Nieuwe voorzitter Stichting Duivenvoorde: Arent van Wassenaer

Afb. 1. V.l.n.r. drs. Antoinette van Dorssen, directeur kasteel Duivenvoorde, mr. Arent baron van Wassenaer, heer van de beide Catwijcken en ‘t Zandt, de nieuwe voorzitter van Stichting Duivenvoorde, en rechts drs. Adrienne Vriesendorp-Dutilh, oud-voorzitter Stichting Duivenvoorde. Foto met hartelijke dank aan kasteel Duivenvoorde/www.kasteelduivenvoorde.nl.

Vorig jaar oktober kreeg kasteel Duivenvoorde een nieuwe directeur, Antoinette van Dorssen, en nu is er ook een nieuwe voorzitter van het stichtingsbestuur: mr. Arent baron van Wassenaer.

Zijn voorouders worden sinds 1226 genoemd als heren van Duvenvoirde en de Van Wassenaers zouden hier tot in de 18e eeuw blijven wonen, waarna het in de vrouwelijke lijn vererfde op de geslachten Torck, Neukirchen genaamd Nijvenheim, Steengracht en Schimmelpenninck van der Oye.

In zijn toespraak zei Arent van Wassenaer onder meer: “Dat ik nu deze rol als voorzitter mag vervullen daar ben ik, ook gezien mijn familiegeschiedenis, heel trots op” en “In 2026 bestaat Duivenvoorde 800 jaar, ik zou Duivenvoorde dan heel graag ook weer klaar willen hebben voor de komende 800 jaar. Beheer en behoud van Duivenvoorde op duurzame wijze, dat zou ik graag zien.”

Arent van Wassenaer is Chef de Famille en trad in 2017 op kasteel Duivenvoorde in het huwelijk; lezers van het digitale magazine van AiN zullen zich de fraaie huwelijksfoto’s op Duivenvoorde zeker herinneren.

Link naar de website van kasteel Duivenvoorde met het hele bericht: https://www.kasteelduivenvoorde.nl/nieuws/2019/02/ik-wil-graag-een-duurzame-toekomst-voor-duivenvoorde/

Afb. 2. Kasteel Duivenvoorde statig weerspiegeld in de slingerende vijver.

Online veiling Venduehuis: baron Van Breugel Douglas, ambassadeur & schilder

Afb. ‘Dorpje aan de Mediterraanse kust’ door Casper baron van Breugel Douglas. Foto met hartelijke dank aan het Venduehuis der Notarissen in Den Haag/www.venduehuis.com.

Tot 11 februari vindt er een online Fine Art & Zilver veiling plaats bij het Venduehuis in Den Haag met o.a. dit schilderij door Casper baron van Breugel Douglas (1896-1982). Hieronder leest u het verhaal hierbij.

Casper baron van Breugel Douglas werd geboren op 5 januari 1986 in het Zwitserse Vevey als zoon van mr. Robert baron van Breugel Douglas (1864-1924) en de Russische Vera Vassilievna Khlebnikoff (1860-1909). Zijn vader stamde uit een geslacht dat zijn oorsprong in de 16e eeuw in Breugel vond en dat in de loop der eeuwen vele bestuurders zou voortbrengen.

In 1815 werd voorvader mr. Casper van Breugel (1752-1833) in de Nederlandse adel verheven en negen jaar later kreeg hij de titel baron bij eerstgeboorte. Hij huwde in 1781 Mary Douglas (1755-1793), die uit een bekende Schotse familie afkomstig was en in 1861 werd door nakomelingen de naam Douglas toegevoegd.

Casper was de tweede zoon in het gezin, maar zijn oudste broertje – ook Casper geheten – overleed reeds enkele maanden na de geboorte. Na Casper werd er nog een zusje geboren. Casper koos voor de diplomatieke dienst en zou uiteindelijk buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister in de jaren 1937-1941 in Athene, in 1942 in Chunking en in de jaren 1943-1946 in Moskou worden. Door deze laatste benoeming zou hij zou de eerste Nederlandse ambassadeur in Rusland worden sinds de Russische Revolutie. In 1928 huwde hij in Boekarest de Roemeense Aga Iona Maria Berendei (1901-1970), die hij hier tijdens zijn diplomatieke carrière als gezantschapssecretaris 1e klasse had leren kennen. Samen kregen zij een dochter.

Nadat hij de diplomatieke dienst vaarwel gezegd had, vestigden hij en zijn echtgenote zich in het Franse Cannes. Hier kunnen hij zich wijden aan het schilderen en uit deze periode moet het schilderij ‘Dorpje aan de Mediterraanse kust’ dateren. Op 10 augustus 1982 kwam hij in Cannes als 5e en laatste baron Van Breugel Douglas te overlijden en met hem stierf de baronale tak van het geslacht Van Breugel in mannelijke lijn uit.

Kijk voor meer informatie over deze online veiling bij het Venduehuis der Notarissen op www.venduehuis.com met de online catalogus.

Geboren: De Rotte

Afb. Het familiewapen De Rotte.

Jonkvrouwe Annemijn Anke de Rotte, geboren Leiden 30 januari 2019, dochter van jonkheer Pieter IJsbrand Lucas Reinder de Rotte en Linda de Rotte née Oldemans.

Kasteelcollega’s op Cannenburch gezocht

Afb. Het kasteel Cannenburch in Vaassen werd vanaf 1558 tot in 1881 bewoond door de baronnen D’Isendoorn à Blois en was in de jaren 1882-1906 eigendom van de baronnen Van Lynden.

Werken op een unieke locatie in Gelderland, families een onvergetelijke dag bezorgen en samenwerken met zeer betrokken collega’s.

Kasteel Cannenburch zoekt vrijwillige collega’s met een warm welkom. Er zijn verschillende functies mogelijk: het wegwijs maken van bezoekers door het kasteel als suppoost, het schenken van koffie en thee in het café of de verkoop van museumartikelen en entreekaarten in de kasteelwinkel. Wij vragen een beschikbaarheid van 4 dagen per maand van 12.00 – 17.00 uur, waarvan 1 dag in het weekend en het hebben van een emailadres. Ook het werken in de historische moestuin op de dinsdagochtend behoort tot de mogelijkheden.

Iets voor jou? De koffie staat klaar op zaterdag 23 februari om 14.00 uur. Je maakt kennis met toekomstige collega’s en om 15.00 uur nemen we je mee voor een rondleiding over de begane grond van het kasteel. Meld je nu aan via cannenburch@glk.nl  en er staat die middag een goodiebag met informatie en cadeautjes van Geldersch Landschap & Kasteelen voor je klaar.

Geboren: Fokker

Afb. De familiewapens Fokker (links) en Bloys van Treslong (rechts).

Aurélie Adriana Alice Fokker, geboren Hamburg 25 januari 2019, dochter van Alexander Hendrik Gustaaf Fokker en Cécile Yelka Ottony Fokker née jonkvrouwe Bloys van Treslong.

De familie Fokker is een familie uit het blauwe boekje van het Nederland’s Patriciaat.

De baronie van Asperen, door jonkheer mr. Dolph Boddaert

In de decemberuitgave van het digitale magazine van de Stichting Adel in Nederland stond onder meer onderstaand verhaal over de baronie van Asperen door jonkheer mr. Dolph Boddaert. Deze baronie was eeuwenlang in het bezit van het geslacht Van Boetzelaer en is na een onderbreking sinds 1938 opnieuw familiebezit van de Van Boetzelaers. Het magazine van AiN wordt vier keer per jaar per mail aan de donateurs toegestuurd. Voor 17,50 euro per jaar kunt u donateur worden, steunt u ons in onze werkzaamheden en krijgt ook u dit digitale magazine toegestuurd. Mail voor meer informatie naar nieuwsbrief@adelinnederland.nl

Afb. 1. Het familiewapen Van Boetzelaer.

De oudste geschiedenis van de heerlijkheid, later baronie, van Asperen is alleen fragmentarisch bekend. In de twaalfde eeuw was de heerlijkheid in het bezit van de heren van Arkel. Zo wordt vermeld, dat Jan III van Arkel overleed in 1112, waarna zijn zoon Volpert hem opvolgde als heer van Arkel. De zoon van Volpert, Gerrit, verkocht de heerlijkheid aan zijn neef Jan VII van Arkel. In 1204 verwoest graaf Willem I van Holland het vermoedelijk twaalfde-eeuwse kasteel Waddenstein van de familie van Arkel en de stad zelf. Johan van Arkel bouwt het kasteel weer op.

Na het overlijden van Jan de Sterke van Arkel in 1272 verkreeg zijn zoon Otto van Arkel Asperen. Otto droeg de heerlijkheid in 1313 op aan graaf Willem III van Holland, die hem de heerlijkheid vervolgens weer in leen gaf.

In 1354 ging de heerlijkheid door huwelijk over aan Dirk van Polanen van der Leck. Zijn zoon Otto van Polanen volgde hem op, maar deze had geen zoons. Hij liet de heerlijkheid Asperen na aan zijn dochter Elburg. Zij verkreeg het kasteel Waddenstein aan de noordkant van Asperen. Zij trouwde met Jan van Langerak en hun dochter Elburg van Langerak trouwde omstreeks 1430 met Rutger IV van den Boetzelaer, geboren omstreeks 1405, die aldus heer van Asperen werd.

Intussen maakte de zuster van Elburg van Polanen, genaamd Cunegonda, eveneens aanspraak op de heerlijkheid Asperen. Zij was getrouwd met Frederik van Rechteren, en na haar overlijden in 1437 werd haar zoon Sweder van Rechteren beleend met Asperen. Deze droeg zijn rechten kort daarna over aan Arend Pieck van Beesd. In 1444 komt het tot een voorlopige verzoening tussen enerzijds Rutger van den Boetzelaer en zijn vrouw Elburg, en anderzijds Arend Pieck. Rutger wordt erkend als heer van half Asperen en eigenaar van het slot Waddenstein bij de Heukelumse poort. Arend Pieck behield de andere helft van de heerlijkheid Asperen en het kasteel Lingenstein aan de zuidkant van Asperen bij de Gellecomse poort.

Later ontstaat er toch weer onenigheid tussen de beide rivalen. Op een kwade dag in 1460 lokt een verwant van Arend Pieck, genaamd van Vuren (in sommige kronieken aangeduid als Willem van Buren) de ongewapende Rutger van den Boetzelaer buiten de slotpoort en schiet hem dood met een knipbus.

Afb. 2. De knip- of knijpbus was een 15e–eeuws handvuurwapen dat kleiner en gemakkelijker te hanteren was dan de in die tijd meer bekende haakbus. Op de knipbus was een eerste zeer primitieve vorm van trekkermechanisme aanwezig. Door de trekker naar boven te knijpen bewoog de haan met daarin het gloeiende lont omlaag en deed deze de kruitlading in het zundgat boven in de loop ontbranden. Op deze wijze werd het wapen afgevuurd. Foto met dank aan het Nationaal Militair Museum.

Van Vuren vlucht daarna naar het kasteel van Arend Pieck, dat vervolgens namens de graaf van Holland door de heer van Brederode werd belegerd. Willem van Vuren wilde vluchten, maar werd gegrepen, naar Den Haag gebracht en aldaar in 1461 onthoofd.

De helft van de heerlijkheid Asperen, beleend aan Arend Pieck, werd verbeurd verklaard en verkocht aan Karel de Stoute, hertog van Bourgondië, die dan ook in 1461 gehuldigd werd als heer van Asperen. Maar vervolgens wist een zoon van Arend Pieck, genaamd Gijsbert Pieck, tegen betaling van 1000 guldens de halve heerlijkheid weer van hertog Karel te verwerven, maar niet voor lang. In 1480 kwam het tot oorlog tussen hertog Karel en Maximiliaan van Oostenrijk. Gijsbert Pieck koos de kant van hertog Karel, maar zijn kasteel werd door de Hollanders belegerd, waarna Gijsbert naar Gelderland vluchtte. De halve heerlijkheid werd voor de tweede maal verbeurd verklaard en Maximiliaan van Oostenrijk en Maria van Bourgondië gaven op 12 februari 1481 de heerlijkheid Asperen in leen aan Wessel van den Boetzelaer, de zoon van de in 1460 doodgeschoten Rutger. Toen ook zijn moeder Elburg van Langerak overleed, werd Wessel op 7 augustus 1488 ook met de andere helft van Asperen beleend. Vanaf dat moment was hij onverdeeld heer van Asperen.

Na zijn dood in 1492 ging de heerlijkheid Asperen over op zijn zoon Rutger V van den Boetzelaer. Omdat Langerak in 1536 werd geplaatst op de lijst van ridderhofsteden in Utrecht, werd Rutger V sinds dat jaar ook beschreven in de ridderschap van Utrecht. Vervolgens werd de heerlijkheid Asperen in 1544 door keizer Karel verheven tot baronie. Vanaf dat moment worden de heren van den Boetzelaer aangeduid met ‘baron van Asperen, heer van Langerak’.

Zijn zoon Wessel VII wordt in 1612 door keizer Mathias verheven tot baron van het Heilige Roomse Rijk. In 1613 kreeg hij zitting in de ridderschap van Holland. Enige jaren later was hij betrokken bij een poging om de gevangengenomen Johan van Oldenbarnevelt te bevrijden. Wessel overleed in 1632.

Uit zijn huwelijk met Amelia van Marnix van Sint Aldegonde stamt Rijksbaron Philip Jacob I van den Boetzelaer, vanaf 1632 heer van Asperen en vriend en vertrouweling van prins Willem II. Na de mislukte staatsgreep door Willem II en diens overlijden werd Philip Jacob betrokken in het proces tegen de griffier van de Staten Cornelis Musch, waarbij beiden van corruptie beschuldigd werden. Hij overleed in 1652.

Philip Jacob I had twee zonen uit zijn huwelijk met Anna van der Noot. De oudste was ook genaamd Philip Jacob II (1634 – 1688), getrouwd met Marie Cornelia van der Mijle; hij volgde in 1652 zijn vader op als heer van Asperen. Hij was prinsgezind. Op de noodlottige 20e augustus 1672 was hij in vergadering van de Staten van Holland, toen zich ‘een tumult omtrent de voorpoort’ voordeed. Claude Frédéric t’Serclaes de Tilly had op dat moment als commandant het bevel over de ruitercompagnieën die de gevangenpoort in Den Haag bewaakten. Philip Jacob zou toen het bevel aan de Tilly hebben gegeven om zich terug te trekken, waarna het gepeupel vrij spel kreeg om de gebroeders de Witt te vermoorden. In het zelfde jaar 1672 wordt het kasteel Waddenstein evenals het kasteel Heukelum door de Franse troepen opgeblazen, waarna de fundamenten worden afgebroken. Philip Jacob II overlijdt in 1688.

Afb. 3. Gezicht op kasteel Waddestein te Asperen, Jacobus Schijnvoet, naar Roelant Roghman, 1711– 1774. Coll. Rijksmuseum Amsterdam.

De jongste zoon van Philip Jacob I was Carel (1635 – 1708), in eerste echt getrouwd met Anna Catharina Musch (1641 – 1667), een dochter van de eerdergenoemde Cornelis Musch, en vervolgens met Sophia Ferens (1643 – 1721). Uit het tweede huwelijk stamt de huidige familie van Boetzelaer.

Uit het eerste huwelijk van Carel en Anna Catharina Musch stamt Philip Jacob IV 1664 – 1706, getrouwd met Paulina Ipermans.

Na het overlijden van Philip Jacob II in 1688 verkreeg zijn dochter Anna Magdalena de baronie van Asperen, aanvankelijk voor de helft met haar zuster Marie Cornelia, maar na haar overlijden in 1714 geheel. Hun oudere broer Philip Jacob II was al in 1686 overleden. Bij uiterste wildbeschikking liet zij Asperen na aan haar neef Philip Jacob V, de zoon van Philip Jacob IV.

Philip Jacob V (1690 – 1772) werd na het overlijden van zijn tante Anna Magdalena in 1721 heer van Asperen. In 1730 werd hij door keizer Karel VI verheven tot Rijksgraaf. Hij trouwde met Constantia Maria Dutry van Haeften 1698 – 1760, een dochter van Benjamin Dutry, die in 1712 de heerlijkheid Haaften door koop verkreeg.

Uit dit huwelijk werd geboren Philip Marie Rijksgraaf van den Boetzelaer (1738 – 1811), vanaf 1773 heer van Asperen. Hij trouwde in 1777 met Johanna Aleida Heuvelmans (1750 – 1783). De twee kinderen uit dit huwelijk zijn jong gestorven. In 1795 werd de Bataafse Republiek uitgeroepen en de stadhouder Willem V wordt van zijn ambten vervallen verklaard. Op 1 mei van dat jaar wordt de Staatsregeling voor het Bataafse volk aangenomen. Hierin werd onder meer verklaard: ‘Alle zogenaamde heerlijke rechten en titels zijn van nu af aan mede in de Nederlandse republiek afgeschaft en vernietigd’. Dit blijft zo tot de nieuwe Grondwet van 1814, waarbij de heerlijke rechten voor een deel hersteld werden. Maar Philip Marie heeft dit niet meer mogen meemaken. Hij overleed in 1811 en hiermee stierf de grafelijke tak van de familie van den Boetzelaer uit. Bij testament had Philip Marie zijn neef Elias Dutry, heer van Haeften en burgemeester van Zaltbommel (1744 – 1812) tot universeel erfgenaam benoemd.

Afb. 4. Gezicht op Asperen. Tekening door Abraham Rademaker uit 1725. Coll. Rijksmuseum Amsterdam.

Een jongere broer van Philip Marie, Benjamin van den Boetzelaer (1742 – 1807) had een dochter Elisabeth Henriette van den Boetzelaer (1777 – 1813), die getrouwd was met viceadmiraal Gerrit Verdooren, 1757 – 1824. Verdooren had deelgenomen aan de slag bij de Doggersbank in 1781 en was daarom in 1815 benoemd tot commandeur van de Militaire Willemsorde. Bij KB van 28 juli 1815 nr. 1 werd zijn naam gewijzigd in Verdoorn van Asperen, met de toevoeging, dat deze naam niet erfelijk zou zijn. Kennelijk is Verdooren niet in het bezit van de heerlijkheid geweest.

Elias Dutry van Haeften trouwde in 1794 met Stijntje Bruggink (1774 – 1846). Door zijn dood in 1812 heeft hij het herstel van de heerlijke rechten niet meer mogen meemaken Zijn weduwe was tot haar dood in 1846 vrouwe van Asperen Zij liet Asperen na aan haar dochter Maria Dutry van Haeften (1795 – 1854), getrouwd met Christiaan Jacobus Vermeulen. Intussen was bij de grondwet van 1848 de publiekrechtelijke status van de heerlijkheid geheel vervallen. Na die tijd heeft de bezitter van een heerlijkheid, of beter gezegd een ‘voormalige heerlijkheid’ nog maar een beperkt aantal rechten, de zogenaamde ambachtsgevolgen of accrochementen. Het jachtrecht werd afgeschaft bij de Jachtwet 1923 en het recht om de naam van de heerlijkheid aan de geslachtsnaam toe te voegen werd in 1859 ook afgeschaft. Gebleven zijn het visrecht, het recht van kerkbank en in sommige gevallen nog andere rechten.

De dochter van Maria Dutry, Suzanna Jacoba Hermana Vermeulen (1818 -) trouwde in 1860 met de uit Zwitserland afkomstige Johann Christian Gottlieb Suter (1826 -). Hun zoon, mr. dr. Salomon Anton Suter, promoveerde in 1890 in Leiden op het traktaat van Constantinopel over de vaart op het Suez kanaal. Hij wordt in 1893 als heer van Asperen vermeld. Op de plaats van het oude kasteel Waddenstein laat hij een huis bouwen, dat de oude naam Waddenstein krijgt. Dit huis is in 1952 aangekocht door de gemeente Asperen en tot 1986 als raadhuis gebruikt.

Suter overlijdt in 1936, waarna de heerlijkheid Asperen op de veiling wordt verkocht aan een mevrouw Helmut – Pieck, een naamgenote en mogelijk zelfs een afstammelinge van Arend Pieck, die wij in de 15e eeuw leerden kennen als heer van Asperen en rivaal van Rutger van den Boetzelaer. Mevrouw Helmut – Pieck verkoopt de heerlijkheid in 1938 onderhands aan Carel Wessel Theodorus baron van Boetzelaer, heer van Asperen en Dubbeldam (1873-1956), zendingsconsul, voorzitter van het Nederlands Zendingsgenootschap en lid van de Tweede Kamer. Carel Wessel liet Asperen na aan zijn zoon mr. Constant Wilhelm baron van Boetzelaer (1915 – 1996), ambassadeur te Wenen en vertegenwoordiger van de Internationale Atoomorganisatie. En deze liet de heerlijkheid Asperen na aan zijn zoon Floris baron van Boetzelaer, uitgever, geboren 1951, de huidige heer van Asperen. Volgens mededeling van laatstgenoemde bezit hij inderdaad nog het visrecht op de Linge en het recht van kerkbank in de kerk van Asperen.

Bergen december 2018

Literatuur:
Beekman Beschrijving van de stad en baronie Asperen, 1745
A.J. van der Aa, Aardrijkskundig woordenboek 1839, deel 1
K.N. Korteweg de middeleeuwse Heren van Asperen in DNL 69 (1952) 136-157
J.W. des Tombe en C.W.L. van Boetzelaer Het geslacht van den Boetzelaer Assen 1969
Bespreking van dit boek door R.C.C. de Savornin Lohman in DNL 98 (1981) 426 – 437
Catharina L. van Groningen De vijfherenlanden met Asperen, Heukelum en Spijk, 1989
L.M. van der Hoeven De nazaten van Michiel Adriaanszoon de Ruyter, 2007
Antheun Janse De sprong van Jan van Schaffelaar internetpagina

Hernen 17e eeuws bewoond

Afb. Hernen-17e eeuws bewoond. Foto met hartelijke dank aan T. Rothengatter.

In het weekend van 9 en 10 februari neemt ‘MARS Compagnie te voet’ hun intrede in kasteel Hernen. Op beide dagen is het in de middag mogelijk een kijkje te nemen in het leven van de vroeg 17e -eeuwse tijdelijke bewoners van het kasteel.

Musketiers, piekeniers, ruiters en een een kleine artillerie zullen gevechtsoefeningen doen, terwijl hun gevolg druk bezig zal zijn met de dagelijkse zaken in hun winterse bivak. Je stapt als het ware 4 eeuwen terug in de tijd.

“Compagnie te voet” beelden een Staatse infanterie compagnie uit het begin van de 17e eeuw zo waarheidsgetrouw mogelijk uit,waarbij naast het militaire gedeelte het onmisbare kampgevolg uiteraard ook een belangrijke rol heeft. Kijk voor meer info op www.dutchrevolt.nl

Natuurlijk is het ook mogelijk het kasteel te bezoeken.

Data en Tijd: Zaterdag 9 en zondag 10 februari tussen 13.00 en 17.00 uur

Entree: Volwassenen € 8,50 Kinderen € 5,00
Donateurs Geldersch Landschap & Kasteelen en Museumkaart-houders gratis op vertoon van jaarkaart.

Locatie: Kasteel Hernen, Dorpsstraat 40, 6616AH Hernen
Informatie: www.glk.nl/hernen en www.facebook.com/kasteelhernen.

Boekennieuws: Willem Anne Schimmelpenninck van der Oije (1800-1872). Uit de schaduw van Thorbecke

Afb. Willem Anne baron Schimmelpenninck van der Oije op zijn portret door N. Pieneman.

Willem Anne baron Schimmelpenninck van der Oije stamde uit een minder welvarende tak van de familie Schimmelpenninck van der Oije, maar ontving een grote erfenis van een kinderloze verre oom, die naamgenoot was. Hierdoor werd hij heer van de beide Pollen en Nijenbeek en erfgenaam van uitgebreide bezittingen. Zijn toekomst als grootgrondbezitter maakte hem financieel onafhankelijk en dit in combinatie met zijn capaciteiten maakte een glanzende bestuurlijke carrière mogelijk. Hij zou uiteindelijk minister van Binnenlandse Zaken, Minister van Staat en Gouverneur van Gelderland worden.

In 1820 ontmoette hij tijdens zijn studie in Göttingen Johan Rudolf Thorbecke (1796-1872), die als staatsman grote bekendheid verwierf met zijn grondwetsherziening in 1848, waardoor Nederland een constitutionele monarchie werd. Een intense vriendschap ontstond en Thorbecke schreef zijn ouders over deze ontmoeting over ‘het gevoel zulker oogenblikken, dat den geest eensklaps vervult, het bloed jaagt en alle zenuwen beweegt’.

Willem Anne correspondeerde met Thorbecke, steunde hem financieel en zette zich in het begin voor diens carrière in. Uiteindelijk zou hun vriendschap spaak lopen, omdat hun bestuurlijke inzichten steeds verder uiteen liepen: Willem Anne was een gematigd liberaal en vond dat veranderingen in het bestaande monarchale stelsel alleen in uiterste noodzaak ingevoerd moesten worden, terwijl Thorbecke juist grote veranderingen wilde.

Ondanks deze behoudende denkwijze was hij een visionair en oversteeg hij zijn tijdgenoten in zijn streven naar technische vernieuwing. Hij zette zich in voor de Delftse Academie – voorganger van de Technische Universiteit Delft – die hij als grote noodzaak zag voor het herstel van de welvaart.

Dr. M.A.M. Franken heeft met dit boek Willem Anne baron Schimmelpenninck van der Oije recht gedaan. Ondanks het ontbreken van diens persoonlijke archief krijgt de lezer een duidelijk beeld van diens carrière en daarnaast ook een inkijk in zijn persoonlijk denken en privéleven. Het leven van Willem Anne biedt tevens een interessante blik op de gebeurtenissen rondom de Belgische Opstand in 1830 en in de jaren hierna.

Benieuwd geworden naar dit boek? Lees meer hierover en over de bestelmogelijkheid op https://www.matrijs.com/Willem-Anne-Schimmelpenninck-van-der-Oije-1800-1872.-Uit-de-schaduw-van-Thorbecke.html.

Bezoek Huys ten Donck: 1 t/m 3, 9 of 10 februari

Afb. De indrukwekkende voorgevel van het Huys ten Donck.

Jonkvrouwe Catharina Groeninx van Zoelen bewoont met haar echtgenoot en twee kinderen een deel van het Huys ten Donck. Catharina voert namens ANBI Stichting Het Huys ten Donck, opgericht in 1978, het dagelijks bestuur (onbezoldigd). Het huis kwam in 1702 door het huwelijk van Catharina van Zoelen met mr. Cornelis Groeninx in het bezit van deze Rotterdamse regentenfamilie. Hun zoon kreeg de achternaam van zijn moeder toegevoegd en drie generaties later werd een telg in de Nederlandse adel verheven met de titel van baron bij eerstgeboorte en het predikaat van jonkheer voor de overige nakomelingen.

Het huidige huis werd door mr. Otto Groeninx van Zoelen (1704-1758) gebouwd en heeft een wonderschoon interieur met rijk stucwerk. T/m 10 februari is er nu de gelegenheid om al dit moois te bekijken in combinatie met de allereerste moderne kunst expositie ooit op Huys ten Donck: topfotografe Anouk van Tetering exposeert hier dan 20 werken, waarvan er 5 geïnspireerd zijn op het interieur van het huis. Na afloop is er koffie/thee & taart.

Lees voor meer informatie en bestelmogelijkheid van kaarten op https://huystendonck.nl/activiteiten/

Boekennieuws: Het kleine keizersdrama in Amerongen

Van november 1918 tot mei 1920 was Kasteel Amerongen het toneel van een klein keizerlijk drama. De Duitse ex-keizer Wilhelm II was aan het eind van de Eerste Wereldoorlog naar ons land gevlucht en door de Nederlandse regering ondergebracht op Kasteel Amerongen, als gast van de familie Bentinck. Op het Kasteel deed iedereen of Wilhelm nog steeds keizer was, maar ondertussen wachtte er buiten de kasteelmuren een boze wereld. Niet alleen lagen er nieuwsgierige journalisten en potentiële keizerkidnappers op de loer, maar al die tijd hing een zwaard van Damocles boven het kasteel: zou de keizer door de Nederlandse regering worden uitgeleverd aan de geallieerden om terecht te moeten staan als oorlogsmisdadiger?

Wat de keizer er toe bracht naar Nederland te vluchten, hoe de Nederlandse regering op zijn komst en de daaruit voortvloeiende uitleveringsverzoeken reageerde, wat daarbij haar afwegingen waren, hoe de Nederlandse pers over de banneling in Amerongen schreef en hoe de keizerlijke entourage een bizarre vluchtpoging voorbereidde, wordt verhaald in Het kleine keizersdrama in Amerongen.

Het fraai geïllustreerde boekje is een uitgave van Stichting Kasteel Amerongen. Het is te koop in kasteelwinkel Annebetje voor €15,00 of online voor €17,50 inclusief verzenden via de website van Kasteel Amerongen (zie: https://www.leisureking.eu/if/2dd083fcbb295c0361c8e96864e8cf8b&date=24-11-2018)