Boekennieuws: Van macht naar folklore (2). Heerlijkheden in de provincie Utrecht na de Franse Tijd

Afb. 1. Jonkheer Robert Quarles van Ufford (links), voorzitter van de Nederlandse Kastelenstichting, ontvangt het eerste exemplaar van ‘Van macht naar folklore (2). Heerlijkheden in de provincie Utrecht na de Franse Tijd’. In het midden de auteur Peter de Jong en rechts Corné de Keizer van Uitgeverij Pictures Publishers.

Na het eerste deel over heerlijkheden in Zuid-Holland na de Franse Tijd is nu deel twee verschenen over heerlijkheden in de provincie Utrecht. Op 18 juni jl. werd het eerste exemplaar aangeboden aan jonkheer Robert Quarles van Ufford, voorzitter van de Nederlandse Kastelenstichting, op kasteel Amerongen.

In de tweede helft van de achttiende eeuw ontstond in Nederland een nieuwe politieke stro­ming, die van de patriotten. Zij waren fel gekant tegen het Oranjehuis, dat gesteund werd door de prinsgezinden. De patriotten konden de macht grijpen dank zij de inval van een Frans leger onder Pichegru in de winter van 1794 op 1795. Prins Willem V vluchtte naar Engeland en de Ba­taafse Republiek werd opgericht. Het was niet veel meer dan een vazalstaat van Frankrijk. Ook hier werd de leus vrijheid, gelijkheid en broederschap uitgedragen en moesten de zitten­de magistraten het ontgelden. Vooral op bestuurlijk gebied werden er grote veranderingen door­gevoerd. Met name het plattelandsbestuur werd volledig anders ingericht. Dorpen waren meer dan 1000 jaar bestuurd als heerlijkheden. Daarbij had een particulier, de zogenaamde heer, alle zeggenschap over het bestuur en dat niet alleen met betrekking tot de uitvoerende macht, maar ook tot de wetgevende en de rechterlijke macht. En dit strookte natuurlijk niet met het gedachtegoed van de Franse Revolutie. Met de Staatsregeling van 1798 werden heer­lijk­heden dan ook afgeschaft.

De titel van het boek lijkt hiermee volledig in tegenspraak. Dat er na de Franse Tijd toch nog spra­ke was van heerlijkheden, heeft te maken met de restauratie die altijd volgt op een revo­lutie. Er wordt terugverlangd naar de oude toestand, althans voor een deel. Met de rechtspraak was het echter definitief gedaan en het bestuur werd overgenomen door gemeentebesturen. Wat overbleef was het recht tot benoeming van lagere ambtenaren en het voordragen van hogere ambtenaren, zoals de burgemeester, voor 1825 nog schout genoemd. Met de nieuwe grondwet van 1848 van Thorbecke verviel ook dit laatste restje macht van de heer. Wat toen nog overbleef waren zakelijke rechten, zoals het tiendrecht.

Het begrip heerlijkheid bleef echter in gebruik. Talrijk zijn de krantenberichten waarin open­bare verkopingen van ambachtsheerlijkheden worden aangekondigd of tiendrechten in een heer­lijkheid worden verpacht of verkocht. Ook komt men verslagen tegen van de feestelijke in­huldiging van ambachtsheren en in overlijdensadvertenties komt men ook nu nog de aan­duiding ‘heer van …’ tegen. Dit alles heeft niets meer van doen met de macht van de heren maar veel meer met het vasthouden aan oude tradities en met folklore. En een enkele keer is nog sprake van bezittingen van rechten of onroerend goed.

Link naar de website van de uitgever met bestelmogelijkheid https://www.picturespublishers.nl/product/van-macht-naar-folklore2

Benieuwd naar deel 1? Kijk dan op https://www.picturespublishers.nl/product/van-macht-naar-folklore/