Veilingnieuws: een schilderij door jonkheer Van Heemskerck van Beest

Afb. 1. ‘Angstige ogenblikken’, door jonkheer Jacob Eduard van Heemskerck van Beest (1828-1894). Foto met hartelijke dank aan het Zeeuws Veilinghuis/www.zeeuwsveilinghuis.eu.

Op 5 en 6 december vindt er bij het Zeeuws Veilinghuis een grote veiling plaats van Indonesische Schilderijen en van Kunst, Antiek en Europese Schilderijen (zie: www.zeeuwsveilinghuis.eu.). Eén van de aangeboden kavels betref een schilderij getiteld ‘Angstige ogenblikken’ uit 1883 door jonkheer Jacob Eduard van Heemskerck van Beest (1828-1894). Hieronder zijn verhaal.

Jonkheer Jacob Eduard van Heemskerck van Beest werd geboren op 28 februari 1828 in Kampen. Zijn moeder, Lucie Onno Zwiera van Ingen (1796-1870), stamde uit een oude familie uit Kampen en was de dochter van een kapitein. Zijn vader, jonkheer Dirk van Heemskerck van Beest (1779-1845), stamde uit een oude Delftse regentenfamilie, waarvan de stamvader begin 15e eeuw genoemd werd met de familienaam Van Beest. Vanaf de 18e eeuw ging de familie de naam (Van) Heemskerck van Beest voeren. Een voorvader maakte in 1486 faam toen hij vanuit Delft als pelgrim de tocht naar het Heilige Land maakte. In latere generaties waren leden van de familie vooraanstaande Delftenaren en waren zij onder meer schepen, veertigraad of notaris.

Jonkheer Jacob Eduard van Heemskerck van Beest. Foto door Willem Cornelis van Dijk (1826-1881) – National Portret Gallery, Publiek domein, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=31846711.

In de 18e eeuw werden voorouders officier en ook de vader van jonkheer Jacob Eduard werd officier en wel bij de marine. Aanvankelijk begon hij zijn maritieme carrière in 1794 in Nederlandse dienst, maar na de inval van de Fransen ging hij in Britse dienst om pas in 1813 weer in Nederlandse dienst te treden.

Ook Jacob Eduard koos aanvankelijk voor de zee en werd luitenant-ter-zee 2e klasse, maar koos in 1853 voor de schone kunsten en werd bekend met zijn zeegezichten en landschappen. Hij kreeg les van Dirk van Lokhorst en zijn schilderijen vielen al snel in de smaak. In 1872 kreeg hij de grote gouden medaille Arti en op de Wereldtentoonstelling van 1873 in Wenen viel hem dezelfde eer te beurt. In 1852 huwde hij de Dokkumse Geertruida Berendina de Feijfer (1829-1901) en kreeg met haar drie dochters en drie zoons, waarvan de jongste dochter ook kunstschideres werd. Op 22 december 1894 kwam hij in ’s-Gravenhage te overlijden.

In het Algemeen Handelsblad schreef men op 23 december 1894 bij zijn overlijden onder meer: ‘De kunstschilder Heemskerck van Beest, wiens toestand gisteren volgens bericht in ons ochtendblad reeds zeer zorgwekkend was, is heden te ‘s-Gravenhage overleden. (…) Heemskerck van Beest behoorde geheel tot de oude school en zijn overtuiging op kunstgebied heeft zich met den tijd niet gewijzigd: hij is sedert zijn bloeitijd – omstreeks 1870 – steeds dezelfde gebleven. Vandaar dat hij in den laatsten tijd minder op den voorgrond kwam. Een geregeld inzender was hij bijv. nog altijd op de tentoonstellingen van Kunstliefde te Utrecht.’

Zijn werk wordt tegenwoordig weer meer gewaardeerd en dit schilderij van 53-42 cm wordt geschat op 1000-1500 euro.

Kijk voor meer informatie over deze veilingen op 5 en 6 december bij het Zeeuws Veilinghuis op www.zeeuwsveilinghuis.eu of bezoek de kijkdagen op 1 t/m 6 december.

Thuis heb ik nog een ansichtkaart…. Huis Quazenbosch

Afb. 1. Huis Quazenbosch in Brummen met de rijk versierde gevels in neo-renaissancestijl. Ansichtkaart part. coll.

Jacob Adriaan Zweder baron van Brakell (1838-1911) stamde uit een oude Gelderse adellijke familie. Zijn vader was onder meer kamerheer van Koning Willem II en bewoonde het kasteel Wadenoyen. In 1837 kocht deze het kasteel Doorwerth, waar hij zich met zijn gezin vervolgens vestigde.

Afb. 2. Jacob Adriaan Zweder baron van Brakell (1838-1911). Portret door P. de Josselin de Jong 1892, coll. Musea Zutphen. Foto met dank aan Collectie Nederland.

Het was een kinderrijk gezin met negen kinderen (één zusje overleed jong) en dit gegeven mét de grote staat die gevoerd werd op kasteel Doorwerth, maakte het voor hem noodzakelijk om uit te kijken naar een goed huwelijk, want een grote erfenis viel er niet te verwachten. In 1866 huwde hij Hendrika Cornelia Colenbrander (1836-1904), uit een patriciaatsfamilie uit het blauwe boekje en – veel belangrijker – nogal vermogend.

Het echtpaar woonde eerst op het door hen gehuurde Huis Voorstonden in Brummen en hier werd op 3 januari 1871 hun enige kind geboren: Jacob Gabriel Assueer Prosper baron van Brakell. Niet lang duurde het prille gezinsgeluk, want ‘Slechts zes dagen mogten wij ons in zijn bezit verheugen‘ stond er op 9 januari in de courant. Of het nu door zijn verdriet kwam, of gewoon door zijn levensstijl, maar baron Van Brakell liet het geld goed rollen. Uiteindelijk kwam het in 1876 tot een faillissement en werden zijn onroerende goederen en de inboedel verkocht.

Afb. 3. Hendrika Cornelia Colenbrander (1836-1904). Portret door P. de Josselin de Jong 1892, coll. Musea Zutphen. Foto met dank aan Collectie Nederland.

Het was dan ook zijn echtgenote en niet hij die in 1876 de koopprijs voor Het Quazenbosch voldeed. Zij kon dit, omdat het echtpaar onder huwelijkse voorwaarden was getrouwd. In 1875 was zelfs met haar beide broers overeengekomen dat zij het beheer over het bezit van hun zuster zouden voeren. Baron Van Brakell werd uitgeschakeld – en voor haar vermogen was dat maar beter ook.

Met het geld van de Colenbranders werd het imposante Huis Quazenbosch gebouwd en kon het echtpaar Van Brakell op grote voet verder leven. Baron Van Brakell leefde als grand seigneur en hield zich bezig met het fokken van paarden en barones Van Brakell ontving op vorstelijke wijze omringd door personeel.

In 1904 overleed ‘… zacht en kalm, mijne geliefde echtgenoote…’ op Huis Quazenbosch. Er onstond nog een geschil met de familie Colenbrander over de eigendomsrechten van de juwelen van de barones. Dit sleepte zich voort tot in 1912, maar toen was baron Van Brakell al het jaar er voor overleden ‘…na een kortstondige ziekte, in den ouderdom van 73 jaar…’ in het Duitse kuuroord Bad Salzschlirf.

En Huis Quazenbosch? Dat bleef in het bezit van de Colenbranders en hun erfgenamen de baronnen Van Sytzama. In 1949 werd het door hen verkocht en in de afgelopen jaren was er een heilspedagogisch instituut voor antroposofische levensbeschouwing in gevestigd, tot het vorig jaar verkocht werd aan een onroerend goed maatschappij.

Dit verhaal stond in het aprilnummer 2017 van het digitale magazine van de Stichting Adel in Nederland (AiN). Donateurs van AiN krijgen vier keer per jaar dit digitale magazine toegestuurd boordevol adellijke verhalen en informatie. Voor 17,50 euro per jaar ontvangt ook u dit magazine in uw mailbox en steunt u ons in onze werkzaamheden. Mail voor meer informatie naar .nieuwsbrief@adelinnederland.nl

Herfst op de Wiersse

Afb. De Wiersse in herfstkleuren weerspiegeld in de Baakse Beek.

De Wiersse is één van de acht kastelen van Vorden en kent een rijke geschiedenis, waarbij opeenvolgende geslachten het huis en de tuinen steeds verder verfraaid hebben. De huidige eigenaar, de heer Edward Victor Gatacre, is een rechtstreekse nakomeling van degene die het in 1855 kocht. Sindsdien is er veel gedaan aan huis en landgoed: het huis werd gerestaureerd en vergroot, de tuinen werden hersteld en het landgoed werd gemoderniseerd. Voor de huidige tuinaanleg is de moeder van de heer Gatacre, jonkvrouwe Alice Jacqueline Hortense Julie Aurélie de Stuers (1895-1988), van groot belang geweest. Op jonge leeftijd begon zij al met aanpassingen en verbeteringen, die zij samen met haar latere echtgenoot, de Engelsman William Edward Gatacre (1878-1959), voortzette en die De Wiersse maakt tot wat het nu is: een uniek landschapspark vol verrassende doorkijkjes en met tal van fraaie tuinelementen, die bij iedere wending tijdens het wandelen het oog aangenaam verrassen.

Voor meer informatie over de Wiersse en voor de mogelijkheid om de unieke tuinen te bezichtigen, zie: www.dewiersse.com

Veilingnieuws: het portret van Sophia van der Marck née van Lintelo

Afb. 1. Sophia van der Marck née van Lintelo, olieverf op paneel uit omstreeks 1650, 73 x 58,5 cm. Foto met hartelijke dank aan het Venduehuis der Notarissen in Den Haag/www.venduehuis.com.

Op 21 t/m 23 november vindt de Autumn Auction plaats bij het Venduehuis in Den Haag met o.a. dit portret, dat in de catalogus omschreven staat als ‘Lady van Lintelo-Van der Mark’. Hieronder leest u het verhaal bij dit portret.

Sophia van Lintelo werd geboren als dochter van Evert van Lintelo tot de Marsch en Mechtelt van Veen. De familie Van Lintelo behoorde tot de oude Gelders adel en haar vader werd verschreven in de Ridderschap van Zutphen. Daarnaast was hij markerichter van Harfsen en schepen in Zutphen. Hij was heer van de Marsch, een havezate nabij Zutphen. Het huwelijk van de overgrootvader van Sophia, ook een Evert van Lintelo, met de erfdochter Sophia Mulert bracht dit huis in het bezit van de Van Lintelo’s.

Sophia was de jongste in een gezin met 7 kinderen en voor haar waren er al vijf broers en een zusje geboren. Het waren roerige tijden, want de Tachtigjarige Oorlog was volop in gang en in 1572 werd het huis de Marsch geheel verwoest, toen Zutphen langdurig in de frontlinie lag, terwijl het pas een generatie daarvoor door de grootvader van Sophia nieuw gebouwd was. Over deze grootvader, wederom een Evert van Lintelo, kon men in de oude kronieken lezen: ‘Hij heeft ’t huis op den Marsch voor Zutphen getimmert’. De vader van Sophia was Spaansgezind en haar moeder hertrouwde na zijn dood zelfs Rogier de Mantua, een kapitein in dienst van de Koning van Spanje. Eén broer van Sophia sneuvelde in 1600 in de Slag bij Nieuwpoort, maar ook ander leed trof de familie, want haar enige zusje overleed in 1630 aan de gevolgen van de pest.

Afb. 2. De Marsch op een tekening door Cornelis Pronk uit 1730 © Wikipedia PD.

In 1600 trad Sophia in het huwelijk met Gerdt Brun van der Marck van Evenlo. Hun precieze huwelijkdatum is niet bekend, maar op 25 juli van dat jaar werd er wel een akte met huwelijkse voorwaarden ondertekend, waarin beiden onder meer bepaalden dat zij in dit huwelijk hun vaderlijk erfdeel inbrachten. Hun beider vaders waren dan wel overleden, maar hun moeders waren bij deze gelegenheid aanwezig en ondertekenden het document.

Gerdt Brun van der Marck van Evenlo was een zoon van Bruyn van der Marck en Christina van Bassenn. De familie Van der Marck stamde uit een bastaardtak van de graven Van der Marck, die generaties lang borgmannen waren geweest van Ottenstein in Munsterland. Door het huwelijk van Jurjen van der Marck met Femme ten Hamme waren de Van der Marcks in het bezit gekomen van Evenlo, een havezate die we tegenwoordig kennen onder de naam Everlo.

Hoe het Sophia van Lintelo en haar echtgenoot verder gegaan is, is niet bekend. Wel bekend is hoe het verder ging met de Marsch: de oudste broer van Sophia, natuurlijk Evert geheten, herbouwde de Marsch en gaf het een imposant, kasteelachtig uiterlijk. In deze gedaante bleef het in het bezit van de Van Lintelo’s, bijna tot aan het uitsterven van de familie in 1809. De laatste heer van de Marsch uit de familie Van Lintelo was Arnold Willem Tyman van Lintelo tot de Marsch (1701-1774). Hoewel hij twaalf kinderen kreeg (acht dochters en vier zoons), stierven zijn zoons op jonge leeftijd. De Marsch vererfde op een kleinzoon Van Heeckeren, maar deze verkocht het en de nieuwe eigenaar liet het in 1780 slopen.

Kijk voor de online catalogi van de veilingen op 21 t/m 23 november van het Venduehuis der Notarissen in Den Haag op http://www.venduehuis.com.

Geboren: Van Boetzelaer & Van Boetzelaer

Afb. 1. Het familiewapen Van Boetzelaer.

Philippine Marie Elizabeth barones van Boetzelaer, geboren Utrecht 15 november 2018, dochter van Rutger Meinard baron van Boetzelaer en Karlijn barones van Boetzelaer née van der Gijp.

Anne-Kee Frederique barones van Boetzelaer, geboren Beverwijk 15 november 2018, dochter van Marnix Pieter Paulus baron van Boetzelaer en Linda Marthe Cornélie barones van Boetzelaer née jonkvrouwe van Nispen tot Pannerden.

Afb. 2. De heerlijkheid Asperen kwam begin 15e eeuw door huwelijk in het bezit van de familie Van Boetzelaer. De jonggeborenen stammen uit de tak Asperen en hun grootvader is de huidige heer van Asperen. Tekening door Abraham Rademaker uit 1725, coll. Rijksmuseum Amsterdam.

Veilingnieuws: de tuinen van graaf Bentinck op Sorghvliet

Afb. ‘Sorgvliet’, gewassen inkt op papier door Johannes Nutges (1717-1777). Foto met hartelijke dank aan het Venduehuis der Notarissen in Den Haag/www.venduehuis.com.

Op 21 t/m 23 november vindt de Autumn Auction plaats bij het Venduehuis in Den Haag met o.a. deze tekening van de tuinen van Sorghvliet van de familie Bentinck. Sorghvliet kennen we tegenwoordig beter als het Catshuis, de ambtswoning van de minister-president. Het huis werd oorspronkelijk gebouwd voor de bekende 17e-eeuwse dichter Jacob Cats, maar werd in 1675 aangekocht door de staatsman Hans Willem Bentinck (1649-1709), heer van Rhoon en Pendrecht. Deze raad en kamerheer van Koning-Stadhouder Willem III mocht zich in diens gunst verheugen en kreeg van hem in 1689 de Engelse titels Earl (graaf) of Portland, Viscount (burggraaf) Woodstock en Baron Cirencester.

Zijn oudste zoon volgde hem op in zijn Engelse titels en bezittingen en zijn jongere zoon Willem Bentinck (1704-1774), heer van Rhoon en Pendrecht, verkreeg onder meer Sorghvliet. In 1732 werd hij H.R. Rijksgraaf en een jaar later huwde hij de spraakmakende Charlotte Sophie des H.R. Rijksgravin von Aldenburg, die door de schrijfster Hella Haasse vereeuwigd werd in ‘Mevrouw Bentinck. Onverenigbaarheid van karakter & De groten der aarde’.

Op Sorghvliet werden door vader en zoon Bentinck tuinen aangelegd, die in hun tijd grote vermaardheid genoten en die bezoekers uit binnen- en buitenland aantrokken. Wat er eens was, moet vergelijkbaar zijn geweest met de tuinen van Het Loo. Van deze tuinen is niets overgebleven, maar tekeningen zoals deze laten zien hoe groots de aanleg eens was.

De tekening betreft kavel 41, meet 19 x 27,5 cm, is gesigneerd door Johannes Nutges (1717-1777) en wordt geschat op 250-350 euro.

Kijk voor de catalogus online van deze veiling op http://www.venduehuis.com of bezoek de kijkdagen op 16 t/m 19 november tussen 10.00-16.00 uur in het Venduehuis der Notarissen in Den Haag.

Tentoonstelling ‘Adel in beeld’: nog t/m zondag 18 november

Afb. 1. Detail van het prominente schilderij op deze tentoonstelling van Assueer Schimmelpenninck van der Oije door Dirck van Loonen.

Wie de tentoonstelling ‘Adel in beeld’ nog wil zien in Zutphen in het Hof van Heeckeren moet snel zijn, want zondag 18 november is de laatste gelegenheid! Portretten, voorwerpen, zilver en porselein uit museumbezit, maar ook uit particulier bezit, vertellen hier het verhaal van vier adellijke families: Van Heeckeren, Van der Capellen, Schimmelpenninck van der Oije en Van Westerholt. Deze hebben hun stempel op de stad en het Graafschap Zutphen gedrukt.

In de kleine, maar monumentale, binnenstad van Zutphen staat een uitzonderlijk groot aantal stadspaleizen van adellijke families. De meeste paleizen stammen uit de zeventiende eeuw en bevinden zich met name rond het ’s Gravenhof. Het Hof van Heeckeren, waar de Musea Zutphen sinds 2017 in gevestigd zijn, is hier een mooi voorbeeld van. Het verhaal van de tentoonstelling Adel in Beeld begint bij de ingang van de musea, bij de Schelpenkoepel. De Schelpenkoepel is in 1697 gebouwd door ambassadeur Walraven II van Heeckeren en deed dienst als achteringang van het stadspaleis van de familie Van Heeckeren. Met de recente vestiging van de Musea Zutphen in het oude stadspaleis, is het verhaal van het Stedelijk Museum Zutphen rond. In 1877 was gemeentearchivaris Ludolph baron van Heeckeren van Waliën namelijk een van de oprichters van de Oudheidkamer, waaruit het Stedelijk Museum is voortgekomen. Een bezoek aan de musea staat gelijk aan dwalen door de tastbare geschiedenis van deze en andere adellijke families.

Afb. 2. Links de portretten van het echtpaar Van der Capellen-Schimmelpenninck van der Oije en rechts het grote portret van Assueer Schimmelpenninck van der Oije met zijn bediende en een mastiff-achtige hond, een voorloper van een Anatolische herdershond, die hij van een reis naar het buitenland meebracht.

Op het schilderij van Dirck van Loonen is Assueer Schimmelpenninck van der Oije geportretteerd. Hij vertrok rond 1657 voor een jaar naar het Heilige Land om handelsovereenkomsten te beslechten. De reis wordt ook wel gezien als kroon op zijn opvoeding. Bij terugkeer in Zutphen liet hij zich in dit prachtige Turkse kostuum portretteren om de herinnering aan zijn reis levend te houden. De mastiff-achtige hond, een voorloper van een Anatolische herdershond, is als souvenir door hem meegebracht.

De familie Schimmelpenninck was goed vertegenwoordigd in Zutphen. In 1672 waren er ruim tien huishoudens Schimmelpenninck. Dit jonge adellijke geslacht had veel macht in de stad en bekleedde voornamelijk hoge (bestuurs)functies. Dit gold ook voor de familie Van der Capellen. Een van de leden van deze familie is landelijk bekend en berucht geworden. Robert Jasper van der Capellen tot den Marsch was aan het einde van de achttiende eeuw een van de belangrijkste patriottenleiders in Nederland. Hij werd vanwege zijn anti-Oranjegezinde activiteiten ter dood veroordeeld, maar wist net op tijd naar Frankrijk te vluchten.

Lang niet alle adellijke families hebben de tand des tijds overleefd. De familie Van Westerholt van Hackfort, die behoorde tot de oude landadel, bezat meerdere landhuizen in het Graafschap Zutphen. Kasteel Hackfort is na de dood van de laatste baron en zijn zussen in 1981 nagelaten aan Natuurmonumenten. Het Stedelijk Museum Zutphen ontving de collectie, een deel hiervan is te zien in de tentoonstelling.

Link naar meer informatie over bezoekmogelijkheden http://www.museazutphen.nl

Afb. 3. Bruiklenen uit adellijk bezit op de tentoonstelling ‘Adel in beeld’: Frans porselein met het Van Heeckeren wapen en familiezilver.

Boekennieuws: Martenastate. Proeftuin van het paradijs

Afb. Op de achtergrond Martenastate met als inzet de tragische jonkheer Duco Martena van Burmania Vegelin van Claerbergen (1859-1894).

Wie in het Friese Koarnjum het huidige huis Martenastate ziet met zijn ranke torentje, zal niet vermoeden dat dit huis van ruim een eeuw oud een veel oudere voorgeschiedenis heeft met roemrijke bewoners. Het huidige huis werd honderd jaar geleden gebouwd en kwam in de plaats van de eeuwenoude Martenastate, die in 1900 werd afgebroken vanwege de bouwvallige staat.

In ‘Martenastate. Proeftuin van het paradijs’ is de rijke geschiedenis van deze state nu zeer leesbaar vastgelegd. In de opeenvolgende hoofdstukken komen verschillende facetten aan bod. Zo is er een hoofdstuk over het eens machtige adellijke geslacht Martena en zijn er bv. hoofdstukken over de beheerproblemen in meer recente tijden en het groene verleden van de state, maar ook over de aanwezige stinzeflora, die er nu nog ruim te vinden is.

Voor volgers van AiN zal vooral het hoofdstuk ‘Een onafwendbaar familiedrama – het einde van Duco’ zeer aanspreken. Hierin wordt het tragische verhaal verteld van jonkheer Duco Martena van Burmania Vegelin van Claerbergen (1859-1894). Hij werd geboren in een rijke, adellijke familie en was voorbestemd om als enige mannelijke erfgenaam de familietraditie op Martenastate voort te zetten. Duco werd echter gekweld door depressies en kon aan de hoge verwachtingen die op hem rustten niet voldoen. Uiteindelijk koos hij zelf voor de dood en legateerde Martenastate aan de hervormde kerkvoogdij, die het enkele jaren daarna liet afbreken.

In het rijkgeïllustreerde boek is daarnaast veel interessante informatie over aan Martenastate gerelateerde onderwerpen in afzonderlijke kaders opgenomen. Zo is er het verhaal over de admiraal-staf van Duco van Martena en het verhaal over de familiegrafheuvel op het landgoed, maar ook kleinere verhalen als dat over zwanehalsbanden en het tafeltje van voornoemde Duco. Een uitgebreide genealogie achterin brengt de vererving van Martenastate op de opeenvolgende geslachten Van Martena, Van Burmania en Vegelin van Claerbergen overzichtelijk in beeld.

Benieuwd geworden naar het boek? Kijk voor meer informatie en bestelmogelijkheid op http://www.wijdemeer.nl/webshop/Martenastate-Proeftuin-van-het-paradijs/1

Tentoonstelling Schelte van Aysma: nu ook in Duitsland

Afb. De replica van de unieke helm van de Friese kolonel Schelte van Aysma maakt deel uit van de tentoonstelling in Bunde.

In het Duitse Bunde werd afgelopen zaterdag een tentoonstelling geopend over de Friese kolonel Schelte van Aysma (1578-1637). In de Evangelisch-Reformierte kerk aldaar is deze tot het einde van het jaar te bezichtigen. ds. Heiko Rademaker uit Bunde en Henk Bies namens Skeltemania, spraken de aanwezigen toe, waarna een korte film over het leven van Schelte werd getoond, speciaal voor deze gelegenheid voorzien van Duits ingesproken commentaar. Hierna leidde André Buwalda de aanwezigen langs de tentoonstelling.

Dankzij het theaterstuk Skeltemania, onderdeel van het project Under de Toervan de Culturele Hoofdstad 2018, ontstond er een partnerschap tussen Schettens en Bunde. Het hebben van een Europese partner is één van de vijf pijlers van een Under de Toer project.

Deze samenwerking leidde al eerder tot een aantal ontmoetingen wederzijds, waarbij een Duitse delegatie in september het theaterstuk in Schettens bijwoonde.

Schelte van Aysma was van 1628-1631 de eerste commandeur van de toen gloednieuwe Langackerschans, nu bekend als Bad Nieuweschans. In zijn laatste jaar op de schans liet hij brood uit Bunde halen, omdat het brood in de schans te duur voor de soldaten was, waardoor er een opstand dreigde uit te breken.

Dit gegeven sprak de inwoners van Bunde zo aan, dat dit het thema werd van de Nederlands-Duitse samenwerking: Brot und Spiele.

In de tentoonstelling worden negen themas behandeld, zoals de militaire carrière van Schelte en de ontdekking van de helm en grafkelder. Dezelfde tentoonstelling was ook te zien in het Skeltemuseum(Dorpshuis De Terp), tijdens de zes uitverkochte voorstellingen van Skeltemania.

Wereldoorlog I 1918-2018 & Nederlandse adel

Vandaag op 11 november wordt herdacht dat 100 jaar geleden de Eerste Wereldoorlog eindigde, toen de wapenstilstand werd gesloten. Het was een oorlog met 8-10 miljoen doden op de slagvelden, ruim 2 miljoen burgerslachtoffers en nog meer miljoenen die stierven door de gevolgen van ziektes door schaarste en gebrek. Ook al bleven wij als Nederland neutraal, toch ondervonden wij ook hier de gevolgen door schaarste aan goederen en eten, talrijke vluchtelingen (meer dan een miljoen Belgen zocht hier hun toevlucht), slachtoffers op zee en door Nederlanders die meevochten in vreemde krijgsdienst.

De Nederlandse adel had (en heeft) een internationaal karakter en dit zorgde voor huwelijksbanden met en zelfs vestiging in andere landen, die actief betrokken waren bij oorlog. Hierdoor nam een aantal Nederlandse edelen ook actief deel aan de strijd. Sommige adellijke families kwamen in een spagaat terecht, want deze hadden zich gesplitst in verschillende takken, die aan beide zijdes meevochten. Hieronder een aantal voorbeelden.

Afb. 1. William Frederick Charles Henry graaf Aldenburg Bentinck (1880-1958) in het uniform van Garde du Corps in Pruisische dienst in 1904 door Armin Horovitz. Coll. kasteel Middachten/www.rkd.nl.

Bentinck
De familie Van Aldenburg Bentinck kent een Engelse en een Nederlandse tak. Een Engelse neef, Henry Duncan Count (graaf) Bentinck (1881-1916), was majoor bij de Coldstream Guards en vocht mee in de beruchte Slag aan de Somme, waarbij meer dan een miljoen soldaten sneuvelden. Hij overleed vijfendertig jaar oud aan zijn verwondingen. Twee Nederlandse neven van hem vochten mee aan Duitse zijde: William Frederick Charles Henry graaf Aldenburg Bentinck (1880-1958) eerst als luitenant-kolonel en later als ritmeester bij het Kurasierregiment van de Garde du Corps en Frederik George Unico Willem graaf Bentinck (1888-1942) als luitenant bij hetzelfde regiment. Hierbij moet overigens opgemerkt worden dat beide broers de Duitse en Engelse nationaliteit bezaten en pas in 1920 als Nederlander werden genaturaliseerd en in de Nederlandse adel werden ingelijfd.

Clifford Kocq van Breugel
Jonkheer Willem Hendrik Clifford Kocq van Breugel (1856-1933) werd geboren in Hellevoetsluis, maar zijn vader werd in 1875 als ‘Clifford Kocq von Breugel’ opgenomen in de Pruisische adel. Willem Hendrik vocht mee aan Duitse zijde, bereikte de rang van generaal-majoor en werd commandant van de cavalerie brigade in Darmstadt. Hij ontving vele Duitse Orden als: het Pruissisch IJzeren Kruis, de Preussischer Roter Adlerorden 2. Klasse mit Eichenlaub, Preussischer Roter Adlerorden 3. Klasse mit Schleife en de Preussische Kronen-Orde 3. Klasse.

Afb. 2. René Felix Willem graaf van Bylandt (1879-1931). Foto met dank aan ‘Iconografie van het Geslacht van Limburg Stirum’ door C.J. graaf van Limburg Stirum..

Van Bylandt
De familie Van Bylandt heeft een Nederlandse en een Duitse tak. Van de Nederlandse tak vocht aan Duitse zijde mee: René Felix Willem graaf van Bylandt (1879-1931). Hij was eerst luitenant-kolonel bij het 1e Rheinische Huzaren Regiment nr. 7 en later ritmeester bij het 2e Huzaren Regiment. Bij zijn overlijden – hij stierf door een auto-ongeval – schreef men (in het juninummer 2017 van het magazine van AiN staat zijn levensverhaal): “Zijn zware tijd kwam met de ineenstorting van het Duitsche rijk dat hem tot een tweede vaderland geworden was, waardoor hem vele illussies benomen werden.”

De Casembroot
Jonkheer Franz Rudolf de Casembroot (1883-1962). Zijn vader werd in 1903 genaturaliseerd als Pruis. Franz Rudolf vocht mee aan Duitse zijde en was eerst luitenant en adjudant bij het Schlesische Feld-Artillerie Regiment nr. 6 en werd uiteindelijk kolonel bij de artillerie.

Afb. 3. Jonkheer Jacob August Cornelis Hartsen (1891-1916). Foto met dank aan Groenegraf.nl.

Hartsen
Jonkheer Jacob August Cornelis Hartsen (1891-1916) werd geboren in Baarn, maar werd in 1911 ingelijfd in de adel van het Koninkrijk Saksen. Hij trad als 1e luitenant bij de cavalerie in Saksische dienst en sneuvelde op 15 juli 1916 bij een luchtgevecht bij Mons en Chaussée (Somme) in Frankrijk. Hij was de laatste mannelijke nakomeling van zijn tak en stamhouder van zijn familie (link naar een verhaal over hem online https://groenegraf.blogspot.com/2012/06/een-baarnse-jonkheer-sterft-aan-het.html )

Van Limburg Stirum
Deze familie kent een Nederlandse, Belgische en Duitse tak en leden vochten aan Belgische en Duitse zijde. Toen een graaf uit de Belgische tak krijgsgevangen werd genomen, werd hij geïnterneerd op Eberspark, het landgoed van de Duitse tak, en bracht daar in comfortabele omstandigheden zijn krijgsgevangenschap door. Twee leden van de Nederlandse tak vochten mee aan Duitse zijde: Jules Menno Frederik graaf van Limburg Stirum (1877-1954) als ritmeester in Pruisische dienst en zijn broer François Theodor graaf van Limburg Stirum (1879-1952) ook als ritmeester bij het 2e Grossherzogliche Hessische Leibdragoner Regiment nr. 24.

De Marchant et d’Ansembourg
De familie kent een Nederlandse, Luxemburgse en Belgische tak. Uit de twee laatsgenoemde takken vochten leden mee aan geallieerde zijde, terwijl uit de Nederlandse tak Maximilianus Victor Eugène Hubertus Josef Maria graaf de Marchant et d’Ansembourg (1894-1975) zich op achttienjarige leeftijd tot Pruisisch staatsburger liet naturaliseren en aan Duitse zijde meevocht, waar hij de rang van res.-1e luitenant artillerie bereikte.

Nahuys
Jonkheer Johan Leonard Nahuys (1870-1928) was in de jaren 1901-1906 burgemeester van Limmen. Kort voor de Eerste Wereldoorlog werd hij genaturaliseerd tot Duits Staatsburger en vocht vervolgens als res.-kapitein in Duitse dienst in de oorlog mee.

Rendorp
Jonkheer Piet Joachim Roger Rendorp (1877-1957) trad als officier in Pruisische dienst en vocht aan Duitse zijde mee als ritmeester bij het 2e Hannoveraanse Uhlanen Regiment nr. 14.

Afb. 4. Jonkheer Carel Jan Julius Storm van ´s-Gravesande (1865-1927) en zijn zusje jonkvrouwe Johanna Bertha Storm van ‘s Gravesande (1870-1956). Foto part. coll.

Storm van ’s Gravesande
Jonkheer Albertus Wilhelmus Storm van ’s Gravesande (1873-1915). Zijn vader werd nog geboren in Zutphen, maar vestigde zich in Duitsland en huwde een Duitse vrouw. Albertus Wilhelmus was eerst kapitein bij het 1e Westfälische Infanterie Regiment nr. 13 en werd majoor bij de infanterie in Pruisische dienst. Hij sneuvelde op 24 oktober 1915 bij Dvinks (Rusland) tijdens gevechtshandelingen tegen de Russen.

Jonkheer Carel Jan Julius Storm van ´s-Gravesande (1865-1927). Via zijn moeders familie was hij verwant aan de Duitse hoogadel. Hij had een onrustige natuur, zat op verschillende kostscholen, maakte reizen naar onder meer Ned.-Indië en trad in Duitse dienst. Onder welke rang hij meevocht, is niet bekend, maar wel bleef in de familie nog lang het IJzeren Kruis bewaard, waarmee hij onderscheiden werd.

Teixeira de Mattos
Jonkheer Marie Johan Teixeira de Mattos (1896-1990) vocht aan Duitse zijde mee als luitenant in het Huzarenregiment Königin Wilhelmina der Niederlanden.

Afb. 5. Maurice Arthur baron van Tuyll van Serooskerken (1888-1915).

Van Tuyll van Serooskerken
Maurice Arthur baron van Tuyll van Serooskerken (1888-1915) had een grootvader, die een Engelse echtgenote huwde. Ook zijn vader trouwde een Engels vrouw en werd luitenant bij de Royal Gloucestershire Hussars. Nadat de vader van Maurice op jonge leeftijd was overleden, sloot zijn moeder een schitterend huwelijk met de 9th Duke of Beaufort en werd zij hertogin. Maurice werd in 1908 2e luitenant en nadien ritmeester, om uiteindelijk kapitein bij de 10th (Prince of Wales’s Own) Royal Hussars te worden. Hij sneuvelde op 13 mei 1915 in Ieper, West-Vlaanderen, waar nog heden zijn graf te vinden is.

De Weichs de Wenne
Joseph Maria Hubertus Franciscus Johannes baron de Weichs de Wenne (1888-1965) werd geboren in Duitsland uit een van oorsprong Duitse familie, maar zijn overgrootvader werd in 1816 opgenomen in de Nederlandse adel en hiermee kreeg deze tak van het geslacht de Nederlandse nationaliteit. Hij vocht als res.-luitenant veldartillerie in Pruisische dienst mee in de Eerste Wereldoorlog, maar toen de oorlog afgelopen was, keerde hij terug naar Nederland en werd burgemeester van Wanssum (1923-1953) en van Meerlo (1937-1953), en kamerheer i.b.d. van Koningin Wilhelmina en Koningin Juliana.

Afb. 6. Op de foto zittend in het midden: Her Grace The Duchess of Beaufort née Louisa Emily Harford (1864-1945) en douairière Charles Frederic baron van Tuyll van Serooskerken. Tijdens de Eerste Wereldoorlog zou zij als oorlogsvrijwilligster dienst doen en gewonden verzorgen. Van links naar rechts haar kinderen François Charles Owen (‘Frankie’) baron van Tuyll van Serooskerken (1885-1952), Lady Blanche Linnie Somerset (1897-1968), Lord Henry Hugh Arthur Fitzroy Somerset, Marquess of Worcester (1900-1984), Maurice Arthur baron van Tuyll van Serooskerken (1888-1915), die in Ieper sneuvelde, en Lady Diana Maud Nina Somerset (1898-1935). Foto met dank aan www.badmintonvillage.com