ‘spare’ nodig was, is van het begin af aan hypothetisch geweest. De tijdsomstandigheden zijn veranderd en het gebeurt niet vaak meer dat een eerstgeborene overlijdt. Daarnaast is de naaste familie zó uitgebreid, dat er een heel blik met mogelijke opvolgers valt open te trekken. Al deze mogelijke opvolgers weten meestal hun plek in het geheel en zijn ondergeschikt en dienstbaar aan de Kroon.

Terug naar Athene, naar het afscheid van Koning Constantijn II van Griekenland. Een staatsbegrafenis mocht het niet zijn van de Griekse regering en de Koning lag opgebaard in een piepklein kerkje naast de kathedraal. Griekse burgers kregen slechts beperkt de gelegenheid om afscheid te nemen. Kroonprins Pavlos had, als troonopvolger, de belangrijkste rol en de overige familieleden schikten zich in hun bijrollen. Pavlos ontving bij de ingang van de kathedraal de vorstelijke gasten. Meestal treft men elkaar alleen bij bijzondere familiegelegenheden als een doop, een huwelijk en, zoals dit keer, een begrafenis. Alle regerende Europese Vorstenhuizen waren vertegenwoordigd, waarvan de meesten op het hoogste niveau. Maar even waren de regerende Koningen en Koningin, de Groothertog en de Vorst zelf niet degenen waar het om draaide, maar stelden zij zich ondergeschikt in het geheel op, als deel van de grote Europese Koninklijke Familie en als eerbetoon aan een Griekse Koning, die eerbetoon in zijn eigen land ontzegd werd.

‘Spare’ heeft inmiddels verkoop records bereikt, maar ik weet in ieder geval één iemand die het boek niet zal kopen en lezen.

Openstelling kapel kasteel De Haar: nog t/m zondag 22 januari!

Afb. 1. Kasteel De Haar met links de kapel, waarvan de toren verhoogd werd om beter bij het silhouet van het kasteel te passen.
Afb. 1. Kasteel De Haar met links de kapel, waarvan de toren verhoogd werd om beter bij het silhouet van het kasteel te passen.

Vanaf 1892 werd kasteel De Haar herbouwd door Etienne Gustave Frédéric Baron van Zuylen van Nyevelt (1860-1934) en zijn vermogende echtgenote Helene Louise Caroline Betty Barones de Rothschild (1863-1947). Het voormalige dorpskerkje naast het kasteel kreeg vervolgens de bestemming als familiekapel.

Afb. 2. Het koor van de kapel met fraaie gebrandschilderde ramen.
Afb. 2. Het koor van de kapel met fraaie glas in lood ramen.

Na het overlijden van de oudste zoon Helin Salomon Gustave Marie Ghislain (1888-1912) door een ongeluk, werd de kapel een mausoleum, waarin eerst deze zoon en later zijn vader in fraaie sarcofagen zijn bijgezet. De hele kapel ademt de geschiedenis van de familie Van Zuylen van Nijevelt en dient als een plek van memorie, waarin de voorafgaande generaties met hun namen, het familiewapen Van Zuylen en de wapens van hun echtgenotes in de muren vereeuwigd zijn. Hierdoor is deze kapel één groot eerbetoon aan het roemrijke familieverleden, dat bedoeld is om indruk te maken op de bezoeker.

Link naar meer informatie over deze kapel openstelling en de mogelijkheid om online kaarten te bestellen https://www.kasteeldehaar.nl/2023/01/11/openstelling-kapel/

Op de afbeeldingen hieronder: de sarcofagen van vader en zoon Van Zuylen van Nijevelt.

 

Jacob Eduard van Heemskerck van Beest (1828-1894): jonkheer & schilder

Afb. 1. ‘Angstige ogenblikken’, door jonkheer Jacob Eduard van Heemskerck van Beest (1828-1894). Foto met hartelijke dank aan het Zeeuws Veilinghuis/www.zeeuwsveilinghuis.eu.

Op 5 en 6 december 2018 vond er bij het Zeeuws Veilinghuis een grote veiling plaats van Indonesische Schilderijen en van Kunst, Antiek en Europese Schilderijen (zie: www.zeeuwsveilinghuis.eu.). Eén van de aangeboden kavels betrof een schilderij getiteld ‘Angstige ogenblikken’ uit 1883 door jonkheer Jacob Eduard van Heemskerck van Beest (1828-1894). Hieronder zijn verhaal.

Jonkheer Jacob Eduard van Heemskerck van Beest werd geboren op 28 februari 1828 in Kampen. Zijn moeder, Lucie Onno Zwiera van Ingen (1796-1870), stamde uit een oude familie uit Kampen en was de dochter van een kapitein. Zijn vader, jonkheer Dirk van Heemskerck van Beest (1779-1845), stamde uit een oude Delftse regentenfamilie, waarvan de stamvader begin 15e eeuw genoemd werd met de familienaam Van Beest. Vanaf de 18e eeuw ging de familie de naam (Van) Heemskerck van Beest voeren. Een voorvader maakte in 1486 faam toen hij vanuit Delft als pelgrim de tocht naar het Heilige Land maakte. In latere generaties waren leden van de familie vooraanstaande Delftenaren en waren zij onder meer schepen, veertigraad of notaris.

Jonkheer Jacob Eduard van Heemskerck van Beest. Foto door Willem Cornelis van Dijk (1826-1881) – National Portrait Gallery, Publiek domein, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=31846711.

In de 18e eeuw werden voorouders officier en ook de vader van jonkheer Jacob Eduard werd officier en wel bij de marine. Aanvankelijk begon hij zijn maritieme carrière in 1794 in Nederlandse dienst, maar na de inval van de Fransen ging hij in Britse dienst om pas in 1813 weer in Nederlandse dienst te treden. Uiteindelijk zou hij in de Nederlandse adel worden verheven.

Ook Jacob Eduard koos aanvankelijk voor de zee en werd luitenant-ter-zee 2e klasse, maar koos in 1853 voor de schone kunsten en werd bekend met zijn zeegezichten en landschappen. Hij kreeg les van Dirk van Lokhorst en zijn schilderijen vielen al snel in de smaak. In 1872 kreeg hij de grote gouden medaille Arti en op de Wereldtentoonstelling van 1873 in Wenen viel hem dezelfde eer te beurt. In 1852 huwde hij de Dokkumse Geertruida Berendina de Feijfer (1829-1901) en kreeg met haar drie dochters en drie zoons, waarvan de jongste dochter ook kunstschideres werd. Op 22 december 1894 kwam hij in ’s-Gravenhage te overlijden.

In het Algemeen Handelsblad schreef men op 23 december 1894 bij zijn overlijden onder meer: ‘De kunstschilder Heemskerck van Beest, wiens toestand gisteren volgens bericht in ons ochtendblad reeds zeer zorgwekkend was, is heden te ‘s-Gravenhage overleden. (…) Heemskerck van Beest behoorde geheel tot de oude school en zijn overtuiging op kunstgebied heeft zich met den tijd niet gewijzigd: hij is sedert zijn bloeitijd – omstreeks 1870 – steeds dezelfde gebleven. Vandaar dat hij in den laatsten tijd minder op den voorgrond kwam. Een geregeld inzender was hij bijv. nog altijd op de tentoonstellingen van Kunstliefde te Utrecht.’

Zijn werk wordt tegenwoordig weer meer gewaardeerd en dit schilderij van 53-42 cm wordt geschat op 1000-1500 euro.

Kijk voor meer informatie over de veilingen bij het Zeeuws Veilinghuis op www.zeeuwsveilinghuis.eu

Bijzonder verleden: Henriette Hillegonda Joubert née barones van Pallandt (1922-2014) – een leven op twee continenten met Rosendael in haar hart

Afb. 1. De grootouders van Henriette Hillegonda barones van Pallandt: Frederik Jacob Willem baron van Pallandt, heer van Keppel en Rosendael (1860-1932) en echtgenote Constantia Alexine Loudon (1859-1948). Het jongetje rechts is haar vader Willem Frederik Torck baron van Pallandt (1892-1977), de laatste bewoner van het kasteel, die kasteel Rosendael in 1977 aan Geldersch Landschap & Kasteelen legateerde. Foto met hartelijke dank aan collectie RKD – Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis/IB nummer 1024387.
Afb. 2 Henriette Hillegonda Joubert née barones van Pallandt 1922-2015.

Henriette Hillegonda (‘Hetta’) barones van Pallandt werd geboren op 22 juni 1922 te Rozendaal. Haar vader, Willem Frederik Torck baron van Pallandt, stamde uit een oudadellijk geslacht, waarvan de stamvader voor het eerst in 1310 genoemd wordt. De familie bracht eeuwenlang bestuurders en officeren voort. In 1675 werden alle leden van het geslacht door Keizer Leopold I erkend met de titel van Rijksbaron en in 1814 werd een voorvader opgenomen in de Nederlandse adel met de titel van baron. Haar moeder, Roline Wilhelmine barones van Randwijck, was een telg uit de oudadellijke Gelderse familie Van Randwijck die teruggaat tot in 1370 en waarvan de leden eeuwenlang een voorname rol hebben gespeeld in het bestuur van het Hertogdom Gelre en dan vooral in het kwartier van Nijmegen. In 1814 werd een voorvader opgenomen in de Nederlandse adel en zijn nakomelingen werden erkend met de titel van baron en barones. In de vrouwelijke lijn was zij een nazaat van de bastaardtak Van Nassau-Zuylenstein en daarmee een nakomeling van Willem van Oranje, de Vader des Vaderlands.

Afb. 3 De ouders van Henriette Hillegonda barones van Pallandt: Willem Frederik Torck baron van Pallandt (1892-1977) en Roline Wilhelmine barones van Randwijck (1892-1968).

Etta werd geboren als tweede kind in het gezin en had een zusje dat een jaar ouder was. Negen jaar later werd het gezin nog uitgebreid met een broertje. Zij groeide op in Rozendaal, een plek waar zij zich haar leven lang sterk verbonden mee bleef voelen. Rozendaal en Van Pallandt waren synoniem met elkaar en de gemeente was grotendeels Van Pallandt bezit. Haar ouders bewoonden hier het Huis De Hut, haar oom en tante Van Pallandt – Del Court van Krimpen het Huis Rosenaeth, haar oudoom en -tante Van Pallandt – Van Knobelsdorff het Huis Rozenheuvel en haar grootouders Van Pallandt – Loudon resideerden op het kasteel Rosendael, maar verbleven daarnaast ook op hun kasteel Keppel.

Afb. 4. Hetta en haar zusje Bé, voluit Constance Alexine, die in 1945 in het huwelijk trad met Willem Carel baron van Boetzelaer.

Het waren de glorierijke jaren waarin er nog op grote voet geleefd werd met veel huisknechten, kameniers, keukenmeiden, enz. en er grote ontvangsten gegeven werden. Kasteel Rosendael was nog ingericht met de complete eeuwenoude inboedel, talrijke portretten hingen aan de wanden en kostbaar porselein, kristal en uniek Japans lakwerk vulden de vitrines. Bij grote diners ging de zilverkluis open en kwam het zilveren servies bestaande uit borden, schotels en terrines op tafel. Nog in 1921 werd al het zilver op Rosendael geschat op bijna 120.000,- gulden – nu ruim 720.000,- euro. Bij deze diners dienden de knechten in livrei met handschoenen en glimmend gepoetste knopen.

In 1932 overleed haar grootvader en het familiebezit moest onder zijn vijf kinderen verdeeld worden: zo kreeg  oom ‘Rein’ van Pallandt het kasteel Keppel en haar vader het kasteel Rosendael. Oom ‘Hughy’ van Pallandt had enkele jaren daarvoor al van een tante het landgoed en huis Vanenburg geërfd met daarbij een fortuin, maar wist dat door zijn royale leefstijl, zijn voorliefde voor champagne en het aangename klimaat in Monte Carlo in korte tijd te verkwisten en werd in 1934 op eigen verzoek onder curatele geplaatst.

In de 19e eeuw bezat de familie in en buiten Rozendaal nog bijna 8000 ha. grond, maar door de erfenisdeling en de bijkomende successierechten werd in 1934 eerst 2007 ha. aan een beleggingsmaatschappij verkocht en in 1938 volgde nog eens 1451 ha. aan Natuurmonumenten. Na het overlijden van haar grootmoeder in 1948 volgden er ook nog enkele veilingen, waarbij delen van de inboedel en de kasteelbibliotheek verkocht werden. Het kasteel met het 45 ha. grote park werd uiteindelijk door haar vader in 1977 aan de Stichting Het Geldersch Landschap gelegateerd.

Afb. 5. Hetta en Arabi. 

Haar vader hield zich bezig met het beheer van het familiebezit en haar moeder, die onconventioneel was, was een begenadigd alt-zangeres die met andere dames voor de Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst in den lande optrad. In 1935 besloten haar ouders uiteen te gaan en haar vader hertrouwde een jaar later Aaltje Groenhof, die hij uit de kiosk bij het kasteel kende. In de jaren erna was hij lid van de gemeenteraad, wethouder en plaatsvervangend burgemeester van Rozendaal. Vanwege zijn verdiensten voor Rozendaal werd hij niet alleen Ereburger, maar werd hij ook benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Haar moeder ging met haar broertje eerst in Zaltbommel en later in Rossum wonen en zij en haar zusje verbleven afwisselend hier en op kasteel Rosendael.

Afb. 6. Grote oorlogsschade op Rosendael. Foto met dank aan ‘Rosendael. Groen Hemeltjen op Aerd’, J.C. Bierens de Haan.

Zij was juist bezig haar middelbare schoolopleiding in Arnhem te voltooien, toen de oorlog uitbrak. Eigenlijk had zij graag verder willen gaan in de richting van de beeldende kunst, maar door de veranderde tijdsomstandigheden leek het praktischer om cursussen huishoudkunde te gaan volgen. De oorlog betekende een periode vol onrust en gevaar: kasteel Rosendael kreeg niet alleen te maken met inkwartiering van Duitsers en evacués, maar kwam ook onder vuur te liggen, waarbij het huis en de inboedel zwaar beschadigd raakte. Aan het einde van de oorlog verbleef zij bij haar moeder en samen met haar en haar broertje vluchtten ze op fietsen met houten banden van boerderij naar boerderij om de gevechtshandelingen voor te blijven.

Na de oorlog leerde zij haar latere echtgenoot kennen op een bal, dat voor de Canadese bevrijders gegeven werd. Maxime Nowlen Joubert was kapitein in het Canadese leger en was afkomstig uit een Franse familie die zich in Canada gevestigd had. Na zijn terugkeer naar Canada ging zij een opleiding als secretaresse volgen en werd daarna werkzaam op de Nederlandse ambassade in Washington. Hier volgde een hereniging met haar grote liefde en in 1948 huwden zij.

Afb. 7. Huwelijksfoto Henriette Hillegonda barones van Pallandt en Maxime Nowlen Joubert, Washington D.C. 1948.

Zij vestigden zich eerst in Quebec en later in Beaconsfield en uit hun huwelijk werden een zoon en een dochter geboren. Voor zijn werk als ingenieur was haar echtgenoot veel op reis en zij vergezelde hem zoveel als mogelijk was. In de jaren die volgden was zij de grote drijvende kracht achter het kamperen, picknicken, zwemmen, skieën en schaatsen met familie en vrienden. Ook bleef zij zich inzetten voor de Canadese bevrijders en was gedurende dertig jaar vrijwilligster in het Veteranen Hospitaal. Hier ontdekte zij ook nieuwe talenten bij zichzelf en richtte een orkest op, genaamd de ´Swinging Vets´, waarmee zij niet alleen in, maar ook buiten het hospitaal optrad. Daarnaast zocht en vond zij tijd voor haar twee grote passies: het paardrijden en het schilderen. Terugkerend onderwerp bij het schilderen was Rosendael. Op haar tachtigste verjaardag exposeerde zij op Rosendael tweeëntwintig schilderijen, waarop zij de door haar gekoesterde jeugdherinneringen aan Rosendael had vastgelegd en alle doeken werden verkocht.

Afb. 8. Kasteel Rosendael, olieverfschilderij door Hetta Joubert née barones van Pallandt, dat altijd in haar woonkamer hing.

In 2002 overleed haar geliefde echtgenoot na vierenvijftig jaar huwelijk, maar ook daarna bleef zij vol levensvreugde en genoot van haar gezin, haar familie, de natuur, het paardrijden en het tekenen en schilderen. Hoogtepunt was de geboorte van haar achterkleindochter.

Op 21 februari 2014 kwam zij te overlijden: “Met leedwezen geven wij u kennis van het overlijden van onze dierbare moeder, schoonmoeder, grootmoeder, overgrootmoeder, schoonzuster, tante en vriend Henriette H. Joubert geboren Baronesse van Pallandt.” Zij werd eenennegentig jaar en wordt diep betreurd door haar zoon, dochter, schoondochter, kleinkinderen, achterkleindochter en verdere familieleden. Na herenigd te zijn met haar grote liefde, vond op 1 maart de herdenkingsdienst plaats in l’Église Saint-Joachim in Pointe-Claire.

Foto’s en informatie mede met dank aan https://www.dignitymemorial.com/fr-ca/obituaries/pointe-claire-qc/henriette-joubert-nee-van-pallandt-5867696

Afb. 9. Kasteel Rosendael gezien over de rozentuin met op de achtergrond de beroemde schelpengrot, foto met hartelijke dank aan Geldersch Landschap & Kasteelen (GLK).

Kasteel Ammersoyen: Speciale extra lange Rondleiding XL 22 jan., 12 feb. en 26 mrt.

Afb. 1. Kasteel Ammersoyen. Foto met hartelijke dank aan Kasteel Ammersoyen/Albert Speelman.

Kasteel Ammersoyen opent op een aantal zondagen in 2023 deuren die normaal gesloten blijven, tijdens de speciale Rondleiding XL. Tijdens deze rondleiding is kasteel Ammersoyen hélemaal te bekijken. Op o.a. 22 januari, 12 februari en 26 maart 2023 is kasteel Ammersoyen gedurende een twee uur durende tocht te ontdekken met een gids.

Van de kelders via diverse torenkamers en verdiepingen gaat de Rondleiding XL naar de grote zolder van Ammersoyen met zijn indrukwekkende overkapping en hijswiel. Op de zolder krijg je ook een kijkje in een van de grootste archeologische collecties ooit bij een Nederlands kasteel gevonden. Daarnaast is de oostvleugel van het kasteel, die gesloten is voor publiek, tijdens de Rondleiding XL te bezichtigen. Uiteraard komen ook de vertrekken aan bod die altijd te zien zijn, zoals bijvoorbeeld de Kemenade en de Grote Zaal.

Adellijke eigenaren
Kasteel Ammersoyen werd eeuwenlang bewoond door het bekende adellijke geslacht Van Arkel en was daarna in het bezit van de opeenvolgende Zuidnederlandse geslachten De Lichtervelde, Christyn de Ribaucourt en De Woelmont. Sinds 1957 is het in het bezit van Geldersch Landschap & Kasteelen, die het kasteel zijn oude luister heeft teruggegeven.

Ammersoyen is één van de zeven opengestelde kastelen van Geldersch Landschap & Kasteelen. Kijk voor meer informatie hierover op: https://www.glk.nl/

Locatie: kasteel Ammersoyen, Kasteellaan 1, Ammerzoden
Data: 22 januari, 12 februari, 26 maart, 15 april, 14 mei, 11 juni, 23 juli, 27 augustus, 24 september en 8 oktober
Tijd: 14.00 tot 16.00 uur
Entree: volwassenen €16,50, kinderen €8,00, donateurs GLK en museumkaarthouders € 3,00 op vertoon van geldige pas
Reserveren: wordt aanbevolen door e-tickets te boeken via www.glk.nl/ammersoyen. De Rondleiding XL is doorgaans snel volgeboekt. Via de site zijn de andere data ook alvast te boeken.

Website link: https://www.glk.nl/ammersoyen

Afb. 2. Boven de schouw het portret van (waarsch.) Anna Gravin van Renesse, die in 1606 huwde met Pierre François de Lichtervelde. Haar moeder was Catharina van Arkel, tante van de laatste Van Arkel. Het portret keerde enkele jaren geleden weer terug op deze plek, nadat het in het verleden door vererving in België was terecht gekomen. Foto met hartelijke dank aan Kasteel Ammersoyen.

 

Afb. 3. Trap in kasteel Ammersoyen. Foto met hartelijke dank aan Kasteel Ammersoyen/Ton Rothengatter.

Wonderschone St. Willibrorduskerk in Vierakker: alles is nog zoals het was, maar dreigt nu voor altijd verloren te gaan

Afb. 1. De St. Willibrorduskerk in Vierakker heeft een uitzonderlijk fraai en gaaf bewaard gebleven interieur uit 1870, met verschillende familiewapens, die verwijzen naar de adellijke families die de bouw mede hebben mogelijk gemaakt: Van der Heyden van Doornenburg, Von Motzfeldt en Van Voorst tot Voorst.

In 2009 werd de St. Willibrorduskerk in Vierakker nog uitverkozen tot ‘Mooiste Kerk van Gelderland’, maar nu lijkt deze kerk met zijn wonderschone en gaaf bewaard gebleven rijke interieur het zelfde lot beschoren als vele andere kerken. In december 2021 werd bekend dat de kerk gesloten zou gaan worden en inmiddels is de laatste eucharistieviering geweest. Opnieuw vragen wij, met een nu nóg uitgebreider bericht in woord en beeld, op de website van de stichting Adel in Nederland uw aandacht hiervoor, want… alles is nog zoals het was, maar dreigt nu voor altijd verloren te gaan.

Uniek ensemble
De St. Willibrorduskerk ligt ingebed in de landschappelijke aanleg rondom huis Suideras en vormt samen met het huis, het kerkhof, de pastorie en andere landgoedelementen een uniek ensemble (er kan zelfs gesproken worden van een uniek rooms-katholiek landgoed ensemble!), dat grotendeels in de 19e eeuw tot stand kwam, dankzij de adellijke familie Van der Heyden van Doornenburg. Deze kerk maakt deel uit van een serie nieuwe kerken in de 19e eeuw, die allen (mede) gebouwd konden worden door gulle bijdragen van adellijke rooms-katholieke families, die onderling nauw verwant waren. Hoewel ingegeven door godsvrucht, speelde adellijke representatie hierbij zeker ook een rol, want familiewapens zijn overal aanwezig en op de nabij gelegen, nieuw gestichte begraafplaatsen en kerkhoven kregen de adellijke landheren op de meest prominente plek hun familiegraf(kelder).

Afb. 2. De bouwheer Alexander Amandus Josephus Canisius baron van der Heyden, heer van Doornenburg en Suideras (1813-1879) met zijn 3e echtgenote Joanna Maria barones van Voorst tot Voorst (1841-1933). Hun beider familiewapens zijn bovenin in het hekwerk voor het hoofdaltaar aangebracht. Coll. John Töpfer.

De kerk werd in 1870 gesticht dankzij Alexander Amandus Josephus Canisius baron van der Heyden, heer van Doornenburg en Suideras (1813-1879), die met zijn echtgenote Theresia Josephina Maximiliana Francisca von Motzfeldt (1811-1870) op het huis Suideras in Vierakker woonde. Zijn voorouders, die op huis Baak woonden en altijd rooms-katholiek waren gebleven, hadden eeuwenlang de plaatselijke kerk gesteund. Ook de in 1890 aldaar gebouwde Sint Martinuskerk kon gebouwd worden dankzij een legaat van 50.000 gulden uit 1868 van jonkheer Ernestus Wilhelmus Franciscus Canisius van der Heyden (1813-1868), die een oom was van voornoemde Alexander. Eigenlijk wilde baron Alexander een kapelletje stichten, maar de aartsbisschop van Utrecht had op zijn voorstel geantwoord: “Bouw liever een kerk, want U kunt daar een goede parochie stichten, ten bate van velen.

Afb. 3. Het familiewapen van Theresia Josephina Maximiliana Francisca von Motzfeldt (1811-1870), de eerste echtgenote van de stichter van deze kerk, in het linkerdeel van de communiebank. In het rechterdeel is het familiewapen van haar echtgenoot te zien.

Adellijke representatie: familiewapens
In de kerk herinnert nog veel aan de familie Van der Heyden: op de deurtjes van de familiebanken, op de communiebank en op de preekstoel zijn de wapens Van der Heyden-Von Motzfeldt te zien. Voor het hoofdaltaar zijn bovenin het koorhekwerk de wapens Van der Heyden en Van Voorst tot Voorst te zien. Dit laatste wapen betreft de derde echtgenote van baron Alexander: Joanna Maria barones van Voorst tot Voorst (1841-1933). Ook andere familieleden droegen bij aan deze nieuwe kerk. Zo schonken drie baronnen Van Hövell tot Westerflier, neven van de stichter, een kazuifel, dalmatiek en tuniek. Charlotte barones d’Isendoorn à Blois née barones van Oldeneel tot Oldenzeel van kasteel de Cannenburch schonk een verguld zilveren kelk.

Afb. 4. Het hoofdaltaar, met op de voorgrond de communiebank met de familiewapens Von Motzfeldt en Van der Heyden. Bovenin het koorhekwerk zijn de alliantiewapens Van der Heyden en Van Voorst tot Voorst te zien.

Alles is nog zoals het was, maar dreigt nu voor altijd verloren te gaan
Achter de kerk bevindt zich de grafkelder van huis Suideras, waarin ook de staatsman jonkheer mr. Charles Joseph Marie Ruijs de Beerenbrouck (1873-1936) is bijgezet, die met een dochter van baron Alexander in het huwelijk trad. Het was diens dochter, Maria Johanna van Nispen tot Sevenaer née jonkvrouwe Ruijs de Beerenbrouck (1903-1999), die er persoonlijk voor zorgde dat de witkwast niet door het interieur werd gehaald, waardoor het interieur in zijn originele, rijke kleurenpracht bewaard is gebleven. Haar kleindochter, Charlotte Bonga née jonkvrouwe Tulleken, woont nu op huis Suideras en werd in De Stentor geïnterviewd over deze sluiting. Hierover zegt zij: “We hebben nog een sprankje hoop dat het alsnog goed komt, mede door het ‘onder voorbehoud’ dat is geplaatst achter onze sluiting. Ik kan me gewoon niet voorstellen dat deze kerk gaat sluiten. Dat idee is zó onwerkelijk.” Als de kerk een nieuwe bestemming zal gaan krijgen, zal het zeldzaam gaaf bewaard gebleven  interieur uiteenvallen – alles is nog zoals het was, maar dreigt nu voor altijd verloren te gaan.

Link naar de website van de kerk met meer informatie https://www.demooistekerk.nl/

Link naar een online artikel van Omroep Gelderland https://www.gld.nl/nieuws/7832950/mooiste-kerk-sluit-deuren-ontheiliging-zou-onthoofding-van-de-kerk-betekenen

 

Afb. 5. De familiewapens Van der Heyden van Doornenburg en Van Voorst tot Voorst boven de koorafscheiding.
Afb. 6. De St. Willibrorduskerk in Vierakker: monumentale pracht van 19e-eeuwse adellijke aanwezigheid in een kleine parochie.
Afb. 7. Op de voorgrond de familiegrafkelder met op de achtergrond zicht op het koor. Helaas vermelden de naamplaten niet allen die hier bijgezet zijn.
Afb. 8. Huis Suideras in Vierakker, gelegen in een landschappelijke aanleg, waar de St. Willibrorduskerk deel van uitmaakt.